Skip to main content

Full text of "De Øpkomst van het Nederlandsch gezag in Oost-Indie ...: Verzameling van ..."

See other formats


This  is  a  digital  copy  of  a  book  that  was  preserved  for  generations  on  library  shelves  bef  ore  it  was  carefully  scanned  by  Google  as  part  of  a  project 
to  make  the  world's  books  discoverable  online. 

It  has  survived  long  enough  for  the  copyright  to  expire  and  the  book  to  enter  the  public  domain.  A  public  domain  book  is  one  that  was  never  subject 
to  copyright  or  whose  legal  copyright  term  has  expired.  Whether  a  book  is  in  the  public  domain  may  vary  country  to  country.  Public  domain  books 
are  our  gateways  to  the  past,  representing  a  wealth  of  history,  culture  and  knowledge  that 's  often  difficult  to  discover. 

Marks,  notations  and  other  marginalia  present  in  the  original  volume  will  appear  in  this  file  -  a  reminder  of  this  book's  long  journey  from  the 
publisher  to  a  library  and  finally  to  you. 

Usage  guidelines 

Google  is  proud  to  partner  with  libraries  to  digitize  public  domain  materials  and  make  them  widely  accessible.  Public  domain  books  belong  to  the 
public  and  we  are  merely  their  custodians.  Nevertheless,  this  work  is  expensive,  so  in  order  to  keep  providing  this  resource,  we  have  taken  steps  to 
prevent  abuse  by  commercial  parties,  including  placing  technical  restrictions  on  automated  querying. 

We  also  ask  that  you: 

+  Make  non-commercial  use  of  the  files  We  designed  Google  Book  Search  for  use  by  individuals,  and  we  request  that  you  use  these  files  for 
personal,  non-commercial  purposes. 

+  Refrainfrom  automated  querying  Do  not  send  automated  queries  of  any  sort  to  Google's  system:  If  you  are  conducting  research  on  machine 
translation,  optical  character  recognition  or  other  areas  where  access  to  a  large  amount  of  text  is  helpful,  please  contact  us.  We  encourage  the 
use  of  public  domain  materials  for  these  purposes  and  may  be  able  to  help. 

+  Maintain  attribution  The  Google  "watermark"  you  see  on  each  file  is  essential  for  informing  people  about  this  project  and  helping  them  find 
additional  materials  through  Google  Book  Search.  Please  do  not  remove  it. 

+  Keep  it  legal  Whatever  your  use,  remember  that  you  are  responsible  for  ensuring  that  what  you  are  doing  is  legal.  Do  not  assume  that  just 
because  we  believe  a  book  is  in  the  public  domain  for  users  in  the  United  States,  that  the  work  is  also  in  the  public  domain  for  users  in  other 
countries.  Whether  a  book  is  still  in  copyright  varies  from  country  to  country,  and  we  can't  offer  guidance  on  whether  any  specific  use  of 
any  specific  book  is  allowed.  Please  do  not  assume  that  a  book's  appearance  in  Google  Book  Search  means  it  can  be  used  in  any  manner 
any  where  in  the  world.  Copyright  infringement  liability  can  be  quite  severe. 

About  Google  Book  Search 

Google's  mission  is  to  organize  the  world's  Information  and  to  make  it  universally  accessible  and  useful.  Google  Book  Search  helps  readers 
discover  the  world's  books  while  helping  authors  and  publishers  reach  new  audiences.  You  can  search  through  the  full  text  of  this  book  on  the  web 


at|http  :  //books  .  google  .  com/ 


FBOMTME  LECACYOF 

LEWIS  CASS  LEDYARD 

PRESIDENT  Or  THE  NEW  YORK  PUBLIC  LIRRAHY 

1917-1933 

-  FIM&T  vicI'Phesidemt  I9i4-l9r7  - 

•  TflUSTEE  OF  THt  TILDEN  7RU^T    ]dqj-l£9^- 


Digitized 


zedby  Google 


Digitized  by 


Googlcj 


r  .6 


Digitized  by  ^ 


/Google 


DE   OPKOMST 


TAN  HBT 


NEDERLANDSen   GEZAG 


OOST-INDIE. 


VERZAMELING  VAN  ONUITGEGEVEN  STUIULËN  UIT  HET  OUD-KOLONlAAL 

ABCHIEP. 

UITGEGEVEN  EN  BEWERKT 


Jhr.  Mr.  J.  K.  J.  de  Jongb, 


VIJFDE  DEEL. 


'8  OBATBNHAOE  ,  i  UfSTÜBD  A  M  , 

MARTINUS  NUHOFF.  |  FRSDERIK  MULLER. 

MDCCCLXX. 


M-  r      I 


Digitized  by  ^ 


DE   OPKOMST 


▼▲N   HR 


NEDERLANDSOH   GEZAG 


OVER 


JAVA. 


VERZAMELING  VAN  ONUITGEGEVEN  STUKKEN  UIT  HET  OUD-KOLONUAL 

ARCHIEF. 

UITGEGBVBN  EN  BEWERKT 

DOOR 

Jhr.  Mr.  J.  K.  J.  de  Jonge, 

Jdf'unct'Biiit'JreAwariê.  ,^0^ 


TWB'iSrtlEEL. 


'8  0RATBMHA01,  1  AMSTERDAM, 

MARTINUS  NIJHOFF.  |  FREDFRIK  MULLER. 

MDCCCLXX. 

Digitized  by  VjOOQ IC 


•  •  •   • 

•  •  •  *  f 

•  >•  ••  . 

•  t   *  'i 

•  ,•• •  • . 


THE  NEW  YORK 

PU3UC  L13RARY 

757390A 

A'^'^^'R.  LEyt'.  X  AN-D 

■   ••       ••    •*••••• 


Printod  in  Vaj   Nctheründa. 


Digitized  by 


Google 


VOORREDE. 


In  een  tgdflgewricht  als  waarin  wij  geplaatst  zgn,  waarin, 
zo<^naamd  groote,  staatslieden  in  het  duister  te  zamen  over- 
leggen, hoe  men  weinig  kwaads  vermoedende,  maar  zwakke 
nahuren,  van  hnnne  vrijheid  en  onafhankelgkheid  zou  kunnen 
berooven;  een  door  niets  gewettigde  krgg  losbreekt,  die  stroo- 
men van  bloed  en  tranen  doet  vergieten  en  de  kiemen  strooit 
voor  nieuwe  oorlogen  in  de  toekomst;  een  sehgnbaar  krachtig 
rgk  bg  den  eersten  aanstoot  inéén  zggt;  daar  tegenover  een 
groot,  maar  sedert  eeuwen  verdeeld  volk,  op  eens  in  bloed 
en  gzer  wordt  tot  één  geklonken;  de  regtstoestanden  in  der 
volken  zamenleving  plaats  maken  voor  geweld  en  vrillekeur; 
vrgheid  en  waarheid,  door  het  gekletter  der  wapenen  verschrikt, 
zich  schuil  houden ;  terwgl  in  eigen  vaderland  een  onrustbarend 
gemis  aan  impulsie  wordt  waargenomen;  waarin  alzoo  het  voort- 
schrgden  in  de  toekomst  „a  leap  in  the  dark'',  toeschgnt;  in 
zulk  een  tgdsgewricht  oude  en  vergeelde  papieren  rustig  te 


Digitized  by 


Google 


VI 

doorlezen;  van  aanteekeniugen  te  voorzien  en  er  een  geschied- 
verhaal uit  2sêm  te  stellen,  van  wat  er  in  de  eerste  helft  der 
17de  eeuw  op  koloniaal  gebied  en  in  het  verre  Oosten  is  voor- 
gevallen; daartoe  behoort  grootere  mate  van  koudbloedigheid 
dan  ik  bezit  en  bg  mgne  lezers  mag  veronderstellen. 

De  zamenstelling  van  dit  deel  vorderde  dan  ook  van  mg 
meer  inspanning  en  zelfbeheersching,  dan  eenig  vorig  gedeelte 
van  deu;  door  mg  ondernomen ,  arbeid ,  niet  omdat  dit  gedeelte 
een  minder  belangrgk  tgdperk  van  onze  koloniale  geschiedenis 
omvat ;  maar  omdat  de  gebeurtenissen  van  het  heden ,  het  ver- 
leden nog  verder  van  ons  schgnen  weg  te  schuiven. 

Ik  zou  dan  ook  bgna  geneigd  zgn^  den  lezer  ^  indien  in  de 
tegenwoordige  tgdsomstandigheden  er  nog  één  mogt  gevonden 
worden ;  bg  de  aanbieding  van  dit  deel  toe  te  voegen:  neem 
m^  deze  uitgave  niet  kwalgk.  Toch,  tusschen  den  tgd,  dienwg 
beleven  en  den  tgd  in  dit  deel  behandeld  ^  zgn  punten  van 
overeenkomst;  toen  gelgk  nu,  werd  er  bloed  vergoten ^  waB  er 
tweedragt  en  strgd. 

Dit  deel  omvat  het  tijdperk ,  dat  tusschen  de  jaren  1623  en 
1647  besloten  Ugt. 

De  strgd  tusschen  de  Nederlandsche  en  Engelsche  Compagnien, 
werd  in  dat  tgdperk,  zoowel  in  Indie  als  in  Nederland,  voortgezet 
en  voldongen.  Het  bloedige  drama  van  de  teregtetelling  der 
Engelschen  op  Amboina  treedt  daarin  op  den  voorgrond.  Ik 
heb  getracht,  om,  voor  de  eerste  maal  uit  de  oorspronkelijke 
stukken,  een  onpartgdig  verslag  te  leveren  van  het  langdurig 
proces  tot  scheiding,  tusschen  de  twee  verbonden  Compagnien, 


Digitized  by 


Google 


TH 

zoowel  in  Indie  als  in  Nederland  geyoerd.  Het  het  oog  op  de 
regel^i  der  knnst  van  zamenstelling^  schgnt  bg  oppervlakkige 
beschouwing  het  verhaal  van  het  regtsgeding  op  Amboina^  niet 
te  hnis  in  een  geschiedverhaal  van  de  opkomst  van  het  Neder- 
landsch  gezag  over  Java,  omdat  daardoor,  schgnbaar  althans, 
de  eenheid  van  handeling  wordt  verbroken.  Die  beoordeeling 
zon  echter  niet  juist  zgn ;  want  er  bestaat  een  causaal  verband 
tusschen  die  gebeurtenis  op  Amboina  endewgze,  waarop  sedert 
het  Nederlandsch  gezag,  zoowel  op  Java,  als  in  geheel  den 
Indischen  Archipel,  zich  heeft  ontwikkeld. 

Niet  minder  belangrgk  en  tot  nu  toe  geheel  onbekend  is 
de  strgd,  welke  Jan  Pietersz.  Goen  tegen  de  voorstanders  van 
een  streng  monopolie-stelsel,  ten  gunste  van  meer  milde  begin- 
selen van  handel  en  bestuur  ondernam;  een  strgd  waarin  hg 
te  gronde  ging ;  maar  die  ook  na  zijn  dood  nog  van  tgd  tot 
tgd  herleefde. 

Eindelgk  heb  ik  getracht,  in  dit  deel  eene  schets  te  leveren 
van  de  lange  worgteling,  welke  zoowel  op  het  terrein  des  oor- 
logs  als  op  dat  der  diplomatie,  in  dit  tgdvak  voorviel  tusschen 
Batavia  en  het  rgk  van  Bantam  ten  westen,  het  rgk  van  Hata- 
ram  ten  oosten.  In  het  einde  zegepraalde  de  Nederlandsche 
Compagnie  schier  overal  in  Indie;  met  Portugal,  met  Bantam, 
met  Mataram  werd  de  vrede  gesloten.  Het  Nederlandsch  gezag 
te  Batavia  gevestigd,  was  sedert  niet  alleen  een  feit,  het  werd 
nu  ook  een  door  traktaten  erkende  regtstoestand  en  de  uitbrei- 
ding van  dat  gezag  over  Java  zou  nu  voortaan  slechts  een 
vraagstuk   van  tgd  zgn.    De  periode  van  hoogsten  luister  der 


Digitized  by 


Google 


vm 

Ned.  Oost-Ind.  Compagnie  neemt  dan  een  aanvang;  maar  ook 
de  kiemen  van  verderf  beginnen  zich  meer  te  ontwikkelen. 

Behalve  op  deze  hoofdpunten  werd  in  dit  deel  de  gelegen- 
heid geopend^  om  de  aandacht  te  vestigen  op  de  beginselen  en 
de  inrigting  van  het  bestnnr  der  Nederlandsche  Compagnie 
in  Indie. 

'sOravenhage^  November  1870. 


Digitized  by 


Google 


INHOUD. 


YuwDE  UoorosTUK RU.  I 

ZisDB  Hoofdstuk «      XXX 

ZKTICIfDS   UOOTDSTUK «  L 

ACBTSTK   HOOTDBTUK *         LXI 

NXOBNDI  HOOYDSTUK ....•>      XCVl 

ONUITGËGEVBN  STUKKEN. 

I.  Notulea  van  het  verhaodaMe  tuatchea  de  YergaderiDg  vaa  de 
XVII  Bewindhebber!  der  Gen.  O.  I.  C.  en  den  a^etreden 
Gouvemeor-Creneraal  Jan  Pieterss.  Goen,  over  het  herstel  der 
zaken  van  de  Comp.  in  het  algemeen  en  meer  bijzonder  over 
de  invoering  van  een  gevrfjzigd  ttelael  van  handel  en  beatunr. 

162d— 1626 1 

IL  Concept-reglement  voor  eene  vrf)e  vaart  uit  Nederland  naar 
Batavia;  op  het  open  stellen  van  den  binnenlandschen  handel 
en  de  vaart  in  Indie,  op  het  stichten  van  volkplantingen  en 
de  oitgilte  van  gronden  io  Indie,  voorloopig  vastgesteld  door 
de  kamer  der  XVII  Bewindhebbers,  op  voordragt  van  Jan 
Piettrsz.  Coen,  in  de  nigaarsvergaderiog  van  1624  en  bQ  de 
Stateo-Generaal  der  Ver.  Nederlanden  ingeleverd  19  JonQ  1626     «  8 

IIL  Aanschr^ving  der  vergadering  der  XVII  Bewindhebbers  van 
de  Gen.  Oost-Ind.   Comp.  aan  Gonvemeur-Generaal  en  Kade 

van  Indie,  dd.  Amsterdam,  24  April  1626 18 

IV.  De  vergadering  der  XVII  Bewindhebbers  van  de  Gen.  O.  I. 
Comp.  aan  Gouvemeor-Generaal  en  Rade  van  Indie,  dd.  Amster-' 

dam,  10  Ang.  1627 #  20 

V.  De  (iouvemenr-GeDeraal  Pieter  de  Carpentier  en  Bade  van 
Indie  aan  de  Bewindhebbers  der  G.  O.  I.  Comp.  (Heeren  XVII) 
dd.  Batavia,  26  December  1628 *  ^22 


Digitized  by 


Google 


VI.  De  66.  Pieter  de  Ourpentier  ea  Rade  van  Indie  aan  de  Be- 
windhebbers der  6en.  O.  I.  Comp.  (Heeren  XVII)  Batavia, 
8  Janoary»  1624 Blz.        26 

VII.  Sxtract  uit  het  «Jonrnael  van  't  gepasseerde  op  de  rqrse  naer 
den  Mattaram,  beginnende  den  24  May  A<>.  1628 «",  gebon- 
den door  Dr.  de  Haen «  80 

VIII.  Sxtract  uit  het  «Jonmael  van  de  voyagie  gedaen  door  Jan 
Vos  met  het  schip  Zierikzee,  gaende  door  last  van  den  Ed. 
Heer  6eaerael  nae  den  Matharan,  over  Damack,  ^.  9  Augns- 
tos— 27  October  1624 •  40 

IX.  Resolutie  van  6ouvemeur-6eneraal  en  Rade  van  Indie,  be- 
treffende het  onderwas  te  Batavia,  7  Mei  1624    .     .     .     .     »  64 

X.  Resolutie  van  6ouvemeur-6eneraal  en  Rade  van  Indie,  hou- 
dende instelling  van  de  weeskamer  te  Batavia,  1  October  1624    *  66 

XI.  Ordonnantien  en  instructien  vastgesteld  door  6ouverneur-6ene- 
rasl  en  Rade  van  Indie  op  den  16den  Jun^  1626,  betreffende 
het  collegie  van  schepenen,  den  bafjnw  ende  andere  officieren 
van  justitie;  de  orde  van  procederen  in  criminele  zaken;  het 
stuk  der  arresten;  de  desolate  boedels;  de  geprivilegieerde 
schulden;  de  slaven;  de  weeskamer;  de  voorderoisse  van  de 
justitie,  de  politie ;  de  successie •  67 

XII.  Resolutie  van  6ouvemeur-Generaal  en  Rade  van  Indie  waarbQ 
» lauden  en  thuynen  voor  desoi  by  forme  van  leen  nytgegeven , 
van  voors.  servituten  en  beswaenüssen  geëximeerd  en  ontlast 
worden,  mitsgaders  deselve  voor  vrye  eygen  allodiale  en  patri- 
moniale goederen  gereputeerd  worden  en  men  deselve  voortaen 
doneren  sal.  1  Febr.  1627  -^ 84 

XIII.  De  66.  P.  de  Carpentier  en  Rade  van  Indie  aan  de  Bewind- 
hebbers (HU.  XVII),  dd.  Batavia,  27  JanuarQ  1626.     .      .     «  88 

XIV.  De  66.  F.  de  Carp<mtier  aan  de  Bewindhebbers  (HH.  XVII) 

(over  laad  gezonden)  dd.  Batavia,  14  Augustus  1626.     .     .  «          96 
XV.  De  66.  P.  de  Carpentier  aan  de  Bewindhebbers  (HH.  XVII) 

dd.  Batavia,  27  October  1626 «          97 

XVI.  Dezelfden  aan  dezelfden,  dd.  Batavia,  8  FebruarQ  1626  .     .  «        102 

XVII.  DezeL^en  aan  dezelfden,  dd.  Batavia,  18  December  1626.     .  «         106 
XVIII.  De   66.   Pieter   de   Carpentier   aan  dezelfden,  dd.    Batavia, 

26  December  1626 110 

XIX.  De  66.  Jan  Pietersz.  Coen  en  Rade  van  Indie  aan  dezelfden , 

dd.  Batavia,  9  November  1627 '        114 

XX.  Dezelfden  aan  dezelfden,  dd.  Batavia,  6  Januarti  1628    .      .  «         118 

XXI.  Dezelfden  aan  dezelfden,  dd.  BaUvia,  8  November  1628.     .  •        126 

XXII.  Dezelfden  aan  dezeUden,  dd.  Batavia,  17  November  1628.    .  1S8 

XXlIa.  Translaet  van  eenen  Maleyschen  brieff  ons  uyt  des  Matarams 

leger  neffens  een  in  Javaensohe  tale  toegeschikt,  den  2l8ten 

September  A«.  1628 «        140 


Digitized  by 


Google 


XI 


XXIII.  De  66.  Jan  Pieterts.  Coen  en  Bade  van  Indie  aan  de  Be- 
windliebben  (ter  Kamer  Amsterdam) »  dd.  BataTia »  10  Febnar^ 

1629 Bli.      141 

XXIV.  De  (provinon.)  66.  Jaoqaes  Specx  en  Bade  yaa  Indie  aan  de 
Bewindhebbers  (HH.  XVII),  dd.  15  December  1629 .     .     .     «        146 

XXV.  De  directear-generaal  Antonio  van  Diemen  aan  de  Bewind* 
hebben  (HU.  XVII)  (op  de  tehuisreis  geschreven  aan  boord 
van  het  schip  Deventer),  dd.  6  Jong  1681 «        169 

XXVI.  Berigten   omtrent   de   bevolking  van  Soemadang,  Oekoer  en 

andere  Preanger-difltrioten,   1680-1682     ..*•..•  186 
XXVII.  De  6oavemear-6eneraal  Hendrik  Brouwer  en  Rade  van  Indie 
aan  de  Bewindhebbers  (HH.  XVII),  dd.  Batavia,  1  Decem- 
ber 1682 •  190 

XXVIII.  DezeUden  aan  dezelfden,  dd.  Batavia,  7  FebroarQ  1683  .     .  «  201 

XXIX.  Dezelfden  aan  dezelfden,  dd.  BaUvia,  15  Augnstos  1688.     .  »  202 
XXX.  Dezelfden   aan   dezelfden,   dd.   aan   boord   het  schip  Wesel, 

25  December  1688 *  208 

XXXI.  Dezelfden  aan  dezelfden,  dd.  27  Dec.  1684—8  Jan.  1685     .  '  214 

XXXU.  Dezid£len  aan  dezelfden,  dd.  Batavia,  4  Januar^j  1686    .     .  «  220 
XXXIII.  De   6oavemei]r-6eneraal   Antonio  van  Diemen  en  Rade  van 
Indie  aan  de  Bewindhebbers  (HH.  XVII),   dd.  BaUvia,  28 

December  1686 '  225 

XXXIV.  Deseliden  aan  dezelfden,  dd.  Batavia,  9  December  1687  .     .  >*  229 

XXXV.  Dezelfden  aan  dezelfden,  dd.  Batavia,  22  December  1688.     .  «  285 

XXXVI.  Dezelfden  aan  dezelfden,  dd.  Batavia,  18  December  1689.     .  •  289 

XXXVIL  DezeUden  aan  dezelfden,  dd.  Batavia,  80  November  1640     .  "  242 

XXXVIII.  DezeUden  mm  dezelfden,  dd.  Batavia,  81  Jannartj  1641  .     .  «  246 

XXXIX.  Dezelfden  aan  dezelfden,  dd.  Batavia,  12  December  1641.     .  «  248 

XL.  Dezelfilen  aan  dezelfde,  dd.  Batavia,  28  December  1642.     .  /  254 

XLI.  Dezelfden  aan  dezelfden,  dd.  Batavia,  18  January  1648  .     .  '  258 

XMI.  DezelMen  aan  dezelfden,  dd.  Batavia,  22  December  1648.     .  »  259 

XLni.  Dezelfden  aan  dezelfden,  dd.  Batavia,  28  December  1644.     .  »  263 

XLIV.  Dezelfden  aan  dezelfden,  dd.  Batavia,  28  Janaarfj  1645  .     .  «  266 

XLV.  De  President   0)melis  van  der  L\jn  en  de  Raden  van  Indie 

aan  de  Bewindhebbers  (HH.  XVII),  dd.  Batavia,  9  Juljj  1645  «  267 
XLVa.  De  President  Comelis  van  der  Lfjn   aan   de   Bewindhebbers 

(HH.  XVII),  dd.  Batavia,  12  Jnlfj  1645 «  269 

XLV^.  De  Raden  van  Indie,  Joan  Maetsnycker  en  Simon  van  Alphen 

aan  de  Bewindhebbers  (HH.  XVII),  dd.  Batavia,  12  Joiy  1645  »  272 
XLVc.  De  Raden  van  Indie,  Joan  Maetsnyoker  en  Simon  van  Alphen 
aan  de  Bewmdhebbers  (HH.  XVII),  dd.  Batavia,  17  Decem- 
ber 1645 »  275 

XLVI.  De  President  en  Raden  van  Indie  aan  de  Bewindhebbers  (HH. 

XVn).  dd.  BaUvia,  17  December  1645 »  278 


Digitized  by 


Göogle 


XII 

XL VII.  De  vrede  tasscheo   het  rQk  van  Bantam  en  de  Ver.  Nederl. 

Geoclr.  O.  Ind.  Comp 31z.      279 

XL VIII.  De  G6.  Cornelis  van  der  L\j&  en  Rade  van  Indie  aan  de  Be- 
windhebbers (HH.  XVII),  dd.  Batavia,  15  Janoary  1647    .     *        281 

XL VII  Ia.  De  GrG.  en  Rade  van  Indie  aan  Toemeoggoeng  Wiro-goeno, 
eersten  raad  van  den  Soesoehoenan  van  Mataram,  dd.  Batavia 
19  Jnllj  1646 288 

XLVIIIJ.  De  GG.  Cornelis  van   der  Lijn  aan  den  Soesoehoenan,  dd. 

BatavU.  ^2b  Ootober  1646 •        284 

XLVIII^.  Deaelfde   aan   Kiai  Toemenggoeng    Wiro-goeno,   dd.   Batavia, 

25  Oct.  1646  (vrede  met  Mataram) 0        285 

XLVIIIi^.  Memorie  voor  den  opperkuopman  Jan  Harmansz.  en  den  koop- 
man gaande,  met  den  kapitein  der  Male^jers  In^'e-Amat,  in 
ambassade  naar  den  Soesodioenan ,  dd.  Batavia,  25  Oct  1646     »         288 

XLVII1#.  De  GG.  Cornelis  van  der  Ljjn  aan  den  Soesodioenan.  (Ratifi- 
catie van  den  vrede),  dd.  Batavia,  4  Febmarij  1647  .  .  .  «  290 
XLTX.  Staat,  opgenomen  en  b^éëngebragt  nit  de  boeken  der  Gen. 
O.  Ind.  Comp.  door  den  Advokaat  der  Comp.  P.  van  Dam, 
over  de  jaren  1640—1702,  waamit  hier  medegedeeld  de  jaren 
1640-1650 292 


Digitized  by 


Google 


VIJFDE    HOOFDSTUK. 


De  Gonvemeiir-Generaal  Pieter  de  Carpentier  bezat,  de  bij 
elkander  opyolgende  staatsdienaren  zeldzame  verdienste ,  van  by 
zgne  optreding  niet  oorspronkelgk  te  willen  z^n.  H^  achtte 
het  aan  zgne  achtbaarheid  niet  verschuldigd ,  dat  h^  moest  af- 
breken, wat  zijn  voorguiger  had  opgebouwd.  Hij  schijnt  een 
voldoend  bewnstz^n  van  eigen  kracht  te  hebben  bezeten,  om 
niet  te  wanen,  dat  zyn  gezag  in  de  waagschaal  zon  worden 
gesteld^  indien  hg  zich  by  den  Baad  van  Indië  beri^  op  de 
fj  recommandatie  en  de  nagelaten  adviesen  van  den  £d.  Heer 
„Jan  Pietersz.  Coen." 

In  overeenstemming  met  die  adviesen  werden  dan  ook  vele 
gewigtige  maatregelen  genomen.  De  raad  van  het  fort  Batavia, 
later,  in  1626,  raad  van  Justitie  genoemd,  werd  met  nieuwe 
leden  tot  een  getal  van  negen  aangevuld,  ook  het  collegie  van 
schepenen  werd  versterkt.  De  handel  werd  buiten  het  kasteel 
verwgderd  en  naar  eene  faktory  in  de  stad  verplaatst,  om  den 
inloop  van  vreemdelingen  in  de  sterkte  te  beletten.  Tot  onder- 
steuning van  den  nieuwen  staat  werd  eene  belasting  van  den 
lOden  penning  op  het  geslagt  van  alle  grof  vee,  binnen  Batavia 
en  hare  jurisdictie  ingevoerd.  Eene  vrgiyillige  collecte  van 
gelden  tot  uitbreiding  en  versterking  van  de  stad,  door  Goen 
reeds  uitgeschreven,  werd  door  de  Carpentier  voorloopig gehand- 
haafd, even  als  de  uitgifte  om  niet,  van  erven  tot  aanbouw 
V.  1 

Digitized  by  VjOOQ IC 


yan  huizen  of  tot  aanleg  van  plantagiën.  De  yerkrijgers  van 
op  deze  wgze  nitgegeyen  gronden,  yerkochten  echter  in  het 
geheim  hunne  pereeelen;  om  die  reden  regelden  Gtouyemeur- 
Gteneraal  en  Raden  de  wijze  yan  oyerdragt.  Zij  bepaalden,  dat 
yoortaan  geen  eryen  mogten  worden  yeryreemd,  dan  met  sche- 
pen-kennis,  onder  behoorlijk  transport  in  daartoe  aangelegde 
registers  en  met  betaling  yan  den  lOden  penning  der  waarde, 
door  yerkooper  en  kooper,  yeryreemder  of  yerkryger,  ieder  yoor 
de  helft  te  yoldoen  ^ 

Ook  in  zyne  betrekking  tot  den  Panembaham  yan  Mataram, 
yolgde  de  Carpentier  den  weg,  welke  hem  door  Goen  was 
aangewezen  ^.  Op  den  Uden  Mei  1623  besloot  de  Hooge 
regering  „yolgens  de  nagelaten  adyysen  yan  d'Ed.  Heer  Coen 
,,eene  statelijcke  ambassate  naer  den  Mataram  ie  senden,  ge- 
„ considereert  sijnde  hoe  noodig  het  zij,  dat  de  yriendschap  en 
„alliantie  met  den  Mattaram  gecontinneert  en  yan  onser  sijde 
„in  synen  presamptueusen  monarchalen  Jayaenschen  staet,  yoor- 
„  alsnog  met  hoofsche  besendinge  geyoedet  worde/' 

Ook  na  weder  werd  Dr.  de  Haen  yoor  dit  gezantschap  aan- 
gewezen en  h^n  den  last  yerstrekt,  om  geschenken  aan  den 
Panembahan  oyer  te  brengen  en  grooteren  toeyoer  yan  rgst  naar 
Batayia  uit  de  landen  yan  Mataram  te  yerweryen  '. 

Maar  weldra  werd  de  Carpentier  gestoord  in  zgn  rustig  stre- 
yen  naar  regeling  en  ontwikkeling  yan  de  nieuwe,  op  Jaya 
aangelegde,  yolkplanting,  door  de  tgding,  dat  op  het  eiland 
Amboina  eene  zamenzwering  door  de  Engelschen  zou  zgn  ge- 
smeed, welke  te  naauwemood  nog  tgdig  door  den  gouyemeur 
der  Molukken,  Herman  yan  Speult,  door  bloedige  teregtstelling 
was  yergdeld. 

Deze  gebeurtenis  op  het  eiland  Amboina,  heeft  een  zóó  gewig- 
tigen  inyloed  uitgeoefend  op  de  yerstandhouding  tusschen  Ëngel- 


1.  Resol.  66.  en  Raden  13  Maart,  8  April  en  26  Mei  1623. 

2.  Zie  Opkomst  van  het  Nederlandsch  gezag  over  Java,  Deel  I  (IV),  W.  273. 
8.    Reeol.  66.  en  Raden  11  Mei  1623. 


Digitized  by 


Google 


m 

sdien  en  Nederlanders  ^  op  de  aitbreiding  en  ontwikkeling 
yan  het  Nederlandsch  gezag  in  Indië^  heeft  gedurende  een 
tgdyak  van  bgna  vgftig  jaren  zóó  noodlottig  temggewerkt  op 
de  lotgevallen  yan  de  republiek  der  Vereenigde  Nederlanden 
in  Europa I  heeft  zelfs  als  nüddelgk  en  meer  verwgderd  gevolg, 
de  invoering  van  een  milder  stelsel  van  handel  en  bestuur  in 
Indië  vergdeld;  dat  men  wel  gedwongen  wordt  om  eenigermate 
breedyoerig  het  verhaal  te  doen,  van  wat  men  zou  kunnen 
nonnen,  de  geschiedenis  van  het  proces  tot  echtscheiding  tus- 
schen  de  twee  jonggehuwde  Gompagniën. 

Na  het  sluiten  van  het  traktaat  tusschen  de  Engelsche  en 
Nederlandsche  Gompagniën  in  1619  en  het  oprigten  van  den 
raad  van  defensie,  was  er  slechts  voor  korten  tyd  ontspanning 
gekomen  in  de  verhouding  tusschen  Engelschen  en  Nederlanders 
in  Indië.  Langzamerhand  waren  van  beide  zgden  weder  nieuwe 
grieven  ontstaan,  niet  alleen  binnen  Batavia,  maar  ook  op 
andere  plaatsen  in  den  Archipel  ^. 

Nadat  de  groep  der  Banda-eilanden,  door  Goen  in  1621  was 
veroverd,  hadden  de  inwoners  van  Poelo-Run,  die  zich  sedert 
1615  onder  bescherming  van  de  Engelsche  kroon  hadden  ge- 
steld, uit  vrees  voor  het  wapengeweld  der  Nederlanders  zich 
weder  aan  het  gezag  der  vorige  contracten  met  de  Nederland- 
sche Oost-Indische  Gompagnie  onderworpen.  De  Engelschen 
hadden  daarop  Poelo-Run  verlaten;  doch  niet  zonder  formeel 
protest  in  te  leveren  tegen  de  handelingen  van  Goen  en  met 
de  verklaring,  dat  het  eiland  Bun  sedert  1615  onder  de  souve- 
reiniteit  en  de  bescherming  des  Eonings  van  Engeland  stond. 

Sedert  1620  hadden  de  Engelschen>lechts  aan  twee  der  vier  uit- 
gezonden expeditien  van  defensie  deelgenomen.  Nu  in  1623 
weigerden  zg,  onder  voorwendsel  van  niet  krachtig  genoeg  te 
zgn,  schepen  voor  de  vloot  van  defensie  af  te  zonderen,  niet- 
tegenstaande ieder  der  partgen,  krachtens  het  traktaat  van  1619 


1.    Cf.  Deel  I,  bl  cxxx. 

Digitized  by  VjOOQ IC 


rv 


verj^igt  was  10  schepen  te  leveren.  Ook  aan  de  blokkade  van 
Bantam  zocht  de  Ëngelsche  Compagnie  zich  te  onttrekken.  De 
redenen,  welke  de  Engelschen  voor  hunne  temghonding  aan- 
voerden, waren  ontegenzeggelijk  in  overeenstemming  met  hun 
eigen  bdang;  maar  geheel  in  strgd  met  de  bepalingen  van  het 
traktaat,  in  1619  gesloten. 

Een  Ghinesche  jonk,  naar  Batavia  bestemd,  was  door  de 
Engelschen  in  zee  aangehaald.  De  Ëngelsche  Compagnie  was 
over  die  daad  van  geweld  voor  den  Nederlandschen  regter  te 
Batavia  geroepen  en  tot  schadevergoeding  aan  den  Chinees 
veroordeeld.  Dit  vonnis  hadden  de  Engelschen  met  een  pro- 
test beantwoord. 

De  Ëngelsche  president  had  36  bezwaarpnnten,  grootendeels 
over  önantieele  nadeelen,  welke  de  Ëngelsche  Compagnie  in  de 
Molukken  zon  geleden  hebben,  op  den  Isten  Jannary  1623 
aan  het  Nederl.  Indisch  bestuur  ingeleverd.  Daarenboven  had 
hg  te  kennen  gegeven,  dat  de  Ëngelsche  Comp.  voor  dat  jaar 
aan  den  handel  in  de  Molukken  geen  deel  zou  nemen,  omdat 
het  haar  aan  magt  en  geld  ontbrak;  doch  de  Nederlanders  be- 
weerden, dat  de  Engelschen  alleen  daarom  in  1623  zich  aan 
den  speceryhandel  wilden  onttrekken,  omdat  juist  toen  de  spece- 
ryen  by  inkoop,  slecht,  schaars  en  duur  waren,  en  op  de  markt 
in  Europa  geen  aftrek  vonden.  Men  verweet  hun  dus,  dat  zg 
alleen  in  de  voordeelen,  niet  in  de  nadeelen  en  kwade  kansen 
van  het  traktaat  van  1619  met  de  Nederlanders  wilden  deelen. 

Indien  men  bg  dit  alles  in  aanmerking  neemt,  dat  aan  de 
eene  zgde  de  Nederlanders  in  hunne  Britsche  bondgenooten  niet 
anderiï  zagen,  dan  geveinsde  vrienden  en  lastige  mededingers, 
waarvan  men  zich  gaarne  zou  hebben  ontslagen;  de  Engelschen 
aan  de  andere  zijde  hunne  vorderingen  en  bezwaren  voordroe- 
gen op  een  toon  van  beleedigende  laatdunkendheid,  te  dikwgls 
bij  onze  Ëngelsche  naburen  in  gebruik ;  wanneer  men  zich  daarbg 
te  binnen  brengt,  dat  krachtens  de  artt.  23,  24  en  25  van  het 
traktaat  van  1619  het  tgdstip  naderde ,  waarop  beslist  zou  moe- 


Digitized  by 


Google 


ten  worden;  of  en  20o  ja^  welke  nieuwe  forten  door  de  Engel- 
sehe  Compagnie  in  Indie ,  inzonderheid  op  de  Molukken  zonden 
gebouwd  worden  ^  dan  laat  het  zieh  gemakkelgk  verklaren  ^  hoe 
op  nieuw  een  geest  van  naijver,  afgunst  en  argwaan  het  ge- 
moed van  beide  partgen  vervulde,  waardoor  bij  de  minste,  on- 
verwachte aanraking  eene  bloedige  botsing  kon  ontstaan. 

Sedert  1605  had  de  Nederlandsche  Oost-Indische  Compagnie 
door  verovering  op  de  Portugezen,  het  kasteel  van  Amboina 
of  Victoria  met  de  onderhoorige  negerijen  onder  haar  volstrekt 
gebied.  Het  andere  gedeelte  van  Amboina,  Hitoe  hiet  Loehoe, 
Lissidi  en  Combello  op  de  zuidwaarts  uitstekende  landtong  van 
groot  Ceram,  waren  door  uitsluitende  contracten  naauw  aan  de 
Compagnie  verbonden  en  nagenoeg  van  haar  afhankelijk  gemaakt. 
De  inwoners  van  Loehoe,  Lissidi  en  Combello  stonden  onder 
het  bestuur  van  een  stadhouder  van  Temate,  maar  zochten  zich 
te  onttrekken  aan  hunne  verbindtenissen  met  de  Nederlandsche 
Compagnie,  door  het  drijven  van  een  levendigen  specerijhandel 
met  vreemdelingen  en  meer  bijzonder  met  de  Engelschen  ^.  In 
1623  waren  deze  inlanders  er  in  geslaagd,  om  zich  bgna  geheel 
los  te  maken  van  hunne  verpligtingen ;  zg  kwamen  telkens  in 
verzet;  zelfs  waren  er  Nederlanders,  die  zich  buiten  de  loge 
van  Combello  of  Loehoe  hadden  gewaagd,  door  de  inlanders 
vermoord.  Voor  het  sluiten  van  het  traktaat  van  1619  hadden 
de  Engelschen  meermalen  de  inwoners  van  Combello  en  Loehoe 
tot  verzet  tegen  de  Nederlanders  aangespoord  en  huii  daartoe 
zeUs  hulp  verleend  ^.  Na  het  sluiten  van  het  traktaat  hadden 
de  Engelschen,  krachtens  art.  8  dier  overeenkomst,  hunne  agen- 
ten op  Hitoe,  Loehoe  eu  Combello  geplaatst.  Op  grond  van 
datzelfde  artikel,  bezat  de  Engelsche  Compagnie  nu  ook  in  het 
Nederlandsche  kasteel  van  Amboina  eene  faktory.  Op  die  ver- 
schillende posten  bevonden  zich  18  of  20  Engelsche  kooplieden 


1.    Zie   Deel   III,    Opkomst  van  het  Nederl.  Gezag  in  ladië,  bl.  317  en  Deel  I, 
Opkomst  Nederl.  gezag  over  Java,  liL  xxiii  en  xxiy. 
3.    Zie  Deel  I  (IV),  bl.  xxiv  en  xxix. 


Digitized  by 


Google 


VI 

en  onderkoopliedeii;  met  hnnne  bedienden  en  slaven,  onder 
het  algemeen  bestnor  van  eenen  agent,  Gtabriel  Towerson  ge- 
naamd. In  tonstelling  met  wat  elders  plaats  vond,  was  de 
verstandhouding  tosschen  de  Nederlanders  en  de  Engelschen  op 
Amboina,  voor  het  uiterlgke  althans,  van  vreedzamen,  zelfs 
eenigzins  vriendschappelgken  aard  gebleven  ',  tot  dat  op  den 
23sten  Febmarg  1623  eensklaps  daarin  eene  geweldige  stoornis 
ontstond.  Op  dien  dag  ontving  de  Gouverneur  Herman  van 
Speult  het  berigt  van  den  luitenant  Huwel,  die  de  wacht  op 
het  kasteel  had  gehad,  dat  den  vorigen  avond,  terwgl  de  Neder- 
landers zich  tot  het  avondgebed  vereenigd  hadden ,  zeker  Japansch 
soldaat,  Hy^eso  genaamd,  op  de  wallen  en  de  punten  van  het 
kasteel  was  gekomen  en  daar  had  rondgewandeld,  hetgeen  aan 
gewone  soldaten  buiten  diensttgd  niet  geoorloofd  was;  dat  deze 
Japanner  tot  één  der  schildwachten  het  woord  had  gerigt  en 
aan  dezen  had  gevraagd,  hoe  sterk  het  garnizoen  van  het 
kasteel  was,  hoe  vele  malen  en  op  welke  uren  des  nachts  de 
wachten  werden  afgelost.  De  gebeurtenis,  schgnbaar  onbedui- 
dend, had  echter  de  aandacht  van  den  luitenant  getrokken ,  om- 


1.  Be  koopmtn  Pieter  ▼•&  Santen  legde  op  26  Oetober  1625  voor  Goaveraenr- 
Genenal  en  Kaden  omtrent  de  ▼OBtandhonding  tunchen  Nederlanden  en  Engelsehen 
op  Amboina  de  volgende  beëedigde  verklaring  af:  'Seyt  noyt  verstaen  of  gemeret  te 
hebben,  dat  de  Gonyemenr  of  yemant  nyt  den  raet  tegen  de  Engelschen  qnalyck 
geaffectioneert  is  geweest,  alsoe  de  gonyemenr  met  de  gemelte  Engelschen  en  bQsonder 
met  Capiteyn  Towerson,  soolange  l^j  deposant  in  de  qnartieren  van  Amboyna  gere- 
sideert  heeft,  altyt  in  snlcke  minne,  onderlinge  vmntschap  en  conversatie  gdeeft  en 
solcke  oorrespondeotie  met  deselfde  gehad  heeft,  als  onder  vronde  sonde  konnen  onder- 
houden worden,  B\jnde  de  familiariteyt  soodanieh,  dat  als  wanneer  den  Gonvernenr yets 
sonderlings  op  sgn  tafel  hadde,  Capiteyn  Tonwerson,  met  syn  snite  altjjt  versocht 
heeft  8\jn  maelt^t  met  hem,  Goaverneur,  te  willen  comen  honden,  geleek  in  dierge- 
lycke  gevallidieyt  de  Gonvernenr  soodanige  vryicheyt  oock  ten  huyse  van  Tonwerson 
gebmict  heeft,  verclarende  hy  deposant  vorder,  dat  de  Engelsea  haer  na  hun  believen 
sonder  vragen  in  des  Comps  lusthof  aldaer  mochten  gaen  verlusten,  refererende  hem 
verder  op  de  geruchten  en  rapporten  van  de  Engelsen  selff,  die  sQ  altyts  van  des 
Gouverneurs  £uniliariteyt,  vruntschap  ende  goede  correspondentie  met  de  Engelsen 
onderhouden,  gedaen  hebben.» 

In  geigken  zin  legden  verklaringen  af:  de  koopman  Crayvanger  en  de  opperkoop- 
lieden  van  Amboina,  van  Leeuwen  en  Wyncoop. 


Digitized  by 


Google 


vu 


dat  reedfl  driemalen  zoodanige  vragen  aan  de  schildwachten 
door  Japanners  waren  gedaan. 

Ook  de  Oonvemenr  van  Spenlt  vond  dat  rondloopen  en  on- 
dervragen door  den  Japanner  vreemd^  te  meer  omdat  het  reeds 
zgne  opmerkzaamheid  had  gewekt,  dat  sedert  eenigen  tgd  de 
Japansche  soldaten  en  de  slaven  der  Nederl.  Compagnie  meer  om- 
gang met  de  Engelsehen  hielden  dan  vroeger.  Van  Spenlt  had 
daarover  reeds  met  den  Engelschen  agent  Towerson  gesproken 
en  hem  zoodanigen  gemeenzamen  omgang  ontraden.  Towerson 
had  die  raadgeving  toen  goed  opgenomen  en  aan  van  Spenlt 
toegezegd,  dat  hg  er  tegen  waken  zon.  ^ 

De  Gtonvemeur  van  Spenlt  liet  Hytje-so  voor  zich  ontbieden, 
en  vroeg  hem  of  hg  zich  den  vorigen  avond  op  de  wallen  had 
vertoond,  en  wat  hg  daar  gedaan  had.  De  Japanner  ontkende 
eerst,  maar  nadat  hij  tegenover  de  getuigenis  der  schildwachten 
was  gesteld,  erkende  hg  dat  hg  den  vorigen  avond  op  de  wal- 
len geweest  was;  doch  dat  hg  dat  voor  zijn  genoegen  had  ge- 
daan en  toen  om  „  zich  te  vermegen ''  een  praa^e  had  gehonden. 
De  Gonvemenr  van  Spenlt  maakte  hem  de  opmerking,  dat  dit 
niet  geoorloofd  was  en  dat  de  zaak  hem  verdacht  voorkwam. 
De  raad  van  het  kasteel  werd  nn  door  den  gonvemenr  bijéén- 
geroqien  en  terwgl  deze  vergaderd  was,  werd  de  Japanner  door 
den  fiskaal  de  Bmijn  op  nienw  ondervraagd,  en  tegen  de  Neder- 
landsche  schildwachten  gehoord.  Hy^e-so  bleef  ;,hertneckig" 
bij  zgne  eerste  verklaring;  doch  scheen  zeer  „gealtereerd.''  „Na 
rgp  advies  en  toestemming  van  den  raad,"  ging  nn  de  fiskaal 
over  tot  scherper  examen,  dat  is:  tot  pgniging. 

Seeds  dadelgk  doet  zich  hier  de  vraag  voor,  of  het  toen  reeds 
bg  het  aanvangen  der  „  precedente  informatiën "  naar  regten 
geoorloofd  was,  om  tegen  Hytje-so  tot  pijniging  over  te  gaan, 
dan  wel  of  de  regters,  zooals  men  dat  toen  neemde,  „  in't  stnck 
der  tortnre  hebben  geexcedeert."  Volgens  de  regtspleging,  welke 


1.    Brief  van  H.  van  Spenlt  aan  GG.  en  Raden »  dd.  Amboina  5  JunQ  1628. 

/Google 


Digitized  by  ^ 


TUI 

destgdS;  voor  een  gedeelte  ten  minste  in  Holfautd  werd  gevolgd, 
gold  de  regel,  ^  dat  men  tot  het  pgnigen  niet  komen  mag  of 
men  moet  zeker  weten  dat  de  misdaad  is  b^aan/'  of  ook 
;,  wanneer  de  informatien ,  gedane  confessien  ende  verdere  be- 
„  wijzen  en  indiden  bij  elkander  gevoegd  van  zoodanig  gewigt 
jj  en  consideratie  zgn,  dat  zg  uitmaken  utdicia  sufficientia  ad 
„  torturamy  de  procoreur  generaal  in  dat  geval  op  de  roUe 
„  eischen  kan,  dat  de  beschnldigde  zal  worden  gebragt  ter  scher- 
„  per  examen/'  * 

Hoewel  de  criminele  ordonnantie  van  5  Jnlg  1570,  bij  de 
pacificatie  van  Grend,  ten  minste  voor  zooverre  zg  punten  van 
godsdienst  raakte,  was  geschorst,  schgnt  zg  voor  het  overige, 
naast  de  costnymen  van  Rgnland,  nog  bgna  twee  eeuwen  lang 
als  leiddraad  bij  de  criminele  regtspleging,  in  Ned^land  te  zgn 
aangemerkt.  *  In  plaatsen  onder  het  volstrekt  gebied  der  Neder- 
landsche  Oost-Indische  Compagnie  in  Indie,  werd  regt  gesproken 
in  naam  der  Staten-(xeneraal  of  der  Hooge  Overigheid,  en  men 
schijnt  er  de  criminele  r^tspleging,  welke  in  Nederland  gevolgd 
werd,  te  hebben  uitgeoefend,  eerst  door  usantie  en  bg  analogie 
der  aanschrgving  van  4  Maart  1621 ,  later  op  uitgedrukten  last 
van  het  Opperbestuur,  dat  in  de  instructie  voor  de  Hooge  Re- 
gering, dd.  17  Maart  1632,  de  ;,  observatie  der  instructien  en 
praktijken  in  de  Ver.  Nederl.  provinciën  doorgaans,  zoo  in  het 
civiel  als  in  het  crimineer*  voorschreef.  Evenmin  als  in  Neder- 
land, werden  in  Indie  de  voorschriften  der  criminele  ordon- 
nantie, in  alle  deelen  nagekomen;  maar  werd  de  criminele  pro- 
cedure én  hier  én  in  Indie  voor  een  deel  ook  beleid  naar  plaatse- 
Igke  stglen,  usantien  en  manieren.  Invloedrgke  regtsgeleerden 
bleven  niettemin  aan  de  ordonnantie  van  1570  regtsgeldigheid 


1.  Cf.  Simon  van  Leeawea,  Coatuyoien  van  Rijnland,  bladz.  109.    Bort,  tractaat 
van  criminele  saecken,  fol.  455,  n».  45;  fol.  501,  n».  53  en  fol.  502. 

2.  Cf.  Bort.  11.  titel  5,   u».  51.    BBvios  Voorda,    De  criminele  ordonnantie,   in- 
leiding, bladz.  9  sq. 


Digitized  by 


Google 


IX 

toekennen  en  sommige  yoorschriften  dier  ordonnantie  werden 
ten  minste  door  nsantie^  als  algemeen  verbindend  aangemerkt. 
Onder  die  voorschriften  moeten  in  de  eerste  plaats  gerekend 
worden  de  bepaling,  omtrent  hetgeen  men  onder  indicia  sufft- 
eierUia  ad  torturam  te  verstaan  had  en  hetgeen  b§  confrontatie 
en  recolement  in  acht  moest  worden  genomen. 

Het  grond  mag  men  betwgfelen  of  de  vermoedens  tegen  en 
de  bekentenis  van  Hytje-so  reeds  dadel^k  van  dien  aard  en  dat 
gewigt  waren,  dat  men,  met  inachtneming  der  ordonnantie  van 
1570,  tot  de  torture  mogt  overgaan.  Maar  indien  men  de  vraag 
stelt  of  de  regter  op  Amboina,  door  toen  reeds  tot  scherper 
examen  te  besluiten,  iets  erger  gedaan  heeft,  dan  de  regter  in 
Nederland  zon  hebben  gedaan,  dan  zal  men  die  vraag  ontken- 
nend moeten  beantwoorden;  want  het  was  nsantie  om  verkla- 
ringen van  meer  dan  één  getuige  aan  te  nemen  als  voldoende 
indicia  tot  pgniging.  'Tegen  Hytje-so  getuigden  de  met  hem 
geconfronteerde  soldaten  en  de  beoordeeling  van  het  gewigt 
dier  indicia  was  aan  de  beoordeeling  des  regters  overgelaten. 
De  uitkomst  scheen  hier  den  regter,  die  tot  pijniging  verwees, 
in  het  gelijk  te  stellen;  want  na  de  pijniging  kreeg  de  beken- 
tenis van  Hy^e-so  een  geheel  ander  karakter.  Hij  beleed,  vol- 
gens de  stukken,  dat  een  ander  Japansch  soldaat,  Sydney 
Hichel,  die  vroeger  in  dienst  der  Engelsche  Coïhpagnie  was 
geweest,  hem  verzocht  had,  dat  hij  onderzoek  zou  doen  naar 
het  aantal  soldaten  op  het  kasteel,  naar  de  wijze  waarop  de 
aflossingen  van  de  wachten  plaats  hadden ,  en  of  hij  ook  zou 
willen  medewerken  aan  het  overleveren  van  het  kasteel  aan  de 
Engelschen.  Hytje-so  had  geantwoord  ja,  indien  hij  goed  be- 
loond werd;  die  belooning  was  hem,  zoo  verklaarde  hij,  door 
Michel  namens  de  Engelschen  toegezegd.  Sedert  drie  maanden 
had  h^  nu  meermalen  over  de  zaak  gesproken,  zoowel  in  het 
kwartier  der  Mardikers  als  in  de  loge  der  Engelschen,  met  meer 
andere  Japanners  en  met  twee  Engelschen  Mr.  Timotheus  John- 
son en  den  barbier  Abel  Preys  of  Price.    Alle  Japansche  sol- 


Digitized  by 


Google 


daten  hadden  beloofd  aan  het  verraad  deel  te  zullen  nemen. 
Het  plan  zon  worden  uitgevoerd ,  wanneer  een  Engelsch  schip 
in  de  haven  zou  zgn  aangekomen,  dan  zouden  twee  man  op 
iedere  punt  van  het  kaateel  de  wachten  overvallen ,  de  overigen 
zouden  den  Nederlandschen  gouverneur  in  de  zaal  opsluiten  en 
bewaken,  en  hg  die  weerstand  bood,  zou  worden  doodgeslagen. 
Deze  confessie  werd,  zoo  het  schgnt,  onmiddelgk  op  sdirift  ge- 
steld en  door  Hyt}e-so  onderteekend,  de  acte  ten  minste  draagt 
de  dagteekening  van  23  February,  denzelfden  dag  waarop  de 
zaak  aan  't  licht  was  gebragt. 

Hier  doet  zich  op  nieuw  eene  vraag  van  vorm  in  de  regts- 
pleging  voor.  De  ordonnantie  van  1570  schrgft  voor,  dat  wan- 
neer een  gevangene  door  middel  van  de  pgnbank,  de  hem 
opgelegde  misdaden  belijdt,  hg  buiten  de  plaats  waar  de  pgni- 
ging  is  gedaan,  binnen  één  dag  daarna,  op  nieuw  moet  wor- 
den a%evraagd  of  hg  bg  zgne  confessie  .persisteert.  De  regts- 
geleerde  Bort  zegt  daaromtrent  uitdrukkelijk,  dat  de  gevangene 
het  feit  hem  ten  laste  gelegd,  in  de  torture  bekennende,  weder 
ondervraagd  moet  worden  vier  en  twintig  uren  daarna,  niet 
vroeger  „ne  durare  adhuc  tormentorum  metus  videatur  ^  en 
in  Nederland,  werd  in  de  praktijk  ook  aldus  gehandeld. 

Zgn  die  voorschriften,  is  die  praktgk  nu  bg  het  verhoor  van 
den  eersten  Japanner  in  acht  genomen?  De  regters,  die  over 
de  zaak  op  Amboina  gezeten  hebben,  hebben  onder  eede  ver- 
klaard, dat  de  confessiën  der  beschuldigden  behoorlgk  zgn  ge- 
recoleerd,  dat  de  beschuldigden  buiten  pgn  en  banden  nogmaals 
en  herhaaldelijk  zijn  gehoord;  maar  uit  de  acte  van  confessie 
van  Hy^CHSO,  gedagteekend  op  den  dag  zelven,  waarop  hg  was 
aangegrepen  en  verhoord,  uit  de  confessiën  der  overige  beschul- 
digden, waarop  dan  toch  de  eisch  des  fiskaals  en  het  vonnis 
der  regters  werd  gegrond,  blijkt  niets  van  recolement  of  con- 
frontatie.   In  hoeverre  in  zulk  een  geval,  in  die  dagen  de 


1.    Bort:  TracUet  van  Crimiiielc  Saocktn,  bl.  501,  50'2  en  508. 

/Google 


Digitized  by  ^ 


XI 

regtsregel  gold :  non  apparere  et  non  esse  in  jure  idem ,  durf  ik 
niet  beslissen  ^. 

Ëene  andere  hoogstgewigtige  infonnaliteit  wordt  er  nog  in 
de  oopie  authentiek  der  confessien^  ten  processe  voortgebragt; 
gevonden.  Zg  bestaat  daarin,  dat  twee  acten  en  ééne confessie, 
onder  dagteekening  yan  23  Febmarg  door  alle  de  leden  van 
den  raad  yan  Amboina,  ten  getale  yan  15,  z^n  onderteekend, 
niettegenstaande  één  dezer  raden,  namelgk  Jan  Jacobsz.  Wgn- 
ooop  in  Febraarg  1626  yoor  Qonyemenr-Generaal  en  Baden  de 
beëedigde  yerklaring  heeft  afgelegd,  dat  hg  tgdens  de  eerste 
en  tweede  examinatie  der  Japanners ,  alzoo  op  23  en  24  Febmarg , 
op  Amboina  niet  aanwezig  was.  Valschheid  in  geschrifte,  dolo 
begaan,  kan  men  den  opperkoopman  Wgncoop  moeijelgk  ten 
laste  leggen,  want  in  dat  geyal,  zou  hg  zgne  afv^rezigheid  op 
23  Febmarg  niet  zelf  ongevraagd  hebben  aan  den  dag  gebragt. 
Men  kan  deze  infomlaliteit  dus  alleen  daamit  verklaren,  dat 
de  acten  zgn  voorzien  van  de  dagteekening  van  het  eerste  ver- 
hoor en  later  bg  recolement  en  resumtie  door  alle  regters  zgn 
getekend,  zonder  bg  voeging  van  eene  latere  dagteekening. 


1.  De  wjze  waarop  de  zaak  is  aangelegd  en  de  verhooren  hebben  plaats  gehad» 
garen  dan  ook  later  aanleiding  tot  hevige  klagten  van  de  ztjde  der  Engelschen.  De 
opperkoopman  Jan  yan  Leeuwen,  raad  en  regter  in  het  geding  op  Ambdna  werd  op 
den  dden  Ifebmary  1626  op  een  groot  aantal  vraagponten  door  Goavemeor-Generaal 
en  Baden  gehoord;  op  vraagpunt  91  of  de  Japanners  «op  een  quaet  fundament 
▼abche  eode  gefttbrioeerde  aocnsatien  en  suspitien  geexamineert  en  teer  jammerl^ck 
gep^nieht  sfjo ,  antwoordde  van  Leeuwen ,  dat  alle  de  rechters  over  de  judicature  van 
de  laeeke  der  Engelschen  en  Japonesen  geseten  hebbende,  geweest  sQn  lubden   ter 

goeder  naem  en  faem deweloke  als  goede  en  getrouwe  raetspersonen  toestaat 

en  betaemt  om  niemants  wille  of  mit  haet,  n^t  ofte  faveur  van  d'een  of  d'ander  par- 
tye,  hare  oonscientie  souden  willen  beswaren  of  anders  yets  voornemen  te  doen,  als 
daer  hare  gedaene  eet  en  eere  hun  toe  was  verplichtende,  prineipalyck  tot  praqjodicie 
van  alsnlcke ,  met  wdcke  sy  te  vooren  in  alle  famiUaritejt  ende  goede  correspondentie 
geeenverseert  hadden,  ende  dat  derhalve  de  gemdte  raetspersonen  mede  dese  gemelte 
Japonnesen  niet  op  einich  quaet  fundament,  valsche  en  gefabriceerde  aocnsatien  ter 
examinatie  gebracht  hebben. 

De  Engelsdien  hebben  selfs  later  beweerd  dat  de  informalitet  by  het  verhoor  der 
Engelschen  i66  groot  was,  dat  de  confessien  der  beschuldigden  allen  op  één  dag,  den 
85eten  Febmarg  gesteld  z^n.  Die  bewering  is  echter  bepaald  onwaar;  de  Engelschen 
z|n  volgens  de  authentieke  stukken  verhoord  op  25,  26,  27,  28  February,  1  en  3 
Maart  en  het  vonnis  uitgesproken  9  Maart  1623. 


Digitized  by 


Google 


XII 

De  bekentenis  van  Hjrtje-so  door  torture  verkregen;  maakte 
den  Ooavemeur  van  Speult  zoo  „verbaasd  en  gealtereert/'  dat 
hij  onverw^ld  de  poort  en  de  punten  van  het  kasteel  met  dub- 
bele wachten  deed  bezetten  ^  aan  al  de  Japanners  de  wapenen 
ontnemen  en  hen  in  hechtenis  nemen  deed. 

De  tweede  Japanner  Sydney  Michiel  werd  nu  voor  den  raad 
geroepen  en  in  verhoor  genomen.  Na  eenige  torture,  zooals  in 
de  acte  van  confessie  te  lezen  staat,  beleed  Sydney  Michiel 
dat  hij  door  eenen  Pedro  Gongie,  mede  een  Japanner,  naar  de 
sterkte  van  het  Nederlandsch  garnizoen  op  Amboina  had  doen 
vernemen,  omdat  de  barbier  der  Engelschen,  Abel  Price,  twee 
of  drie  maanden  vroeger,  hem  voor  het  eerst  had  gevraagd  of 
hg  de  Japanners  zou  weten  te  winnen  tot  overlevering  van  het 
kasteel  aan  de  Engelschen.  Na  die  vraag  had  h^  met  zijne 
Japansche  medesoldaten  daarover  beraadslaagd  en  eindelgk  in 
het  voorstel  toegestemd.  Verscheiden  malen  had  hij  over  het 
„beleid  van  de  sake  en  den  tyd"  met  Kapitein  Towerson,  met 
Thomson,  John  de  Clerq  of  Clarke,   Abel  Price  en  anderen 


Het  plan  zou  volvoerd  worden,  wanneer  een  Engelsch  schip 
in  de  haven  van  Amboina  zou  gekomen  zyn,  wanneer  met  hulp 
der  Engelschen  en  van  hunne  slaven  het  kasteel  zou  zijn  ver- 
meesterd  en  alles  doodgeslagen,  wat  weerstand  bieden  mogt.  Op 
elk  der  punten  van  het  kasteel  zouden  twee  Japanners  zich  bege- 
ven hebben,  en  dep  Gouverneur  zou  men  in  de  groote  zaal 
hebben  bewaakt.  Duizend  realen  en  een  aandeel  in  den  buit, 
was  het  loon  voor  ieder  Japanner,  dat  de  Engelschen  hadden 
toegezegd.  In  de  hoofdpunten  kwam  dus  de  confessie  van  den 
tweeden  Japanner  met  die  van  den  eersten  overeen. 

Acht  Japanners  werden  volgens  de  authentieke  stukken  nu 
achtereenvolgens  op  24  Februarij ,  gehoord.  Hoewel  in  de  blijk- 
baar onvolledige,  in  haast  opgestelde  confessiën  met  geen  enkel 
woord  van  „torture"  wordt  melding  gemaakt,  zijn  alle  de 
overige  Japanners,  volgens  de  depositien  van  de  kooplieden  van 


Digitized  by 


Google 


xni 

Santen  en  Crayvanger^  leden  van  den  raad  van  Amboina  en 
regters  in  het  geding  „al  te  samen ^  maer  met  water,  d'eenmin 
„  d'ander  meer  gepgnicht,  naerdat  se  eerst  frivolgek  en  met 
y,  ongefondeerde  redenen  weijgerden  iets  te  bekennen."  Na  die 
„  tortnre  bekenden  zg  allen  nevens  d'andere  Japonders  met  d'En- 
„  gelschen  gebitchaert  ende  hunnen  dienst  daermede  toe  belooft 
„  te  hebben."  ^  Deze  bekentenis  zouden  zg  ook  na  de  pgni- 
ging,  bij  confrontatie  met  de  Engelschen  hebben  volgehouden,* 
Slechts  één  Ji^nner  verontschuldigde  zich  door  te  zeggen,  dat 
hg  van  de  zaak  kennis  had  gehad ;  maar  dat  hg  zgne  hulp  niet 
had  toegezegd;  omdat  hg  oud  en  ziekelijk  was. 

Door  alle  de  Japanners  waren  dus  de  Engelschen  als  eerste 
aanleggers  van  de  zamenzweriug  aangewezen. 

De  barbier  der  Engelschen  Abel  Price,  een  jong  mensch  van 
24  jaren ,  bevond  zich  op  dat  oogenblik  toevallig  in  hechtenis , 
beschuldigd  van  „moedwil,  brandstichting  en  geweldpleging  in 
ander  lieden  huizen."  De  Gouverneur  van  Speult  liet  dezen 
Engelschman  nu  uit  de  gevangenis  halen  en  voor  den  raad  in 
verhoor  nemen.  Het  proces  verbaal  der  verboeren  zegt,  dat 
nadat  hem  was  voorgehouden  de  plaats  waar,  de  personen  waar- 
mede en  de  tgd  wanneer  de  Japanners  met  de  Engelschen  over 
het  voorgenomen  verraad  hadden  onderhandeld.  Abel  Price  de 
bekentenis  aflegde,  dat  hij  uit  naam  en  op  last  van  Eapn.  To- 
werson,  eerst  met  den  Japanner  Sydney  Michiel,  en  daarna 
drie  of  viermaal  met  de  andere  Japanners,  in  gezelschap  van 


1.  Infomuitie  en  confessie  van  Pedro  Cooje,  Seysimo,  Thome  Ck>Kea,  Tsiosa, 
QmoDday,  Sinsa,  Tsairenda,  Laachoe.  Mnsc,  K.  A. 

2,  Dit  blykt  echter  niet  nit  de  processtakken  yan  het  geding  op  Amboina,  maar 
wel  uit  de  depositien  van  de  regters  yan  Santen  en  Cray  vanger,  op  26  en  26  Ooto- 
ber  1625,  en  yan  Leeuwen  en  Wyncoop  in  Febrnar^  1626  yoor  Oonyemeor-Oenerael 
en  Raden  te  Batayia.  Crayvanger  antwoordde  o.  a.  op  yraagpnnt  98 :  dat  alle  Japan- 
ners tot  den  lesten ,  daerby  (by  hnnne  confessie)  syn  gebleeyen ,  persisteerende ,  yercla- 
rende  hy  deposant  daerenboven ,  dat  eenige  Japanders  boyten  pynen  en  banden,  eenige 
Engdscben,  in  presentie  yan  den  raet  hebben  overtnyght  dat  sy  aenleyders  yan  t 
feyt  waren,  en  genoemt  tjft  en  stont,  en  plaetse  waer  sQ  met  de  yoors.  Engdsen 
yan  't  inneemen  van    t  casteel  gehandelt  ende  gesproocken  hebben." 


Digitized  by 


Google 


xnr 

Mr.  Thomson,  Johnson  en  Clarke  over  het  meester  worden  van 
het  kasteel  had  geraadpleegd.  Dat  de  Japansche  soldaat  Michiel 
ook  eenige  malen  in  de  Engelsche  loge  over  den  aanslag  was 
komen  spreken,  en  nu  en  dan  rapport  tian  Towerson  had  ge- 
bragt.  Alle  de  Engelsche  kooplieden  op  de  boitenkantoren 
van  Amboina  hadden  kennis  van  den  aanslag  en  het  feit  zon 
volvoerd  worden,  zoodra  een  Engelsch  schip  voor  Amboina  zon 
geankerd  zgn. 

De  acte  welke  deze  bekentenis  bevat,  maakt  van  pijniging 
geen  melding;  doch  van  Spenlt  zelf  in  zgn  verslag  van  5  Jnng 
1623  en  de  kooplieden  van  Santen  en  Herman  Crayvanger  in 
hunne  verklaringen  van  1625  zeggen,  dat  Price  tot  bekentenis 
is  gebragt  na  kleine  of  geene  torture  met  water. 

Na  de  confessie  van  Price  werden  alle  de  Engelsche  koop- 
lieden met  Gabriel  Towerson  aan  het  hoofd ,  in  de  raadzaal  voor 
den  Goavemenr  van  Spenlt  en  zgnen  raad  ontboden  en  daar 
werd  hun  aangezegd,  dat  zg  in  hechtenis  zouden  big  ven.  Tower- 
son werd  in  de  loge  der  Engelschen  bewaakt,  de  overigen  wer- 
den in  de  gevangenis  van  het  Nederlandsch  kasteel  opgesloten. 
Onmiddelgk  werden  alle  de  goederen  en  papieren  van  de  En- 
gelsche Compagnie  opgeschreven  en  in  bewaring  gesteld. 

De  eerste,  die  nu  op  dien  dag,  den  25Februarg,  in  verhoor 
genomen  werd,  was  Timotheus  Johnson  of  Jonsen,  een  onder- 
koopman, 29  jaren  oud. 

Hoewel  de  processtukken  ook  hier  weder  van  pgniging,  con- 
frontatie en  recolement  geen  melding  maken,  blgkt  het  toch 
uit  de  verklaringen,  afgelegd  door  de  kooplieden-regters  van 
Santen  en  Crayvanger,  dat  Johnson  met  water  gepgnigd  is, 
en  eerst  daarna  bekend  heeft,  dat  op  den  nieuwjaarsdag  van 
1623,  de  kapitein  Towerson,  als  hij  op  dien  dag  alle  de  onder 
zgn  gezag  staande  Engelschen  bg  zich  in  de  loge  had  verza- 
meld, hun  had  voorgehouden  hoeveel  onregt  de  Engelschen  van 
de  Nederlanders  hadden  te  Igden  en  voorgesteld  of  zg  geen 
moed  zouden  hebben  om  zich  over  dat  onregt  te  wreken.  Hg, 


Digitized  by 


Google 


XT 

Towerson,  wist  middel  om  met  al  zgn  volk;  zoowel  dat  op 
Amboina  als  op  de  bnitenkantoren  was  gevestigd  en  met  hulp 
yao  eenige  Japansche  soldaten ,  zich  meester  te  maken  van  het 
Kederlandsch  kasteel  op  Amboina. 

Johnson  erkende^  dat  alle  aanwezigen  daarop  hunne  toestem- 
i^g  gegeven  hadden  en  dat  men  voornemens  was  geweest  den 
aanslag  ten  uitvoer  te  leggen  als  de  Gouverneur  van  Spealt  op 
een  togt  zou  zgn  uitgegaan,  wanneer  de  bezetting  het  zwakste 
zgn  zou.  Alle  Engelsche  kooplieden  op  de  buitenkantoren  waren 
met  de  zamenzwering  bekend  en  hQ,  Johnson,  had  nog  slechts 
zes  of  zeven  dagen  te  voren  over  de  zaak  geraadpleegd  in  de 
woning  van  een  der  Japanners  met  de  kooplieden  Thomson, 
Clarke  en  den  barbier  Price. 

Gedurende  de  volgende  dagen  26,  27,  28  Februarg,  lenS 
Haart  werd  nu  het  verhoor  der  16  overige  Engelschen  en  van 
den  hoofdman  der  slaven  van  de  Compagnie,  Augnstino  Peres 
voortgezet.  Van  de  Engelschen  werden  er  twaalf  aan  het  scher- 
per examen,  dat  is  aan  de  pgniging  onderworpen,  hoewel  daar- 
van niets  in  de  processtukken  wordt  vermeld.  Robbert  Brown, 
John  Farden,  John  Beaumont,  Jan  de  Glercq  of  Clarke,  Wil- 
liam  Webbersz.,  George  Sarack,  John  Gregs,  ^amuel  Golson, 
John  Witherhal,  Gabriel  Towerson  en  Emanuel  Thomson  onder- 
gingen aUen,  volgens  de  verklaring  der  opperkooplieden  Wyn- 
coop,  van  Leeuwen  en  der  kooplieden,  van  Santen  en  Cray- 
vanger,  de  torture  met  water  alleen,  terwgl  John  Beaumont 
slechts  zeer  Hgt  werd  gepgnigd  omdat  h^  ziekelgk  was  en  meer 
gevorderd  in  jaren;  maar  Thomson  en  Clarke  werden  eerst  met 
water  en  daarna  wegens  hunne  „  obstinaetheyt  in  't  ontkennen, 
ff  niettegenstaende  presentelyck  by  confrontatie  van  verscheyden 
personen  overtuygt  waren "  met  brandende  kaarsen  onder  de 
okselen  en  elleboogen  gepgnigd.  ^ 

1.  Beëed%de  beantwoording  van  vraagpant  64,  van  het  interrogatoir  ran  den 
oppotoopmao  Jan  Tan  Leeowen,  gewesen  legter  ia  Amboina  voor  6.-0.  en  Raden 
3  Febmarg  1626,  en  dito  .dedaratien  van  de  kooplieden  van  Santen  en  Crayvangeri 
dd.  26  October  1625.  Mnsc.  R.  A. 


Digitized  by 


Google 


XTI 

Hoewel  sommigen  meer  dan  anderen  in  bgsonderbeden  traden, 
kwamen  toch  de  bekentenissen  van  alle  deze  getortoreerden 
hoofdzakelgk  hierop  neder,  dat  op  of  omstreeks  den  Isten 
Janoarg  1623,  de  kapitein  Towerson,  nadat  hy  van  alle  aan- 
wezige Engelschen  den  eed  van  geheimhouding  op  den  bghel 
bad  a^enomen,  voorgedragen  had,  hoeveel  onregt  de  Engelschen 
van  de  Nederlanders  hadden  te  Igden,  en  daarop  gevraagd  had 
of  men  gera  moed  hebben  zon  om  dat  onregt  te  wreken.  Som- 
mige Engelschen  hadden  daarop  gezegd,  dat  de  Engelschra 
daarvoor  te  zwak  waren,  maar  Towerson  zon  volgens  het  ge- 
tuigenis van  eenigen  hebben  geantwoord:  men  moest  zgn  slag 
waarnemen  als  een  Engelsch  schip  op  de  reede  kwam ;  volgens  ver- 
klaring van  anderen  zou  de  aanslag  geschied  zgn  als  de  Nederland- 
Bche  gouverneur  met  zgne  beste  soldaten  op  een  togt  afwezig  zou 
zgn;  de  Japansche  soldaten  had  men  tot  zyn  dienst  en  dan  zou 
hg ,  Towerson ,  nog  de  Engelsche  kooplieden  met  hunne  slaven  van 
de  buitenkantoren  ontbieden,  om  gezamentlgk  het  feit  te  volvoeren. 
Allen  hadden  toen  in  den  aanslag  toegestemd  en  men  was  over- 
eengekomen dat  ieder,  die  hun  tegen  zoude  staan,  zou  worden 
doodgesmeten. 

Belangrgk  was  vooral  het  verhoor  van  Eduard  Collins,  die, 
volgens  de  eenparige  verklaringen  van  de  opperkooplieden  van 
het  kasteel  Amboina,  Jan  van  Leeuwen,  Jan  Jacobsz.  Wijncoop, 
de  kooplieden  van  Santen  en  Crayvanger,  r^gters  in  dit  geding, 
afgelegd  voor  Gouvemeur-Generael  en  Baden  in  October  1625 
en  Februarg  1626,  vrg willig,  zonder  eenige  torture  of  bedreiging 
zgn  aandeel  in  de  zamenzwering  bekende.  Van  de  zgde  der 
Engelschen  is  niettemin  later  beweerd  dat  Collins  alleen  door 
vrees  voor  de  torture  en  door  bedreigingen  tot  die  bekentenis 
zou  gebragt  zgn. 

Op  den  28sten  Februarg  werd  nu  het  opperhoofd  der  Engel- 
schen, Gabriel  Towerson,  in  verhoor  genomen.  De  acte  van 
confessie  van  dezen  beschuldigde  vermeldt  niet,  dat  hg,  „  soo 
„in  syn  examinatie  als  confrontatie,  obstinaetlyck  persisteerde 


Digitized  by 


Google 


tTIt 

„  aent  voors.  verraet  in  't  minst  geen  schuit  te  hebben."  Zg 
vermeldt  ook  niet  dat  er  confrontatie,  pgniging  en  weigering 
Yan  onderteekening  heeft  plaats  gehad.  Alleen  de  confessie 
van  Towerson  zooals  hy  die  ten  laatste  deed  is  in  de  acte  op- 
genomen. Toch  was  er,  aan  die  eindconfessie,  veel  vooraf- 
gegaan. Volgens  de  beëedigde  verklaringen  van  de  Neder- 
landsche  opperkooplieden  Jan  van  Leeuwen  en  Jan  Jacobsz. 
Wgncoop  werd  Towerson  tegen  verscheidenen  zgner  medebe- 
schuldigden,  en  o.  a.  tegen  Edward  CoUinS;  die  vrg willig  be- 
kend had,  geconfronteerd.  GoUins  wierp  zich  „  met  schregende 
„  oogen  op  de  knieën  voor  de  voeten  van  Towerson  en  legde 
„  hem  ten  laste,  dat  hg,  Towerson,  de  aanlegger  en  principale 
„  oorsaecke  was  van  dese  conspiratie,  vermanende  Cap°.  Towerson 
„voorts  de  waerheyt  van  't  gepasseerde  te  willen  verclaren, 
„  gelijck  hij  gedaen  hadde,  seggende:  ick  moet  de  waerheyt 
„  bekennen  ende  en  begeere  om  uwent  wille  geen  pgne  te  lijden."  ^ 
Towerson  bleef  echter  alle  deelneming  aan  het  verraad  ontken- 
nen. Hij  werd  nu,  overeenkomstig  den  eisch  van  den  fiskaal 
ter  torture  met  water  gebragt  en  bekende  toen:  dat  hij  voor- 
genomen had  en  meermalen  met  zgn  volk  daarover  had  geraad- 
pleegd, om  het  kasteel  te  overweldigen,  dat  al  zgn  volk  daarin 
had  toegestemd  en  dat  hg  zijn  plan  zou  hebben  uitgevoerd  op 
een  tgdstip,  waarop  de  Gouverneur  van  Speult  afwezig  zou 
zgn.  Nadat  hem  was  afgevraagd,  wat  hem  tot  dat  voornemen 
bewogen  had,  antwoordde  Towerson;  begeerte  naar  eer  en  voor- 
deel, en  op  de  vraag,  bg  wien  hg  daarmede  eer  en  voordeel 
zou  hebben  behaald  en  voor  wien  hg  het  kasteel  zou  vermeesterd 
hebben,  zeide  hij:  dat  indien  hij  zgn  voornemen  had  kunnen 
volvoeren,  hg  daarvan  terstond  aan  de  Engelschen  te  Batavia 
kennis  zou  hebben  gegeven  en  van  daar  hulp  ontboden,  ten 
einde  het  kasteel  van  Amboina  voor  de  Engelsche  Compagnie 
te  bewaren ;  maar  zoo  de  Engelschen  te  Batavia  hem  geen  hulp 
mogten  verleend  hebben,  dan  zou  hg  het  kasteel  voor  zich  zei* 


1.    Intcrrogotoirai  Tan  Wynooop  en  vaa  Leeinren.  U. 

V.  11 

•     Digitized  by  VjOOQ IC 


IVIII 

yen  hebben  behouden  en  getracht  met  de  inlanders  in  contract 
te  komen*  Hg  had  van  niemand  bevel,  instructie  of  last,  hij 
was  de  eerste  inventeur  en  auteur  yan  dit  concept,  dat  hij  op 
nieuwjaarsdag  aan  zijn  volk  had  medegedeeld,  nadat  zg  hem 
trouw  en  geheimhouding  op  den  bgbel  gezworen  hadden.  Tower- 
son  bekende  ook,  dat  hg  aan  zijn  yolk  last  gegeyen  had  om 
aanhangers  te  winnen.  Mr.  Johnson  en  Price  hadden  dien  ten 
geyolge  de  Japanners  yoor  de  zaak  gewonnen.  Zelf  had  hg 
echter  met  de  Japanners  niet  gesproken,  alleen  door  tusschenperso- 
nen  had  hij  met  hen  onderhandeld;  maar  aan  niemand  had  hg 
last  gegeyen  om  met  de  inwoners  yan  Loehoo,  Hitoe  of  Com- 
bello  oyer  den  aanslag  te  spreken,  veel  min  had  hij  aan  de 
inboorlingen  hulp  of  ondersteuning  toegezegd.  Den  tijd  waarop 
het  stuk  zou  worden  yolyoerd,  had  hg  nog  niet  bepaald;  maar 
wanneer  het  zooverre  gekomen  zou  zijn,  zou  hij  zijn  volk  en 
de  sUiven  der  Engelsche  Compagnie  van  de  buitenkantoren  heb- 
ben ontboden.  * 

Gedurende  dit  verhoor  beklaagde  de  Nederlandsche  Gouver- 
neur Herman  van  Speult  zich  tegenover  Towerson,  over  deze 
misdadige  plannen  en  vroeg  hem:  zou  dit  nu  de  belooning  zijn 
geweest,  welke  gg  mg  toedacht,  vooral  de  vriendschap,  welke 
ik  u  bewezen  heb?  Met  een  diepen  zucht  zou  Towerson  daarop 
geantwoord  hebben:  Och!  ware  dit  stuk  te  herdoen,  het  zoude 
niet  gedaan  worden.  ^ 

Achter  de  reeks  van  confessien  der  Engelschen  treft  men  eindelijk 
nog  de  bekentenis  aan,  van  het  opperhoofd  der  slaven  van  de  Ne- 
derlandsche Compagnie  op  Amboina,  een  Portugees  in  Bengalen 
geboren,  Augustino  Peres  genaamd.  Nadat  deze  ter  examinatie 
was  gebragt,  bekende  hg,  dat  hij  met  de  Japanners  tot  de  over- 
weldiging van  het  kasteel  door  de  Engelschen,  zou  hebben  mede- 
gewerkt 


1.  Gopie  autheiit.  van  de  confessien  en  sententien  van  Mr.  Toawenon  ende  com- 
plicen enz.  Mnsc.  K.  A. 

2,  Brief  van  Herman  van  Speolt  aan  G^6.  en  Baden «  6  Jnny  1623. 


Digitized  by 


Google 


Gedurende  eenige  dagen^  van  3  tot  8  Maart;  schgiM;  de  Qw- 
yemeur  yan  Speult  in  liet  nemen  van  een  besluit  te  hebben 
geweifeld  en  er  over  gedacht  te  hebben;  om  de  beschnldigden 
met  de  processtokken  aan  den  (ïonyemenr-Generaal  en  de  Baden 
Tan  Indie  op  te  zenden.  Op  den  8sten  Maart  bragt  hg  ten 
minste  zoodanig  besluit  bi|  den  raad  in  overweging  ;,  hoewel 
j,  hem  onnoodich  docht  ten  regarde  van  het  voors.  enorme  delict; 
„  de  sake  eenich  renvoy  behoorde  of  conne  Igden;  alsoo  men 
;;  tegenwoordich  met  over  de  40  gevangenen  was  belast  en  niet 
y,  en  wiste  wat  vyanden  van  buijten  en  van  binnen  meer  sonde 
„  mogen  hebben," 

Het  voorstel  door  een  invloedrijk  gouverneur  op  zulk  eene 
wgze  toegelicht;  kon  natuurlijk  moegelijk  bg  den  raad  bgval 
vinden.  Met  eenparige  stemmen  werd  dan  ook  „  goetgevonden 
„  ende  geresolveert,  dat  de  sake  ter  plaetse  van  het  geconci- 
;,  pieerde  en  besloten  delict,  anderen  ten  exempel  behoorde  te 
;,  worden  gestraft;  te  meer  alsoo  eenige  Tematanen  en  swarten 
„  hier  omtrent;  buyten  gewoonte  nu  eenigen  tyt  herwaertS;  appa- 
„rentlgck  door  ophitsen  van  dito  EngelscheU;  hebben  beginnen 
„  te  rebelleren." 

De  fiskaal  de  Bruijn  ontving  nu  last;  om  eisch  en  conclusie 
tegen  de  beklaagden  te  nemen.  Dit  deed  hg  nog  op  den  zelf- 
den dag.  Het  requisitoir  is  kort;  het  is  vervat  in  slechts  21 
regels  schrift.  De  fiskaal  mogt;  omdat  het  hier  een  extra-ordinair 
proces  waS;  geen  andere  stukken  overleggen;  dan  de confessien ; 
maar  een  summier  verhaal  der  feiten ;  zooals  in  Nederland  toch 
gewoonlgk  in  de  acten  van  eisch  van  dien  tgd;  wordt  gevon- 
den; treft  men  in  het  requisitoir  van  den  .fiskaal  de  Brugn  niet 
aaU;  zelfs  de  namen  der  beschuldigden  worden  niet  a&onderlgk 
vermeld;  er  wordt  alleen  gesproken  van  Gabriel  Towerson  met 
zgne  creaturen  en  complicen  in  de  confessien  genoemd.  Met 
uitzondering  van  vier  personen;  wier  namen  worden  opgegeven; 
eischte  de  fiskaal  de  doodstraf  door  het  zwaard;  voor  allen  en 
bovendien  voor  Towerson ;  dat  hg  na  zgn  dood  zou  worden  ge- 


Digitized  by 


Google 


XI 

vierendeeld  en  zgn  hoofd  en  zijne  overige  Ugchaamsdeelen  op  sta- 
ken zouden  worden  gesteld.  De  doodstraf  te  eischen  voor  allen 
zonder  aanmerkel^k  onderscheid  ten  gunste  der  medepligtigen 
te  maken ;  schynt  hard;  onmenschelijk,  onregtvaardig;  maar  in 
een  proces  wegens  crimen  laesae  majesiaiis  kon  destgds  geen 
anderen  eisch  gedaan  worden.  In  ditzelfde  jaar  1623  werd 
ook  in  Nederland  een  proces  wegens  crimen  laesae  majesiaiis 
gevoerd;  tegen  Nederlanders ,  tegen  de  zamengezworenen,  die 
een  aanslag  op  het  leven  van  prins  Maurits  hadden  gesmeed 
en  ook  daar  werden  allen ,  zonder  onderscheid  tusscheu  meer  of 
minder  schuldigen ;  ter  dood  verwezen. 

Op  den  volgenden  dag;  9  Maart,  werden  bij  sententie  van 
Gouverneur  Herman  van  Spenlt;  uit  naam  en  als  Gouverneur 
van  de  Hoog  Mogende  Heeren  Staten  Generaal  der  Vereenigde 
Nederlanden;  met  zijnen  ordinaris  raad,  de  agent  Towerson  en 
negen  Ëngelscheo;  de  hoofdman  der  slaven  en  negen  Japanners 
allen  by  name  genoemd  schuldig  verklaard  aan  „crimen  laesae 
;,  majestatiS;  als  hebbende  voorgenomen  en  besloten  met  mal- 
;,  canderen ;  met  een  schrickel^ke  moort  en  venttat  zich  meester 
;,  van  't  kasteel  te  maken  en  alsoo  getracht  niet  alleen  den 
„  stant  der  vereenichde  Nederlantse  O.  I.  Compagnie  (die  aan 
;,  dese  plaets  uitermate  vele  gelegen  is)  te  verderven  en  ruine- 
;,  ren ;  maer  oock  de  Nederlanden  sel£s  en  het  welvaren  van 
„dieu;  dat  ten  meerderen  deele  bij  den  Indischen  handel  en 
;,  seevaert  bestaet;  te  verswacken  en  contreminereu;  en  mitsdien 

„  de  voors.  delinquanten  gecondemneert met  den  swaerde 

;,  gestraft  te  worden,  datter  de  doot  navolght ''  enz.  Onmidde- 
Igk  had;  op  dien  zelfden  dag;  de  executie  van  het  vonnis  plaats. 
Op  den  vorigen  dag  had  van  Speult  en  zgn  raad  besloten  twee 
Engelschen  ;,  pro  tempore  en  tot  de  gratie  en  pardon  van  den 
j^  Gouvemeur-Generael  te  sparen ;  ten  einde  de  goederen  der 
;,  Engdsche  Compagnie  te  bewaren."  Een  van  dezen  was  de 
koopman  van  het  Engelsche  kantoor  te  LoehoO;  John  Beaumont. 
Deze  werd  door  van  Speult;  de  tweede/  Edw.  CoUins  door  het 


Digitized  by 


Google 


XII 

lot  aangewezen.    Beanmont  en  Collins  kwamen  op  Zondag  den 
16den  Julij    1623,   aan  boord  van  het  schip  de  Eenhoorn,  te 
Batavia  aan.    Reeds  den  volgenden  dag,  Maandag,  des  morgens 
vroeg,  zond  de   president  der  Ëngelschen  te  Batavia,  Richard 
Fnrstland,  een  opperkoopman  naar  den  Gonvemenr-Generaal  de 
Garpentier  om  te  verzoeken,  dat  de  twee  van  Amboina  aange- 
bragte  Engelsche  kooplieden  met  alle  hnnne  boeken  en  papie- 
ren hem  mogten  worden  uitgeleverd.    De  Garpentier  liet  de 
twee  Ëngelschen  van  boord  halen.    John  Beanmont  verscheen 
voor  den  raad  van  Indie,  gedragen  op  een  stoel,  geheel  zieke- 
Igk;  doch  Edward  Collins,  die  jong  en  rap  was  had,  zich  reeds 
uit  de  voeten  gemaakt  en  geborgen  in  de  Engelsche  loge.    De 
Gouvemeur-G^nerael  vroeg  aan  Beaumont,  waarom  en  in  wat 
maniere  hij  naar  Batavia  was  gezonden.  Beaumont  antwoordde 
dat  de  Gouverneur  van  Speult  hem  daarheen  gezonden  had,  om 
oorzake   als   uit  de  brieven  en  papieren  gezien  kon  worden. 
Daarop  werd  hem  verder  gevraagd  of  hij  medepligtig  was  aan 
het  verraad ;  dat  Mr.  Towerson  met  de  zgnen  tegen  het  kasteel 
en  den  stant  van  Amboina  had  voorgenomen.    Beaumont  gaf 
nu  tot  antwoord  „dat  hg  mede  in  de  vergaderinge,  dieTower- 
„  son  met  syne  complicen  op  den  nieuwjaersdag  gehouden  had, 
„  was  present  geweest  en  me4e  met  de  anderen  op  den  bijbel 
yy geheimhouding  gezworen  had;  doch  dat  hij  wel  de  minste  in 
„deze  besogne  geweest  was,  gelijk  alles  bij  zgne  confessie  die 
„hg  zelf  onderteekend  had,   gesien  kon  worden,  waaraan  hg 
„zich  refereerde,   klagende  dat  hij  verleid  en  nevens  anderen 
„  door  Towerson  daartoe  verzocht  was,  verzoekende  en  biddende 
„  dat  de  gratie  en  het  pardon ,  dat  hem  by  den  heer  Gouver- 
„neur  van  Speult  vergund  was,  door  den  Gouverneur-Generaal 
„mogt  worden  bevestigd,  hetwelk  hij  al  zgn  leven  gedenken 
„  zoude   en  erkennen."    Die  gratie  en  dat  pardon  werden  hem 
dan  ook  door  de  Garpentier  en  den  raad  van  Indie  verleend, 
„  800  ten  respecte  van  mindere  schuit ,  als  om  andere  cansideratien" 
Beaumont  bedankte  den  Gouverneur-Generaal  en  alle  de  presente 


Digitized  by 


Google 


xxn 

raden  „  reverentelijk  en  beloofde  dat  zulke  besogne  zijn  leef- 
„  dagen  niet  meer  handhaven  en  de  ontvangen  weldaad  al  zijn 
„  leven  gedenken  zou."  * 

Hierop  werd  Beaumont  op  een  stoel  naar  de  Engelsche  loge 
gedragen  en  de  gratiebrief  voor  hem  en  voor  Collins,  door  den 
advokaat-fiskaal  Strobanns  en  twee  andere  gecommitteerden  van 
den  €U)uvemeur-Generaal  aan  den  president  der  Engelschen  over- 
handigd. De  Engelsche  president  Furstland  antwoordde  met 
een  „verbleekt  wezen"  Tis  wel,  en  na  een  poos  gezwegen  te 
hebben;  voegde  hij  er  bg: 

;,  De  Gouverneur  had  die  wel  allen  mogen  zenden ,  en  soude 
beter  gedaen  hebben  naar  mijne  opinie ^  ik  zeg  naar  mijne  opinie, 
't  is  maar  mgne  opinie,  en  die  is  niets.'' 

Zoodanig  was  de  toedragt  eener  gebeurtenis,  die  gedurende 
de  eerste  helft  van  de  17de  eeuw  tot  aan  den  vrede  van  Breda, 
bgna  voortdurend  tot  voorwendsel  heeft  gediend,  voor  de  oorlogen 
van  Engeland  tegen  de  republiek  der  Vereenigde  Nederlanden  en 
zelfs  nog  in  onzen  tijd ,  niet  dan  met  bitterheid  jegens  de  Nederland- 
sche  natie  door  de  Engelsche  geschiedschrijvers  wordt  herdacht. 

De  voornaamste  grieven  der  Engelschen  tegen  dit  proces  en  deze 
teregtstelling,  door  hen  niet  anders  dan  moord  en  slagting  genoemd, 
waren  hoofdzakelijk  deze :  vooreerst,  dat  de  zamenzwering  slechts 
door  de  Nederlanders  was  verzonnen  om  de  Engelschen  uit  Am- 
boina  te  verwgderen ;  dat  het  feit  der  zamenzwering  op  zich  zelf 
teeds  onwaarschijnlgk  was,  omdat  de  Engelschen  op  Amboina 
zóó  weinig  talrijk  waren,  dat  zij  vermoedelijk  nooit  dwaas  ge- 
noeg zouden  zijn  geweest,  om  een  zóó  vermetel  plan  te  beramen^, 
dat  de  beschuldigden  niet  behoorlijk  waren  ondervraagd;  maar 
dat  zg  door  bedreigingen,  vrees  en  pijniging  er  toe  waren  ge- 
bragt  om  toestemmend  de  vragen  te  beantwoorden,  welke  hun 
waren  voorgelegd  op  eene  wgze,  die  meer  was  ^  suggestio  quam 
inquisitio  veritatis.  Op  eene  door  pijniging  afgedwongen  beschul- 
diging van  Japanners,  wier  eed  en  getuigenis  tegen  Christenen 

1.    Resol.  V.   Gouvern.  Gen.  en  Raden,  dd.  Maandag,  17  Jnly  1628. 

Digitized  by  VjOOQ IC 


xxm 

boveiidieii  niet  gelden  mogt,  had  men  Abel  Price^  den  eenten 
Engelschman  ter  tortnre  gebragt^  en  met  verwaarloozing  yan  den 
regtsregel:  tnculpatio  sola  a  torto  facta,  non  facit  indicium  suf- 
ficiens  ad  tarturam.  Op  dien  grond  hadden  de  regters  op  Am- 
boina,  voortgeprocedeerd;  met  barbaarsche  en  ongehoorde  tor- 
tnre, zonder  anderen  grond  voor  veroordeelmg;  dan  simpele  confes- 
sie J  De  bekentenissen  van  Towerson  en  Samnel  Colson;  waren 
dan  ook  door  hen,  kort  vóór  hnnne  teregtstelling  weder  herroe- 
pen, de  bewgzen  daarvan  had  men  in  Engeland  in  handen; 
zg  werden  door  de  Britsche  regering  aan  de  Staten-Generaal 
overgelegd.  Towerson  had  op  den  28sten  Febmarij  1623,  aan 
het  slot  eener  schuldbekentenis,  verklaard  dat  hij  onschnldig 
was,  aan  eenige  zaak,  welke  hem  met  regt  kon  worden  te 
laste  gelegd,  (gailtlose  of  annie  thing,  that  can  be  jostlylaied 
to  me  charge.)  Golson  had  zgne  onschnld  in  veel  minder  dub- 
belzinnige woorden  betuigd,  in  een  psalm-  en  gebedenboek, 
waarin  hij  de  verklaring  had  geschreven,  dat  hg  alleen  door 
pgn  en  vrees  tot  confessie  was  gebragt.  Beide  belangrgke  stuk- 
ken, de  schuldbekentenis  van  Towerson  en  het  psalmboek  van 
Golson  berusten  nog  in  het  Rijks- Archief ;  maar  het  is  nu  moege- 
lijk meer  uit  te  maken,  of  die  verklaringen  werkelgk  door  de 
veroordeelden  zelven  zijn  geschreven;  zij  dragen  wel  veleinner- 
Igke  kenteekenen  van  echtheid ;  maar  uit  de  acte  van  Towerson 
zou  dan  toch  tevens  het  bewgs  voortvloeijen ,  dat  hg ,  in  strijd  met 
de  bewering  der  Ëngelschen,  al  zeer  weinig  moet  zijn  gepijnigd; 
want  het  stuk  is  vlug  en  met  krachtige  hand  geschreven,  op  den- 
zelfden dag,  waarop  Towerson  de  torture  heeft  ondergaan.  Tegen- 
over de  herroeping  van  Towerson  en  Colson,  kan  bovendien 
gesteld  worden,  de  herhaalde  confessie  van  Beaumont,  vrijwil- 
lig op  Batavia  afgelegd. 

In  de  tweede  plaats  werd  door  de  Ëngelschen  aangevoerd, 
dat  het  proces  op  Amboina  informeel  was  gevoerd,  dat  bij  de 

1.  Proposition  da  sieur  Dudley  Carleton,  ambassadeur  de  S.  M.  de  la  Grande 
Bretagne,  faicte  en  rassemblée  de  MM.  les  estats  généraux  Ie  7"^  (stilo  veteri)  d'aoost 
1624  (exh,  20  Aug.  1624).    Mnac  R.  A. 


Digitized  by 


Google 


xxrr 

examinatie  der  beschuldigden  ^  de  regters  „  in  't  stnk  der  tortnre 
hadden  geexcedeert ;''  eindelijk  dat  de  Nederlandsche  regters 
geen  jndicatnre  hadden  over  de  Engelschen ;  maar  dat  krachtens 
art.  30  van  het  tractaat  van  1619  de  raad  van  defensie  van  de 
zaak  kennis  had  moeten  nemen. 

Met  verontwaardiging  wierpen  de  bewindhebbers  der  Neder- 
landsche Compagnie,  de  zware  beschnldiging  van  zich  af^  als 
of  zg^  of  iemand  onder  hunne  bevelen,  ,,zoo  een  goddeloos 
„stuk  zonden  hebben  bedreven  van  met  zooveel  stortinge  van 
„bloed,  de  Engelschen  uit  Amboyna  te  weren."  Zij  gaven 
niet  onduideiyk  te  kennen,  dat,  „indien  zij  dat  doel  hadden 
„willen  bereiken ;  hun  ander  en  beter  middelen  ten  dienste 
„stonden  en  dat  de  Gouverneur  en  de  overige  regters  op  Am- 
„boina  geen  voordeel  of  eer  uit  zulk  eene  regtspleging  voor 
„zich  in  het  bgzonder  konden  behalen;  maar  wel  integendeel 
„behalve  de  bezwarenisse  in  hunne  conscientie  zich  blootstellen, 
„als  zy  naar  Europa  overkwameu,  aan  nadeel,  haat,  ja  zelfs 
„straffe  aan  den  lyve."   ^ 

Ëen  naanwgezet  en  onpartijdig  onderzoek  van  de  menigte 
processtukken,  interrogatoiren ,  acten  en  memorien,  ^  heeft  dan 
ook  bg  mg  de  vaste  overtuiging  gevestigd,  dat  Gabriel  Towerson 
wel  degelgk  het  voornemen  heeft  gekoesterd  om  door  zamen- 
spanning,  list  en  overrompeling,  zich  meester  te  maken  van 
het  kasteel  op  Amboina;  dat  hij  door  zgn  gezag  en  zijnen 
invloed  als  opperhoofd,  de  grooteudeels  nog  zeer  jeugdige  en 
onbezonnen  Engelsche  kooplieden  en  assistenten,  waarvan  er 
bovendien  velen  zeer  los  van  zeden  waren,  heeft  medegesleept 
en  in  het  ongeluk  gestort;  dat  de  Japansche  soldaten  door 
belofte  van  buit  zyn  gewonnen;  dat  het  plan  wel  vermetel  en 
ligtvaardig  was  ontworpen  en  dat  er  nog  geen  tijdstip  voor  de 
uitvoering   was    bepaald;    maar   dat  het  inderdaad  uitvoerbaar 


1.  Memorie  der  Bewindhebbers  aan  de  Staten- Generaal.  12  October  1 624.  Mnsc.  R.  A. 

2.  Behalve  de  over  deze  zaak  gewisselde  diplomatieke  stukken ,  vnlleu  alleen  de  proces- 
stnkken,  interrogatorien ,  memorien  enz  ,  niet  minder  dan  vier  groote  foliu  portefeuilles. 


Digitized  by 


Google 


XXT 

zon  z^  geweest;  indien  het  oogenblik  ware  gekozen,  wiarop 
yan  Spenlt  met  zijne  beste  soldaten  op  een  togt  naar  een  der 
omliggende  eilanden  vertrokken  zon  zgn. 

Toen  Herman  van  Spenlt  en  de  overige  regters  op  Amboina 
het  doodvonnis  over  de  Ëngelschen  en  Japanners  uitspraken, 
waren  zij  dan  ook  m.  i.  vast  overtnigd  van  de  sehold  der 
beklaagden.  Of  zij  evenwel  daarbg  niet  meer  als  gezworene, 
dan  als  regters  te  werk  zgn  gegaan;  of  z^  niet  meer  naar 
hnnne  overtuiging  hebben  regt  gesproken,  dan  zich  vastge- 
bonden aan  de  strenge  vormen  van  het  regt,  die  vragen  zon 
ik  niet  zoo  steUig  bevestigend  durven  beantwoorden. 

Informaliteiten  zgn  er,  naar  mijne  roeening  althans,  onge- 
twijfeld gepleegd,  en  onder  eene  betere  regtspleging  zon  het 
vonnis  aan  cassatie  hebben  blootgestaan ;  maar  gebrek  in  den 
vorm  van  een  geding  maakt  den  regter  daarom  nog  niet  straf- 
schuldig.  Men  mag  hierbg  ook  niet  uit  het  oog  verliezen,  dat 
het  zeer  moegelijk  blijft  om  te  bepalen,  welke  formaliteiten  in 
die  dagen  moesten  in  acht  genomen  worden.  De  criminele 
procedure  was  niet  alleen  slecht,  zij  was  vooral  onzeker;  want 
het  grootste  gedeelte  der  procedure  werd  gevoerd  volgens  nsan- 
tien,  stijlen,  manieren.  In  dien  stand  van  zaken  konden  infor- 
maliteiten worden  gepleegd,  zonder  dat  nog  op  grond  daarvan 
eene  substantiële  grief  tegen  de  reglvaardigheid  van  het  vonnis 
kon  worden  gemaakt. 

De  verdediging  van  zoodanige  regtspleging  zal  in  onzen  tgd, 
wel  niemand  meer  op  zich  nemen,  veeleer  zal  men  met  Bavius 
Voorda  van  oordeel  zgn ,  „  dat  het  extraordinair  proces-crimineel 
„meer  geleek  naar  een  gedrochtelgk  wanschepsel,  dan  naar 
„eene  welgeregelde  regtspleging,  dat  zij  eene  geheel  onwaardige 
„  behandeling  van  zaken  was ,  die  den  eerlgken  naam  van  proces 
„niet  dragen  kon,  deels,  omdat  het  niet  werd  aangelegd,  noch 
„volvoerd  tot  convictie,  dat  is  om  te  kunnen  vonnissen  zonder 
„confessie,  waartoe  alle  proces  en  proces-orde  is  uitgevonden, 
„  deels  ook  omdat  er  eene  ordentelgke  litis  contestatie  aan  ont- 


Digitized  by 


Google 


XXVI 

^bnik;  zonder  welke  nogthans  geen  proces  kan  bestaan."  > 
Wat  na  het  exces  in  torture  aangaat,  mag  men  daarbij  niet 
vergeten,  dat  de  bepaling  van  indicia  sufpcientia  ad  tarturam, 
overal  in  Indie,  zoowel  als  in  Nederland,  aan  de  bescheidenheid 
van  den  regter  was  overgelaten. 

De  pijniging  is  op  Amboina  niet  met  buitengewone  gestreng- 
heid toegepast,  daarbij  viel  niets  buitengewoons  voor,  zij  had 
plaats,  zooals  zij  in  geheel  Indie  bij  de  regtspleging  in  gebruik 
was.  *  De  verschrikkelijke  voorstelling,  welke  door  de  Engel- 
schen  in  geschriften  en  afbeeldingen,  van  de  torture  op  Amboina 
is  geleverd,  was  een  opgesierd,  met  onwaarheden  vermengd 
verhaal,  ten  einde  de  bartstogten  in  Engeland  in  beweging  te 
brengen  en  de  gemoederen  door  „compassie''  mede  te  sleepen. 

Eene  andere  door  de  Engelschen  aangevoerde ,  maar  onhoud- 
bare stelling  was,  dat  de  Nederlandsche  gouverneur  van  Amboina 
en  zgn  raad  geen  regtsgebied  over  de  Engelschen  hadden ;  maar 
dat  die  judicature  alleen  aan  den  raad  van  defensie  toekwam. 
De  raad  van  defensie,  krachtens  het  traktaat  van  1619  in  het 
leven  geroepen,  was  geen  regterlijk,  maar  een  politiek,  com- 
merdeel,  defensief  coUegie  en  zoo  al  aan  dien  raad  ook  was 
opgedragen  kennis  te  nemen  van  disputen  tusschen  de  contra- 
herende  partyen,  dan  waren  daarmede  niet  bedoeld  criminele 
zaken.  Zamenzwering,  verraad,  praemeditatie  tot  moord  zijn 
geen  zaken  van  dispuut;  maar  zijn  delicten  en  delicten  zijn 
strafbaar  binnen  het  ressort,  waarin  zg  zgn  gepleegd. 

Wie  nu  moest  op  plaatsen  in  Indie,  onder  het  volstrekte 
gebied  der  Nederlandsche  Oost-Indische  Compagnie,  onder  de 
sonvereiniteit  der  ötaten-Generaal  staande,  bij  gevolg  dus  ook 
in  het  kasteel  van  Amboina,  van  delicten  kennis  nemen  en 
daarover  regtspreken?    Het  35ste  artikel  van  het  octrooi  had 


1.  Barius  Voorda,  de  criminele  ordonnanticii  bladz.  100. 

2.  Beëedigde  yerklaring  Tan  schepenen  te  Batavia,  dd.  7  Oct  1625,  en  de  ioter- 
rogatoiren  van  de  kooplieden  vau  Leeuwen,  Wyncoop,  Crayvanger  c.  s.  11.  Dit  blijkt 
ook,  als  men  andere  processen  crimineel  van  dien  tyd  met  dit  proces  vergelekt. 


Digitized  by 


Google 


Txnt 

aan  de  Nederl.  Oost-Ind.  Comp.  het  regt  en  de  bevoegdheid 
gegeven  om  beoosten  de  Kaap  de  Goede  Hoop,  forten  te  bou- 
wen en  aldaar  op  den  naam  van  de  Staten-Generaal  der  Ver- 
eenigde  Nederlanden  ofdeHooge  Overigheid,  officiers  van  justitie 
te  steUen,  onder  den  eed  van  getrouwheid  aan  den  Staat.  De 
art.  7  en  8  van  de  ordonnantie  en  instructie  voor  Gouvemeur- 
Creneraal  en  Kaden  van  22  Augustus  1617  bepaalden,  dat  de 
Gouverneur-Generaal  en  Raden  van  Indie  magt  en  autoriteit 
hebben,  niet  alleen  om  in  alle  civile,  criminele  en  halszaken 
regt  te  doen,  sententie  te  geven,  en  ter  executie  te  stellen 
zonder  appel  of  provocatie;  maar  ook  om  alle  forten,  kantoren 
en  schepen  van  de  Comp.  van  behoorlijke  officieren,  collegiën 
en  raden  te  voorzien,  om  bg  afwezigheid  van  Grouvemeur- 
Generaal  en  Raden  regt  en  justitie  te  administreren. 

Het  fort  van  Amboina  was  in  regtmatigen  oorlog  op  de  Por- 
tugezen en  Spanjaarden  veroverd,  daarop  waren  Nederlandsche 
Gk)uvemeurs  en  Raden  aangesteld  en  laatstelijk  nog  had  de 
Hooge  Regering  van  Indie  van  hare  bevoegdheid  gebruik  ge- 
maakt en  bij  acte  van  4  April  1619  aan  Herman  van  Speult 
commissie  en  instructie  gegeven,  om  als  Gouverneur  van  Amboina 
„  de  justitie  in  civiel  ende  crimineel  te  administreren." 

Het  vonnis  over  de  Engelschen  op  Amboina  geveld  was  alzoo, 
hoewel  het  niet  geheel  formeel  moge  zijn  geweest,  regtvaardig 
en  wettig;  hoewel  toch  ook  bijzonder  streng.' 

Beschouwt  men  het  echter  uit  een  politiek  oogpunt,  dan  was 
het  eene  onstaatkundige  daad,  door  van  Speult  en  zgn  raad 
in  overyling  en  onder  den  indruk  hunner  „alteratie"  gepleegd. 
De  Gouverneur  van  Amboina  had  als  regent  verder  moeten 
zien,  dan  het  gevaar  van  het  oogenblik;  hg  had  kunnen  en 
moeten  berekenen,  dat  de  teregtstelling  van  zooveel  Engelsche 
onderdanen  gewigtige  en  voor  het  moederland  gevaarlgke  ge- 
volgen moest  na  zich  slepen,  en  dat  indien  hij,  zoo  als  hg  een 
oogenblik  van  voornemen  schijnt  geweest  te  zgn,  al  de  beschul- 
digden ^  des  noods  gevonnisd,  met  alle  de  informatiën  en  pro- 

Digitized  by  VjOOQ IC 


xrnn 

oeflfltnkken  in  het  geding  dienende,  naar  Batavia  had  opge- 
zonden, hg  het  Nederlandseh  gezag  op  Amboina  even  goed  zon 
hebben  gehandhaafd. 

De  Gouvernenr-Qeneraal  de  Carpentier  en  de  overige  leden 
der  Hooge  Begering  in  Indië,  ontveinsden  dan  ook  geenszins 
aan  het  Opperbestnnr  in  Nederland,  dat  zy  de  proeednre  op 
Amboina  voor  informeel  en  baitengewoon  gestreng  hielden.  ,,  Wij 
„  wenschten  wel/'  zoo  schreven  zg  aan  de  Heeren  XVII,  „dat 
p  in  dese  proeednre  d6n  behoorlycken  styl  van  rechten  gevolcht 
„  ende  d'instmmenten  van  den  processe  met  hare  volcomen 
„  leeden  ingestelt  waeren  geweest.  Isaaque  de  Brayne,  die  als 
„advocaat  fiscaal  dese  saecke  vervolcht  heeft,  hem  oock  voor 
„een  rechtsgeleerde  nytgeeft,  ende  daervoor  aengenomen  is, 
„  had  zjn  verstant  anders  in  dese  saecke  behooren  te  laten 
„  blycken.  'T  schynt  bycans,  dat  den  heelen  raet  op  de  weer- 
„  dicheyt  van  de  Bruynen's  tytel  gemst  heeft,  hem  alleen  de 
„  docnmenten  hebben  laeten  ontwerpen,  ende  dat  niemant  van 
„  'tzyne  yets  daerby  heeft  dnrven  voegen;  maer  den  advocaets- 
„  tytel  alles  toevertrouwt  hebben. 

ff  Wy  willen  hiermede  't  verraet  in  sich  selven  in  't  minste 
„  niet  verschoonen  off  verlichten,  alsoo  't  selve  notoir  genoech 
„is;  maer  om  partiale  en  partydige  (die  daer  niet  ontbreken 
„  sullen)  met  bondige  en  wel  ingestelde  instrumenten  de  mond 
„  des  te  beter  te  mogen  stoppen. 

„Eyndelinge,  soo  dunct  ons,  onder  correctie,  dat  men  't 
„  rigenr  van  justitie  met  de  Nederlantse  clementie  (aen  eene 
„  soo  naeburige  natie)  wel  wat  hadde  behooren  te  matigen , 
„  uisonderheyt  daer  sulcx  sonder  prejuditie  van  den  staet  en 
„  de  rechtsachtbaerheyt  geschieden  con ,  gelyck  wy  meenen  hier 
„  wel  had  mogen  geschieden.  'T  is  een  quade  krygh ,  daer 
„'t  al  blyft!"   « 

Evenmin  schgnt  het  Opperbestuur  in  Nederland  zgne  voUe- 


1.    Oenenle  miifiTe  ran  GG.  en  lUden  dd.  3  Januari  1624. 

Digitized  by  VjOOQ IC 


IXIX 

cbge  goedkearing;  aao  de  teregtstelling  op  Amboina  te  hebben 
geschonkeii ;  want  hoewel  het  zijne  dienaren,  ook  onder  den 
sterhsten  aandrang  nooit  beeft  verloochend,  integendeel  moedig 
en  krachtig  heeft  gehandhaafd,  hoewel  het  aan  de  Hooge  Rege- 
ring in  Indië  schreef,  „dat  men  aldaar  vast  vertronwen  mogt 
jf  en  confident  zyn,  dat  het  der  geregtigheid  der  Gomp.  in  het 
„  algemeen,  of  aan  iemand  van  hare  voornaamste  of  particnliere 
,^  officieren,  nooit  noch  in  Nederland,  noch  in  Indië  aan  be- 
„  flchenning  zon  ontbreken '',  ^  greep  toch  de  vergadering  der 
XVII  de  eerste  gelegenheid,  welke  zich  voordeed,  aan,  om  de 
herhaling  van  zoodanige  gebenrtenis  te  voorkomen.  In  de  eerst- 
Yolgende  instructie  voor  Gonvemear-Generaal  en  Baden,  welke 
zg  op  den  17den  Maart  1632  vaststelde,  verzuimde  zg  niet 
aan  de  Hooge  Regering  in  Indie  te  gelasten,  dat:  „alsoo  de 
„  Comp.  door  voorgaande  executiën  over  zaken  van  notoire 
yj  crimina  laesae  majestatis^  in  groote  ongelegenheid,  verachting 
„  en  schade  gebragt  is,  €k>uvemeur-Generaal  en  Raden,  scherp 
„  zullen  letten  en  tot  dien  einde  de  respectieve  vice-Gk)Uver- 
„  neurs  en  Directeurs  van  de  kantoren  en  forten  van  Indie , 
„  expresselgk  ordonneren  in  alle  groote  zaken,  als  zgn  van 
„  conspiratie ,  verraad  en  diergelijke  ten  principale  niet  te  pro- 
„  cederen,  zonder  kennis  van  den  Generaal  en  Raden,  dewelke 
„zij  in  zulke  gevallen,  die  God  verhoede,  daarvan  dadelgk 
„advyseren  zullen,  om  voorts  daarin  te  disponeren  als  naar 
-  behooren/'  * 


1.  Uitgaaude  MUaive  der  HH.  XVII  Mm  Goaveomeur-Ofloenud  en  Raden,  dd« 
Amfterdam,  24  April  1625. 

8.  Alt  8  Tan  de  ponten  en  artikelen  in  forma  van  instmctie  voor  GonTemeor- 
Generaal  Hendrik  Brouwer  en  Raden  van  Indie,  dd.  17  Maart  1682,  b^  M'.  P. 
ll«er»  IL  Idada.  50. 


Digitized  by 


Google 


ZESDE  HOOFDSTUK. 


De  gevolgen  yan  de  teregtstelling  op  Amboina  bleven  niet  lang 
achter.  De  algemeene  stemming  in  Engeland  was  reeds  sedert  lang 
niet  welwillend  jegens  de  Nederlanders  en  de  Nederlandsche 
Oost-Indische  Compagnie;  maar  toen  in  het  begin  van  den 
zomer  van  1624  de  tgding  der  gebeurtenissen  op  Amboina  ^  in 
Europa  was  aangekomen ,  ging  er  door  geheel  Engeland  een 
kreet  van  woede  en  verontwaardiging  op;  ieder  riep  om  wraak; 
het  verraad  van  Towerson  was  slechts  door  de  Nederlanders 
verzopneu;  om  de  Engelschen  uit  de  Molukken  te  dry  ven;  door 
pgniging  en  bedreiging  waren  de  confessien  uit  den  hals  ge- 
wrongen; er  waren  Engelsche  onderdanen  onschuldig  vermoord. 
Zg  waren  als  martelaars  van  Hollandsche  wreedheid  en  geld- 
gierigheid  gevallen.  De  Nederlanders  'in  Londen  waren  niet 
mieer  veilige  zg  moesten  zich  in  hunne  woningen  schuil  houden. 
Juist  was  meu;  zoo  meenden  ten  minste  de  staatslieden  in  de 
Nederlandsche  republiek,  er  in  geslaagd ,  om  door  overgroote 
toegevendheid  de  voornaamste  geschilpunten  tusschen  de  En- 
gelsche en  Nederlandsche  Compagnien  door  dading  uit  den  weg 
te  ruimen.  Op  den  21  Januarij  1623  (1622  st  A.)  was  het  aan 
een  aanzienlijk  Nederlandsch  gezantschap;  na  hevige  debatten 
en  lange  onderhandelingen;  waarbij  het  aan  onze  gezanten  niet 
aan  beleedigingen  ontbroken  had;  eindelijk  gelukt  een  traktaat 
te  sluiten ;  waarbij  geregeld  werd;  wat  beide  partijen  aan  elkan- 
der moesten  vergoeden  of  terug  geven,  uit  oorzaak  van  feiteui 


Digitized  by 


Google 


XXXI 

g<^leQgd  vóór,  tydeiui  of  na  de  laatste  y^andeiykhedeii  in 
IndiC;  of  ten  gevolge  van  het  traktaat  van  1619.  Wel  waren 
niet  lüle  ponten  van  verschil  oit  den  weg  gemimd;  maar  tooh 
de  voomaamsten.  Groote  toegevendheid  van  de  zgde  der  Neder* 
landsche  Begering  en  drang  van  staatkundige  gebeurtenissen, 
hadden  er  toe  geleid,  dat  de  Nederlanders  eene  schadevergoeding 
van  150,000  pond  sterling  aan  de  Engelsche  Compagnie  toe- 
kenden, terwgl  deze  niet  meer  dan  12,000  pond  aan  de  Neder- 
landsche  geven  wilde. 

Door  den  invloed  der  magtigste  Staatslieden  in  Nederland  en 
onder  dezen  vooral  ook  van  Prins  Maurits,  die  boven  alles  vrede 
en  zamenwerking  met  Groot-Brittannie  wenschte  te  behouden, 
waren  de  Bewindhebbers  der  Nederlandsche  Compagnie  erzelft 
toe  overgehaald,  om  toe  te  stemmen  tot  de  teruggave  van  Poelo- 
Bun.  By  art.  9  van  het  traktaat  van  1623  werd  vastgesteld, 
dat  dit  eiland  aan  de  Engelsche  Compagnie  zou  worden  terug- 
gegeven in  den  staat,  waarin  het,  by  het  sluiten  van  het 
tn^Ltaat  zich  bevond  ^ 

De  begeerte  om  de  bestaande  geschillen  met  Engeland  weg 
te  nemen,  was  althans  van  deze  zijde  welgemeend.  De  Bewind- 
hebbers der  Oost-Indische  Compagnie  schreven  aan  de  Hooge 
Begering  in  Indie: 

„  In  zaken  waar  men  ons  goed  regt  zou  willen  krenken,  be- 
„  velen  wij  u  ten  hoogste,  dat  gg  niet  toelaat,  dat  zoo  iets  ge- 
„  schiede ,  maer  overigens ,  laat  alles  rondelgk  en  zonder  dispute 
p nagekomen  worden,  en  het  overgeven  en  verlaten  van  poelo- 
„Bun  zult  gij  sincerelijk  en  zonder  cavillatie  nakomen/'  ^ 


1.  Dit  gezantichap  bestond  iiit  de  heeren  Franfois  van  Aenssn,  Dirk  Bas,  van 
Toyl  ?an  Serooskerkeo  en  N  oei  de  Caron.  Het  verhaal  der  ondeilianddingeB  findt 
men  bgna  volledig  b^  Arend,  Jlgem,  Qetekiedemt  deê  VaderlanéU,  voor^nefc  door 
Mr.  O.  van  Rem  eu  Dr  W.  6.  Bril,  III  Deel,  8e  stak,  bladx.  528  seq.  en  636 
seq.  672,  678  seq.  en  740—773.  Het  traktaat  zelf  benut  in  origin.  in  het  Byka- 
ArchieC  Bij  Domout  wordt  dit  traktaat  niet  gevonden;  hoewel  Kloit,  dit  traktaat 
met  een  ander  verwarrende,  het  in  xyn  Index  Cbronol.  als  daar  venneld  opgeeft. 

2.  Uitg.  brief  boek  der  HH.  XVII,  aan  Goav.  Gen.  en  Baden  dd.  6  Maart  en  U 
Apifl  1623. 


Digitized  by 


Googte 


XIXII 

Haar  nadat  de  tgding  van  de  regtepleging  op  Amboina  ge- 
komen waS;  scheen  al  het  terrein^  dat  men  gewonnen  had, 
weder  verloren.  Juist  was  weder  een  Nederlandsch  gezantschap 
te  Londen,  in  onderhandeling  over  het  sluiten  van  een  traktaat 
van  alliantie  en  subsidie.  Het  voorgenomen  Spaansche  huwelgk 
van  den  prins  van  Wales  was  afgesprongen,  de  Spaansche  partg 
aan  het  Engelsche  hof  had  het  onderspit  gedolven  en  Koning 
Jakobus  ndgde  tot  hereeniging  met  de  Staten-Generaal.  De 
eischen  der  staatkunde  van  het  oogenblik  verhinderden,  dat 
de  Amboinsche  zaak  de  voorgenomen  alliantie  verydelde;  op  den 
bSiea  Jung  1624  werd  eene  ligue  defensief  tusschen  de  gevol- 
magtigden  van  Jakobus  en  die  der  Staten-Generaal  gesloten. 
Maar  de  koning  van  Groot-Brittannie  voer,  bij  die  gelegenheid, 
hevig  uit  over  de  bejegening  door  zgne  onderdanen  in  Indie 
ondervonden  en  tegelgk  met  het  sluiten  der  verbindtenis,  liethy 
aan  de  Staten-Gteneraal  verklaren,  dat  zg  er  op  bedacht  moesten 
zyn  om  hem  onverwijld  voldoening  over  de  zaak  van  Amboina 
te  verschaffen.  De  Nederlandsche  gezanten,  als  zij  uit  Enge- 
land waren  teruggekeerd,  gaven  ter  vergadering  van  de  Staten- 
Generaal  te  kennen,  hoe  groot  eene  ontroering  in  Engeland 
over  de  executie  op  Amboina  was  ontstaan,  en  dat  de  koning 
vast  besloten  had  om  al  de  schepen  onder  Nederlandsche  vlag 
te  doen  aanhouden,  indien  hem  voor  den  ||  Augustus  geen 
voldoening  gegeven  was.  ^ 

De  eerste  indruk  bg  de  Staten-Generaal  was,  dat  de  regters 
van  Amboina,  naar  Europa  moesten  worden  ontboden;  maar 
a%evaardigden  der  Oost-Ind.  Comp.  en  de  invloed  van  prins 
Maorits  hielden  dit  besluit  in  zooverre  tegen,  dat  de  Algemeene 
Staten  vaststelden :  „  dat  men  by  trappen  zou  moeten  gaan  om 
f,  den  koning  van  Engeland  contentement  te  geven."  ^  Nu  werd 
er  een  brief  aan  Jakobus  gezonden  met  de  processtukken,  in- 


1.    RfltoL  Statoi-Geiieraal  7  Aog.  1624. 
S.    RcmI.  SUten-Gen.  8  en  9  Aog.  1624. 


Digitized  by 


Google 


XXXIII 

fonnatien  en  andere  documenten;  voor  zooverre  die  nit  Indie 
waren  overgekomen.   * 

De  Engelsche  gezant  Carleton  had  reeds  bij  herhaling  bitse 
en  scherpe  vertoOgen  bij  de  Staten-Generaal  ingeleverd;  nu  gaf 
hg  ook  van  z^ne  zijde  een  verhaal  van  de  voorvallen  op  Am- 
bmna.  De  zaak  scheen  thans  een  onderwerp  van  meer  bedaard 
en  naauwgezet  onderzoek  uit  de  oorspronkel^ke  stukken  te  zul- 
1^  worden,  toen  ter  kwader  ure,  vermoedelijk  onder  de  inbla- 
zing van  onvoorzigtige  bewindhebbers;  een  boekje  over  de  ge- 
beurtenissen op  Amboina  verscheen;  dat  aan  den  Engelschen 
gezant  aanleiding  gaf  tot  eene  buitengewoon  hevige  diplomatieke 
Dota. '  De  Staten-Generaal  betuigden  hun  leedwezen  over  het 
voor  de  Engelschen  beleedigend  pamphlet;  verboden  er  de 
verspreiding  van  en  deden  den  schrijver  opsporen. 

Van  dit  oogenblik  af  werden  de  uitdrukkingen  in  de  vertoo- 
gen  van  Carleton  hoe  langer  hoe  heftiger  en  op  den  29  Augus- 
tus stelde  hij  op  dreigenden  toou;  acht  punten  van  eisch.  Deze 
punten  waren  hoofdzakelijk :  dat  de  Staten-Generaal  zouden  ver- 
klaren; dat  de  teregtstelling  op  Amboina  was  geweest  wreed, 
heftig,  (violent)  en  overijld  (précipité);  dat  zij  de  schuldigen 
zonden  straffen  en  dat  de  straf  aaü  de  buitensporige  gruwe- 
tgkheid  (ènormité  de  Vexcës)  zou  zijn  geëvenredigd ;  dat  eene 
bgzondere  commissie  naar  Indie  zou  gezonden  worden  met  vol- 
magt;  om  de  zaak  op  Amboina  te  onderzoeken,  naar  bevind 
van  zaken  de  schuldigen  in  Indie  te  straffen  of  ter  strafoefening 
naar  Europa  over  te  brengen.  Wanneer  aan  dien  eisch  voldaan 
zon  zijn,  zou  de  koning  van  Engeland  de  maatregelen  schorsen, 
welke  onschuldigen  zouden  kunnen  treffen ;  maar  dan  zouden  de 
Staten-Generaal  ook  moeten  bevelen,  dat  de  schadC;  welke  de 
Engelsche  Oost-Ind.  Comp.  door  het  voorval  in  de  Molukken 
geleden  had;  door  de  Nederl.  Comp.  zou  worden  vergoed  en 

L    Uitgaande  Uiadve  van  Ho.  Mo.  aan  Caron  12  Aug.  1624. 

2.  Het  boelge  waa  getiteld:  Waeraehtig  verhael  van  de  tfjdinge  gekomen  uitOoat- 
Tidin,  omtrent  de  con'piralie  etc,  z"c  Tcrder  Resol.  Staten-Gcuerl. ,  17  Aug.  en 
20  Ang.  1624.  propositie  van  Dudley  Carleton  7/17  Aog. 

V.  m 

Digitized  by  VjOOQ IC 


XXXIV 

dat  de  Engelschen  op  Lonthor;  poelo  Run  en  op  andere  yoor 
hen  geschikte  plaatsen,  forten  zouden  mogen  bouwen. 

Door  deze  propositie,  op  dreigenden  toon,  eenigzins  in  den 
vorm  van  een  ultimatum  gesteld, .  scheen  de  vergadering  der 
Staten-Gleneraal  aanvankelijk  zeer  geschokt  en  niet  minder  wer- 
den de  Bewindhebbers  onrustig,  toen  zij  vernamen,  dat  de  En- 
gelschen  eindelijk  uitvoering  van  de  artikelen  23,  24  en  25  van 
het  traktaat  van  1619  en  forten  in  de  Molukken  eischten.  Na 
langdurige  bijeenkomsten  zoowel  met  de  Bewindhebbers  als  met 
den  Engelschen  gezant,  hielden  de  Staten-Generaal  aan  Carle- 
ton  voor,  dat  de  berigten  van  de  verschillende  zgden  zóó  strg- 
dig  waren,  dat  het  nog  niet  mogelijk  scheen,  om  de  zaak  tot 
een  goed  einde  te  brengen;  dat  zij  daarom  aanboden  in  Indie 
een  onderzoek  te  doen  instellen,  in  tegenwoordigheid  vian  gede- 
legeerden der  Engelsche  Comp,  Indien  het  dan  mogt  blijken, 
dat  er  schuldigen  waren,  zouden  die  niet  ongestraft  in  Indie 
blgven.  De  propositien  van  Carleton,  ter  vergadering  van  de 
Algemeene  Staten,  bleven  niettemin  bij  voortduring  zoo  hevig 
en  zóó  dreigend,  dat  er  eindelijk  op  voorstel  van  Holland  be- 
sloten werd,  vooreerst:  dat  de  Engelsche  Compagnie  voortaan 
hare  vorderingen  had  te  rigten  tot  de  Nederl.  Compagnie,  om 
die  met  elkander,  als  partij  tegen  partij  te  behandelen  en  den 
staat  van  het  land  er  buiten  te  laten;  ten  tweede,  dat,  „  aan- 
„  gezien  de  propositie"  van  den  Engelschen  gezant  inhoudt, 
„  diverse  sware  beschuldigingen  tegen  de  Oost-Ind.  Comp. ,  deze 
„zich  daarop  zal  hebben  te  verantwoorden"  en  eindelijk,  dat 
eenige  leden  uit  de  Staten  Generaal  zullen  worden  afgevaardigd 
aan  den  heer  Carleton  „om  hem  aen  te  seggen,  dat  deze  staet 
„niet  gemeriteert  heeft,  dat  hij  Carleton,  sonder  eenigen  last 
„  van  Sijne  Majesteit,  soo  scherpe  woorden  en  soo  hooge  drey- 
„  gementen  tegen  deselve  sal  gebruycken ,  met  vermaning  dat 
„  hy  den  staet  niet  anders  heeft  te  bejegenen  dan  zooals  het 
n  behoort."  * 


1.    Besol.  Staten-Geuerl  9,  21  en  24  Sept.  1624. 

/Google 


Digitized  by  ^ 


XXXV 

Met  beleefdheid  en  met  eenige  verontschuldiging  ontving 
(üarleton  deze  fiere  vermaning.  De  Engelsche  gezant  nam 
sedert  wel  meer  gematigdheid  in  acht;  maar  op  voldoening  en 
straf  der  schuldigen  bleef  hij  aandringen.  Terwijl  de  Bewind- 
hebbers der  Oost-Ind.  Comp.  zonder  veel  overhaasting  voort- 
gingen met  hunne  verweerschriften  gereed  te  maken  ^  de  Staten- 
Gkneraal  eenige  uit  Indie  overgekomen  regters  van  Amboina  iü 
het  verhoor  namen ;  schreef  de  Nederlandsche  gezant  uit  Lon- 
den, dat  de  opgewondenheid  in  Engeland  voortduurde  en  de 
koning  besloten  had  om  weldra  zich  zelven  regt  te  verschaffen.* 
Werkelijk  gaf  Carleton  op  den  2den  November  officieel  kennis, 
dat  koning  Jakobus  brieven  van  represaille  verleend  had  tegen 
de  goederen  van  de  Nederl.  Oost-lnd.  Compagnie;  doch  dat  hij 
vooralsnog  de  zaken  van  het  land  afgescheiden  zou  houden  van 
die  der  Compagnie.  Carleton  legde  tevens  eene  propositie  over , 
waarbij  voor  en  namens  de  Engelsche  Oost-Ind.  Comp.  drie 
punten  werden  voorgesteld,  vooreerst:  dat  Ho.  Mo.  en  zijne 
Excellentie  prins  Maurits,  aan  de  Hooge  Regering  in  Indie  zou- 
den gelasten,  dat  zij  de  Engelschen  met  al  hunne  goederen  en 
bezittingen  zouden  laten  vertrekken  uit  Jakatra  en  alle  andere 
plaatsen,  waar  de  Nederl.  Comp.  gezag  had;  2®.  dat  alle  civiele 
en  criminele  geschillen,  welke  in  Indie  door  den  raad  van  de- 
fensie, niet  konden  worden  afgedaan,  naar  Europa  zouden  wor- 
den verwezen,  om  door  den  Koning  en  de  Statcn-Gteneraal  te 
worden  uitgemaakt,  bijaldien  de  compagnien  daarover  niet  tot 
eenstemmigheid  konden  geraken ;  3^.  dat  de  Engelschen  in  Indie 
de  vrijheid  zouden  hebben  van  zich  in  versterkte  plaatsen  terug 
te  trekken,  overal  waar  de  Nederlandsche  Comp.  niet  had  „zoo- 
„  danige  reëele  possessie  om  daarop  te  kunnen  gronden  eene 
„  gepretendeerde  souvereiniteit."  ^ 

Deze  voorstellen  beoogden  weinig  minder,   dan  eene  geheele 


1.  BesoL  25,  2S  en  80  Sept.,  10  en  24  October,  1624. 

2.  Kesol.    Staten-Generl.  2  Nov.  1G24  en  propositie  van  Üudley  Carleton  in  Liai 
Ki»gflAnd. 


Digitized  by 


Google 


XXXVI 

afscheiding  der  twee  compagnien  en  het  verbreken  van  het  trak- 
taat van  1619.  Zij  werden  het  onderwerp  van  langduiige  be- 
raadslagingen. De  Engelsche  gezant  verklaarde  inmiddels ;  dat 
de  koning  niet  tevreden  was,  met  de  tot  dus  ver  geleverde  toe- 
lichting van  de  Amboinsche  zaak.  Om  die  reden  stelden  de 
Staten-Generaal  op  den  23  November  eindelijk  vast,  dat  eraan 
de  Hooge  Regering  in  Indie  geschreven  zou  worden,  dat:  „de 
„  Koning  van  Groot-Brittannie  zoodanig  miscontentement  over 
„  d'execntie  op  Amboina  had  genomen,  dat  hij  bereids  represaillen 
„tegen  de  goederen  der  Comp.  had  gedecerneerd,  dreigende 
„  verder  te  gaan  en  die  uit  te  strekken  tegen  alle  de  ingezetenen 
„  van  dezen  staat ;  dat  de  koning  zich  niet  wilde  contenteren 
„met  de  presentatie  van  nader  informatie  in  Indie,  zelfs  ten 
„overstaan  van  eenige  Engelschen;  dat,  om  die  reden,  geen 
„  ander  middel  gevonden  kon  worden  om  den  Koning  neder  te 
„  zetten,  dan  hier  te  doen  komen,  den  Gouverneur  van  Amboina 
„  van  Speult  en  alle  degenen,  die  nefifens  hem  over  de  judica- 
„  ture  en  executie  van  de  voors.  Engelschen  hadden  gezeten, 
„  waerom  uit  naam  van  HH.  Ho.  Mo.  de  Hooge  Regering  in 
„Indie  werd  gelast,  voors.  Gouverneur  en  Regters  met  de 
„  eerste  gelegenheid  naar  Nederland  te  zenden,  om  voor  de 
„  Staten-Generaal  rekenschap  te  geven,  van  hunne  gehouden 
„  procedure."  ^ 

Ook  hiermede  was  Carleton  nog  niet  tevreden,  hij  eischte 
nu  weder,  dat  de  informatie  in  Indie,  ten  overstaan  van  Engel- 
sche commissaiissen  tegelijkertijd  voortgang  zou  hebben,  en 
verder  drong  hij  aan  op  een  antwoord  op  de  drie  voorgestelde 
punten  ^.  De  Staten-Generaal  gaven  nogmaals  toe  aan  het 
eerste  verzoek  en  op  de  drie  punten  werd  door  hen  geant- 
woord: 1^.  dat  de  Engelschen  zoo  zg  dat  verlangden,  uit  Bata- 
via of  uit  andere  plaatsen  en  forten,  alwaar  het  gezag  van  de 
Staten-Generaal  of  de  Nederlandsche  Comp.  werd  erkend,  zou- 


1.  Uitg.  brieven  vaa  Ho.  Mo.  Lias  Staten-Generl.  Oost-Ind.  Comp. 

2.  Secr.  Resol.  Stateo-Gener.  12  en  29  Dec.  1624. 


Digitized  by 


Google 


XXXVII 

den  knnnen  vertrekken  zonder  eenigen  tol  of  ander  regt  te 
betalen;  2®.  dat  de  Staten-Generaal  goedkeurden,  dat  alle  be- 
staande of  opkomende  geschillen  tusschen  de  Engelsche  en 
Nederlandsche  compagniën;  onmiddel^k  rakende  het  geheele 
ligchaam  van  één  van  beiden,  voortaan  zoo  mogelgk  zonden 
geregeld  worden  in  den  raad  van  defensie,  en  indien  in  dat 
collegie  geen  eenstemmigheid  kon  worden  verkregen,  die  zaken 
naar  de  opperbestaren  der  beide  Gomp.  in  Nederland  zonden 
verwezen  worden,  en  ten  laatste  onderworpen  aan  de  uitspraak 
van  den  koning  van  Engeland  en  de  Staten-Generaal;  met 
voorbehoud  evenwel  aan  de  Nederlandsche  Comp. ,  van  de 
„fimetiën  van  politie  en  jurisdictie,  particulier,  civiel  en  cri- 
„  mineel,  zonder  vermindering  of  alteratie,  in  die  plaatsen,  welke 
„onder  het  devoir  en  de  souvereiniteit  van  Ho.  Mo.  en  de 
„Nederl.  Gomp.  staan;"  ten  derde,  dat  aan  de  Hooge  Regering 
in  Indie  gekst  zou  worden,  dat  zij  zich  zou  hebben  te  onthou- 
den van  eenige  stoornis  of  verhindering  aan  de  Engelsche  Gomp. 
in  Indie  te  veroorzaken,  bij  het  bouwen  van  forten,  magazijnen 
of  retraites,  tot  zekerheid  van  personen  en  goederen  der  Engel- 
schen,  op  alle  plaatsen,  daar  het  hun  mogt  goed  dunken,  mits 
dat  die  plaatsen  niet  stonden  onder  jurisdictie  van  of  verpligting 
van  uitsluitende  contracten  met  de  Nederl.  Gomp.  en  niet  zou- 
den gelegen  zijn  op  korter  afstand,  dan  van  10  Duitsche  of 
30  Engelsche  mijlen  van  de  door  Nederlanders  bezette  plaatsen , 
en  evenmin  op  Banda,  Amboina  of  in  de  Molukken,  overeen- 
komstig het  24ste  artikel  van  het  traktaat  van  1619. 

Na  deze  gewigtige  concessiën  verminderde  de  aandrang  van 
de  zgde  van  Engeland  voor  een  tijd.  Hiertoe  werkte  echter 
ook  mede,  de  dood  van  koning  Jakobus,  welke  op  den  6den 
April  1625  voorviel,  en  de  wgziging,  welke  de  staatkunde 
van  Engeland  sedert  onderging,  waardoor  meer  toenadering  tot 
Nederland  ontstond,  zoo  zelfs  dat  op  den  7/9den  September  te 
Southampton  eene  of-  en  defensive  alliantie  tusschen  de  twee 
staten  werd  gesloten.    Bij  dit  laatste  traktaat  werden  de  brie- 


Digitized  by 


Google 


xxxvm 

ven  van  represaille  tegen  de  Oost-Ind.  Comp.  geschorst,  maar 
slechts  onder  het  gelijktijdig  nitgebragt  protest  van  Karel  I, 
dat  hg  zich  van  die  verleende  schorsing  ontslagen  zon  rekenen, 
indien  hem  binnen  18  maanden  geen  voldoening  over  de  zaak 
van  Amboina  zon  zijn  verschaft  ^ 

Eer  nog  dit  tijdsbestek  vervuld  was,  werd  er  reeds  in  Maart 
1626  weder  beslag  op  schepen  der  Nederl.  Oost-Ind.  Comp.  in 
Engeland  gelegd.  Na  lange  en  herhaalde  beraadslagingen,  en 
nadat  de  regters,  die  op  Amboina  over  de  Engelschen  gezeten 
hadden,  langzamerhand,  met  uitzondering  van  van  Speult,  die 
inmiddels  was  overleden,  in  Nederland  waren  aangekomen, 
besloten  de  Staten-Generaal  in  overleg  met  den  Engelschen 
gezant,  eindelgk  op  den  26sten  Julij  1627,  dat  de  Amboinsche 
zaak  voor  gedelegeerde  regters  zou  gebragt  worden.  Terwijl 
dezen  met  het  onderzoek  bezig  waren,  werden  nog  bij  her- 
haling Nederl.  Oost-Ind.  schepen  door  de  Engelschen  aange- 
haald, en  sedert  Mei  1628,  werden  er  weder  hevige  onderhan- 
delingen over  de  zaak  van  Amboina  gevoerd,  eerst  met  den 
Engelschen  gezant  Carlisle,  daarna  met  Garieten,  welke  laatste 
zelfs  in  scherpe  woorden  verklaarde,  dat  het  nooit  de  bedoe- 
ling des  Eonings  was  geweest,  om  de  zaak  hier  te  lande  te 
laten  beregten.  Hoog  namen  de  Staten-Generaal  deze  verkla- 
ring op,  zij  dwongen  Carleton  een  protest  aan  te  hooren,  waarin 
hèm  herinnerd  werd,  dat  de  regtbank  van  gedelegeerde  regters 
met  goedvinden  en  medewerking  van  den  Koning  en  van  hem 
Garieten  zelven,  was  ingesteld. 

Wij  kunnen  hier  niet  verder  in  de  bijzonderheden  nagaan, 
welke  verschillende  kringen  de  Amboinsche  zaak  nog  heeft  door- 
loopen  ^,  wij  zullen  alleen  nog  vermelden  dat  in  de  maand 
Maart  1629  de  fiskaal  de  Sylla,  alle  getuigen  had  gehoord, 
met  uitzondering  van  zes  Nederlanders,  die  in  Engeland  tegen 


1.  et  Aissema,  5de  boek,  bladz.  476. 

2.  Zie  yerder  Areud,   Algem.   geschiedenis  des  vaderlands,  Sde  deel,   4do  stnk, 
bladx.  843  en  479. 

Digitized  by  VjOOQ IC 


xxnx 

de  NederL  Oost-Ind.  Comp.  waren  opgetreden  en  eenige  Engel- 
sche  getuigen. 

De  Nederlanders  trokken  hunne  vroeger  afgelegde  getuigenissen 
in  en  toen  de  Engelsche  getuigen  naar  Nederland  overkwamen , 
Het  de  koning  van  Engeland  den  eisch  stellen;  vooreerst,  dat  de 
Staten- Generaal  zouden  verklaren ,  dat  zij  evenmin  als  hij  aan  de 
gedelegeerde  regters  opperste  regtsmagt  zouden  toekennen;  ten 
tweede,  dat  de  overgezonden  Engelsche  getuigen,  vóór  hun  ver- 
hoor als  bevoegd  zouden  worden  verklaard  en  eindelijk ,  dat  het 
vonnis  vóór  de  uitspraak  aan  den  Koning  zou  worden  voorgelegd. 

De  Staten-Generaal  verwierpen  natuurlijk  deze  voorwaarden; 
want  onder  zulk  een  voorbehoud  verloor  het  vonnis,  voor  het 
nog  was  uitgesproken,  alle  kracht;  evenmin  konden  op  die 
wgze  de  Engelsche  getuigen  worden  gehoord;  op  andere  voor- 
waarden weigerden  die  getuigen  voor  de  regters  te  verschijnen 
en  vertrokken  zij  onverrigter  zake  weder  naar  Londen. 

Nu  deed  de  fiskaal  zijn  eisch  tot  schuldigverklaring  der  Neder- 
landsche  regters  op  Amboina,  op  grond  van  gepleegde  informa- 
liteiten; maar  de  gedelegeerde  regters  maakten  een  ontwerp- 
vonnis,  strekkende  tot  geheele  vrijspraak.  Dit  vonnis  werd  op 
den  2den  Januarij  1632  ter  vergadering  van  de  Staten  Generaal 
gelezen,  maar  niet  uitgesproken.  Men  schijnt  het  uit  eigen 
beweging  ook  aan  den  Koning  van  Engeland  te  hebben  voorge- 
legd en  nu  werd  de  zaak  andermaal  op  diplomatiek  terrein  over- 
gebragt.  In  November  1633  was  men  langs  dien  weg  zóó  ver 
gevorderd,  dat  ter  vergadering  vao  de  Staten-Generaal,  drie 
concept-acten  werden  vastgesteld,  welke  aan  de  Engelsche  rege- 
ring werden  aangeboden  en  waarvan  de  strekking  was,  om  de 
reeds  zoo  lang  hangende  quaestie  door  kostbare  schadevergoe- 
ding uit  den  weg  te  ruimen;  maar  deze  acten  zijn,  naar  het 
schgnt,  nimmer  geteekend  ^  De  zaak  bleef  slepende  en  ge- 
raakte meer  op  den  achtergrond,  naarmate  de  binnenlandsche 


1.    Secrefce  Resol.  Staten-Generaal  27,  28  Sept.,  24  Oct.  en  6  Nov.  1683. 

/Google 


Digitized  by  ^ 


verdeeldheid  in  Groot-Brittannie  vermeerderde.  De  stemming  in 
Engeland  bleef  echter,  vooral  onder  de  burgerg,  de  kooplieden 
en  het  volk,  jegens  Nederland  vijandig.  De  zaak  van  Amboina 
was  een  wapen,  dat  voortdurend  bij  de  hand  lag  en  dan  ook 
gretig  door  Cromwell  werd  opgevat.  Het  geschil  werd  eerst 
door  het  SOste  art.  van  het  traktaat  van  Westminster  op  den 
y\  April  en  door  de  overeenkomst  op  30  Angnstus  1654  ge- 
sloten, tot  een  einde  gebragt;  doch  ook  deze  verdragen  weer- 
hielden Earel  II  niet,  om  de  teregtstelling  op  Amboina  later 
weder  op  nieuw,  als  een  voorwendsel  tot  oorlog  tegen  Neder- 
land op  te  werpen. 

Toen  in  1654  de  geschillen  tusschen  de  Engelsche  en  Neder- 
landsche  O.  I.  Compagnien  eindelijk  werden  verevend,  hadden 
de  Engelschen  reeds  sedert  ongeveer  dertig  jaren,  bijna  alle 
kracht  in  den  Indischen  Archipel  verloren.  Zij  hadden  toen  reeds 
hunnen  hoofdzetel  naar  Vóór-Indie  verlegd  en  de  Nederlanders 
waren  van  deze  lastige  naburen  verlost.  Vóór  het  echter  zoover 
kwam,  waren  er  nog  hevige  en  schier  eindelooze  twisten  tus- 
schen de  Engelschen  en  de  Nederlanders  in  Indie  voorgevallen. 
Vooreerst  was  de  uitvoering  van  art.  9  van  het  op  den  21  sten 
Januari]  1623  gesloten  traktaat  ^  een  punt  van  geschil  geweest. 
De  Gouverneur-Generaal  de  Carpentier  had  aan  de  Engelschen, 
op  hunnen  eisch,  aangeboden:  „dat  sy  op  het  eiland  Bun,  op 
„  soodanige  wyze  en  in  alsulcke  sterckten  en  met  alsulck  gesag 
„  souden  vermogen  te  gaan  resideren ,  als  sy  daar  geseten  had- 
„  den,  ten  tyde  van  den  ingang  van  het  traktaat  van  1619  en 
„  dat  de  Nederl.  Comp.  het  eyland  in  allen  deele  sooveel  in 
„  menschen  vermogen  was  en  de  Comp.  gehouden  was,  wilde 
„  stellen  in  sulcken  staat  als  het  was  ten  tyde  van  het  tractaat." 
Eene  quaestie  over  het  regt  verstand  van  het  tijdstip  van  het 
status  quo,  was  voor  de  Engelschen  eene  te  schoone  gelegen- 
heid   tot    twisten,    om   die   ongebruikt   te   laten   voorbijgaan, 


1.    Zie  hierboven  bladz.  xxx. 

/Google 


Digitized  by  ^ 


XLI 

vooral  omdat  de  Engelsche  Comp.  op  dat  oogenblik  noch  geld 
noch  kracht  in  Indie  bezat,  om  zich  op  behoorlijke  wijze  in  den 
specerij-archipel  te  vestigen.  De  Engelschen  weigerden  in  het 
einde,  onder  protest,  het  eiland  Bun  te  aanvaarden  en  daarop 
vestigden  de  Nederlanders  zich  aldaar  weder  in  1625  voor  kor- 
ten tijd.  Nadat  het  eiland  door  de  Nederlanders  nogmaals  was 
verlaten,  wilden  de  Engelschen  in  1638  er  zich  weder  vesti- 
gen; maar  toen  werd  hun  dit  door  den  Gouverneur-Generaal 
van  Diemen  belet  ^. 

Behalve  over  het  bezit  van  Poelo-Bun ,  werden  er  over  allerlei 
ponten,  schier  ontelbare  acten,  replieken,  duplieken  tusschen 
de  bestuurders  der  Engelsche  Comp.  en  de  Hooge  Begering  in 
Indie  gevnsseld. 

Alles  wat  de  Nederlanders  tegenover  de  Engelschen  in  Indie 
hebben  verrigt,  was  zonder  twijfel  niet  altijd  in  overeenstemming 
met  de  eischen  van  regt  en  billijkheid;  maar  bij  de  beoordee- 
Ung  dier  verrigtingen  mag  toch  ook  niet  worden  voorbij  gezien, 
dat  het  bijna  onmogelijk  was  om  naast  de  Engelschen  in  Indie 
te  leven  en  met  hen  den  vrede  te  bewaren.  De  aanmatigingen, 
de  uittartingen,  de  plagergen  der  Engelschen,  waren  zonder 
einde;  telkens  werd  door  hen  over  de  nietigste  zaak  groot  mis- 
baar gemaakt,  telkens  kwamen  zij  voor  den  dag  met  nieuwe 
protesten,  telkens  gaven  zij  niet  onduidelijk  te  kennen,  dat  zij 
zich  de  eerste  natie  van  Europa  rekenden  en  niet  verlangden 
zich  te  onderwerpen  aan  de  regelen  door  anderen  gesteld.  (Jeen 
menschelijk  geduld  scheen  op  den  duur  tegen  die  aanmatiging 
bestand  en  men  wordt  gedwongen  tot  bewondering  voor  het 
taaije  maar  onverzettelijk  geduld  der  Hooge  Begering  te  Batavia, 
die  op  alle  acten  en  protesten  antwoordde,  zonder  iets  van  het 
gezag  en  de  regten  der  Nederl.  Comp.  prijs  te  geven.  „  Wij 
„zgn  hier,"  schreef  de  Carpentier,  „  met  hen  (de  Engelschen) 
„Bis  met    eene    moegelijcke    vrouwe   opgescheept,  en  weten 


1.    G&L  Missive  3  Jan.  1024  on  Gen.  Missive  22  Dec.  1638. 

/Google 


Digitized  by  ^ 


ILII 

„  qnalyck  hoe  het  mogelyck  is  U  bnyten  dispnnt  en  qoaestie 
„  te  honden ,  soo  wy  ÜEd.  gerechticheyt  snllen  mainteneren 
„  nae  behooren.  Wij  bidden  UEd.  dan  oock,  soo  wy  in  eenige 
yy  saken  soo  cirenmspect  niet  gehandeld  hebben  als  U  wel  wensch- 
^  ten^  ons  het  ten  beste  te  willen  honden ,  alsoo  de  kwellingen 
„en  krakeelen  oneyndelyck  syn  en  het  qnalyck  mogelijk  is, 
„  alles  soo  in  mate  en  balance  te  honden,  dat  de  Engelschen  ge- 
„  contenteert  blijven  en  UEd.  bniten  molest  gesteld  worden." 
Het  was  voor  de  Nederlandsche  Compagnie  eene  gelukkige 
omstandigheid;  dat  de  bewindyoerders  der  Engelsche  Comp.  te 
Londen,  slechte  bestuurders,  vooral  in  geldzaken  waren,  en  de 
Engelsche  ambtenaren  in  Indie  zoo  onberaden  te  werk  gingen, 
dat  zij  door  eigen  toedoen  zich  zelven,  zoowel  uit  Japan  als 
langzamerhand  uit  den  geheelen  Archipel  werkten,  zonder  dat 
de  Nederlanders  met  hun  bedaard  maar  aanhoudend  overleg, 
groote  moeite  behoefden  aan  te  wenden,  om  voordeel  uit  de 
fouten  hunner  mededingers  te  trekken.  De  Engelschen  in  Indie 
wachtten  den  uitslag  der  onderhandelingen  van  Europa  over  de 
zaak  van  Amboina  niet  af.  Toen  de  Engelsche  gezant  Carleton 
op  den  2den  November  1624  te  's  Gravenhage  voldoening  eischte 
op  de  drie  gewigtige  punten,  ^  waarmede  weinig  minder  dan 
eene  geheele  scheiding  tusschen  de  beide  Compagnien  en  het 
verbreken  van  het  traktaat  van  1619  beoogd  werd,  had  de 
Engelsche  president  te  Batavia  reeds  verklaard,  dat  de  Engelsche 
Comp.  zich  onttrok  aan  vergoeding  van  of  bijdrage  tot  de  kosten 
voor  de  blokkade  van  Bantam  en  voor  de  vloot  van  defensie. 
Op  den  If  Oct.  1624,  dus  reeds  drie  weken  voor  dat  Carleton 
te  's  Hage  zijne  propositie  deed,  leverden  de  Engelschen  te  Ba- 
tavia eene  acte  over  aan  de  Neerl.  Ind.  regering,  waarbg  zij 
uit  naam  der  Engelsche  Comp.  „  ronduyt  verklaarden,  dat  sy 
„  volcomelyck  voorgenomen  hadden  den  handel  te  Bantam  alleen, 
„  sooals  sy  best  kunnen  en  geraden  sullen  vinden  te  vervolgen , 


1.    Zie  bofen  Uadz.  xxxt. 

Digitized  by  VjOOQ IC 


xLni 

;,en  zich,  soo  t'eenigsins  geschieden  kou;  oock  metter  woon 
9  in  Bantam  neder  te  setten,  sonder  dat  sy  sich  langer  aan  de 
„conditien  van  het  solempneel  tractaat  en  speciale  instructie 
^  van  de  respective  Gompagnien  in  Europa  en  aen  de  gevolgde 
„  eenparige  resolutien  en  arresten  bg  den  raad  van  defensie, 
„op  't  stnck  van  den  Bantamschen  handel  genomen,  langer 
„begeerden  te  binden  ofte  conformeeren;  maer  ter  contrarie 
„verklaerden  van  dese  t'eenemael  sich  te  ontlasten."  De  En- 
gelsche  president  en  zijn  raad  stelden  aan  den  Gouverneur- 
Generaal  de  Carpentier  de  vraag,  of:  indien  de  Engelschen  de 
blokkade  van  Bantam  verbraken  en  zij  zich  in  die  stad  gingen 
vestigen,  het  Nederlandsch  bestuur  zich  daartegen  met  de  wa- 
penen zou  verzetten.  Zij  hadden  de  onbeschaamdheid  van  er 
bij  te  voegen  dat,  indien  de  Nederlanders  de  wapenen  gebruik- 
ten, de  zaak  ten  einde  en  hun  voornemen  verijdeld  was;  maar 
indien  slechts  met  protesten  wierd  geschermd  en  het  vraagstuk 
naar  Europa  ter  beslissing  wierd  overgcbragt,  dat  zij  dan  met 
de  uitvoering  hunner  plannen  zonden  voortvaren.  De  Carpen- 
tier, die  volstrekt  geen  voornemen  had  om  de  blokkade  van 
Bantam  tegen  de  Engelschen  met  de  wapenen  te  handhaven; 
maar  ook  geen  lust  gevoelde  om  zijne  vredelievende  voornemens 
aan  de  Engelschen  bloot  te  leggen,  antwoordde  eenvoudig,  dat 
de  tijd  zou  openbaren,  wat  hij  doen  zou.  Dit  ontwijkend  ant- 
woord, dat  voor  tweederlei  uitlegging  vatbaar  was,  weerhield 
de  Engelschen  nog  een  tijd  lang  van  den  terugtogt  uit  Batavia 
naar  Bantam.  Maar  de  Engelschen  koesterden  sedert  eenigen 
tgd  nog  een  ander  plan,  namelijk:  om  in  de  straat  Sunda  een 
eiland  uit  te  kiezen,  dat  te  bezetten,  er  een  fort  op  te  bouwen 
van  daar  uit  den  handel  met  Bantam  en  den  geheelen  Archipel 
te  drgren  en  die  sterkte  tot  een  anti  Batavia,  zoo  als  zij  het 
reeds  noemden,  op  te  voeren.  Dit  plan  werd  weldra  door  hen 
ten  uitvoer  gelegd. 

Met  zekere  uittarting  gaven  de  Engelsche  president  en  Raden 
vooraf  kennis  van  dit  voornemen  aan  Gouverneur-Generaal  en 


Digitized  by 


Google 


XLIT 


Raden.  Zij  vertoonden  reeds  op  den  4den  November  1624  te 
Batavia ;  het  daartoe  ontworpen  artikel,  dat  Garieten  op  den 
2den  November  van  dat  zelfde  jaar  te  's  Hage  aan  de  Staten- 
Generaal  overleverde.  Het  gold  hier  de  uitvoering  van  de  artt. 
24  en  25  van  het  traktaat  van  1619,  betreffende  het  bouwen 
door  de  Engelschen  van  forten  in  den  Archipel. 

Gbuvemeur-Generaal  en  Raden  van  Indie  antwoordden  hierop, 
dat  zg  voornemens  waren  hunne  goedkeuring  aan  zoodanige 
handeling  der  Engelschen  te  schenken,  zoodra  het  officieel  zou 
zijn  gebleken,  dat  de  daartoe  volgens  het  traktaat  vereischte 
overeenkomst  in  Europa  gesloten  was.  Intusschen  had  de  Car- 
pentier,  die  reeds  sedert  eenigen  tijd  de  plannen  der  Engelschen 
had  doorgrond,  zyne  voorzorgsmaatregelen  genomen. 

In  den  aanvang  was  het  hem  onbekend,  op  welk  punt  in 
straat  Sunda  de  Engelschen  zich  wilden  vestigen.  Die  onze- 
kerheid deed  de  Carpentier  en  den  raad  van  Indie  het  besluit 
nemen  *  om  „  een  der  bequaemste  en  houtryckste  eylanden  in 
„  straat  Snnda  te  doen  occuperen ,  ten  einde  meester  te  zgn  van 
„den  aanvoer  van  hout,  van  eene  libere  en  ongemolesteerde 
„  passage  door  deselve  straat  en  om  te  voorkomen  collusie , 
„  welke  eenige  andere  natie  bij  incorporatie  van  voors.  eylan- 
„  den  tot  groote  prejuditie  van  de  Nederl.  Comp.  sou  mogen 
„  attenteeren."  Een  klein  eskader  onder  bevel  van  Jan  van 
Gorcum  werd  nu  naar  de  straat,  tot  onderzoek  van  de  eilanden 
aldaar,  gezonden  en  de  uitslag  van  dien  togt  was,  dat  de  eilan- 
den Bessi  en  Sebessi  werden  „  geproclameerd  te  staan  in  pos* 
„  sessie,  protexie  en  sauvegarde,  van  de  Hoog-Mogende  Heeren 
„  Staten-Generaal  der  Ver.  Nederlanden."  Op  het  eiland  Sebessi 
werd  nu  een  klein  fort  opgeworpen,  eene  bezetting  van  35 
blanke  koppen  en  12  inlanders  daarin  gelegd  en  eenig  klein 
vaartuig  tot  verdediging  on  ondersteuning  daar  aan  toegevoegd.^ 
De  Engelschen,  die  steelsgewijze  de  blokkade  van  Bantam  reeds 


1.  Resol.  6.-6.  en  Raden,  23  Angastos  1624. 

2.  Reaol.  6.-6.  1  Oct.  1624. 


Digitized  by 


Google 


XLV 

gejschonden  en  handel  met  die  stad  gedreven  hadden ;  braken  op 
den  11  December  1624  van  Batavia  op,  en  begaven  zich  met 
alle  hmme  schepen  en  goederen  en  al  hun  volk  naar  het  eiland 
Lagoendi;  digt  onder  de  knst  van  de  Lampongs.  Op  dat  eiland 
vestigden  zg  zich  en  begonnen  er  terstond  eene  versterking  te 
maken  ^  die  den  naam  van  anti-Batavia  dragen  zon.  ^  De  Car- 
pentier  en  de  Baad  van  Indie  lieten  nu  de  reede  van  Bantam 
n(^  naanwer  insluiten  en  door  eenige  schepen  de  handelingen 
der  Engelschen  in  het  oog  honden. 

Door  de  tijdige  en  behendige  vestiging  der  Nederlanders  op 
Sebessi,  welk  eiland  juist  midden  in  het  vaarwater  tusschen 
Lagoendi  en  Bantam  ligt;  was  aan  de  Engelschen  de  pas  en 
de  vrijheid  van  beweging  reeds  afgesneden. 

Zelden  zijn  groote  verwachtingen  zóó  spoedig  te  niet  gegaan  ^ 
als  die,  welke  de  Engelschen  zich  van  de  stichting  van  een 
anti-Batavia  op  Lagoendi  hadden  voorgespiegeld. 

Naanwelgks  zes  maanden  ^  nadat  de  Engelschen  met  groot 
vertoon  en  zegepralende,  Batavia  hadden  verlaten,  kwamen  zg 
bgna  als  smeekelingen  binnen  Batavia  terug.  Zij  bleven  op 
Lagoendi  niet  langer  dan  tot  de  maand  Mei  van  1625.  Terwijl 
zg  zich  veel  moeite  en  kosten  met  het  bouwen  en  timmeren 
van  hun  anti-Batavia  hadden  gegeven,  hadden  zij  aan  de  groot- 
ste ellende  bloot  gestaan.  Het  eiland  was  één  groot  kerkhof 
geworden,  meer  dan  360  lijken  had  de  grond  van  Lagoendi 
in  zich  opgenomen  en  die  er  van  de  Engelschen  nog  waren 
overgebleven,  waren  zóó  verzwakt  en  uitgeteerd,  dat  zij  zich 
zelfe  niet  meer  tegen  stroopende  en  roovende  visschers  van 
Sumalra  en  Bantam  konden  verdedigen.  Eindelgk  moesten  zij 
zich  de  vernedering  getroosten,  om  van  de  Nederlandsche  regering 
te  Batavia  te  vragen  of  deze  de  goedheid  wilde  hebben  van 
hen  met  Nederlandsche  vaartuigen  te  doen  afhalen  en  weder  ■ 
binnen  Batavia  op  te  nemen.  De  Carpentier  aarzelde  geen 
oogenbUk  zgne  tegenstanders  uit  hunne  ellende  te  verlossen, 

1.    Gen.  Miwivc,  27  Januari  1626,  en  Reeol.  G.G.  ea  Raden,  12  Dec.  1624. 

Digitized  by  VjOOQ IC 


zg  werden  naar  Batavia  gevoerd  en  een  ruim  gebouw,  tot  school 
bestemd,  werd  aan  de  Engelschen  ingeruimd  ^ 

De  Nederlanders  haastten  zich  nu  ook  om  het  eiland  Sebessi , 
dat  wegens  ongezondheid  bijna  onbewoonbaar  was,  te  verlaten. 
In  den  eersten  tijd  na  deze  gebeurtenis,  scheen  het  dat  alle 
twisten  tusschen  Nederlanders  en  Engelschen  waren  vergeten; 
„  soo  groeten  alteratie  ende  onlust,"  schreef  de  Hooge  Regering 
aan  de  Bewindhebbers,  „  als  tusschen  UEd.  en  de  Engelsche 
„  Comp.  alhier  over  verscheyden  questien ;  maer  insonderheyt 
„  over  d'executie  van  Amboyna  ontstaen  waren ,  immer  soo  groo- 
„  ten  vruntschap  en  ruste  is  hier  sedert  onsen  jongsten  (brief) 
„  wel  onversien  en  onverwacht  gevolcht.  Naer  sy  (de  Engel- 
„  schen)  ons  verclaeren,  sullen  niet  licht  weder  onderstaen  van 
„  Batavia  te  scheyden,  maer  hebben  voorgenomen  met  hooge 
„  obtestatie  in  alle  eenparichheyt  ende  vruntlyckheyt  met  ons 
„  overeen  te  comen."  ^ 

Was  de  Carpentier  edelmoedig  geweest,  de  Engelschen  wil- 
den zich  dankbaar  betoonen;  maar  die  gelukkige  overeenstem- 
ming duurde  niet  lang.  Keeds  in  den  loop  van  het  volgende 
jaar  begon  weder  de  wisseling  van  vinnige  geschriften  en  pro- 
testen ;  dan  eens  naar  aanleiding  van  de  vraag  of  zeker  Italiaan 
stond  onder  het  regtsgebied  der  Nederlandsche  of  der  Engelsche 
Compagnie,  dan  weder  over  de  betaling  van  de  in-  en  uitgaande 
regten  en  tollen  te  Batavia.  Op  den  23sten  November  1626 
eischten  de  Engelschen  zelfs  op  hoogen  toon,  dat,  aangezien 
hun  koning,  Karel  I,  tegelijk  met  het  sluiten  van  het  traktaat 
van  alliantie  te  Southampton  op  |  September  1625,  eene  schor- 
sing der  represailles  aan  de  Nederl.  Oost  Ind.  Comp.  voor  den 
tijd  van  18  maanden  had  verleend,  zij  nu  ook  gedurende  dien 
zelfden  tijd  alle  de  voordeden,  welke  zij  zich  bij  het  trak- 
taat van  1619  hadden  bedongen,  in  Indie  zouden  genieten. 


Resol.  G6.  en  R.  23  Jun$  1625. 
Zie  brief  N».  XIV  hier  achter. 


Digitized  by 


Google 


hoewel  zg,  noch  tot  betaling  van  hun  aandeel  in  de  kosten  des 
handels^  noch  tot  het  medeuitrnsten  van  eene  vloot  van  defensie 
in  staat  waren.  Tot  znlk  een  leenwencontract  liet  echter  de  Car- 
pentier  zich  niet  verleiden. 

Eindelijk  kwam  toch  aan  al  dat  twisten  een  einde  en  werd 
de  Hooge  Regering  te  Batavia ;  van  de  Engelschen  verlost. 
Omstreeks  het  najaar  van  1627,  nadat  Jan  Pietersz.  Coen  weder 
in  Indie  was  aangekomen  en  als  Gouverneur-Generaal  opgetre- 
den, gaf  de  Engelsche  president  officieel  aan  de  Hooge  Rege- 
ring kennis,  dat  hij  „van  zijnen  Koning  en  van  de  directors 
jj  der  Eng.  Comp.  expressen  last  had ,  om  den  handel  alleen 
„  en  voor  eigen  rekening  te  Bantam  te  gaan  dryven,  dat  hy 
„  om  geen  consideratien  ter  contrarie ,  soo  stricten  mandament 
„sou  vermogen  na  te  laten,  al  ware  het  ook  dat  zijn  leven 
j.  daarvan  afhing." 

Korten  tijd  na  die  verklaring  vertrokken  drie  Engelsche  sche- 
pen, met  koninklijke  geschenken,  voor  den  Sultan  bestemd,  aan 
boord  en  met  den  koninklijken  standaard  in  top,  naar  Bantam. 
Het  gelukte  aan  de  Engelschen  voor  zich  alleen  de  handels- 
betrekkingen in  die  stad  te  herstellen  en  nu  verlieten,  in  de 
eerste  dagen  van  1628,  alle  Engelschen  met  hunne  goederen 
en  koopmanschappen,  het  Nederlandsche  grondgebied  van  Bata- 
via, om  zich  binnen  Bantam  te  vestigen. 

Gouverneur-Generaal  en  Raden  van  Indie,  hoewel  zij,  zooals 
hun  pligt  en  het  traktaat  van  1619  medebragten,  eerst  het  ver- 
trek naar  Bantam  aan  de  Engelschen  ontraadden  en  daarna  er 
tegen  protesteerden,  boden  echter  geen  grooten  tegenstand  tegen 
dat  vertrek.  Z^  wisten  dat  er  voor  de  ontwikkeling  van  de 
Nederlandsche  volkplanting,  door  het  vertrek  van  dien  onge- 
regelden  troep,  niet  veel  verloren  ging,  *  en  dat  de  Engelschen 


t,  AU  kenmerk  van  de  zeden  te  Batavia  in  dezen  t^d,  is  nietonbelangr\jk,  wat  men 
in  het  dagr^ister  van  Batavia  onder  24  Jun|j  1626  leest:  Ten  vierden,  alsoo  Syne 
Ed.  (d.  i.  de  G6.  de  Carpentier)  by  rapport  van  den  Baillia  deser  stede  verstaen 
badde,  dotter  soo  nn  ende  dan  by  laten  nacht  ende  oniyde,  in  droncken  geselschappen 
code  gelagen,    vele   laydrnchtige   ongercgeltheden  ende  disordren  by  sommigen   van 


Digitized  by 


Google 


XLTltt 

door  gebrek  aan  kapitaal  toch  onvermogend  waren,  om  te  Ban- 
tam veel  schade  aan  den  handel  der  Nederlanders  te  berokkenen. 
Bovendien  had  Coen  vooraf,  op  behendige  wyze,  betrekkingen 
aangeknoopt  met  Chinesche  kooplieden,  door  wier  tnsschenkomst 
het  grootste  gedeelte  van  de  Bantamsche  peper  toch  in  handen 
der  Nederlandsche  Compagnie  te  Batavia  kwam. 

Op  deze  wgze  werd  de  band,  waarmede  de  Engelschen  en 
Nederlandsche  Compagnien  sedert  1619  aan  elkander  waren  ge- 
snoerd, gescheurd  en  eindelijk  geheel  losgereten.  „Weinig 
„vriendschap  en  kleine  correspondentie  honden  de  Engelschen 
„sedert,  met  onze  natie  in  Indie;'  schreef  reeds  in  1628  de 
Hooge  Regering  aan  hel  Opperbestuur  in  Nederland.  ^ 

De  handelsdraden,  door  de  Engelschen  in  den  Indischen  Ar- 
chipel aangeknoopt,  ontglipten  hun  langzamerhand  geheel  en  al. 
De  Engelsche  president  in  Bantam  schreef  weldra  zelf,  aan  zijne 
meesters  in  Europa,  dat  de  beide  kusten  van  Vóór-Indie  nog  maar 
alleen  de  middelen  aanboden,  om  weder  een  werkelijk  aandeel 
in  den  handel  van  peper  en  specerijen  voor  de  Engelsche  Com- 
pagnie te  herwinnen.  "^  Het  Engelsche  presidentschap  te  Bantam 
verviel,  weinig  tijds  daarna,  tot  den  lageren  rang  van  een  agent- 
schap, aan  het  hoofdbestuur  te  Soeratte  ondergeschikt.   Nader- 


d'Engelsche  natie,  soo  hoogen  als  lagen  standt,  in  de  stadt  omgingen  ende  snlcx  ge- 
pleecht  wierden,  dat  den  bailliu  vermogens  syn  ampt  al  over  lange  eenige  derselver 
daerover  ipso  facto  sonde  gelicht  en  voor  den  gerechte  gecanseert  hebben,  ten  ware 
snlcx  om  't  respect  van  de  natie  ende  op  hoope  van  affstandt  van  soodanige  ongere- 
geltheden  in  toecomende,  naergelaten  hadde,  dner  noch  by voegende,  hoe  men  seeckero 
kennisse  hadde,  dat  die  conversatie  ende  familiariteyt  van  sommige  ministers  van 
d'£ngebche  Ck>mp.  met  eenige  ^'ederlandtsche  vrouwspersoonen  in  de  stadt  by  nacht 
ende  op  oobehoorlycke  tyden ,  soo  groot  was ,  dat  het  naer  de  verstaene  rapporten ,  de 
bepaelingen  van  alle  molestie  unde  eerbaerheyt  exccdeerde,  daervan  Syne  £d.  mede 
goetgedacht  hadden  den  president  (der  Engelschen)  te  adverteren ,  omme  by  S.  E  daer- 
inne  te  versien  ende  bchoorlycke  ordre  gestelt  te  worden;  t*en  was  Syn  Ëdts.  meyninge 
niet  haer  eeneu  regel  te  prescri beren ,  waer  se  gaen  ofte  niet  gaen  souden,  maer 
alleenlyck  wilde  Syne  £d.  serieusalyck  gcrecommandeert  hebben,  dat  de  modestie  ende 
civile  eerbaerheyt  in  de  conversatie  niet  te  bnyten  gegaen  wierde. 

1.  Gener.  missive  3  Nov.  1628. 

2.  Bmce,  Annuals  of  the  honor  E.  India  Comp.  vol.  I,  bladz.  271  seq.  en  800. 
london  1810. 


Digitized  by 


Google 


XLIX 

hand  weder  tot  een  presidentschap  verheven;  dreef  de  Engelsche 
kolome  te  Bantam  nog  een  tgd  lang,  den  handel;  met  afwisse- 
lend gelnk.  Later  sleepte  zy  een  steeds  meer  kwijnend  leven 
voort,  totdat  in  1684  de  Hooge  Begering  der  Nederl.  Comp. 
in  Indie  met  den  Snltan  van  Bantam  een  nitslnitend  handels- 
en  Tredestraktaat  sloot  en  de  Engelschen  zich  geheel  nit  Ban- 
tam terugtrokken. 


V.  ïv 

Digitized  by  VjOOQ IC 


ZEVENDE    HOOFDSTUK. 


Nog  is  de  reeks  van  gevolgen  der  noodlottige  teregtstel- 
ling  op  Amboina  niet  ten  einde.  Die  gebeurtenis  sleepte^ 
behalve  de  onmiddelgk  daaruit  voortgevloeide  twisten  met  Oroot- 
Brittannie,  bovendien  middelijk  en  meer  verwijderd  nog  andere 
gewigtige  gevolgen  achter  zich  aan ;  want  daardoor  werd  ook  de 
terugkeer  van  Jan  Pietersz.  Coen  naar  Indie,  voor  een  gerui- 
men  tijd  vertraagd  en  de  invoering  van  een  meer  vrggevig 
en  staathuishondkundig  regerings-  en  handelsstelsel  in  Indie 
verijdeld. 

De  oud-Gouvemeur-Generaal  J.  Pz.  Coen  was,  na  eene  af- 
wezigheid van  elf  jaren,  op  den  19den  September  1623  in 
Nederland  teruggekeerd.  Op  den  9den  October  verscheen  hij 
in  de  Vergadering  der  XVII;  gaf  daar  niet  aUeen  een  uitge- 
breid verslag  van  den  staat  der  zaken  in  Indie;  maar  leverde 
er  ook  een  uitgewerkt  vertoog  in,  over  de  middelen  tot  herstel 
van  's  Comps.  zaken  zoo  in  Indie  als  in  Nederland.  Dagen 
lang  duurde  de  beraadslaging  voort  tusschen  Coen  en  de  Hee- 
ren  XVII.  Drie  hoofdmiddelen  van  redres,  droeg  Coen  in  die 
bijeenkomsten  voor,  vooreerst:  goede,  algemeene  en  afdoende 
bezuiniging  en  beter  regeling  van  het  beheer,  zoo  in  Indie  als  in 
Nederland;  ten  tweede,  kolonisatie  en  openstelling  van  vrgen 
handel  in  ludie;  ten  derde,  bevordering  van  den  handel  met 
China. 


Digitized  by 


Google 


Vooral  het  tweede  middel  werd  met  aandrang  en  warmte  door 
Coen  aanboYolen;  hg  leverde  eene  pleitrede  voor  zgn  stelsel 
om  Indie  door  Indie  zelve  te  voeden  en  te  onderhouden;  geen 
uitzending  meer  van  zóó  groote  kapitalen  nit  Nederland  door 
de  Compagnie;  maar  vooral  uitzending  van  volkplanters  en 
vrijhandelaars ;  die  öf  landbouwers  en  plantagemeesters  in  Indie 
zouden  worden,  óf  met  hunne  vaartuigen  onder  zekere  voor- 
waarden, den  handel  zouden  drijven  langs  Afrika's  oostkust, 
de  kusten  en  golven  van  het  vasteland  van  Indie  en  van  een 
groot  gedeelte  van  den  Archipel,  die  op  die  wgze  een  groeten 
handelschrkel  zouden  beschreven,  waarvan  Batavia  het  midden- 
punt  moest  zgn.  Het  was  in  één  woord  een  stelsel  van  handel 
gedreven  door  bgzondere  personen  met  consignatie  op  Batavia. 
Maar  dan  moest  ook  de  Gomp.  voor  een  groot  gedeelte  haren 
eigen  handel  in  Indie  los  en  aan  de  vrijhandelaars  overlaten; 
z^  moest  naar  Batavia,  Amboina  en  Banda,  Europeanen  en 
inlandsche  volkplanters  en  slaven  brengen ;  op  die  plaatsen  moest 
zg  gronden  uitgeven,  handelsvoordeelen  verleenen;  zg  moest 
voortaan  in  Indie  niet  alles  zelve  willen  doen;  zg  moest  ook 
een  deel  aan  de  bgzondere  krachten  overlaten;  zg  moest  zelfs 
niet  schroomen  vergunning  te  geven  aan  eenige  bgzondere  per- 
sonen om  met  eigen  schepen,  of  op  de  schepen  der  Compagnie 
koopwaren  en  volk  uit  Nederland  met  licentbrieven  van  de 
Comp.  naar  Indie  te  zenden.  Menschen,  schepen  en  kapitalen 
moesten  door  doeltrefifende  middelen  naar  Indie  worden  gelokt.  ^ 

Het  stelsel  van  Coen  kwam  in  vele  punten  overeen  met  dat 
der  Portugezen,  en  nagenoeg  dezelfde  denkbeelden  zgn  118 
jaren  later  door  van  Imhoff  aangeprezen.  Ook  van  Imhoff  wUde 
een  vrgen  handel  om  de  West  van  Indie,  onder  zekere  voor- 
waarden in  het  leven  roepen,    „de  stad  Batavia  tot  centrum 


1.  Zie  de  oonferentien  tossohen  Coen  en  de  Heeren  XVII  op  9  Oct.  1623  en  vol- 
gende dagen  gehouden ,  hierachter  onder  N».  I ,  en  ook  vooral  op  bladz.  8  het  reglement  op 
den  vrgen  handel,  N®.  II;  verder  Deel  I,  Opkomst  van  het  Nederl.  gezag  over  Java, 
bladz.  CXI  en  N^.  XLIV  der  aldaar  gedmkte  stnkken. 


Digitized  by 


Google 


m 

y,  yan  alle  d'IndiAensehe  negotie  makende."  ^  Ook  van  Imhoff 
was  een  yoontander  van  Eoropesche  kolonisatie  en  yan  uitgifte 
yan  licentbrieyen  yoor  den  oyenroer  yan  eenige  handelsartikelen 
op  Compagnie's  schepen  naar  Indie.  Maar  in  yele  opzigten  was 
het  stelsel  yan  Coen  in  1623  yoorgedragen^  op  broeder  grond- 
slagen ontworpen;  dan  dat  yan  yan  Imhoff  in  1741.  Beider 
stelsel  leed  echter  aan  hetzelfde  kwaad  ^  yoor  beiden  was 
de  yrgheid  meer  middel  dan  doel.  Indien  echter  Coen  zgn 
stelsel  in  toepassing  had  mogen  brengen^  dan  zou  hg,  door  de 
eryaring  yerder  onderwezen  ^  yermoedelgk  de  banden  ^  welke 
den  handel  in  Indie  belemmerden  ^  meer  en  meer  hebben  los- 
gemaakt; want  zgn  stelsel  bezat  dit  groote  yoordeei^  dat  het 
eene  eerste  schrede  was  op  den  weg  om  het  monopoliestelsel 
te  yerlaten  en  den  handel  in  Indie  ^  met  zgn  risico  en  zgne 
regtstreeksche  yoordeelen  oyer  te  brengen  in  handen  yan  bgzon- 
dere  ondernemers. 

In  het  midden  dier  yergadering  yan  zeyentien  monopolisten  ^ 
yertegenwoordigers  eener  begunstigde  Compagnie;  waaryan  alléén- 
handel  nitslnitend  de  grondslag  waS;  moet  Jan  Pietersz.  Coen 
wel  bnitengewone  welsprekendheid  en  oyerredingskracht  hebben 
ontwikkeld;  want  niet  alleen  gelukte  het  hem  zgne  toehoorders 
tot  zgn  geyoelen  oyer  te  halen ;  hg  wist  hen  zel&  met  geestdrift 
yoor  zgne  plannen  te  yeryulieu;  zóódat  één  dier  monopolisten 
yan  later  dagen ;  de  adyokaat  Pieter  yan  Dam^  nog  60  jaren 
daarna ;  met  zekere  huiyering  oyer  het  geyaar^  dat  de  Com- 
pagnie in  1623  bedreigd  had;  yerhaalt;  dat  Coen  ;,er  sooyerre 
„  in  slaagde;  dat  men  't  eenemael  in  syn  sentiment  was  oyer- 
ngegaan!" 

In  de  yooijaarsyergadering  der  Hoeren  XVII,  in  Mei  1624; 
kwam  het  door  Coen  ontworpen  reglement  op  den  handel  naar 
IndiC;  op  de  yrge  yaart  en  handel  in  Indie ;  op  het  stichten 
yan  yolkplantingen  en  het  uitgeyen  yan  gronden ;   ter  tafel. 


1.    Memorie  van  van  Imhoff,  2de  Hoofddeel,  ^  16. 

/Google 


Digitized  by  ^ 


LIII 


Het  werd  voorloopig  in  de  vergadering  gelezen  en  onder  ge- 
heimhonding  aan  de  Hoofdparticipanten  medegedeeld.  Na  „  ver- 
scheiden sessien  en  conferentien "  besloot  de  Vergadering  der 
XVn  tot  verzending  van  het  stnk  naar  de  b^zondere  Kamers. 
Toen  op  het  einde  van  de  maand  September  van  ditzelfde  jaar 
1624,  de  Heeren  XVII  weder  bijéén  waren,  werd  het  ontwerp 
nogmaals  in  tegenwoordigheid  van  Coen  naanwkenrig  onder- 
zocht en  breedvoerig  besproken  en  reeds  in  diezelfde  zitting, 
werd  het  stelsel  van  Coen  aangenomen  en  het  door  hem  ont- 
worpen reglement  goedgekenrd.  Men  ging  zelfs  verder,  er 
werd  een  begin  van  nitvoering  aan  gegeven.  Beeds  op  den 
15den  December  1623,  kort  nadat  Coen  voor  de  eerste  maal 
zgne  denkbeelden  in  de  Vergadering  der  XVII  had  voorgedra- 
gen, waren  82  jonge  dochters,  als  eerste  uitzending  voor  de 
volkplanting,  voornit  naar  Indie  gezonden.  Nn,  in  het  najaar 
▼an  1624,  schreef  het  Opperbestnnr  aan  de  Hooge  Kegering  in 
Indie:  „dat  de  Seventien  goedgevonden  hadden,  om  op  goede 
„  conditien  sekeren  vryen  handel  aan  particulieren  in  Indie  toe 
,,te  staen,  gelyk  mede  dat  eenige  particulieren  met  hunne 
„  eigene  of  der  Compagnie  schepen  en  alsucken  cargasoen  en 
^kapitaal  als  goedvinden,  naar  Indie  zullen  mogen  varen." 

Er  werd  reeds  een  bgzonder  reglement  op  de  vaart  uit  Neder- 
land naar  Batavia,  in  bewerking  genomen  en  weldra  vastge- 
steld; inmiddels  hadden  reeds  in  Delft  eenige  b^zondere  per- 
sonen eene  uitrusting  naar  Indie  aangevangen  en  scheepten 
anderen  zich,  in  Zeeland  op  de  schepen  der  Compagnie  met 
hun  eigen  koopwaar,  in. 

Niemimd  kon  beter  en  met  meer  voorliefde  het  nieuwe  stelsel 
in  toepassing  brengen,  dan  de  ontwerper  zelf.  Jan  Fietersz. 
Coen.  Dit  begreep  teregt  ook  de  Vergadering  van  XVn,  die  op 
den  3den  October  1624  dan  ook  dadelgk  het  besluit  nam : 
„  vermits  het  geconcipieerde  ende  alsnu  gearresteerde  reglement 
^  van  Indie,  het  nu  noodig  is,  dat  bekwame  personen  in  dienst 
,,van  de  Ver.  Comp.  in  Oost-Indie  worden  gebruikt,  die  met 


Digitized  by 


Google 


LIV 

^  goede  kennisse  en  genegenheid  hetzelve  kunnen  helpen  aldaar 
^  bevorderen  en  in  praktyk  stellen,  om  de  verwachte  vruchten 

„  daarvan  op  het  spoedigste  te  kunnen  smaken dat 

„  ook  niemand  beter  tot  bevordering  van  't  voors.  reglement  en 
„  redres  kan  gebruikt  worden,  als  de  Heer  Generaal  Coen,  die 
„  daartoe  als  eerste  auteur  de  beste  kennis  en  genegenheid  zal 
„  kunnen  gebruiken;  dat  by  gecommitteerden  aan  den  Heer 
jj  Generaal  Coen  zal  worden  verzocht  of  Z.  E.  zich  nog  wil 
^  laten  gebruiken  in  qualiteit  van  Gouverneur-Generaal  om  met 
„  de  eerste  vloot  naar  Indie  te  varen." 

Coen  gaf  te  kennen,  dat  hij  eerst  in  het  huwel^k  wenschte 
te  treden  en  hoewel  hij  zich  tamelijk  op  prgs  hield,  betoonde 
hg  zich  toch  geneigd,  om  als  Gouverneur-Generaal  naar  Indie 
terug  te  keeren.  Het  sluiten  van  zgn  huwel^k  en  een  daarop 
gevolgde  ziekte,  vertraagde  aanvankel^k  zijn  vertrek;  toch  was 
hg  weldra  gereed  om  de  reis  te  aanvaarden.  Die  vertragmg 
had  echter  noodlottige  gevolgen,  want  weldra  werd  het  vertrek 
van  Coen  uit  andere  oorzaken  onverwacht  opgehouden,  en  ver- 
liep dientengevolge  bet  voor  een  meer  vrygevig  handelstelsel, 
gunstige  getgde. 

Zoodra  men  in  Engeland,  door  den  Britschen  gezant  Dudley 
Carleton,  kennis  had  gekregen  van  de  herkiezing  van  Coen  tot 
Gouverneur-Generaal  over  Neerlands-Indie,  spanden  de  Engelsche 
Begering  en  de  Engelsche  Oost-Indische  Comp.  alle  krachten 
zamen,  om  de  terugkomst  in  Indie  van  dien  gevreesden  land- 
voogd te  beletten.  Carleton  rigtte  op  ^\  December  1624  zgne 
eerste  memorie  met  dat  doel  tot  de  Staten-Generaal,  ^  en  verzocht 
daarin,  dat  zij  aan  Jan  Pietersz.  Coen  den  terugkeer  naar  In- 
die zouden  verbieden,  op  grond  dat  hij  de  oorsprong  en  aan- 
stoker was  geweest  van  alle  twisten,  welke  in  Indie  tusschen 
Nederlanders  en  Engelschen  hadden  plaats  gehad,  dat  hg  het 
traktaat  van  1619  had  geschonden  en  dat  de  Engelschen  reden 


t.    Eztrait  du   mémoire  de  rambassadeor  de  S.  M.  de  la  Gr.  Bret.  /^  décembrc 
16^.  Lias  Engelaod. 


Digitized  by 


Google 


LV 


hadden  om  te  vreezen,  dat  door  de  verheffing  van  hunnen  onden 
T^and  tot  Gouvemear-Generaal  een  tweede  kwaad  ontstaan  zou , 
erger  dan  het   eerste.    Toen  in  het  voorjaar  van  1625  Coen 
gereed  stond  om  aan  boord  te  gaan^  werd  de  aandrang  van 
Garieten  nog  sterker.    In  eene  hevige  memorie  van  grieven  of 
„  memorie  van  objeetien "  leverde  hii  y  op  den  laatsten  Febroarij 
1625;  nagenoeg  eene  acte  van  besehuldiging  tegen  Coen  in  bg 
de  Staten-Generaal;  waarin  Coen  werd  voorgesteld  als  strafbaar, 
omdat  hij  ,,  door  syne  insolentien,  outragien  en  onwaardigbeden 
„  tegen  het  traktaat  van  1619  en  tegen  de  Engelsche  natie  de 
„  perturbateur  was  geweest  van  de  gemeene  ruste  der  bdde 
„  Compagnien."  >     De  Staten-Generaal  besloten  dit  stuk  aan  de 
Bewindhebbers   der  Oost-Ind.  Comp.  mede  te  deelen  en  aan 
geeommitteerden  uit  de  Heeren  XYII  voor  te  houden^  ,,dat  de 
j,  Koning  van  Engeland  den  Gouverneur-Generaal  J.  Pz.  Coen 
,,aanmei^te  als  degene,  die  de  fandamenten  van  de  questien 
jy  in  Indie  had  gelegd  en  dat  in  de  tegenwoordige  omstandig- 
„heden  ^   z§n  terugkeer  naar  Indie,  in  Engeland  zon  worden 
„  aangemerkt  tot  een  trots  en  teycken,  dat  men  niet  gesind 
„  is ,  aldaar  in  goede  correspondentie  te  leven  en  dat  om  die 
^  red^  aan  de  Kamers  van  Amsterdam  en  Middelburg  en  aan 
jj  Coen  zelven  zou  worden  gelast,  het  vertrek  naar  Indie  op  te 
„  houden  tot  een  nader  besluit  der  Staten-Generaal."  ^    Kort 
daarop  kwam  de  tgding,  dat  Koning  Jakobus  was  overleden, 
en  nu  meenden,  naar  het  schijnt,  de  ook  op  staatsgebied  in- 
vloedrgke  Bewindhebbers  het  vertrek  van  Coen  te  kunnen  door- 
dreven ;  doch  de  Staten-Generaal  herhaalden  nu  aan  Coen  zelven 
het  bevel  „  dat  hij  zich  niet  had  te  onderstaan  van  te  vertrekken/'  * 


1.  OljectieD  tegen  J.  Ft.  Coen.  exh.  nlt«.  (ékr.  1625.  Lias  Staten-Generaal  Oost^ 
Indie  en  Engeland. 

2.  Zie  hierboven  bladz.  XXX VII;   men  was  toen  te  midden  der  onderhandelingen 
over  de  zaak  Tan  Amhoina  en  de  algem.  Staten  zochten  toenadering  tot  Engeland. 

3.  Resol.  Staten-Generaal  4  en  5  April  1625. 

4.  Rcsol.  Staten-Generaal  17  April  1625. 


Digitized  by 


Google 


LVI 

Intnissehen  had  dit  oponthoud;  aan  de  tegenstanders  van  het 
meer  vrijgevige  handelsstelsel  van  Coen^  de  gelegenheid  geopend 
om  tegen  dat  stelsel  een  veldtogt  te  openen. 

Reeds  sedert  1622  werd  er  in  Nederland  eene  hevige  oppo- 
sitie tegen  de  Bewindhebbers  der  VereenigijB  Oost-Ind.  Comp. 
gevoerd;  door  eenigen^  die  adch  ;, dolerende  participanten" 
noemden. 

De  hoofdleiders  dier  oppositie  waren :  Claude  de  Oroot^  David 
NnytS;  Daniel  de  Labistrate^  de  welbekende  advocaat  Simon  & 
Sliddelgeest  en  meer  anderen.  IsalU^  Lemaire  zelf  treft  men 
onder  die  tegenstanders  niet  meer  aan,  die  oude  vijand  der  Com- 
pagnie was  afgeleefd  en  stierf  te  midden  van  den  hernieuwden 
strijd  in  1624;  maar  de  haat,  die  hem  bezield  had;  scheen  ge- 
varen in  de  jongeren;  die  den  door  Lemaire  aangevangen  tegen- 
stand nu  voortzetten. 

Met  onstuimigheid  en  niet  zonder  persoonlgke  verwgten  tegen 
Bewindhebbers;  die  met  name  genoemd  en  van  kwade  prak- 
tijken beschuldigd  werden,  eischten  de  tegenstanders  hoofdza- 
kelijk de  navolgende  punten:  dat  de  Bewindhebbers  behoorlgk 
algemeene  rekening  en  verantwoording  van  hun  beheer  aan  de 
participanten  zouden  doen ;  wat  zg  sedert  de  oprigting  der  algem. 
Comp.  nog  niet  gedaan  hadden;  dat  een  vierde  gedeelte  der 
Bewindhebbers  telkens  om  de  twee  jaren  zou  aftreden  en  door 
anderen  vervangen  worden ;  ,,  opdat  mogt  worden  weggenomen 
;,  alle  continueele  heerschapp^;  welke  gemeenlijk  strekt  tot  nadeel 
;,  van  de  Comp.  en  tot  eigenbaat  van  degenen ;  die  eene  perpe- 
„tueele  regering  bezitten;"  dat  de  benoeming  der  Bewindheb- 
bers zou  staan  aan  die  hoofdparticipanten;  die  in  de  Comp. 
evenveel  aandeel  hadden  als  de  Bewindhebbers;  dat  alle  parti- 
cipanten, ook  bijzondere  personen;  die  voor  f  50;0(X)  aandeel- 
houders waren ;  een  agent  bij  het  bestuur  zouden  mogen  stellen; 
dat  de  provisien  en  emolumenten  van  de  Bewindhebbers  zouden 
worden  afgeschaft  en  vervangen  worden  door  een  bill^k,  vast 
inkomen;  dat  bij  iedere  Kamer  eenige  gecommitteerden  uit  de 


Digitized  by 


Google 


hoofdpartieipanten  jaarlijkB  inzage  zouden  hebben  Tan  de  Kamer- 
r^eningen,  en  inspectie  van  de  kas  en  de  pakhuizen  der  Com- 
pagnie; dat  „  ten  einde  particuliere  baetsoeckenj"  tegen  te  gaan^ 
geen  Bewindhebber  zou  mogen  koopen  of  verkoopen^  hetzg 
voor  zich  zelveU;  hetzij  voor  anderen^  direct  of  indirect  iets 
van  'sComps  goederen,  op  verbeurte  van  de  Bewindhebbers- 
plaats  en  van  de  bezoldiging  daaraan  verbonden. 

Uit  de  in  vele  opzigten  billijke  eisschen,  kan  men  eeniger- 
mate  de  bestaande  misbruiken  afleiden.  Maar  de  dolerende  par- 
ticipanten lieten  het  daarb^  niet  rusten;  zg  grepen  nu  ook  naar 
andere,  minder  prijzenswaardige  middelen  van  tegenstand.  Zg 
hadden,  hoe  weet  men  niet,  kennis  verkregen  van  de  voorstel- 
len van  Coen  en  van  de  daarop  gevolgde  besluiten  der  Verga- 
dering van  XVII  en  nu  voerden  zij  onder  hunne  andere  grieven, 
te  midden  van  de  hevige  twisten  met  Engeland,  over  de  zaak 
van  Amboina  en  over  het  vertrek  van  Coen,  bij  de  Staten-Gtene- 
raal  ook  dezen  aan,  dat  door  het  stelsel  van  Coen  en  het  be- 
sluit der  Bewindhebbers  tot  het  openstellen  van  een  vrgen  handel 
in  Indie,  hunne  regten  van  participanten  in  een  handelsligchaam 
met  monopolie,  b^  octrooi  gewaarborgd,  werden  verkort  en  het 
traktaat  van  1619  met  Engeland  gesloten,  ^  werd  geschonden. 
Zg  verzochten  om  die  redenen,  schorsing  der  besluiten  van  de 
XVn  en  een  bevel  van  de  Staten-Generaal  aan  Coen,  dat  hg 
aan  HH.  Ho.  Mo.  „  onderrigting  had  te  geven,  met  zoodanige 
„  reden  van  wetenschap  als  waarmede  hij  meent  staande  te  houden , 
„  dat  de  openstelling  van  een  vrgen  handel,  meer  en  zekerder 
„  voordeel  zou  opleveren  voor  de  gemeene  participanten  van  de 
„  Comp."  » 

Als  men  op  de  dagteekening  let,  waarop  het  stelsel  van  Coen 
door  de  oppositie,  als  middel  tot  bestrgding  der  Bewindhebbers 


1.  Niemand  dan  de  tegenwoordige  deeUiebl)er8  in  de  beide  Comp.  zou  geoot  bebben 
Tan  het  traktaat  van  1619,  art  28  van  het  traktaat,  rie  01.  I.  bldï.  CXXVI. 

2.  Remonstrantien  der  dolerende  participanten,  exh.  17  Maart,  9,  ISMei,  BJunq 
1625.     Liaa  Ooet-Indfe. 


Digitized  by 


Google 


LVIU 

werd  aangegrepen ;  dan  verklaart  het  zich,  hoe  de  Kamer  van 
XVII  niet  geheel  zonder  sehijn  van  waarheid,  de  dolerende 
participanten  dnrfde  te  gemoet  voeren ,  dat  zij  waren  ;,de  pen- 
„  sionarissen  van  Engeland." 

IntuBBchen  vond  deze  grief  der  dolerende  participanten  weer- 
klank bg  de  Staten-Generaal,  die  er  zich  meer  of  min  over 
gekwetst  betoonden,  dat  zij  tot  nu  toe  onkundig  waren  gelaten 
van  de  voorstellen  van  Coen  en  de  daaropgevolgde  besluiten 
der  Heeren  XVII.  Tegelijk  met  de  belofte,  dat  Coen  in  Neder- 
land zou  worden  opgeliouden,  werd  door  de  Staten-Greneraal 
de  mededeeling  van  het  concept-reglement  op  den  vrgen  han- 
del van  de  Bewindhebbers  afgeëischt;  '  maar  dezen  draalden 
gemimen  tijd  met  de  mededeeling  van  dit  belangrgk  stak. 

Intusschoü  schreef  Coen,  wrevelig  over  den  tegenstand,  die 
hij  nn  in  alles  en  van  alle  zijden  ondervond,  met  bitterheid 
aan  de  Staten-Generaal :  „  in  plaats  van  eere  en  recompense 
„  heb  ik  uwe  expresse  bevelen  om  hier  te  lande  te  blyven  wel 
„  ontvangen;  met  wat  regt  dit  bg  eene  vreemde  natie  verzocht 
„Is,  en  met  wat  meening  deze  ophouding  zoo  onvoorziens  en 
„  onverhoord  geschiedt,  kan  ik  onder  reverentie  niet  bedenken."  * 

De  Kamer  van  XVII,  hoewel  toen  nog  geheel  het  stelsel 
van  Coen  toegedaan,  durfde  na  herhaling  der  bevelen  van 
de  Algemeene  Staten,  het  opgevraagde  concept-reglement  niet 
langer  terughouden;  uitstel  scheen  niet  langer  mogelgk  en  op 
den  19den  Junij  1625  werd  het  eindelijk  aan  de  Staten-Gene- 
raal overgeleverd.  Het  werd  door  dezen  dadelijk  aan  de  hoofd, 
participanten  opgezonden,  met  verzoek  dat  zg  hun  advies  daar- 
over zouden  uitbrengen ;  doch  dit  advies  is  nooit  gevolgd.  Sedert 
dien  tgd  verloor  Coen,  naar  het  schijnt,  den  aanhang  aan  zgn 
stelsel.  Het  concept-reglement,  hoewel  reeds  vastgesteld,  werd 
weggeduwd,  verstikt,  van  de  ééne  vergadering  op  de  andere 
werd  het  eindbesluit  uitgesteld.     Men  liet,  en  daarin  is  men 


1.  Resol.  Staten-GcncrL  25  en  17  April,  31  Mei,  2  Junij  16>5. 

2.  Brief  van  Coen  ain  Ho.  Mo.,  22  April  1626.    Lias  Oost-Indic. 


Digitized  by 


Google 


LIX 

in  Nederland  ten  allen  tijde  nog  al  bekwaam  geweest,  denman 
met  initiatief  en  eigen  vindiiigskracht  doodloopen,  tegen  een 
bestendig  werkeloozen  wederstand;  de  opgewekte  geestdrift  liet 
men  langzamerhand  uitdooyen;  tot  dat  de  partyen ,  der  mono- 
polisten,  der  gidsen  op  den  bekenden  weg,  der  voorstanders 
van  de  bestaande  toestanden,  weder  genoeg  krachten  hadden 
verzameld,  om  op  den  298ten  Maart  1626,  bij  de  vei^adering 
der  Zeventien  Bewindhebbers  het  besluit  door  te  drgven,  dat 
„  het  pnnt  van  den  vrgen  handel  in  Indie  voortaan  tot  beter 
p  gelegenheid  uit  den  beschrijvingsbrief  zal  worden  weggela- 
„  ten."  ^  Toen  het  eindelijk  aan  sommige  invloedrgke  bewind- 
hebbers gelakt  was,  om,  niettegenstaande  den  voortdnrenden 
tegeüstand  der  Engelschen ,  den  Gonvemenr-Generaal  J.  Pz.  Coen 
in  den  aanvang  van  1627,  bijna  steelsgewijze  nit  Nederland 
naar  Indie  te  doen  vertrekken;  maar  daardoor  ook  tevens  de 
krachtigste  strijder  voor  meer  milde  handelsbeginselen,  van  de 
baan  was  geschoven,  stak  de  monöpoliegeest  zegevierend  het 
hoofd  weder  op  en  zond  de  Vergadering  van  XVII  op  den  10 
Ang.  1627  aan  Coen  het  stellig  bevel  achterna,  „dat  alsoo  voor 
y,  dezen  aan  de  Zeventien  eenige  ouverturen  zijn  gedaan,  tot 
„openstelling  van  den  vrijenhandel  in  Indië,  zij  op  U  serieust 
„  verbieden  eenige  opening  van  den  vrgenhandel  toe  te  staan 
„  op  den  voet  van  voorgaande  concepten  ofte  andere  diergelijke 
„  in  eenigerhande  maniere"  !  ^ 

Op  deze  wijze  werd  het  koloniale-  en  vrijhandel-stelsel  van 
Coen  verijdeld.  Coen  had  den  slag  verloren.  Zijne  nederlaag 
moest  onvermijdelijk  teleurstelling  bg  hem  wekken,  mismoedig- 
heid bg  hem  achterlaten.  Den  man  met  eigen  vindingskracht 
begaafd,  had  men  tot  een  geschikt  werktuig  verlaagd;  zijne 
verwachtingen  van  de  toekomst  schenen  begoochelingen,  zijne 
grootsche  plannen  slechts  luchtverhevelingen  te  zijn  geweest. 


1)  Rerol.  HH.  XVII.  dd.  29  Maart  1626  en  volgende  dagen ,  ne  hier  achter  bladz.  7. 

2)  XTitg.  Missiven  der  HH.  XVII,  10  Ang.  1627,  zie  hier  achter  Wadz.  22. 


Digitized  by 


Google 


LX 

De  vlengeklag  van  den  adelaar  was  gebroken.  Men  beepenrt 
het  in  de  brieven  ^  welke  Coen ;  gedurende  zgne  tweede  landvoogdg 
naar  Nederland  afzond;  zij  zgn  op  verre  na  niet,  in  dienkrach- 
tigen,  aanwakkerenden  en  vrgen  toon  geschreven;  als  die  van 
vroeger  dagen.  Zg  mogen  meer  bescheiden ,  misschien  meer  ge- 
past zgn,  de  gloed  en  de  warmte  van  weleer  ontbreken  er  aan. 
Hoe  menig  jong  en  krachtig  man,  nit  wiens  denkend  en  vrucht- 
baar brein;  nit  wiens  schrander  hoofd;  iets  nieuws ;  iets  buiten- 
gewoons; iets  grootsch  was  voortgekomen;  werd  niet  op  deze 
wijze  in  zgn  eersten  hoogen  vlugt  gestuit;  om  neder  te  vallen 
op  het  alledaagsche;  op  het  voor  allen  bereikbare  en  dau;  onder 
de  menigte  der  middelmatigen  vermengd;  langzamerhand  weg  te 
kwgneu;  omdat  in  het  maatschappelgke  leven,  hg  die  tegen 
de  gevoelens  der  meerderheid  strgdige  denkbeelden  ontwikkelt; 
ook  al  zgn  die  denkbeelden  uitstekend;  te  dikwgls  kille  onver- 
schilligheid; wantrouwen;  tegenzin  of  nagver  ontmoet. 


Digitized  by 


Google 


ACHTSTE  HOOFDSTUK. 


Terwgl  in  Europa  de  strgd  tosschen  de  Engelsche  en  Neder- 
landsche  diplomaten  en  tnaschen  de  voor-  en  tegenstanders  van 
Jan  Pietersz.  Coen  en  zgn  stelsel  nog  werd  voortgezet  ^  voerde 
de  Qonvemeor-Generaal  Pieter  de  Carpentier  inmiddels  het 
gebied  in  Indië.  Het  bestnnr  van  de  Carpentier  droeg  een  ander 
karakter  dan  dat  van  zgn  voorgangen  Coen  was  opgetreden 
als  veroveraar  en  grondlegger  van  het  Nederlandsch  gebied  op 
Java.  Zgn  opvolger  de  Carpentier  had  tot  taak^  het  nog  vlngtig 
geschetste  werk  langzamerhand  te  voltoogen^  de  gestrooide  zaden 
wortel  te  doen  schieten.  Het  bestnnr  van  de  Carpentier  schit- 
terde dan  ook  [niet  door  oorlogsfeiten ;  maar  kenmerkte  zich 
door  eene  mstige  voortvarendheid  ^  om  de  verspreide  deelen  van 
den  jeugdigen  staat  tot  één  geheel  te  vormen.  Onbillgk  is  de 
Carpentier  door  bijna  alle  geschiedschrgvers  behandeld,  die  van 
hem  met  slechts  weinige  woorden  gewagen;  terwgl  hg  met 
eerbied  onder  de  opperlandvoogden  van  Neerlands-Indie  verdient 
genoemd  te  worden;  omdat  hg  te  midden  der  somtgds  onver- 
dragelgke  plagergen  der  Engelschen  en  vandetabrgke,  omslag- 
tige  en  netelige  werkzaamheden,  welke  het  regtsgeding  van 
Amboina  hem  opleverde,  steeds  mstig  voortging  met  het  nemen 
van  nuttige  maatregelen  en  gewigtige  besluiten. 

In  de  eerste  plaats  wgdde  hg  zgne  zorgen  aan  eene  betere 
regding  der  belastingen,  welke  de  bnrgerg  te  zwaar  drukten; 


Digitized  by 


Google 


aan  de  uitoefening  van  den  openbaren  eeredienst  en  aan  het 
onderwas ;  „  t'allen  tyde/'  zoo  als  de  Carpentier  zich  uitdrukte  ^ 
yy  tot  voorderinge  van  den  algemeenen  welstand  by  alle  christe- 
„  lyke  magistraten  in  sonderlinge  sorge  en  recommandatie  ge- 
„  houden/*  ^  Eene  verbeterde  inrigting  van  het  regtswezen  was 
evenzeer  een  onderwerp  van  zijne  zorgen.  Door  ofBcieele  afkon- 
diging bevestigde  de  Hooge  Regering  de  invoering  der  plakkaten 
van  de  Staten  van  Holland  op  het  stuk  der  justitie  van  1  April 
1580,  op  de  successie  en  de  verklaringen  dier/elfde  Staten  van 
13  Mei  1594  en  18  December  1599.  Ook  werd  eene  verbe- 
terde ordonnantie  en  instructie  voor  het  coUegie  van  schepenen 
en  voor  den  ba^uw  afgekondigd ,  het  regtsgebied  van  den  baljuw 
en  van  den  advokaat-fiskaal  werd  nader  omschreven,  de  ,,ordi- 
naris  raad  des  casteels"  werd,  ,,  om  desselfs  aensien  ende 
respect  te  vermeerderen"  tot  een  raad  van  justitie  verheven, 
als  ligchaam  „  waarbij  niet  alleen  gebesoigneerd  en  gesenten- 
,,tieerd  zou  worden  over  alle  dagelijksche  voorvallende  zaken, 
„zoo  crimineel  als  civiel,  rakende  de  Comps.  dienaren;''  maar 
ook  als  hof  van  appel  van  de  schepenbank  ^. 

In  overleg  met  den  raad  van  Indie  stelde  de  Carpentier  ook 
een,  zoo  hoog  noodig,  reglement  vast  op  de  maniere  van  pro- 
cederen in  crimineele  zaken,  voorts  nog  ordonnantien  op  het 
stuk  der  arresten,  der  desolate  boedels  en  der  geprivilegieerde 
schulden.  Hg  rigtte  ook  eene  weeskamer  op,  stelde  daarvoor 
de  eerste  ordonnantie  vast  en  vulde  de  bestaande  verordening  op 
de  slaven  en  lyfeigenen  aan.  ^  Onder  het  bestuur  van  de  Carpentier 
kwam  ook  eene  betere  regeling  tot  stand  van  den  ontvangst  en 
de  heffing  der  verschillende  inkomsten.    Het  landskantoor  werd 


1.  Zie  hier  achter  No.  IX. 

2.  Zie  hier  achter  N».  XI ;  h\i  Bes.  7  Jolij  1626  werd  door  GG.  eii  Badeo  ook 
aan  den  Raad  van  Justitie  een  afzonderlijk  wapen  en  zegel  gegeven,  waarop  het  beeld 
der  justitie  stond  afgebeeld  met  een  zwaard  in  de  eene  en  oenc  weegschaal  in  de  andere 
hand,  boven  de  poort  van  het  kasted  Batavia. 

3.  Zie  N*.  X  en  XI. 


Digitized  by 


Google 


gesteld  onder  een  ontvanger  en  lieentmeester;  ieder  bijgestaan 
door  twee  snbstitnten,  en  een  reglement  werd  nitgeyaardigd 
betreffende  het  opzigt  over  en  de  insehrijving  der  generale 
landsinkomsten.  Tot  den  werkkring  dezer  twee  ambtenaren 
behoorde  het  opzigt  over  de  boom  en  de  boomwaehters^  de 
inspectie  yan  alle  inkomende  en  uitgaande  schepen  en  vaartui- 
gen,  de  registratie  en  tanxatie  van  alle  aangegeven  in-  en  uit- 
gaande goederen  y  het  ontvangen  en  te  boek  brengen  van  alle 
ontvangen  regten^  de  uitgifte  daarvoor  van  de  licentbrieven^ 
de  ontvangst  der  hoofdgelden  van  de  Chinezen  en  andere  inwo- 
ners ^  van  de  belastingen  der  tappers ;  visschers^  hout- en  koraal- 
haalderS;  en  van  de  overige  verpachte  middelen*  De  boeken 
van  het  landskantoor  moesten  maandelijks  worden  afgesloten  en 
aan  den  Cbuvemeur-Generaal  of  zgne  gecommitteerden  worden 
overgeleverd.  Ontvanger  noch  ITcentmeester  mogten  compose- 
ren  of  transigeren  ^  dan  alleen  over  kleine  frauden^  en  ook  dan 
nog  alleen  met  voorkennis  en  toestemming  des  voorzitters  van 
den  raad  van  justitie.  De  licentmeester  moest  bovendien  alle 
gezantschappen  of  andere  aankomende  vreemdelingen  ontvangen 
en  zoo  noodig  tot  den  (Gouverneur-Generaal  leiden  en  hun  weder 
uitgeleide  doen  ^  Ook  een  coUegie  van  kleine  zaken  werd 
door  de  Garpentier  ingesteld  ^.  Een  gewigtig  besluit  werd  er 
voorts  nog  door  dezen  opperlandvoogd  omtrent  het  grondbezit 
genomen ,  waarb^  „  de  landen  en  tuinen  voor  desen  by  forme 
„  van  leen  uitgegeven^  veranderd  werden  in  vrye,  eygen,  allo- 
jj  diale  en  patrimoniëele  goederen."  ^  De  aanplant  van  rgst- 
gewas  en  klapperboomen^  de  gezondheids-politie  binnen  Batavia , 
inzonderheid  met  het  oog  op  de  noodzakelgkheid  om  de  opéén- 
hooping  der  Chineesche  bevolking  tegen  te  gaan^  de  stichting 
van  e^i  stadhuis  ^  ten  einde  behoorlgke  lokalen  te  verkrggen 
voor  de  schepenbank ,  de  secretarie  ^  de  weeskamer  en  voor  een 


1. 

Rooi. 

GG.  en 

R.  1  Febr. 

.  1627. 

2. 

Rcaol. 

4  Pebr. 

1627. 

8. 

RcmL  1  Vebr. 

1627,  ii«  ] 

hier  achter  N«. 

XII. 

Digitized  by 


Google 


gevangenhok,  waren  b^  voortdiuring  onderwerpen  van  de  zorg 
der  Hooge  Regering  ^  Ook  aan  het  brengen  van  kasteel  en 
stad  in  goeden  staat  van  verdediging  werd  door  de  Carpentier 
voortdurend  en  krachtig  gearbeid;  niettegenstaande  de  Neder- 
landsche  borgerg  met  echt  Hollandsche  pnittelgeest  tegen  alles 
wat  oorlogskosten  in  vredestgd  heet^  besdeld,  en  „  die  toch  de 
^  minste  tot  de  gemeene  werken  contribueerde  en  de  meeste 
^  daarop  sprak,  zich  tegen  extraordinaire  belastingen  voor  dat 
^  doel  formaliseerde  ende  eenichsins  zich  onwillich  betoonde.'' 
Ondanks  die  tegenwerking  kon  de  Carpentier ,  toen  hg  de 
teugels  van  het  bewind  had  neergelegd  en  in  het  vaderland 
was  teruggekomen ;  in  zgn  verslag  aan  de  Staten-Generaal  ver- 
klaren, dat  bg  het  eindigen  van  zgn  bestuur,  het  kasteel  van 
Batavia  in  zgne  vier  punten  met  goede  aarden  gordgnen  was 
ingesloten,  behalve  aan  de  zeezgde,  waar  eene  sterke  palissade 
was  aangebragt;  dat  de  gracht  aan  de  landzgde  tot  eene  breedte 
van  300  voet  en  tot  eene  diepte  van  10  voet  was  gegraven; 
dat  de  stad,  zuidwaarts  van  het  kasteel,  ten  oosten  van  de 
groote  rivier  aangelegd,  door  een  aarden  wal  van  36  voeten 
hoog  met  twee  bolwerken  en  reduiten  en  doorgaande  gracht  of 
singel  van  de  kasteelsgracht  tot  aan  de  rivier  was  beveiligd. 
Daar  binnen  lag  de  stad  met  straten,  stegen,  burgwallen  en 
grachten  doorsneden,  door  bruggen  verbonden,  zoodat  zg,  sedert 
het  vertrek  van  haren  stichter.  Jan  Pietersz.  Goen,  een  geheel 
ander  meer  voltooid  aanzien  verkregen  had  en  tegen  den  aan- 
val van  een  inlandschen  vgand  verdedigbaar  was  ^. 

Niet  minder  oplettendheid  besteedde  de  Carpentier  aan  de 
betrekkingen  met  de  vorsten  van  Java.  Tot  Bantam  ble^  hg 
aanvankelgk  in  dezelfde  verhouding,  de  haven  van  Bantam 
bleef  door  de  Nederlandsche  schepen  geblokkeerd  en  van  tgd 


1.  Zie  brieven  yan  66.  en  Raden  dd.  27  Jannartj  en  27  October  1626,  26  Dee. 
1626  en  RcmL  9  April  1626. 

2.  Algem.  yeralag  van  de  Carpentier  aan  de  Ho.  Mo.  Hfl.  de  Staten-6eneraal 
der  Ver.  Nederl.  Vérge^k  ook  hier  achter  N«.  XIX,  bladz.  116. 


Digitized  by 


Google 


tot  tijd  vielen  er  eenige  vijandelgkheden  voor ,  tusschen  onder- 
hoorigen  van  Bantam  en  Batavia.  Toen  echter  in  1624  de  onde 
Pangëran  rijksbestierder  het  bewind  had  nedergelegd  en  h^ 
niet  lang  daarna,  in  1626,  was  overleden,  werd  de  verwgdering 
tosschen  het  bestuur  te  Bantam  en  dat  te  Batavia  langzamer- 
hand minder  groot.  Hoewel  de  Bantamsche  regering  zich  temg- 
getrokken  hield,  deed  zij  toch  onder  de  hand,  door  middel  van 
Ghinesche  kooplieden  herhaald  aanzoek  bij  de  Carpentier,  dat 
een  Nederlandsch  gezantschap  naar  Bantam  mogt  gezonden  wor- 
den. De  Carpenti^  en  de  raad  van  Indie  onthielden  er  zich 
gedurende  eenigen  tijd  van ,  om  aan  die  uitnoodiging  gehoor  te 
geven;  maar  eindelijk  werd  toch,  op  aandrang  van  een  groot 
Chinees  handelaar,  Sin-Suan  genaamd,  in  de  maand  Jung  van 
1626,  regtstreeks  met  de  Bantamsche  regering  eene  onderhan- 
deling over  den  aankoop  van  peper  aangeknoopt.  De  aldus 
feitelgk  herstelde  betrekkingen  tusschen  Batavia  en  Bantam, 
werden  wel  kort  daarna,  door  nieuwe  misverstanden  weder 
a^broken;  maar  sedert  schijnt  toch  de  Bantamsche  regering 
oogluikend  den  uitvoer  van  peper  naar  Batavia  aan  Ghinesche 
handelaars  te  hebben  toegelaten,  zonder  dat  het  openlgk  bleek, 
dat  Javanen  ziöh  daarmede  bemoeiden.  ^ 

Verdeeldheid  tusschen  de  hoofden  van  Bantam  onderling, 
schgnt  vooral  de  oorzaak  te  zijn  geweest,  waardoor  meer  toe- 
nadering tot  Batavia  destijds  werd  tegengehouden.  De  Hooge 
Begering  te  Batavia  van  hare  zijde,  ging  voort  met  dezelfde 
staatkunde  tegenover  Bantam  te  volgen,  deels  omdat  zij  vreesde, 
dat  de  Engelschen  te  veel  voordeel  uit  eene  opheffing  der  blok- 
kade zouden  trekken,  deels  ook  omdat,  zooals  de  Hooge  Bege- 
ring zich  in  1626  in  een  brief  aan  het  Opperbestuur  in  Nederland 
uitdrukte,  „  voor  Batavia's  progres  geen  stoot  schadelgker  zou 
yj  zgn  dan  de  opening  van  Bantam.''  Behalve  door  de  belemmering 
van  zijnen  handel  leed  het  rijk  van  Bantam  in  1625,  bovendien 


1.    CL  hierachter  de  brieven  van  3  Januar^  1624,  27  Janaary,  27  October  1625 
I  18  December  1626,  N*.  VI,  XIII,  XV,  XVII. 

V.  V 

Digitized  by  VjOOQ IC 


LXVl 

nog  veel  door  eene  groote  sterfte  ^  die  in  dat  jaar  over  geheel 
Java  heerschte.  De  Pangéran  zocht  de  door  hem  geleden  ver- 
liezen te  herstellen ;  door  eene  schatting  yan  de  bevolking  der 
Lampongs  te  heffen. 

Ook  in  zijne  verstandhouding  tot  den  Panembahan  van  Ma- 
taram  volgde  de  Carpentier^  zooals  wij  reeds  gezien  hebben  ^ , 
den  weg  door  zijn  voorganger  J.  Pz.  Coen  aangewezen. 

In  de  maand  Mei  van  1623  ^  was  Dr.  de  Haen  andermaal 
naar  Karta  gezonden.  Het  doel  dezer  zending  was  geweest, 
van  den  Panembahan ;  onder  aanbieding  van  brieven  en  ge- 
schenken ^  grooteren  toevoer  van  rijst  uit  de  kustplaatsen  van 
Java  naar  Batavia  te  verkrijgen.  Onder  betuiging  van  groote 
welwillendheid  was  Dr.  de  Haen  door  den  Panembahan  ont- 
vangen,  die  de  verzekering  gaf  dat  hij  ook  met  den  Gotivemeur- 
Generaal  de  Carpentier  even  als  met  diens  voorganger  in  vrede 
en  bondgenootschap  wilde  leven,  dat  hij  ter  wille  van  die 
vriendschap  den  Nederlandschen  Opperlandvoogd  wilde  waar- 
schuwen; dat  Bantam  het  voornemen  koesterde  om  zamenge- 
spannen  met  de  Portugezen ;  weldra  een  aanslag  op  Batavia  te 
wagen;  dat  alle  voorgaande  misverstanden  moesten  vergeten 
worden;  dat  h\|  voortaan  niet  meer  wilde  luisteren  naar  de 
kwaadsprekers  van  de  Hollanders  en  dat  het  zgn  verlangen 
waS;  dat  de  prauwen  met  rijst  geladen,  uit  de  zeeplaatsen  van 
Java  niet  meer  naar  Palembang,  Malakka  of  elders  naar  zijne 
vganden;  maar  naar  zijne  vrienden  en  bondgenooten  te  Batavia 
hare  lading  brengen  zouden. 

In  het  volgende  jaar,  1624  vaardigde  de  Carpentier  nogmaals 
een  gezantschap  aan  den  Panembahan  af.  Ook  nu  weder  was 
dringend  rgstgebrek  te  Batavia,  de  reden  dezer  bezending.  Door 
misgewas  en  door  den  voortdurenden  oorlog  op  Java  werd  de 
aanvoer  van  dit  onmisbaar  voedsel,  te  Batavia  hoe  langer  hoe 
meer  belemmerd.  De  Hooge  regering  liet  wel  rgst  uit  Achter- 
Indië,    uit    Vóór-Indië    en    van    Sumatra  halen,   maar   eene 

1.  Zie  boren  bladi.  II. 

Digitized  by  VjOOQ IC 


geregelde  aanvoer  yan  rgst  uit  de  kustplaatsen  van  Java^  in 
verband  met  den  railhandel  in  kleeden^  was  eene  zaak  van  te 
groot  gewigty  om  niet  nogmaals  een  gezantschap  naar  Mataram 
te  zenden ;  ten  einde  langs  dien  weg  den  invoer  van  rgst  te 
herstellen.  In  den  aanvang  van  Angostos  (1624)  werd  de  opper- 
koopmim  Jan  Vos,  met  gevolg,  brieven  en  geschenken  over 
Demak  naar  E^arta  gezonden,  onder  voorwendsel  van  den 
Panembahan  gelok  te  willen  wenschen  met  de  schitterende  over- 
winningen door  hem  op  Madoera  behaald.  De  Panembahan  had 
namelgk,  na  eerst  lang  Soerabaija  aan  de  landzijde  vruchteloos 
te  hebben  belegerd,  zijne  legers  naar  het  eiland  Madoera  over- 
gebragt  en  daar  had  hij  eene  volledige  overwinning  bevochten. 
Zoo  al  niet  het  geheele  eiland ,  zeker  toch  het  westelijk  gedeelte 
er  van)  was  door  den  Panembahan  veroverd.  Veertigdnizend 
menschen  werden  op  last  van  den  vorst  van  Mataram,  uit  hunne 
woonplaatsen  op  Madoera  gesleept  en  naar  de  landstreken  van 
Grissée  en  Joertan  op  Java  overgebragt.  De  vorsten  en  groeten 
werden  met  vrouwen  en  kinderen  als  gevangenen  te  Earta  bin- 
nengebragt.  Twee  Pangérans  van  Madoera  wisten  aanvankelijk 
aan  de  handen  der  Javanen  te  ontsnappen ;  één  dezer,  de  vorst 
van  Arissabaija  ontkwam  naar  Bantam;  maar  ook  hier  was  h^ 
niet  veilig,  want  de  Bantamsche  regering  zwichtte  voor  de  be- 
dreigingen van  den  Panembahan  en  leverde  den  Madoereschen 
vorst  uit.  De  grimmige  despoot  van  Mataram  eerbiedigde  den 
overwonnen  vijand  niet;  maar  liet  de  vorsten  van  Madoera, 
allen  binnen  E^arta  ter  dood  brengen  ^  Het  Nederlandsche 
gezantschap  onder  leiding  van  den  opperkoopman  Vos  kwam 
te  Kxtrta  aan,  kort  nadat  Arissabaija,  dat  van  de  steden  op 
Madoera  nog  het  langst  had  stand  gehouden,  voor  de  wapenen 
der  Javanen  was  bezweken. 

De  opperkoopman  Vos  werd  met  onderscheiding  behandeld 
en  zelfis  tot  op  het  geheim  bitjara-plein  van  den  Panembahan 
toegelaten.   Aanvankelijk  hadden  de  meest  vertrouwde  raads- 

1.  Zie  hierachter  den  brief  ran  ^1  Jau.  1625,  N».  XIII  en  Journaal  van  J.  Vos,  N».  Vlil. 

Digitized  by  VjOOQ IC 


Lxnii 

lieden  van  den  Mataramschen  yorst  pogingen  in  het  werk  gesteld 
om  de  snzereiniteit  van  Mattaram  over  Batavia  door  den  Neder- 
landscfaen  gezant  te  doen  erkennen.  Zg  wilden  namelyk  den 
opperkoopman  er  toe  brengen  dat  hij  zich  den  titel  zon  laten 
welgevallen  van :  „slaaf;  afgezant  van  den  slaaf  des  Pangérans 
Ing-Ngologo";  maar  die  poging  stuitte  af  op  het  fiere  antwoord, 
dat  de  Hollandsche  koopman  gaf:  „de  Gouverneur-Generaal  de 
„  Carpentier  is  slaaf  noch  dienaar  van  den  Keizer  van  Mataram ; 
„  maar  wel  diens  goede  vriend  en  zijn  Edelheid  is  aan  niemand 
„  onderdaning;  dan  alleen  aan  God  en  den  Koning  van  Holland!" 
Die  krachtige  taal  schaadde  niet  aan  de  goede  verstandhouding; 
integendeel,  het  was  als  of  de  betuigingen  van  vriendschap  er 
des  te  uitbundiger  door  werden,  het  gebied  van  Mataram,  zoo 
werd  er  gesproken,  stond  open  voor  de  Nederlanders  om 
daar  naar  welgevallen  te  komen  handelen.  De  Fanembahan 
deed  echter  ook  een  verzoek  aan  den  Nederlandschen  gezant; 
eerst  bij  het  officieele  gehoor;  dat  de  Gouverneur-Generaal  geen 
hulp  aan  Soerabaija  verleenen  zou;  naderhand,  na  afloop  van 
het  gehoor,  liet  hij  door  zijne  vertrouwde  staatsdienaren  onder 
de  hand  aanzoek  doen,  om  hulp  en  bijstand  van  Nederlandsche 
schepen,  ten  einde  daarmede  Soerabaija  van  de  zeezijde  in  te 
sluiten.  De  opperkoopman  Vos  antwoordde:  dat  hij  geen  last 
had  om  over  diergelgke  gewigtige  zaken  in  onderhandeling  te 
treden,  dat  hij  het  dus  beter  oordeelde,  dat  de  Fanembahan 
een  gezant  naar  Batavia  aan  den  Gouverneur-Generaal  en  den 
Raad  van  Indië  afvaardigde  om  bepaalde  voorstellen  daarover 
te  doen.  De  Fanembahan  wilde  daarvan  echter  niets  hooren 
en  liet  onbewimpeld  antwoorden:  „dat  dit  de  eerste  reys  was, 
„dat  hij  eenige  assistentie  van  S.  Ed.  begeerde  of  versocht 
„hadde,  en  dat,  soo  het  hem  geweggerd  mogt  worden  van 
„Sgn  Ed.  sijn  gesant  beschaempt  sonde  staan  en  tot  groot 
„naedeel  van  S.  Majest.  strecken,  waerover  syne  vyanden  zich 
„zeer  souden  verblijden."  * 


1.    Qe  hierachter  N«.  VIII. 

Digitized  by  VjOOQ IC 


LXIX 

In  het  volgende  jaar  1625  had  de  Panembahan  de  hulp  der 
Nederlanders  tegen  Soerabaga  niet  meer  noodig,  want  toen  viel 
ook  deze  stad  in  z^ne  handen.  Intnsschen  veroorzaakten  ge- 
brek aan  voedsel  door  misgewas;  ten  gevolge  van  den  oorlog 
ontstaan^  en  opéénhooping  van  volk  in  groote  legers ;  eene 
epidemische  ziekte  op  Java^  die  gedurende  twee  jaren  dni- 
zenden  ten  grave  sleepte.  Eene  algemeene  belasting  ^  in  geld 
op  te  brengen,  door  den  Panembahan  geheven ^  stilstand  in 
handel  en  verkeer,  ten  gevolge  van  de  sluiting  van  alle  zee- 
plaatsen, drukten  de  reeds  zoo  geteisterde  bevolking  van  Java 
nog  meer.  Xiets  bloeide  er  te  dier  tijde ,  dan  het  onbegrensde 
despotisme  van  den  vorst  van  Mattaram,  die  zich  nu  ook,  in 
1625,  met  den  wijdschen  titel  van  Soesoehoenan  tooide.  Zelfs 
de  meest  vertrouwde  raadslieden  en  gunstelingen  van  den  mag- 
tigen  alleenheerscher  gevoelden  zich  in  zijne  nabgheid  niet  meer 
veilig,  sedert  hij  in  een  droomgezigt  de  goddelijke  ingeving 
meende  te  hebben  ontvangen,  dat  vier  van  de  allergrootsten 
in  zijn  rijk  moesten  „weggenomen"  worden.  Weldra  zou  dat 
droomgezigt  eene  werkelijkheid  worden.  De  toestand  van  ellende 
en  onderdrukking,  waarin  toen  de  bevolking  van  Java  ver- 
keerde, was  zóó  beklagenswaardig,  dat  zelfs  de  Nederlanders 
in  hunne  brieven,  waarin  zij  van  de  bevolking  in  den  regel 
weinig  melding  maakten,  daarvan  op  een  toon  van  medelijden 
en  meewarigheid  gewaagden.  De  toenemende  magt  en  de  aan- 
groeijende  overmoed  van  den  Soesoehoenan  wekten  allengs 
bg  de  Hooge  Kegering  te  Batavia  meer  wantrouwen,  of  ook 
weldra  daaruit  gevaar  voor  de  Nederlandsche  volkplanting  mogt 
ontstaan.  Reeds  sedert  1624  zocht  de  Soesoehoenan  dwang  op 
Bantam  uit  te  oefenen;  in  1625  ontvingen  de  pangéran  van 
TJéribon  en  de  Toemenggoeng  van  Tagal  den  bepaalden  last 
om  de  Bantamsche  regering  door  overreding  tot  manschap  aan 
den  Soesoehoenan  te  brengen  en  indien  dit  langs  vreedza- 
men  weg  niet  mogt  gelukken ,  zoo  noodig  geweld  te  gebruiken. 
Gezantschappen  gingen  over  en  weder  naar  Bantom  en  naar 


Digitized  by 


Google 


LXX 

Ijéribon;  doch  de  Bantamsche  regering  weigerde  hardnekkig 
leenhulde  aan  den  Soesoehoenan  te  bewijzen.  Eindelijk  werd 
een  Bantamsch  gezantschap  te  Tjéribon  gevangen  gehouden  ^ 
waarop  de  regering  van  Bantam  den  pangéran  van  Tjéribon 
met  oorlog  dreigde.  Het  was  ook  omstreeks  dezen  tijd;  dat  de 
Soesoehoenan  een  belangrijk  gedeelte  der  bevolking  van  de 
Preanger-landen  dwong  tot  verhuizing  naar  Mataram.  Hierdoor 
vermeerderde  het  wantrouwen  der  Nederlandsche  regering  te 
Batavia ;  omdat  de  verwijdering  van  de  bevolking  van  Soema- 
dang  en  van  andere  Preangerdistricten,  waaruit  veel  timmerhout 
en  slagtvee  naar  Batavia  werd  aangevoerd,  gedeeltelijk  ten 
minste ;  geschiedde  met  het  doel  om  Batavia  in  een  staat  van 
afzondering  te  brengen.  Het  blijkt  ook,  dat  in  den  aanvang 
van  1626,  hoewel  de  berigten  daaromtrent  niet  volledig  voor 
ons  bewaard  zijn  gebleven,  de  Soesoehoenan  door  zijne  Toe- 
menggoengs  van  Eendal  en  Tagal  bij  de  Hooge  Regering  te 
Batavia  er  op  heeft  doen  aandringen,  dat  de  Nederlandsche 
zeemagt,  de  legers  van  Mataram  zou  ondersteunen,  om  geza- 
mentlijk  Bantam  en  westelijk  Java  onder  de  suzereiniteit  van 
Mataram  te  brengen;  erkenning  door  den  Soesoehoenan  van  het 
regt  der  Nederlanders  op  Batavia,  zou  dan  het  loon  voor  die 
medewerking  geweest  zijn.  Maar  Gouverneur-Generaal  en  Ra- 
den, wier  staatkunde  was,  dat  Bantam  in  den  handel  wel 
gefnuikt,  maar  niet  geheel  ten  onder  moest  gebragt  worden 
en  dat  met  den  Soesoehoenan  wel  de  vriendschap  onderhouden ; 
maar  hem  toch  niet  te  veel  magt  in  handen  moest  worden  ge- 
speeld, bepaalden  zich  tot  ontwijkende  antwoorden.  De  onze- 
kerheid omtrent  de  houding,  welke  de  Nederlanders  zouden 
aannemen,  groote  sterfte  en  rijstgebrek  op  Java,  een  hevige 
opstand  van  den  regent  van  Pati,  die  echter  in  't  einde  onder- 
drukt werd,  waren  naar  het  schgnt,  de  redenen,  welke  gedu- 
rende de  jaren  1626  en  1627  den  Soesoehoenan  van  zgnen 
voorgenomen  aanslag  tegen  westelijk  Java  weerhielden.  Intus- 
schen  werd  het  meer  en  meer  duidelgk,  dat  er  of  tegen  Batavia 


Digitized  by 


Google 


LXXI 

<^  tegen  Bantam  iets  door  den  Soesoehoenan  werd  voorbereid. 
Verschillende  kenteekenen  daarvan  deden  zich  op.  De  Sultan 
van  Palembang;  een  erfvijand  van  Bantam  ^  trad  in  een  naauw 
verbond  met  den  Soesoehoenan  en  bood  hem  zijne  hulp  tegen 
Bantam  aan.  In  een  gedeelte  van  den  Archipel  liep  een  tgd 
lang  het  gerucht^  dat  Batavia  voor  de  wapenen  van  den  zege- 
vierenden Soesoehoenan  had  moeten  bakken. 

Een  aanzienlijk  gezantschap  door  de  Carpentier  in  den  zomer 
van  1626  naar  Mataram  gezonden ,  werd;  geheel  in  strijd  met 
hetgeen  vroeger  geschied  was,  tot  de  hofreis  naar  Earta  niet 
toegelaten;  maar  door  den  Toemenggoeng  van  Tagal  beleefd 
teruggewezen;  onder  voorwendsel  dat  de  geschenken  en  de 
titulatuur;  in  den  brief  voor  den  Soesoehoenan  bestemd;  niet 
overeenkomstig  waren  met  de  hooge  waardigheid  van  dien 
vorst  Het  bewustzijn  bij  den  Soesoehoenan;  dat  Bantam  en 
westelgk  Java;  door  hem  niet  ten  onder  konden  worden  ge- 
bragt;  zoo  lang  hij  iu  Batavia  als  zeeplaats ;  geen  steunpunt 
vond;  de  weigering  der  Hooge  Begering  om  daartoe  met  hem 
mede  te  werken ;  waardoor  Batavia  als  scheidingpunt  tusschen 
oostelgk  en  westelijk  Java  bleef  bestaan ;  zullen  vermoedelijk 
wel  de  aanleidende  oorzaken  zijn  geweest  van  den  aanslag; 
door  den  Soesoehoenan  kort  daarna  tegen  Batavia  ondernomen. 
Van  het  oogenblik  toch;  dat  de  Mataramsche  vorst  zijn  gezag  ook 
over  Soenda  wilde  uitbreiden;  lag  een  aanval  op  Batavia  onver- 
mgdelgk  in  den  gang  der  gebeurtenissen.  De  Soesoehoenan 
overschatte  daarbij  echter  zijne  krachten  en  telde  die  der  Neder- 
landers te  gering. 

Te  midden  dezer  gespannen  en  wantrouwende  verhouding  tus- 
schen Mataram  en  Batavia  verscheen  in  den  avond  van  den 
27sten  Sept.  1627  de  Gouverneur-Generaal  Jan  Pietersz.  Coen 
ter  reede  van  Batavia.  Hoewel  reeds  in  October  1624  tot  die 
hooge  betrekking  herkozen ;  was ;  zoo  als  wij  reeds  gezien  heb- 
ben; zgn  vertrek  uit  Nederland  door  den  tegenstand  der  Engel- 
scheu;  tot  in  den  aanvang  van  1627  opgehouden;  en  ook  zelfii 


Digitized  by 


Google 


Lxxn 


toen  nog  was  Coen  bgna  steelsgewyze  en  met  voorkennis  van 
slechts  eenige  vreinige  gecommitteerden  uit  de  vergadering  der 
Heeren  XVII  aan  boord  gegaan.  Bij  zijne  aankomst  te  Batavia 
kon  Coen  geen  anderen  geloofsbrief  overleggen,  dan  eene  mis- 
sive, dd.  9  Janaarg  1627,  van  zeven  gecommitteerde  leden  uit 
de  vergadering  der  XVII  en  eenige  extract-resolutien  van  het 
Opperbestuur.  Hoewel  de  Carpentier  reeds  meer  dan  eens  aan 
het  Opperbestuur  verzocht  had,  „  om  na  zijne  langdurige  tra- 
„  vailles,  tot  wat  respiratie  te  komen  en  zgne  gematteerde  en 
„verstompte  krachten  te  refocilleren,"  aarzelde  hij  nu  toch  om 
fj  op  grond  van  zoo  duistere  besoigne  der  gecommitteerden ,"  zoo 
als  de  Hooge  Regering  in  hare  resolutie,  de  missive  van  9 
Januarij  noemde,  de  opperlandvoogdij  aan  Coen  over  te  geven. 
In  eene  nader  gehouden  bijeenkomst  erkende  Coen,  dat  hij 
geen  volkomen  commissie  kon  vertoonen;  maar  dat  hij  op  grond 
van  de  omstandigheden,  waaronder  hij  uit  het  moederland  was 
vertrokken,  toch  van  meening  was,  dat  men  hem  het  bestuur 
kon  overgeven,  op  denzelfden  voorloopigen  voet,  waarop  hij 
het  indertgd  aan  de  Carpentier  had  overgedragen.  Tot  zooda- 
nige overdragt  besloot  eindelijk  de  Hooge  Regering,  onder  wis- 
seling evenwel  van  acten  van  „  protest  en  indemnisatie ,"  van 
de  zijde  van  Coen:  dat  hij  de  Carpentier  en  de  Raden  van 
Indie  vrg waarde  tegen  daaruit  voortvloeijende ,  voor  hen  scha- 
delijke gevolgen,  en  van  de  zijde  van  de  Carpentier:  dat  hij 
„  zich  gedragende  aan  de  missive  van  9  Januarij  1627  der 
fj  gecommitteerden  uit  de  vergadering  der  XVII ,  genoemde  ge- 
„  committeerden  verantwoordelijk  stelde  voor  de  gevolgen,  indien 
„  het  later  blijken  mogt,  dat  de  overgave  van  het  bestuur  aan 
„  Coen,  krachtens  bovengen.  missive  niet  overeenkomstig  was  met 
fj  den  wil  en  de  intentie  van  de  Algemeene  Staten,  zijne  prinselgke 
„  Excellentie   of  van   de  vergadering  der  Heeren   XXVII.'*  ^ 


1.  ResoL  G.-O.  en  Raden  28  en  29  Sept  1627,  zie  ook:  Bijdragen  tot  de  taal- , 
land  en  Tolkenk.  yan  N.  Ind.  Nienwe  volgreeks  2de  dl,  bl.  1,  1858.  alwaar  eene 
Wangrjke  mededeeling  van  den  heer  P.  A.  Leupe,  getiteld:  J.  Pz.  Coen,  1623— 1627. 


Digitized  by 


Google 


LXXIII 


Op  den  30  Sept.  1627  aanvaardde  nu  J.  Pz.  Coen  voor  de  tweede 
maal  de  opperlandvoogdg  over  Neerlands-Indie,  en  de  Carpentier 
keerde  in  de  eerste  dagen  van  1628  naar  het  vaderland  terug. 
Het  was  een  der  eerste  maatregelen  van  Coen,  om,  onder 
voorwendsel  van  zijne  wederoptreding  als  Gouverneur- (Jeneraal 
aan  den  Pangéran  van  Bantam  te  willen  mededeelen,  een  ge 
zantschap  naar  Bantam  af  te  vaardigen,  ten  einde  zoo  mogelijk 
de  verbroken  betrekkingen  tusschen  Bantam  en  Batavia  te  her- 
stellen. ^  Twee  redenen  bewogen  Coen  tot  dien  stap,  vooreerst  het 
nu  onherroepelijk  besluit  der  Engelschen  om  Batavia  te  verlaten  en 
afgescheiden  van  de  Nederlanders  zich  te  Bantam  te  vestigen ;  ten 
tweede  het  aanzoek  tot  vrede ,  dat  de  Regeering  van  Bantam  zijde- 
lings door  een  voornaam  Chinees  weder  bij  Gouverneur- Generaal  en 
Baden  gedaan  had.  Sedert  14  December  waren  er  zoowel  door 
Nederlandsche  afgevaardigden  te  Bantam,  als  door  Bantamsche 
gezanten  te  Batavia  onderhandelingen  over  het  herstel  van  den 
vrede  gevoerd,  toen  op  den  24  december  een  vgftal  tingangs 
met  ongeveer  40  Bantammers  bemand,  te  Batavia  aankwamen, 
naar  het  scheen  om  handel  te  drgven.  Coen  werd  echter  in 
het  geheim,  door  eenige  Chinezen  gewaarschuwd,  dat  deze 
Bantammers  met  kwade  bedoelingen  naar  Batavia  waren  gekomen, 
vermoedelyk  wel  om  den  Gouverneur  Generaal,  als  hij  uit  het 
kasteel  zou  komen,  op  de  brug  voor  het  kasteelsplein  te  ver- 
moorden en  in  de  verwarring  daarait  ontstaan,  het  kasteel  of 
de  stad  te  overrompelen.  Coen  liet  dadelijk  de  wachten  ver- 
dubbelen. Hierdoor  kregen  de  Bantammers  vermoeden,  dat  hunne 
plannen  waren  ontdekt  en  midden  in  den  nacht  sprongen  zij 
met  pieken  en  krissen  gewapend  uit  hunne  vaartuigen,  baanden 
zich,  om  te  ontkomen,  een  weg  door  de  stad  en  staken  daarbij 
eenige  Nederlanders  dood.  Den  volgenden  dag  kwam  eene 
tweede  troep  Bantammers,  doch  minder  groot  in  aantal,  te  Batavia 
voor  de  boom;   toen  men  dezen  wilde  ontwapenen,  begonnen 


L  B«toL  G.-6.  en  B.  13  Dec.  1627. 

Digitized  by  VjOOQ IC 


LXXIT 


zij  amok  te  spelen  en  wederom  sneuvelden  verseheiden  perso- 
nen aan  beide  zijden.  Kort  daarop  kwam  de  tyding,  dat  2000 
Bantammers  uit  40  Tingangs  aan  de  rivier  van  Octong-Java 
waren  ontscheept  en  naauwlijks  eene  week  later,  vernam  men, 
dat  er  500  of  600  gewapende  Javanen,  ten  zuiden  van  de  stad 
in  bosschen  en  tuinen  gelegerd  waren.  Deze  bende  werd  door 
de  Nederlandsche  ruiterij  opgezocht  en  na  eenige  wel  uitgevoerde 
aanridden  uiteengedreven.  Nu  bleek  het  ook,  dat  een  groot 
aantal  gewapende  Bantamsche  schepen  in  zee  waren,  die  dan 
voor  de  monding  der  rivier  Anke,  dan  bij  Ontong-Java,  dan 
weder  bij  Onrust  zich  vertoonden,  terwijl  het  land  rondom  Batavia 
door  groote  troepen  gewapende  Javanen  werd  afgeloopen.  Even 
als  in  1620,  belemmerde  ook  nu  weder  gemis  aan  voldoende 
bezetting,  de  krachtige  bescherming  van  Batavia's  ommelanden 
en  was  Coen  veelal  verpligt,  die  strooptogten  lijdelgk  aan  te  zien. 

Coen  noch  de  Raden  van  Indie  begrepen,  waarom  de  stemming 
der  Regering  van  Bantam  van  vredelievend,  als  z^  scheen  te 
zijn,  zoo  plotseling  vgandig  geworden  was.  Duidelijk  blijkt 
het  dan  ook  niet,  wat  aanleiding^  tot  deze  onverwachte  hervat- 
ting der  vgandelijkheden  gaf.  Eerst  een  jaar  later  bekwamen 
Gouverneur-Generaal  en  Raden,  daaromtrent  het  vrij  ongergmde 
berigt,  dat  de  Pangéran  van  Bantam  door  een  aanslag  op  Bata- 
via te  doen,  de  gunst  van  den  Soesoefaoenan  hoopte  te  winnen. 
Welligt  dat  de  Bantamsche  Regering,  onderrigt  van  den  voor- 
genomen togt  van  den  Soesoehoenan  tegen  Batavia  en  westelgk 
Java,  dien  togt  hoopte  te  verijdelen,  door  zich  tgdig  van  Batavia 
meester  te  maken.  De  aanslag  der  Bantanmiers,  welke  daarvan 
de  reden  moge  geweest  zijn,  en  welk  nadeel  zij  aan  de  bebou- 
wing der  Ommelanden  moge  hebben  toegebragt,  had  intusschen 
dit  gunstig  gevolg,  dat  de  waakzaamheid  der  Nederlanders  er 
door  werd  opgewekt  en  de  stad  en  het  kasteel,  vooral  aan  de 
westzijde  dientengevolge  nog  meer  werden  versterkt  Het  bleek 
weldra,  dat  voorzorgen  niet  onnoodig  waren. 

Op   den   13den   April  1628  verscheen  de  broeder  van  den 


Digitized  by 


Google 


LXIT 

Toemenggoeng  van  Tagal^  Kiai  Ronggo  genaamd ,  met  14  praaa- 
wen  met  rijst  beladen^  te  Batavia.  Deze  rigtte  aan  de  Hooge 
Regering  het  verzoek,  dat  een  Nederlandsch  gezantschap  naar 
den  Soesoehoenan  gezonden  mogt  worden  en  dat  de  Nederlanders 
aan  den  Soesoehoenan  hulp  verleenen  zonden  tegen  Bantam. 
De  Hooge  Regering  antwoordde,  dat  zij  het  verzoek  om  hulp 
tegen  Bantam  in  beraad  zon  nemen;  van  het  zenden  van 
gezanten  naar  Earta,  dat  de  Soesoehoenan  kennelgk  alleen  ver- 
langde als  bewgs  van  leenhalde,  verontschuldigde  zg  zich  op 
grond  van  de  geringe  toegenegenheid  van  den  Toemengoeng  Boe- 
reksa,  den  vertrouwden  staatsdienaar  des  Soesoehoenans  jegens 
de  Nederlanders. 

Kiai  Ronggo,  de  Javaansche  afgevaardigde  of  verspieder, 
begreep  zeer  goed,  dat  deze  verontschuldiging  slechts  eene  be- 
leefde en  bedekte  weigering  was.  De  Soesoehoenan  schijnt 
"^dan  ook,  na  het  mislukken  dezer  laatste  poging  om  leenhulde 
en  hulp  van  de  Neerlands-Indische  Regering  te  verkrijgen,  tot 
de  uitvoering  van  zijn  lang  gekoesterd  voornemen  te  hebben 
besloten,  om  Batavia,  dat  hem  door  zgne  raadslieden  slechts 
alfl  een  zwak  koopmanskantoor  was  voorgesteld,  met  de  wa- 
penen aan  te  tasten.  Op  den  22  Augustus  1628  kwamen 
59  goraps  en  ander  vaartuig  met  900  koppen  bemand  ter  reede 
van  Batavia.  Deze  vloot  was  door  den  Toemenggoeng  Boe-reksa 
afgezonden  met  150  runderen,  120  lasten  rijst  en  eene  groote 
hoeveelheid  andere  levensmiddelen  voor  Batavia.  De  beleefde 
toezending  van  een  zoo  aanzienlijken  voorraad,  nadat  sedert 
maanden,  alle  toevoer  van  levensmiddelen  uit  de  zeeplaatsen 
van  Java  op  last  van  Boe-reksa  te  Batavia  had  opgehouden, 
wekte  terstond  achterdocht.  Coen  liet  het  vee  uit  de  schepen 
lossen  en  dadelgk  de  ontladen  vaartuigen,  ondanks  het  misnoe- 
gen der  opvarenden,  buiten  den  afsluitboom  verhalen.  Twee 
dagen  later  kwamen  nog  7  andere,  dterk  bemande,  schepen  voor 
de  reede,  die,  volgens  de  beweringen  der  opvarenden,  naar 
Malakka  waren  bestemd.    Nu  liet  Coen  den  boom  sluiten,  de 


Digitized  by 


Google 


LXXVI 


wachten  verdubbelen  en  door  eenig  klein  vaartnig  de  gemeen- 
schap tnsschen  de  laatstaangekomen  en  de  reeds  ontladen  sche- 
pen afsnijden.  Wat  Coen  verwacht  had  gebeurde,  de  op  de 
reede  liggende  schepen  zochten  zich  des  nachts  met  de  eerst- 
aangekomen  vaartuigen  te  vereenigen.  Toen  de  Nederlanders 
dit  wilden  beletten,  ontstond  er  eene  botsing  en  nu  viel  de  be- 
manning van  een  twintigtal  schepen,  die  nog  binnen  den  boom 
lagen,  de  buitenwacht  op  de  markt  voor  het  kasteel  onverhoeds 
op  het  lijf.  De  eerste  aanstoot  was  zoo  hevig,  dat  eenige  Java- 
nen met  de  teruggedreven  wacht  binnen  het  kasteel  drongen. 
Op  het  bolwerk  de  Robijn  werden  de  aanvallers  door  eene  hamey 
gestuit;  intusschen  liepen  de  Javanen  der  overige  schepen, 
welke  buiten  lagen,  door  het  water  naar  de  puntdePaarl,  waar 
het  vooral  op  gemunt  scheen ,  omdat  die  punt  de  zwakste  was. 
Ondanks  het  hevig  musketvuur  der  Nederlandsche  soldaten, 
hielden  hier  de  Javaansche  voorvechters  met  de  grootste  dap- 
perheid tot  aan  den  volgenden  morgen  stand;  doch  door  de 
overige  Javanen  niet  voldoende  ondersteund,  moesten  zg  na 
een  strijd  van  vijf  uren,  met  achterlating  van  vele  dooden, 
eindelijk  de  wyk  nemen.  De  bemanning  van  de  praauwen  welke 
nog  in  zee  waren,  landden  nu  aan  de  monding  der  rivier 
Maroenda,  ten  oosten  van  Batavia.  Den  volgenden  dag,  26 
Augustus,  vertoonde  zich  ook  aan  de  landzijde  van  de  stad 
een  Javaansch  leger.  Het  was  het  leger  van  Toemenggoeng 
Boe-reksa,  ondersteund  door  de  mannelijke  bevolking  der  Pre- 
anger-districten  Soemadang  en  Oekoer,  die  reeds  eene  week 
vroeger,  op  bevel  van  den  Soesoehoenan  zich  naar  de  omstre- 
ken van  Batavia  begeven  had.  ^  Coen,  in  overleg  met  zijn 
krijgsraad,  deed  het  zuidelgk  gedeelte  van  Batavia  slechten 
en  verbranden,  om  het  overige  beter  te  kunnen  verdedigen. 
Dit  afgesneden  gedeelte  van  de  stad  werd  weldra  door  den 


1.    Cf.  Bgdrage  tot  de  geschiedenis  der  Preaoger-regentschappen  door  K.F.  Holle, 
blads.  22. 


Digitized  by 


Google 


LXXVII 


ygand  bezet,  die  er  zich  begroef  en  verschanste.  De  versla- 
genheid onder  de  vrouwen,  de  inlandsche  bevolking  en  de 
Chinesen  binnen  Batavia  was  groot;  eene  aanzienlijke  menigte 
vlngtte  op  praauwen  of  zocht  een  onderkomen  op  de  Neder- 
kndsche  schepen;  maar  toen  120  Nederlandsche  soldaten,  door 
eenige  gewapende  burgers  ondersteund,  den  vgand  weder  uit  het 
zuidelijk  gedeelte  van  de  stad  hadden  teruggedreven,  schepten 
de  meesten  weer  moed,  de  Chinesen  keerden  terug  eü  bewezen 
sedert  meermalen  goede  diensten.  Zeevolk  werd  van  het  eiland 
Onrust  ontboden,  burgers  en  ambachtslieden  werden  gewapend, 
palissaden  geslagen,  alles  wat  belemmeren  kon  werd  geslecht 
en  met  den  grond  gelijk  gemaakt.  De  vgand  van  zijn  kant 
maakte  loopgraven  en  bedekte  wegen,  begroef  zich  en  maakte 
zich  schootvrg  door  borstweringen  van  hout  en  gekloven  bamboes. 

In  den  nacht  tusschen  10  en  11  September  waren  de  troepen 
van  Boe-reksa  tot  op  een  pistoolschot  van  de  stad  genaderd. 
Coen  liet  nu  een  uitval  doen  en  het  gelukte  aan  eene  kleine 
afdeeling  Nederlandsche  soldaten  en  matrozen  meteenige  Japanners 
en  Mardikers  den  vijand  uit  zijne  loopgraven  te  doen  wijken. 
Zoodra  de  Chinesen  van  Batavia  bemerkten,  dat  de  Javanen 
terugtrokken,  vielen  zij  den  wijkenden  vijand  met  dolle  woede 
op  het  lijf,  die  nu  geheel  op  de  vlugt  sloeg.  Maar  op  den 
2l8ten  September  des  avonds,  tastte  de  vijand  op  zijne  beurt, 
met  groote  overmagt  de  aan  het  zuidoosteinde  van  de  stad 
gelegen  veldschans  HoUandia  aan,  waarin  eene  bezetting  van 
niet  meer  dan  24  Nederlanders  gelegen  was.  Te  gelgkert^d 
werden  aan  alle  zyden  van  de  stad  looze  aanvallen  gedaan, 
zoodat  men  niet  wist,  waar  het  hoofdpunt  van  den  aanval 
zijn  zou. 

De  reduite  Hollandia  was  een  belangrijk  punt;  hij  die  daar- 
van meester  was  beheerschte  de  rivier  ten  zuiden  en  de  gracht 
ten  oosten  van  de  stad.  De  zwakke  bezetting  van  Hollandia 
verweerde  zich  dapper;  aanhoudend  musketvuur,  vuurpotten, 
pekkransen,  alles  wat  bij  de  hand  was,  werd  gebezigd  om  den 


Digitized  by 


Google 


tXÏYIIl 

opdriDgenden  vgand  tegen  te  honden;  maar  tegen  den  morgen 
was  de  laatste  patroon  verschoten^  de  laatste  lont  afgebrand. 

Ten  gevolge  van  de  daistemis  en  den  groeten  afstand;  mis- 
leid bovendien  door  de  looze  aanvallen  aan  alle  zijden  van  de 
stad;  had  men  in  het  kasteel  den  benarden  toestand  van  de 
rednite  HoUandia;  niet  opgemerkt.  Hnlp  en  ontzet  was  echter 
dringend  en  terstond  noodig;  anders  ware  de  schans  verloren. 
Een  sergeant  laat  zich  van  boven  de  borstwering  naar  beneden 
vallen;  loopt  door  allerlei  gevaren  heen  naar  het  kasteel;  geeft 
daar  berigt  van  den  benaanwden  toestand  en  vraagt  ontzet. 
Coen  laat  nu  een  uitval  doen  door  300  soldaten  en  100  gewa- 
pende burgers ;  gevolgd  door  een  groot  aantal  Mardikers  en 
Ghinesen.  Door  die  afdeeling  wordt  het  leger  van  Boe-reksa 
met  woede  aangetast;  uit  de  loopgraven  geslagen  en  terugge- 
worpen. Toemenggoeng  Boe-reksa  trok  zich  in  twee  legerkam- 
pen ten  oosten  van  de  stad  terug  en  schreef  van  daar  dreigende 
brieven  aan  den  Gouverneur-Generaal  Coen  ^ 

Deze  afwachtende  houding  duurde  voort  tot  den  21  sten  Octo- 
ber;  toen  Coen  en  zijn  raad  besloten  om 'den  vijand  ook  uit 
deze  twee  verschansingen  te  verdrijven.  Alles  wat  men  bijéén 
kon  trekken  werd  verzameld;  met  eene  magt  van  ruim  2800 
man,  slaagden  de  Nederlanders  er  eindelijk  in  om  het  geheele 
leger  van  Boe-reksa  uitéén  te  slaan.  Toemenggoeng  Boe-reksa 
met  de 'voornaamste  hoofden  en  veel  volk  sneuvelden  in  dezen 
slag.  Het  volk  van  Soemadang  en  Oekoer;  dat  vroeger  altijd 
vreedzame  betrekkingen  met  Batavia  had  onderhouden;  maar 
nu  gedwongen  den  veldtogt  tegen  Batavia  medemaaktO;  nam 
deze  gelegenheid  te  baat,  om  zich  van  het  leger  van  Boe-reksa 
af  te  scheiden  en  met  vrouwen  en  kinderen  in  het  gebergte 
de  wijk  te  nemen. 

Men  meende  nu  te  Batavia  dat  men  van  den  vijand  ontsla- 


1.    Zio  brief  van   3  Nov.  1628  en  transl.  van  een  MaleiUcHeo  brief  dd.  21  Sept. 
1628,  N«.  XVI  en  N<>.  XXIIa  der  gedr.  stukken. 


Digitized  by 


Google 


LIXIX 

gen  was;  maar  twee  dagen  later  stootte  eene  afdeeling  Neder- 
landers,  welke  was  uitgetrokken  om  de  oyergebleven  yijande- 
Igke  werken  aan  het  zuideinde  van  de  stad  te  slechten^  plot- 
seling op  eene  groote  menigte  Javanen.  Het  was  de  voorhoede 
van  een  tweede  leger  des  Soesoehoenan'S;  grooter  dan  het  eer- 
ste, dat  onder  bevel  van  den  Toemenggoeng  Soera-ngalogo  of 
Soero-dilogo  ^  en  de  Kiai's  Adipati  Mandoero-redjo  en  Hoepo- 
sonto  ^  in  den  nacht  van  21  op  22  October  uit  het  oosten  van 
Java  was  aangekomen. 

Vermetel  geworden  door  de  overwinning  tastten  de  Neder- 
landers, zonder  daartoe  bevel  te  hebben,  ook  na  weder  den 
vgand  aan,  maar  weldra  moesten  zg  voor  de  overmagt  wijken. 
Op  den  terugtogt  ontstond  er  verwarring,  de  orde  werd  ver- 
broken; de  ruiters  in  hun  vlugt  wierpen  zich  tusschen  de  ran- 
gen van  het  voetvolk  en  allen  te  zamen  leden  zg  ditmaal  de 
nederlaag;  velen  sneuvelden  of  verdronken,  meer  dan  200  mus- 
ketten bleven  in  handen  der  Javanen,  die  de  Nederlanders  zoo 
digt  op  de  hielen  volgden,  dat  hun  het  tegelijkertijd  indringen 
binnen  de  stad,  nog  naauwlijks  door  het  schrootvuur  van  de 
wallen  kon  worden  belet. 

Soera-ngalogo  was  met  dit  tweede  leger,  door  den  Soesoe- 
hoenan  afgezonden,  om  Batavia,  dat  hij  reeds  door  den  Toe- 
menggoeng Boe-reksa  veroverd  waande,  in  bezit  te  nemen 
en  de  kostbaarheden  der  Nederlanders  naar  Earta  op  te  zenden. 
Toen  hij  echter  Boe  reksa  zelven  gedood  en  diens  leger  versla- 
gen vond,  sloeg  Soera-ngalogo  zich  op  de  borst  en  riep  in 
wanhoop  uit:  wat  zal  ik  aan  mgnen  Heer  nu  medebrengen! 
Hg  voorzag  wat  hem  te  Earta  te  wachten  stond;  daarom  trachtte 
hg  nu  zelf  zich  van  Batavia  meester  te  maken.  Van  de  west- 
en oostzijde  liet  hij   de  stad  met  loopgraven  naderen;  dertig 


1.  Coen  in  i^c  brieven  noemt  hem  Suragologol;  de  heer  Meinsma  meent  dat  dit 
Soen-ngalogo  kan  gelezen  worden.  De  heer  Uageman  schrift  Soerian  galogo;  maar 
de  naam  kan  ook  z^jn  geweest  Soeijo-dilogo  of  Soero-dilogo. 

2.  Coen  noemt  hen  Mandora-rec^a  en  Topaaanta  of  Apesanta. 


Digitized  by 


Google 


LXXX 

X  dagen  lang  liet  hij  1000  man,  hoewel  te  vergeefsch,  arbeiden 
om  de  rivier  af  te  leiden,  ten  einde  door  watergebrek  de  Neder- 
landers tot  overgave  te  dwingen.  Kiai  Adipati  Mandoero-Bedjo 
en  Kiai  Adipati  Hoepo-sonto,  beproefden  nu  nog  eenmaal  door 
geweld  zich  van  de  redoite  HoUandia  meester  te  maken,  maar 
ook  ditmaal  mislukte  de  aanslag.  Soera-ngalogo  werd  toen  ge- 
noodzaakt, indien  hij  zijn  leger  door  rgstgebrek,  hongersnood, 
ziekte  en  verloop  van  volk,  niet  geheel  wilde  zien  wegsmelten, 
om  in  de  eerste  dagen  van  December  het  beleg  op  te  breken 
en  den  teragtogt  aan  te  nemen.  Maar  vóór  hij  de  omstreken 
van  Batavia  verliet,  deed  Soera-Ngalogo  de  twee  bevelhebbers 
Mandoero-Redjo  en  Hoepo  Sonto  met  hunne  volgelingen,  tot  een 
getal  van  744  menschen,  omdat  zij  bij  den  aanval  op  de  schans 
Hollandia,  de  overwinning  niet  bevochten  hadden,  ter  dood 
brengen.  Met  afgrijzen  ontdekte  later  eene  op  verkenning  uitge- 
zonden afdeeling  Nederlandsche  soldaten,  het  doodenveld,  waarop 
de  lijken  dezer  ongelukkigen,  reeds  tot  ontbinding  overgegaan, 
lagen  uitgestrekt.  Soera-Ngalogo  hoopte  door  deze  wreede  straf- 
oefening  de  ongenade  zgns  meesters  van  zich  af  te  wenden; 
toch  ontging  hij  die  niet,  want  ook  hij  viel  sedert  in  ongenade 
bg  den  Soesoehoenan  en  werd,  volgens  de  berigten  van  som- 
migen, terstond  nadat  hij  binnen  Earta  was  teruggekeerd*,  met 
velen  zijner  edelen  gedood,  volgens  de  opgave  van  anderen 
echter,  eerst  in  1638  tot  den  dood  verwezen.  ^ 

Zoo  was  dan  eindelijk  ook  hetdroomgezigt,  dat  de  Javaansche 
despoot  eenige  jaren  vroeger  beweerde  gehad  te  hebben,  dat 
namelgk  vier  van  de  allergrootsten  in  zgn  rijk  moesten  weg- 
genomen worden,  verwezenlijkt. 

De  Toemenggoeng  Boe-reksa,  Mandoero-redjo,  Hoepo-Sonto 
en  Soera-Ngalogo  waren  gevallen;  maar  Batavia  stond  nog  en 
wel  sterker  dan  ooit. 

Eet  gevaar  was  echter  slechts  tijdelijk  van  Batavia  afgewend. 
Door  Chinezen,  door  de  Pangérangs  van  Tjéribon,  die  waar- 

1.    Zie  ii«.  XXIH  ea  u\  XXXV  hierachter. 

Digitized  by  VjOOQ IC 


LXXXI 

achijnlgk  met  wantrouwen  de  ondernemingen  des  Soesoehoenans 
tegen  westelgk  Java  gadesloegen^  werden  Gonvemenr-Generaal 
en  Raden  gewaarschuwd;  dat  te  Earta  eene  nieuwe ^  grootere 
onderneming  tegen  Batavia  werd  voorbereid.  Bantam  vol  vrees 
voor  Mataram,  toonde  zich  sedert  de  maand  December  1628 
tot  herstel  der  vreedzame  betrekkingen  met  Batavia  geneigd. 
Coen  van  zgn  kant  zocht  naar  een  middel  om  meester  te  worden 
van  den  pepervoorraad ,  vóórdat  de  Engelschen  daartoe  geld  en 
gelegenheid  hadden.  Onderhandelingen  tusschen  de  regeringen 
van  Bantam  en  Batavia  werden  nu  geopend,  welke  voortduur- 
den tot  23  Maart  1629 ,  wanneer  Coen  den  kommandeur  Adr. 
Blocq  Maertensz,  naar  den  Pangéran  van  Bantam  afvaardigde 
om  hem  een  Arabisch  paard  met  andere  geschenken  en  hulp  in 
geval  van  nood,  tegen  den  Soesoehoenan  aan  te  bieden.  Van 
handelsbelangen  werd  er  door  dit  gezantschap  geen  gewag  ge- 
maakt en  de  vrede,  hoewel  die  niet  schriftelgk  werdgeteekend, 
kwam  feitelgk  tot  stand.  De  Nederlanders  werden  weder  bin- 
nen Bantam  toegelaten ,  de  vaart  en  de  handel  tusschen  Batavia 
en  Bantam  werden  hervat.  ^  Kort  daarna,  in  het  voorjaar  van 
1629  (16  April)  kwam  zeker  Javaan,  Warga  genaamd,  te 
Batavia.  Hij  was  door  den  Toemenggoeng  van  Tagal  met  een 
brief  aan  den  Gouvemeur-Gteneraal  Coen  gezonden,  om  namens 
den  Soesoehoenan  den  vrede  aan  te  bieden ;  Toemenggoeng 
Boe-reksa,  zeide  hij,  had  den  Soesoehoenan  misleid;  doch  nu 
bezwoer  hg  met  zware  eeden,  dat  de  Soesoehoenan  opregt  den 
vrede  begeerde.  „Radja  Mataram,  minta  ampoen,"  de  Vorst 
van  Mataram  vraagt  vergiffenis,  zoo  sprak  Warga  in  den  vollen 
raad.  Eene  zóó  groote  zelfsvemedering  van  de  zijde  des  Soe- 
soehoenans, kwam  aan  Coen  verdacht  voor,  zg  vermeerderde 
slechts  zijn  argwaan;  want  zij  was  te  groot  om  welgemeend  te 
zijn.  Coen  liet  aan  alle  zijde  de  stad  versterken  eo  plantte 
geschut  op  de  wallen.  De  uitkomst  zou  weldra  bewijzen,  dat 
Coen  goed  gezien  had. 

1.    Uit  de  brieven  van  14  en  29  Doe.  1628,  1  febr.,  20  Maart  en  15Deo.l629. 
V.  VI 

Digitized  by  VjOOQ IC 


hxxxti 

Het  was  ook  in  deze  dagen;  dat  er  te  Batavia  een  feit  plaats 
greep,  dat,  hoewel  het  niet  regtstreeks  tot  de  opkomst  en  de 
ontwikkeling  van  het  Nederlandsch  gezag  over  Java,  in  verband 
staat,  toch  te  veel  gerucht  heeft  gemaakt,  om  het  hier  met 
stilzwijgen  te  mogen  voorbijgaan. 

Pieter  Jacobsz.  Cortenhoeff,  een  jong  en  liederl^  losbol, 
zooals  er  destijds  velen  in  Indie  gevonden  werden,  zoon  van 
een  koopman  der  Compagnie,  die  lang  in  Arrakan  gelegen  had , 
had  ongeoorloofde  betrekkingen  aangeknoopt  met  Sara  Specx, 
eene  natnurlyke  dochter  van  den  tijdelijk  in  Nederland  vertoe- 
venden  raad  van  Indie,  Jacqnes  Specx.  Het  meisje  was  slechts 
12  jaren  ond,  maar  was,  naar  het  schijnt,  onder  de  werking 
van  een  tropisch  klimaat  vroeg  tot  ontwikkeling  gekomen.  Zg 
was,  gedarende  de  afwezigheid  van  haren  vader,  door  Goen 
als  zijn  eigen  kind  aangenomen,  opgevoed  en  in  de  onmidde- 
lijke  omgeving  zijner  gemalin,  als  staatsjaffer  geplaatst.  Onder 
voorwendsel  van  dienstzaken  te  moeten  verrigten,  wist  Corten- 
hoeff op  zekeren  avond  het  strenge  consigne  van  den  schildwacht 
te  verbreken  en  zich  toegang  tot  de  woning  van  den  Gonvemeur- 
Generaal  te  verschaffen.  Eenmaal  daar  binnen,  was  hij  door 
hulp  van  omgekochte  slavinnen  tot  het  slaapvertrek  der  staats- 
juffers  doorgedrongen  en,  schaamteloos  als  hij  was,  had  hij 
daar,  in  het  midden  van  de  zaal,  in  tegenwoordigheid  der 
slavinnen  en  ten  aanschouwe  van  meest  alle  de  overige  staats- 
juffers,  zijne  vuige  begeerten  bij  herhaling  met  Sara  Specx 
verzadigd. 

Zoo  had  dan  eindelijk  de  stggende  vloed  van  onzedelijkheid 
der  Europeanen,  die  het  Christendom  tot  schande,  den  Maho- 
medaan  tot  spot  verstrekte,  waartegen  Coen  gedurende  geheel 
zijn  diensttyd  door  wetsbepaling  en  voorbeeld,  door  woord  en  daad 
had  geijverd,  de  eigen  woning  bereikt  van  hem,  van  wien  de  Ker- 
keraad  eenmaal  getuigd  had,  dat  „het  exempel  ende  den  voorgangh 
„  van  syn  huysgesin  een  krachtige  medecijn  had  gebragt  in  het 
lyhart  van  velen,  wier  wildigheid  daardoor  scheen  getemd." 


Digitized  by 


Google 


LXXXIIl 


Maar  na  was  toch  ook  zelfs  het  huis  van  den  opperlandvoogd 
J.  Pz.  Coen  geschonden ;  bezoedeld ,  onteerd.  Het  kind^  dat  h^ 
als  zgn  eigen  kind  opvoedde^  had  zijn  vertrouwen  geschonden, 
de  staatsdochters,  die  aan  de  leiding  en  het  toezigt  der  opper- 
landvoogdesse  waren  toevertrouwd,  waren  getuigen  geweest  van 
toestanden,  welke  de  dieren  zelfs  plegen  te  verbergen.  De 
woede  van  Coen,  als  hij  het  feit  ontdekte,  klom  tot  razernij. 
Buiten  zich  zelven  door  toom  en  verontwaardiging  roept  hg  den 
fiskaal  en  schreeuwt  hem  toe:  men  zou  het  schavot  opslaan, 
voor  de  poort  van  het  kasteel,  en  beiden,  Cortenhoeff  en  Sara 
zonder  vorm  van  proces,  ter  dood  brengen!  De  fiskaal  en  de 
aanwezige  raden  van  Indie,  schier  bevreesd  om  tegenover 
zulk  een  bruisschenden  stroom  van  toorn  zich  te  stellen,  bren- 
gen schoorvoetend  en  voorzigtig  den  opperlandvoogd  onder  het 
oog,  dat  zonder  voorafgaand  onderzoek  en  vonnis  immers  nie- 
mand mag  worden  geregt.  Bleek  en  van  gramschap  bevende, 
ontbreekt  in  't  eerst  aan  Coen  de  spraak ;  toen  in  woorden  los- 
barstende duwt  hij  aan  zijne  raden  en  den  fiskaal  het  verwijt 
toe:  behoort  gijl.  ook  tot  dien  zedeloozen  hoopl?  Eindelijk 
toch  geeft  hij  zijne  toestemming,  dat  de  zaak  in  vorm  van  reg- 
ten  zal  worden  onderzocht.  De  uitslag  van  het  regtsgeding 
waarin  Coen  meer  dan  geoorloofd  was,  zijn  invloed  op  de  af- 
bankelgke  regters  deed  gevoelen,  was  dat  Cortenhoeff  ter  dood 
en  Sara  Specx  tot  geesseling,  op  het  stadhuis  met  openstaande 
deuren,  werd  veroordeeld.  De  stemmen  in  ddn  raad  van  justitie 
zouden  hebben  gestaakt,  indien  niet  de  president  eene  beslis- 
sende stem  ten  nadeele  der  beschuldigden  had  uitgebragt.  Op 
Maandag  den  18den  Junij  bekrachtigden  de  Gouverneur-Generaal 
Coen  en  het  lid  van  den  Raad  van  Indie,  Pieter  Vlack,  die 
tevens  in  dit  geding  de  president  van  den  Baad  van  Justitie 
was  geweest,  dit  onregtmatig  vonnis;  maar  Antonio  van  Diemen, 
mede  lid  van  den  Raad  van  Indie,  weigerde  hardnekkig  dit 
vonnis  door  zijne  handteekening  te  bekrachtigen. 

Den  volgenden  dag  werd  het  vonnis  ten  uitvoer  gelegd,  Pieter 


Digitized  by 


Google 


LXXX17 

Jacobsz.  Cortenhoeff  werd  onthoofd  en  Sara  Specx  zeer  streng 
gegeesseld.  Geen  voorspraak  had  aan  de  yeroordeelden  mogen 
baten  y  de  verontwaardiging  en  de  gramschap  van  Coen  was 
niet  te  temmen  geweest^  bgna  niemand  durfde  hem  over  de 
zaak  spreken.  Door  toom  en  hartstogt  liet  Coen  zich  ditmaal 
beheerschen,  y,het  scheen/'  zoo  schreven  predikanten  en  ker- 
keraad  er  van^  „het  scheen  een  plage  van  God,,  den  Heere, 
„te  zyn,  dat  hy,  die  een  zoo  grooten  justicier  altyts  geweest 
„is,  hierinne  sooverre  afdwaalde."  ^ 

Nog  lang  daarna  werden  in  de  Bataviasche  maatschappij ,  in 
de  ambtelgke  wereld  zoowel  als  daarbuiten,  de  gevolgen  van 
deze  gebeurtenis  gevoeld,  inzonderheid  toen  na  den  dood  van 
Coen,  Jacques  Specx  als  Gouverneur-Generaal  was  opgetreden 
en  deze,  verbitterd  door  het  vonnis  over  zijne  bastaarddochter 
gestreken,  weigerde  aan  het  Avondmaal  aan  te  zitten  met  de 
regters,  die  het  vonnis  hadden  geveld.  De  predikanten  en  de 
kerkeraad  meenden  zich  toen  ook  in  de  zaak  te  moeten  men- 
gen, pasten  op  de  regters  de  kerkelijke  censuur  toe  en  ontzei- 
den hun  den  toegang  tot  de  heilige  tafel.  De  zaak  zou  dien  ten 
gevolge  een  nog  grooteren  omvang  hebben  verkregen,  indien  niet 
het  Opperbestuur  in  Nederland,  juist  nog  by  tijds,  de  scheiding 
tusschen  wereldlijk  en  geestelijk  gezag  krachtig  hadde  gehand- 
„  haafd.  „Wy  verstaen,"  zoo  schreven  de  Heeren  XVII  aan  Jacques 
„  Specx ,  dat  indien  gy  u  over  de  procedure  bezwaard  acht ,  dat  gy 
„  u  zult  wenden  tot  ons  en  tot  de  Ho.  Mo.  HH.  Staten-Generaal ; 
„  maar  indien  het  door  de  kerk  wierd  ingevoerd,  dat  een  ordi- 
„  naris  regter  over  eene  sententie,  by  die  van  dén  kerkerade 
„  mogt  worden  gecensureerd,  dan  zeggen  wy,  dat  dit  strydende 
„  is  tegen  alle  goede  ordre  in  de  regering  en  ziet  dit,  naar  ons 


1.  Hoe  dramatisch  deze  geschiedenid  ook  mogo  scHgnen,  heb  ik  nieU  medegedeeld , 
wat  niet  in  de  oonpr.  stukken  gevonden  wordt.  Bronnen  daarvan  waren ,  de  brieven 
van  predikanten  en  kerkeraad  van  Batavia,  dd  20  November  1629  en  29  Jannary 
1631  en  de  reqneste  en  verantwoording  op  verscheydene  poincten,  van  den  fiskaal  van 
den  Heuvel,  a*.  1681.    (portef.  1631,  algem.  bestunr.) 


Digitized  by 


Google 


LXXXV 

„  oordeel ,  vry  verre."  ^  Nog  krachtiger  klonk  de  taal  van  het 
Opperbestnnr  tegen  den  kerkeraad :  „  die  van  de  kerke  znllen 
„  zich  voortaan  van  diergelyke  manieren  van  doen  in  't  censu- 
„  reren  van  regters,  aan  wie  de  administratie  van  de  justitie 
„  bevolen  is,  in  het  toekomende  onthonden  en  er  zich  van 
,,  wachten ,  om  in  het  ambt  van  de  Hooge  Overigheid ,  tegen 
^  hunne  instructie,  te  treden,  of  zich  te  qualificeren  als  direc- 
„teurs  van  de  óonsdentie  van  de  justitie,  die  God,  de  Heere, 
„  oordeelen  zal ! "  * 

Inmiddels  had  Coen,  te  midden  der  felbe wogen  hartstogten, 
den  vijand  daar  buiten,  niet  uit  het  oog  verloren.  Door  jagten 
op  verkenning  langs  de  kust  van  Java  uitgezonden,  was  het 
hem  gebleken,  dat,  op  last  van  den  Soesoehoenan ,  groote  hoe- 
veelheden rijst  te  Tagal  waren  bijééngebragt.  De  Toemeng- 
goeng  van  die  landstreek  beweerde,  dat  die  rgst  voor  Batavia 
was  bestemd  en  inderdaad  op  20  Junij  kwam  dezelfde  Javaan- 
sche  zendeling,  Warga,  met  13  praauwen  met  levensmiddelen 
beladen,  te  Batavia  aan.  Warga  werd  echter  door  een  zijner 
volgelingen  verraden.  Coen  liet  hem  terstond  gevangen  nemen. 
Nadat  hij  ter  examinatie  was  gebragt  en  hij  de  belofte  van 
lijftbehoud  bekomen  had,  bekende  Warga,  dat  hij  als  verspieder 
gekomen  was,  dat  de  groote  voorraad  van  levensmiddelen  te 
Tagal  verzameld,  niet  bestemd  was  voor  Batavia,  maar  voor 
een  groot  leger  van  den  Soesoehoenan,  dat  reeds  sedert  eene 
maand  met  grooten  logertros  en  veel  geschut,  over  Pékalongan, 
naar  Batavia  was  opgerukt;  dat  de  toevoer  van  levensmiddelen 
voor  dat  leger  langs  de  rivieren  van  Pamanoekan  en  Krawang 
zou  plaats  hebben.  Coen  zond  onmiddelijk  eenige  jagten  naar 
Tagal,  onder  bevel  van  Adr.  Block  Maertensz.  Deze  slaagde 
er  in  om  den  geheelen  voorraad  rijst  voor  het  leger  van  Mat- 
taram  bestemd  en  de  stad  Tagal  zelve,  te  verbranden.    Een 


1.  Brief  der  HH.  XYII  aan  J.  Specx,  23  November  1631. 

2.  De  HH.  XVII  aan  den  Kerkeraad  te  Batavia,  23  November  1631. 


Digitized  by 


Google 


LXXXVI 


ander  scheepskommandeur,  Wagensveld,  vernielde  een  tweeden 
Yoorraad  rijst  te  Gabang;  onder  het  gebied  van  Chèribon. 

Door  dit  kort  en  krachtig  besluit  van  Coen,  met  evenveel 
snelheid  en  kracht  uitgevoerd  door  hen,  die  met  de  uitvoering 
er  van  waren  belast,  was  de  onderneming  van  den  Soesoehoe- 
nan  reeds  half  verijdeld  eer  zij  nog  werkelijk  een  aanvang  had 
genomen ;  want  toen  de  voorhoede  van  het  leger  Batavia  nader- 
de, deed  zich  reeds  rijstgebrek  onder  den  vyand  gevoelen. 

Op  den  21sten  Augustus  1629  trok  de  voortogt  van  het 
leger  van  den  Soesoehoenan  over  de  rivier  van  Krawang;  reeds 
drie  dagen  te  voren  was  Coen  door  Bantamsche  boodschappers 
daarvan  verwittigd.  De  burgers  van  de  stad  werden  nu  in 
wijken  en  afdeelingen  verdeeld,  gewapend  en  onder  behoorlgk 
kommando  gesteld;  Adr.  Maertensz.  Blocq  werd  tot  bevel- 
hebber van  de  stad  benoemd,  ^  eene  afdeeling  werd  op  ver- 
kenning uitgezonden  naar  Ontong-Java,  waar  zich  een  Toe- 
menggoeng  van  Bantam  met  gewapend  volk  had  gelegerd,  wiens 
voornemens  men  niet  kende  en  die  dus  in  het  oog  moest 
gehouden  worden  ^. 

In  den  eersten  tijd  hadden  er  slechts  nu  en  dan  onbedui- 
dende voorpostengevechten  plaats.  Het  leger  van  den  Soesoe- 
hoenan had  zich  echter  verschanst  en  naderde  met  zijne  loop- 
graven de  stad.  Omstreeks  den  Uden  September  was  de  vijand 
tot  voor  de  reduite  HoUandia  ten  zuiden  en  binnen  de  musket- 
vuurlgn  der  reduiten  Weesp  en  Bommel  ten  westen  van  de 
stad  genaderd.  De  door  de  Javanen  opgeworpen  bedekkingen 
waren  zóó  sterk,  dat  het  geschut  er  geen  uitwerking  op  deed. 
Intusschen  kwamen  dagelgks,  door  honger  gedreven  Javanen 
binnen  Batavia  overloopen.  Öp  den  14den  en  loden  September 
begon  de  vgand  zijne  batterijen  op  te  stellen.  De  Generaal 
Coen  begaf  zich  nu  naar  de  uiterste  posten,  om  de  vijandelijke 
werken  te  verkennen.    Na  daarvan  een  overzigt  genomen  te 


1.  Kewl.  G.-G.  en  Kaden ,  22  Aug.  1629. 

2.  Resol  6.-6.  en  Raden,  hO  Aug.  1629. 


Digitized  by 


Google 


LXXXVII 

hebben  gaf  hij  bevel  tot  een  nitval.  Eene  afdeeling  van  350 
man,  aangevoerd  door  Antonio  van  Diemen;  kreeg  in  last  om 
de  voorwerken  van  den  vijand^  ten  westen  van  de  stad,  aan 
te  tasten  en  te  vernielen.  Na  een  hevig  gevecht  gelakte  dit 
gedeeltelgk;  maar  naanwlgks  waren  de  Nederlanders  weder 
Unnen  hunne  linien  teruggetrokken^  of  de  vijand  bezette  op 
nieuw  de  stellingen^  die  hij  voor  een  oogenblik  verlaten  had. 
Twee  dagen  later  opende  de  vgand  het  vuur  uit  eene  batterij, 
tegen  de  oostzijde  van  de  stad. 

Grooter  nadeel  dan  een  vgandelijk  leger  aan  de  Nederlandsche 
Compagnie  kon  toebrengen,  trof  haar  in  den  nacht  van  20  op  21 
September,  toen  Jan  Pietersz.  Coen  onverwacht  overleed  en  neer- 
stortte als  de  gevelde  eik.  Hoewel  hij  reeds  sedert  eenigen  tijd  aan 
dysenterie  lijdende  was  geweest,  had  hij ,  met  zijn  krachtigen  geest 
en  yzeren  wil,  de  zwakheid  van  het  ligchaam  onderdrukkende, 
de  leiding  der  zaken  onvermoeid  in  handen  gehouden ;  nog  wei- 
nige dagen  te  voren  had  hg  in  persoon  de  vgandelijke  werken 
verkend,  zelfs  op  den  dag  van  zijn  dood  zat  hij  nog,  hoe- 
wel met  bleek  en  ernstig  gelaat,  aan  den  gemeenschappelij- 
ken  maaltijd.  Des  avonds  evenwel  overviel  hem  de  ziekte, 
welligt  de  cholera  morbus,  en  weinige  uren  later  verklaarde 
de  geneesheer  Bontius,  dat  de  Gouverneur-Generaal  zelfs  niet 
meer  tot  den  volgenden  morgen  zou  blgven  leven.  Zoodra  de 
mare  zich  verspreidde,  dat  het  einde  van  Coen  scheen  te  nade- 
ren, omringden  zijne  gemalin,  die  slechts  drie  dagen  te  voren 
hem  eene  dochter  had  gebaard,  en  de  Raden  van  Indie  zijne 
legerstede.  Coen  wenkte  het  raadslid  Pietër  Ylack,  dat  hij  tot 
hem  zou  naderen  en  hg  beval  aan  dezen  vrouw  en  kind  aan. 
Daarop  deed  Coen  den  predikant  Heurnius  tot  zich  komen;  aan 
dezen,  die  tot  den  stervende  nederboog,  noemde  hij  den  naam 
van  hem,  dien  hg  als  zgn  opvolger  in  de  opperland voogdij  aan- 
wees. Omdat  hij  niet  meer  bij  magte  was  zelf  te  schrgven, 
gelastte  Coen  aan  Heurnius  dien  naam  op  te  teekenen  en  dadelijk 
na  zijn  overlgden  in  besloten  missive  aan  den  Raad  van  Indie 


Digitized  by 


Google 


Lxxxvni 

over  te  leveren.  Eindelijk  riep  Coen  ook  de  Baden  van  Indie, 
Vlack,  ?an  Diemen  en  Baemburch,  die  in  het  vertrek  aanwezig 
waren,  tot  zich;  hij  deelde  hun  mede,  wat  hij  aan  Ds.  Heur- 
nias  had  gelast.  De  raadsleden  ziende,  dat  Coen  reeds  ster- 
vende was,  zwegen  op  die  raededeeling  stil,  zg  weerspraken 
den  stervende  niet;  maar  vroegen  hem  ook  geen  nader  inlich- 
ting. Uitgeput  door  deze  laatste  inspanning,  zonk  Coen  in  zijn 
hoofdkussen  neder  en  gaf  kort  daarop  den  geest. 

Op  den  228ten  September  werd  het  lijk  met  groote  plegtig- 
heid  in  het  stadhuis,  omdat  bij  de  belegering  van  het  vorige 
jaar  de  kerk  was  afgebrand,  begraven. 

Terstond  na  het  overlijden  van  Coen  kwam  de  Raad  van 
Indie  bijeen.  Het  1ste  artikel  der  Ordonnantie  en  Instructie 
voor  Gouverneur-Generaal  en  Raden  van  22  Augustus  1617, 
schreef  voor,  dat  er  altijd  een  Gouverneur-Generaal  in  Oost- 
Indie  zijn  moest  en  dat  de  Raden  van  Indie  bij  aflijvigheid  van 
den  Gouverneur-Generaal  dadelijk  een  ander  opperlandvoogd 
moesten  verkiezen.  ' 

Nu  men  zich  te  midden  eener  belegering  bevond,  was  het 
meer  dan  ooit  noodzakelijk,  dat  onverwijld  een  ander  bekwaam 
leidsman  de  teugels  van  het  bestuur  opnam.  Maar  op  dat  oogen- 
blik  telde  de  Raad  van  Indie  niet,  het  door  het  opperbestuur 
voorgeschreven,  getal  leden.  In  allerijl  werd  de  raad  van  Indie, 
Jacqucs  Specx,  die  op  komenden  weg  uit  het  vaderland  en 
wiens  schip  in  het  gezigt  was,  opontboden  en  drie  van  de 
„  meest  gequalificeerde "  dienaren  der  Compagnie ,  de  opper- 
koopman  Jan  van  der  Burch,  de  ontvanger-generaal  Comelis 
van  Maseyck  en  de  bevelhebber  van  het  gamisoen  Adriaen 
Anthonisz.,  werden  aangewezen  om  tijdelijk  den  Raad  van 
Indie  te  versterken,  tot  het  verkiezen  van  een  nieuwen  Gou- 
verneur-Generaal. De  predikant  Heumius  leverde,  zoo  als  hem 
gelast  was,  kopy  der  besloten  missive,  waarin  Coen  den  naam 

1.  lofltr.  voor  G6.  eu  Raden  22  Aug.  1617  en  nadere  missive  der  XVIF,  dd. 
16  April  1626. 


Digitized  by 


Google 


LXXXIX 


van  zijn  opvolger  had  doen  schrijven,  aan  dit  coUegie  over; 
maar  de  Raad  van  Indie,  zoo  als  zg  nn  was  zamengesteld , 
oordeelde  dat  de  overleden  Gonvemear-Generaal ,  door  bij  eene 
besloten  missive,  zgn  opvolger  aan  te  wijzen  en  te  benoemen, 
had  „  geëxcedeert  ende  verder  getreden  was  als  Syn  Eds.  antho- 
„  riteyt  en  d'ordren  van  de  heeren  maijores  vermogende  ende 
„medebrengende  waren,  weleke,"  zoo  als  door  den  Raad  ver- 
staan werd,  „  Inidens  art.  1  van  den  artikelbrief  '  en  pnnt  5 
„  in  den  eed  van  den  Goavemenr-Generaal,  geensints  sonder 
„kennisse,  advys  of  toestemming  van  de  Ed.  Heeren,  Raden 
„  van  Indie  absoluut  een  successeur  ofte  nieuwen  Gouvemeur- 
„  Generaal  in  syne  plaetse  verkiesen  ende  stellen  mach  en  dat 
„  dienvolgens  de  voors.  gedane  verclaringe  van  den  gem.  Ed. 
„  heer  Coen,  zalr.  gerejecteerd  en  als  onwettelyck  in  geen  ver- 
^  der  consequentie  sal  getrocken  worden ,  dan  dat  deselve  voor 
„één  stem,  beneffens  die  van  de  presente  Raden  gelden  zal''  ^. 
Op  deze  gronden  en  redeneringen,  welke  gedeeltelijk  slechts 
gevolgtrekkingen  uit  analogie  waren,  ging  de  raad  van  Indie 
tot  de  verkiezing  van  een  nieuwen  Gouverneur-Generaal  over. 
Het  bleek  uit  de  stemming,  dat  Jacques  Specx  door  vijf  van  de 
zeven  aanweitige  leden  tot  die  hooge  betrekking  verkozen  was. 
Het  blijkt  niet,  wie  door  Coen  als  zijn  opvolger  was  aange- 
wezen. De  Raad  van  Indie  vergat  bij  deze  handelwijze,  kende 
misschien  niet,  of  wilde  welligt  op  dat  oogenblik  zich  niet  her- 
inneren, dat  volgens  aanschrijving  van  het  opperbestuur,  dd. 
10  Augustus  1627,  Jan  Pietersz.  Coen,  toen  hij  voor  de  tweede- 
maal  als  Gouverneur-Generaal  optrad,  met  dezelfde  commissien. 


1.  B|j  art.  1  vau  den  geoer.  artikelbrief  was  het  gebied  eo  de  aniboriteyt  over 
aUe  dcgeneo,  die  sich  in  dienst  van  de  Comp.  bevonden,  opgedragen  aan  den  Gon- 
voTienr-GeDeraal  of  by  desselfs  aflyvigheid  dengenen,  die  't  sy  by  de  Raden  van 
ItMÜfi,  of  by  de  Bvwindhebberen  in  desselfs  plaets  vercurun  sal  worden.  Het  5de  poinct 
van  den  eod  van  den  Gonvemcar-fieneraal  hijld  o.  a.  in,  dat  de  60.  beloofde  en 
tweerde,  dat  ingeval  de  66.  mogt  worden  teruggeroepen,  by  alvorens  ordre  op  de 
generale  directie  sonde  stellen  met  tdvys  van  de  presente  Raden. 

2.  B«6ol.  van  den  Raad  van  Indie,  dd.  24  Sept.  1629. 


Digitized  by 


Google 


IC 

ordonnantien  en  instrnctien  was  voorzien ,  als  waannede  hij  in 
1617  voor  de  eerstemaal  de  opperlandvoogdg  had  aanvaard  ^; 
dat  onder  die  verschillende  voorschriften  en  aanschrgvingen  van 
1617  ook  een  beslait  schuilde ,  dat  het  opperbestanr  op  den 
2den  November  1617,  juist  omdat  het,  na  de  ondervinding  bg 
de  verkiezing  van  Reael  opgedaan,  de  keuze  van  een  Gouver- 
neur-Generaal vooreerst  niet  meer  aan  den  Raad  van  Indie 
wilde  overlaten,  had  genomen.  Dit  gewigtig  besluit,  een  uit- 
vloeisel van  het  onverdeeld  vertrouwen  van  het  opperbestuur  in 
Coen,  hield  o.  a.  deze  woorden  in:  „dat  de  Bewinthebberen 
„  der  Ver.  O.  I.  C.  den  Heere  Gouverneur  J.  Pz.  Coene ,  uyt 
„  crachte  van  de  authoriteyt  hun  by  't  octroy  ende  instructie 
„  van  de  Ho.  Mo.  HH.  Staten  Generaal  gegeven,  gelast  en  ge- 
„  authoriseert  hebben,  lasten  en  authoriseren,  mits  desen,  om 
„  by  syne  siecte  en  indispositie  ofte  noch  te  voren ,  yemand  van 
„  's  Comps.  dienaren  in  de  Indien  by  geschrifte  te  nomineren , 
„  die  nae  syn  aflyvicheyt  by  provisie  en  tot  (onse)  naerder 
jj  ordre  in  syn  arapt  en  plaetse  soude  mogen  succederen ,  hoe- 
„  danigen  (onsen)  in  de  Indien  wesenden  dienaer,  (dewelcke  de 
„  voors.  Heer  Gouverneur  Coene  nae  syn  doot  bevonden  sal 
„  werden  by  schriftelycke  en  met  syne  eygen  hant  geschreven 
„  acte  tot  het  voors.  Gouvernement  genomineert  en  gecoren  te 
„  hebben) ,  wy  geacht  worden  gegeven  te  hebben  en  geven  mits 
„  desen  alle  volcomen  last,  macht  en  authoriteyt,  als  hem  eenich- 
„  sints  van  noode  mochte  wesen,  om  't  voors.  Gouvemeurschap- 
„  Generael  tot  onse  naerder  ordre  te  mogen  bedienen,"  enz.  ^ 
Nu  waren  wel  in  het  jaar  1617  bij  twee  verschillende  acten, 
meer  bijzonder,  eerst  Steven  van  der  Hagen  en  na  dezen  Hans 
de  Haze,  als  eventueele  opvolgers  door  Coen  voor  zijn  over- 


1.  Zie  hier  achter  N».  IV. 

2.  Acte  der  Heeren  XVII  aan  Coen  medegegeven ,  dd.  Middelburg  2  Not.  1617, 
mannscr.  K.  A.  uitgaand  bri:fboek  der  HH.  XVII,  1617—1620;  bladi.  170  gecon- 
ftrmeerd  en  geapprobeerd  door  de  Staten-Generaal,  biykens  nadere  missive  der  HH. 
XVII,  dd.  18  Dec.  1617,  blads.  210. 


Digitized  by 


Google 


XCI 

lijden  te  benoemen ^  aangewezen;  maar  deze  personen  konden 
niet  meer  in  aanmerking  komen  ^  en  nn  behield  de  eerste  acte 
van  algemeene  volmagt  door  het  opperbestnnr  op  den  2den 
November  1617  aan  Coen  verstrekt  om  zgn  opvolger  te  „  sub- 
^stitneren  en  snrrogeren"  hare  volledige  kracht.  Coen,  maakte 
dns  door  op  zgn  sterfbed,  terw^l  hg  zijne  bewustheid  nog  be- 
zat, ziin  opvolger  te  snrrogeren,  gebruik  van  een  onbetwistbaar^ 
aan  hem  persoonlgk  door  het  opperbestuur  verleend  regt;  de 
terzgdestelling  dezer  surrogatie  en  de  verkiezing  van  Specx  tot 
provisioneel  Grouvemeur-Generaal  door  den  Raad  van  Indie, 
waren  daden  in  strijd  met  de  bevelen  en  voorschriften  van  de 
vergadering  der  XVII. 

Nadat  dan  ook  het  opperbestuur  in  Nederland  van  de  ver- 
kiezing van  Jacques  Specx  kennis  had  gekregen ,  verschoof  het 
bij  herhaling,  eerst  in  1630,  daarna  in  1631,  de  bekrachti- 
png,  de  goed-  of  afkeuring  daarvan,  totdat  het  in  Maart  1632 
een  „  nieuw  reglement  rakende  de  generale  directie  en  beleyt 
„  over  de  regerin'ge  in  Indie*'  had  vastgesteld,  wanneer  Jacques 
Specx  werd  teruggeroepen  en  Hendrik  Brouwer  tot  algemeen 
opperlandvoogd  werd  benoemd,  onder  deze  beteekenisvolle  for- 
mule :  „  overmits  het  overlijden  van  onsen  vorigen  Gouverneur- 
„  Grenerael  J.  Pz.  Coen."  Intnsschen  aanvaardde  Specx  de 
hooge,  hem  bij  keuze  van  den  Raad  van  Indie,  opgedragen 
betrekking  en  nam  hij  het  beleid  der  verdediging  van  Batavia 
in  handen. 

Het  leger  van  den  Soesoehoenan  had  inmiddels,  zoowel  aan 
de  zuid-  en  westzijde  als  aan  de  oostzijde,  het  vuur  uit  zijne 
batterijen  op  de  stad  geopend,  zonder  evenwel  daarmede  veel 
kwaad  te  doen.  Hongersnood,  ziekte,  sterfte  en  verloop  van 
volk  teisterden  steeds  meer  en  meer  het  vijandelijke  leger. 
Omdat  men  daarvan  eene  voortdurende  verzwakking  van  den 
vijand  voorzag,  stelden  Specx  en  de  krijgsraad  een  algemeenen 
aanval  op  de  vijandelijke  werken  uit.  Slechts  eenige  voorwer- 
ken der  Javanen ,  werden  bijna  zonder  tegenstand  te  ontmoeten 


Digitized  by 


Google 


ICII 

in  brand  gestoken.  De  berekening  van  Specx  faalde  niet. 
Reeds  op  den  2den  October  was  de  ellende,  door  hongersnood 
en  kiekte  veroorzaakt,  in  het  Javaansche  leger  zóó  groot,  dat 
de  ygand  het  niet  langer  honden  kon  en  hij  zich  bniten  het 
bereik  yan  het  Nederlandsch  geschat  terugtrok.  Weinige  dagen 
later  begon  hij  den  algemeenen  temgtogt.  Achter  zich  liet  hij 
den  weg  bezaaid  met  lijken  van  menschen,  buffels  en  paarden 
met  verlaten  pedatie's  en  legertros  van  allerlei  aard. 

Hiermede  waren  de  giootsche  plannen  des  Soesoehoenan's 
tegen  Batavia  en  het  westen  van  Java  verijdeld.  Voor  de  eerste 
maal  was  de  zich  steeds  uitbreidende  magt  en  de  zegevierende 
legers  van  Mataram  tot  staan  gebragt  en  van  dien  stoot  heeft 
de  Soesoehoenan  zich  nooit  geheel  hersteld.  Het  beleg,  dat 
Batavia  in  1629  doorstond,  had  die  stad  op  verre  na  niet  in 
dat  gevaar  gebragt,  welke  de  hevige  aanslagen  van  1628  had- 
den opgeleverd;  want  in  1629  was  veel  van  het  gevaar  afge- 
wend door  het  beleid  van  Coen,  die  de  bijeenverzamelde  levens 
middelen  voor  het  leger  van  den  Soesoehoeüan  bestemd,  zóó 
tijdig  had  doen  vernielen ,  dat  daardoor  de  kracht  van  den  vijand 
reeds  gebroken  was,  vóórdat  de  belegering  nog  werkelijk  een 
aanvang  had  genomen.  Wel  had  de  belegering  niet  voordeelig 
teruggewerkt  op  den  handel  en  het  vertier  van  Batavia  en  was 
een  niet  onaanzienlijk ,  hoewel  slechts  tijdelijk  verloop  van  Chine- 
zen ,  het  gevolg  er  van  geweest ;  maar  de  oorlog  had  toch ,  zooals  de 
Hooge  Regering  aan  het  opperbestuur  getuigde,  „  soo  weinich  alte- 
„  ratie  in  de  stad  onder  alle  de  inwonende  natiën  gecauseert,  dat 
„  alles  syn  voege  ende  ganck  hield  of  er  geen  vijand  ware  ge- 
„  weest,  tot  groote  verwondering  der  aankomende  vreemdelingen." 

Batavia  had,  door  deze  herhaalde  aanslagen  en  belegeringen, 
de  vuurproef  doorgestaan ,  de  Nederlandsche  volkplanting  bleek 
onwrikbaar  op  Java  te  zijn  gevestigd ,  zij  won  daardoor  in  aan- 
zien en  ontzag;  terwijl  de  glans  van  het  rijk  van  Mataram, 
sedert  dien  tijd,  veel  van  zijne  verblindende  kracht  op  de  be- 
volkingen van  den  Archipel  verloor. 


Digitized  by 


Google 


XCIll 

De  Hooge  Regering  te  Batavia  betoonde  zich  gematigd  na 
de  overwinning.  De  verspieder  Warga,  wien  men  bij  zijne  ge- 
vangenneming lijfsbehoud  had  beloofd;  indien  hg  de  aanslagen 
van  den  Soesoehoenan  vo'ledig  ontdekte,  werd  in  vrgheid  ge- 
steld en  naar  het  gebied  van  Mataram  terug  gezonden.  De 
Soesoehoenan  meende  in  die  handelwijze  der  Hooge  Regering 
een  zijdelings  aanzoek  tot  herstel  van  den  vrede  te  zien  en  liet 
door  zgn  regent  overSamarang,  ArioWongso,  onderhandelingen 
aanknoopen  met  de  bevelhebbers  der  Nederlandsche  schepen, 
welke  voor  Japara  lagen.  Het  gevolg  hiervan  was,  dat  eenige 
zendelingen  van  den  regent  van  Samarang  te  Batavia  kwamen 
met  het  berigt,  dat  de  Soesoehoenan  het  aanzoek  om  vrede 
van  den  Gouverneur-Generaal  met  toegenegenheid  en  welwil- 
lendheid ontvangen  had,  en  dat  hij  een  aanzienlijk  persoon  als 
a%ezant  der  Nederlanders  aan  zgn  hof  verwachtte.  De  Hooge 
Regering  zond  daarop  in  de  maand  Junij  van  1630,  den  tolk, 
Reter  Franssen,  naar  Samarang;  doch  deze  kon,  onder  voor- 
wendsel dat  hij  een  te  weinig  aanzienlijk  persoon  was  en  geen 
brief  van  den  Gouverneur-Generaal  voor  den  Soesoehoenan  mede- 
bragt,  geen  gehoor,  zelfs  bij  den  regent  van  Samarang,  Ario 
Wongso  verkrijgen.  De  onderhandeling  bleef  toen  nog  wel 
eenigen  tgd  slepende;  maar  eene  vreedzame  oplossing  stuitte 
af  op  het  wederzijdsch  wantrouwen.  * 

De  belegeringen,  welke  Batavia  in  1628  en  1629  had  moeten 
doorstaan,  hadden  althans  deze  goede  uitkomst  opgeleverd,  dat 
de  Pangéran  van  Bantam,  bevreesd  dat  de  Soesoehoenan,  na 
over  Batavia  te  hebben  gezegevierd  ook  hem  Toor  zgne  wapenen 
zou  doen  bukken,  alle  vijandelijkheden  tegen  Batavia  had  ge- 
schorst en  zelfs  in  1629  weder  de  vestiging  eener  Nederlandsche 
üktovy  binnen  Bantam  had  toegestaan.  Ook  een  deel  van  de 
bevolking  der  Preanger-districten ,  namelijk  van  Oekoer,  Batoe- 
lajang^  Sawang,  Batang  en  Soemadang,  welke  in  1628,  hoewel 


'1.    Cf.  NO.  XXV,  hier  achter, 

/Google 


Digitized  by  ^ 


XClV 

niet  vrp willig,  medegewerkt  had  tot  den  aanval  tegen  Batavia; 
maar  sedert  zich  aan  het  gezag  van  den  Soesoehoenan  had  ont- 
trokken, zocht  nu  niet  alleen  den  vrede  met  de  Nederlanders 
te  bewaren;  maar  vroeg  zelfs  aan  den  Goaverneur-Generaal 
hulp  en  ondersteuning.  > 

De  bevolking  dezer  districten  zocht  te  gelijkertijd  bescherming 
by  den  Pangéran  van  Bantam,  die  niet  ongenegen  scheen  om 
met  medewerking  van  den  Kederlandschen  Gouverneur-Generaal, 
aan  deze  afvalligen  van  den  Soesoehoenan,  gronden  nabg  Ontong 

1.    Zie  de  beri^n  over  de  bevolking  der  Preanger-districten  Soemadaog,  Oekoer, 
ODZ.  hierachter  onder   o».  XXVI.    Het  is  bekngr^k  deze  berigtcn  over  de  Preaoger 
districten,  door   Nederlanders  opgeteekend,  te  vergeleken  met  de  berigten  daarover 
van  inlanders.     De  heer  C.  W.  Walbeehm  gaf  in  het  zesde  dtel  (derde  deel  der  nieuwe 
serie)  van  het  Tydschrift  voor  Indische  l'aal- ,  Land-  en  Volkenkunde ,  uitgegeven  door 
het  Bataviasche  Genootschap,  Batavia,  Lange  en  Co.  1857,  bladz.  247,  seq.  eenige 
bedragen  uit  het  Maleisch  vertaald,  tot  de  geschiedenis  der  Soenda-landen ,  getrokken 
uit  een  klein  handschrift  van  Soemadang  afkomstig.    Daarin  leest  men  o.  a.  het  vol- 
gende, dat  vrywel   overeenstemt  met  de    berigten  van  de  Nederlanders:    •  Een  rQks 
groote,  genaamd  Dipati  Oekoer,  de  vertrouweling  van  den  vorst  van  Mataram,  was 
regent   van    al  de  Preanger-landen.     Hem  werd  opgedragen  zich  naar  Sampang  (op 
Madura)  te  begeven,   om   den  Pangéran  van  dat  land,  die  zich  niet  aan  Mataram 
wilde   onderwerpen,    gevangen  te  nemen.     Dipati  Oekoer  dezen  last  ontvangen  heb- 
bende, verzocht  zynon  vorst  om  daarvan  verschoond  te  mogen  blyven De 

vorst  zeide  daarop  tot  Dipati  Oekoer:  indien  g(j  niet  in  staat  z^t  dien  last  te  vol- 
brengen  dan   moet   gy  zidks  maar  laten;  doch  g\j  moet  alsdan  onmiddelyk  met  de 

mantri's  van   het   Préanger  gebied naar  lljakatra  gaan ,  om  den  Pangéran 

van  dat  hind  gevangen  te  nemen.  Dipati  Oekoer  vertrok  toen  met  z|jne  medgezellen 
naar  Djakalra;  doch  aldaar  aangekomen,  had  by  geen  moed  genoeg  om  den  Pan- 
géran te  bestryden.  Hy  bleef  daarom  in  dat  land  zich  slechts  wat  ophouden  en 
zeide  tot  zyne  medgezellen:  vrienden  het  is  beter  dat  wy  maar  terui^keereu;  want 
als  wy  hier  biyven  zullen  wy  onvermydelyk  onzen  dood  vinden.  Zy  gingen  daarop 
allen  huiswaarts,  met  uitzondering  van  Dipati  Oekoer  met  zyne  volgelingen,  die  zich 

in  een  groot  bosch  op  den  berg  Loemboeng  gingen  vertchuüen Toen  de  vorst 

van  Mataram  de  handelwyze  van  zynen  gnnsteling  Dipati  Oekoer  vernam :  zeide  hy 

tot  deu  Tommogong  Narapaksa;  gy  moet  dadeiyk  met  de  hoofden  van  het  Oosten» 

de  beambten  van  Mataram,  de  leenmannen   van  het  westen,  enz.  te  velde  trekken 

tegen  Dipati  Oekoer.  «     Na   een   vrnchteloozen  aanval  op  Loemboeng  werd  de  hulp 

van  een  kluizenaar  ingeroepen  en  nadat  door  dezen  vele  lieden  waren  gedood,  gelukte 

het  den  Dipati  Oekoer  in  handen  te  krygen  eu  naar  Mataram  medf^  te  voeren.  »  Ook 

0  wordt  verhaald,'  zoo  gaat  het  inlandsch  berigt  voort,  «dat  een  zendeling  vanTom- 

•  mongong  Narapaksa,  1000  paren,  mannen  en  vrouwen,  behalve  de  kleine  kinderen, 
«die  Dipati  Oekoer  waren  gevolgd,  had  byecn  gekregen.    Deze  werden  naar  Mataram 

•  opgebragt  en  aan  den  vorst  vertoond ,  die  bevel  gaf  Dipati  Oekoer  te  onthoofden , 
m  de  KXK)  mannen  dood  te  schieten  en  de  1000  vrouwen  als  slavinnen  in  den  kraton 

•  te  houden.»    Vergeiyk  ook:  Geachiedenis  der  Soe&da-hinden  door  J.Hageman,  Jcz. 


Digitized  by 


Google 


ÏCV 

Jaya  aan  te  wijzen.  De  Hooge  Regering  te  Batavia  wilde  echter 
eene  vestiging  op  die  plaats  niet  gedoogen;  maar  bood  aan  de 
afgevaardigden  der  bevolking  van  Soemadang  en  Oekoer,  de 
stad  Batavia  en  hare  omstreken  tot  woonplaats  aan^  onder  de 
onmiddelyke  bescherming  van  het  Nederlandsch  gezag.  Een 
jaar  later ,  in  1632,  had  de  tegen  Mataram  in  verzet  gekomen 
bevolking  der  Preanger-districten ,  aan  die  nitnoodiging  der 
Hooge  Regering  nog  niet  voldaan ,  toen  een  leger  door  den 
Soesoehoenan  afgezonden  en  door  den  vorst  van  Tjeribon  onder- 
steund, er  in  slaagde  deze  opstandelingen  tot  onderwerping  te 
brengen.  Weldra  was  nu  de  geheele  opstand  op  de  westelijke 
grenzen  van  Mataram's  gebied  volledig  gedempt;  niet  minder 
dan  1260  opstandelingen  met  hunne  vrouwen  en  kinderen  wer- 
den gevangen  naar  Earta  gesleept,  en  de  mannen  allen  aldaar 
op  last  van  den  Soesoehoenan  ter  dood  gebragt. 


Digitized  by 


Google 


NEGENDE    HOOFDSTUK. 


Zonder  de  verheffing  van  Jacqnes  Specx  tot  Gouvernenr- 
Generaal  goed  of  af  te  kenren^  had  het  opperbestunr  daarin 
aanvankelijk^  terwgl  de  beraadslagingen  over  eene  nieuwe  in- 
structie voor  de  Hooge  Regering  in  Indie  gevoerd  werden, 
berust  en  de  eindbeslissing  uitgesteld.  Langzamerhand  echter 
vatte  de  Raad  van  XVII  misnoegen  op  over  het  bestuur  van  Specx 
en  toen  hg ,  naar  het  oordeel  der  Bewindhebbers  hunne  bevelen , 
vooral  die  betrekkelijk  een  zuinig  beheer  en  den  particulieren  han- 
del, niet  met  volle  gestrengheid  en  naauwkeurigheid  toepastte  of 
niet  genoegzaam  vasthield  aan  het  beginsel,  dat  de  algemeene 
landvoogd  een  Gouverneur-Generaal  was  in  Rade  van  Indie,  toen 
klom  het  misnoegen  van  het  opperbestuur  tot  zulk  eene  hoogte,  dat 
het  op  gebiedenden  toon  de  Hooge  Regering  aanschreef:  „ Wy 
„  beclagen  ons  grootelyks ,  dat  onse  orders  in  onse  missiven 
„  successive  gegeven ,  niet  gevolgd  worden  of  ook  zelfs  niet  be- 
„  antwoord.  Onze  order  moet  uw  wet  en  regel  zijn ,  uwe  dis- 
„  coursen  en  mededeelingen  om  ons  te  dienen  van  advies  en 
„  om  onze  orders  daarop  te  verwachten.  Of  wy  al  veel  schry- 
„  ven  en  ordonneren ,  bevinden  wy  nogthans  tot  ons  groot  leed- 
„  wezen,  dat  er  op  hel  voornaamste  weinig  gelet  wordt,  namelijk 
„dat  alle  onnuttige  onkosten  en  fortificatien  besneden,  de  be- 
„  hoorlgke  vereischte  zuinigheid  behartigd  en  dat  de  schadelyke 
„  inkruipsels  van  particulieren  handel  met  ernst  worden  geweerd. 


Digitized  by 


Google 


xcvn 

,f  Ook  kmmen  wy  niet  voorbygaaii;  dat  wy  met  de  laatste  terug- 
^gekeerde  yloteiiy  geen  resolatlen  der  Hcx^  Regering  hebben 
„  ontvangen  en  dat  wy  onderrigt  zijn,  dat  er  geen  resolotien 
„  zyn  geregistreerd;  dat  er  weinig  vergadering  gehouden  wordt; 
jt  in  één  woord,  dat  de  loffelyke  orde  van  de  heeren  Coen  en 
„  Carpentier  in  velen  niet  is  achlei-volgd  I "  ^ 

In  het  voorjaar  van  1632  had  het  opperbestuur  in  Nederland 
reeds  beslist,  dat  het  de  verheffing  van  J.  Specx  tot  provisio- 
neel Gouverneur-Generaal  niet  zou  bekrachtigen.  Vóór  dat  ech- 
ter tot  zgne  terugroeping  werd  overgegaan,  zocht  men  den 
oud-Gouvemenr-Generaal  de  Carpentier,  die  to^  in  Engeland 
in  oommissie  was,  tot  het  andermaal  aanvaarden  der  opper- 
landvoogd^  te  bewegen;  maar  deze  liet  zich  daartoe  niet  over- 
halen«  Nu  viel  de  keuze  op  Hendrik  Brouwer,  die  zich  voor 
den  tgd  van  drie  jaren  als  Gk)uvemeur-Generaal  verbond  en 
die,  nadat  hg  zgne  commissie  had  ontvangen  en  zgn  eed  in 
handen  der  Staten-Generaal  en  den  Prins  van  Orai\je  had  a%e- 
legd,  reeds  dadel^k  in  April  naar  Indie  vertrok.  Op  den  7den 
September  1632  stapte  hg  te  Batavia  aan  land. 

Hendrik  Brouwer  was  voorzien  van  eene  nieuwe  instructie. 
In  dat  staatsstuk,  „  rakende  de  generale  directie  en  het  beleyt 
„der  regeringe  in  Indie",  had  het  opperbestuur  in  de  eerste 
plaats  geregeld  ,,  de  administratie  der  justitie'*  „  het  fundament 
„van  alle  goede  regeringe,  waarin  verscheyden  disordren  en 
„  excessen  hadden  plaats  gehad.'' 

Er  moest  „  eene  regtmatige  justitie  volgens  de  instructien  en 
„jH^tyken  in  de  Vereenigde  Nederlandsche  provinciën,  zoo 
„  in  het  civiel  als  in  het  crimineel,  worden  geobserveerd.''  Het 
opperbestuur  scheen  niet  tevreden  met  de  regeling  van  1625; 
want  het  gaf  de  toezegging  dat  het  in  het  volgende  jaar  1633, 
„  eene  door  de  Algemeene  Staten  en  den  Prins  van  Oraiqe 
„  goedgekeurde  instructie,  soo  in  't  stuck  van  justitie  als  politie/' 


L    UHg.  miagive  der  XVII  dd.  4  Oet.  1633. 

Digitized  by  VjOOQ IC 


xcnii 

iia«r  Indie  zenden  zou.  Intnsschen  moest  in  den  raad  van  jnsti- 
tie  ahyd  minsMis  één  „  gepnictiseerd"  regtageleerde  zitting 
hebben.  ^ 

Die  toezegging  van  regeling  door  het  opperbestaar  Tan  het 
regtswezen  in  Indie  is  echter  niet  Tervnld  en  toen  in  1642, 
de  toenmalige  Goayernear-Oeneraal  yan  Diemen  in  zyne  sta- 
tnten  van  Batavia,  het  regts wezen  had  gei*egeld,  kearde  de 
Kamer  van  XVII  die  regeling  goed  en  liet  zi|  eene  idgemeene 
door  de  Staten-Oeneraal  bekrachtigde  regtsregeling  achterwege*^ 

Eene  herhaling  van  hetgeen  bij  de  regtspleging  tegen  de 
EngeLschen  op  Amboina  was  voorgevallen,  belette  het  opper- 
bestaar, door  te  gelasten,  dat  de  vice-gonvemears  en  de  direc- 
teurs van  kantoren  en  forten >  in  groote  zaken,  ds  zamen- 
zwering,  verraad  en  diergel^ken  niet  ten  principale  mogten 
procederen,  zonder  voorkennis  van  Goavemeur-Cten^raal  en 
Baden.  ' 

De  directeur-generaal  van  den  handel  in  Indie,  Antonio  van 
Diemen,  schreef  in  1631  aan  het  opperbestuur  in  Nederland: 
„  de  Compagnie  heeft  in  Indie  twee  kankers,  waaraan  zq  Igdende 
„  is;  vooreerst,  een  te  groot  aantal  onnatte  dienaren,  die  buiten 
„betrekking  zgn  en  ledig  loepen;  en  ten  tweede,  dat  velen 
„  aan  wie  Gompagnie's  middelen  zyn  toevertrouwd,  aan  het 
„  bijzonder  belang  boven  het  algemeen  belang  de  voorkeur  ge- 
„ven,  ja,  dat  er  eenigen  zijn,  die  al  zoo  lief  hun  voordeel 
jj  van  de  Gomp.  als  van  den  vgand  nemen/'  Het  opperbestuur 
schreef  de  schuld  daarvan  grootendeels  toe,  aan  de  regering 
en  de  ambtenaren  in  Indie;  maar  voor  een  groot  deel,  zoo 
niet  voer  het  grootste,  lag  de  oorzaak  daaiTan  in  het  beleid  en 


1.    Art.  1—3  der  instructie  en  uitg.  misaive  der  HH.    XVII  dd.  4  Oct.  1632. 

i,  2ie  de  Statuten  yan  Batavia  in  B^dra^  tot  de  taal-,  land-  en  rolkenkonde, 
6de  stok,  nieuwe  rolgreeks,  1863,  en  het  Handachrift  van  den  advok.  van  Dam  op 
het  KykB-Archief  berustende,  het  Sde  Boek,  2de  Cap.,  bladz.  66,  en  hierachter 
N».  XI  der  gedrukte  stukken. 

3.    Zie  hierboven  bladz.  XXIX* 


Digitized  by 


Google 


XCIX 

het  0td8el  der  Bewindhebbera.  Beeds  de  Qoavemdur-QeiKsml 
Goen  had  amiii^dd  gepredikt;  maar  elke  Kamer  waa  niettemii 
Yoortgegaan  met  zgne  beschermeliiigen  naar  Indie  voort  te 
helpeii.  Op  die  wgze  had  mea  kogzamerhaiid  era.  overtollig 
aantal  bedienden  in  Indie  gekregen.  Het  10de  artikel  der 
Inetnietie  voor  Etendrik  Bronwer  schreef  hem  voor,  daaraan  na 
een  einde  te  maken^  door  alle  onnutte  dienaren,  groote  of 
kleine  tiaetementen  trekkende ,  naar  het  vaderland  op  te  zenden. 

Dienzellden  maatregel  werd  hem  bg  art.  90  gelaat  te  nemen 
tegen  ambtenar^Qy  wegens  particulieren  handel  uit  hunne  be- 
di^iing  ontzet;  maar  het  drgven  van  verboden  handel  do(nr 
ambtenaren  van  de  Oompagnie^  was  een  kwaad,  dat  zoo  oud 
was  als  de  Cano^^agnie  zelve.  Strenge  maatregelen  daartegen 
mogten  era  tyd  lang  wel  baten,  de  wortel  van  het  kwaad 
Ueef  bestaan,  zoo  lang  het  opperbestuur  zgne  ambtenarra,  die 
schatten  in  den  handel  omzetten ;  aan  wie  schattra  werdra  toever- 
trouwd, die  zoodoende  de  handelsvoordeelen  in  Indie  te  behakn, 
leerden  kranra ,  op  onvoldoende  wgze  bezoldigde  en  niet  op  geoor* 
loofde  wgze  in  de  winsten  Uet  deden.  Onder  die  ambtenarra,  over 
geheel  Indie  verspreid,  aan  gebrekkige  cratröle  onderworpra, 
schuilde  er  menigeen,  die  van  een  slecht  gehalte  was;  allra 
hadden  zij  zich  bovradien  naar  het  v^»;%elegen  Oostra  bege- 
ven, zich  aan  de  gevarra  van  de  reis  blootgesteld,  om  lotsver- 
betering  voor  zich  te  verkrggen. 

De  eerlgke  ambtenaren  vonden  intusschra,  indira  zg  eerlgk 
btovea,  in  é&a  dienst  van  de  Compagnie  slechts  era  sober 
bestaan,  de  gehuwden  leden  bgna  armoede.  Niets  was  dua 
natuurlgker,  dan  dat  velen  op  aUerlei  middelen  bedacht  warra,  om 
zich  voor  de  toekomst  eenige  spaarpenningen  te  vergaderen.  Bgna 
memand  was  daaraan  geheel  onschuldig,  sommigen  echter  maak- 
ten het  daarin  bgzonder  grof.  Met  die  winsten,  met  hetgera 
bovendira  aan  bezoldiging  genoten  werd,  zochtra  de  ambtenarra, 
hetzg  door  eigen  handel ,  hetzg  door  het  uitgeven  van  geld  op  inte- 
rest of  bodemerg  nieuwe  winsten  te  behaleui  ra  omdat  er  destgds 


Digitized  by 


Google 


geen  ingtellingen  van  crediet  in  Indie  bestonden,  plaatsten  de 
dienaren  der  Compagnie  hnn  geld  zeer  dikwerf  op  interest  bg 
de  zoogenaamde  yrgbnrgers,  die  dan  met  dat  geleende  ki^itaai 
hnn  eigen  handel  dreven.  Hiemit  laat  het  zich  verklaren  waarom 
het  opperbestnnr  in  Nederland  tegeiykertyd  ra  bgna  met  de- 
zdMe  gestrengheid  tegen  den  verboden  handel  der  ambtenaren 
als  tegen  den  zoogenaamden  ^  gepermitteerden  handel  der  bnr- 
„gery  of  volkplanters"  ijverde.  Dat  het  opperbestnnr ^  indien 
het  meende ;  zonder  van  stelsel  te  veranderen ,  daarin  te  znllen 
slagen;  aan  Hendrik  Bronwer  de  moegel^ke  taak  opdroeg,  van 
den  verboden  particnlieren  handel  der  ambtenaren  streng  te  ver- 
volgen en  te  vernietigen ,  was  niet  meer  dan  billijk  en  i:egtvaar- 
dig;  maar  het  is  moeijelijker  te  begrgpen,  welke  beginselen  het 
opperbestnnr  in  de  zaak  van  den  ,,  gepermitteerden  handel " 
tot  rigtsnoer  nam.  De  geest,  welke  eenmaal  de  Kamer  van 
XVn  na  de  conferentien  met  Coen  in  1623  en  1624  bezield 
had,  was  lang  vervlogen;  het  opperbestnnr  was  nn  in  volle 
reactie  tegen  die  denkbeelden.  Alles  voor  en  door  de  Compagnie 
scheen  nn  het  wachtwoord  te  zijn  geworden ,  en  als  men  de 
bevelen  leest,  welke  destgds  naar  Indie  werden  gezonden,  dan 
staat  het  onbevangen  oordeel  en  het  nnchter  verstand,  waar- 
mede men  in  onze  dagen  znlke  belangen  beoordeelt ,  verlegen 
om  de  vraag  te  beantwoorden :  met  welke  bedoeling  zond  het 
oiq[)erbestnnr  der  Compagnie  dan  toch  handelskolonisten  naar 
Indie;  waarom  maakte  het  velen  zgner  ontslagen  ambtenaren  en 
soldaten  tot  vrgbnrgers,  indien  het  aan  dezen  tegelgk  kapitaal 
en  middelen  van  bestaan  ea  handeldr^ven  bQ  den  oorsprong 
afsneed? 

Men  treft,  in  de  brieven  derHeerenXVII  van  dezen  tgd,  eene 
geheele  reeks  van  aanschrg vingen  aan,  die  allen  denzelfden 
geest  ademen.  Beeds  in  Maart  1630  schreef  het  opperbestnnr 
lum  de  Hooge  Begering,  ten  einde  de  geldbelegging  der  ambte- 
naren tegen  te  gaan:  „dat  op  alle  comptoiren  van  Indie  bg 
f,  publicatie  moest  worden  bekend  gemaakt,  dat  voortaan  geen 


Digitized  by 


Google 


01 

y,  vrge  handdaars  meer  znUen  worden  toegekten^  dan  die  van 
j,  reis  tot  reis  spedale  licentie  hebben  yan  den  Gtonyemenr-Gkner. 
^  en  Raden,  en  die  onder  eede  verUaard  hebben,  dat  zy  geen 
„  goederen  of  gelden  van  anderen  in  honne  onderneming  gestoken 
„  hebben,  dan  yan  zich  zelven  of  van  andere  vrglieden,  op  ver- 
„  benrte  yan  alle  de  goederen  en  boyendien  onder  bedreiging 
,,  yan  straf. "  ^   De  grootste  slag  werd  echter  aan  den  ,,  gq>er- 
mitteerden"  handel  in  Indle  toegebragt,  door  het  ph^kaat,  dat 
de  Kamer  yan  XVII  in  hare  najaarszitting  yan  1631  vaststelde 
en  bg  aanschrgying  yan  23  November  1631  aan  den  Gkmveroenr- 
Generaal  Specx  ter  afkondiging  in  Indie  opzond.  Bg  dat  plak- 
kaat werd  vooreerst  bevolen,  dat  de  vrglieden  alleen  zonden 
mogen  handelen  en  varen  in  Pegn,  Bengale,  Arrakan,  in  de 
bogt  van  Patani,  in  Eambodja,  Siam,  Eoetqin-qina,  Solor, 
Makasser  en  dè&r  waar  de  Comp.  niet  handelde.   In  de  meeste 
dier  landen  en  plaatsen  was  te  dier  tgde  de  handel,  door  oorlog 
of  om  andere  redenen,  vervallen,  de  beperking  stond  dns  b$na 
gelgk  met  een  verbod.  Eene  tweede  hoofdbepaling  van  dit  plak- 
kaat, was  niet  minder  doodend  voor  de  vrghandelaars ;  dezen 
mogten  voortaan  nergens  elders  in  Indie  gevestigd  bleven,  dan 
te  Batavia,  Amboina  of  Banda.   In  Amboina  en  Banda  had  de 
Compagnie  het  monopolie  der  specergen ;  zg  was  daar  dns  nage- 
noeg meester  van  den  nitvoerhandel ;  want  andere  artikelen  waren 
daar  bgna  niet.  Dievrgheid  was  dns  ook  denkbeeldig,  niets  dan 
Batavia  bleef  er  alzoo  voor  de  vrgbnrgers  open.  Tegel^kertgd  en 
bg  dien  zelfden  brief  van  23  November  1631,  kreeg  de  Hooge 
Begering,  die  genoodzaakt  was  geweest  eenigermato  de  behulpzame 
hand  aan  de  volkplanters  te  leenen,  wilde  zg  den  handel  der 
vrgbni^rs  van  Batavia  niet  geheel  zien  ten  onder  gaan,  bovendien 
n<^  eene  bitse  aanschr^viag  in  deze  woorden :  „  Het  sch^nt  wel  dat 
„  de  groote  imaginatie  en  speculatie  op  het  particulier  welvaren 
„  van  de  stad  Batavia,  eenigen  zooverre  hebben  getransporteerd, 


1.    THtg.  miiOTe  14  Maart  1080. 

Digitized  by  VjOOQ IC 


en 

„  dat  alle  de  orderen  en  placoaten  jegens  den  particulieren  handel 
yf  geëmaneerdy  volgens  het  snstenu  van  sommigen ,  niet  na  de 
„  letter  geduid,  maar  bg  den  Geniaal  naar  gelegenheid  yan 
I,  zaken  gemodereert  behoort  te  worden ,  hoewel  geen  interpre- 
n  tatie  gepermitteerd  is,  van  de  instmctien  en  plakkaten.  Met 
„  alle  brieven  hooren  wg  klagten ,  zoo  over  parttcnlieren  handel 
„  als  over  vr^en  gepermitteerden.  Wg  zenden  daartegen  met 
„  alle  brieven  orders  en  zenden  plakkaten  om  het  voor  te  komen ; 
,,  waarom  dan  onze  orders  in  deze  niet  naargekomen?  waarom 
fy  wordt  daarover  zoo  gedisponeerd,  dat  niet  alleen  de  bnrgerg 
,,  van  Batavia  is  gepermitteerd  hare  negotie  op  de  kust  (van 
I,  Eoromandel)  te  mogen  doen ,  maar  dat  haar  zel&  wordt  toe- 
„  gestaan  hare  goederen  met  Compagnie's  schepen  daar  heen 
„  te  vervoeren?  De  negotie  van  de  Compagnie  verachtert  daar- 
y,  door,  laat  dan  toch  de  klagten  daarover  eens  ophonden. 
„  Meent  gijl.  dat  de  bnrgerij  zonder  dien  handel  zich  niet  kan 
„staande  honden,  dan  ware  het  beter,  dat  zoodanige  burgerij 
„  me^  op  Batavia  ware,  want  als  één  van  beiden  moet  lijden,  de 
„  Comp,  of  de  burgerij,  dan  is  het  verre  beter,  dat  de  burgerij 
„  iich  behelpt  en  lijde;  maar  daar  schort  het  niet  aan,  zg  zoeken 
„  al  te  vroeg  ryk  te  worden  en  dan  zgn  zg  Indie  moede.  Laat 
„  ons  dan  toch  geen  verkeerde  barmhartigheid  gebroik^ ;  maar 
„  wQ  moeten  vooreerst  en  alleen  oogmerk  hebben  op  den  dienU 
y,  en  het  proffijt  van  de  Compagnie,** 

Moe^el^k  had  het  opperbestnnr  met  meer  klaarheid  deh 
tweestrgd  in  het  licht  knnnen  stellen ,  welke  er  bestaat  tosschen 
de  pligten  van  den  regent  en  de  belangen  van  den  handelaar; 
wanneer  de  behartiging  dier  pligten  en  belangen  aan  ééne  hand 
z§n  toevertnmwd.  Het  zon  geen  l)armhartigheid  geweest  zgn, 
indien  de  handel  in  Indie  aan  de  krachten  der  burgerg  ware 
overgelaten,  zooals  Ooen  had  gewild;  maar  een  gezond  begrip 
van  Oompagnie's  belangmi.  Op  die  wgze  had  Batavia  groot 
knnnen  worden  en  zich  tot  een  emporinm  knnnen  verheffen, 
waar  de  Compagnie  zich  had  knnnen  voorzien  van  de  handels- 


Digitized  by 


Google 


cm 

aitikden  voor  de  Eoropeesche  naakt  Zg  had  dan  een  groot 
gedeelte  yan  den  kostbaren  omslag  van  schepen^  kantoren  en 
eigen  bedienden  wgd  en  z^d  over  Indie  verspreid;  knnnen 
intrekken;  zg  zon  dan  veel  minder  blootgestaan  hebben  aan 
aanzienlgke  verliezen ,  vero<»rzaa]&t  door  de  handelingen  van 
onhAwMBMb  o{  ontrouwe  ambtenaren ,  wier  handelingen,  op  die 
verwgderde  plaatoen,  niet  altgd  behoorlgk  konden  worden  na- 
gegaan. 

Het  was  echter  'op  dien  tgd  er  verre  van  af,  dat  de  denk- 
beelden van  Coen,  omtrent  volkplanting  m  vrgen  handel,  nog 
ingang  1^  het  opp^bestnur  vonden.  Integendeel,  men  ergerde 
zich  in  Nederland  er  over,  als  de  handels-kolonie,  die  men 
zelf  in  Indie  geplant  had,  slechts  eenigzins  in  bloei  vooruitging. 

Kleine  uitgaven  en  rgke  retouren  was  het  eenige,  wat  men 
begeerde.  Men  zag  het  gaarne,  dat  de  handels-kolonisten  in 
aaatal  en  vermogen  verminderden.  De  instructie  voor  dra  Gou- 
yeneur-Greneraal  Brouwt  en  den  Raad  van  Indie,  droeg  van 
dien  geest  de  kenmerken.  De  tot  hiertoe  verleende  huwelgks- 
giften  aan  de  zoogenaamde  Compagnie's  dochters  en  de  uitge- 
loofde premie  voor  uitkomende  gehuwde  personen,  ingesteld 
om  de  volkirfanting  te  Batavia  te  bevorderen,  werden  inge- 
trokken. Tegen  pracht  en  praal  werden  kleingeestige  bevelen 
gegeven,  zelft  aan  de  vrgburgers  het  dragen  van  edelgesteente 
en  passementwerk  verboden.  Het  opperbestuur  verlangde  geen 
andere  volkplanters,  dan  lieden  zonder  kapitaal  en  zonder  mid- 
delen; jy  want  om  luyden  te  senden  met  middelen,"  schreef  de 
Kam^  van  XVH,  „  is  geen  apparentie,  alsoo  sulcx  tot  groot 
„  verderf  van  's  Comp*.  negotie  is  strekkende.'' 

De  Gouverneur-Generaal  Specx  en  de  Baad  van  Indie,  had- 
den intnssehen  geaarzeld,  om  het  strenge  plakkaat  van  Novem- 
ber 1631,  tegen  den  vrgen  gepermitteerden  handel  in  Indie 
af  te  kondigen.  Het  misnoegen  van  het  opperbestnur  daarover 
was  tot  verbolgenheid  geklommen  en  de  nieuwbenoemde  (Gou- 
verneur-Generaal, Hendrik  Brouwer  kreeg  den  beslissende  last 


Digitized  by 


Google 


crr 

dat  hg  zonder  nitstel  dat  plakkaat  zon  afkondigen.  Op  den  238ten 
September  1632,  naanwigks  yeertien  dagen  na  zgne  aankomst, 
voldeed  Bronwer  aan  dat  bevel  en  werd  het  plakkaat  te  Batavia 
afgekondigd.  ' 

Het  i8  opmerkelijk,  dat  de  Gk)nvemenr-Generaal  Bronwer, 
nadat  hg  naanwelgks  drie  maanden  in  Indie  vertoefd  had, 
reeds  tot  een  ander  oordeel  over  den  vrgen  handel  begon  over 
te  hellen;  hij  veroorloofde  zich  zelfs,  in  zgne  brieven  aan  het 
opperbestunr,  eene  schroomvallige  voorspraak  voor  den  vrgen 
handel  in  kleeden,  vooral  op  de  knst  van  Eoromandel,  te  doen 
hooren,  in  het  belang  der  Compagnie  zelve  en  geheel  in  den 
geest  van  het  stelsel  van  Coen. 

„  Men  snstineert ,  **  zoo  schreef  Bronwer  op  den  Isten  Decem- 
ber 1632,  „dat  de  Engelschen  den  geheelen  Coromandelschen 
„  kleedenhandel  souden  qnyt  syn  geworden,  byaldien  UEd.  de 
„  vorige  liberteyt  aan  de  vrye  Inyden  hadden  gelieven  te  laten 
„  behouden,  waarvan  UEd.  sonder  verschot  van  gelden  (souden) 
„komen  te  profiteren,  omtrent  de  45  ten  honderd,  te  weten 
„  vQor  uitgaanden  tol  van  Batavia  10  ^/^  en  vracht  3  ^/^ ;  voor 
„  uitgaanden  tol  op  Coromandel  5  ®/o  en  vracht  2  ^/^ ;  wederom 
„  voor  inkomenden  tol  te  Batavia,  het  kapitaal  vergroot  op  1  j , 
„komt  157o  ^^  de  vracht  naar  advenant  de  3®/o?  is  4J7oj 
„  wederom  voor  tol  van  nytvoeren  van  Batavia  naar  andere  Indi- 
„  sehe  kwartieren ,  alsoo  de  minste  kleeden  in  Batavia  gesleten ; 
„maar  meest  uitgevoerd  worden,  ö^o?  ^^^^  ^  zamen  zonder 
„eenig  voorschot  van  gelden  44|  7oy  zonder  subject  te  zjn 
„  aan  beschadigdheid  of  verrotting,  onverstandigen  of  ontrouwen 
„inkoop  derzelver  kleeden,  onverkoopbaarheid  van  sorteringen, 
„  gevar^  van  brand  in  pakhuizen  en  verscheiden  andere  incon- 
„  venienten.  Wyders  dat  UwEd.  jongste  plakkaat  den  kleeden- 


1.  Dit  plddowt  is  in  het  R^lu-Arrluef  niet  meer  aanwezig;  doch  den  inhoud  er 
▼an,  leert  men  kennen,  uit  de  notoleQ  der  HU.  XVII,  Nov.  1631  en  uit  Tan  Dam, 
Handschrift  R.  A.  Sde  Boek,  208te  Cap.,  hlads.  343  sq.  Zie  verder  hierachter 
N».  XXVII  der  gedr.  stnkken. 


Digitized  by 


Google 


Cf 

„  handel  sonderlhige  prejndiciabel  ia,  ten  aanrien  UEd.  daerby 
„geUeven  te  verbieden  het  varen  op  de  plaatsen  daar  ze  vele 
,y  getrokken  zyn.  Hierop  mag  men  zeggen ,  dal  de  bedoeMng 
„hiermede  is,  den  diamanthandel  te  weren;  doeh  men  repli- 
„eeerty  dat  dit  weinig  verhindering  kan  geven ,  omdat  de 
„  diamanten  toch  publiek  of  in  't  geheim  knnnen  worden  inge- 
nbngt;  want  die  voorwerpen  kan  men  ligt  bergen  en  Ghine- 
„zen  en  Javanen  zyn  daarin  zoo  snbtiel  als  eenig  menseh,  die 
„den  awdbodem  betreedt."  ^ 

Maar  onmiddel^k  ontving  Bronwer  van  de  Kamer  van  XVII 
tot  antwoord :  ^  „  Wy  hebben  mt  nwe  diseonrsen  gesien,  hoe 
,.de  tmrgery  van  Batavia,  door  de  jongste  afgesonden  plae- 
„caten,  gediseonragieert  is,  meenende  alsoo  niet  te  kmmen 
„bestaan,  hetwelk  wy  seer  wel  aannemen,  alsoo  meer  dan  tyd 
nis,  dat  hnn  de  vetste  weiden,  alwaar  de  Gomp.  behoorde  te 
„  grazen,  ontzegd  worden  en  derhalve  na  gedane  examinatie  van 
„  de  oonsideratien  wederzyds  in  nwe  missive  vervat,  verstaen  wy 
„by  onze  ordre  en  resolutie  daarop  genomen  te  volharden." 

Geheel  in  strijd  met  dit,  haar  eigen  beslist  antwoord,  schreef 
de  E[amer  van  XVII,  eenige  weinige  regels  verder,  in  dien- 
zetfden  brief  aan  de  Hooge  Regering :  „  Hetgeen  by  ons  in  het 
n debiteren  van  kleeden  niet  kan  gedaan  worden,  behoort  te 

„  worden  geaccordeerd  aan  de  vrye  luyden het  is  ook 

„  onze  meening  niet  geweest  zoo  precies  in  de  woorden  van  de 
„plakkaten  te  inhereren,  dat  daarin  geen  ampliatie  en  limi- 
„tatie  naar  gelegenheid  van  zaken  zou  mogen  worden  ge- 
„maakt,  mits  blyvende  by  onze  maxime  en  intentie,  welke  is, 
„dat  ten  principale  de  handel  voor  de  Comp.  mag  worden 
„behouden,  want  als  wy  vrye  luyden  willen  aanhouden,  moe- 
iten hun  de  middelen  worden  gesuppediteerd  om  eerlyk  met 
nhaar  familie  te  mogen  leven."  * 

Onder  de  leiding  van  een  opperbestuur,  dat  nu  eens,  onder 


1.    Zie  Terder  deo  brief  in  t^n  geheel  onder  N^  XXVII. 
t    Uitg.  Mlanve  der  HU.  XVII,  dd.  19  Sept  1688. 


Digitized  by 


Google 


OTI 

don  invloedi  van  een  maa  als  Coen^  met  aekere  geestdrift  vrgen 
handel  en  koloniën  in  Indie  begeerde  te  stichten ,  dan  weder 
heftig  en  gestreng  den  grondslag  der  Compagnie^  den  meest 
beperkten  mon(q)oliehandel  yerlangde  te  handhaven ;  maar  tege- 
lykertyd  zwak,  toegevend  en  stdselloos;  beide  stelsels ,  den 
nitslaiteoden  handel  der  Comp.,  naast  vrge  Inyden  zonder  kapi- 
taal, wUde  aanbonden;  konden  natnnrlgk  geen  handelskolonien 
in  Indie  zich  vestigen,  veel  minder  zich  öntwikkel^i. 

De  opperlandvoogd  Hendrik  Brouwer  geloofde  dan  ook  weldra 
niet  meer  aan  het  welgelnkken  van  zoodanige  volkplantingen 
in  Indie  en  in  1636  schreef  hg  aan  het  opperbestnnr :  ^  ,,  de 
„  bedroeide  exempelen  van  onse  Bataviasdie  colonie ,  onder  de 
ff  oogen  van  UwEd.  hoogste  regering,  dora  ons  mistronwen,  dat 
„  eenig  considerabel  goed  progres  door  dezelve,  in  des  Gomps. 
„  stand  in  Indie ,  zal  te  bekomen  zyn." 

Het  vraagstuk  van  volkplanting  en  vrgen  hMidel  in  Indie 
bleef  op  deze  wgze  tnsschen  twee  stroome  heen  en  weder  ge- 
slingerd, tot  dat  het  bij  de  beraadslaging  in  de  Kamer  der  XVII 
over  het  nieuwe  reglement  op  het  beleid  der  regering  in  Indie 
van  1650,  op  nieuw  ter  sprake  kwam;  maar  ook  toen  weder 
evenmin  tot  eene  eindbeslissing  kon  geraken  ^. 

Omtrent  de  gedragslgn,  welke  de  Hooge  Begering  tegenover 
de  vorsten  van  Java  moest  volgen,  werd  bg  de  nieuwe  instructie 
van  1632  geen  bepaald  voorschrift  gegeven;  doch  in  de  aan- 
schrgvingen,  welke  het  opperbestuur  hg  herhaling  aan  Hendrik 
Brouwer  en  den  Baad  van  Indie  toezond,  treft  men  voortdurend 
de  vermaning  aan,  om  toch  vooral  eene  vredelievende  staat- 
kunde tdg&üOYer  Bantam  en  den  Soesoehoenan  te  volgen,  zelfs 
om,  indien  de  Compagnie  daardoor  den  vrede  kon  verkrggen 
of  bewaren,  den  schgn  aan  te  nemen  van  de  minste  te  willen 


1.  Brief  ¥tn  4  JftMiary  1686  N*.  XXXII  der  gedr.  rtukkoB.  DeM  lurief  k  leer 
leieoBWftardig,  waarom  iqj  er  naar  ?erw^ieQ. 

8.  Cf.  Venlag  aan  den  Koning  oitgebragt  door  de  Staatscommiasie  ingesteld  m 
Kon.  betlnit  Tan  16  JonQ  1657,  a*.  J90,  bQ!.  F.  bUda.  UI. 


Digitized  by 


Google 


om 

xp,  zoo  slechts  de  yerkregen  regten  der  Compagnie  daarl^ 
met  werden  yerkort  De  (Toavemenr-Gleiieraal  Brouwer,  zgn 
TOOTganger  Specx  en  alle  de  raden  van  Indie,  met  nitzondering 
?an  Philips  Locasz,  waren  echter  van  meening,  dat  znlk  eene 
staatkunde  tegenover  de  Javaansche  vorsten  moegelgk  gevolgd 
kon  worden;  maar  dat  men  integendeel  den  vrede ,  althans  dien 
met  den  Soesoehoenan,  nooit  op  andere  wgze^  dan  door  ver- 
toon van  magt  en  door  oorlog  zou  knnnen  verkrggen. 

Bg  zgne  aankomst  te  Batavia ;  had  Brouwer  het  Nederlandsch- 
IndiBeh  bestuur  in  eene,  zoo  als  hg  zich  uitdrukt,  ,,teêre, 
„hebt  geraakte,  doch  vreedzame  communicatie  met  Bantmn" 
gevonden  ^. 

Intasschen  dreven  de  Bantamsche  groeten  en  kooplieden  han- 
del op  de  eilanden  Geiam,  Ceram-Laut  en  Gh)ram  en  voerden 
van  daar  specerijen  uit  naar  Bantam,  dat  strgdig  werd  geacht 
met  de  monopolie-contracten  4oor  de  Compagnie  in  den  specerg- 
archipel  gesloten  en  de  door  de  Hooge  Begering  uitgevaardigde 
verbodsplakkaten.  De  Bantamsche  regering  wilde  zich  aan  deze 
fdakkaten  en  aan  de  contracten  met  derden  gesloten,  niet  onder- 
werpen; de  Gh)uvemeur-(7eneraal  daarentegen  moest  het  verkre- 
gen monopolie  der  Compagnie  handhaven. 

Het  was  dezelfde  oude  strgd,  reeds  vroeger  onder  voorgaande 
landvoogden,  vooral  met  de  Ëngelschen  gestreden.  De  Bantamsche 
handelsvaartuigen  werden  nu  door  de  schepen  der  Compagnie 
aangehaald  en  voor  goeden  prgs  verklaard;  het  gevolg  daarvan 
was,  dat  in  November  1633  de  oorlog  tusschen  Bantam  en 
Batavia  weder  uitbrak.  Nadat  de  Pangéran  van  Bantam  vruch- 
teloos de  schepen  en  goederen  zgner  onderzaten  had  teruggeëischt, 
deed  hg  den  Nederlandschen  Commissaris  Pieter  Franss^  met 
zgn  gezin  en  den  geheelen  Comps.  omslag  te  Bantam,  onder 
eequester  stellen.  De  vaart  en  gemeenschap  tusschen  Batavia 
en  Bantam  werden  van  beide  zgden  verboden  en  de  vgande- 
Igkheden  hervat.   Gedurende  het  bestuur  van  Hendrik  Brouwer 

1.    Miitnre  Ttn  1  Dee.  1632. 

Digitized  by  VjOOQ IC 


cnn 


werden  nu  ook  yerschiUende  togten  tegen  het  gebied  van  Ban- 
tam ondernomen;  onder  anderen  tegen  Tanahara,  tegen  eenige 
dorpen  op  de  knst  der  Lampongs  en  ook  tegen  de  stad  Bantam 
zelve,  welke  hevig  door  de  Nederlanders  werd  beschoten;  maar 
ook  de  zeemagt  der  Bantammers  behaalde ,  door  verrassing  en 
overrompeling,  van  t^d  tot  tgd  belangr^ke  voordeelen  op  de 
schepen  der  NederUmdsche  Compagnie  ^ 

De  onvmchtbare  onderhandelingen  met  den  Soesoehoenan , 
door  middel  van  den  regent  van  Samarang  in  1630  aangeknoopt, 
hadden  den  Gonvemenr-Generaal  Specx  niet  ontmoedigd.  Over- 
eenkomstig de  bevelen  uit  het  moederland  waagde  Specx  het 
andermaal,  in  betrekking  met  den  Soesoehoenan  te  geraken. 
Ditmaal  zon  de  Lakhsamana,  regent  van  Japara,  bemiddelaar 
zgn.  In  de  maand  April  van  1632  werd  een  gezantschap,  aan 
het  hoofd  waarvan,  de  ontvanger  Maseyck  en  de  kommandeur 
Wagensveld  waren  gesteld,  met  geschenken  naar  Japara  afge- 
vaardigd; maar  de  uitkomst  was  nn  nog  ongelukkiger  dan 
vroeger.  l)oor  de  verklaringen  en  vriendschapsbetaigingen  van 
den  regent  van  Japara,  die  de  witte  vlag  deed  nitsteken,  tot 
vertrouwen  overgehaald,  zonden  de  Nederlandsche  gezanten, 
eerst  het  geschenk  voor  den  Soesoehoenan  bestemd,  daarna  25 
Nederlanders  onder  de  leiding  van  den  onderkoopman  Antonio 
Paulo  naar  land.  Zoo  wel  van  het  geschenk,  als  van  de  Ne- 
derlanders maakte  de  trouwlooze  regent  zich  meester.  Hierdoor 
klom  het  cgfer  der  gevangen  Nederlanders  in  handen  van  den 
Soesoehoenan  tot  ongeveer  vgftig.  Van  deze  ongelukkigen,  werd 
Antonio  Paulo,  in  1641,  op  last  des  Soesoehoenans  ter  dood 
gebragt,  vele  anderen  stierven  door  gebrek,  de  overigen  tot 
een  dertigtal  versmolten,  bleven  meer  als  slaven,  dan  als  krijgs- 
gevangenen tot  het  jaar  1647  in  de  magt  der  Javanen.  Slechts 
vgf  rappe  gasten  zagen  in  1635  kans,  om  na  allerlei  avonturen, 
in  eene  kleine  praauw,  van  het  zuiderstrand  in  zee  te  steken, 


1.    Zie  de  Vrieren  fui   1  üee.  1632,  25  Deo.  1688,  27  Deo.— S  Jannarfj  1685 
hienekter. 


Digitized  by 


Google 


ctx 

1^  zaiden  Java  naar  de  Kokofl-eilaadea  en  van  daar  naar  Ban- 
tam te  ontkomen. 

Het  is  nooit  doidelgk  geblekm^  om  welke  redenen  en  met 
welke  bedoeling  dit  verraad  te  Japaia  aan  de  Nedurbuideri  is 
gepleegd.  Zndit  naar  wraak  over  het  tweemaal  mislnkken  van 
de  aanslagen  des  Soeaoehoenan's  tegen  Batavia,  schgnt  daartoe, 
ten  minste  voor  een  gedeelte,  aanleiding  te  hebben  gegeven; 
want  gedurende  geheel  zgn  overig  leven,  he^  de  Soesoehoenan 
Hagoeng,  wiens  hoogste  eerzneht  was,  alleenheerseher  over  ge- 
heel Java  te  worden,  het  niet  aan  de  Nederlanders  kannen 
vergeven,  dat  zg,  door  zyne  legers  voor  Batavia  te  wederstaan, 
hem  belet  hebben,  westelgk  Java  te  veroveren  en  alzoo  het 
doel  van  ^n  eerzuchtig  streven  te  bereiken.  Om  die  reden 
zocht  hij  bij  voortduring  hulp  bij  de  Portugezen  te  Halakka  en 
6oa,  die  van  hunnen  kant  deden  wat  zg  vermogten,  <Mn  den 
Soeaoehoenan,  door  beloften  van  hulp  en  door  gesdienken  tegen 
de  Nederlanders  op  te  zetten  en  te  v^bitteren. 

Het  nadeel  dat  de  handel  van  Batavia  door  deze  voortdurend 
vgandige  gezindheid  van  den  Soesoehoenan  ondervond,  was  aan- 
vankeiyk  niet  gering;  want  oostelgk  Java  trok  nu  zgne  kleeden 
uit  Malakka,  in  plaats  van  Batavia,  waardoor  Batavia  tevens 
den  aanvoer  van  rijst  moest  ontberen.  Bovendien  bleven  de  vel- 
den rondom  Batavia  steeds  onveilig  door  zwermen  van  stroopers 
en  moeskoppers,  door  den  Soesoehoenan  of  door  zgne  regenten 
op  zgn  last  afgezonden,  zoodat  de  landbouw  in  de  omstreken 
van  de  stad  geheel  belemmerd  werd. 

Ten  einde  afleiding  naar  eene  andere  zgde  te  doen  ont- 
staan, was  de  Gouverneur-Generaal  Brouwt  reeds  kort  na  z^n 
(^treden  er  op  bedacht,  om  de  vorsten  van  Bali,  waarvan  de 
voornaamste,  die  van  Beliling,  tevens  suzerein  van  Balamboeang 
was,  tot  het  voeren  van  oorlog  tegen  den  Soesoehoenan  op  te 
wekken.  De  Hooge  Regering  zond  in  1633  met  dat  doel  twee 
gezantschappen  naar  Bali,  welke  echter,  zoo  als  Brouwer  zelf 
in  zijne  brieven  erkent,  „aldaar  naar  des  lands  manier  wel  zgn 


Digitized  by 


Google 


ÜX 

^ontvaagen,  grfestoyeerd  ende  getimeteerd;  mmr  niet  zoodanig 
i,aficheid  en  depêche  becomen^  als  wy  ons  hier  te  Batavia  wel 
„hadden  gdmagineeid;  want  de  groeten  en  principalen  Tan 
„Bali  collegialiter  vergaderd  zgnde,  verklaarden  ronduit  en 
f,  opentlgk^  dat  zy  er  niet  toe  konden  besloiten  om  den  Mattaram 
„den  oorlog  aan  te  doen^  dewgl  i^  zoowel  met  den  Mattaram 
i^als  met  ons  in  vrede  waren."  ^ 

Er  bleef  dos  geen  andere  weg  open,  dan  die  der  onderhan- 
deling ^  indien  men  ten  minste  aan  de  dringende  aanmaningen 
van  het  opperbestnnr;  om  toch  de  minste  te  willen  zgn  en  den 
vrede  met  den  Soesoehoenan  te  sluiten;  wilde  gehoor  geven. 
Terwijl  er  betrekkingen  met  Bali  werden  aangeknoopt  ^  waren 
de  ond^handelingen  met  den  Soesoehoenan ;  door  tosschen- 
komst  der  regenten  van  de  knstlanden,  toch  niet  afgebroken. 
In  den  loop  van  het  jaar  1633  had  de  regent  van  Tagal  een 
Ooezoerat  en  twee  gevangen  Nederlanders  naar  Batavia  gezon- 
den,  met  het  verzoek;  dat  Nederlandsche  afgevaardigden  naar 
Tagal  mogten  komen ,  om  over  het  herstel  van  den  vrede  te 
handelen.  De  Hooge  Regering  waagde  nn  nogmaals  eene  poging 
om  in  onderhandeling  te  geraken;  zy  zond  met  dat  doel  een 
Nederlandsch  assistent;  met  den  Goezoerat  en  de  beide  gevan- 
genen naar  Tagal  terug.  De  Nederlanders  bleven  zóó  lang  af- 
wezig; dat  de  Gouverneur-Generaal  zich  alweder  verraden  achtte; 
totdat  eindelgk  de  assistent;  met  de  twee  vrggelaten  Nederland- 
sche gevangraen  en  nieuwe  afgevaardigden  van  den  regent  van 
Tagal;  te  Batavia  terugkeerde.  De  regent  liet  alweder  weten; 
dat  een  bepaald  gezantschap  met  geschenken  en  brieven  voor 
den  Soesoehoenan  van  Batavia  gezonden  moest  worden ;  en  dat 
hg  dan  die  gezanten  naar  de  hoQ)laats  geleiden  zou.  Na  lang- 
durige onderhandelingen,  waarbg  het  aan  wederzgdsche  betui- 
gingen van  vredelievendheid  niet  ontbrak;  en  na  veel  weifelens 
besloot  de  Hooge  Regering  eindelijk,  in  het  volgende  jaar,  tot  het 


1.  Brieyen  Ttn  GG.  en  Raden  dd.  7  Febr.  en  15  Aag.  1683,  onder  N».  XXVIII 
io  XXIX  hienditer. 


Digitized  by 


Google 


CXI 

XÊiéesk  van  zoodanig  g&zmUcbsp.  De  kommandeitr  Jm  fan 
^onehiBn  TWtrok  nu  als  gezant  met  blieven  en  gesoheidcen,  in 
Oetober  1634  naar  Tagal,  en  kreeg  in  laet  om  de  veridaring 
af  te  leggen ,  dat  de  Nederlandache  Compagnie  bereid  was  tot 
de  erkenning  van  den  Soesoehoenan  als  Keizer  van  geheel  Java 
over  te  gaan,  en  bovendien  tot  het  jaarlijks  geven  van  eenige 
„eortesy,  omdat  de  Nederlanders  op  sgn  lant  residentie  genomen 
„hadden/'  en  eindelgk  tot  het  betalen  van  een  biUgk  rantsora 
Yoor  de  Nederlandsche  gevangenen.  Verder  kon  de  HoOge 
Begmng  niet  gaan  en  toch  bleef  ook  ditmaal  de  onderhaodeling 
vrachtelooS;  omdat  de  regent  van  Tagal,  waarschgnlgk  op  last 
?an  den  Soesoehoenan,  die  een  voor  allen  zigtbaar  bewgs  van 
leenhnlde  begeerde,  hardnekkig  bleef  vastbonden  aan  den  eiseh 
dat  twee  Nederlandsche  gevolmagtigden  aan  land  zouden  komen, 
om  in  persoon  de  brieven,  voorstellen  en  geschenken  aan  den 
Soesoehoenan  aan  te  bieden,  terwgl  daarentegen  de  Nederland- 
sche gezant,  op  last  van  de  Hooge  Begering  en  nit  wan- 
tiomwen,  dat  het  verraad  te  Japara  gepleegd,  mogt  wordea 
heriuuüd,  van  zgne  zgde,  standvastig  weigerde  aan  dit  verzoek 
te  voldoen.  ^ 

Na  alle  deze  mislukte  pogingen  om  in  onderhandeling  over 
den  vrede  met  den  Soesoehoenan  te  geraken,  was  Hendrik 
Brouwer  in  den  aanvang  van  het  jamr  1636,  by  het  eindigen 
?an  z^n  bewind  meer  dan  ooit  in  zyne  overtuiging  gesteriLt, 
dat  „  de  vrede  met  den  Mattaram  niet  dan  door  vigourensen 
j,  ooilog  kon  worden  bevorderd "  en  dat  „  daerby  vooral  in 
„consideratie  moest  worden  gehouden,  dat  hoe  meer  Carthago 
„aan  ^me  inruimde,  hoe  meer  hare  staat  was  verzwakt"  ^ 

Inmiddels  had  even  als  zgn  voorganger  ook  de  Gouverneur- 
Generaal  Brouwer  ondervonden,  dat  het  geen  gemakkel^ke  taak 
was,  de  zeventien  meesters  in  het  moederland,  die  zich  meer- 
mden,  door  ontevreden  of  teleurgestelde  uit  Indie  teruggekeerde 

1.  Zie  orer  deze  onderhandelingen  de  brieyen  Tan  15  Aog.  en  S6  Dee.  1688  en 
fi  Dee.  1684—8  Jan.  1686,  n».  XXIX—XXXI,  der  hieraditer  gedmkte  stokken. 

2.  Brief  Tan  4  Jan.  1686. 


Digitized  by 


Google 


oxn 

dienaren^  lieten  bepraten,  naar  hunnen  wenseh  te  dienen.  Reeds 
sedert  1634  had  hg  ach  bg  herhaling  het  misnoegen  en  de 
berisping  van  het  opperbestnnr  op  den  hals  gehaald.  >  Hg  be- 
hield dan  ook  de  tengels  van  het  bewind  niet  veel  langer  in 
handen  y  dan  gedurende  den  tgd,  waartoe  hg  zich  verbonden 
had  en  gaf  die,  den  Isten  Janaarg  1636  over  aan  Antonio  van 
Diemen,  die  reeds  1^  acte  van  sorrogatie  en  snbstitatie  der 
Heeren  XVII;  dd.  12  Febmarg  1633 ,  tot  zgn  vervanger  was 
aangewezen. 

Tot^de  grieven  van  het  opperbestaar  tegen  Broawer  behoorde 
ook;  dat  hg  geen  middel  had  weten  te  vinden  om  den  vrede 
met  Bantam  te  bewaren ,  noch  ook  om  dien  met  den  Soesoe- 
hoenan  te  herstellen.  De  Gbuvemear-Gteneraal  van  Diemen  ont- 
ving,  bg  zgn  optreden;  op  nienw  de  ernstige  vermaning  oit 
het  moederland;  om  toch  eene  vredelievende  staatkande  te 
volgen. 

De  Goavemear-Gleneraal  van  Diemen  stemde  echter  geheel 
overeen  met  het  gevoelen  van  zgn  voorganger;  omtrent  de  staat- 
kande;  welke  men  tegenover  de  vorsten  van  Java  moest  volgen , 
en  schreef  aan  het  opperbestaar ,  dat  hg  de  beschoawingen  der 
HH.  XVII  niet  kon  deelen;  dat  hg  hen  aan  den  staatkundigen 
grondregel  der  Compagnie  op  Java  moest  herinneren;  namelgk 
dat  ;,  nit  Batavia's  opgang  volgt  Bantam's  raïne  en  dat  das 
;,  oit  het  tegendeel  belemmering  van  Batavia's  progres  moest 
;,  volgen;"  en  dat  tevens  niet  ait  het  oog  mogt  worden  ver- 
loren de  „aangenomen  maxime ;  dat  men  Bantam  niet  te  klein 
„  en  den  Soesoehoenan  niet  te  groot  mogt  maken." 

De  Hooge  Regering  te  Batavia  zocht  niettemin  zoo  veel  dit 
in  haar  vermogen  waS;  te  gehoorzamen  aan  de  bevelen  van 
het  opperbestaar  en  liet  door  middel  van  Nederlandsche  afge- 
vaardigden en  Ghinesche  kooplieden  vredelievende  mededeelin- 
gen  doen  aan  de  Regering  te  Bantam.    Deze  toenadering  van 


1.    Cf.  maooMript   R.  A.  oitg.  miiaiTen  der  IVII  dd.  2  S^.  1634  eo  miniTo 
Broawer  4  Jan.  1686. 


Digitized  by 


Google 


cjxni 

de  zgde  der  Nederlandsch-Indische  Regering^  deed  slechts  de 
aanmatigende  eischen  der  Bantamscbe  Regering  stijgen.  De 
toegang  tot  Bantam  werd  aan  Nederlandsche  gezanten  ontzegd 
en  door  middel  van  Ghinesche  kooplieden  werd  het  antwoord 
gebragt;  dat  indien  de  Hooge  Regering  te  Batavia  met  den 
Pangëran  van  Bantam  in  vrede  wilde  komen  ^  de  vrge  en 
onbekommerde  vaart  op  Geram,  Amboina  en  Banda  aan  de 
Bantammers  moest  worden  toegestaan ;  dat  bovendien  alle  natiën 
en  "vreemde  kooplieden  vrij  en  onbelemmerd  door  de  Neder- 
laoders^  te  Bantam  moesten  worden  toegelaten  en  eindelijk; 
dat  de  Goavemeor-Gteneraal  twee  stukken  grof  geschat  aan 
den  Pangéran  van  Bantam  moest  geven ,  als  vergoeding  van 
geschuty  dat  hy  het  laatste  beschieten  van  de  stad  was  veron- 
gdnkt 

Nadat  de  onderhandeling  over  deze  voorwaarden  eenigen  tgd 
was  voortgezet,  liet  de  Pangéran  van  Bantam  de  twee  eerste 
voorwaarden  los;  maar  bleef  aan  den  eisch  om  vergoeding  van 
geschat  vastbonden.  Zonder  de  onderhandeling  geheel  af  te 
breken ;  nam  van  Diemen  na  toch  eene  meer  teraggètrokken 
bonding  aan  en  liet  hij  intusschen  niet  na,  door  het  verleenen 
van  verlof  aan  den  Pangéran  om  eenige  op  Ceram  achterge- 
bleven Bantammers  van  daar  af  te  doen  halen  en  door  het 
oitdeelen  van  geschenken  aan  de  hofgrooten,  de  Bantamscbe 
Begering  tot  welwillendheid  te  stemmen.  Het  gevolg  hiervan 
was,  dat  omstreeks  de  maand  Jnlij  van  het  jaar  1636  een 
stilstand  van  wapenen  tasschen  Bantam  en  Batavia  werd  geslo- 
ten en  aan  de  onderzaten  van  beide  partijen  verboden,  dat 
zg  dkander  te  land  noch  te  water,  meer  zonden  beschadigen. 
De  bekrachtiging  van  dezen  wapenstilstand  bleef  echter  nog 
drie  jaren  vertraagd,  eerst  tengevolge  van  een  aanval  door 
Bantamscbe  zeeschuimers  op  het  schip  van  een  Nederlandschen 
vrgborger,  daarna  door  het  vertrek  van  van  Diemen  naar  Am- 
boina, alwaar  de  tegenwoordigheid  van  den  opperlandvoogd 
hoog  noodig  was  geworden.  Eerst  in  de  maand  Maart  van 
V.  VIII 

Digitized  by  VjOOQ IC 


oxrr  * 

1639  werd  deze  wapenstilstand  tassehen  Bantam  en  Batavia^ 
op  denzelfden  voet  als  die  van  1629;  door  het  wisselen  van 
geschenken;  het  over  en  weder  zenden  van  gezanten  en  door 
openbare  afkondiging  bekrachtigd. 

Niet  weinig  had  tot  deze  vreedzame  oplossing  medegewerkt 
de  vrees ;  Welke  de  Pangéran  van  Bantam  sedert  eenigen  tyd 
op  nieuw  voor  den  Soesoehoenan  koesterde ,  omdat  de  vorst  van 
Mataram  groeten  naijver  tegen  Bantam  had  opgevat;  sedert  de 
opperpriester  van  Mekka  een  heiligen  standaard  en  den  titel 
van  Sultan  geschonken  had  aan  den  Bantamschen  Pangéran. 
Die  naijver  van  Mataram  bleek  reeds  door  zigtbare  teekenen. 
Het  gebied  van  Bantam  op  Sumatra,  werd  door  den  bondge- 
noot van  den  Soesoehoenan ;  den  vorst  van  Palembang;  be- 
dreigd en  in  den  loop  van  het  jaar  1638  liet  de  Soesoehoenan 
door  zijnen  regent  van  Tagal  op  nieuw  zijdelings  aan  de  Hooge 
Begering  te  Batavia  aanbieding  doen,  om  niet  alleen  den  vrede 
te  herstellen;  maar  zelfs  om  in  eene  offensieve  alliantie  te  tre- 
den tegen  de  vijanden  vau  beide  partgen. 

De  Hooge  Regering  doorzag  dadelyk;  dat  de  Soesoehoenan; 
wiens  leger  in  1637  een  voordeeligen  krijgstogt  tegen  Balam- 
boeang  en  ^het  oosten  van  Java  had  volvoerd;  nu  weder  een 
aanslag  tegen  Bantam  en  westelijk  Java  beraamde.  Gouverneur- 
Generaal  en  Raden  gedachtig  aan  den  staatkundigen  stelregel; 
dat  Bantam  niet  te  klein  en  Mataram  niet  te  groot  mogt  wor- 
den, hielden  zich  tegenover  die  aanbiedingen  van  den  regent 
van  Tagal  zeer  teruggetrokken  en  sloten  niettemin  in  1639  den 
vrede  met  Bantam.  De  kooplieden  der  Compagnie  vestigden  zich 
nu  ook  weder  binnen  Bantam,  de  handel  en  het  verkeer  tus- 
scheu  die  plaats  en  Batavia  werd  op  den  ouden  voet  hersteld. 
In  de  laatste  jaren  was  echter  de  uitvoerhandel  te  Bantam  voor 
een  groot  gedeelte  van  aard  veranderd;  bgna  geen  peper  werd 
meer  in  het  Bantamsche  gebied  geteeld;  daarentegen  begon  daar 
de  suikerteelt  op  plantagieu;  door  nyvere  Chinezen  aangelegd; 
meer  en  meer  uitbreiding  te  verkrggen.   Het  voorbeeld  eerst  te 


Digitized  by 


Google 


cxv 


Bantam  gegeyeii;  om  saikerriet  te  planten,  vond  korten  tgd 
daarna  navolging  te  Batavia  en  ook  in  Japara,  van  waar  reeds 
in  1639;  249  pikols  suiker  te  Batavia  werden  aangebragt. 

De  vgandelgke  verhouding  tusschen  Batavia  en  het  rijk  van 
Mataram  had  in  den  laatsten  tijd  veel  minder  nadeel  dan  vroe- 
ger aan  Batavia  berokkend.  Aanvankelijk  had  de  Soesoehoenan 
gemeend,  dat  hij,  door  de  havens  en  kustplaatsen  van  Java 
gesloten   te   houden,    de   Nederlanders   zou  dwingen,    om   uit 
gebrek  Batavia  te  verlaten.    Zes  jaren  achtereen  handhaafde  de 
Soesoehoenan  dat  verbod  van  uitvoer  uit  zijn  gebied;  maar  toen 
hi)  bemerkte,  dat  de  Nederlanders  zich  toch  uit  andere  landen 
de  vereischte  voedingsmiddelen  wisten  te  verschaffen,  hield  hij 
aan  zijn  stelsel  van  afsluiting  van  Batavia,  niet  zoo  streng  meer 
vast  en  liet  hij  aan  de  regenten  der  kustplaatsen,  aan  Javanen 
en  Chinezen  oogluikend  toe,  dat  rijst,   boonen  en  zout  naar 
Batavia  werden  uitgevoerd.    In   1635  leverde  Batavia  voor  het 
eerst   sedert  hare  stichting,  meer  inkomsten  dan  het  aan  uit- 
gaven in  dat  jaar  gekost  had.    De  handel  der  zoogenaamde 
vrgburgers,  bleef  wel  is  waar  kwijnende,  omdat  er  zoo  als  wg 
gezien  hebben,  ouder  de  werking  der  beginselen  van  de  Com- 
pagnie, voor  den  handel  van  bijzondere  personen,  slechts  weinig 
plaats  overig  bleef;  maar  door  Chinezen,  Arabieren  en  andere 
oosterlingen,  werd  toch  nevens  den  handel  der  Compagnie  met 
hare  eigen  schepen,  een  niet  onaanzienlgken  handel  gedreven. 
In  het  jaar  1638  werden  er  zelfs  niet  minder  dan  2600  lasten  rijst 
en  13455  pikols  peper  op  die  wijze  te  Batavia  aangebragt.  Ook  de 
landbouw  op  de  velden  rondom  Batavia,  breidde  zich  langza- 
merhand uit,  naarmate  de  stroopende  benden,  vroeger  telkens 
op  last  van  den   Soesoehoenan   afgezonden,  allengs  zeldzamer 
in  de  omstreken  van  Batavia  zich  vertoonden.    Men  legde  zich 
vooral  rondom  Batavia  toe  op  de   teelt   van   klapperboomen, 
moeskruiden  en  suikerriet;   ook  de  aanplant  van  indigo  werd 
beproefd;  maar  met  minder  goed  gevolg.    Ook  op  het  gebied 
van  landbouw  gaven  de  nijvere  Chinezen  weder  het  voorbeeld 


Digitized  by 


Google 


oxn 

en  den  eersten  aanstoot.  Inzonderheid  breidden  de  koophandel , 
de  zeevaart  en  de  landbouw  van  Batavia  zich  nit^  nadat  in 
1641  Malakka  stormenderhand  door  de  Nederlanders  was  ver- 
overd,  een  wapenfeit  dat  aan  de  Portugezen  de  bekentenis  ont- 
lokte^ dat  Portugal;  nu  Malakka  verloren  waS;  geen  Indie  meer 
bezat  en  dat  dan  ook  werkelijk  aan  Portugals  gezag  en  handel 
in  Oost- Azië  en  den  Archipel  den  doodsteek  gaf;  maar  dat  daar- 
entegen de  magt;  het  aanzien  en  het  handelsvermogen  van  de 
Nederlandsche  Oost-Indische  Compagnie,  tot  eene  vroeger  onge- 
kende hoogte  opvoerde  *.  De  invloed  der  verovering  van  Ma- 
lakka op  den  staat  der  Nederlandsche  Compagnie  in  Oost- 
Indie,  verbreidde  zich  in  wijden  kring  en  in  velerlei  rigting. 

Reeds  korten  tgd  na  deze  gebeurtenis  deelde  de  Hooge  Re- 
gering hare  denkbeelden,  over  de  vermoedelgke  gevolgen  daar- 
van en  over  de  maatregelen,  vooral  betrekkelijk  den  koophandel, 
welke  daaruit  naar  hare  meening  moesten  voortvloeien,  mede 
aan  het  opperbestuur  in  Nederland. 

Gouvemeur-Greneraal  en  Raden,  in  Indie  meer  bekend  met  het 


1.  Reeds  kort  nadat  de  algem.  geoctr.  NederK  O.-Ind.  Comp.  was  opg^igt,  deden 
de  Bewindhebbers  pogingen  aanwenden  om  Malakka ,  door  verovering  in  de  magt  der 
Nederlanders  te  brengen.  Comelis  Matelief  was  de  eerste,  die  het  in  1606  waagde» 
dien  sterken  hoofdzetel  der  Portngeien  te  belegeren;  doch  hfj  werd  gedwongen  tot  het 
opbreken  van  het  beleg.  In  1608  werd  het  andermaal  door  den  admiraal  P.  Wi. 
Verhoeff  beproefd,  doch  evenmin  met  goed  gevolg.  Herbaaldel^k ,  o.  a.  in  1623  en 
1627,  werden  na  dien  tyd  aanslagen  tegen  Malakka  door  de  Nederlanders  ondernomen 
en  het  vaarwater  aldaar  van  1636  tot  1639  onafgebroken  door  de  scheepsmagt  van 
de  Oost-Ind  Comp.  bezet  gehouden.  In  het  vooijaar  van  1640  werd  eindel\jk  de  be- 
legering van  Malakka  ernstig  ter  hand  genomen,  tot  dat  op  den  14den  JanuarQ  1641 
Malakka,  niet  door  verraad  zoo  als  vele  vreemde  schr^verd  vermelden,  maar  na  dap- 
peren aanval  en  mannelijke  verdediging,  stormenderhand  door  de  zee-  en  landmagt 
der  Nederl  Oost-Ind.  Comp. ,  onder  bevel  van  Minne  Willemsz.  Kaertekoe  werd  ingenomen. 
Het  is  hier  de  plaats  niet  om  in  b^zonderheden  over  deze  gewigtige,  boiten  Java  voorge- 
vallen, gebenrtenis  te  treden,  ik  mag  den  lezer  verwijzen  naar  de  zeer  belangr^ke  mono- 
graphie  daarvan,  door  den  heer  P.  A.  Lenpe  geplaatst  in  de  «Berigtcn  van  het  Hist. 
Genootschap  te  Utrecht»,  2de  Serie,  2de  deel,  1ste  stuk,  getiteld:  «Stnkken  betrek- 
0  kel^k  het  beleg  en  de  verovering  van  Malakka  op  de  Portugezen  in  1640  en  1641 , 
»  benevens  het  rapport  van  den  kommissaris  Schouten  over  den  verleden  en  tegen- 
0  woordigen  toestand  dier  stad ,  uit  de  papieren  der  voorm.  O.-Ind.  Comp. ,  met  platte 
*  grond  van  Malakka.» 


Digitized  by 


Google 


CXVII 

verieden  van  Malakka^  dan  de  Heeren  XVII  in  Nederland^ 
garen  aLs  htm  gevoelen  te  kennen,  dat  in  de  nienw  veroyerde 
handelsstad  niet  te  streng  aan  het  monopoliestelsel  der  Neder- 
landsche  Comp.  moest  worden  yastgehonden;  dat  de  handel  en 
de  scheepvaart  op  en  langs  Malakka  meer  overeenkomstig  de  over- 
leveringen van  vroeger  dagen  en  het  stelsel  der  Portugezen, 
grootendeels  aan  de  vrge  beweging  en  de  krachten  van  bijzon- 
dere personen,  des  noods  onder  heffing  van  matige  tolregten 
konden  worden  overgelaten,  zonder  dat  daardoor  de  bloei  van 
Batavia  wierd  gestuit. 

In  den  Decemberbrief  ^  van  het  jaar  1641  ontwikkelde  de 
Hooge  Eegering  hare  denkbeelden  voor  het  opperbestuur  in  deze 
woorden :  „  Door  onze  brieven  en  ordren  naar  Malakka  gezonden 
„zullen  ÜEd.  grondig  worden  onderrigt,  van  wat  gewigt  deze 
„verovering  is,  welke  belangrgke  voordeelen  daaruit  voor  de 
„Gener.  Comp.  in  korten  tijd  te  verkrggen  zullen  zgn  en  die 
„van  tgd  tot  tijd  onder  goede  leiding  staan  te  vermeerderen. 
„Daarom  oordeelen  wy  het  aanhouden  van  Malakka,  waarop 
„wy  XJWEd.  orders  en  advies  verwachten,  geheel  noodig  te 
„  zgn  ^,  alzoo  de  handel  van  de  Maleische  kust,  zoo  by  zuiden  als 
„by  noorden  Malakka,  de  overkust  van  Sumatra,  Bomeo's 
„noordzyde  enz.  aldaar  zonder  Batavia's  progres  te  stuiten 
„met  groote  voordeelen  kan  worden  gevestigd  en  er  met  den 
„tgd  tolsgeregtigheid  gevorderd  kan  worden  van  de  Bengaal- 
„sche,  Koromandelsche  en  meer  andere  vaartuigen,  die  zich  op 
„den  tinhandel  toeleggen.  Vooral  is  dese  conqueste  op  waarde 
„te  schatten,  by  aldien  wy  met  Portugal  in  vrede  komen,  met 
„het  oog  op  de  nadeelen,  die  de  Portugezen  ons  dan  in  den 
„buidel  zouden  toebrengen,  indien  zy  Malakka  in  vrede  beza- 
„ten,  waarvan  nu  weinig  te  duchten  valt  en  dus  ook  de  vrede 


1.  Onder  het  bMtanr  der  O.-Ind.  0>mp.  verstoad  men  onder  Decemberbrief  nage- 
noeg hetseKde,  wat  men  in  onzen  t^d  verstaat  onder  jaariyksoh  koloniaal  Teralag. 

2.  Bq  het  opperhestnor  was  de  begeerte  om  de  Portugezen  nit  Malakka  te  ver- 
dreven, grooter  dan  de  overtuiging,  dat  het  voortdurend  bezit  van  en  het  gexagover 
Malakka  voor  de  NederL  Comp.  voordeelig  zon  z^n. 


Digitized  by 


Google 


cxyni 

„met  hen  des  te  geruster  door  ons  kan  gesloten  worden,  omdat 
„wy  van  oordeel  zijn  en  verstaan,  dat  dan  ook  van  de  Portu- 
„gezen,  die  in  dat  geval  in  vrede  Malakka  znllen  bezoeken  en 
„dat  vaarwater  naar  Patane,  Siam,  Kambodja  tot  Macao,  rustig 
„  zullen  doorvaren,  in  Malakka  dezelfde  tolregten  door  ons  zul- 
„len  worden  geheven,  welke  zy  vroeger  aan  den  Koning  van 
„Spanje  verschuldigd  waren.  Er  znllen  alsdan  ook  tusschen 
„  ons  en  de  Portugezen  goede  reglementen  op  den  handel  moe- 
„ten  beraamd  worden,  opdat  wy  elkander  den  handel  niet  mo- 
„gen  bederven,  noch  de  een  boven  den  ander  gepriviligieerde 
„kwartieren  bevare,  want  de  handel  der  Portugezen  hier  te 
„  lande  is  van  geheel  andere  natuur  als  die  van  de  Compagnie , 
„  en  het  ware  niet  vreemd  indien  wy  defi  handel  in  Jfalakica  aan 
,j  particulieren  geheel  openstelden ,  mits  slechts  voor  de  Comp. 
„wierd  voorbehouden  de  peper,  de  diamanten,  de  besoar,  het 
„goud,  de  amber,  de  paarlen  en  een  gedeelte  van  de  tin.  Wg 
„  zeggen  alleen  in  Malakka,  maar  daartoe  zou  het  dan  ook 
„  noodig  zijn ,  dat  treffelijke  particuliere  personen ,  of  hunne 
„factors  uit  Nederland  overkwamen,  opdat  aan  den  Portugees 
„alleen,  niet  alle  voordeden  toevielen;  want  zeker  is  het,  dat 
„  de  Compagnie  niet  alles  kan  waarnemen ,  noch  by  vrede  of  ac- 
jjCoord,  aan  den  Portugees  en  de  inwoners  van  Bengale,  Koro- 
yjmandel  enz,  den  kleedenhandel  met  fatsoen  /can  verbieden.  Wij 
„zullen  dan  onze  gamisoenen  en  de  andere  onkosten  van  Ma- 
„lakka  uit  de  inkomsten  van  tollen  kunnen  vinden,  zooals  de 
„  staat  der  inkomsten  van  Malakka,  toen  het  nog  in  bloeijenden 
„stand  was,  ons  duidelijk  leert.  In  Batavia  zou  dan  de  handel 
„  op  den  ouden  voet  kunnen  worden  voortgezet  en  aan  die  van 
„  Java,  van  Sumatra's  westkust  en  Bomeo's  zuidzijde,  ten  einde 
„de  consumtie  op  Java  te  bevorderen,  de  vaart  op  Malakka 
„  worden  ontzegd,  voor  die  kooplieden  bovendien  zou  de  handel 
„  op  Batavia  voordeeliger  en  gemakkelgker  zijn,  omdat  zij  drie 
„  vier  en  meer  reizen  daarheen  kunnen  doen,  tegen  slechts  ééne 
„  reis  in  het  moesson  naar  Malakka. 


Digitized  by 


Google 


CXIX 


„Het  ontzag  en  de  eerbied,  dat  wy  door  deze  conqneste  he- 
rhalen is  niet  idleen  groot,  maar  baart  ook  voor  Gomps.  Yolk 
„en  middelen  vaste  en  goede  zekerheid.'*  ^ 

Alsof  de  grillige  fortuin  in  tegenstellingen  behagen  schiep, 
kwam  jnist  in  Jannarij  van  hetzelfde  jaar  1641 ,  bgna  op  het- 
zelfde oogenblik,  waarop  de  Nederlanders  in  het  verre  Oosten, 
Malakka  aan  de  Portngezen  met  geweld  ontnamen,  binnen 
'sGravenhage  de  tijding  aan,  dat  Portugal  door  eene  onver- 
wachte omwenteling,  zich  nit  de  handen  van  Spanje  had  los 
gewrongen  en  weder  als  zelfstandig  koningrijk  onder  Don 
Joan  IV,  was  opgetreden.  Korten  tgd  daarna  werd  die  tijding 
bevestigd,  door  een  aanzienlijk  gezantschap  van  den  nieuwen 
Portngeeschen  Koning,  die  vrede  en  verbond  aan  de  bgna  vrij- 
gevochten Nederlanden  deed  aanbieden. 

Reeds  op  den  22  Junij  1641  sloten  de  Staten-Generaal  der 
Vereenigde  Nederlanden,  met  het  herstelde  koningrgk  van  Por- 
tagal  een  traktaat  van  wapenstilstand  voor  tien  jaren.  Deze 
wapenstilstand  werd  dadelijk  van  kracht  verklaard  in  Europa, 
maar  voor  „de  gewesten  in  Oost-Indie  en  alle  plaatsen  en 
„zeeën,  behoorende  onder  het  district  van  het  octroy  door  de 
„Staten-Generaal  aan  de  Oost-Ind.  Gomp.  verleend,  zou  zij 
n eerst  één  jaar  na  de  ratificatie  in  werking  treden,  of  zooveel 
„vroeger  als  het  traktaat  in  Indie  mogt  zgn  afgekondigd.''  De 
vgandelgkheden  zouden  dan  terstond  in  Indie  ophouden.  Alle 
vorsten  en  volken  van  Oost-Indie  die  het  zouden  begeeren  en 
in  verbond  met  de  Ho.  Mo.  HH.  of  met  de  Ned.  Oost-Indische 
Comp.  stonden,  zouden  onder  dien  wapenstilstand  begrepen 
worden.  Overigens  zou  elk  van  beide  partgen  vrij  en  onbe- 
kommerd blgven  in  zijne  traktaten  en  contracten  met  Indische 
vorsten  of  volken  gesloten,  en  zoude  elk  in  Indie  zijn  gebied 
en  de  plaatsen  in  zgn  bezit  behouden  op  den  voet  van  het  „  Uti 
poesidetis",  ten  tijde  der  afkondiging  van  het  traktaat  in  Indie.  ^ 

1.  Zie  hieracliter  N».  XXXIX  der  gedr.  atukkeo. 

2.  CfJAitsema,  Saken  rm  staet  en  oorlogh,  20rte  boek,  bladz.  730  en  2l8te 
Wc,  Uadi.  768,^mtgaye  vsn  1869,  folio. 


Digitized  by 


Google 


cxx 

Intosschen  had  de  Hooge  Begering  te  Batavia ,  vooral  sedert 
1637  weder  aaagevangen  met  ondememingen  tegen  het  gebied 
der  Portugezen  op  Ceylon.  Zy  was  te  dien  einde  in  een  nienw 
verbond  met  den  Badja  Singa  van  Kandia  getreden^  en  weldra 
waren  Battikalao^  Trinkonomale^  Ngombo  en  ook  Gale  met  de 
districten  van  Gale  en  Mature  aan  de  Portugezen'  ontweldigd. 
Doch  er  kwam  een  keer  in  dien  voorspoed;  één  der  Neder- 
landsche  bevelhebbers  ^  Coster,  werd  door  de  Singhalesen  ver- 
moord; Ngombo  werd  weder  door  de  Portugezen  herwonnen 
en  Badja  Singa  door  hen  verslagen.  Juist  hadden  de  zaken 
der  Oost-Ind.  Comp.  op  Ceylon  eene  minder  gunstige  wending 
genomen ;  toen  het  in  Europa  tusschen  de  Nederlanden  en  het 
weder  onafhankelyke  Portugal  gesloten  traktaat  van  wapen- 
stilstand ^  in  Indie  bekend  werd.  Zoolang  die  tgding  niet  langs 
officieelen  weg  tot  de  Hooge  Begering  te  Batavia  gekomen  was, 
weigerde  deze  dien  wapenstilstand  te  erkennen;  maar  toen  ein- 
delijk het  te  'sHage  gesloten  traktaat  in  behoorleken  vorm  in 
Indie  was  afgekondigd,  beging  de  Portugesche  Onderkoning 
den  staatkundigen  misslag  van  op  zijne  beurt  den  wapenstil- 
stand niet  te  willen  aanvaarden,  op  grond  van  een  opgeworpen 
verschil  over  zekere  grensscheiding  op  Ceylon.  De  vyandelijk- 
heden  werden  dus  voortgezet  en  de  Hooge  Begering  te  Batavia, 
de  Nederlandsche  bevelhebbers  voor  Goa  en  op  Ceylon,  die 
niet  dan  met  weerzin  de  vijandelijkheden  tegen  Portugal  had- 
den zien  staken,  maakten  van  de  hun  aangeboden  gelegenheid 
ijverig  gebruik,  om  alle  de  op  Ceylon  en  in  de  wateren  van 
Goa  geleden  verliezen  te  herstellen. 

Eerst  op  den  Uden  November  1644,  nadat  de  raad  van 
Indie  Joan  Maetsuicker  in  plegtig  gezantschap  naar  Goa  geto- 
gen was,  kwam  eene  capitulatie  en  voorloopige  wapenschor- 
sing  voor  geheel  Indie  tusschen  de  Nederlandsche  Compag- 
nie en  den  Portugeschen  vice-rey  tot  stand,  onder  beding 
evenwel,  dat  de  uitspraak  over  de  gerezen  geschiUen  aan  de 
twee  betrokken  sonvercinen  in  Europa  zou   worden  overgela- 


Digitized  by 


Google 


CXXl 

ten.  '  Die  eindnitspraak  had  in  het  volgende  jaar  plaats  ^  in 
den  Torm  van  een  traktaat  ^  dat  op  den  27sten  Maart  1645 
tosschen  de  gevohnagtigden  des  Konings  van  Portugal  en  van 
de  Ho.  Mo.  Heeren  Staten-Generaal  te  'sGravenhage  geslo- 
ten werd. 

Na  de  yeroyering  van  Malakka;  schreef  van  Diemen  aan  het 
opperbestnnr,  „de  Mataram  moet  na  onsen  vmnt  worden'';  en 
het  duurde  dan  ook  niet  lang  of  die  gebeurtenis  deed  inderdaad 
haren  invloed  op  de  verhouding  tusschen  de  Hooge  Begering  te 
Batavia  en  den  Soesoehoenan  gevoelen.  Nadat  de  voorstellen 
van  den  Soesoehoenan  tot  het  aangaan  eener  of-  en  defensieve 
allifflitie,  door  middel  van  den  regent  van  Tagal  aan  den  Gou- 
remeur-Gkneraal  te  Batavia  in  1638  gedaan  ^  niet  dan  met  veel 
terughouding  waren  aangehoord,  bleven  de  onderhandelingen 
tusschen  den  Soesoehoenan  en  Gouvemeur-Oeneraal  en  Baden 
wel  weder  voor  een  tijd  lang  gestaakt ,  doch  feitelijk  scheen  er 
sedert  dien  tijd  een  stilstand  van  wapenen  te  worden  in  acht 
genomen.  „Te  water  noch  te  lande",  schreef  de  Hooge  Bege- 
™&>  „wordt  eenig  onheil  vernomen,  de  aanvoer  van  rijst  uit 
„Java  gaat  geregeld,  zoodat,  om  zoo  te  zeggen,  wy  in  vrede 
„met  den  Mattaram  leven,  niets  gebreekt  er  dan  de  relaxatie 
„der  gevangenen."  ^  De  Soesoehoenan  werd  bovendien  elders 
bezig  gehouden,  hg  maakte  zich  destijds  meester  van  Balam- 
boeang  en  van  de  geheele  oostkust  van  Java  en  deed  zel&  een 
inval  op  Bali.  ^  Na  afloop  dezer  krijgsbedrijven  sch^nt  de  Soe- 
soehoenan z^e  aandacht  weder  meer  op  het  westen  van  Java 
te  hebben  gevestigd,  ten  minste  men  vindt  in  1641  berigt,  dat 
h^  toen  de  Préangerlanden  weder  deed  bevolken  en  de  Era- 
wangsche  velden  met  veel  rijst  deed  beplanten.    Dat  Hagoeng 


1.  Dexe  capitulatie  te  Goa  op  deQ  lldea  November  1644  toMchen  Johan  Maet- 
wycker  en  den  rice-rey  Joao  da  Silva  Tello  de  Meneses  gesloten,  bevindt  zich  nog 
onder  de  traktaten  m  bet  R^ks-Archief;  zy  wordt  door  Klnit  in  zgnen  Index  Chro- 
Dologiens  niet  vermeld. 

2.  Zie  gen.  miasive  12  T)ecemb«  1641,  n<>.  XXXIX. 

3.  Zie  gen.  miaaivc  18  December  1639,  n».  XXXVJ. 


Digitized  by 


Google 


CXXII 

omstreeks  dien  tijd^  weder  iets  tegen  Bantam  of  Batavia  be- 
raamde kan  ook  daamit  worden  afgeleid;  dat  hg  meer  dan 
vroeger  naanwe  betrekkingen  met  Palembang^  den  erfelijken 
v^and  van  Bantam  onderhield.  De  vorst  van  Palembang  deed 
zelfs  eene  hofreis  naar  Earta  en  werd  aldaar  door  den  Soesoe- 
hoenan  met  groote  eerbewgzen  ontvangen.  De  invloed  van  Ha- 
goeng  werd  zoowel  te  Palembang  als  in  Djambi  zóó  groot^  dat 
het  volk  en  de  middelen  der  Nederlandsche  Gomp.  niet  meer 
veilig  op  die  plaatsen  werden  geacht.  Toen  eindelgk  de  Soe- 
soehpenan^  onder  voorwendsel  van  den  vorst  van  Palembang 
huiswaarts  te  doen  geleiden ,  eene  aanzienlgke  scheepsmagt  naar 
de  oostkust  van  Somatra  zond/  meende  de  Nederl.  Indische 
r^ring;  dat  het  noodzakelgk  was  om  den  invloed  van  den 
Soesoehoenan  aldaar  te  fnuiken  en  het  ontzag  voor  de  Gomp. 
te  handhaven.  Zij  liet  om  die  reden  de  scheepsmagt  van  den 
Soesoehoenan  aantasten  en  uit  die  wateren  verjagen.  Hierdoor 
kwam  de  vorst  van  Palembang  weder  tot  rust;  verliet  hg  de 
zgde  van  Matiuram  om  tot  die  van  de  Nederl.  Gomp.  terug  te 
keeren.  ^  Ook  in  de  gebeurtenissen  op  BomeO;  schgnt  zich  te 
dezer  tijde  de  woelige  en  heerschzuchtige  Soesoehoenan  weder 
te  hebben  gemengd;  althans  in  1641  wordt  berigt;  dat  het  rijk 
van  Martapoera  hem  in  leen  werd  opgedragen. 

De  inneming  van  Malakka  door  de  Nederlanders;  bragt  ech- 
ter aan  het  gezag  en  den  invloed  van  den  Soesoehoenan  een 
groeten  slag  toe.  Malakka  was  het  broeinest;  waaruit  voort- 
durend haat  en  tegenstand  tegen  de  Nederlanders  werd  aange- 
stookt. Onafgebroken  waren  de  betrekkingen  geweest  tusschen 
Mataram,  geheel  oostelijk  Java  en  Malakka;  den  hoofdzetel  van 
Portugals  magt  en  invloed  in  den  Archipel  en  op  de  kusten  van 
Ghina.  Nu  die  hoofdplaats  onder  het  gebied  der  Nederlandsche 
Gomp.  gebragt  waS;  „deed  deze  verovering",  zooals  de  Hooge 
Regering  schreef;  „  vele  Indische  princen  ommesien  en  op  hunne 
;,  hoede  sgn."    Voor   een  oogenblik  meenden  de  EngelscheU; 

.  1.    Zie  gen.  misfiTe  23  December  1642,  n».  XL. 

Digitized  by  VjOOQ IC 


CXTIII 

meer  yenmld  met  begeerte ;  dan  toegemst  met  magt;  om  de 
Nederlander»,  te  benadeelen,  dat  zij  de  rol,  welke  de  Portu- 
gezen van  Malakka  in  den  Archipel  en  op  oostelgk  Java  had- 
den gespeeld  zonden  kunnen  overnemen. 

De  president  van  de  Engelsehen  te  Bantam  zond  met  dat 
doel  in  1642  een  gezantschap  aan  den  Soesoehoenan ,  om  hulde 
te  bewyzen,   geschenken  en  diensten   aan  te  bieden  aan  den 
Javaanschen  vorst,  en  tevens  om  het  eiland  Banka,  van  hem 
voor   de  Engelsehe  Comp.  te  verwerven,  opdat  eene  vestiging 
der  Elngelschen  op  dat  eiland,  in  de  plaats  zou  kunnen  treden 
voor  de  verloren  stelling  der  Portugezen  te   Malakka.  ^     De 
Engelsehe  gezant  meende  een  middel  te  hebben  gevonden  om 
zich  in  de  gunst  des  Soesoehoenans  te  dringen.    Sedert  lang 
koesterde  de  Soesoehoenan   het  voornemen  om   een   voornaam 
Arabisch  Imam,  met  eenige  Javaansche  priesters  en  hof  groe- 
ten en  een  kostbaar  geschenk  aan  den  opperpriester  te  Mekka 
af  te    vaardigen.     Vroeger   reeds   had   de   regent   van   Tagal 
b§  de  Hooge  Begering  te  Batavia  aanzoek  gedaan,  of  zij  dat 
gezantschap  naar  Mekka  op  schepen  der  Nederl.   Comp.   zou 
willen  doen  overbrengen.    Het  Nederl.  Indische  bestuur  hoopte 
voor  dit  dienstbetoon,   waarop   de   Soesoehoenan   groeten  prgs 
scheen   te  stellen,   de  vrgheid  der  Nederlandsche  gevangenen 
in  ruil  te  verkrggen;  maar  de  Engelsehe  gezant  ontnam  alle 
nitzigt  op  de  verlossing  van  de  ongelukkige  gevangenen  langs 
dien  weg,  toen  hij   aan  den  Soesoehoenan  het  aanbod  deed, 
van  op  een  Engelsch  schip  het  Javaansche  gezantschap  naar 
Mekka  over  te  voeren.    Gretig  maakte  Sultan  Hagoeng  van  dat 
aanbod  gebruik  en  de  Arabische  opperpriester  met  de  overige 
Mahomedaansche  priesters,  Javaansche  groeten  en  het  geschenk 
Yoor  Mekka,  werden  ingescheept  op  het  Engelsehe  schip  de 


1.  D»t  eeitydt  het  r^k  van  Mataram  snzereioiteit  over  Banka  uitoefende,  werd 
QülaDgs  nog  bewexen,  door  een  piagem  op  B«nka  gevonden  en  vemeld  in  de  notalen 
jan  de  Bestnnnyergadering  van  het  Bataviasche  Genootschap  van  kunsten  en  weten - 
'•Aappen,  dd.  2S  April  186S,  deel  VI,  hlad«r  36. 

Digitized  by  VjOOQ IC 


OXXIY 

Refonnation.  De  Engelsehen  padden  tevens  niets  yerzoimd  om 
den  Soesoehoenan  in  zgne  ygandeiyke  gezindheid  tegen  de  Ne- 
derlanders te  stgven. 

Intnsschen  hadden  Goavemenr-Generaal  en  Raden  te  Batavia 
door  geheime  briefwisseling  met  de  gevangen  Nederlanders  in 
het  rgk  van  Mataram^  van  deze  intrigne  der  Engelsehen  berigt 
gekregen.  De  noodzakel^kheid  om  den  weder  opkomenden  invloed 
der  Engelsehen  op  Java  te  stuiten,  seheen  aan  de  Hooge  Be- 
gering te  Batavia  te  dringend  en  de  kans,  om  zich  een  waardig 
onderpand  te  verschaffen,  voor  de  vrgheid  der  gevangen  Neder- 
landers te  gonstig,  om  zich  lang  en  naanwgezet  met  beschou- 
wingen over  het  volkenregt  op  te  houden;  het  Engelsche  schip 
de  Beformation  werd  op  last  van  Gouverneur-Generaal  en  Baden 
door  Nederlandsche  schepen  opgewacht,  aangeklampt,  doorzocht 
en,  hoewel  niet  zonder  hevigen  tegenweer  der  Javanen,  werden 
de  Arabische  Imam,  de  twee  andere  Mahomedaansche  priesters 
en  het  geschenk  voor  Mekka  bestemd  er  uit  geligt  en  naar 
Batavia  overgebragt.  De  poging  der  Engelsehen  om  invloed  by 
den  Soesoehoenan  te  verwerven,  werd  hierdoor  geheel  vergdeld; 
de  Hooge  Begering  hoopte  nu  tevens  het  middel  in  handen  te 
hebben,  waardoor  de  vrgheid  der  Nederlandsche  gevangenen 
zou  worden  verkregen ;  maar  de  Soesoehoenan  liet  zich  ook  nu 
niet  tot  die  invrgheidstelling  bewegen ;  integendeel  de  voornaamste 
der  gevangen  Nederlanders,  Antonio  Paulo  werd  korten  tgd  daarna 
op  last  van  Hagoeng  ter  dood  gebragt. 

De  eerste  staatsdienaar  des  Soesoehoenans,  Ngabehi  Djoero 
Antoko,  zocht  in  een  brief  aan  den  te  Batavia  gevangen  opper- 
priester, die  nu  ook  voor  zijn  eigen  leven  bevreesd  werd,  de 
doodstraf  aan  Antonio  Paulo  gepleegd,  te  regtvaardigen,  door 
de  bewering,  dat  deze  zich  aan  tooverij  had  schuldig  gemaakt. 
Tevens  opende  de  rijksbestierder  in  dien  brief  het  uitzigt,  dat 
de  overige  Nederlandsche  gevangenen  weldra  zouden  worden 
vrggegeven.  Die  hoop  werd  echter  nu  evenmin  als  vroeger 
verwezenlgkt  en  het  duurde,  nog  drie  jaren,  eer  eenige  veran- 


Digitized  by 


Google 


CXXT 

dering  in  de  yerstandhouding  tusscben  Batavia  en  den  Soesoe- 
hoenan  zich  vertoonde.  Geurende  dien  tgd  van  stilstand  en 
wederzgdsche  terughouding^  werd  in  1644  eene  gevaarlgke 
zamenzwering  te  Batavia  ontdekt;  waarin  naar  het  gevoelen 
der  Hooge  Regering  o«)k  de  Sultan  van  Bantam  en  de  Soesoe- 
hoenan  betrokken  waren.  Aan  het  hoofd  van  deze  zamenzwe- 
ring stonden  drie  personen ,  een  gewezen  kapitein  der  Javaan- 
sche  bevolking  van  Batavia  ^  een  afstammeling  uit  het  geslacht 
van  den  laatsten  regent  van  Jakatra  en  nog  een  Javaan  van 
minder  aanzien.  Deze  drie  hadden  het  voornemen  opgevat 
oni;  ondersteund  door  90  andere  Javanen  van  Bantam  en  Ba- 
tavia, den  Gouvemeur-Gleneraal  van  Diemen  te  vermoorden , 
binnen  het  kasteel  en  in  de  stad  amok  te  maken  en  de  stad 
dan  in  brand  te  steken.  Bg  het  onderzoek  van  deze  zaak, 
kwam  het  aan  den  dag,  dat  de  zaamgezworenen  sedert  gerui- 
men  tijd  verstandhouding  hielden  met  eenige  Javaansche  hoof- 
den in  het  Bantamsche  en  in  het  gebied  van  Mataram.  De 
Hooge  Begering  meende ;  dat  ook  de  Pangéran  van  Bantam 
en  de  Soesoehoenan  zelven  in  deze  zamenzwering  de  hand 
hadden  gehad ,  hoewel  dit  uit  het  geregtelijk  onderzoek  niet 
duidelijk  bleek.  ^ 

De  verwijdering  tusscben  Batavia  en  Mataram  bleef  voort- 
duren^ tot  dat  in  1646  onverwacht  daarin  eene  wending  kwam, 
tengevolge  van  den  dood  zoowel  van  den  Gouverneur- Generaal 
van  Diemen  als  van  den  magtigen  Soesoehoenan  Hagoeng.  Op 
den  19den  April  1645  overleed  Antonio  van  Diemen  en  eenige 
maanden  later ,  in  de  laatste  dagen  van  ditzelfde  jaar  of  in  de 
eersten  van  het  volgende;  want  met  juistheid  is  dit  niet  be- 
kend; stierf  ook  de  groote  tegenstander  van  het  Nederlandsch 
gezag  op  Java;  de  Soesoehoenan  Hagoeng  Senopati.  De  opvol- 
ger van  van  Diemen  was  de  zwakke  Gornelis  van  der  Lijn; 
de  opvolger  van  Hagoeng  de  wreedC;  maar  niet  minder  zwakke 


1.     Reaol.  66.  en  Raden  29  Augustus  1644. 

Digitized  by  VjOOQ IC 


OXXVI 

Soesoehoenan  Mangkoerat.  Wat  de  kracht  tot  hiertoe  niet  ver- 
mogt^  zon  na  de  zwakheid  volbrengen. 

In  de  maand  Jnlg  1646  verscheen  te  Batavia  een  gezant- 
schap ^  door  den  rijksbestierder  van  den  nieuw  opgetreden  Soe- 
soehoenan afgezonden;  met  de  verklaring  dat  de  vorst  van 
Mataram  met  vurige  en  opregte  begeerte  tot  vrede  was  bezield , 
dat  de  vrede  ongetwijfeld  tot  stand  zou  komen  en  de  gevangen 
Nederlanders  in  vrijheid  zouden  worden  gesteld  ^  indien  slechts 
de  Nederlandsch-Indische  regering  van  hare  zijde  daartoe  de 
eerste  schrede  wilde  doen.  De  tijdelijke  voorzitter  van  den 
raad  van  IndiC;  Cornelis  van  der  Lgn,  gaf  aan  dat  aanzoek 
gehoor  en  zond  'sComps.  ontvanger  Sebald  Wonderaer  naar 
Samarang;  vergezeld  van  den  Arabischen  opperpriester  en  de 
overige  Javaansche  gevangenen,  en  met  al  het  geld  en  de  ge- 
schenken, welke  de  overleden  Soesoehoenan  voor  Mekka  had 
bestemd.  De  Nederlandsche  gevangenen,  waarvan  er  nog  33 
in  leven  waren,  werden  ditmaal  werkelijk  te  Samarang  losge- 
laten en  tegen  den  Arabischen  priester  en  de  overige  Javaan- 
sche gevangenen  uitgewisseld.  Kort  daarop  kwam  een  gezant- 
schap van  wege  den  Soesoehoenan  te  Batavia  aan,  dat  zes 
punten  voorstelde,  als  voorwaarden  waarop  de  vrede  tusschen 
de  Nederl.  Comp.  en  het  rgk  van  Mataram  zou  kunnen  geslo- 
ten worden. 

Deze  vredesartikelen  behelsden :  vooreerst,  dat  de  Hooge 
Begering  te  Batavia  jaarlyks  aan  den  Soesoehoenan  zou  doen 
weten,  welke  kleeden  en  zeldzaamheden  uit  andere  landen  te 
Batavia  waren  aangekomen,  en  dat  zij  bovendien  jaarlijks  aan 
den  Soesoehoenan  een  gezantschap  zenden  zou. 

De  bedoeling  van  den  Soesoehoenan  met  dit  artikel,  was  geen 
andere,  dan  zijne  hoogheid  en  suzereiniteit  tegenover  de  Neder- 
landers, door  hen  jaarl^ks  eene  hofreize  te  laten  doen,  ten 
minste  voor  het  oog  der  omliggende  vorsten,  te  handhaven.  De 
president  en  de  raden  van  Indie  zagen  ditmaal  in  dit  huldebetoon 
geen  bezwaar  en  stemden  onvoorwaardelijk  in  dezen  eisch  toe. 


Digitized  by 


Google 


CXXVII 

Het  tweede  punt  stelde  tot  voorwaarde  ^  dat  indien  de  Soe- 
soehoenan,  eenige  personen ^  hetzg  priesters^  hetzg  anderen, 
naar  verre  landen  wilde  doen  vervoeren ,  de  Nederlanders  die 
gezanten  op  hunne  schepen  zonden  moeten  overbrengen. 

Dit  artikel  had  de  strekking^  om  den  overvoer  van  gezantschap- 
pen en  aanzieniyke  pelgrims  naar  Mekka  aan  de  NederL  Comp.  op 
te  dragen.  De  Hooge  Begering  'nam  ook  deze  voorwaarde  aan. 

By  het  derde  en  vierde  punt  werd  de  invrijheidstelling  van 
de  gevangenen  en  de  uitlevering  van  overloopers  bepaald.  Ook 
hiertegen  bestond  geen  bedenking. 

De  twee  laatste  artikelen  werden  echter  niet  dan  onder  „  Umi- 
tatie  en  reserve''  door  de  Hooge  Begering  aangenomen. 

Bij  het  eerste  van  die  twee,  bg  het  vgfde,  stelde  de  Soe- 
soehoenan  den  onvoorzigtigen  eisch,  dat  de  Nederlanders  hem 
te  hulp  zouden  moeten  komen  tegen  zgne  vganden;  hij  zou 
he^lfde  doen  voor  de  Nederlanders.  Het  Ned.-Indisch  bestuur 
nam  dit  punt  slechts  aan  onder  voorbehoud,  dat  de  Nederland- 
sche  Comp.  hem  alleen  dan  zou  bijstaan  tegen  zijne  vijanden, 
indien  dezen  tevens  ook  vganden  waren  van  de  Compagnie. 

Het  zesde  en  laatste  punt  eindelijk,  dat  de  gezanten  van  den 
Soesoehoenan  voorstelden,  behelsde  de  voorwaarde,  dat  alle  koop- 
lieden, welke  tot  het  gebied  des  Soesoehoenans  behoorden  ^ 
zonder  belemmering  van  de  Nederl.  Comp.  vrg  op  alle  plaatsen 
met  hunne  koopmanschappen  zouden  mogen  varen  en  dat  ook 
de  Maleijers,  die  zich  naar  het  gebied  van  Mataram  begaven, 
daarin  niet  zouden  worden  verhinderd.  Ook  dit  gewigtige  punt, 
dat  in  naauw  verband  stond  met  de  handelsbelangen  der  Comp. 
gaf  de  Hooge  Begering  toe;  echter  onder  deze  beperking,  dat 
geen  Javanen  naar  Amboina,  Banda  of  Temate  zouden  mogen 
varen,  en  dat  die  welke  naar  of  langs  Malakka  hunne  reize 
namen,  Nederlandsche  passen  moesten  hebben. 

Op  deze  voorwaarden  werd  de  vrede  voorloopig  te  Batavia 
gesloten  en  nu  zond  de  Hooge  B^ering  op  nieuw  een  plegtig 
gezantschap,  met  rijke  geschenken,  naar  het  hof  van  den  8oe- 


Digitized  by 


Google 


cxxTni 

soehoenan,  ten  einde  dien  vorst  te  begroeten^  de  geteekende 
vredesartikelen  aan  te  bieden  en  de  ratificatie  er  van  te  beko- 
men. Voor  de  derde  maal  kwam  na  in  den  aanvang  van  1647 
een  gezantschap  van  den  Soesoehoenan  Mangkoerat  te  Batavia 
aan^  dat  behalve  brieven  en  geschenken  aan  den  Gonvemeur- 
(xeneraaly  ook  de  verlangde  ratificatie  van  het  vredestraktaat^ 
door  den  Soesoehoenan,  overbragt.  ^ 

Intnsschen  was  ook  een  nader  traktaat  van  vriendschap  en  tien- 
jarigen vrede  tosschen  het  Nederl.- Indische  bestaur  en  het  ryk 
van  Bantam  tot  stand  gekomen.  Wel  was  reeds  in  1639  de 
vrede  met  dat  rijk  getroffen;  maar  er  was  toen  geen  melding 
gemaakt  van  voorwaarden;  men  had  zich  bepaald  tot  de  afkon- 
diging van  den  vrede  in  onbepaalden  vorm,  op  den  voet  van 
dien  van  1629. 

'  Kort  vóór  zijn  dood,  in  1645,  was  de  Gk)uvemeur-€teneraal 
van  Diemen  op 'nieuw  in  onderhandeling  getreden  met  de  beide 
Sultans  van  Bantam.*  Comelis  van  der  Lijn  en  de  raad  van  Indie 
zetten  het  aangevangen  werk  voort;  er  werden  vredes-artikelen 
ontworpen,  die  weldra  door  beide  partijen  werden  goedgekeurd 
en  bekrachtigd.  Die  artikelen  behelsden  de  voorwaarden,  dat 
men  aan  elkander  alle  vlugtelingen,  uitgewekenen  en  overloo- 
pers  zou  uitleveren  en  dat  men  „  elkander  als  opregte  vrienden 
„  in  alle  zwarigheden,  die  aan  één  van  beiden  mogten  over- 
„  komen,  behoorlijk  bystand  en  hulp  verleenen  zou."  *  Dat  dit 


1.  Zie  hierachter  de  gen.  missive  dd.  15  Jaonarij  1647;  de  missiTen  vau  G6.  ea 
Raden  van  Indie,  aan  Toemenggoeng  Wiro-Ooeno,  dd.  19  Juiy  1646;  aan  den  Soe- 
soehoenan zelven,  dd.  25  Oct.  1646;  nog  eene  missive  aan  Wiro-Goeno,  dd.  25  Oct. 

1646,  en  eindelijk  nog  eene  missive  van  den  6G.  aan  den  Soesoehoenan,  dd.  4  Febr. 

1647,  NO.  XLVIII— XLVIIIe  der  gedrukte  stukken. 

2.  Het  hiykt  nit  de  stukken,  dat  omstreeks  dezen  tyd  het  bestuur  over  Bantam 
door  twoe  vorsten  gevoerd  werd;  door  een  oaden  en  e^  jongen  Sultan. 

3.  Zie  hierachter  missive  dd.  17  Dec.  1645  en  het  contract  van  vrede  in  resol. 
GG.  en  R.  dd.  2  en  18  Sept.  1645,  No.  XLVI  en  XLVII. 

Indien  men  Valentyn  in  zgno  beschryviug  van  Bantam  (Bantamsp  zaken)  vergelfjkt, 
met  hetgeen  de  onuitgegeven  stukken  van  het  Kol.  Archief  ons  berigten ,  dan  bespeurt 
men,  hoe  weinig  betrouwbare  mededeelingen  Valentyn  geeft. 


Digitized  by 


Google 


OXXDC 

y^bond  slechts  gedurende  tien  jaren  van  kracht  sou  syn,  schgnt 
daaman  te  moeten  worden  toegeschreven;  dat  het  den  regtzin- 
nigen  Islamiet  niet  geoorloofd  is,  yoor  altgd  zich  tot  Trede  en 
yriendschap  jegens  een  EaflBr  te  verbinden. 

Zoo  was  dan  nn  eindelgk  na  een  schier  ona%ebroken  strgd 
YBSï  bgna  30  jaren  (1619 — 1647)  het  Nederlandsch  gezag  in 
vrede  te  Batavia  gevestigd. 

Die  vestiging  der  Nederlanders  op  het  grondgebied  van  het 
eiland  Java  was  nn  niet  meer  alleen  een  feit;  zg  kreeg  nn  ook 
een  regl  van  bestaan,  door  de  plegtige  verbonden;  welke  de 
twee  aanzienl^kste  vorsten  van  Java,  de  Sultan  van  Bantam 
in  het  westen;  de  Soesoehoenan ;  de  magtige  gebieder  in  het 
oosten  des  eilands;  met  de  Hooge  Begering  te  Batavia  hadden 
gesloten. 

Na  kon  Batavia  zich  rustig  en  in  vrede  ontwikkelen ;  maar 
nn  ook  was  de  eerste  schrede  gezet;  op  den  weg,  diedeNedar- 
landsche  Gompo^C;  ook  zelfs  tegen  haren  wil;  leiden  zou  tot 
uitbreiding  van  het  NederlandiEM^h  gezag  op  Java;  want  naauw- 
Igks  30  jaren  later  beriep  zich  de  Soesoehoenan  op  het  5de 
artikel  van  het  in  1646  gesloten  vredestraktaat  en  verzocht  hg 
van  de  Hooge  Begering  te  Batavia  hulp  tegen  zgne  v^anden. 
Beeds  bg  die  eerste  gelegenheid  breidden  het  grondgebied  der 
Compagnie  en  het  Nederlandsch  gezag  op  Java  zich  uit. 

Meer  nog  dan  op  Java  zelve  waren  daarbuiten;  onder  de 
leiding  van  Antonio  van  DiemeU;  de  magt  en  de  luister  der 
Oost-Indische  Gomp.  verhoogd;  hare  staatkundige  en  handels- 
betrekkingen uitgebreid;  was  hare  invloed  versterkt.  Op  Geylon 
hadden  de  Nederlanders  vasten  voet  en  belangrgke  handels- 
voordeden  verkregen;  daaruit  ontwikkelde  zich  meer  en  meer 
de  handel  op  de  kusten  van  Eoromandel  en  van  Malabar.  Met 
PerziC;  Soeratte  en  Hindoestan  werd  een  levendig  verkeer 
onderhouden.  Malakka  was  voor  de  wapenen  der  Nederlanders 
gevallen ;  dientengevolge  moesten  onverm^delgk  de  invloed  en 
de  handelsbetrekkingen  der  Nederlandsche  Gomp.  zich  versprei- 
V.  IX 

Digitized  by  VjOOQ IC 


OIXX 

den  over  Smnatia  en  de  omliggende  kosten  en  eilanden.  Zielfii 
uit  de  binn^danden  van  Achter-Indie  kwamen  gezantsehappen 
naar  Batam.  Gtowigtig  voor  den  handel  met  Gbina^  J^Nin  en 
een  groot  gedeelte  van  de  Indo-Cbineache  zee,  was  vooral 
in  den  laatsten  tgd,  de  bezetting  van  het  eiland  Formosa  ge- 
worden. 

Het  gezag  der  Compagnie  deed  zich  ock  door  de  wapenen^ 
meer  en  meer  over  dat  dland^  over  het  nab^gelegen  Gouden 
Lieeaws-eiland  en  over  Qaölang  gelden.  In  Japan  was,  wel  is 
waar,  de  handelskring  der  Nederlanders  beperkt  binnen  de 
grenzen  van  Desima;  maar  ook  Iriimen  dien  engeren  kring, 
dreef  de  Comp.  een  voordeeligen  handel,  waartoe  fS^  met  nit- 
slnitmg  van  alle  andere  Europeanen  de  vergunning  behouden 
had.  De  vorsten  en  volken  op  de  Molokken  en  inzonderheid  op  het 
eiland  Amboina,  die  tegen  het  wanbestnnr  van  eenige  opvolgende 
Nederlaadsche  landvoogden,  in  verzet  waren  gekomen,  waren 
door  de  gverige  zorgen  van  van  Diemen  weder  tot  rost  ge- 
taragt  Het  gezag  en  de  kracht  van  het  monopoliestebel  d^ 
Comp.  in  die  specer^gewesten ,  werden  door  van  Diemen  nog  meer 
uitgebreid  en  versterkt.  Roemrgke  ontdekkingstogten,  door  de 
Nederlandsche  namen  van  Tasmania,  Nieuw-HoUand,  Nieaw- 
Zeeland  en  van  Diemensland  vereeuwigd,  werden  op  last  van 
van  Diemen  ondernomen,  terwQl  onbestemde  geruchte  van  een 
onui^uttelgk  goudknd  ten  noorden  van  Nieuw-Spanje  en  ten 
oosten  van  Japan  gelegen,  hem  lokten  tot  uitzending  van  sche- 
pen, om  het  in  onze  dagen  eerst  ato  goudrgk  bekmd  gewor^ 
den  Califomie  op  te  zoeken»  * 

Wel  verre  dat  deze  uitbreiding  van  gezag,  dat  alle  deze 


1.  Zie  oyeir  de  ontdekkiiig  vttn  kei  ^nidlancl  ö.  ft. :  Jk  laiseo  cUr  ^édérluiJfléé 
naar  het  Zaidland  of  Nieuw-HoUand  in  de  17de  en  18de  eeuw,  door  P.  A.  Lenpe. 
Aïntterdam,  1868,  t^j  de  Wed.  G.  Hukt  van  Keden.  —  Hét  eerste  berigt  omtrent 
CaUfornie  als  goodland  werd  door  sekeren  Willem  Verstegen,  in  1635,  sehrifteMjk aan 
de  Hooge  Regering  te  Batavia  medegedeeld;  dat  berigt  berost  nog  in  het  Bftkt-Axchief. 
Ingek.  brieven  nit  Oost-Iiid.  pattd,  1»  1686* 


Digitized  by 


Google 


OXXXI 

ondememiiigen  door  yan  Diemen  aangeTangen  of  Toortgezet, 
nadeel  toelmgten  aan  de  geldmiddelen  in  Indie,  toonden  de 
boeken  in  Indie,  jaarlgks  belangrijke  ovenraigten  aan.  ^ 

De  stad  Batavia  gtond  niet  meer  ten  laste  van  de  Compagnie^ 
zg  dekte  zehe  hare  koeten^  met  élk  jaar  nam  tg  in  Uoei  en 
nitgeatrektheid  toe;  waar  vroeger  leguanen  en  krokodillen  ver- 
blgf  hidideny  lag  mra  nn  grachten  aangel^^  steenen  hnizen 
verfgzen,  eene  achool  op  de  Tggersgracht  gesticht /een  kerk  op 
kost»  van  van  Diemen  zelven  gebonwd,  en  bmten  de  wallen 
en  graehten  weiden  de  bosschen  omvergehaald^  de  djatiboomen 
tot  timmeriioiit  verwerkt ,  de  velden  onder  ploeg  en  patjol  in 
knltnnr  gebragt  en  door  Chinezen  en  Europeanen  met  rgst  en 
suikerriet  beplant  De  onveiligheid  van  Batavia's  omstreken 
'had  opgdumden,  politie  en  justitie  beschermden  ook  hem,  die 
binten  Batavia  zgne  woonplaats  koos.  De  verspreide  verorde- 
mng^i;  welke  in  den  Nederlandsch-Indisohen  staat  van  kracht 
waren  y  werden  op  last  van  den  GtouvemOTr-G^eraal  en  Baden 
van  Indie  bgéénverzameld;  naar  de  onderwerpen^  waarop  a^ 
betrekking  hadden ,  gerangschikt  en  onder  den  titel  van  Bata- 
viasche  Statuten  tot  één  gehed  te  zamen  gevoegd.  ^ 

Slaan  wg  nu  een  Uik  achterwaarts  en  zien  wg  terug  op  de 
dagen ;  waarin  de  eerste  scheepstogten  nsaa  Indie  werden  onder- 
ncHnen,  toen  Spanjaarden  en  Portugezen^  schier  alvermogend 
in  Indie ;  de  Nederlandsche  scheepvaarders  met  zeeroovers  en 
vrgbniters  gelgk  stelden ;  hoe  groot  was  dan  de  zegepraal  na  eene 
worstding  van  mim  50  jaren.  De  v^andelgkheden  tegen  den 
oudsten  vgand  der  Compagnie  waren  gestaakt^  omdat  het  naauw- 
Igks  herstelde  Portugal  vrede  en  vriendschap  te  'sGravenhage 


1.  In  Indie;  want  in  Nederland  sloten  de  boeken  meestal  met  een  kwaad  alot 

2.  Be  statuten ,  keoren  en  ordonnansen ,  b^eengebragt  op  last  van  den  Gonvemeur- 
Gc&eraal  Antonio  yan  Diemen  ende  Kaden  van  India,  dd.  1  Jol^  1642,  z^jn  door 
wfkn  den  kooi^eeraar  S.  Keyser,  in  druk  nitgegeven  in  het  lesde  deel,  6de  stuk; 
mevwe  ToIgroekB,  «<>.  1868,  Tan  de  Bijdragen  tot  de  taal-,  land-  en  Tolkenkunde  van 
NeerL-Indie}  nitgegeren  door  het  Kon.  Inatitant  van  taal-,  land-  en  volkenk.  v.  N.-I. 


Digitized  by 


Google 


oxxxn 

was  komen  afbidden;  het  fiere  Spanje ,  dat  weleer  de  Neder- 
landers als  kaaskoopers  en  kramers  verachtte  ^  stond  nn  gereed 
om  dat  vrggevochten  volk  als  onafhankelgke  natie  en  als  arbiter 
in  Europa  te  erkennen^  en  de  overige  Enropesche  mededingers 
in  Indie;  zij  waren  temggebragt  tot  een  toestand  van  volkomen 
magteloosheid* 

Toch  lagen  achter  al  dien  glans  en  luister^  in  de  schaduw, 
kiemen  van  bederf  verscholen;  die  wel  langzaam ^  maar  één- 
maal toch  zeker ;  zonden  opschieten.  Zg  sproeten  voomamelgk 
en  in  de  eerste  plaats  voort  nit  dep  grondlaag;  waarop  het 
geheele  gebouw  der  Compagnie  was  opgetrokken;  uit  het  be- 
krompen stelsel  van  monopolie  en  geheimhouding;  waaraan  in 
Nederland  met  hand  en  tand  werd  vastgehouden.  Dat  stelsel 
was  op  den  duur;  de  toekomst  zou  het  leereu;  onhoudbaar; 
nu  reeds  bleek  dit  uit  den  algemeenen  finantieelen  staat  der  Com- 
pagnie; welke  te  midden  van  voorspoed  en  hoewel  er  prachtige 
dividenden  werden  uitgereikt,  op  negen  boekjaren  er  zeven  met 
een  kwaad  slot  aanwees.  ^  Maar  het  kwaad  sproot  ook ,  voor  een 
gedeelte  ten  minste ;  voort  uit  de  handelingen  van  heu;  die 
met  de  toepassing  van  dat  stelsel  waren  belast. 

In  de  vergadering  der  Zeventien  Bewindhebbers  en  in  de  ver- 
schillende Kamers  van  de  Compagnie;  bg  wien  te  zamen  het 
opperbestuur  in  Nederland  berustte;  ontbrak  het  in  den  regel 
aan  vaste  beginselen  van  bestuur.  Er  heerschte  zekere  voor- 
liefde voor  kleinigheden;  er  was  weifeling,  zucht  tot  geldver- 
spilling, weelderige  inrigting;  dikwgls  ook  tot  bevordering  van 
eigen  of  plaatselijke  belangen;  bgna  altgd  eene  kwalgk  ge- 
plaatste toegevendheid  voor  ingeslopen  misbruiken.  Daarentegen 
koesterde  men,  juist  omdat  er  gemis  was  aan  openbaarheid, 
veeltgds  wantrouwen  en  achterdocht  jegens  de  Hooge  Regering 
in  Indie  en  zeker  de  ambtenaren  der  Compagnie;  bedienden 
noemde  men  hen  destgds,  gaven  in  Indie  niet  zelden  aanleiding 


1.    Zie  liieraehter  den  staat  onder  n».  XLIX. 

/Google 


Digitized  by  ^ 


oxxxin 

tot  zoodanige  geyoelens  yan  mistroaweD.  AIb  men  de  hande- 
lingen dier  mmbtenaren,  voor  zooverre  dat  mogelgk  is,  in  de 
archieyen  der  Compagnie  naspoort^  dan  ontdekt  men  te  dikwgls 
\sij  die  ambtenaren  gemis  aan  zedelgkheid  en  gebrek  aan  eer- 
Igkheid,  somtgds  zelft  bg  de  hoogstgeplaatsten  onder  hen.  Men 
treft  er  bovendien  afgonst^  nagyer,  twist  en  tweedragt  onder 
hen  aan^  zelfs  tnsschen  de  leden  der  Hooge  Begering.  Daaren- 
boven ontbrak  aan  de  Nederlanders  in  Indie,  met  uitzondering 
van  eenige  weinigen  ^  voldoende  kennis  van  de  taal,  de  zeden , 
de  gewoonten  en  de  behoeften  der  inlandsche  bevolking ,  op  wie 
zg  bovendien  als  regtzinnigen  Christenen  meenden  met  minachting 
te  mogen  nederzien.  Miskenning  en  verwaarloozing  van  de  belan- 
gen der  inboorlingen  waren  destgds  het  algemeene  kenmerk  van 
de  Eoropesche  staatkunde  in  overzeesche  bezittingen  of  volkplan- 
tingen en  aan  dat  kwaad  heeft  ook  de  Nederlandsche  Com- 
pagnie haar  aandeel  gehad. 

Hoewel  ook  in  Indie  de  kerkelgk-godsdienstige  vormen  naauw- 
gezet  werden  in  acht  genomen  en  in  de  officieele  brieven  „  de 
zalvinge  des  woords''  niet  achterwege  bleef,  was  er  een  te 
algemeen  gebrek  aan  die  dieperliggende  levensbeginselen,  waar- 
uit waarachtige  liefde  en  belangstelling  van  den  mensch  in  de 
menschheid,  pligtsbesef  en  pligtsbetrachtingy  onkreukbare  trouw 
en  eerlgkheid  voortspruiten.  Waar  die  levenssappen  worden 
gemist  of  niet  in  voldoende  hoeveelheid  aanwezig  zgn,  kan  geen 
maatschappg,  onder  welke  luchtstreek  ook,  op  den  duur  big  ven 
bestaan,  veel  minder  zich  gezond  ontwikkelen. 


Digitized  by 


Google 


Digitized  by 


Google 


Notalen  van  het  verhandelde,  tnsschen  de  verga- 
dering van  de  XVU  Bewindhebbers  der  Gen.  O. 
I.  C.  en  den  afgetreden  Gonvemenr  Oeneraal  Jan 
Pietersz.  Coen,  over  het  herstel  der  zaken  van  de 
Comp.  in  het  algemeen  en  meer  bgzonder  over  de 
invoering  van  een  gewgzigd  stelsel  van  handel  en 
bestuur.  1623—1626.  — 


Yebgadebikg  vak  DB  Kameb  dbb  Zbvbktibit. 

Adij,  9  October  1623. 

De  Hr.  Gouvem.  Gener.  Coen,  verschijnt  ter  vergaderinge  ende 
wert  bg  de  Seventhiene  verwillecompt ,  is  daema  op  het  versoeck 
van  den  heer  president  bij  den  hr.  genrL.het  rapport  begonnen,  waer- 
inne  des  anderen  daechs  is  gecontinueert ,  insgelycx  op  Woensdach 
den  Uden  Octobris  en  nae  veel  discoursen  over  en  weder  is  op  Don- 
derdach  den  12  Octobris,  in  deliberatie  gelegt  het  vertooch  van 
den  H'.  Gouvem.  Generl.  Coene,  't  welk  syne  £.  deed  tot  redres  van 
des  Comp'.  saecken  in  't  generael  soo  in  Indie,  als  by  consequentie 
hier  in  Nederlant:  zQnde  het  voorstel  van  Syn  £d.  dat  't  selve  redres 
sonde  zyn  te  bevorderen  door  vier  saecken  principalyck.  < 

Eerstelyck:  door  eene  goede  generale  effectuele  mesnagie  inindie, 
in  alle  oncosten  en  lasten  die  de  vereenichde  Comp.  op  desen  voeth 
jegenwoordich  is  dragende,  te  weten  aen  huyshouding  en  montcosten, 
aen  soldye ,  aen  reparatie  en  onderhoudt  van  schepen ,  aldaer  in 
Indien,  aen  fortificatien  en  aen  schenckagien,  die  veel  meerjaerlycx 
nu  comen  te  bedragen,  als  de  geheele  avance,  die  aldaar  in  ludie 
jaerlicx  can  werden  gedaen  by  den  binnenlantschen  handel,  by  de 
prinsen  op  den  vyant  en  by  het  jegenwoordich  incomen  van  de  landen  en 
plaatsen  door  de  Comp.  aldaer  gepossedeert  in  souverainiteyt,  waer- 
door  de  capitalen,  die  jaerlicx  uyt  Nederlandt  gesonden  worden,  ten 


CL  Deel  I  (IV),  blads.  279  eo  884  en  de  noten  aldaar  en  Uadi.  CXXXIX. 
V.  1 


Digitized  by 


Google 


deele  mede  werden  geconsomeert  en  de  comp.  gedurichlyek  door  de 
groote  lasten,  hier  in  Enropa  te  dragen  en  door  de  weynige  con- 
sumptie van  vendible  retooren  soo  werdt  beswaert,  dat  sonder  andere 
maniere  van  handel  ofte  directie,  de  comp.  verachterende  soo  hierin 
Nederlandt  als  in  Indie,  eyndeling  tot  een  finale  mine  sonde  comen 
te  vervallen.  Om  't  selve  voor  te  comen  en  ter  contrarie  de  comp. 
te  brengen  in  een  gewenschten  en  geluckigen  staet,  soo  in  't  regard 
van  de  Comp.  selffis ,  als  mede  in  't  regard  van  de  regering  deser 
gennieerde  Nederlanden,  soo  proponeert  de  heer  Grouvem'.  Generl. 
Goen  dry  ofte  vier  principale  middelen  tot  remedie:  eerstelyck  de 
voors.  generale  mesnagie  in  d'oncosten  van  Indien  sooals  vooren  is 
geseght  en  dat  die  werden  gepractiseert  aen  de  minste  en  aen  de 
meeste,  sonder  daervan  te  excipieren  de  respectieve  gouverneurs  van 
de  provintien,  de  directeurs,  raden  van  Indien,  nochte  oock  mede 
selfis  de  persoon  van  den  Grouvemr.  Genrl.  van  Indien,  daar  toe  hier 
uyt  het  land  ordre  ende  authoriteyt  gesonden  sal  worden. 

Ten  tweede  y  proponeert  S.  E.  d'aenplantinge  van  de  Colonien  en 
peuplatie  van  de  landen,  'sCompanies  souveraniteyt  toebehoorende 
en  by  name  Batavia  ende  de  landen  van  Jacatra,  Amboina  ende 
Banda  en  dat  dese  peuplatie  moet  geschieden  met  vrye  luyden  en 
met  slaven;  dat  de  slaven  in  Indien  vercregen  cunnen  worden  't  sy 
by  coop  of  by  oorloge  en  dat  de  vryluyden  sullen  syn  of  Indiaen- 
sche  natiën  of  Nederlanders,  die  beyde  aangelockt  en  daertoe  ge- 
noodicht  dienen  te  werden  by  goede  conditien,  concessien,  liberteyten 
en  privil^en,  en  alzoo  voomamentlyck  noodich  is,  dat  vele  Neder- 
landers in  Indien  becomen  mochten  werden,  soo  om  den  staet  door 
haer  te  versekeren,  de  principale  ambten  te  bedienen,  voorgangers 
te  zijn  van  andere  vryluyden,  om  de  slaven  te  gouvemeren  in  goede 
ordre  tot  hun  eygen  pro£^  en  welstandt  van  de  Comp.  in  alderhande 
aerbeyt,  hantwerck  en  neeringhe,  enz.,  en  om  vele  Nederlantsche  fa- 
milien  nae  Indien  te  locken,  proponeert  S.  E.  dry  middelen:  eerste- 
lyky  dat  alle  de  officieren  varende  nae  Oost-Indien  met  de  Comp*. 
schepen  haer  vrouwen  ende  kinders  sullen  gehouden  syn  mede  te 
nemen;  van  gelycke-  dat  sooveel  vryluyden  met  haere  vrouwen  en 
kinderen  buyten  maentgelden  met  des  Comp*.  schepen  jaerlicx  (naar 
Indie)  werden  gevoert,  als  eenichsins  doenlyc  ia;  doch  alsoo  op  die 
maniere  niet  genoech  familien  in  Indie  vercregen  connen  werden  soo 


Digitized  by 


Google 


3 

proponeert  ten  dien  eynde  voor  het  tweede  middel  j  dat  het  een  yeder 
nyt  deze  Nederlanden  onder  den  eedt,  artyckelbrieff  en  conditien  van 
de  Comp.  met  haer  eygen  particnlier  schip  off  schepen  sal  vrijstaan 
met  licentie  van  de  Comp.  na  Oost-Indien  te  varen»  mede  nemende 
al  anlcke  waeren  als  haer  by  de  Comp.  geaccordeert  sal  worden , 
en  voor  het  derde  middel  proponeert,  dat  alle  inwoonden  van  Batavia, 
Amboyna  en  Banda  het  vry  sal  staen  met  haere  schepen  en  capita- 
len  voor  haer  particnlier  te  handelen  en  te  negotieren,  tsy  in  eenige 
qoartieren  van  Indie  alleen,  ofte  oock  overal  soo  als  't  best  geraden 
sal  wezen,  mits  dat  sy  geen  retonren  naer  Nederlandt  of  Europa 
sollen  mogen  senden,  maer  deselve  vercoopen  aen  de  Nederlantsche 
Comp.  aldaer  tot  een  seeckeren  prijs  en  mits  dat  sy  betalen  behoor* 
lycke  tollen  en  lasten  als  na  coostnme,  't  welck  de  h'.  Gonvem'. 
GenerL  Coen  met  verscheyden  redenen  verthoont ,  dat  can  geschieden 
zonder  prejuditie  ende  sonder  schade  voor  de  Comp. ;  maer  ter  contrarie 
tot  versekerheyt  ende  groot  voordeel  van  de  Comp.  want  dat  interim  by 
de  Comp.  den  binnenlantschen  handel  mede  nevens  de  vrylnyden ,  sal 
waiergenomen  werden  sooveel  als  noodich  is ;  want  datgene  de  vrylnyden 
Goopen^  aldaer  aen  de  Comp.  sal  moeten  by  deselve  overgelaten  worden 
tot  eenen  civilen  en  gestelden  prijs ;  want  dat  door  dese  vrye  navigatie 
en  binnenlantschen  handel  voor  de  vrylnyden,  veel  familien  naar  Indie 
aCTgelockt  wordende,  de  plaetsen  sullen  worden  gepeupleert  en  't 
incomen  van  't  landt  sullen  vermeerderen  uyt  de  tollen ,  impositien 
en  andere  voorbaten ,  invoege  dat  uyt  deselve  incomen  alle  d*oncosten 
van  Indie  sullen  connen  worden  daeruyt  betaelt  met  avance  en  over- 
schot^ sulcx  dat  daerby  sonder  comparatie  veel  meer  gewonnen  sal 
worden  als  verloren,  by  't  missen  van  den  binnenlandschen  handel, 
waerdoor  Syne  E.  verscheyden  voordeden  aenwyst;  ten  derden,  tot 
redres  van  den  staet  van  Indie,  de  bevorderingh  van  den  Chineschen 
handel,  waertoe  nu  aireede  een  fort  in  Pehoe  op  d'eylanden  Pisca- 
dores,   recht  over  Chincheo   is  begrepen,  dat  daertoe  bequaem  en 
suffisant  is,  soodat  in  d'een  maniere  of  d'andere  voorseker  de  handel 
van  China  voor  ons  becomen  sullen,  daerdoor  alsdan  dese  naervol- 
gende  voordeden  becomen  sullen ,  te  weten :  vermeerdering  van  den 
binnenlandschen  handel  in  't  coopen  en  vercopen  aen  de  Chinesen , 
venneerderingh  van  de  jaerlycxsche  retonren  naer  Nederlandt  in  ver- 
seheydenheyt  van  Chinesche  waren ,  het  voordeel  en  profijt  van  den 


Digitized  by 


Google 


handel  met  Chinesche  waren  op  Jappon  en  door  geheel  Indien  met 
seer  goede  avance,  en  eyndelingh  dat  daerdoor  den  handel  van  de 
Portngesen  nyt  Maccan  en  der  Castilianen  uyt  Manilha  t'eenmael  ge- 
roineert  sal  werden,  waerdoor  de  Molacqnes  by  den  vyandt  verlaten 
gal  moeten  worden  etc. ,  waardoor  de  Comp.  de  proffyten  en  het 
land  groote  eere  isal  becomen.  Nae  examinatie,  verscheyden  dis- 
couisen  en  debatten  over  en  weder  is  bij  de  seventhiene  (na  voer- 
gaende  advis  der  hoofdparticipanteu  ter  vergaderinghe  comparerende;) 
geresolveert  by  proYisie,  dat  by  den  advocaet  van  de  Comp.  sullen 
ingestelt  worden  de  propositie  met  de  middelen  bij  den  Heer  Gou- 
verneur Generaal  ter  vergadering  voorgedragen  tot  concessie  van  de 
opening  van  den  binnenlandschen  handel  voor  de  vryluyden,  die  van  hier 
na  Indien  gaan  en  in  Indie  in  de  Colonien  resideren  suUen,  etc.  en  daer- 
nevens  een  deductie  van  de  difficulteiten  bij  de  Seventhienen  gemoveert 
tot  examinatie  en  debat  van  voors.  propositie,  't  welck  alle  aen  de  respec- 
tive  cameren  toegesonden  sal  werden,  om  daervan  een  poinct  van  be- 
schry  vinge  te  maecken  ter  naester  vergadering  van  de  Seventhienen,  op- 
dat de  gecommitteerden  van  de  Comp.  daarop  mogen  comenvolcomentlyck 
geinstrueert  en  geauthoriseert  om  des  goedvindende  nae  conmiunicatie 
aen  haare  Ho.  Mo.  en  aen  Syne  Prinselycke  Excell.  daerin  te  be- 
sluyten ,  ten  meesten  dienst  van  de  Ter.  Oost.  Ind.  Comp.  en  verder 
dat  in  de  naeste  brieven,  nae  Indien  te  senden  met  het  jacht  Tortel- 
duyf ,  sal  aengeschreven  werden  aen  den  provisionelen  Gouv.  Gen. 
en  de  raden  van  Indien ,  dat  sy  den  vrijen  handel  niet  verder  of 
op  geen  ander  plaetsen  vooralsnoch  sullen  hebben  open  te  stellen, 
als  voor  sooverde  by  den  h'.  Gnl.  Coen  op  syn  E.  vertreck  is  geconce- 
deert  tot  dat  hierop  van  dese  vergaderinge  sullen  becomen  naerder 
advys  en  dat  in  den  handel  op  de  cust  aen  de  vrijluyden  geaccor- 
deert  goet  reglement  en  order  geraempt  werde,  ten  eynde  de  Comp. 
buyten  alle  schade  geconserveert  blijve;  en  op  het  poinct  van  de 
mesnage  in  Indie,  dat  gelast  werde  daermee  te  continueren  en 
deselve  by  alle  middelen  te  bevoordereu  in  't  regardt  van  allen  en 
een  yeder,  niemant  oock  uytgesondert  volgens  de  particulariteyten 
aireede  verstaen  ofte  noch  te  vernemen  by  den  H'.  Gouvn^  Genl. 
Coen;  ten  derde j  aengaende  peuplatie  van  Batavia,  Amboyna  en 
Banda  met  vryluyden  en  slaven,  dat  de  Gouvem^  Generael  en  Raden 
van  Indie  met  de  beste  middelen  en  manieren  daerin  sullen  hebben 


Digitized  by 


Google 


voorts  te  procederen  mits  dat  men  goede  sorge  drage  en  opsicht 
neme  dat  de  Comp.  daerdoor  niet  en  werde  beschadicht  nochte  in 
perjckel  en  come  van  haer  staet  en  plaetse ,  daer  de  voors.  Indiaan- 
sche  vryluyden  en  slaven  in  groot  getal  nedergeseth  sullen  worden, 
insonderheyf  in  't  regardt  van  Chinesen,  dat  eene  groote  machtige 
natie  is,  die  nan  d'een  aen  d'ander  is  hangende,  en  eyndelingh  aen- 
gaende  't  vervoorderen  van  den  Chinesen  handel ,  dat  daer  inne  alle 
debvooir  en  middelen  gebmyckt  werden  by  continuatie  van  't  desseing 
in  Pehou  aireede  begonnen  en  op  d'ordre  by  den  hr.  Grouvn'.  Genrl. 
op  Syn  Ed'.  vertreck  ih  Indie  gelaten. 

VEBGADEBIira  VAN   DE   KAMEE  DBB   ZEVENTIEN. 

5  Mei  en  volgende  dagen ,  1624  (T**  punt  van  beschrijving.) 

Syn  gelesen  het  reglement  van  den  Heer  Gnrael.  Coen  ende  consi- 
deratien  daerop  schryftelyck  ingestelt  ende  verstaen  dat  men  daervan 
copie  sal  geven  aen  de  hoofdparticipanten,  onder  belofte  van  secreet 
te  honden  ende  met  niemant  als  onder  den  anderen,  daervan  te 
commnniceren  alles  onder  den  eedt  aen  de  Comp.  gedaen. 

Syn  ter  vergaderinge  by  de  seventhiene  ende  de  hoofdparticipanten 
verscheyden  sessien  gehouden  ende  conferentien  aengaende  het  voor- 
gegeven reglement  van  d'  heer  Generael  Coen,  ende  is  eyndeling 
goetgevonden  dat  d'  heer  Generael  met  den  advocaat  van  de  Comp , 
sullen  cortelyck  in  geschrifte  brengen  ende  in  artickelen  stellen  de 
vryheyt,  die  aan  de  vrye  luyden  in  Indien  in  den  handel  soude  con- 
nen  werden  gegeven ,  om't  selve  concept  ter  naester  vergadering 
geëxamineert  ende  daerop  besloten  te  werden,  ende  wert  den  advo- 
caat van  de  Comp.  gelast,  soo  haest  als  't  selve  concept  ingestelt 
is,  daervan  copie  te  zenden  aen  alle  de  Cameren.  ' 

Yebgadebino  van  de  Katvteb  DBB  Zeventien  tb  Middelbubo, 
25  Sept.  1624  en  volgende  dagen. 

(5**  punt  van  beschrijving.) 

Is  gelezen  het  discours  van  den  heer  Generaal  Coen ,  voorgedragen 
by  syne  E.  aen  de  Seventhicn  in  October  1623 ,  mitsgaders  het  con- 
cept van  't  reglement  ingestelt  door  d'heer  Generaal  ende  den  advo- 
caat rau  de  Comp. ,  omme  naermaels  't  selve  ter  presentie  van  d'heer 

Digitized  by  VjOOQ IC 


Generael  geresumeert  te  werden.  Andermael  is  gelesen  het  voors. 
concept  van  reglement  van  point  tot  point  ter  presentie  van  d'  heer 
Generaal  Coen,  die  op  alles  de  vergadering  heeft  geinformeert  ende 
naer  dat  van  alles  goede  informatie  ende  onderrecht  by  de  verga- 
dering was  genomen,  is  'tselve  concept  by  de  Seventhien  met  advies 
van  de  E.  hoofdparticipanten  alsoo  goet  gevonden,  geapprobeert  ende 
gearresteert ,  omme  daerop  by  gelegenheyt  van  d'eerste  schepen  naer 
Indien  gaende  anthorisatie  en  last  te  geven  aen  den  heer  Gouver- 
neur Generael  en  de  raden  van  Indien,  omme  haer  Ed.  in  't  stuck 
van  de  vrye  luyden  ende  den  vrijen  handel  aldaer  in  Indien  daer- 
naer  te  reguleren  en  aengaende  het  uytvaren  van  de  vryeluyden 
met  haer  eygen  schepen  ende  goederen  uyt  deze  landen  naer  de 
Oost  Indien,  als  in  't  12,  13,  14,  16  en  16*»  articlen  sal  't  selve 
mede  by  de  aenstaende  vergaderinge  van  de  Seventhiene  in  't 
werck  gestelt  connen  werden,  na  gelegentheyt  van  de  personen, 
die  haer  daertoe  sullen  comen  presenteeren,  alles  onder  conditien 
ende  verbintenissen  sooals  de  gem.  vergaderinge  sal  goetvinden  en 
te  rade  worden. 

Donderdach,  den  3***^"  October  1624  's  morgens. 

Alsoo  vermidts  het  geconsipieerde  ende  alom  gearresteerde  regle- 
ment van  Indien,  het  noodich  is  dat  bequame  persoenen  in  dienst 
van  de  Vereenichde  Comp.  in  Oost-Indien  werden  gebruickt,  die  met 
goede  kennisse  ende  genegentheyt  't  selve  connen  helpen  aldaer  be- 
voorderen  ende  in  praticque  stellen ,  ten  aldereerste  omme  de  verwachten 
vruchten  daervan  op  het  spoedichste  te  connen  smaecken  ende  dat 
de  vergaderinge  haer  selven  ten  volle  gecontenteert  houde  van  de 
getrouwicheyt ,  bequaemheyt  ende  goeden  iver ,  van  den  heer  Gene- 
raal Coen,  staende  syn  voorleden  gouvernement  van  Oost-Indien, 
dat  oock  niemant  beter  tot  bevoorderinge  van  't  voors.  reglement 
ende  redres  als  d'Heer  Generael  Coen,  can  gebruyckt  worden,  die 
daartoe  als  eerste  autheur  de  beste  kennisse  ende  genegentheyt  sal 
connen  gebruycken,  soo  is  by  de  Seventhiene  met  advies  der  Hooft- 
participanten  eenpaerlyck  geresolveert ,  dat  by  gecommitteerden  uyt 
dese  vergaderinge  den  heer  Generael  Coen  sal  werden  gesondeert 
en  versocht  oft  syn  E.  hem  noch  wil  laten  gebruycken  in  qualiteyt 
van  Gouvem'.  Generael  naer  Indien  te  varen  met  d'eerste  vloote  ende 


Digitized  by 


Google 


jn^sentatie  van  in  de  conditien  wel  te  sullen  accorderen  in  rede* 
lyekhcyt 

De  gecommitteerden  van  de  Seventhiene  by  d'heer  Oenerael  Goen 
geweest  hebbende  doen  raport 

dat  na  d'ouvertore  van  d'heer  Oenerael  Coen  niet  qnalyck  genegen 
te  syn,  omme  den  dienst  aen  te  nemen,  indien  8.  £.  alvooren  sonde 
eonnen  geraecken  tot  een  beqnam  ende  goed  partnr  tot  eene  huysvrouwe 
om  met  hem  nae  Indie  te  gaen  en  indien  S.  E.  mette  Comp.  over 
eerelycke  conditien  sal  eonnen  accordeeren ;  maer  absolntelyck  conde 
'tselre  rooralsnoch  niet  verdaren  nochte  toeseggen. 

Dinschdag;  den  15  October  1624. 
Is  ter  vergaderinge  van  de  Seventh.  gelezen  het  concept  by  d' 
Heer  Generael  Coen  ende  den  advocaet  van  de  Comp* .  ingestelt  en 
in  wat  maniere  ende  onder  wat  conditien  de  particuliere  schepen 
nyt  dese  landen  naer  Indien  sullen  vaeren  ende  naer  lecture  verand- 
ering en  verbeetering  ende  deliberatie  is  eyndeling  't  selve  consept 
alsoo  gearresteert  by  provisie  om  alsoo  gepractiseert  ende  in  't  werck 
gestelt  te  werden,  ten  ware  het  anders  hiemaer  by  de  Seventhiene 
verandert  ofte  goet  gevonden  sonde  werden. 

YsBGiJ)EBIK0  VAN  DB   KaMEB   DEB  ZeVENTIEN. 

29  Maart  1626  en  volgende  dagen. 

(8*.  punt  van  beschrijving.)  Om  te  resumeren  het  ?•.  point  der 
voorleden  beschryving  sprekende  van  den  vrijen  handel  in  Indie, 
't  welck  alsdoen  in  state  is  gehouden,  is  goet  gevonden  het  poinct 
van  den  vrgen  handel  van  Indien  voortaen  tot  beter  gelegenheyt  uyt 
de  beschryving  te  laten,  alsoo  de  tegenwoordige  staat  van  de  Comp. 
sulcx  vooralsnu  niet  en  can  lyden. 

(9^  punt.)  De  gecommitteerden  tot  de  bevorderingh  van  de  reyse 
van  den  Heer  Oouvemeur  Oenerael  Coen,  sullen  rapport  doen  van 
hare  gebesoigneerde,  omme  daerop  verdere  devoiren  wegens  de  Comp. 
gedaen  te  werden,  indien  voor  de  byeencompste  deser  vergaderinghe 
alsnoch  geen  succes  en  sullen  hebben  getroffen. 

Is  gedaen  sommier  rapport  van  't  gebesoigneerde  in  't  tegenstaende 
poinct  en  alsoo  daerby  noch  niets  voor  desen  tydt  en  heeft  eonnen 
werden  geeffectueert,  soo  worden  de  voorgaende  gecommitteerde  als- 


Digitized  by 


Google 


8 

noch  geanthoriseert  om  wegens  dese  vergaderingh  alle  debroiren 
aenteleggen,  ten  ejnde  de  reyse  van  den  Generael  Coen  syn  voort- 
ganck  mach  becomen  met  d'eerste  schepen  tegens  de  herbst. 


II.  Concept-reglement  voor  eene  vrfle  vaart  uit  Neder- 
land naar  Batavia  ^  op  het  openstellen  van  den 
binnenlandschen  handel  en  de  vaart  in  Indie,  op  het 
stichten  van  volkplantingen  en  de  nitgifte  van  gron- 
den in  Indie,  voorloopig  vastgesteld  door  de  Kamer 
der  XVII  Bewindhebbers ,  op  voordragt  van  Jan 
Pieterz.  Coen,  in  de  najaarsvergadering  van  1624 
en  bij  de  Staten-Generaal  der  Ver.  Nederlanden 
ingeleverd  19  JoniJ  1625. 


Alsoo  by  experientie  van  veele  jaren  endc  by  goede  informatien 
aen  de  vergaderinge  van  de  Seventhiene  claerlycken  is  gebleken, 
dat  de  dagelycksche  misbraycken  in  de  qnartieren  van  Oost-Indien 
tot  nadeel  ende  prejnditie  van  de  Vereenichde  Comp.  mitsgaders  de 
generale  onkosten  ende  lasten  aldaer  seer  hebben  aengenomen  ende 
bnyten  maten  syn  comen  te  vermeerderen;  by  continuatie  van  de- 
welcke,  bynae  onmogelyck  sy  de  saken  soo  te  beleyden.  dat  de 
Comp.  buyten  mine  werde  gepreserveert ;  veel  min  dat  de  profl^^en 
souden  connen  werden  genooten,  die  soo  een  lanckduyrige  expectatie 
ende  soo  een  grooten  ende  periculeusen  handel  wel  behoorden  ut  te 
geven,  ende  insonderheyt  dat  de  voors.  misbmycken  ende  lasten 
van  dien,  by  grooter  besetting  ende  verbreyding  van  den  handel 
aldaer  ende  by  de  ver  gedane  conquesten  van  de  landen  van  Jac- 
quatra  ende  Banda,  als  oock  door  fondatie  van  steden  ende  plaetsen, 
noodich  tot  aenplanting  van  nieuwe  colonien ,  vooreerst  niet  en  sullen 
connen  werden  soo  spoedelyck  ende  naer  behooren  vermindert;  op 
desen  voet  en  in  't  beleyt  van  de  saken  van  Indien  alsoo  voortgaende 
hoedanige  redres  off  oock  reglement  men  daerinne  soude  willen  ma- 

Digitized  by  VjOOQ IC 


9 

ken,  800  is  't:  dat  de  vergaderinge  van  de  Seventhiene  om  alle  ver- 
hinderinge  naer  vermogen  wech  te  nemen  soo  haeat  doennelyck, 
ende  de  vereenichde  Oost  Ind.  Comp.  in  eenengelnckigenende  vasten 
stant  naer  wensch  te  brengen  ^  tot  eere  ende  reputatie  van  dese 
landen  ende  insonderheyt  tot  groot  profyt  ende  voordeel  van  de 
gemeene  Comp.  naer  meniehftddige  deliberatien  soo  van  de  Gameren 
in  't  particulier,  alsmede  bij  verscheyden  hare  generale  vergaderin- 
gen alles  rypelyck  overdacht  en  geexamineert  hebbende ,  met  advis 
van  den  heer  Grenerl.  Coen  en  eenige  andere  personen  hem  verstaende 
van  de  constitutie  en  de  nature  der  Comp*.  saecken,  hebben  eynde- 
lingen  (onder  goetvinden  ende  approbatie  van  de  Ho.  Mo.  Hr.  Staten- 
Crenrl.  der  Vereenigde  Nederlanden)  geresolveert  ende  gearresteert 
dit  naervolgende  reglement,  onder  conditien,  articlen,  vrijheden 
ende  limitatien ,  als  te  weeten : 

I.  Eerstelyck,  dat  voortaen  in  de  steden  van  Batavia,  Amboina 
ende  Banda  voor  alle  vrye  luyden  gecontmueert  sal  werden  de  liber- 
teyt  om  te  coopen  ende  te  vercoopen  in  ieder  van  de  voors.  respec- 
tive  plaetsen,  akulcke  manufacturen,  goederen,  coopmanschappen , 
vruchten  en  refreschementen  als  in  ieder  van  dien  voort  connen  ge- 
bracht ofte  gemaakt  werden  in  manieren,  sooals  deselve  liberteyt 
ende  licensie  aen  de  vrye  luyden  ende  vrije  inwoonderen  (geene 
maentgelden  van  de  vereenichde  Comp.  treckende)  alsnu  toegestaen 
en  gepermitteert  is,  en  noch  naermaals  bij  den  Gouvemr.-Onrl.  en 
den  Raedt  van  Indien  verder  gepermitteert  sal  werden. 

n.  De  vereenigde  Oost-Ind.  Comp.  protesteert  en  geeft  te  kennen 
mits  desen,  dat  sy  niettegenstaende  eenige  navolgende  order,  ver- 
staet  aen  haar  te  houden  en  sal  blijven  houden,  in  H  regard  van 
hare  officieren  en  dienaers,  staende  onder  haer  eedt  en  alle  anderen 
ressorterende  onder  den  H^  Generl.  en  des  raets  van  Indien,  't  sy 
Nederianders  off  eenige  andere  Europische  ofte  Indiaansche  natiën 
het  recht  van  commercie  en  handel ,  aen  haer  in  die  quartieren  van 
de  Oost-Indien  vergunt  bij  de  Ho.  Mo.  Heeren  Staten-Genrl.  der 
Ver.  Nederlanden,  achtervolgens  het  octroy  met  exclusie  van  alle 
andere  staende  onder  de  gehoorsaemheyt  van  de  welgem.  hare  Ho. 
Mo.  en  dat  binnen  de  limiten  van  het  voors.  genrl.  octroy,  sooals 
die  op  het  tractaet  van  aP  1619  tusschen  syne  Majesteit  van  Groot- 
Brittangien  en  hare  Ho.  Mo.  aengaende  de  twee  Oost.  Ind.  Comp. 

Digitized  by  VjOOQ IC 


10 

in  de  naerder  explanatie  op  het  1*  artikel  nitgedract  staen  >,  welck 
octroy  ende  hoochgem.  tractaet  yerstaen  werden  te  blgven  t'eene- 
maele  onrermindert  en  in  hare  volle  yigenr  en  observatie  soo  als  oyt 
voor  desen. 

nL  Ende  om  dan  nochtans  de  Comp.  van  veele  onvermydelycke 
misbmycken  ende  groote  oncosten  te  ontlasten  ende  onze  inwoonde- 
ren  eenige  gevoechelycke  middelen  te  vergunnen,  die  in  onse  landen 
steden  ende  plaetsen  van  Jacatra,  Amboyna  ende  Banda  met  hare 
famillien  en  als  vrye  lieden  nader  gestelt  syn  om  eenige  goede  prof- 
fyten  en  voordeelen  te  moogen  genieten,  tot  onderhout  en  welvaren 
van  voors.  hare  famillien  in  de  landen,  steden  en  plaetsen  hier  voor- 
genoempt  residerende,  soo  heeft  de  vergaderinge  van  de  Seventhiene 
goetgevonden  te  committeren  en  authoriseren  den  heer  Grouvemeur 
Generael  en  den  raedt  van  Indien  gelyck  sy  doen  mits  desen,  om  aen 
de  voorn,  famillien  van  vrye  luyden  wonende  in  de  voorn,  landen 
van  Jacatra,  Amboina  ende  Banda  voor  seeckeren  tyt  ofte  verder , 
by  gelegentheyt,  uit  te  deelen  en  te  vergunnen  seeckere  parthyen 
van  landen,  bosschen  en  tuynen  en  't  gebruyck  off  visscherie  van 
eenige  versche  wateren  en  versche  rivieren  tot  voordeel  en  nut  der- 
selver  famillien  naer  gelegentheyt  onder  alsulcke  vrijheden,  exemcien, 
belastingen  van  chyns,  recognitie  ofte  andere  conditien,  sooals  best 
geraden  sullen  vinden,  tsy  in  forme  van  leen  off  in  eygendom,  tot 
meeste  gerieff  en  versekerheyt  der  voors.  famillien.  * 

IV.  Ende  alsoo  niet  alleen  onse  intentie  en  is  deselve  landen  ende 
steden  met  haer  inwoonderen  te  conserveren  in  den  jegenwoordigen 
stant,  sooals  die  nu  syn;  maer  oock  deselve,  met  godes  gratie  helpen 
vermeerderen  soo  in  de  landtneeringe ,  houtwercken  en  trafficken 
ende  insonderheyt  in  grooter  getal  en  menichte  van  goede  bergers 


1  De  hierbcdoelde  explanatie  behelst:  ad  art.  I.  De  limiten  bianen  dewdcke  dit 
contract  zal  stand  grepen  zijn  gesteld  geweest  door  gemeenen  advys  yan  de  Gedepa- 
teerden  Tan  de  twee  Compagnien,  den  Meridiaan  rakende  aan  de  Cabo  de  Bona 
Esperance ,  gaande  regt  naar  het  ziiyden  ende  den  oosteljjken  Meridiaan ,  die  men 
vindt  400  mijlen  oostwaarts  van  de  eylanden  van  Salomon,  gaande  aan  do  eene  zjjde 
regt  naar  het  znyden,  naar  het  noordon  tot  aan  den  tropicus  Cancri  eode  van  daar 
in  oblicque  linie  naar  de  straat  Caiyan ;  alle  zoeën ,  golven ,  engten  van  zeeën ,  in- 
hammen, banyon,  rivieren  en  die  gevonden  sullen  worden  binnen  dese  twee  Meridianen, 
sullen  begrc|)en  wesen  in  dit  contract. 

2  Cf.  Opkomst  van  het  Nederl.  gezag  over  Java.  Deel  I,  bladz.  CXXXVIir.  IX, 
CXL.  LI  en  228. 


Digitized  by 


Google 


11 

en  ingesetenen,  die  door  meerder  vryheden,  advantagien  ende  aen- 
sieneljcke  proffen  daertoe  aengemant  en  geinviteert  behooren  te 
werden,  soo  ist:  dat  wy  om  voors.  redenen  daerenboven  de  welgemelte 
heer  Generael  ende  den  raedt  van  Indien  anthoriseeren  omme  noch 
aen  de  voors.  vrye  borgers  en  inwoonderen  mettertyt  en  by  gelegent- 
hejt  allenxkens  te  openen  en  te  vergunnen,  den  vryen  handel  ende 
traffiqne  van  d'Oostindien,  by  speciale  gratie  ende  concessie,  daer- 
van  te  obtineren,  om  te  varen  nyt  de  steden  ende  phietsen  naer  de 
landen  ende  steden  respectivelyk  als  hier  naercomen  te  volgen: 

Uyt  Batavia  ende  de  landen  van  Jacqnetra  nit  te  varen  en  te 
handelen: 

1.  Van  Batavia  naer  de  custen  van  Chorothandel  om  aldaer  te 
handelen  met  alsolcke  cargasoenen  van  waren  en  coopmanschap  als 
nyet  en  snllen  syn  verbooden ,  mitsgaders  aknlcke  capitalen  als  't 
haer  sal  believen  onder  expresse  conditie,  dat  met  de  waren  en 
coopmanschappen  op  de  voors.  cnst  becomen,  snllen  wederom  keeren 
en  haer  retoer  doen  directelyck  naer  Batavia. 

2.  Van  Batavia  op  Choromandely  sooais  boven  en  om  van  daer 
met  de  becomen  waren  op  de  voors.  cust  te  varen  en  te  handelen 
voor  eenmaal  in  't  eylandt  van  SeyUm  en  om  nyt  Seylon  directelijck 
te  keeren  naar  Batavia. 

3.  Van  Batavia  op  Choromandely  sooais  boven  en  om  van  daer 
met  de  becomen  waren  op  de  voors.  cust  te  varen  voor  eenmaal  op 
Atschitt  ende  langs  de  gansehe  Westkust  van  Sumatra  naer  haer  gelieven 
om  met  haer  retoer  aldaer  te  becomen ,  te  keeren  directelyck  in  Batavia. 

4.  Van  Batavia  op  Seylon  en  van  daer  weder  te  keeren  directe- 
lyck naer  Batavia. 

5.  Van  Batavia  op  Choromandel  sooais  voren  en  van  daer  naer 
de  knst  Orixsa,  Bengale^  Pegu  en  daeromtrent  te  handelen,  om  van 
daer  't  sy  over  de  cast  van  Choromandel  of  directelyck  met  het 
retoor  naer  Batavia  te  keeren. 

6.  Van  Batavia  door  de  strate  van  Malacke  te  varen  en  te  han- 
delen in  Bengale  en  soo  voorts  in  Choromandel  om  vandaer  met  het 
retonr  directelyk  ofte  over  Bengale  te  keeren  naer  Batavia. 

?•    Van  Batavia  recht  naer  Suratte  om  aldaer  te  handelen  als  boven 

en  met  het  retour  van  Suratte  directelyck  te  keeren  naer  Batavia. 

8.    Van  Batavia  naer  de  custe  van  Mallabar  of  Suratte  en  van 

Digitized  by  VjOOQ IC 


12 

daer  te  handelen  in  Sinu  persico,  en  Arabia,  in  de  Roode  Zee  ende 
lancx  de  geheele  Oostcust  van  Afrika  en  in  't  eylant  Madagascar, 
om  van  daer  directelyck  te  keeren  naer  Batavia. 

9.  Van  Batavia  op  Suratte  en  van  Snratte  te  handelen  op  de  cust 
van  Malabar,  op  't  eylant  Ceylon,  in  Atchin  en  op  de  westcust  van 
Sumalray  om  vandaer  met  het  retour  directelyck  te  keeren  naer 
Batavia. 

10.  Van  Batavia,  om  te  handelen  op  het  eylant  MadagascoTy 
SophaUij  Mozambique  en  langs  de  gansche  Oostcust  vanAfricaiotie 
Roode  Zee  toe,  mits  directelyck  haer  retour  brengende  na  Batavia. 

11.  Van  Batavia  om  te  varen  en  te  handelen  van  Palimbatig,  Jamby 
en  Andragiry,  om  van  daer  met  het  retour  directelyck  naer  Batavia 
te  keeren. 

12.  Van  Batavia  op  Palimbang,  Jamby,  Andragiry,  Campar,  Dam 
(Aroe?)  Pera,  Queda  en  omliggende  custen  in  de  straet  van  Malacca 
tot  Atchin  toe  excluys,  om  van  daer  met  de  retoeren  directelyck  te 
keeren  in  Batavia. 

13.  Van  Batavia  op  Palembang  en  alle  d^andere  plaetsen  in  de 
strate  van  Malacca,  gelegen  tot  Atchin  toe  incluys  en  langs  de  west- 
custe  van  Sumalra  om  mette  retouren  van  daer  directelyck  te  keeren 
naer  Batavia. 

14.  Van  Batavia  om  te  handelen  op  de  westcuste  van  Sumatra 
tot  Atchin  toe  exclus  of  inclus,  om  van  daer  met  de  retoeren  wederom 
in  Batavia  te  keeren,  't  sy  langs  de  voorn,  westcust  of  door  de  straet 
van  Malacca. 

15.  Van  Batavia  om  te  vaeren  en  te  handelen  op  de  eylanden 
van  Bintan,  Linga  en  andere  eylanden  ontrent  de  straet  Sincapura 
gelegen,  item  in  Johor,  Pahan,  Patane,  Ligor,  Bordeion,  Chiam , 
Cambodja  en  Champa  om  vandaer  met  de  becomen  retouren  te  keeren 
naer  Batavia, 

16.  Van  Batavia  om  te  varen  en  te  handelen  op  Couchin-China 
om  met  het  retour  directelyck  te  keeren  in  Batavia. 

17.  Van  Batavia  op  Couchin-China  en  vandaer  op  Japon,  om  met 
de  retouren  uyt  Japon  directelyck  te  keeren  na  Batavia. 

18.  Van  Batavia,  om  te  varen  en  handelen  in  de  eylanden  van 
Pehou  oflF  Piscadores  gelegen  op  de  cust  van  China,  onderwegen, 
alsulcken  plaetsen  aendoende,  daervivres  ende  reiressementen  zynte 


Digitized  by 


Google 


13 

becomen  ende   deselre  te  vercoopen  in  Pehou  en  om  van  daer  te 
keeren  directelyck  na  Batavia. 

19.  Yan  Batavia  op  Pehou  en  naer  Japon,  alBvooren  om  van  daer 
weder  over  Pehou  naer  Batavia  te  keeren. 

20.  Van  Batavia  om  te  varen  en  te  handelen  in  Succadana,  Ben- 
jarmassinj  en  langs  de  gansehe  enst  ende  eylandt  van  Bomco  om 
vandaer  met  het  retour  directelyck  weder  te  keeren  naer  Batavia. 

21.  Van  Batavia  j  om' te  varen  en  te  handelen  langs  de  gansche 
cust  van  Java,  mits  van  daer  keerende  met  het  retour  directelyck 
na  Batavia. 

22.  Yan  Batavia  langs  de  gansche  cust  van  Java  alsvooren  om 
vandaer  te  varen  en  te  handelen  op  Macassar  en  de  gansche  cust 
van  Celebes  y  om  met  het  retour  aldaer  te  becomen,  weder  te  keeren 
directelyck  na  Batavia. 

23.  Yan  Batavia  langs  de  gansche  cust  van  Java^  als  vooren  en 
om  van  daer  te  varen  en  te  handelen  in  Solar  en  Timovy  om  met 
de  becomen  retouren  vandaer  wederom  te  comen  directelyck  naer 
Batavia. 

24.  Yan  Batavia  om  te  varen  ende  te  handelen  langs  de  gansche 
cust  van  Java^  in  Macassar,  Bouton  en  vandaer  in  de  eylanden  van 
Amboyna  en  Banday  mits  expresse  conditie  dat  sy  vandaer  niet  en 
sullen  mogen  vervoeren  eenige  nagelen,  nooten  off  foelie,  maer  dat 
sy  gehouden  sullen  syn  deselve  aen  de  commiesen  van  de  Comp. 
te  laten  ten  gestelden  prijse ,  om  voorts  van  daer  met  eenige  andere 
retouren  off  provenu  in  contant  te  keeren  in  Batavia  directelyck 
sonder  eenige  plaetsen  ter  werelt  onderwegen  aen  te  doen  op  groote 
peine. 

25.  Yan  Batavia  om  langs  de  cust  van  Java  over  Macassar  en 
Bouton  te  vaeren  ende  te  handelen  in  de  eylanden  van  de  Molucos 
onder  expresse  conditie  aengaende  het  uytvoeren  van  nagelen  en 
direct  retour  nae  Batavia  als  in  't  voergaeude  article  van  Amboina 
en  Banda  gesegt  is. 

Yan  Amboina  uyt  te  varen  en  daer  omtrent  te  handelen. 

26.  Yan  Amboyna  om  te  varen  en  te  handelen  op  de  omleggende 
eylanden  particulierlyck  by  namen  te  expresseren,  mits  dat  geen 
nagelen  uytvoeren  sullen  en  gehouden  syn  alle  nagelen,  noten  en 


Digitized  by 


Google 


14 

foelie,  die  sy  onderwegen  sullen  becomen  wederom  met  andere  re- 
touren  te  brengen  in  Amboina, 

Van  Banda  nyt  te  varen  en  daeromtrent  te  handelen. 

27.  Van  Banda  om  te  varen  en  te  handelen  op  de  omliggende 
eylanden,  alB  de  cust  van  Ceram,  inde  eylanden  van  Kee  (Key?) 
Aru  en  Tenitnbery  op  de  landen  van  Nova  Guinea  en  alle  andere 
oostelyeke  landen  en  eylanden  daerontrent  ofte  oock  verder  by  oosten 
Banda  gelegen* 

Van  de  Moluques  nyt  te  varen  ende  vandaer  te  handelen 
op  andere  plaetsen. 

28.  Uyt  de  eylanden  van  de  Molucques  om  van  daer  te  varen  en 
te  handelen  op  de  omleggende  eylanden  ende  groote  landen,  als  de 
cust  van  Gilohj  Celebes  y  Mindanao  op  de  eylanden  van  de  P/nlip- 
pinas  ende  andere  daerontrent  gelegen  onder  expresse  conditie,  dat 
geen  nagelen  nyt  de  eylanden  van  de  Molucques  en  sullen  vermogen 
te  vervoeren  en  dat  gehouden  sullen  syn  de  retouren  in  de  andere 
eylanden  buyten  de  Molucques  te  becomen,  wederom  ter  plaetse  van 
hare  eerste  afvaren  in  te  brengen. 

29.  Uyt  de  Molucques  om  te  vaeren  en  te  handelen  na  Japan, 
om  van  daer  met  de  retoeren  wederom  te  keeren  naer  de  Molucques 
ofte  oock  naer  Batavia,  volgens  de  licentie  alsdan  te  vergunnen. 

Van  Commissie  ende  brieven  van  bestelling  aen  de  vrye 
luyden  uyt  te  geven,  om  den  vyant  affbreuck  te  doen 
in  alle  plaetsen. 

30.  Van  Batavia  sullen  mede  by  den  heer  Gouverneur  Generael 
brieven  van  commissie  onder  de  gewoonelycke  conditien  en  clausulen 
verleent  werden  aen  de  vrye  borgeren  ende  inwoonderen  aldaer,  om 
te  gaen  cruyssen  op  den  vyant  in  alsulcken  plaetsen  ende  met  al- 
sulcken  macht  van  particuliere  schepen  ofte  jachten,  daermede  den 
vyant  den  meesten  afbreuck  gedaan  kan  werden,  mits  goede  cautie 
stellende  en  't  veroverde  by  den  raet  voor  goede  prinse  verclaert 
sal  syn  ende  mits  betalende  de  gerechtichheyt  aen  den  Heere,  alles 
achtervolgende  de  uyttegeven  commissie  ^ 


1    Cf,  Deel  I,  (IV.)  bladz.  282. 

/Google 


Digitized  by  ^ 


15 

Alle  welcken  handel  en  yaerten  uyt  de  plaetsen  als  hier- 
vooren  gespecificeert  staen  ,  den  Heer  Gonvemenr  Ge- 
neraal en  raedt  van  Indien  sullen  metter  tyt  en  bj 
gelegentheyt  allenxkens  mogen  openen  en  vrye  stellen, 
onder  de  conditien  hiemaer  volgende : 
V.    Nlemant  wie  hy  oock  sy,  staende  onder  de  gehoorsaemheyt 
van  den   Gonvemenr  Generael  in  Indien  en  sal  voor  syn  partienlier 
buyten   de  plaetse  van  syn  residentie  vermogen  te  varen ,  noeh  te 
handelen  als  met  expres  consent  en  commissie  van  gem.  Heer  Gene- 
rael,  daartoe  te  versoecken  en  te  obtineren. 

VL  Ende  sal  deselve  commissie  verleent  worden  aen  geenen 
anderen ,  als  die  hare  woonstede  off  vaste  residentie  genomen  hebben 
in  de  steden  van  Batavia  en  't  lant  daeronder  behoorende  ofte  in 
Amboina  onder  het  casteel  aldaer,  ofte  in  de  eylanden  van  Banda 
ofte  eyndeling  in  de  Molncqnes ,  staende  onder  't  gebiet  van  de  Ho. 
Ho.  Heeren  Staten-Generael. 

Vn.  Diegenen,  die  soodanige  commissie  van  vrijen  handel  sal 
comen  te  obtineren  sal  voor  een  voyage  binnen  sekeren  langen  ge- 
limiteerden tyt  met  sjm  eygen  schip  ofte  schepen  j  deselve  mogen 
doen  tot  syn  perticnlier  voordeel  en  profyt  en  sal  in  de  plaetse 
syner  aencompste  mogen  coopen,  vercoopen  en  handelen  vryelyck, 
't  zy  of  eenige  schepen  der  compagnie  aldaer  mogte  syn  handelende 
(rfte  niet 

VUl.  Maer  ingevalle  dat  ter  selver  plaetse  daer  dese  vrye  han- 
ddaers  souden  comen  te  arriveren,  eenige  schepen  off  commisen 
wegens  de  vereenichde  Comp.  mede  sullen  syn ,  om  handel  te  doen , 
in  sokken  geval,  sullen  de  voorn,  vrye  handelaers  met  de  voorn, 
commisen  beramen  eenen  seeckeren  gestelden  prijs,  tot  denwelcken 
sy  alle  gemeene  waren  gehouden  sullen  syn  te  vercoopen  ende  te 
coopen,  sonder  denselven  te  excederen  soolange  als  by  den  anderen 
sullen  wesen. 

IX.  De  Commissie  sal  werden  vergunt  aan  voorn,  vrye  inwoon- 
ders,  elck  in  't  besonder,  die  deselve  sal  versoecken  ende  dat 
onder  alsulcke  recognitie  ofte  voor  alsulcken  somme  van  penningen  voor 
de  licentie  van  die  voyage ,  sooals  met  den  Gouverneur  Generael  of 
die  syne  Ed.  daertoe  committeren  sal  veraccordeert  connen  worden. 

X.  Alle  vrye  handelaers  met  soodanige  licentie  ende  commissie 


Digitized  by 


Google 


16 

affvarende,  sullen  als  voren,  goede  soffisante  borge  stellen  ter  plaetse 
haerder  residentie  y  dat  sy  het  particnlier  accort  met  haer  gemaeckt 
precislyck  sollen  naercomen,  haer  behoorlyck  retour  doen  sullen  ter 
plaetse  daer  sy  afgevaren  sijn  ende  dat  sy  geene  vrienden  ofte 
geallieerden  sullen  beschadigen  en  voorders  sooals  in  't  accort  en  in 
hare  commissie  geëxpresseert  sal  werden. 

XI.  Ende  om  metter  tyt  meer  en  meer  inwoonderen  ende  per 
ticuliere  handelaers  buyten  coste  van  de  Comp.  in  Indien  te  crygen  y 
met  alsulcke  capitalen,  daermede  den  Indischen  handel  volcoment- 
lyck  en  naer  behooren  waergenomen  mach  werden,  tot  verder  aen- 
plantinge  ende  peuplatie  van  de  steden  ende  landen  van  Batavia 
ofte  Jacquetra,  Amboina  ende  Banda,  soo  sal  by  de  Seventhiene 
toegestaen  werden^  oen  alle  eerlycken  luyden ,  die  met  hare  famillien 
en  capitalen  naer  Indien  varen  willen  y  de  passage  en  liet  transport 
te  doen  met  de  jaerlycksche  schepen  van  de  Comp. ,  die  uyt  dese 
landen  naer  d'Oost-Indien  sullen  comen  te  varen,  soeveel  als  de 
gelegentheyt  eenichsints  sal  connen  lyden. 

Xn  Ende  alsoo  met  de  jaerlycksche  schepen  van  de  Comp. 
geene  familien  genouch  naar  wensch  overgevoert  en  sullen  connen 
werden ,  soo  sal  noch  de  Seventhienen  altyt  genegen  syn  om  te  per 
mitteren  de  vrye  vaert  uyt  dese  landen  naer  Batavia  off  Jacatra ,  te 
doen  by  perticulieren  met  haer  eygen  schepen .  volgens  het  consent 
en  onder  de  conditien ,  met  degene  die  H  selve  versoecken  sullen , 
daerover  te  maken ,  om  alsdan  haer  eygen  schepen  te  mogen  equi- 
peren  en  daermede  recht  deur  naer  Batavia  te  varen ,  met  alsulcke 
cargasoenen  en  capitalen,  als  de  particulieren  goedvinden  sullen, 
met  toestaen  van  de  Comp. 

'  Xin.  De  voorn,  perticuliere  met  hare  schepen  van  hier  varende 
nae  Batavia  sullen  alvooren  gehouden  syn  hier  in  Nederlandt  goede 
en  suffisante  cautie  te  stellen  voor  hare  uytreyse  en  dat  sy  seecke- 
ren  tyt  van  jaren  in  de  Indien  sullen  resideren  onder  den  eedt  en 
't  gouvernement  van  den  Gouvem'.  Generael  en  haerselven  compor- 
teren  sullen  volgens  het  accord  met  haer  te  maken  ende  sooals  alle 
andere  vrye  luyden  aldaer  in  Indien  verbonden  syn. 

XrV.  Ende  sullen  de  voorn,  perticuliere  met  hare  schepen  recht 
deur  van  hier  varen  na  de  Qaeb  de  bon  Esperance  sonder  eenige 
plaetsen  onderweghen  hier  in  Europa  aen  te  doen  ende  van  de  Caeb 


Digitized  by 


Google 


17 

haren  conrs  stellen  besuyden  de  linie  recht  door  naer  Bantam  ^  oock 
sonder  eenige  bewoonde  plaetsen  onderwegen  aen  te  doen  of  iets  te 
Tercoopen  van  hare  medegenomen  cargasoenen,  voor  aleer  in  Batavia 
aengecomen  snllen  syn. 

XY.  Doch  indien  eenige  perticnlieren  Bonden  begeeren,  aen  de  Caep 
Bon-Esperance  gecomen  synde,  van  daer  te  loopen  langs  de  oostonst 
van  Africa  binnen  Madagascar  door,  om  soovoorts  van  daer  naer 
Batavia  te  loopen  oft  oock  langs  de  cust  van  Malabar  om  aen  den 
vyandt  eenige  afbrenck  te  doen  in  't  passant,  soo  sal de Seventhiene 
mede  daertoe  licentie  connen  geven,  naer  gelegenthejt  van  saken 
en  onder  conditien,  sooals  dan  sonder  nadeel  van  de  Comp.  voorge- 
schreven sullen  connen  werden. 

XVI.  De  vrye  luyden,  alsoo  met  des  Comp'.  ofte  hare  perticnliere 
schepen  in  Batavia  aengecomen  synde,  soo  sullen  sy  gebonden  syn 
met  hare  famillen  haer  aldaer  neder  te  stellen  off  in  Amboina  off 
in  Banda,  met  consent  van  den  Heer  Gouverneur  Generael  ende  des 
raedts  van  Indien  en  sullen  aldaer  mede  genieten  deselve  vryheid, 
exemtien,  beneficien  en  privilegiën,  sooals  alle  andere  vrye  inwoon- 
deren  vergunt  is,  oft  noch  vergund  sullen  connen  werden,  onder 
gelycke  verbindtenisse  mede  als  de  voorn. 

XVn.  Geene  schepen  ofte  jachten  van  particuliere  vrye  luyden, 
tsy  datse  daermede  uyt  Europa  naer  Indien  syn  gevaren,  ofte  dat 
sy  aldaer  in  Indien  by  haer  syn  gebout  ofte  gecocht,  en  sullen  ver- 
mogen, wederom  te  comen  uyt  Indien  naer  Europa  in  eeniger  hande 
manieren,  onder  verbeurte  van  schip  en  goederen  ten  profiyte  van  de 
vereenichde  Oost-Ind.-Comp.  en  onder  de  penen  tegens  den  persoon , 
die  daermede  sonde  orercomen,  sooals  gestatueert  syn  by  het  gene- 
rael octroy. 

XVin.    Geene  goederen  van  particuliere  vryluyden  en  sullen  mo- 
gen naer  Europa  overgesonden  worden,  'tsy  met  des  Comp's  schepen 
of  met  de  schepen  van  eenige  andere  Europeesche  natiën,  in  geender 
hande  manieren,   onder  verbeurte  van  deselve  goederen  en  arbitrale  ' 
correctie. 

XIX.  Maer  diegene  van  de  particuliere  vrye  luyden,  die  hare 
middelen,  tsy  in  't  geheele  ofte  ten  deele  naer  Europa  sullen  willen 
overmaken,  sullen  't  selve  alleen  mogen  doen  in  contant,  tsy  by 
wissel  en  in  specie  over  te  senden,  met  de  schepen  van  de  vereenichde 

Digitized  by  VjOOQ IC 


18 

Oo8t-Ind.-Comp.  by  speciaal  consent  van  den  Hr.  Gouvem'.  (}eneraal^ 
welverstaende;  dat  de  directeur  van  de  Comp.  aldaer  sal  de  pennin- 
gen der  perticnlieren  yermogen  te  ontfangen,  om  ten  dienste  en  profyte 
van  de  voorn.  Comp.  aldaer  in  Indien  gebmyct  te  werden  en  pas- 
seeren wisselbrieven  tot  laste  van  dese  comp.  hier  in  Europa,  die 
deselve  penningen  alhier  sal  restitueren  ter  eerster  aenmaninge  met 
alsulcke  advance  als  daerinne  jegenwoordich  gebruyekelyck  is. 

Achter  stond: 

Gearresteert  Concept  by  de  Seventhienen,  rakende 
't  openstellen  van  den  handel  van  Indien  ^. 


in.  De  vergadering  der  XVII  Bewindhebbers  van  de 
Gen.  Oost-Ind.-Comp.  aan  Gouverneur-Generaal  en 
Raden  van  Indie,  dd.  Amsterdam,  24  April  1625. 


Manhafte  Emtfeste,  enz. 
Onze  laatste  brieven,  enz. 


D'  Heer  Generael  Jan  Pietersz.  Coen  heeft  nu  een  goeden  tyt  hier 
te  lande  geweest  en  't  sedert  syne  wedercompste  uyt  Indien,  heeft 
met  de  Seventhiene  en  met  de  cameren  in  't  perticuliere  gecommu- 
niceert  van  veele  importante  saken  en  van  den  voeth,  waerop  syne 
E.  meynt  dat  de  staet  van  Indien  ten  profyte  en  tot  eere  van  dese ' 
Geünieerde  Nederlanden  soude  gebracht  connen  werden  tot  eene  goede 
versekertheyt,  Godt  gevende,  en  alsoo  wy  bemercten  uyt  uwe  brie- 
ven, dat  U£.  met  hem  in  maximen  en  beleyt  daartoe  concurreren  en 
syne  persoon  een  groot  en  voomamentlijck  behulp  soude  bgbren- 
gen  om  tot  dien  vasten  stand  te  geraken,  soo  sgn  de  Seventhiene 
beweecht  geworden,  soo  bij  haer  eygen  zelven  als  oeck  door  ernstige 
aenradinge  van  Syne  Furstl.  Genade,  Mynheere  den  Prince  van 
Orange  ende  notable  Heeren  Regenten  van  desen  Staet,  d'Heer 
Generael  Coen »  wederom  te  versoeken  om  syn  reyse  na  Indien  in 
d'oude  qualiteyt  te  hervatten  ten  dienste  van  't  landt  en  de  Ver. 
Oost-Indische  Compi»  en  tot  groote  eere  van  Syne  E.  selflBs;  daerinne 
eyndelingh  heeft  geconsenteert ,  met  voornemen  om  met  de  voorleden 


Digitized  by 


Google 


19 

schepen,  die  in  wintertjt;  Ao  1624  nytgeloopen  syn,  ofte  met  dese 
sdiepen  na  Indien  te  varen  en  opdat  Syne  E.  een  goet  exempel  en 
^conragement  sonde  geven  aen  vele  andere  eerlycke  Inyden  hier  te 
lande ;  alsmede  aen  de  voomaemste  officieren  in  Indien ,  soo  heeft 
hy  hem  begeven  tot  den  houwelycken  staet,  om  met  syne  hnys- 
vrouwe  derwaerts  sich  te  transporteren.  Doch  syne  E.  dispositie  dese 
geheele  wintertyt  is  seer  slecht  en  weeck  geweest  en  dit  houwelyck 
is  eerst  geconsnmeert  gewerden  nn  omtrent  over  veerthien  dagen  en 
Syne  E.  is  alnoch  niet  becomen:  by  welk  inconvenient  alsoo  noch 
bygecomen  is,  dat  eensdeels  oock  ter  contemplatie  van  Syne  Ma*,  van 
Engelandt  Jacobi  (die  nn  overleden  en  synen  soone  Carolns  gesnc- 
cedeert  is)  als  andersints  Haere  Ho.  Mo.  mede  hebben  goetgevonden 
dat  de  Heer  Generaal  Coen  hier  te  lande  noch  eenige  tyt  behoorde 
te  bleven,  soo  en  sullen  U  K  de  gem.  Heer  Generael  niet  eer 
hebben  te  verwachten,  als  met  de  schepen,  die  in  den  herfst 
A^.  1625  van  hier  sullen  scheyden,  en  ondertusschen  hopen  in  Godt 
dat  desen  staet  sal  beter  zyn  geconstitueert  by  goede  resistentie  en 
victorie  tegens  den  vyant,  die  pu  de  stadt  van  Breda  nauw  bele- 
gert houd  en  soo  sterk  te  velde  compt,  als  oyt  voor  desen,  daerdoor 
dese  landen  voor  dese  tyt  genoodsaeckt  werden,  de  vriendschap  van 
Franckryk  en  Engelandt  wat  veel  te  estimeren , '  al  ware  het  met 
eenige  incommoditeyt  en  temporeel  prejudicie  voor  dese  landen,  off 
eenich  notabel  lid  in  't  perticulier,  welcke  incommoditeyt  en  pre- 
juditie  lichtelyck  sal  comen  te  cesseren,  Godt  Almachtich  eenige 
uytcompste  gevende  van  dese  oorloghssaken  en  voomementlyck  in 
dien  dezelve  uytcompste  goet  sal  wesen,  gelyckwy  hopen,  daeromme 
en  sullen  U  E.  dese  sake  (te  weten  aengaende  het  verblyven  en 
ophouden  van  d'Heer  Generael  Coen)  niet  anders  achten  ofte  appre- 
henderen  als  gelyck  wy  ü  E.  hiervoren  schryven ,  wat  dat  oock 
iemandt  in  't  particulier  van  d'onseof  oock  d'Engelse  daervan  sullen 
willen  qualyck  zeggen,  en  weest  versekert  dat  dit,  midsgaders oock 
het  op  ontbieden  van  den  Gouverneur  Speult  en  d'andere  rechteren 
uit  Amboina,  niet  es  geschiet  als  het  landt  ten  besten,  sonder  dat 
ooyt  aen  de  gerechticheyt  van  de  Comp.  in  't  generale  ofte  aen 
yemandt  van  hare  voomemenste  off  perticuliere  officieren  de  protexie 
sal  gebreken,  tzy  hier  te  lande  of  oock  niet  aldaer  in  Indien,  daerop 
U.  E.  en  alle  andere  vast  mogen  betrouwen  en  confident  syn,  en 


Digitized  by 


Google 


20 

ondertusschen  willen  U  E.  oock  op  het  serieuste  en  hoochste  wel 
yermaendt  hebben,  dat  U  E.  als  voor  desen  altyt  snit  trachten  de 
rechten,  preëminentien ,  possessien  en  contracten  van  de  Comp.  te 
mainteneren,  conserveren  en  verbeteren  sooveel  doenlyck  is,  sonder 
by  iemandt  daerinne  te  werden  vercloeckt  of  om  eenige  reden  toe 
te  laten,  dat  d'onse  daerinne  vercloeckt  souden  werden;  in  geender- 
hande  manieren,  waertoe  wy  U  E.  insonderheyt  recommanderen  ons 
vercregen  recht  in  de  stadt  en  landen  van  Jacatra,  de  Moluques, 
Amboina  en  Banda  en  alle  plaetsen  meer,  daer  wy  by  ons  eygen 
recht  van  Souverainiteyt  off  by  exclusive  contracten  het  respect  alleen 
behooren  te  hebben,  alles  nochtans  volgens  het  tractaet  met  d'En- 
gelsen  gemaekt  voor  sooveel  het  eenich  respectif  gedeelte  in  den 
handel  alleen,  van  sommige  quartieren  is  toegestaen,  't  welck,  (sy 
van  haere  syde  mede  voldoende  na  behooren)  U  E.  haer  sult  laten 
volgen,  sonder  captie  ofte  dispute,  voor  sooveel  als  sy  daertoe  ge- 
rechticht  syn ,  by  het  voorsz.  tractaet  en  niet  verder,  't  welck  U  E. 
800  gelieven  te  behertigen,  als  wy  U  E.  syn  toevertrouwende  den 
interest  van  't  gemeene  Nederlandt  en  het  voordeel  van  de  Ver.  Comp. 

Hiermede  enz. 
Utten  name  van  de  Bewindhebberen  der 
Generale  Oost-Indische  Comp.  van  Ne- 
derlandt Uwer  Ed.  goede  vrunden: 
Dirck  Bas,  enz. 
(volgen  14  handteekeningen.) 


IV.  De  vergadering  der  XVn  Bewindhebbers  van  de 
Gen.  Oost  Ind.  Comp.  aan  Gouverneur-Generaal  en 
Raden  van  Indie,  dd.  Amsterdam,  10  Aug.  1627. 

Manhafle  Emtfeste,  Lieve  Besundere. 

By  de  missive  in  dato  9  January  1627:  geteeckent  by  de  gecom- 
mitteerden in  'sGravenhage  synde ;  item  by  een  andere  in  dato  27  Maerti 
1627,*  geteyckent  by  de  Bewinthebberen  der  Cameren  naest  gelegen 
sullen  U.  E.  hebben  gesien  de  authorisatie  ende  laat  waermede  d'Heer 
Jan  Pietersz.  Coen,  wederomme  nae  Indien  gekeert  is,  in  qualiteyt 
als  Gouvemeur-Generael  van  Nederlants  Indien  met  ordre  daarby, 

1.    Zie  hierboren  bladx.  7. 

Digitized  by  VjOOQ IC 


21 

gelyck  wy  alsnu  noch  ordonneren,  denselven  persoon  daervoor  te  ont- 
vangen, aennemen,  gehoorsamen  en  respecteeren  en  doen  respectee- 
ren ende  gehoorsamen  overal  daer  en  snlcx  het  behoort,  sonder  eenige 
exceptie  ofte  tergiversatie ,  waeraen  de  Generaele  Oost-Indische  Comp. 
dienst  sal  geschieden. 

Aengaende  de  commissie  van  den  Oem.  Heer  Generael  Coen,  alsoo 
sjn  £.  nyt  Indie  alleen  gescheyden  was  met  intentie,  omme  (nae 
eenige  communicatie  met  de  Comp.  aengaende  haeren  staet  van  Indien) 
wederomme  derwaerts  te  keeren,  daertoe  syn  E.  by  de  Seventhiene 
is  beweecht  geworden,  opdat  syn  wederkeeren  niet  langer  en  werde 
uytgestelt,  gelyck  alsnu  is  geschiet,  soo  houden  wy  den  Gem.  heer 
Coen,  alsnu  in  deselve  conditie  en  digniteyt  als  voor  desen  is  ge- 
weest, derhalven  oock  onnodich  achten  eenige  nieuwe  commissien  te 
senden,  alsoo  wy  verstaen  en  bevelen,  mits  desen,  dat  de  voorgaende 
Commissien  daertoe  sullen  verstrecken,  gelyck  wy  deselve  daertoe 
habiliteeren,  confirmeeren  ende  approbeeren,  ten  waere  wy  anders 
hierna  sollen  gelieven  te  doen  ende  ondertusschen  belasten  ende  be- 
veelen  allen  en  een  yder  van  wat  qualiteyt  ofte  conditie  sy  mogten 
wesen,  deselve  commissien  voor  sulcz  aen  te  nemen  ende  te  respec- 
teren tot  gemeynen  welstant  van  de  Generale  Oost-Indische  Compagnie. 

Ende  sóoveel  raeckt  de  ordonnantien  ende  Instructien  voor  den 
Gouvemeur-Generael  deselve  syn  ende  bly ven ,  gelyck  als  die  by  de 
Seventhiene  binnen  Middelborgh  in  Seelandt  vergaderd  op  22  angusti 
a^  1617  syn  gearresteert,  ende  by  de  Ho.  Mo.  Heeren  Staten  Gene- 
rael der  Vereenichde-Nederlanden  ende  by  syn  Princelycke  Ex*'". 
myn  heere  den  Prince  van  Orangie  op  14  Septemb.  ende  3  Novemb. 
van  't  selve  jaer  syn  geratificeert,  geapprobeert  en  geconfirmeert  en 
sooals  sy  jegenwoordich  in  handen  syn  van  den  Gouverneur  Generael 
en  Raden  van  Indien,  aen  dewelcke  sy  alsnoch  voor  Instructie  sullen 
strecken  en  dienen,  mitsgaders  de  orderen  ende  last  na  dato  der  Gem. 
instructie  by  de  Generaele  Comp.  naer  Indie  successivelyck  gesonden, 
sooals  die  staen  en  te  vinden  syn  in  de  brieven,  instructien  ende 
resolutien  van  de  Seventhiene,  geteyckent  tot  uu  toe  ende  die  noch 
hiemae  by  de  gem.  Seventhiene  gesonden  sullen  worden,  allewelcke 
aen  den  Gouvemeur-Generael  sullen  sjn  ende  verstrecken  voor 
Gencrofile  Instructie.  —  Lasten  en  bevelen  derhalven  dat  UWE.  de- 
selve in  't  generael  ende  ijder  point  van  dien  in  't  partieulier^sullen 


Digitized  by 


Google 


22 

naecomen  ende  observeeren^  boo  by  haer  selfe;  in  haer  eygen  digni- 
teyt  ende  qnaliteyten  respectivelyck,  alsoock  by  alle  anderen  onder 
haer  gebieth  ende  gehoorsaemheyt  staende. 

Particulierlyck  vinden  wy  goely  ÜE.  te  gelasten  en  te  ordonneren  y 
alsoo  voor  desen  aen  de  Seventhiene  eenige  ouverturen  syn  gedaen  tot 
openstelling  van  den  vryen  handel  van  India  op  seeckere  concepten^ 
ingestelt  en  aen  de  Seventhiene  overgegeven,  die  de  gemelde  Seventhiene 
omme  goede  redenen ,  haer  daertoe  bewegende  niet  goetgevonden  hebben 
te  amplecteren  nochte  te  gebruycken;  maer  't  beleyt  van  de  Generale 
negotie  te  laten  voor  de  Vereenichde  Oost-Indische  Comp.  sooals  tot 
noch  toe  voor  desen  is  geschiet;  Soo  ist  dat  wy  alsnoch  daerby  per- 
sisteerende,  Uw  Ed.  op  *t  seiieust  verbieden  eenige  openingen  van  den 
vryen  handel  toe  te  staen  op  den  voeth  van  voorgem.  concepten  ofte 
andere  diergelycke  in  eenigerhande  maniere  y  waerop  wy  ons  sullen 
verlaten]  enz. 

Amsterdam  desen  X"  Augusti  a*.  1627;  de  Be- 

winthebberen  van  de  Vereenichde  Oost  Ind.  Comp. 
ter  vergaderingh  van  Seventhien. 
Was  onderteekend:   Elias  Trip, 

Comelis  Francken. 
(volgen  nog  13  handteekeningen.) 
't  Opschrift  was: 
Hanhafte  Erentfeste,  Lieve  besundere. 

d'Heer  Jan  Pietersz.  Coen  en  d'andere  raden 
van  Indien,  wegens  de  geünieerde  Nederlanden, 
residerende  te  Batavia. 


V.  De  Gouvemenr-Generaal  Pieter  de  Carpentier  en 
Rade  van  Indie  aan  de  Bewindhebbers  der  Gener. 
Oost-Ind.  Comp.  (Heeren  XVII.) 

Batavia,  25  dec.  1623. 
Erentfeste  enz. 

Met  d'overcomste  van  d'Ed.  Heere  Generael  Coen  mitsgaders  onse 
nageêonden  missive,  in  dato  24  febr.,  p.  den  Gouden  Leeuw  sullen 


Digitized  by 


Google 


23 

UEd.  verstaen  hebben,  wat  tot  die  tyt  toe,  alhyer  gepasseert  was,  enz.  • 
met  dese  voorafgaende  gelegentheyt  van  d'Engelse  gchepen.  .  .  • 
sollen  UE.  in  't  cort  adviseren,  tgene  ons  nodigh  gedacht  heeft 

In  alle  poincten  van  't  accoort  leggen  hier  met  d'Engelsen  over- 
hoop, niet  ééne  wert  er  van  haerder  syde  geobserveert ,  als  alleen 
de  geveinsde  vrientschap.  Op  malitieuse  gesochte  actiën,  hebben sy 
haer  van  de  gemeene  deffentie  met  opgesetten  voordracht  in  't  gene- 
rael  ontlast,  den  handel  van  de  HoUuccos,  Amboina,  Banda  en  Pal- 
liacatta  hebben  t'eenemael  verlaten  ende  haer  nyt  de  lasten  dersel- 
ver  gedraeyt  nu  de  proflfyten  sober  vallen.  Bantams  besettinge  trecken 
haer  niet  alleen  niet  aen,  maer  hebben  met  gewelt  van  schynrede- 
nen  ons  willen  dwingen  haer  toe  te  staen  tot  Bantam,  alleen  voor 
beyde  de  Compagnien  te  mogen  gaen  handelen,  tot  noch  toe  hebben 
't  met  redenen  weerhouden  ende  is  de  saecke  sooverre  gecomen,  dat  sy 
onse  wapenen  met  de  mout  beginnen  te  tergen  en  te  vragen,  soo  sy 
onderleyden  naer  Bantam  alleen  te  gaen  off  wy  haer  met  gewelt  van 
wapenen  sonde  tegenstaen;  wy  hebben  geantwoort  dat  d'een  sonder 
d'ander  off  sonder  gemeen  consent  niet  vermoght  naer  Bantam  te 
gaen,  alsoo  het,  een  gemeene  saecke  was  daer  de  liberteyt  van  d'een 
soowel  als  van  d'ander  gelden  moet. 

Tot  noch  is  de  saecke  dos  blyven  steecken,  by  gebreck  van  capi- 
tael  achten  wy,  dat  sy  noch  na  Bantam  niet  en  gaen,  maer  soo  eens 
middel  becomen  ende  onderstonden  alleen  derwaerts  te  gaen,  sullen 
sy  ons  mogelyck  met  dadelyckheyt  tergen,  soo  dan  geene  redenen,  noch 
behoorlycke  insinuatien  haer  connen  weerhouden,  off  datter  geene 
middelwech  te  vinden  sy,  om  door  haer  den  handel  (sonder  UE. 
prejuditie)  te  doen  ondersoecken ,  wat  sal  ons  dan  anders  resteren 
als  protest  ende  soo  dan  't  protest  niet  en  helpt,  sullen  wy  het  moe- 
ten opgeven  off  haer  gewelt  met  gewelt  moeten  wederhouden,  wat 
ezclamatien  ende  moijten  daer  dan  op  volgen  sullen,  magh  men  wel 
dencken 

Eenen  Gabriel  Touwerson,  agent  wegen  d'Engelse  Comp^^.  op  Am- 
boina hadde  met  S3me  geassocieerde  Engelsen,  item  eenige  Jappan- 
ders ende  den  Haringho  van  de  Mardicquers  alle  in  comp.  dienst 
wesende,  geconspireert  om  't  fort  van  Amboina  aff  te  loopen,  daertoe 


4 


Digitized  by 


Google 


24 

aireede  tot  syn  devotie  de  voors.  Jappanders,  die  binnen  't  fort  waeren^ 
sutsgaders  de  voors.  Marinho  gebracht  hadde,  doch  is  voors.  verraet 
miraeckeleoselyck  aen  den  dach  gecomen  ende  syn  daerover  den 
voors.  Tonwerson  met  noch  negen  Engelsen  tot  hem,  soo  cooplieden 
als  anderen  mede  aen't  verraet  schnldigh,  mitsgaders  thien  Jappan- 
ders ende  die  Marinho  by  den  breden  raet  op  Amboyna  ter  doot 
gesententieert  ende  altsaemen  oock  op  den  9  Bfartie  geexecnteert 

Hiemeven  gaen  de  confessien  ende  sententie  der  voors.  delincqnan- 
ten,  soo  als  ons  deselve  van  Amboyna  toegesonden  syn. 

D'Ëngelsen  alhier  blixemen  seer  tegen  dese  ezecntie  ende  seggen 
rondnyt,  dat  haer  volck  ten  onschnlt  om  den  hals  gebracht  is,  dat 
men  haer  door  inhnmane  torturen  tot  bekentenisse  van  soo  onmoge- 
lycken  saecke  gedwongen  heeft,  d'onmogelyckheyt  fonderen  sy  hier 
op,  omdat  de  macht  van  de  Engelssen  op  Amboina  soo  geringh  was, 
dat  het  voor  soo  een  hantvol  volcx  niet  mogelyck  sonde  geweest 
syn  snlcken  groeten  stnck  te  effectueren,  evenals  off  sy  geen  anderen 
aenhangh  souden  gehadt  hebben. 

üyt  crachte  van  den  Q^"  artyckel  in  't  accoord,  hebben  sy  de  resti- 
tutie van  Poeieren  geeyst,  met  sulcken  extensie  van  absoluite  eygen- 
dóm ,  dominie  en  sonverainité  over  voors.  ey landt  en  de  inwoonders 
van  dien,  noch  min  noch  meer,  als  wy  d'andere  aenliggende  eylanden 
van  Banda  besitten  om  daer,  te  mogen  uytsetten,  inlaten  ende  opbren- 
gen alsulcken  volck  alst  haer  gelievt,  om  te  mogen  affbreecken,  for- 
tificeeren  ende  voorts  daermede  te  doen  sooals  sy  geraden  sullen 
vinden,  sonder  daer  iemant  op  te  seggen  sonde  hebben,  wy  hebben 
haer  geantwoort,  dat  wy  soodanigen  extensie  in  't  negende  artyckel 
niet  konden  begrypen,  maer  wel  dat  de  Nederlanders,  t'eylandt  soo 
sy  het  hielden;  mosten  abandonneren  ende  restitueeren  aen  d'Eng. 
Comp.  in  sulcken  staet  als  het  was,  ten  tyde  van  den  inganck  van 
't  tractaet  a^  1619.  In  deser  voegen  hebben  wy  haer  gepresenteert 
't  voors.  eylant  t'abandonneren  laten  ende  restitueeren 

Dese  onse  explicatie  ende  presentatie  verwierpen  sy,  enz.  enz.    . 

In  't  fort  Batavia,  ady  25  decemb.,  a».  1623. 

ÜE.  dienstw.  vrienden  én  dienaars. 
Martinus  Sonck,  P.  d.  Carpentier. 

Jacques  Specx.  Frederick  Houtman. 

Dedel. 


Digitized  by 


Google 


26 

VI.  De  Gouverneur-Generaal  Pieter  de  Carpentier  en 
Bade  van  Indie  aan  de  Bewindhebbers  der  Gen. 
Oost-Ind.  Comp.  (Heeren  XVII.) 


Batavia  y  3  January  1624. 
Edele  Emtfeste,  enz. 

•     •     • • ...^..*. 

Tot  onderhout  van  de  Gamisoenen  hebben  in  plaetse  van  Realen, 
partye  hollantse  daelders  ende  dubbele  stuyvers  derwaerts  (naer  de 
Molukken)  gesonden  ende  geordonneert  deselve  in  treyn  te  brengen , 
twelck  ongetwyffelt  lichtelyck  sal  te  wege  gebracht  werden  gelyck 
airede  hier  op  Batavia  geschiet  is.  In  't  eerste  haddet  mede  syn 
sporrelinge ,  maar  is  nu  sóó  in  cours ,  dat  d'inwoonders  ende  vreem- 
delingen nae  geen  andere  munte  meer  talen 

Volgens  t'advys  van  d'Ed.  Heer  Generael  Coen  ons  op  syn  vertrecq 
gelaeten,  hebben  wy  in  May  voorleden  een  gesant  met  onse  missive 
beneffens  een  matige  schenckagie  aen  den  Mattaram  gesonden, 
dienende  alleen  tot  continuatie  van  vrientschap  met  syn  Majesteyt 
ende  vermeerderinge  van  correspondentie  tusschen  ons  ende  zyne  on- 
dersaten, mitsgaders  om  den  Mattaram  ende  zyne  grooten  in  hoope 
te  voeden,  dat  wy  niet,  dan  alles  goets  van  haer  gevoelen,  item  om 
Bantam  van  onse  vrientschap  met  den  Mattaram  jalours  ende  nadoch- 
tich  te  maecken  en  te  sien  off  d'openinge  van  Bantam  daerdoor  sonde 
connen  geaccelereert  worden.  Item  om  den  Mattaram  des  Comp. 
geleeden  schade  in  Succadana  findachtigen  ende  refactie  daeiTan  te 
versoecken,  gelyck  UEd.  ampelder  in  onse  medegegeven  instructie 
aen  den  gesant  sien  mogen.  Minnelyck  syn  d'onse  van  den  Coningh 
Anglagga  ontfangen  ende  was  hem  de  besendinghe  opt  hoogste  aen- 
genaem.  fly  dede  ons  waerschouwen  hoe  verstaen  hadde,  dat  de 
Portugiesen  met  den  Pangerang  van  Bantam  in  verbont  getreden 
waeren  ende  belooft  hadden  met  veele  schepen  en  volck  tot  Bantam 
te  comen,  om  van  daer  gesamenderhant  op  Batavia  te  vallen.  Wan- 
neer yets  daeiTan  vernaemen,  versocht  dat  men  hem  sulcx  wilde 
laeten  weten,  alsoo  de  portugesen  en  die  van  Bantam  mede  syne 
vyanden  waeren.  Wat  hiermede  seggen  wilde,  heeft  den  Tomma- 
gon  Bouraxa,  Gouv^  van  Candaél,  naderhant  in  October  passato  met 


Digitized  by 


Google 


26 

eenen  brief  ende  expressen  gesant  te  kennen  gegeven,  alsoo  ons 
liet  weten  soo  wy  gesinth  waren  over  't  stnck  van  Bantam  met  hem 
in  onderhandelinge  te  treden,  dat  hem  snlcx  souden  openbaren,  om 
den  Coningh  Anglagga  aen  te  mogen  dienen,  vraechde  mede  soo  den 
Coningh  Anglagga  thiendnysent  man  te  water  sont,  om  ontrent  Ban- 
tam te  landen,  off  wy  daervan  geen  misvertrouwen  souden  hebben 
ende  soo  ons  snlcx  wel  geviel,  sonde  het  van  noode  wesen,  dat  wy 
de  cost  ende  andere  provisien  met  schepen  't  leger  naevoerden;  voorts 
dat  wy  Bantam  met  schepen  te  water  dienden  te  besetten  opdat  't 
volck  niet  vluchten  noch  verloopen  sonde.  Wanneer  de  Mattaram 
Bantam  gewonnen  hadde,  sonde  de  peper  aen  geen  andere  natie,  als 
aen  de  Nederlanders  alleen  vercocht  worden  ende  soo  ons  dacht, 
dat  er  canse  aen  Bantam  was,  wilde  hy  het  syne  Miyesteyt  aendie- 
nen,  ons  verseeckerende,  dat  den  Coning  daer  niet  op  slaepen  sonde, 
alsoo  dickwils  van  Bantam  was  vermaenende,  hierop  hebben  hem^ 
niet  toe  noch  afgeseyt,  maer  in  onseeckerheyt  gelaten ;  doch  eenich- . 
sints  met  hoope  gevoedt 

Wanneer  den  Coningh  Anglagga  op  Bantham  mickt,  hoopen  wy 
wel  toe  te  sien,  dat  hy  Batavia  niet  en  treft,  want  hy  dese  bruyt 
immer  soo  lieff  heeft  als  Bantam. 

Wat  de  bovenvermelde  gesant  by  den  Mattaram  voorder  verhandelt 
ende  aengaende  de  Mattarams  statie  en  gelegentheyt  geobserveert 
heeft,  refereren  ons  aen  't  nevensgaende  extract  van  Joumael  by 
den  gesant  gehouden.  ^ 

Dese  voorleden  soomer  heeft  de  Mattaram  Soerbaya  te  lande 
belegert,  maer  is  sonder  yets  notabels  te  verrichten  weder  affgetrocken. 

Grissy  heeft  hy  daemae  met  eenige  prauwen  te  water  verrast, 
afi^eloopen  ende  verbrant. 

Bantam  hout  hem  noch  geslooten,  doch  met  groeten  schyn  van 
genegentheyt  tot  openinge,  den  ouden  Pangoran  Gouverneur,  heeft 
het  gouvernement  affgeleyt  en  aen  den  jongen  Coningh  beneffens  alle 
de  schatten  overgelevert,  die  van  Bantam  hebben  haer  volck  dese 
soomer  off  uyt  ontsagh  off  met  voordacht  van  onsen  bodem  gehouden, 
alsoo  geen  sonderlinge  onraet  in  't  velt  vernomen  hebben,  van  ge- 
lycken  soo  en  hebben  wy  geen   hostile   watertochten  met  prauwen 


l  Zie  hienwhtcr  n'.  VIT. 

Digitized  by  VjOOQ IC 


27       ' 

onderleyty  alleen  honden  twee  schepen  voor  Bantam  om  de  reedete 
bewaeren ,  datter  geene  peper  met  joncken  off  groot  vaertnigh  ver- 
voert werde ;  alle  overcomenden  van  Bantam  seggcn  ende  affirmeren, 
dat  den  jongen  Coningh,  de  groeten  ende  insonderheyt  de  gemeente 
seer  tot  vreede  genegen  syn,  maer  dat  den  ouden  Pangeran,  noch 
onsen  vyant  en  even  obstinaet  bleef,  doch  hy  sonde  haest  nyt  't  landt 
vértrecken  ende  dan  meenen  sy,  dat  de  vreede  met  Bantham  wel 
sal  getroffen  worden. 

Men  heeft  ons  oock  seer  aangeraden,  dat  eenige  gesanten  nae 
Bantham  wilden  senden;  om  verscheyden  redenen  hebben  niet  goet 
connen  vinden  in  dese  zaecke  te  verhaesten,  eensdeels  omdat  wy 
het  maer  voor  een  loosen  treek  van  Bantam  hielden ,  dienende  maer 
om  ons  met  hoope  van  goet  succes  te  voeden  ende  ondertusschen 
te  weerhouden,  dat  met  den  Mattaram  tegen  hem  niet  aen  en  span- 
nen, gelyck  mede  om  onse  graecheyt  nae  syne  peper  t'ondertasten 
ende  te  vernemen  off  wy  deselve  oock  tot  hoge  prQse  wel  souden 
willen  incoopen,  soo  die  maer  becomen  conden,  dit  houden  wy  wel 
eenige  van  syn  ooghmerken  te  wesen,  hoewel  datter  noch  importan- 
ter  syn,  als  namelyck  de  heerschappye  van  Jaccatra  ende 't  meester- 
schap van  den  handel,  daer  Bantam  seer  nae  getracht  heeft,  van 
welcke  twee  hy  genoechsaem,  soo  wy  meenen,  alsnu  despereert;  ten 
waere  hem  d'Engelsen,  is  't  niet  tot  beyden,  ten  minsten  tot  het 
laeste  noch  eenige  moet  en  hoope  gaven,  gelyck  wy  sonder  eeniche 
twyffel  gelooven,  dat  sy  secreetelyck  syn  doende,  synde  door  wan- 
gunst  ende  jalourshcyt  van  Batavia's  progres  soo  misleyt,  dat  oock 
onwetende  met  haer  eygen  nadeel  'tselve  soecken  te  weerhouden    . 

Wat  Batavia  belangt,  heeft  't  sedert  onsen  jongsten  in  confluentie 
van  volckeren,  aenwas  van  commercie,  incompsten,  gebouwen  als  an- 
dersints,  nae  gelegenheyt  destyts,  Godt  loff,  noch  redelyck  toegenomen. 

De  maentlycke  incompsten  't  sedert  primo  december  1622  tot  uit 

November   1623   monteren   t'samen de   somma   van 

fl.  179743.15.12. 

Van  gelycken  sullen  UEd.  by  de  medegaende  rolle  ten  naeste  by 
sien,  hoeveel  sielen  in  Batavia  zyn,  soo  van  Compa'.  dienaers,  vrye 
Nederlanders,  mardycquers,  slaeven,  gevangenen,  gelyck  mede  van 
Chineesen,  Japonders  &c.  d'engelse  natie  alleen  mitsgaders  eenige 


Digitized  by 


Google 


tusschenloopende  onbekende  vreemdelingen  nytgesondert ,  ende  mon- 
teren de  borengemelte  volgens  deze  beschryvinge  't  saemen  6425 
eoppen.  Mede  gaet  hierby  een  roUe  van  alle  de  Nederlantsche  vrou- 
wen, welcke  op  Batavia  noch  in  leven  resteeren.  Item  hoe  veele 
datter  tot  dees  tyt  toe  in  Batavia  overleden  syn,  gelycq  mede  hoe- 
veele  van  de  jonge  overgecomene  kinderkens  noch  in  't  leven  ende 
overleden  syn,  item  hoeveele  kinderkens  van  NederL  onders  hier  in 
Batavia  gebooren  ende  gestorven  zyn.  Wat  de  Nederlantsche  vronws- 
persoonen  aengaet,  die  aerden  hier  soowel  als  de  mans,  van  elf 
kinderkens  hier  gebooren  resteeren  noch  in  't  leven  acht 

Wy  mogen  hoopen;  als  de  nature  van  d'ouders  met  de  temperature 
van  't  climaet  beter  overeen  comt,  twelck  met  der  tyt  comen  sal, 
dat  de  procreatie  oock  vigoreuser  ende  bestendiger  sal  worden. 

Meest  alle  de  kinders,  welcke  de  Nederlanders  by  dinlandsche 
vrouwen  procreëren  syn  coomhardt  ende  aerden  soowel  als  naturellen 
van  't  lant  selve  gelyck  sy  oock  ten  halven  syn. 

Sedert  de  heer  generael  Coens  vertreck,  hebben  de  stadt  aen  d'oost- 
zyde  van  de  riviere  ruym  een  dardepart  uitgeleyt,  met  een  gracht 
ende  aerde  wal  beginnen  t'omsingelen  ende  te  sluyten,  gelyck  UEd. 
in  nevensgaende  pourtraict  van  Batavia  sien  sullen.  De  gracht  is 
wyt  13  vadem  ende  in  't  midden  1|  diep,  d'aerde  wal  heeft  drie 
roeden  aenleggens,  15  voet  hoogte  ende  ontrent  een  roede  cmyns. 
Van  dit  voorleden  drooge  mouson  is  d^  wal  begonnen  ende  gebracht 
tot  op  190  roede  in  de  lenghde,  met  twee  cleene  bolle  wercken  daer 
ingereeckent  en<^e  heeft  gecost  omtrent  161.000  realen  van  achten 
aan  arbeytsloon,  welcke  somma  de  vermogende  Nederlantse  burgerye , 
Chineesen  ende  Japanders  gewillich  opgebracht  hebben  ende  gioot 
leven  onder  de  arme  Chineesen  verweet  heeft,  alsoo  sy  alle  tvoorsz. 
geit  met  haeren  arbeyt  in  corten  tyt  weder  ingetrocken  hebben. 

Tgeene  noch  tot  voltreckinge  van  voorsz.  wal  aen  de  oostzydevan 
de  stadt  naer  't  fort  toe  gebreect,  synde  ruym  noch  een  dardepart, 
hoopen  wy  met  Godes  hulpe  t'aenstaende  drooge  mouson  buyten 
Comp'.  last  aff  te  maecken  ende  hiermede  zal  de  stadt  tegen  d'aen- 
compste  van  den  Mattaram  (welck  men  van  die  cant  apparenst, 
doordien  het  hooge  lant  is,  te  verwachten  heeft)  in  redelycke  def- 
fentie  gebracht  wesen. 


Digitized  by 


Google 


29 

Met  d'opbonwinge  van  't  fort  gaet  het  langsaem  voort,  alsoo  't 
meeste  werek  geeme  met  ons  eygen  volck  souden  maecken  om  sware 
oncosten  te  myden,  doordien  de  roep  hier  sterck  gingh,  dat  deMat- 
taram  het  op  Batavia  gemunt  hadde  ende  wy  ooek  van  verscheydene 
qnartieren  gewaerschout  wierden  (hoewel  cleyn  geIoT%  daerin  stelden) 
800  hebben  wy  (om  niet  al  Ie  goet  geloovich  te  wesen)  wat  gelts 
moeten  spenderen  om  de  gracht  aen  d'oostsyde  van  't  fort  door  Chi- 
neesen  te  doen  diepen,  't  weick  met  ons  eygen  volck  beswaerlyck 
te  wege  conden  brengen. 

Om  d'aenbouw  van  huysen  niet  te  verachteren,  heeft  de  Raedt 
alsnoch  niet  connen  goet  vinden ,  dat  men  d'erven  met  een  jaerlycxe 
pacht  sonde  beswaren ,  maer  dat  men  daermede  noch  wat  insiensal, 
ondertusschen  wert  van  alle  uytgegeven  erven,  mitsgaders  van  de  ge- 
bouwen daerop  staende,  telckens  dat  vercocht  off  veralieneert  worde, 
voor  den  Heers  gerechtkheyt  10  ten  100  gevordert. 

Wanneer  de  bnrgery ,  insonderheyt  de  Chineesen ,  wat  vermogen- 
der worden,  haer  bet(er)  verspreyden,  meer  erven  beslaen  ende  beter 
geseth  sullen  wesen,  sal  men  d'erven  met  een  jaarlycxe  rente  con- 
nen beswaren,  omdat  de  burgerie  met  d'extraordinary  contributien 
tot  versterckinghe  ende  verbeteringh  van  de  stadt,  nu  onlangs  vry 
wat  beswaert  syn  geweest,  is  mede  een  oorsake  dat  de  belastingh 
van  d'erven  noch  uytgestelt  sy,  &c. 

(Het  overige  gedeelte  van  den  brief  handelt  over  de  voortdurende 
moegelgkheden  met  de  Engelschen.) 

In  't  fort  Batavia,  desen  3^  January,  A».  1624. 

UEd.  dienstwillige  dienaren , 
P.  d.  Carpentier. 
Frederik  Houtman. 
Dedel. 

Martinus  Sonck. 
Jacques  Specx. 
Jan  van  Gorcom. 


Digitized  by 


Google 


30 

Vn.  Extract  uit  het  „  Journael  van  't  gepasseerde  op 
„  de  reyse  naer  denMattaram,  beginnende  den  24 


n 


May  A^.  1623"  gehouden  door  Dr.  de  Haen.  i 


Woensdag  24  Mei.  Vertrek  van  Batavia  met  het  jagt  Sincapura 
naar  TagaL 

2  Jonij,  aankomst  ter  reede  van  Tagal. 

3  JnniJ,  de  Toemenggoeng  komt  aan  boord.  Het  arabische  paard 
en  de  overige  geschenken  voor  den  Pangéran  Ing-Ngalaga  worden 
ontscheept. 

4  Jnnij,  een  brief  namens  den  Pangéran  Ing-Ngalaga  wordt  ontvangen, 
waarbij  aan  Dr.  de  Haen  verzocht  wordt  om  een  Hollandschen  goud- 
smid mede  te  brengen ,  ten  einde  eenige  gouden  ringen  te  maken. 

7  Junij ,  vertrek  van  Tagal,  met  het  paard  en  de  overige  geschen- 
ken. Het  paard  voor  den  Pangéran  bestemd,  werd  omringd  door  een 
lyfwacht  met  schilden,  opdat  het  paard  niet  door  het  volk  gezien 
zou  worden,  en  bij  den  overtogt  van  riviertjes  of  beeken,  werden  er 
voorzorgen  genomen  door  den  Toemenggoeng,  dat  het  zijne  voeten 
niet  nat  zou  maken.  De  wegen  waren  allen  door  de  bevolking  in 
heerendienst,  schoon  en  effen  gemaakt. 

8  Junij,  aankomst  en  overnachting  te  Soember.  ^ 

9  dito,  trekken  door  Djati-Sari  en  komen  te  Pamalang,  staande 
onder  het  gebied  van  een  oom  van  Pangéran  Ing-Ngalaga,  genaamd 
Pangéran  Prurebaia.  * 

10  dito,  komen  door  Wira  desa  ^  te  Pékalongan,  waar  veel  rijst 
en  klapperboomen  gevonden  worden.  Pékalongan  staat  onder  het 
gebied  van  Kiai-Dipati  Pasanta  ^,  sedert  het  dezen  is  geschonken 
door  den  Pangéran  Ing-Ngalaga,  waarvoor  Pasanta  jaarlijks  4000 
realen  van  8*°  in  rijst  en  klapperolij  moet  opbrengen. 


1.  WQ  deelea  dit  en  Het  volgende  Journaal  slechts  bg  uittreksel  mede,  omdat 
bdde  journalen  zeer  langdradig  zijn  opgesteld  en  er  veel  in  voorkomt  dat,  of  reeds 
vermeld   is  in  journalen  van  ?orige  gezanten  naar  Mataram,  of  weinig  belangrijk  Ib. 

2.  Deze  plaats  Soember  en  de  volgende  r|jati-Sari,  moeten  destijds  gelegm  zija 
geweest  op  den  weg  van  Tagal  naar  Pamalang, 

8.    Prurebaia  -  Poerbojo  ?  vervoUer  van  beloften,  volgens  Winter, 

4.  Op  den  w^  tusschen  Pamalang  en  Pékalongan. 

5.  Hoepo-Sonto. 


Digitized  by 


Google 


31 

11  dito,  na  een  togt  door  schoone  rijstvelden,  aankomst  te  Passnan 
liggende  op  een  half  nor  afstand  van  Batang.  ^ 

12  dito,  aankomst  te  Soeba  ^  te  midden  van  schoone  rijstlanden 
gelegen  in  eene  vallei,  waarin  vele  dorpen  gevonden  worden. 

13  dito,  na  door  Tamparan  '  getrokken  te  zijn,  aankomst  te  Pao- 
kis  *  gelegen  in  eene  vallei,  vol  met  rijstlanden. 

14  dito,  na  over  een  dorp  te  zijn  getrokken,  aankomst  te  Tralan- 
gon,  een  dorp  in  het  hooge  gebergte,  telt  200  gewapende  mans- 
personen. 

16  dito,  togt  door  het  gebei^te,  door  eene  afgesloten  wachtplaats 
des  pangérans  Ing-Ngalaga  aankomst  te  Tatiam  *  liggende  op  een 
henvel  in  eene  vallei,  omringd  door  drie  hooge  bergen.  De  vallei 
bezet  met  ontelbare  dorpen  en  rijstlanden. 

17  dito ,  trekken  door  Juma  Keda  ^,  zoover  zien  konden  zagen 
menigte  van  dorpen  en  schoone  rijstvelden,  aankomst  te  Pakkies 
Wiring.  7 

18  dito,  vele  dorpen  gezien,  komen  door  Piaman  Tidar  ^,  aankomst 
te  Pary  •,  overal  veel  rijst  geplant. 

19  dito ,  aankomst  te  Tnraiam  van  waar  niemand  verder  mag  door- 
trekken dan  met  vergunning  van  Eiai-Dipati  Mandoero-redjo.  Een 
gedeelte  van  het  gevolg  van  Dr.  de  Haen  moet  hier  achterblijven. 
Dr.  de  Haen  verneemt  hier  een  gerucht  dat  de  Koning  van  Johor 


1.  Naam  van  een  regentschap,  van  een  district,  van  eene  rivier  en  van  eene  Icleiue 
fltad  in  Pékalongan. 

2.  Hoofdplaats  van  het  tegenwoordige  district  van  dien  naam,  in  het  regentschap 
Batang,  resid.  Pékalongan. 

3.  YermoedclQlc  moet  dit  z^n  Tempoeran,  maar  welk  Tempoeran  hedodd  is,  hlijkt 
niet  duidel^k. 

4.  -Ditzelfde  geldt  voor  Pakkies,  waarvan  de  ligging  niet  te  bepalen  is. 

5.  Omtrent  Tralangon  en  Tatiam ,  weet  ik  nog  niet  veel  meer,  dan  ik  op  bladz  395, 
Ded  I,  vermeld  heb.    Kan  Tatiam  ook  zfjn  Ta^je  of  Tadji,  waar  van  Ooens  in  z^ne 

reisbeschrQving   over  Java  a^  1656  van  gewaagt,    als  liggende  eene  dagreis  van   den 
Merbaboe. 

6.  JDjoemo,  dorp  in  Kadoe,  regentschap  Temaoggoeng,  district  Lempogang? 

7.  Pakkies,  dit  zal  vermoedelQk  zjjn  Pakkies,  in  het  regentschap  Magelang,  district 
Ballak,  niet  verre  van  O.  Merbaboe. 

8.  Vermoedelijk  het  dorp   Tidar,  bij   den   berg  Tidar  in  Kadoe,  regentschap  en 
district  Magelacg. 

9.  Waarschyniyk  Pareh  in  Kadoe,  district  Probolingo. 


Digitized  by 


Google 


32 

zijn  land  wilde  verlaten  om  met  zijne  geheele  zeemagt  Soeraba^ate 
hulp  te  komen.  Om  die  reden  liet  Pangérang-Ing-Ngalaga  veel  go- 
raps  bouwen  en  was  hij  voornemens  eene  groote  magt  onder  Dipati- 
Mandoero  redjo  naar  Soerabaija  te  zenden. 

20  dito,  berigt  ontvangen,  dat  de  Keizer  verlangt,  dat  het  gezant- 
schap spoedig  te  Eiu*ta  zal  aankomen,  de  reis  wordt  in  galop  voort- 
gezet Het  ar&bisch  pa^ird  was  reeds  voornitgezonden.  Na  den  mid- 
dag aankomst  te  Karta,  alwaar  het  Nederlandsch  gezantschap  zijn 
intrek  neemt  bij  Kiai  Soema-ragi,  onderweg  ontmoet  men  den  Toe- 
menggoeng  Singo-ranoe,  met  zijne  huisvrouw  zittende  op  een  wagen 
met  twee  buflfels  bespannen,  „seer  magniefyckelyck  toegemaeckt," 
met  een  gevolg  van  50  è  60  vrouwen. 

Het  Nederl.  gezantschap  trok  ook  nog  door  het  dorp  Bengala', 
en  daarna  door  eene  groote  stad  met  hooge  muur;  doch  weinig  hui- 
zen, welke  den  Toemenggoeng  Singo-ranoe  toebehoorde. 

23  dito,  het  gevolg  te  Turaiam  aehtergelaten ,  krijgt  verlof  om 
naar  Karta  te  komen. 

Dr.  de  Haen  verneemt  dat  de  Pangéran  Ing-Ngalaga  „eenecleene 
j,  nieuwe  stadt  van  langwerpige  witte  viercante  steenen  wilde  maec- 
„  ken  waertoe  hij  aireede  veel  volcks  van  de  omleggende  dorpen 
„ontbooden  hadde,  saegen  oock  de  geheele  stad  door,  veel  hoopen 
jf  van  deese  steenen  liggen  ende  veel  volck  voorbij  ons  logiment  pas 
„  seeren  dagelycx,  die  dese  steenen  derwaerts  droeghen.'' 

24  dito,  het  Nederl.  gezantschap  begroet  door  Toemenggoeng  Sena 
poera  ^,  een  van  de  grootste  meesters. 

26  Junij,  „des  middachs  werden  bij  den  Coninck  ontboden,  den 
„  Tommagon  was  vooruitgereeden  ende  wy  quamen  daemaer  met 
„  onse  schenckagie ,  passeerden  alsoo  door  het  groote  pleyn,  daer  hij 
„  gewoonelyck  placht  uyt  te  comen ,  als  se  pitjaerden  ende  wierden 
„heel  achter  aen  de  andere  syde  van  syn  hoffdoor een naeuwe lange 
„  doorgang  geleyt,  alwaer  den  Tommagon  ons  verwachtende,  by  hem 
„  coomende  gingen  datelyck  met  hem  binnen,  door  een  poort  met  twee 
„  hooge  opslaende  hecken,  alwaer  den  Koninck  sat  onder  een  kleyne 
„balley  op  een  schabelleken,  anderhalf  voet  hooch,  daer  sat  eene 


1.  Bangala,  in  de  resideotie  Kadoe,  district  FroboliDf^P 

2.  Soe^jonopoero? 


Digitized  by 


Google 


83 

„vron  aen  syne  rechtersyde  beneffens  hem  op  haer  knieyen,  hadde 
„  een  gevlamde  pieck  op  haer  schouderen  ende  ontrent  40  è  50  vron- 
„wen  saeten  dicht  achter  hem,  verders  rontom  hem,  twee  piecken 
„lengte,  saeten  syn  grootste  meesters;  daer  setten  wy  ons  tusschen 
„  needer,  onder  een  boom,  om  vry  van  de  son  te  weesen,  langden 
„  hem  daer  met  eerbiedinge  de  brieven  door  den  Tommagon  Mona- 
„nonam^  in  handen,  dede  den  brief  open  ende  las  hem,  geleesen 
„hebbende,  wiert  hem  de  schenckagie  oock  gebracht,  liet  deselvige 
„datelyck  door  syn  volck,  binnen  door  een  andere  groote  poort  in 
„  syn  hoff  brengen,  seyde  hem  voorder  het  mondelinge  report  van  syn 
„  Ed.  daer:  waerover  syn  Ed,  Hoochlyck  bedanckte  ende  dat  het  hem 
„  seer  aengenaem  was,  principalyck  het  paert,  ende  wat  hy  wederom 
„in  syn  landt  hadde,  dat  syn  Ed.  snlcx  maer  sonde  eyschen,  't 
„sonde  hem  niet  geweygert  werden;  vraegde  waerom  de  Generael 
„  Jan  Pietersz.  Coen  vertrocken  waer ,  antwoordde  hem ,  dat  syn 
„  tyt  geëxpireert  was  ende  niet  langer  beliefde  te  blijven;  maer  naer 
„  't  vaderlant  te  gaen  om  syn  vrienden  te  besoecken;  seyde  daemaer 
„  dat  hy  met  syn  E.  tegenwoordich  de  voorgaende  vrientschap,  ge- 
„  lyck  met  de  anderen  sonde  continueren ;  vraegde  hoe  de  naem 
„van  syn  E.  was;  seyde:  Pieter  de  Carpentier;  den  eenen brieff  ge- 
„  leesen  hebbende ,  dede  den  anderen  brieff  in  duytsch  mede  open , 
„  vraegde  wat  schrift  dat  dat  was ,  seyde  dat  het  hollandsch  was , 
„  ende  alsoo  syn  E.  geen  javaens  ende  conde  schryven  ende  oft  daer 
„  eenige  fouten  in  den  anderen  brieff  geschreven  waeren,  dat  dit  syn 
„  meeninge  ende  onderteeckeninge  was,  lachde  daemaer  ende  seyde  over- 
„  luyt  dat  hy  wel  3  jaeren  van  doen  hadde,  om  die  te  leezen  ende  ver- 
„  staen;  een  weynich  hiemaer  stilswygende,  seyde  tegen  my  alsoo  8,  E. 
„  met  hem  in  vrientschap  ende  unie  was,  hy  genootsaect  ware  om  hem  te 
„  waerschuwen  van  synen  vyanden  en  op  syn  hoede  te  weesen ;  want  hy 
„  verstaen  hadde  van  syn  volck,  dat  hy  selffs  tot  Bantham  gesonden 
„  hadde  omme  te  verspieden ,  dat  de  portugesen  aldaer  met  den  Koninck 
„van  Bantham  gecontracteert  hadden,  op  dit  mousson  met  macht 
„van  schepen  ende  volck,  den  koninck  van  Bantham  te  hulpe  te 
„coomen  en  alsdan  gelyckerhandt  op  Batavia  te  coomen,  om  het 
„selvige  met  macht  te  overrompelen,  dat  dieshalven  Syn  Ed.  op 


Mangoen-onang. 
V.  ^3 

Digitized  by  VjOOQ IC 


34 

„^  hoede  sonde  syn,  dit  sonde  ick  syn  Ed.  aendienen  ende  soo 
„syn  £d.  eenige  tydinge  van  syne  vyanden  veman^^  dat  Syn  Ed. 
f,  het  hem  van  gelycke  oock  sonde  mededeelen ,  waerin  de  vrientschap 
j,  van  beyde  syden  sonde  toenemen  ende  aenwassen ;  bedancte  hem 
„  daervoor  ende  seyde,  dat  Syn  Ed.  aen  Syn  Keyserlycke  Miyesteyt 
„  snlcx  van  gelycken  sonde  doen  y  ende  dat  wy  snlcx  gaeme  saegen 
„  dat  de  Portngiesen  met  die  van  Bantham  qnaemen,  souden  haer  gaeme 
„  verwachten  ende  alsdan  de  nytcompste  daervan  sien;  vraegde  mede 
„  waer  Hollant,  Engelant,  China  en  Japan  lach,  seyden  hem  snlcx 
„  ende  refereerden  ons  voorder  aen  de  kaerte,  vraegde  daemaer  wat 
„landt  znytwaert  tegenover  Java  lach  ende  ofdaer  oock  volk  was ,  wat 
„gedaentCi  wat  handelinge;  seyde  wel  te  weeten  datter  een  groot 
„  hoochlant  lach;  maer  wat  volck  geen  kennisse  te  hebben,  antwoordde 
„daerop  dat  hy  verstaen  hadde,  datter  veel  volck  was,  oock  daer 
f,  bene£fens  seer  goutryck.  Hiemaer  vraegde  waer  ons  ander  volck 
„  was,  antwoordde  hem  tot  Turaiam,  liet  datelyck  last  geven,  datse 
„  by  ons  sonde  coomen  ende  seyde  dat  de  wacht  aldaer  wel  gedaen 
jf  hadde,  dat  se  haer  niet  hadden  laeten  passeren  sonder  syn  weeten; 
„  hiemaer  een  weynich  geseeten  synde,  seyde  dat  hy  tegen woordich 
„  niet  wel  te  passé  was  ende  dat  ons  nn  geen  antwoort  op  den  brieff 
„van  Syn  Ed.  sonde  geven;  maar  over  2  4  3  daegen,  sonde  ons 
„  weederom  roepen;  syn  alsoo  met  eerbiedinge  van  hem  gescheyden 
„  ende  naer  onse  logiement  gereeden.'' 

Op  den  27***  JnniJ  daaraanvolgende  werd  Dr.  de  Haen  andermaal 
voor  den  Pangéran  Ing-Ngalaga  ontboden.  Hetzelfde  ceremonieel 
werd  in  acht  genomen  en  de  Nederlandsche  gezant  hield  in  eene 
langgerekte  rede,  drie  pnnten  aan  den  Pangéran  voor. 

In  de  eerste  plaats  maakte  hg  aan  Zijne  Maj.  bekend,  dat  drie  Neder- 
landers met  eene  vronw  te  Pékalongan  gestrand,  waren  gevangen  ge- 
nomen door  den  Toemenggoeng  Boe-raksa.  Hy  verzocht  van  dezen  de 
vryiating  en  de  temggave  hnnner  goederen.  De  Pangéran  Ing-Nga- 
laga  antwoordde,  dat  hy  last  geven  zon,  dat  die  personen  en  goederen 
werden  temggegeven  en  dat  hy  voortaan  geen  „qnaetclappers"  meer 
over  de  Hollanders  zon  aanhooren. 

Ten  tweede  verzocht  Dr.  de  Haen  de  temggave  van  twee  Neder- 
landers, die  in  1622  by  de  verwoesting  van  Orissée  door  het  leger 
van  Mataram,  in  handen  der  Javanen  waren  gevallen.   Ook  dit  werd 


Digitized  by 


Google 


35 

toegestaan.  Het  derde  pnnt  waarover  de  Haen  in  deze  bgeeiAomst 
handelde,  was  eene  herhaling  van  het  verzoek  om  teruggave  der 
Nederlandsche  goederen  bij  de  verwoesting  van  Snkkadana  zoek  ge- 
raakt ^  Hierop  antwoordde  de  Pangéran,  dat  hg  van  die  goederen 
niets  wist. 

Belangrijker  dan  het  langdradig  verhaal  dezer  audiëntie,  is  de  be- 
schrijving door  de  Haen  van  het  Hof  te  Karta,  welke  nu  volgt: 

„  Dit  Cartha  is  een  seer  groote  opene  plaets,  seer  volckryck  ende 
„  leyt  didit  aen  't  geberchte  ontrent  een  half  uur  gaans,  seer  hoge 
9  landt  met  verscheyde  rivieren  en  aederen  doortrocken,  vol  clap- 
„  pusboomen  ende  alderhande  vruchten,  wort  alle  daegen  voor  't  volck 
„  hier  rontom  woonende  vier  duysent  levendige  beesten  geslacht , 
„  dewelcke  op  de  passers,  die  eenige  duysent  in  't  getal  syn ,  aldaer 
„  vercocht  werden  ende  als  den  Koninck  de  gonge  aen  alle  dese 
n  hoecken  van  Charta  laet  slaen ,  met  syn  omleggende  dorpen  en 
„  steeden  kan  in  een  halven  dach  by  malckanderen  hebben  2  hon- 
„  dert  duysent  gewaepende  mannen. 

„De  plaetse  daer  den  Coninck,  segge  Pangéran  Angalagga,  syn 
„  hoff  hout  is  door  een  groote  viercante  pleyn  rontom  met  swalpen 
^  ruytwerck  bepaelt ,  men  gaet  daer  in  door  twee  opslaende  groote 
„  hecken  ende  is  van  binnen  seer  schoon  ende  effen,  aen  de  slincker 
„  ende  rechtersyde  staen  lange  balleyen,  doch  niet  seer  hooge,  daer 
„  sitten  oranquais  onder  met  haer  slaeven,  tegens  als  den  Koninck 
„  uyt  sal  coomen.  Over  alle  dese  orangquais ,  die  ontrent  500  in 
„  getal  syn,  syn  gestelt  voor  oversten,  te  weten  Qiuey  du  Pati  Man- 
„  dura  radia  ^  en  Qiuey  du  pati  passanta.^ 

^Dese  twee  ejn  hooffden  over  het  volck,  die  aen  de  slinkersyde 
„  in  't  incomen  van  't  hoff  sitten  ende  wat  se  te  seggen  hebben  moe- 
„ten  het  dese  twee  eerst  aendienen;  de  twee  anderen  syn  Tomma- 
„  gon  Senapura  *,  en  Tommagon  Monanonang.  •''' 

„  Dese  twee  syn  overste  over  de  Oranquais  aen  de  regtei'syde  in  't 
„  incomen  van  't  hoff  ende  moeten  haer  van  gelycken  acndienea  wat 
„  se  te  seggen  hebben. 


1.  Zie  deel  I,  Wadz.  CXLVII. 

2.  Kiai  Adipati  Mandooro-Kedjo. 

3.  Kiai  Adipati  Hocpo-Sonto,  Blinlceudo,  heldere,  volgens  den  Heer  Winter. 

4.  Soedjonopocro?  de  brave  van  het  paleis,  volgens  den  heer  Winter. 
6.  HaDgoen-onang. 


Digitized  by 


Google 


80 

„  De  Boereeto  raeden  van  den  Kejser  syn  dese  naenrolgende  6 
y^persoonen: 

„  Qinei  dnpati  mandara  radia; 

„  Qinei  dnpati  passanta; 

„Tommagon  Senapnra; 

„  Qinei  dnmang  Sndaprana;  > 

„  Tommagon  indranata ;  ^ 

„  Tommagon  Monononang,  des  Keysers  secretaris. 

„  Dese  ses,  waervan  de  Keyser  praeses  is,  syn  syn  secreete  raden, 
„  ende  al  wat  de  regeering  van  't  lant  aengaet,  milsgaeders  groote 
y)  gewichtige  saecken  wort  hier  afgedaen  ende  beslooten,  en  daemaer 
„  door  den  Keyser  mondelyck  op  de  passeban  aen  de  andere  Oran- 
„  quais  nytgesproocken.  De  Keyser  en  doet  oock  niet,  off  hy  vraeght 
,,haer  eerst  om  raet,  alsoo  't  onde  bedaerde  mannen  syn.  De  Pan- 
„  géran  Angalagga  hont  jaerlycx  gestadich  twee  pitjaerdaegen  '  te 
„  weeten  op  maendach  ende  donderdachs,  alwaer  dat  alsoo  cleen  als 
„  groot  ten  hoove  moeten  coomen,  soo  niet,  moeten  snlcx  laeten  weeten 
„  en  aense^en ,  wat  se  te  doen  hebben  op  boete  van  haer  offitie. 
f,  Des  vrydachs  moeten  van  gelycken  compareeren;  want  alsdan  gaet 
„  hy  ontrent  9  ure  in  de  mnsigit,  op  saterdagen  compareeren  die 
„  daertoe  gestelt  syn,  met  haer  paerden  om  te  tomoyen  op  verbenrte 
„van  haer  mattis  ofte  leyt  haer  iet  anders  te  laste  naer  syn  wel- 
^  gevallen  tot  een  boete,  ten  waere  sy  sieckelyck  ofte  iets  anders  te 
„  doen  hadden,  want  als  hy  nitgecomen  is,  siet  rontom  overal  off  daer 
„  oock  iemant  absent  is  en  absent  synde  vraeght  reeden  waerom." 

Dr.  de  Haen  geefl  nu  verder  eene  beschrijving  van  de  wijze  waerop 
de  Pangéran  Ing-Ngalaga  nit  zijn  hof  komt,  hoe  zijne  levenswgze 
en  zijn  uiterlijke  is  en  van  hetgeen  er  zich  op  dat  plein  voor  het 
hof  bevind.  Die  beschrijving  komt  bijna  woordelijk  overeen  met  het- 
geen men  in  het  eerste  journaal  van  de  Haen  aantreft,  zooals  dat 
door  ons  in  het  vierde  deel  (eerste  2^  reeks)  van  dit  werk  op  bladz. 
311  werd  medegedeeld.    Daarna  gaat  de  Haen  voort: 

„  Wort  geseyt  dat  den  Coninck  van  meeninge  is  een  maent  na  syn 
„  vasten,  met  een  groote  macht  soo  te  water  als  te  lande  naer  Sure- 


1.  Soetoprono? 

2.  Hendro-NotoF  yont  det  bergi,  volgens  den  h«er  Winter. 

3.  Namemk  tweemaal  in  de  week. 


Digitized  by 


Google 


37 

ff  baya,  QmeQ  du  paty  mandnra  ra^'a  als  veltoverste  te  senden,  waer 
„toe  aen  de  zeestrandt  op  lyfstraife  belast  heeft,  30  groote  nieuwe 
„  Goraps  tegen  't  uytgaen  van  de  vasten  precys  gereet  te  syn,  meent 
^  die  van  Surabaia  alsoo  te  lande  en  ter  zee  soo  te  benouwen,  dat 
a  uytter  zee  geen  victualy  en  connen  crygen  ende  soo  Surebaya  niet 
„  en  kreegh,  meent  Madura  te  water  met  de  Choraps  aen  te  tasten; 
„  doch  dit  was  noch  niet  volcoomen  geresolveert  ende  den  nytspraeck 
„  van  den  Coninck  was  noch  niet  gedaen,  waeromme  de  andere  groote 
„  meesters  van  de  zeestrandt  mosten  wachten." 

Op  de  dagteekening  van  29  Junij  en  21  JuliJ  deelt  dr.  de  Haen 
een  paar  bgzonderheden  mede ,  waaruit  men  eenigzins  kan  opmaken 
hoe  onbegrensd  het  despotisme  was,  waaronder  destijds  de  Javaan 
onder  zijne  eigene  vorsten  en  hoofden  gebukt  ging.  De  Toemeng- 
goeng  van  Tagal  had  aan  Dr.  de  Haen  verzocht,  dat  hem  door  den 
Nederlandschen  Ooavemeur-Generaal  o.  a.  mogt  bezorgt  worden, 
zeker  spel  dat  hy  mirobolani  noemt  „  Dese  mirobalani  is  by  haer 
„nu  een  groot  gebmyck,  want  sy  spoelen  daermede  ende  is  eenex- 
„pres  gebot  van  den  Keyser,  wort  veel  mede  gewonnen  ende  ver- 
„  looren,  want  sy  neemen  er  twee  ende  setten  die  op  malkanderen 
n  ende  daerop  een  lange  platte  gespouwen  riet  ende  slaen  alsdan 
n  met  een  hamer  daerop,  soo  de  bovenste  heel  blijft  ende  onderste 
„  stucken  breeckt  verliest  diegene  die  ondei^eset  heeft,  dieselffde 
„  dito  (29  Junij)  waeren  der  in  't  hoff  vier  groote  meesters  die  met 
n  den  Coninck  speelden  ende  den  Eoninck  sach  haere  mirobolani,  de- 
„  welcke  niet  schoon  gemaeckt  waeren  (want  se  moeten  heel  gladt 
„  ende  schoon  syn)  liet  datelyck  hare  paerden  in  syn  presentie  uyt 
„  haere  huysen  haelen  ende  voor  haer  oogen  den  hals  affsnyden  ende 
„  seyde  tegens  haer,  dat  soo  hy  haer  op  een  ander  tyt  wederom  sóó 
„  vont,  haer  soo  sou  doen,  gelyck  hy  tegenwoordich  haer  paerden  ge- 
„  daen  hadde ,  daer  waren  noch  twee  andere  groote  m"^". ,  die  se  wel 
„wat  schoon  gemaect  hadden;  doch  niet  naer  des  Conincx  sin,  liet 
„  derhalven  haere  vi-ouwen  en  kinderen  binnen  in  syn  hofF  haelen 
„  tot  een  boete.  * 

39  Junij.  Het  Nederlandsch  Gezantschap  vertrekt  uit  Blarta  en 
komt  op  dien  eersten  dag  door  twee  groote  bevolkte  steden,  geschei- 


1.    Vergeiyk  yoorrede  van  Deel  I,  bladz.  IX. 

Digitized  by  VjOOQ IC 


38 

den  door  eene  rivier.    Dese  steden  werden  genoemd  Kota-Saba  en 
Eota  Dalm  of  Mataram.  ^ 

1  Jnlij  y  vertrek  van  Pingit,  waar  men  overnacht  had  en  aankomst 
te  Pabélan.^ 

2  Jnlij ,  aankomst  te  Packis-wiring.  ^ 

3  Jnlij  y  aankomst  te  Mintha.^ 

4  Jnlij,  na  door  Turen  ^  gekomen  te  zijn,  aankomst  des  avonds 
te  Tralangon. 

5  Jnlij,  na  vele  dorpen  en  vruchtbare  rijstvelden  te  zijn  dooi^e- 
trokken,  aankomst  te  Kendal  bij  Kiai  Wongso-Diepo.  Deels  te  Ken- 
dal,  deels  onderweg,  werden  de  gevangen  Nederlanders,  voor  zoo- 
verre die  nog  in  leven  waren,  overeenkomstig  de  beloften  van  den 
Pangéran  Ing-Ngalaga  aan  Dr.  de  Haen  overgeleverd. 

7  Jnlij ,  vertrek  van  Eendal  over  zee  in  eene  praauw  naar  Tagal. 

8  Julij,  aankomst  te  Tagal  ten  huize  van  Kiai  Ronggo. 

9  Julij,  uitstap  naar  Kali  Wangsa  «  en  Brebes. 

21  Julij ,  „  quam  een  man  ten  huyse  van  qiuey  ranga,  die  onlangs 
„  van  Bantham  gecomen  was,  doch  tegenwoordich  quam  van  Jappara; 
„  seyde  dat  de  Portugesen  al  van  Bantham  met  een  cleen  fuste  ver- 
„trocken  waeren,  want  doen  hy  tot  Bantham  quam,  soo  quam  hy  van 
„  Malacca,  verhaelde  als  dat  in  Malacca  geen  negotie  gedreven  wiert, 
„  noch  oock  datter  geen  geit  meer  om  en  ginge ; 

„  Denselflfden  verhaelde  meede,  dat  Pangéran  Pati,  Koninck  over 
„  een  stadt  geleegen  tusschen  Assem  '  en  Japparen  groote  questie 
„  hadde  met  een  Orang  qiuey  ontrent  Jappaer,  want  dito  Pangéran 
„  Pati  begeerde  des  anderens  oranquais  dochter  ten  huwelyck. 


1.  Deze  twee  plaatsea  zallen  de  vesüogen  (KoU*8)  geweest  zijn,  welke  Karta 
moesten  verdedigen. 

2.  Pabélaa  ligt  op  den  tt^eaw.  postweg  tussch-^n  het  oude  Kartasocra  en  het 
tegcnw.  Soerakarta,  zio  kaart  van  Melvill.    (District  Padjang). 

3.  Op  de  tegenw.  kaarten  niet  te  bepalen ,  er  ligt  een  Palds  aan  de  rivier  Djebol 
in  het  diatr,  Padjang. 

4.  Niet  terug  te  vinden. 

6.  Er  bestaat  nu  nog  een  Toeren,  kam])ong,  behoorende  tot  de  hoofdplaats  Soera- 
karta, en  een  Toeren  in  de  residentie  Samarang,  regentschap  Kendal. 

6.  Kali-Gangsa,  rivier  en  dorp  van  dien  naam  in  het  regents.  Brebes? 

7.  Assem  of  Asam,  thans  gelegen  aan  den  grooten  weg  tusschen  Bojolali  en  Soe- 
rakarta. Noordwaarts  daarvan  liggen  Demak  en  Grobogan,  daarboven  noordelijker 
Pati,  en  nog  noordelijker  Japara. 


Digitized  by 


Google 


39 

„  en  sont  daerop  2  oliplianteii  met  3  14  andere  groote  m».  met 
„  gout,  Büver  ende  cleeden  met  seripinang  op  haer  maniere,  ten  hnyse 
„  van  den  orankay  comende  gaff  haer  ten  antwoort  dat  syn  dochter 
„al  mei  een  ander  belooft  was,  ten  waere  dat  niet  en  was,  sonde 
„  snlcx  gaem  doen,  ende  bedancte  Pangeran  t^ati  ^  seer  hoochlyck, 
„  dat  hy  hem  de  eer  aendede  ende  begeerde  ayn  dochter,  (hy)  die 
,  snlcken  groeten  Koninck  was ;  dese  gedeputeerden  syn  met  dese 
„  bootschap  sonder  vruchten  wederom  gecoomen,  en  aen  haer  Koninck 
„  sulcx  gerapporteert  is.  Dito  Coninck  seer  verstoort  geworden  ende 
„  des  anderen  daeghs  gesonden  ontrent  2  a  3000  man  tot  desen 
„  Orankays  huys  en  hebben  de  dochter  met  gewelt  genoomen,  syn 
„cleenoodien  geplundert,  syn  huys  geraseert,  soo  is  Qiuey  dumang 
„  Laxamana  ^  van  Jappara  met  ontrent  400  gewapent  en  noch  een 
„  ander  groot  meester  daeromtrent  met  300  man  dese  orangqnai  te 
„  hulpe  gecoomen  ende  leggen  noch  alsoo  tegen  malcanderen,  meenen 
„  dat  dese  pangeran  pati  dese  andere  plaetsen  wilde  vermeesteren : 
„  800  is  de  huysvrouw  van  Qiuey  Laxamana  cito,  cito,  by  den  key- 
„  ser  Angalagga  gecoomen  en  hem  dese  bootschap  brengende,  waer- 
„  naer  hy  seer  verstoort  was.  Wat  hier  voorder  uytvolgen  sal,  sal 
„  den  tyt  leeren." 

23  Julij,  vertrek  van  het  Nederlandsch  gezantschap  in  prauwen 
van  Tagal  naar  Batavia. 

Actum  in  de  stadt  Battavia,  desen  26*°  december  1623. 


1.  In  bet  handschrift  btaat  hier  Pangeran  Papati,  doch  dit  scheut  cene  6chr\jf- 
fuut  voor  FatL 

2.  Kiai-Deroang-LakhnamAna ,  opperhoofd  over  de  zeexaken. 

Digitized  by  VjOOQ IC 


40 

Vin.  Extract  nit  het  „  Jonrnael  van  de  voyagie  gedaen 
„  door  Jan  Vos  met  het  schip  Zierikzee  gaende 
r,  door  last  van  den  Ed.  heer  Generael  nae  den 
yyMatharan,  over  Damack.  &c.  9  angostus — 
„  27  october  1624.  i 


Adij  9  ang.    Vrydach  syn  wy  in  den  name  Oodts  met 
VS.  schip  van  de  reede  van  Batavia  't  seyl  gegaen. 

23  Ang.  Aankomst  voor  de  rivier  van  Pékalongan,  een  boot  wordt 
uitgezet  om  met  de  bemanning  eener  Javaansche  praanw  te  spreken 
„  doen  vraechden  wy  van  waar  dat  syl.  qnaemen,  antwoordden  van 
„  Madnra  en  verhaelden  oock  dat  Madnra  van  des  Mattaram^s  volck 
„overwonnen  was,  met  al  de  steden  en  dorpen,  die  der  oplagen, 
„  seyden  noch,  dat  sy  omtrent  4000  gevangens  behonden  hadden  en 
„  naer  de  reste  noch  sochten,  oock  verhaelden  sylieden  haer,  dattet 
„  leger  op  syn  vertreck  stondt  om  wederom  te  keeren  en  dat  Chere- 
„  baya  (Soerabaya)  van  dese  reyse  ongemolesteert  sonden  laten,  alsoo 


1.  Extract- Kesol.  GoQvem.  Generaal  en  raden  van  Indie,  Zaterdag  8  ang,  1624: 
De  toevoer  van  r\J8t  nit  des  Mataram's  land  voorl.  jaar  ganach  sober  eo  dit  jaar  nog 
veel  schaerser  gevolgd  z^nde,  zoo  zgn  de  prezen  te  Batavia  tot  extremen  pr^s  gere- 
zen, het  is  onzeker  waii  Java  zal  opleveren  omdat  men  verneemt,  dat  de  r^jstbonw 
in  des  Mataram's  land  door  den  oorlog  dit  jaar  zeer  verachterd  en  het  tegenwoordig 
gewas  gansch  kwal\jk  zou  geslaagd  z\jn.  Voorgesteld  zijnde,  hoe  in  den  hoog  drin- 
genden nood  zal  worden  voorzien  zonder  aan  den  inlander,  die  kwelling  te  openbaren 
en  of  het  niet  dienstig  zon  zjjn,  dat  men  eene  ambassade  aan  den  Mataram  afvaardigde 
onder  voorwendsel  van  hem  met  de  gewone  aanspraak  te  bezoeken,  begroeten  en  voorts 
over  z\jne  verkregen  victorie  op  Madnra  gelnk ,  voorspoed  ^  vermeerdering  zijns  rgks 
toe  te  wenschen,  met  bijvoeging  van  een  goed  arabisch  paard,  enz.,  tot  schenkagie, 
de  raad  desen  voorslag  van  den  G.-G.  seriensiyk  overwogen  hebbende,  beslnit,  ter 
voorkoming  van  hongersnood,  t  schip  Zierikzee  en  't  fregat  Fortnyn  tot  bevordering 
van  den  aanvoer  en  opzameliug  van  eene  goede  hoeveelheid  rijst,  zooveel  als  van  des 
Mataram*s  zeesteden  bekomen  kan  worden  met  den  eersten  te  verzenden  en  den  opper- 
koopman  Jan  Vos,  daarmede  in  ambassade  naar  den  Mataram  af  te  vaardigen,  met 
vereering  als  boven ,  tot  confirmatie  van  vriendschap  en  voorkoming  van  onzen  kwaad* 
gnnners  calumnioi  by  zijne  Majesteit  en  principal^k  om  b\)  wege  van  dien  ons  dessein 
van  rijstopzameling  des  te  gewensohter  effect  te  doen  sorteren.  —  Zie  ook  Brief  dd. 
27  Jannarij  1627. 

De  namen  van  plaatsen  en  personen  zijn  in  dit  reisjournaal  nog  meer  bedorven  ei) 
moeyd^jker  te  bepalen,  dan  in  het  vorige. 


Digitized  by 


Google 


41 

„  zyn  Hajestejt  de  Coninck  Inallagga  niet  en  begeerde,  datse  die 
„  van  Cherebaya  belegeren  sonde ;  maer  dat  hy  se  noch  eenigen  tyt 
„  lanck  voor  syn  gebneren  begeerde  te  honden,  en  ons  volck  sneden 
9  daer  intnsschen  gras  en  stelden  haer  te^  vreden,  seggende  dat  wy 
„  selffis  met  een  Arabisch  ))aert  naer  Damack  gingen  om  't  selve  aen 
„  den  Coninck  van  Matharam  te  vereeren  /'  .enz 

26  ang. ,  aankomst  voor  Demak. 

27  ang.,  „hebben  wy  't  samen  goe^evonden,  ons  cleyne  schnytjen 
„  naer  lant  te  senden  om  aen  den  Tommagon's  vron  van  onse  compste  te 
„  verwittigen  haer  latende  weten ,  dat  wy  met  een  present  van  syn 
„Ed.  aen  haer  gesonden  waren,  te  weten  een  Arabisch  paert  en 
„  meer  andre  cleynicheden ,  oock  een  brieff  aen  den  Tommagon  selflfs 
„  dewelcke  wy  naer  onsen  last  selffs  versochten  te  behandigen  en 
9  800  het  haer  aengenaem  was,  dat  se  ons  souden  ontbieden  .    .    • 

Ady  28  ditto,  „'s  morgens  is  een  van  de  officieren  van  Bonraxa 
„  die  wy  de  schenkagie  in  Candael  lieten,  aen  ons  ooort  gecomen 
„om  ons,  soo  hy  seyde  in  alles  behnlpich  te  wesen,  van  't  gene 
„  datter  te  coop  sonde  mogen  vallen ,  soo  rijs  als  andersints ;  naer 
„  de  middach  is  het  volck,  die  wy  boven  gesonden  hadden  met  eenige 
„  officieren ,  nyt  den  naem  van  de  hnysvrouwe  van  den  Tommagon 
„van  Damaek  aen  ons  boort  gecomen,  dewelcke  ons  aendiende  dat 
„  mevronw  mQ  ontboot  om  eens  te  spreecken,  soodat  ick  haer  be- 
„  looffde  's  morgens  vronch  met  den  gesant  Sr.  Jan  Vos  te  volgen, 
„  alsoo  het  nu  avont  was,  oock  versochten  sy  uyt  den  naem  van 
„  mevrouw  het  paert  te  sien  en  te  meten,  'twelck  wy  haer  toege- 
„  staen  hebben,  vertelden  ons  oock  dat  de  Coninck  van  Matthr,ram 
,.  besich  was  met  syn  soon  ten  houwelyck  te  geven  aen  de  dochter 
„  van  den  Coninck  van  de  stadt  Pady,  noch  vertelden  ons  dat  Ma- 
„  dnra  geheel  overwonnen  was  van  den  Matharam  en  hebbender  soo 
„  sy  seyden  wel  60.000  gevangens  gecregen  soo  jonck  als  out ,  dit 
„  aldus  verstaen  hebbende  vraechden  haer  naer  rys,  antwoordden  datt 
„  er  gans  geen  rys  was  te  coop ,  ja  datt  se  selffs  niet  genouch  had- 
„  den  tot  haer  nootdruft  ^c. 

„  Donderdach ,  adij  29  dito,  's  moi^ens  syn  wy  ontrent  twee  uren 
„  van  den  dach ,  met  onse  schuyt  naer  lant  gevaren  en  quamen  on- 
„  trent  ten  thien  uren  voor  de  vrouwe  van  Damack ,  twelck  wy  de 
„bootschap  en  brieff  beneffens  de  schenckagie  aen  haren  man  vol- 


Digitized  by 


Google 


42 

„  genfi  den  last  van  zjne  £d.  behandicht  hebben,  waervoor  zyne  Ed.  dede 
„bedancken,  daernaer  hebben  eenige  disconrssen  van  het  paert  ge- 
„  hadt  en  vonden  goet  tselve  met  den  eersten  aen  lant  te  brengen  't 
„  welck  wy  haer  toegestaen  hebben,  alsoo  't  paert  in  't  schip  niet 
„  wel  geaccommodeert  was  en  was  seer  noodelyck,  soodat  wy  be- 
„  looffden  't  sanderdaechs  't  vs.  paert  aen  lant  te  brengen ,  daernaer 
„hebben  oock  tegen  haer  van  rys  gepraet,  waer  sy  op  antwoordde, 
„  dat  het  gewas  van  dit  jaer  al  meest  verdroocht  was,  door  gebrek 
„  van  mannevolck ,  die  't  water  in  de  rysvelden  niet  en  hadden  con- 
„  nen  brengen,  alsoo  meest  al  het  volck  in  den  oorloge  den  Tomma- 
„  gon  gevolcht  waren  tot  Madnra,  't  welck  sy  oock  seyde  overwon- 
„  nen  te  wesen 

„Donderdach  19  September,  's  morgens  vroech  is  mevron  bnyten 
„  gecomen  ende  ordre  gestelt  om  te  vertrecken,  soo  syn  wy:  te  weten 
„  Sr.  Maseyck  en  ick  by  mevrouw  gegaen  om  ons  afscheyt  te  nemen 
„  800  versocht  sy  op  myn ,  als  dat  ick  den  brieff  van  syn  Ed.  aen 
9  den  Eeyser,  aan  niemant  soude  overgeven  als  aen  syn  Keyserlycke 
ff  Majesteyt  selve,  en  dat  door  haer  soon  ofte  iemant  anders  van  haer 
„  gecommitteert  en  seyde  als  dese  ....(?)  dat  de  Tommagon  Bo- 
„  raxa  ons  tegen  soude  comen  op  den  wech,  om  het  paert  ons  aff  te 
„  eysschen  en  soude  seggen  dat  hy  uyt  last  van  den  Matharam  ge- 
„  sonden  was ,  om  het  paert  en  den  brieff  te  eysschen  en  soo  wy  het 
„  hem  niet  goetwillich  wilden  laten  volgen ,  dat  hy  ons  met  gewelt 
„  soude  dreygen  het  paert  afflenemen  en  oock  met  seer  veel  beloften 
„  ons  soude  onderstaen,  waerschouwde  ons  dat  men  hem  geen  gehoor 
„  soude  geven  ende  dat  ick  geen  pynangh  noch  touback  ofte  eenich 
„  eten  van  hem  soude  eten ,  dan  soo  hy  myn  iets  schonck  in  danck 
„  soude  nemen  ofte  ontfangen  en  het  laten  wechnemen  en  daer  niet 
„  van  te  eten  door  vreese,  soo  hy  niet  tot  syn  voornemen  mochte  comen, 
„  dat  hy  myn  lichteL  soude  vergeven ,  dan  seyde  datter  in  alles  op 
„  den  wech  wel  bestelt  hadde  en  dat  ick  met  haer  soon  en  qneay  de 
„  Macarty  '  haeren  gouverneur  goede  vrientschap  sonde  honden ,  die 
„  myn  in  alles  behulpich  soude  wescn,  waerop  haer  ten  antwoorde 


1.  Hiei'  is  de  jav.  uaam,  door  de  pea  van  den  Holl.  koopman  x66  miihandold, 
dat  het  byna  de  naam  vao  een  Schot  is  geworden.  Wdligt  moet  gelezen  woidea  , 
Kiai  Demang  Kerto  of  Kiai  Demak  Harc^o. 


Digitized  by 


Google 


43 

n  gaven  snlcx  te  doen  en  dat  myn  last  van  syn  £d.  anders  niet  in 
„  en  hielde,  dan  dat  het  paert  door  den  Pangeran  Tommagon  of  haer 
„  last  aen  den  Matharam  gesonden  sonde  worden  en  dat  ick  dieselve 
„  last  niet  dorst  overtreden  off  het  sonde  myn  leven  oosten,  als  ick 
„op  Batavia  by  syn  Ed.  quam,  en  dat  ick  geen  Bonraxa  nochte 
„  andre  Tommagons  kende,  dan  alleyn  qneay  de  Macarty.  Hebben 
„  alsoo  ons  afscheyt  van  mevrouw  genomen,  die  ick  noch  een  com 
„  met  Suratsche  oly  schonck ,  dat  haer  seer  aengenaem  was  ende  sy 
9  seyde  als  dat  800  man  met  myn  sont,  daervan  600  in  de  wapens 
„  waren,  en  belast  hadde  het  paert  aen  niemant  te  laten  volgen,  als 
,.  aen  haer  soon ,  al  sonde  sy  alle  daer  doot  blyven  en  seyde  als  dat 
„  qneay  de  macarty  haer  gouverneur  met  myn  sonde  gaen  met  noch 
„  25  orangqneys  van  de  principaelste ,  die  thuys  waren  en  voort  is 
„  het  paert  buyten  geleyt,  met  het  slechte  cleet  aen,  alwaïer  mevrouw 
„  het  paert  sat  verwachtende.  Buyten  gecomen  is  het  dadelyck  be- 
„  set  van  een  veertich  mannen  met  schilden  en  hassegaeyen  en  twee 

„  cleeden opdat  niemant  het  paert  sonde 

„  sien, wy   syn   ontrent   te  8  ure  van 

„Damack  vertrocken,  al  langs  de  rivier,  die  vol  met  huysen  beset 
„  was  ende  aen  de  rechterhandt  een  vlack  velt,  sooveel  als  men  sien 
„  conde  al  ryslant,  daer  veel  padye  op  het  velt  verdroocht  stout.  On- 
„  trents  ^  myl  van  de  stadt  zyn  ons  3  mannen  te  paert  tegen  geco- 
„  men,  die  nyt  Charta  quamen  en  zyn  by  qneay  de  Macarty  gecomen 
„  en  seyden  als  dat  de  Tommagon  van  Tingal  haer  aen  mevrouw 
„  van  Angalagga  gesonden  werden  om  haer  aen  te  presenteren  uyt 
„  last  van  haer  Tommagon  eenich  volck  en  assistentie  om  haer  te 
„  helpen  het  paert  boven  te  brengen  en  hebben  haer  af&cheyt  van 
„  queiy  de  Macarty  genomen  ende  syn  voort  nae  Damack  gereden 
„  om  mevrouw  selve  te  spreecken  en  wy  syn  mede  al  voort  getrocken 
„en  'smiddachs  syn  wy  gecomen  in  een  dorp  Billa'  alwaerwydien 
„  nacht  blyven  souden,  stout  onder  het  gebiet  van  Damack  en  sagen 

„  veel  dorpen  ende  vlecken  al  op  een  vlack  velt 

„  Vrydach  adij  20  ditto ,  's  morgens  vrouch  syn  wy  wederom  ver- 
„  trocken  al  over  een  vlack  velt  rontom  met  dorens  ende  .  .  (?) 
„  soo  verde  als  wy  sien  conden  en  de  vruchten  waren  al  van  't  lant 


1.    Door  mij  niet  ternggevonden. 

Digitized  by  VjOOQ IC 


44 

M  ontrent  de  clocke  negen  nren  syn  wy  door  een  bosschadije  gereden 
„  lanck  ontrent  |  myl,  qnam  nyt  weder  op  een  vlack  rysvelt,  rontom 
n  haysen  stonden,  tegen  elff  nren  qnamen  wy  wederom  in  een  bos- 
„  schadije,  daer  de  wech  soo  schoon  gemaeckt  was  off  geveecht  was 
„geweest,  over  al  de  rivieren,  die  wy  passeerden  waren bmggen ge- 
„  maeckt  en  alle  grachten  honcken  waren  gefnld ,  geëffend  en  geslecht, 
„  met  veel  boomen  onder  de  voet  gehouden,  die  maer  in  de  wech 
„  waren,  na  den  middach  syn  wy  gecomen  in  een  dorp  genaempt 
„  Dragon  '  alwaer  wy  dien  nacht  souden  logieren 

„  (21  Sept.  te  Dragon  gebleven.) 

„  Sondach,  adij  22  dito,  's  morgens  is  daer  tyding  gecomen  als  dat 
„  mevrouw  Angalagga  van  Damack  vertrocken  was  om  ons  te  volgen 

„  om  de  schenckagie  selve  te  doen 's  middaechs  syn 

„  wy  een  rivier  gepasseert,  genaempt  Balekeran  *  alwaer  wy  een 
„  hnys  voor  het  paert  (vonden),  syn  daer  van  onse  paerden  getreden 
„  en  hebben  onse  middachmael  daer  gehouden ,  een  weynich  gerust 
„  hebbende  syn  wederom  te  paert  geseten  en  onse  reys  vervolcht 
„  alwaer  het  gebiet  van  den  Tommagon  van  Damack  uyt  was  ende 
„  quamen  in  't  gebiet  van  den  Matharam  hetwelck  al  bosschadie  was 
„ende  geberchte  op  ende  neder,  een  seer  quade  wech,  moeyelyck 
„  om  te  reysen  ende  tegen  den  avont  syn  wy  in  't  dorp  gecomen 
„  genaempt  Fringy  (Pringy)  ^  staende  onder  het  gebiet  van  den  Matharan. 

„  Maendach  dito ,  syn  wy  wederom  van  Pringy  vertrocken  ende 
„  een  seer  schoone  wech  wat  berchachtig  met  veel  schoone  valeyen 
„  van  ryslant,  al  geplant  met  nieuwe  pady,  die  seer  schoon  stont  en 
„  rontom  met  veel  schoone  dorpen  tegens  het  geberchte  aen  en  alhier 
„  is  ons  voorby  gepasseert  het  volck  vanBouraxa,  die  mede  in  Fragy 

„  geweest  hadde Een  weynich   hiemaer  is  me- 

„  vrouw  Angalagga  by  ons  gecomen sy  liet  my  by 

„  haer  roepen  en  sond  er  mede  om  wat  oly  te  hebben,  die  ick  haer 


1.  My  onbekend. 

2.  Kan  dit  xijn   Kali-Karang,  de  rivier   Karang,  welke    Demak   vau  Soerakarta 
in  het  Noorden  scheidt? 

3.  Pragi? 


Digitized  by 


Google 


45 

„sonde  en  ben  mede  by  haer  gegaen,  sy  tboonde  haer  geer  vroo- 
„lycke  en  seide  dat  blijde  was^  dat  wij  tot  hiertoe  gecomen  waren, 
„  sonder  ongelnck  te  lyden  van  Bonraxa's  volck  ende  seyde,  dat  gister 
y,  eerst  van  Damack  gescheyden  was  ende  dat  sy  den  geheelen  nacht 
ngereyst  hadde 

„  Dingsdach,  adg  24  dito,  's  morgens  syn  wy  van  Frangy  weder 
j,  v^rtrocken  een  seer  gemelycken  wech,  berchachtich  ende  met  veel 
nSchoone  valeyen,  die  al  met  nieuwe  pady  beplant  waren,  dat  seer 
B  schoon  stont  ende  rontom  met  veele  schoone  dorpen  ende  woon- 
vplaetsen  versien,  dat  al  onder  den  Matharam  stont,  want  daer  het 

j,  lant  Angalagga  was wy  syn  gepasseert  langs  den 

gvoet  van  twee  hooge  bergen  genaempt  Marbabu  ende  de  ander 
n  Goenonapy  >  die  een  solpherberch  is  en  seer  brant  ende  nae  den 
,  middach  syn  wy  gecomen  in  't  dorp  Campir  ^  alwaar  wy  dien 
„  nacht  souden  blyven 

„  Woensdach ,  ady  25  dito ,  's  morgens  syn  wy  weder  van  Camper 
n  vertrocken  en  een  schoonen  wech  gepasseert  al  berchachtich  met 
9  schoone  valeyen,  al  meest  met  Pady  beplant,  die  seer  schoon  stont 
«rontom  tegen  het  geberchte  aen  veel  dorpen  en  woonplaetsen  ende 
n  2  hooge  bergen  lieten  wy  aen  onse  rechterhant  leggen  en  syn  on- 
fftrent  de  clocke  9  ure  gecomen  in  het  gebiet  van  Qneay  dn  pati 
„  Mandura  Radia  in  een  dorp  Lamby  daer  waer  wy  's  nachts  bleven. 

„  Donderdach  ady  26  dito  's  morgens  syn  wy  wederom  van  Lamby 
» vertrocken,  al  een  seer  berchachtiche  wech  met  veel  geboomten 
«rontom,  met  veel  dorpen  en  valeyen,  dat  al  tot  rystlant  gebruyckt 
«werden,  die  valeyen  syn  met  veel  calappus  boomen  ende  pjmang- 
« boomen  beplant  en  syn  's  middachs  gecomen  in  een  stadt  genaempt 
n  Milangon  '  staende  onder  het  gebiet  van  den  Pangaran  Acobomy  ^ 
s  die  hem  by  den  Matharam  hout  en  stelt  alhier  een  queloera  ^  voor 
«Gouverneur,  en  hier  syn  veel  dorpen  en  plaetsen,  die  hier  ontrent 
«onder  hem  staen;  want  is  een  [Aaetse,  die  seer  gepeupleert  is  met 
« veel  dorpen  rontom ,  alhier  vonden  wy  Mevrou  Angalagga  van  Da- 


1.  Merbtboe  m  Menpi  F 

2.  Soember»  M.  Ngunpd,  distriet  P«4jang? 

3.  MeUmbong  in  de  tCdeeling  Ngampel,  rend.  Soerakarta.  diftr.  Pa^jang. 

4.  Mangkoe-Boemi? 

5.  Kiai-Loerali. 


Digitized  by 


Google 


46 

„  mack,  die  ons  alhier   verwachtte 

„  Vrydach ,  adij  27  ditto ,  's  morgens  wederom  van  Milangon  ver- 
„  trocken  met  mevrou  Angalagga,  die  een  ander  wech  opsloech  en 
„  is  alsoo  voomyt  gereyst,  desen  wech  is  berchachtich  met  veel  cleyne 
„riviertjens,  daer  al  bruggen  overgemaeckt  waren  van  gespoude  bam- 
r,  boesen  en  ws^  een  seer  schoon  bosschadie  van  groote  boomen  ^ 
„  seer  pleysant  om  te  reysen  en  ontrent  de  clocke  thien  uren  voor 
„  den  middach  quamen  wy  in  een  stadt  genaempt  Pollabato  '  (sic) 
„  stonden  onder  den  Orangqney  OUasem ,  die  alhier  selve  gonvemeert 
„en  syn  woonplaets  alhier  hout,  alwaer  wy  wederom  den  nacht 
„  mosten  blyven  ende  syn  eflfen  buyten  de  stadt  gelogeert,  alwaer 
„  onse  huysen  mede  gereet  vonden. " 

Het  Nederlandsche  Gezantschap  bleef  hier  tot  den  30"  September 
liggen.  Intusschen  had  de  opperkoopman  Vos  zeer  veel  moeite  met 
de  Toemenggoengs  Boe-raksa  en  van  Tagal,  die  uit  Karta  gekomen 
waren  en  er  sterk  op  aandrongen,  dat  hun  het  paaid  en  de  geschen- 
ken zouden  worden  overhandigd,  opdat  zij  die  vooruit  zouden  over- 
brengen aan  den  Panembahan.  Het  opperhoofd  van  het  Nederland- 
sche gezantschap  wilde  daarvan  in  den  aanvang  niets  hooren,  en 
antwoordde  hun,  dat  hij  in  last  had  van  den  Gouverneur-Generaal  om 
het  paard  en  de  geschenken  met  den  brieff  aan  den  Keizer,  door 
bemiddeling  van  den  Toemenggoeng  van  Demak,  in  persoon  te  over- 
handigen. Na  langdradige  onderhandelingen,  waarin  de  onderlinge 
naijver  der  Hofgrooten  duidelijk  te  voorsch^n  kwam ,  liet  Vos  de  ge- 
geschenken  en  het  paard  eindelgk  met  de  Toemenggoengs  vooruit- 
gaan, nadat  het  hem  was  gebleken,  dat  dit  de  begeerte  was  van 
den  P^embahan  en  het  hem  ook  door  den  zoon  van  den  Toemenggoeng 
van  Demak  en  door  den  regent  van  Demak  was  aangeraden.  Einde- 
lijk op  maandag  den  30  Sept  tegen  den  avond  kreeg  het  Neder- 
landsche gezantschap  verlof  om  verder  naar  Karta  op  te  komen. 

„  's  Avonts  in  't  ondergaen  van  de  son ,  syn  daer  ontrent  4  per- 
„  p^n^^n  te  paert  en  ontrent  twee  hondert  te  voet  van  Carta  gecomen, 
„  wesende  het  volck  van  den  Tonmiagon  Boraxa  en  den  Tommagon 
y,  van  Tegael ,  die  bescheyt  brochten  van  wegen  den  Keyser,  dat  ick 
n  binnen  soude  comen ,  met  myn  vijven  en  de  reste  van  myn  volck 


1.     Poeloc  Watoo,  in  de  residenlie  Soerakarta,  afdceling  Klaten,  diBtr.  Pa^jangP 

/Google 


Digitized  by  ^ 


47 

„  daerlaten  ten  nader  ordering,  ende  syn  alsoo  een  (ore)  in  de  nacht 
„  vertrocken,  gecompagnieert  van  Qoeiy  de  Hacarty  als  andere  Orang- 

„  qneis  van  Damack ende  syn  ontrent  dry  nren  in 

„  den  nacht  gecomen  voor  een  stadt  Caldeeyde  ^  daer  rontom  een 
n  pagger  van  hont  was,  traliewerck  met  noch  een  pagger  van  swal- 

„  pen ende  (was)  de  poorte  geslooten ,  dan  is  opge- 

„  daen,  syn  alsoo  dry  poorten  gepasseert,  waer  tassen  ieder  poort 

„  een  cortegarde  stont ende  syn  alsoo  voortgetrocken 

„  en  aen  de  andre  poort  comende,  vindende  mede  gesloten  als  vooren, 
A  hebben  die  mede  geopent  ende  ons  volck  voort  laten  passeren,  naer 
„  dat  ons  wederom  telden  ende  passerende  mede  dry  poorten  als 
0  voren  met  stercke  wacht  beset  en  quamen  wederom  op  een  vlack 

„  velt syn  soo  ontrent  dry  nren  voor  dach  aen  hnys 

„  van  den  Tommagon  van  Tegael  gecomen  die  myn  met  den  tolck 
„  aldaer  liet  by  hem  roepen  ende  hiet  ons  wellecom  en  liet  ons  by 
„  hem  nedersitten  ende  gaf  siry  en  tonback  ende  seyden  dat  Syne  Ma- 
„  jesteyt  hem  belast  hadde  dat  ick  by  hem  sonde  logieren  .... 
p  verhaelde  mede  van  Madnra ,  hoe  de  Tommagon  van  Damack  ge- 
„  loopen  hadde  tot  groot  discontentement  van  S.  M. ,  soo  hy  thnys 
„  qnam,  dat  hem  het  gonvemement  van  Damack  wel  benomen  mocht 
„  worden  y  dan  sy  hadden  evenwel  de  victorie  van  Madnra  gecregen, 
.  want  waren  alle  dagen  grooten  van  Madnra  verwachtende  die  al 
„  op  den  wech  waren  om  te  comen  en  dat  daer  twee  coninghen  ge- 
„  vlncht  waren  in  de  mychte  van  Madnra,  als  de  Coninck  van  Ros- 
„  baya  en  die  van  (naam  niet  ingevnld)  waer  dat  haer  volck  noch 
„  doende  waren  om  die  te  soncken." 

Tot  den  9**'"  October  moest  het  Nederlandsche  gezantschap  wach- 
ten eer  het  tot  den  Panembaham  werd  toegelaten.  In  dien  tnsschen- 
tQd  had  de  opperkoopman  Vos  vele  bezwaren  te  overwinnen,  naar 
aanleiding  van  de  titnlatnur,  welke  in  den  brieflf  van  den  Gonvemenr 
Generaal  de  Garpentier  aan  den  Panembahan  gegeven  was.    Dagen 


1.  RQcklof  van  Goens  in  zQne  «ReitbeschrjjTiog  van  Samarangh  nae  Mataram,  99, 
1656  opgesteld  (aitgegeveo  in  t^ds.  voor  Land-  en  Yolkeok.,  Delft,  Deel  lY,  1856) 
maakt  mel£ng  van  eeoe  stad  of  poort  Caliadier,  aan  eene  mier  naby  de  hoofdplaats 
▼an  Mstaram  gelegen,  waarmede  dezelfde  stad  als  hier  bedoeld  schynt  tez^n.  Valen- 
ten, in  zyne  besehryving  van  Groot-Java,  stelt  op  de  kaart  N.  ofte  vQfile  bestek, 
de  stadt  of  poort  Caladier,  noordwaarts  van  Mataram.  Deze  kaart  van  Valenten  beeft 
OTerigent  geen  waarde. 


Digitized  by 


Google 


48 

lang  werd  daarover  onderhandeld  met  den  Toemenggoeng  van  Tegal 
en  met  Boe-raksa.  De  opperkoopman  Vos  weigerde  aanvankeigk  in  den 
brief  eenige  verandering  te  maken;  maar  toen  hg  bemerkte  dat  een 
gebrek  in  de  titulatuur  welligt  zijne  geheele  zending  zou  kunnen 
doen  mislukken  y  gaf  hij  verlof  aan  de  Toemenggoengs,  „  dat  sy  den 
„tytel  na  haren  sin  mochten  schrijven,  met  zooveel  complimenten 
„  als  hun  goed  docht,"  Toemenggoeng  Boe-raksa  zette  zich  toen  aan 
het  schrgven;  maar  als  hij  begon  met  dese  woorden:  „De  slaaf  van 
„  Zgne  Majesteit  zendt  met  zijne  slaven  dit  geschenk ,"  kwam  de 
opperkoopman  Vos  er  dadelijk  tegen  op  en  verklaarde  dat  hg  „niet 
„  begeerde  dat  voorder  sonde  schrijven,  want  dat  Syn  Edelheyt  (de 
„  Gouv.  Generaal),  geen  slaeflf  noch  dienaar  van  den  Keyser  was, 
„  dan  wel  een  goeden  vrient  en  dat  Syn  £d.  nyemant  onderdanich 
„  was  als  Godt  en  den  Coninck  van  Hollant." 

Het  einde  dezer  moeijelijkheid  was,  dat  er  besloten  werd,  in  het 
geheel  geen  brief  van  den  Gouverneur  Generaal  aan  den  Panembaham 
ter  audiëntie  te  overhandigen,  hetgeen  des  te  gemakkelijker  kon 
worden  nagelaten,  omdat  onder  's  hands  reeds  een  a&chrift  aan  den 
vorst  was  geleverd.  Het  journaal  gaat  nu  verder  voort  op  9  October: 

„  Woensdach,  adij  9  ditto,  ontrent  dry  uren ,  na  den  middach  heeft 
„  den  Keyser  myn  doen  roepen  om  by  hem  te  comen,  den  Tommagon 
„  van  Tegael  was  vooruyt  gereden  met  den  Tommagon  Bouraxa  en 
„wij  volchden  met  queay  demacarty  en  noch  3  queyloures*,  die  ons 
„  compagnierden  tot  aen  het  hoff  to^  met  de  schenckagie,  die  wy  mede 
„  namen,  by  het  hoff  toegecomen,  syn  wy  van  de  paerden  getreden 
„  ende  van  Queloera  Samarasey  ^  binnen  geleyt  en  quamen  eerst  op 

„  een  seer  groot  pleyn hier  wachten  wy  ontrent  een 

„halve  uyr,  soo  is  den  Tommagon  Bouraxa  met  den  Tommagon 
„van  Tingael  uytgecomen  met  een  groote  suite  om  ons  te  haelen, 
„  die  ons  over  het  groote  pleyn  leyden  onder  de  boomen ,  daer  wel 
„  3  ofte  4  hondert  queyloeres  saten,  al  sonder  touback  ofte  sieripinangh 

„  by  haer  te  mogen  hebben ende  saten  in  dry  ronde 

„  cirkels  alwaer  wy  door  passeerden  met  de  schenckagie  ende  qua- 
„  men  weder  op  een  groot  pleyn daer  2  beleyen  * 


1.  Kiai  Loerah. 

2.  Kiai  Loerah  Socmaragi. 

8.    Balei,  open  geboaw,  een  dak  op  bamboezen  p\)ler8. 


Digitized  by 


Google 


49 

„  in  staen  en  daer  saten  ontrent  50  ofte  60  groote  Orangquais  mede 
„  op  de  aerde,   sonder  iets  onder  haer  te  hebben  en  mochten  mede 

„geen  tonback,  siery  nochte  slaven  by  haer  hebben 

„  alhier  liet  den  Tommagon  Bouraxa  en  den  Tommagon  van  Tingael 
9  my  by  haer  roepen ,  die  midden  op  een  plaets  stonden  en  seyden 
„als  dat  lek  met  haer  binnen  sonde  gaen,  met  den  tolck  Caldera 
„  en  een  Jan  de  Koster,  assistent,  en  belasten  dat  iek  het  ander  volck 
„  met  de  schenckagie  hier  in  dit  pleyn  sonde  laten  blyven  wachten 
„  en  wy  syn  met  2  Tommagons  na  binnen  gegaen  en  de  plaetse  ge- 
„  passeert  sjmde,  qnamen  mede  by  een  groote  poort  als  voren  met 
„  2  honcken  opslaende,  daer  elff  man  voor  sadt,  iedereen  een  schilt 

„  met  2  hasegayen en  wy  syn  mede  dese  poort  ge- 

j,  passeert en  qnamen  wederom  op  een  viercante  plaets 

„  die  seer  effen  ende  schoon  was ,  daer  eene  baley  in  stondt  .  .  . 
B  In  dese  plaets  hebben  wy  Syn  Keyserl.  Majesteyt  vinden  sitten 
9  met  ontrent  40  ofte  50  groote  meesters  by  hem  ^  Syne  Majesteyt 
„  sat  bnyten  de  baley  op  een  matgen  op  de  aerde  neder,  met  8  of 
„  10  manspersonen  achter  hem  ende  een  man  sat  achter  Sjn  Majesteyt 
„  met  een  gevlamde  pieck  in  de  hand  en  Queay  de  pati  mandnra 
„  Radja  met  Queay  du  pati  passanta  ^  saten  aan  de  rechterhand 
„van  den  Keyser,  dicht  by  hem,  die  het  woort  van  den  Keyser 
,  deden  en  de  andre  groote  meesters  saten  dicht  by  de  poort,  daer 
„  wy  ingecomen  waren  en  op  de  aerde  neder,  sonder  matten  ofte  yets 
„  onder  haer  te  hebben  .  .  .  ende  saten  mede  in  't  ront  al  man- 
„  nen  met  lange  baerden  *  ende  tusschen  den  Keyser  en  dese  groote 
„  meesters  gingen  wy  neder  sitten  op  de  aerde ,  sonder  yets  onder 
„  ons  te  hebben  ende  den  Tommagon  Boraxsa  met  den  Tommagon 
„  van  Tegael  gingen  by  ons  sitten  en  den  Tommagon  van  Tegael 


1.  De  opperkoopman  Vos  vroeg  naderhand  aan  den  Toemenggoeng  van  Tegal,  waarom 
da  Panembahan  nu  geen  vrouwen  by  zich  had;  hem  werd  toen  g  antwoord,  dat  deze 
plaats  was  de  geheime  plaats  voor  bitjara's,  en  dat  daar  nooit  vrouwen,  maar  alleen 
de  meest  vertrouwde  raadslieden  des  Keizers  werden  toegelaten  en  dan  nog  alleen  nadat 
sjj  ontboden  waren. 

2.  Hoepo-Sonto. 

3.  Deze  waren  vermoedelijk  Arabische  Imams  of  Hoofdpanghoeloe*s ;  want  Javanen 
met  lange  baarden  worden  zelden  gevonden. 

V.  4 

Digitized  by  VjOOQ IC 


50 

„  dede  het  woort  voor  ons  aen  den  Keyser  ende  de  Eeyser  hadde 
„alleen  een  tonback  pype  in  de  hant,  dat  aen  't  eynde  met  silver 
„beslagen  was  en  syn  cleedinge  was  als  andre  Javanen,  hadde  een 
„  serasse  gobar  aen  met  een  badjon  van  swart  ftnweel,  dat  met  gon- 
„  den  looflfwerck  geschildert  was ,  bloemsgewyse,  met  een  wit  mntsken 
„  op  syn  hooft  en  hadde  eene  slechte  kris  achter  op  het  lyff  steecken 
„  met  4  of  5  diamantringen  aen  syn  vingers  steecken  en  Syne  Ma- 
„  jesteyt  liet  ons  door  Queay  du  pati  mandur  radia  aenseggen,  dat 
„  wy  willecom  waren  en  dat  ick  myn  last  van  Syn  Ed.  syn  Majesteyt 
„  sonde  te  kennen  geven  ....  waerop  ick  myn  tot  Syn  Ma- 
„  jesteyt  wende  en  liet  door  den  tolck  dese  naervolgende  redenen 
„aen  den  Tommagon  van  Tegael  seggen,  die  het  woort  aen  Syn 

„  Majesteyt  voor  ons  dede Aldermachtichste  Keyser 

„  Ingangolaggo,  hebbe  dese  navolgende  punten  van  wege  d'Ed.  Heere 
„  Oenerael  Pieter  de  Carpentier,  syne  Migesteyt  voor  te  dragen,  waer 
^  over  ick  versoeck  dat  S.  K.  Maj.  sal  believen  licent  ende  audiëntie 
„te  vergunnen/'  enz.  (volgt  eene  inleiding  waarop  de  Keizer  toe- 
stemmend, ja,  antwoordde,  daarop  wenschte  de  Nederlandsche gezant 
den  Keyzer  geluk  met  de  overwinning  van  Madura,  waarvoor  de 
Keizer  seer  bedankte.  Daarna  bood  de  gezant  het  paard  en  de  overige 
geschenken  aan ,  waaronder  eene  ffesch  met  rozenwater  uit  Mekka,  onder 
bijvoeging  dat  het  maar  alleen  was  om  de  goede  vriendschap  en 
alliantie  tusschen  Zijn  Ed.  en  den  Keizer  te  vermeerderen.  Hierop 
luidde  het  antwoord:  „Dat  hy.  Keizer,  niet  anders  en  socht  als  goede 
„  vrientschap  met  S.  Ed.  te  houden  en  in  goede  eenicheyt  te  mogen 
„  continueeren  ende  bedanckte  Syn  E.  seer  van  wege  de  schenckagie  &c. 

Nadat  dit  was  afgeloopen  verontschuldigde  de  Nederl.  gezant  zich 
dat  hij  geen  brief  had  voor  den  Keizer,  en  deze  antwoordde,  daarop 
dat  hij  zulks  gaarne  ten  beste  hield;  waarmede  het  wederzijdsch 
bedrog  op  dit  ptmt  zonder  verder  bezwaar  afliep.  De  Panembaban 
deed  nu  op  zijne  beurt  een  verzoek,  dat  de  Gouverneur  Generael 
„  toch  die  van  Soerabaya  geen  assistentie  sonde  doen,  noch  schepen, 
„noch  volk  daarheen  senden  om  te  handelen,  want  die  van  Soera- 
„baya  zijne  vijanden  waren  en  hetzelfde  kon  zijn  Ed.  wel  in  zijn 
„  land  bekomen,  dat  voor  Z.  E.  open  stond  en  dat  tot  beter  prijs 
„  als  in  Sorbaya.''    Hierop  antwoordde  Vos:  „  dat  Syn  Ed.  daer  nu 


Digitized  by 


Google 


51 

„  geen  handel  meer  liet  doen^,  dan  dat  Syn  Ed.  verstaen  hadde  met 
„  groot  leedwezen  vjrt  het  schryven  van  eenen  brieff  van  wege  den 
„  Laxamana  van  Jappara,  als  dat  hy  nyt  last  van  Syn  E.  Maj.  ons 
„  de  staet  en  het  lant  met  de  reede  van  Jappara  verboden  hadde  en 

„  dat  ons  volck  daar  niet  meer  mochte  comen 

„  waerop  Syn  Majesteyt  antwoorde ,  als  dat  hy  geen  last  aen  de 
„  Laxamane  gegeven  hadde  om  te  schryven  oflf  die  stadt  en  het  lant 
„  te  verbieden ,  twelck  Laxamanne  bnyten  weeten  van  hem  gedaen 
„  hadde  en  dat  wy  soo  vry  op  Japara  mochten  comen  handelen  als 
„  in  Damack»  Candael ,  Tegael  ofte  in  eenige  andre  plaetsen  van  syn 
^  lant  en  dat  hy  daer  wel  ordering  in  sal  stellen 

Nadat  de  Nederl.  gezant  voor  deze  mededeeling,  zijn  dank  betuigd 
en  eenigen  üjd  nog  stilzwijgend  over  den  Panenbahan  gezeten  had, 
kreeg  hij '  beleefdelijk  zijn  afscheid  en  liep  de  officieele  audiëntie 
daaimede  ten  einde;  doch  de  onderhandeling  werd  voortgezet  door 
bemiddeling  van  den  Toemenggoeng  van  Tagal  en  Boe-raksa.  Daar* 
over  komt  nog  het  volgende  in  het  journaal  voor : 

„  T'savonts  is  den  Tommagon  van  Tegael  't  hays  gecomen,  die  mij 
„liet  ontbieden,   die   seyde  als  dat  de  Eeyser  de  schenckagie  van 

9  Syn  Ed.  seer  aengenaem  was en  dat  den  Tommagon 

^  Bouraxa  mijn  morgen  den  brieflf  van  S.  M.  soude  brengen  met  het 
„  beschey t  van  de  vrye  handel ,  want  was  daerom  noch  binnen  by 
„  Syn  Maj.  gebleven  en  als  ick  den  brieflf  hadde,  soo  mocht  ick  vry 
„  wederom  vertrecken ;  vraechden  hem  waerom  wy  niet  uyt  mochten 
„  gaen ,  om  Carta  eens  te  degen  te  besien ,  seyde ,  dat  het  den  last 
„  van  den  Keyser  was,  die  (vreesde)  ofte  ons  iets  quaets  mocht 
„  overcomen. 

„  Ick  vraechde  hem mede ,  wat  nieuws  daer  van  Sor- 

,  baya  gecomen  was,  met  die  gevangenen,  antwoordde  dat  het  leger 
„  noch  sterck  in  Sorbay  lach  en  dat  al  het  lant  daer  rontom  Sorbay 
„  ingenomen  hadden  en  voort  verdistrueert  en  alle  toevoer  aen  die  van 
„  Sorbay  benomen  te  lande,  dan  en  conden  haer  den  toevoer  te  water 
„niet  beletten,  daer  die  van  Sorbay  groot  ontset  van  daen  cregen, 


1.  op  den  20  October  van  het  vorige  jaar  1628,  was  een  gezant  TaD  Soerabaya 
te  Batavia  geweest,  die  aan  6.-6.  en  raden  holp  verzocht  had  van  wege  z{JD  Taugé- 
ran  tegen  den  Panembakin  van  Mataram.  De  Nederl  Hooge  Regering  had  echter 
dezen  geaant  met  geschenken  en  een  welwillend,  maar  ontwakend  antwoord  uitgeleid. 


Digitized  by 


Google 


52 

„als  Tan  Macasser  en  andre  plaetsen  en  dat  doende  waren,  nu  de 
„  gevangenen  van  Madnra  over  te  brengen  op  Orissé  en  Jortaen,  die 
„over  de  40  duysent  sielen  syn,  soo  groot  als  cleyn 

Donderdach,  adij  10  oct.,  's  morgens  is  den  Tommagon  Bonraxa 
„  by  den  Tommagon  van  Tegael  gecomen  en  ontbooden  my  by  haer 
„  te  comen ,  alwaer  mijn  den  Tommagon  Boraxa  den  brieff  van  den 
„  Keyser  met  het  paspoort  om  overal  vry  te  mogen  coopen  en  ver- 
„  coopen  met  veel  complementen  overleverde,  die  ick  met  eerbiedicheyt 
„  van  hem  ontfinck  en  seyde,  dat  ick  den  brieff  syn  Ed.  over  sonde 
„  leveren,  met  het  pas  en  voort  soo  gebniyckte  Boraxa  veel  comple- 
„  menten  en  versocht  als  dat  ick  hem  aen  syn  Ed.  sonde  wat 
„  recommanderen ,  want  hy  een  vrient  van  S.  E.  was  en  altyt  bereyt 
„  was  eenige  dienst  te  doen ,  daer  S.  E.  hem  in  gebruicken  wilde 
„  ende  dat  hy  syn  goet  en  syn  bloet  voor  S.  E.  wilde  setten  en  soo 
„  S.  E.  een  hondert  man  ofte  twee  begeerde  om  rijs  in  Batavia  te 
„planten,  dat  hy  die  son  senden  &c 

Alle  deze  beleefdheden  moesten  natnnrlijk  met  geschenken  worden 
beantwoord,  de  Nederl.  gezant  zond  dan  ook  geschenken  aan  den 
Toemenggoeng  van  Tagal,  den  T.  Boe-raksa  en  den  T.  Mangoen- 
onang,  des  Keizers  Secretaris;  maar  nu  ook  volgde  een  voor  den^ 
opperkoopman  netelig  verzoek: 

„  Nae  den  middach  liet  den  Tommagon  van  Tegael  myn  door  syn 
„  volck  nyt  het  hoff  weten,  als  dat  hy  ende  Bouraxsa  metdenTom- 
„  magon  Jondnpranne*  by  myn  sonde  comen  nyt  last  van  den  Keyser 
„  om  met  myn  te  spreecken  van  weghen  eenige  saecken,  die  syn  M. 
„  op  Syn  Ed.  had  te  versoecken 

,  Ontrent  drie  nre  nae  den  middach  S3m  dese  drie  Tommagons 
„by  myn  gecomen,  waervan  Boraxa  het  woort  deet  in  't  javaens, 
„  ende  by  den  Tommagon  van  Tegal  in  't  Maleys  wederom  over 

„  geU)lckt  werde seyden,  als  dat  syn  Maj.  op  syn  Ed. 

„  versocht  dat  S.  E.  hem  wilde  assistencie  doen  met  een  schip  om 
„  de  rivier  van  Sorbay  daermede  te  slniten ,  want  hy  het  lant  rontom 
„  Sorbay  in  heeft,  als  Grijssij,  Jortan  ende  andre  omliggende  plaetsen 
„ende  het  lant  daer  rontom  verdisterweert  heeft,  soodat  die  van 


1.    Djoedo-proQo. 

/Google 


Digitized  by  ^ 


63 

9  Sorbay  geen  toevoer  nochte  ontset  te  lant  connen  beeomen,  want 
„  het  leeger  van  S.  M.  soo  sterck  rontom  Sorbay  leydt,  dat  daer 
„  niemant  te  landt  nyt  ofte  in  can  comen ;  want  hy  daer  wel  80 
^  duysent  man  voor  heeft  leggen,  soo  sy  seggen,  dan  die  van  Sorbay 
„  criegen  groote  toevoer  te  water  van  die  van  Macasser  ende  andere 
„plaetsen,  dat  des  Mataram's  volek  niet  connen  beletten  met  syn 
„  vaertuich ,  waerover  S.  M.  aen  S.  E.  versoeckt  geassisteert  te  mo- 
„  gen  werden  met  een  schip ,  om  die  van  Sorbey  den  toevaert  te 
„  water  te  beletten  en  de  rivier  daermede  geslooten  te  houden  .  •  • 
„  ende  syn  vyant  alsoo  tot  overgeven  te  dwinghen  door  hongersnoodt, 
„  ende  waer  S.  M.  groote  vrindschap  door  sou  geschieden,  en  waer 
„  uyt  S.  M.  sou  bemercken  de  goede  affectie  ende  genegentheyt  die 
„  S.  E.  tot  hemwaerts  is  dragende. 

^Neffens  dien  soo  belooft  S.  M.  hetselfde  wederom  aen  S.  E.  te 
„  recompanceren,  in  iets  anders,  dat  S.  E.  op  hem  sou  moegen  ver- 
„  soecken  ende  als  Sorbay  by  hem  verovert  mocht  werden  soo  sou 
„  hy  8.  E.  vergunnen  tot  recompance  een  vrye  woonplaets  in  Sorbey, 
„  Grysseij,  Jortan  ofte  Kosbey,  waer  S.  E.  het  soud  mogen  begeren 
„  ofte  op  eenighe  aendre  plaetse  van  syn  landt,  om  aldaer  vry  te 
„  moeghen  handelen,  waer  S.  £d.  soud  begeren  ende  daemeffens, 
„  soud  S.  M.  ons  een  vrye  pas  verleenen ,  dat  alle  de  prauwen  ofte 
„  groot  vaertuich ,  dat  by  ons  verovert  werde  goede  prijs  van  ons  sou 
„wesen,  dan  soo  daer  eenighe  groete  personen  gevangen  wierden 
jf  met  eenighe  juwelen  ofte  goudt  en  silver  ofte  contanten  souden 
9  gehouden  wesen  S.  M.  te  behandigen,  die  S.  E.  daer  ander  recom- 
„  pens  voor  sou  doen."  ^ 

De  opperkoopman  Vos  beantwoordde  deze  voorstellen,  met  te  zeg- 
gen, dat  hy  geen  last  had  om  over  diergel^ke  gewigtige  zaken  te 
onderhandelen,  veel  minder  te  beslissen  en  dat  hy  het  dus  geraden 
oordeelde,  dat  de  Panembahan  een  gezant  naar  Batavia,  tot  Gouv. 
GenerL  en  raden  afvaardigde  ten  einde  aldaar  in  dien  zin  bepaalde 
voorstellen  te  doen.  De  Panembahan  wilde  daarvan  echter  niets 
hooren  en  liet  vry  naïef  antwoorden :  „  dat  dit  de  eerste  reys  was , 
„  dat  hy  eenige  assistencie  van  S.  £d.  begeerde  ofte  versocht  hadt, 


1.  Men  ziet  nit  dezo  voorslagen,  dat  de  vont  van  Mataram  de  Nederlanden 
eigenlijk  toch  altijd  nog  besahouwde  als  seerooven,  die  hjj  door  belofte  van  bait 
Toor  zijne  belangen  dacht  te  winnen. 


Digitized  by 


Google 


n 


54 

ende  soo  hetselfde  hem  geweygert  mocht  worden  van  8yn  Ed. , 
„  Bonde  syn  gesandt  beschaempt  staen,  ende  tot  grooten  nadeel  van 
„  S.  M.  soudt  strecken  en  waerdoor  syn  vianden  haer  seer  verblijden 
„  sonden,  soodat  S.  M.  begeerde,  dat  ick  het  versoeck  van  S.  M.  aen 

„  8.  Ed.  selvens  soud  te  kennen  geven waerop  ick  haer 

n  beloefdC;  dat  ick  de  begeerte  van  Syn  Majest.  Syn  Ed.  wel  ge- 
„  trouwelick  soude  te  kennen  geven  en  op  Syn  Ed.  -  versoecken  dat 
„  daer  met  den  eersten  antwoerd  aen  S.  M.  gesonden  soud  moegen 
„  worden." 

Eindelijk  vertrok  het  Nederlandsche  gezantschap  uit  Earta  op  den 
12  October  en  kwam  des  avonds  van  dien  zelfden  dag  in  eene  plaats  aan, 
welke  in  het  journaal  genoemd  wordt  Matelango  ^ ;  den  IS**"  trok  het 
door  het  dorp  Nauboeh^  tot  Tinker  ^  waar  het  overnachtte;  den  li'**" 
trok  het  door  het  dorp  Bringen^  en  kwam  des  avonds  te  Paraes^  aan, 
den  ló**'"  na  eene  halve  dagreize  kwam  het  des  middags  te  Demak; 
van  daar  ging  het  over  zee  eerst  naar  Tagal  en  van  daar  naar  Ba- 
tavia, waar  het  den  27  October  1624  voor  de  reede  terug  kwam. 

Het  journaal  is  geteekend :   Jan  Vos. 


IX.  Resolutie  van  den  Gouverneur-Generaal   en  Rade 
van  Indie,  betreffende  het  onderwas  te  Batavia. 


Dingsdag,  adij  7  May  1624. 
Alsoo  &c 

Item,  alsoo  tot  voorderinge  van  den  algemeenen  welstant,  by  alle 

Christelycke  magistraten,  in  welgestelde  Republycke ,  t'allen  tyde  in 

sonderlinge  sorge  ende  recommandatie  gehouden  is  geweest,  datter 


1.  Waarschijiiiyk  Man^joeog-ToeloeDg ,  district  Padjang,  afd.  Bojolali. 

2.  Vermoedelijk  Nobo,  dorp  in  de  afd.  Salatiga,  distr.  Teoggaron. 

3.  Tiogkir,  residentie  Samarang,  afd.  Salatiga  (Tenggarun). 

4.  IMt  kan  zijn  Pring  in  Salatiga  of  Prigi  in  Salatiga  of  Demak  of  ook  Papringan 
in  Salatiga  (Tenggaron). 

5.  Vermoedelijk  Paras,  dorp  m  de  tegenwoordige  residentie  Samarang,  regentschap 
Demak,  distrikt  Mangar. 


Digitized  by 


Google 


65 

scholen  gefimdeert  ende  opgerecht  wierden,  daer  de  tedere  ende 
oncondige  jencht  in  de  mdimenten  ende  grontleggingen  soo  Tan  de 
Christelycke  Religie  als  van  alle  liberale  ende  vrye  consten  onder- 
wesen,  geleert  ende  opgetrocken  mocht  werden,  wert  by  Syne  Ed. 
in  deliberatie  gelecht,  of  het  in  de  praesente  constitutie,  dat  men 
vemeempt  hoe  dese  van  alderhande  natiën,  mooren  ende  heydenen 
gecoalesceerde  Republycke,  dagelyckx,  soo  by  confluentie  van  andere 
plaetsen  als  voortteelinge  ende  geboorte  onder  de  ingesetenen  seer 
aenwast  ende  vermenichvuldicht,  niet  raetsaem  sy,  dat  men  tot  be- 
voorderinge  van  soo  goeden  ende  godvruchtigen  werck,  met  de  fun- 
datie van  schole  op  de  plaetse ,  voor  desen  by  mondeling  project 
daertoe  begrepen,  voortvare:  te  weten  aldemaest  de  huysinge  van 
d^ngelse  Comp.  alhier  aen  de  westzyde  van  de  groote  riviere ,  ontrent 
het  hospitael?  Item,  soo  men  goetvindt  sulckx  bij  der  hant  te  nemen 
of  men  deselve  tot  laste  van  de  Comp.  sal  opmaecken,  dan  oft  men 
om  de  Comp.  niet  meer  te  beswaren ,  de  somma  daertoe  noodich  tzy 
by  wegen  van  een  Lotery  of  eenich  ander  eerlyck  middel  sal  sien 
in  te  trecken ;  den  raedt  rypelyck  overwogen  hebbende,  hoe  de  school 
'tallen  tijde  onder  de  principaelste  columen  van  eenen  floressanten 
staet  gerekent  syn,  is  van  eenparich  advys,  dat  men  met  soo  een 
loffelyck  hoochnoodich  ende  goddelyck  werck  in  allermanieren  be- 
hoort voort  te  varen  ende  arresteert  dienvolgende,  dat  men  de  noodige 
dispensen  daertoe  by  provysie  uyt  Comp'*^*  middelen  verstrecken  sal 
om  't  avondt  ofte  morgen  tzy  in  ofte  na  de  voltreckinge  desselfs,  als 
de  twijfelachtige  borgerye  by  de  wercken  selfs  zien  sal,  dat  het  ons 
ernst  sy,  te  onderstaen  by  wat  gevoechlyckheyt  men  de  verschoten 
somme  sal  connen  recouvreren ;  ende  wat  de  situatie  van  de  begrepen 
plaatse  belangt;  alsoo  verstaen  wert,  de  gebueriche  van  d'Engelsche 
natie,  deselve  weynich  ofte  niet  praejudiceren  can  ende  de  plaetse 
in  haer  selven,  soo  om  de  commoditeyt  van  de  groote  riviere  als 
andersins ,  seer  wel  gelegen,  gelyck  mede  tot  haer  meerder  verseec- 
kertheyt,  airede  met  een  muer  omtrocken  is,  werd  mede  goedgevon* 
den,  dat  men  volgens  vorich  concept,  met  stichtinge  van  de  schole 
op  gemelte  plaetse  voort  varen  sal. 

Item,  alsoo  by  tyden  van  d'Ed.  H'.  Generael  Coen,  goetgevonden 
was  een  vrywillige  collecte,  tot  fundatie  van  een  kerck  in  te  stellen 
in  voegen,  dat  soo  voor  als  naer  Syn  Ed%  vertreck  naer  't  vaderlant 


Digitized  by 


Google 


56 

by  diverse  tot  op  hnyden,  daertoe  gecontribaeert  syn  de  8omme  van 
2300  realen  van  8'" ,  wert  by  zyne  Ed*.  in  bedencken  gegeven,  alsoo 
met  den  aenwas  van  de  borgerye,  de  principaelste  gronden  ende 
erven  deser  stede  dagelyckx  bebout  ende  betimmert  werden,  waer 
men  de  plaetse  van  de  nienwe  te  stichten  kerek  met  de  meeste 
accomodatie  ende  minste  verhinderinge  van  de  borgerye  begrypen  sal ; 
den  raet  verstaet,  dat  men  de  finale  nytspraeeke  daervan  totdedage- 
lycx  aenstaende  electie  van  de  nieuwe  magistraet  mede  diflfereren 
sal,  omme  derselver  advyzen,  geassisteert  met  sommigen  van  de  prin- 
cipaelste borgerije  eerst  ende  alvoren  daerover  te  hooren. 
Item  &c ' 


X.  Resolutie  van  den  Gouverneur-Generaal  en  Rade 
van  Indie,  houdende  instelling  van  de  weeskamer 
te  Batavia. 

Dingsdach,  1™*.  Octob.  1624. 

Alsoo  tot  invoeringe  van  goede  polityen  in  dese  Republycke,  die 
dagelyx  seer  toeneemt,  mitsgaders  om  deselve  met  de  costuymen 
onses  vaderlandts,  sooveel  mogelyck  te  conformeren,  onder  anderen 
mede  hoochnoodich  sy,  datter  weesmeesters  en  curateurs  geordonneert 
en  geauthoriseert  werden,  die  de  rekeningen  der  afgestorvene  deser 
stede,  opnemen  de  sequestratie en benefitie haerder naergelaten goede- 
ren behoorlyck  bevoorderen,  en  deselve  soo  ten  behoeve  van  de 
weesen  ende  wettige  erfgenamen  hier  in  Indien,  alsmede  voor  de 
erfgenamen,  welcke  noch  in  Nederlandt  resideren  en  naemaels  vereysch 
nae  harer  vrienden  nagelaten  goederen,  die  hier  kinderloos  ofte  sonder 
wettige  erfgenamen  overleden  syn,  doen  mochten,  getrouwelyck  waer- 
nemen  en  dienvolgende ,  alle  disordren  ende  confusien,  welcke 't  avondt 
oflfe  morgen,  by  versuym  van  dese  instellirge  daeruyt  geschapen 
staen  te  resulteren,  voorcomen  en  weren  mogen: 

Werdt  by  den  Ed.  H'.  Generael  geproponeert:  aUoo  't  coUegie  van 
schepenen,  volgens  Syne  Ed**.  ordre  eenige  van  d'aensienlyckste  en 
tot  soodanigen  administratie  gequalificeerde  persoonen  uyt  de  borgerye 
deser  stede,  genomineert  en  voorgedragen  heeft;  of  men  metd'electie 
van  weesmeesters  en  curateurs  daeruyt  alsnu  voortvaren,  mitsgaders 
hoeveel  persoonen  men  daertoe  committeren  sal? 


Digitized  by 


Google 


57 

Den  raedt  van  advys  synde,  dat  men  met  d'inangnratie  en  invoe- 
ringe  van  soo  loffelycken  en  salutaren  werck  voor  de  welstandt  ende 
opl}ouwinghe  deser  Republycke  geen  langer  nytstel  behoort  te  nemen, 
arresteert  eenstemmich,  dat  men  daermede  voortvaren  en  nyt  de 
voorgestelde  persoenen,  de  naervolgende  daartoe  committeren  sal, 
te  weten: 

Pieter  Adriaensz.  Cranenbroeck ,  Schepen. 

Adriaan  Woutersz.  Draeck ,  Waechmeester  i  beyde  oudt- 

Gillis  Venant,  Coopman (  schepenen. 

Michiel  Seroijen,  gecoren  Regent  tot  de  aenstaanée 
groote  schole.  ^ 


XI.  Ordonnantien  en  Instmctien,  vastgesteld  door  den 
Grouvemeur-Generaal  en  Rade  van  Indie,  op  den 
16  Janij  1625,  betreffende  het  collegie  van  sche- 
penen, den  baljuw  en  de  andere  officieren  van  jastitie, 
de  orde  van  procederen  in  criminele  zaken,  het 
stuk  der  arresten,  de  desolate  boedels,  de  gepri- 
vilegieerde schulden,  de  slaven,  de  weeskamer, 
de  voordemisse  van  de  justitie,  de  politie,  de 
successie. 


Pieter  de  Carpentier,  Gouverneur  Generael  wegen  den  Staet  der 
Yereenichde  Nederlanden  in  Indien,  allen  dengeenen,  die  desen  sul- 
len sien  oft  hooren  lesen,  saluyt,  Doen  condt:  alsoo  vermidts  de 
teerheijt  ende  jonckheyt  deser  opgaende  republycque  van  Batavia  tot 
noch  toe  opt  ampt  van  schepenen,  van  den  bailliu  ende  andere  be- 
dienders  van  de  justitie  deser  stede,  mitsgaders  op  de  bedieninghe 
van  de  justitie  zelve,  gelyck  mede  op  de  politie,  item  op  't  stuck 
van  de  successien  ende  verscheyden  andere  saecken  desen  aencle- 
vende,  alsulcken  regel  ende  ordre  noch  niet  beraempt  is,  als  ons  de 

1.  De  Instructie  voor  de  weeskamer  werd  vastgesteld  by  de  hierna  volgende  reso- 
Intie  van  G.-Q,  en  Rade,  dd.  16  Jun\j  1625 ,  (n».  XT).  Die  instructie  deelen  wQ 
echter  niet  mede,  omdat  zy  reeds  staat  a^edrokt  in  het  Akademisch  proe&chrift  van 
M'.  A.  A.  BnjskeB,  getiteld:  Over  de  Weeskamer  en  het  CoUegie  van  Boedelmeeste- 
ren te  Batavia,  Leiden  1861 ,  l»  bijlage. 


Digitized  by 


Google 


58 

dagel^cxse  eiraringh  ende  sncces  van  tijt  (tot  meerder  roste  ende 
welstandt  yan  H  gemeene  beste)  aenw^sen  dienstich  ende  gants  noo- 
dich  te  weesen,  willende  derhalven  naer  ons  yermoghen,  t^en  alle 
confnsieny  disordren  ende  ingedisponneerde  saecken  tijtlijck  voorsien; 
Soo  ist:  dat  wij  tot  dien  eynde  met  deliberatie  ende  advjrs  van  onsen 
Rade,  goetgevonden  hebben  te  beraemen  dese  naervolgende  ordon- 
fianlien  ende  instructien,  te  weten:  voort  collegie  van  schepenen  j 
mitsgaders  voor  den  bailliuw  ende  andere  depetideerende  officieren  van 
de  justitie:  item  een  bysonder  ordre  van  procedeeren  in  crimincele 
saecken  y  item  opt  stuck  van  arresten  j  van  desolate  boedels  y  van  ge- 
privilegieerde schulden:  item  een  ampliatie  opt  placcaet  van  de  slaven  j 
mitsgaders  oock  eene  bysondere  ordonnantie  ende  instructie  voor  de 
weescamcr  deser  stede  ^  ende  wat  aengaet  de  voordernisse  van  de  justitie: 
item  de  politie  ende  stuck  van  de  successieuj  hebben  mede  goetge- 
vonden (volgens  de  recommandatie  van  de  Seventhiene,  byHareEd. 
missive  van  den  4**  Martij  Anno  1621)  van  nu  voortaan  in  dese  re- 
pvblycke  in  te  voeren  ende  te  doen  achtervolgen  de  gedruckte  ordon- 
nantien  (die  Haer  Ëd".  ons  tot  dien  eijnde  expresselyck  hebben 
toegesonden)  soo  op  de  voordernisse  van  de  justitie,  binnen  den  ste- 
den ende  ten  platten  lande  van  Hollandt  van  den  eersten  April  A^. 
1580,  alsmede  op  de  politie  van  denselven  datnm  bij  d'Heeren  Staten 
van  Hollandt  ende  Westvrieslandt  voor  eeuwich  edict  gestatueert , 
item  de  verclaringhe  van  de  gemelte  Heeren  Staten  op  d'ordonnan- 
tien  van  de  successien  in  dato  13  May,  Anno  1594,  item  derselver 
placcaet  opt  stnck  van  de  successien  ab  intestato  geëmaneert  den  IS'^. 
December,  Anno  1599,  ordonneeren  ende  belasten  oversulcx  by 
desen  wel  expresselyck ,  dat  alle  de  bovengemelte  instructien,  ordon 
nantien,  verclaringen  ende  placcaten  int  generael  bij  de  wethouders 
ende  officieren  van  Justitie  in  dese  republycque  van  Battavia  ende 
allomme  in  desen  Coninckrycke  van  Jaccatra  van  nu  voortaen  naer- 
gecomen,  achtervolgt  ende  geobserveert  sullen  worden,  met  dese 
meijninge,  dat  de  rechters  int  voorderen  van  de  justitie  haer  voortaen 
soo  veel  eenichsints  hier  te  lande  practicabel  sij,  naer  de  voorgemelte 
gedruckte  ordonnantie  van  de  Heeren  Staten  van  Hoilant  ende  West- 
vrieslandt opt  stuck  van  de  justitie  geëmaneert,  conformeeren  sullen, 


X.  Zie  hierboTen  n*.  X  in  de  noot,  bladz.  57. 

/Google 


Digitized  by  ^ 


69 

dat  sy  haer  van  geltjcken  ende  sooTeel  eenichsmts  naer  gelegentheyt 
deser  landen  alhier  ingevoert  mach  werden,  regaleeren  snllen  nae 
de  politieqae  ordonnantlen  yan  de  gemelte  Heeren  Staten,  nytgeson- 
dert  int  stnck  van  de  snccessien  ab  intestato,  in  welcker  plaetsen 
voortaen  hier  ter  stede  ende  ten  platten  lande  gebmyckt  ende  onder- 
houden sal  werden,  als  eenen  gemeenen  landtrecht,  de  bysondere 
verclaringhe  ende  placcaet  bij  de  gemelte  Heeren  Staten,  den  IS*". 
May  1594  ende  18  December  1599  voor  eenige  bysondere  steden  in 
HoUandt,  als  namentlyck  Haerlem,  Leijden,  Amsterdam,  Alckmaer, 
Hoorn,  Enckhnysen  ende  meer  andere  geordonneert  ende  gestatueert. 
Ende  in  saecken  daer  de  voors.  gedmcte  ordonnantlen  ende  instmc- 
tien  der  gemelte  Heeren  Staten  van  Hollandt  ende  Westvrieslandt , 
mitsgaders  de  geschreven  instmctien,  ordonnantlen  ende  placcaten, 
800  ten  tijde  van  onsen  voorsaet,  als  tsedert  door  ons  hier  te  lande 
gedaen  emaneeren,  niet  bysonder  statneren,  nochdisponeeren,  snllen 
in  snlcken  gevalle  de  rechters  daerinne  observeeren  ende  volgen  de 
gemeene  civiele  rechten,  sooals  die  in  de  Vereenichde  Nederlanden 
werden  gepractiseert,  waemaer  haer  alle  wethouders  ende  officieren 
van  de  justitie  hier  ter  stede  ende  alomme  door  desen  Coninckrijcke 
voortaen  precyselljck  sullen  hebben  te  reguleren,  alsoo  sulcx  den  wille  van 
de  Seventhiene  is  ende  wij  tselve  oock  ter  eere  Godes  tot  voorder- 
nisse  van  de  justitie ,  onderhout  •  van  de  goede  politie ,  ruste  ende 
welstandt  vant  gemeene  beste  alsoo  bevinden  te  behooren.  Actum 
int  casteel  Batavia  den  16°.  Junij ,  Anno  1625 ,  ende  was  onderteyc- 
kent:  Pieter  de  Carpentier.  Lager  stont:  Ter  ordonnantie  van  den  Ed. 
fleer  Gouverneur  Generael,  onderteyckent :  Jacob  van  Doreslaer, 
Secretaris. 


OBDOITNAI^TIE  ENDE   IN8TEUCTIE   VOOE   't   COLLEGIB 
VAN   SCHEPEKEK. 

Alsoo  bij  resoluitie  van  den  24»».  Junij,  Anno  1620,  door  den  Ed. 
Heer  Generael  Jan  Pietersz.  Coen,  Syne  Ed**.  Achtbare  Raden  tot 
bevoirderinghe  van  de  justitie  in  civiele  ende  criminele  saecken  bin- 
nen deser  stede  Batavia  goet  ende  raetsaem  gevonden  is,  een  collegie 
van  schepenen,  bestaende  uyt  v^fif  personen,  te  ordonneeren  ende 
op  te  rechten ,  welcker  getal  tot  genoechsame  overweginge  van  saecken 


Digitized  by 


Google 


60 

te  swack  geoordeelt  synde,  geordonneert,  gesiatneert  ende  goetge- 
vonden  is  als  Yolcht: 

1. 

Eerstelyck,  dat  het  gemelde  coUegie  van  nn  voortaen  bestaen  sal 
in  seven  persoenen,  gecooren  nyt  de  geqoalifieeerste^  beqnaemste 
ende  eerlijcxste,  soo  vant  easteel  als  ingesetenen  deser  stede. 

2. 

Ende  ten  eynde  alle  maniere  van  seheijdinge  tnsschen  't  easteel 
ende  stadt  wechgenomen  werde,  mitsgaders  dat  alles  in  eenicheijt 
ende  onderlinge  correspondentie  gesamentlijck  mach  opwassen,  snllen 
drie  der  geseijder  schepenen  nyt  de  suppoosten  vant  easteel  ende 
vier  nyt  de  bnrgerye  der  stadt  gecooren  werden,  die  alle  gesament- 
lyck  als  ordinaris  raedtslnijden  int  voors.  collegie  snllen  compareeren, 
ende  en  sal  haerlieder  administratie  niet  langer  dnyren  als  voor  den 
tijt  van  een  jaer,  nt  in  resolnt.  van  24  Jnny,  anno  1620. 

3. 

Snllen  telcken  jare  de  geseyde  wethonderen  (bij  den  baillin  ende 
affgaende  schepenen  in  drie  dobbelen  getalle  genomineert  ende  voor- 
gestelt  synde)  *  bij  den  Heer  Generael  ende  in  desselfs  absentie  by 
den  Oonvemenr  vant  easteel  ende  Hare  Ed*'.  achtbare  Raden,  op 
den  30°.  Mr.y  ter  gedachtenisse  v^in  dit  Coninckrijcx  conqueste,  als 
per  resolnitie  van  den  7".  Febmary  1624,  gecooren  werden. 

4. 

Ende  opdat  het  schepenampt  by  een  yeder  geëligeerde  met  volco- 
men  vertrouwen  in  alle  justitie  ende  equitegt  mach  werden  bedient , 
sullen  de  schepenen  opt  intreden  van  haerlieder  beroep,  amptshalven 
in  handen  van  den  Ed.  Heer  Generael  ofte  Syne  Ed'.  gecommitteerde 
den  gerequireerden  eedt  doen. 

5. 

Alsoo  betamelyck  sy,  dat  dese  vocatie  met  respeckt  buyten  suspitie 
ende  opspraecke  sooveel  mogelyck  geadministreert  werde,  sullen  sche- 


1.  B|j  resoL  6.-6.  en  Rade,  dd.  6  Maart  1628,  werd  besloten  dat  de  Hooge 
regering  zich  Toortaan  niet  «preciaelyk»  meer  aan  die  Toordragt  zou  Honden,  omdat 
het  gebleken  was ,  dat  daaruit  » incouTenienten  door  conniventie »  ontstonden. 


Digitized  by 


Google 


61 

penen  genlge  pachten ,  tollen  ofte  llcenten  aenvaerden,  medestanders 
van  pachters,  tollenaers  ofte  llcentmeesters  syn,  noch  oock  hun  voor 
deselve  als  borghen  obUgeeren  ofte  contreborgen  constitneeren,  direc- 
tel^ck  noch  indirect  eUjck. 

6. 

Ende  alsoo  dagelycx  onder  de  Chineesse  borgers  alhier  veel  ver- 
schillen ontstaen ,  welcke  opdat  tot  meerder  gemsticheyt  der  geseyder 
natie  mogen  ter  neder  geleyt  ende  af^edaen  werden ,  sal  in  dit  col- 
legie  beneffens  d'overste  der  Chinesen  (bij  resolutie  van  den  Generael 
Coen,  in  dato  24  Juni),  A\  1620,  art.  5,  als  schepen  geadmitteert) 
noch  een  persoon  van  de  gequalificeerste  uy  t  deselve  natie  toegevoeght 
werden,  omme  met  haer  beyden  in  saecken  de  Chinesen  betreffende, 
als  extraordinaris  Raden  in  dit  collegie  te  verschijnen,  besoigneeren 
ende  stemme  te  hebben. 

7. 

D'ordinaris  schepenen  sullen  elck  volgens  de  resolutie  van  den 
30".  May  1624  voor  een  eergift  op  de  intredinge  van  haerlieder  be- 
dieninghe  genieten  vijftich  realen  van  achten  tot  een  schepen  mantel 
ende  cachet,  des  sullen  sy  gehouden  syn  telckens  metten  selffden 
tot  meerder  aensien  in  rade  te  verschijnen. 

8. 

Ende  sullen  gemelte  schepenen   alle  brieven ,   schepenkennisse , 

transpoorten,  procuratien  etc.,  die  voor  ofte  van  haer  soude  mogen 

gepasseert  worden  ('t  welck  niet  min  als  voor  twee  schepenen  sal 

moeten  geschieden)  metten  geseijden  signette  versegelen,  daervooren 

genietende  een  halven  reael  van  achten  als  per  resoluitie  van  den 

18  Augusto  1620. 

9. 

Opdat  alles  in  dit  collegie  met  behoorlycke  ordre  ende  aensien- 
Igckhegt  toegae  ende  alle  conftisien,  welcke  souden  mogen  ontstaen , 
sooveel  mogeigck  voorgecomen  werden,  sullen  uyt  de  voorgemelde 
seven  Raedtspersoonen  bij  den  Heer  Generael  ofte  bij  Syne  Ed*".  Ge- 
committeerde geeligeert  werden  twee  presidenten ,  te  weten  d'een  van 
wegen  't  casteel,  d'ander  van  wegen  de  stadt,  die  bij  beurten  maent 
om  maent  sullen  voorsitten,  waervan  die  vant  casteel  eerst  presi- 
deeren  sal,  als  per  resolutie  in  dato  30  May  1624. 


Digitized  by 


Google 


10. 

Den  president  in  syne  maendt  sal  hebben  gesach  ende  authoriteijt 
d'andere  schepenen  te  ontbieden ,  soowel  extraordinarie  als  ordinarie 
vergaderingen  te  le^en ,  in  deselve  te  proponeeren ,  d'advysen  te 
vergaderen,  d'appointementen  tsy  by  monde  ofte  geschrifte  doen  pro- 
nuncieren  terstont  naer  deselve  beslooten  syn,  volgens  de  meeste  stem- 
men; silentie  te  imponeeren,  de  vergaderinge  te  eyndigen,  ende 
voorts  alles  te  doen ,  't  geene  tot  meeste  stichtinge  ende  bevoirderinge 
van  de  justitie,  betamelycxst  sy,  denwelcken  daeromme  schepenen 
ende  alle  andere  suppoosten,  van  dit  collegie  gehouden  sullen  wesen 
te  respecteeren  ende  obedieeren,  gelyck  in  alle  wel  gereguleerde 
rechtsbancken  vereijscht  wort. 

11. 

Bij  gelljckheyt  van  advysen  sal  den  president  twee  stemmen  heb- 
ben, mitsgaders  oock  geduyrende  syne  preseance  in  syne  bewaemisse 
houden  des  stadtszegel,  by  den  welgemelten  Oenerael  Coen  als  per 
resoluitie,  16  Augusto  1620,  art.  11,  geordonneert,  omme  alle  stads- 
acten,  brieven  ende  provisien  van  justitie,  die  in  denselfiden  raet 
affgehandelt  werden,  daermede  te  doen  versegelen,  genietende  voor 
elcke  bezegelinge  een  reael  van  achten,  ende  bij  absentie  van  den 
president,  sal  den  daeraenvolgende  voor  die  tijt  de  plaetse  bewaren, 
opdat  de  rechtsaecken  altyt  behoorlijcken  voortganck  moghen  hebben. 

12. 

Den  voors.  president  sal  't  elcken  dingdage  de  rolle  examineeren, 
om  alle  saecken  in  staet  van  wysen  bevindende  ofte  haest  vereyschende 
ende  bij  welcke  partyen  door  langduyrich  uijtstel  geinterresseert 
mochten  blijven,  den  rade  voor  te  draghen. 

13. 

Omme  al  't  welcke  te  beter  te  effectueeren  sal  den  president  in 

alle  comparatien ,  beneffens  den  secretaris  in  de  Raedtscamer  d'eerste 

moeten  syn. 

14. 

Toor  dit  eoUegie  van  schepenen  sullen  verhandelt  werden  alle 
civile  ende  criminele  saecken  de  vrQe  luyden  borgeren  deser  stede, 


Digitized  by 


Google 


63 

vreembdelingen  toucheerende ,  die  alle  ter  eerster  instantie  voor  hun 
te  rechte  sullen  staen  ut  in  resolut.  by  den  Generael  Coen,  den  24». 
JunQ  ende  15  Augustij,  anno  1620,  genomen, uytgesondert in saecken 
daervan  het  hoff  ende  in  dese  contregen  den  achtbaren  dagelycxsen 
Raedt  vant  caateel  Batavia  de  eerste  kennisse  toecompt,  wel  ver- 
staende  dat  hare  appoinctementen  in  criminele  saecken  sonder  voor- 
gaende  approbatie  van  den  Ed.  Heer  Generael  niet  en  sullen  mogen 
geexecuteert  werden. 

15. 

In  crimineele  saecken  sullen  schepenen  gehouden  sijn  met  het  volle 
collegie  te  besoigneeren ,  daer  ter  contrarie  in  civile  saecken  met  vijff 
persoonen  (ende  daeronder  niet)  svUen  mogen  bestaen ;  by  aflbterven, 
sieckte  offte  absentie  van  een  ofte  meer  schepenen  sullen  de  vacante 
plaetsen  met  gelijck  getal  der  affgedanckte  wethovderen  gesuppleert 
werden,  die  alsdan  den  eedt  hun  afigevoirdeert  synde,  de  laetste 
stemme  hebben  sullen. 

16. 

Ende  opdat  in  de  administratie  van  justitie  geen  verachteringe  ge- 
schiede, sullen  schepenen  gehouden  syn  driemael  des  weecx  ordinarie 
in  de  stadt  offte  raedthuys  deser  stede  te  verschijnen,  te  weten  des 
Maendaechs,  Woensdaechs  ende  Yrijdaechs,  ende  aldaer  blijven  be- 
soigneeren van  negen  tott  elff  uyren  des  voomoens ,  soo  yets  te  ver- 
richten hebben,  als  by  resolutie  van  den  24^  Junij,  A^  1620. 

17. 

Schepenen  sullen  niet  vermoghen  hun  uytte  vergaderinge  te  absen- 
teeren sonder  voorweeten ,  oorloff  ende  expres  consent  van  den  pre- 
sident ofte  van  dengeenen  die  in  desselfiis  affweesen  presideeren  sal, 
op  verbeurte  van  eenen  halven  reael  van  achten  t'elckens  ten  profi^'te 
vant  collegie. 

18. 

Ende  ten  eynde  de  bevoirderinghe  van  stadtssaecken  te  beter  mach 
werden  beharticht,  sullen  schepenen  met  overstaen  van  den  bailliu 
vermogen  ende  gehouden  wesen  keuren  ende  ordonnantien  te  beramen 
ten  dienste  ende  welstandt  van  tgemeene  beste  in  dese  stadt  ende 
daerbuyten  allomme  in  de  jurisdictie  desselffs,  doch  en  sullen  die 


Digitized  by 


Google 


64 

niet  mogen  affgecondicht,  gepromulgeert,  in  treijn  gebracht,  noch 
geexecuteert  werden,  sonder  voorige  approbatie  van  den  Ed.  Heer 
Generael  ofte  syne  Ed'".  gesubstitueerde. 

19. 
Ende  sullen  alle  appoinctementen  ende  sententien  bij  schepenen 
gewesen  niet  monteerende  boven  de  somma  van  vijffentwintich  realen 
van  achten,  ter  executie  gestelt  werden  ende  volcomen  effect  sorteeren 
niettegenstaende  eenige  .appellatie  off  provocatie  ter  contrarie. 

20. 

Ende  ingevalle  yemandt  hem  gevoelde  off  seggen  wilde  bij  sen- 
tentie van  schepenen  tsij  interlocutoir  off  diffinityff  gegraveert  te  sijn, 
sal  vermogen  van  deselffde  binnen  thien  dagen  nadat  het  vonnisse 
gegeven  off  tsijnder  kennisse  gecomen  is,  aen  den  achtbaren  dage- 
lycxsen  Raedt  deses  casteels  te  appelleeren. 

21. 

Wel  verstaende  nochtans  dat  den  appellandt  voor  ende  aleer  hy 
in  appel  geadmitteert  off  provisie  int  selffde  cas  obtineeren  sal,  ge- 
houden sal  syn  in  de  secretarie  van  den  achtbaren  dagelycxsen  Raedt 
te  namptiseeren  de  somme  van  vijffentwintich  realen  van  achten,  die 
den  appellandt  gerestitueert  sullen  worden,  indien  naermaels  soude 
mogen  verstaen  worden  wel  geappelleert  te  sijn. 

Ekdt  van  Schepenen. 

lek  beloove  ende  sweere  de  Doorluchtighe  Hooge  ende  Mogende 
Heeren  Staten  Generael  der  Vrije,  Vereenichde  Nederlanden,  mijne 
Souverayne;  den  Vorst  Mauritius  by  der  gratiën  Godts  Prince  van 
Orangien,  als  Gouverneur  ende  CajJpitein  Generael,  de  Heeren  ^e- 
winthebberen  der  Vereenichde  Oost  Indische  Comp'».,  mitsgaders  den 
Ed.  Heer  Gouverneur  Generael  over  derselffder  staet  in  Indien  ge- 
houw  ende  getrouw  te  wesen,  dit  ampt  van  schepen  oprechtelijck 
te  bedienen.  Hare  Hoog  Mogende  recht  naer  vermogen  getrouwelyc- 
ken  voor  te  staen,  de  secreten  deser  camere  aen  niemant  t'openbaeren, 
deses  rycx  ende  stadts  welvaren  te  helpen  bevoirderen,  mitsgaders  . 
goet,  cort,  recht  ende  justitie  aen  een  yeder  sonder  ooghluijckinge , 
haet  ofte  gunste  t'administreren,  gelyck  als  een  vroom  ende  oprecht 


Digitized  by 


Google 


65 


rechter  toestaet  ende  behoort,   soo   waerlyck   moet  my   Oodt  Al- 
machtich  helpen.  ^ 


1.  BQ  Reiolutie  van  den  GouTerneor  Goianal  ea  Bade  van  India,  dl  Maandag 
U  FebroarQ  1683,  werd  omtrent  de  regtipraak  tosachen  inlanden  en  daannede  geiyk 
gertelden  nog  liet  Tolgende  bealoten  en  Taitgestdd: 

Alaoo  Sdiepeaen  in  deeuie  Tan  saecken  tosidien  Chinesen  ende  Chineaen,  kejdflnai 
cnde  lieydflnen,  mooran  ende  mooren  by  manqnement  van  evident  bewya  ende  behoor- 
ïjékt  atteatstie  veeltyta  oonfuys  geweeat  zyn,  niet  oonnende  op  de  depoiitie  ende  ga- 
toygeniaae  by  Chinesen,  heydenen  ende  mooreD  verieden,  eenidi  recht  ofte  jnatitie  ad- 
miDiatreren,  waardoor  de  saecken  der  Chinesen,  heydenen  ende  mooren,  die  door 
derselver  groote  menichten  het  gemehe  oollegie  meest  voorcomen,  veeltyta  sonder 
dedflkn  ongetermineert  aijgeweeen  worden ,  nochte  oock  soodanige  expeditie  niet  connen 
eriangen  als  in  saecken  van  justitie  wel  wort  veregscht,  soo  hebben  de  gcmelte  schee* 
penen  't  aelve  door  hare  expresse  geoonmiitteerden  aen  ons  in  den  net  van  Indien 
niet  aüeen  geremonstreert;  maer  oock  daerb|j  de  onderstaeode  artickelen  overgelevert 
ende  geexhibeert,  ten  eynde  wy  haer  op  dezelve  met  aoodanige  antwoort  sonde  dienen, 
als  haer,  om  de  voors.  dnbieoae  saecken  met  reputatie  af  te  doen ,  sonde  van  noode  syn, 
flode  daerover  de  onderstaande  poincten  by  ona  rypelyck  geventnleert  ende  geexami* 
aeert  weaende,  hebben  goetgevonden  de  gemelte  schepenen  met  de  naervolgende  ant- 
woorden in  plaetse  van  apostille  te  dieoen: 


Antwoort  off  apostille  van  den  Gonvemeor 
Generaal  en  Baden  van  Indie  op  de  neven- 
staende  articnlen. 

1.  Wort  verstaan:  dat  dit  in  civiele 
aecken  tnsachen  Chinese  ende  Chinese, 
heydenen  ende  heydenen,  moren  eade  moren 
wd  mach  geschieden  ende  gepraetiseert 
worden. 

2.  Dat  dit  in  geenderiey  maniere  mach 
geschieden. 


S.  Pat  alsnlcke  bewys  is  meer  ala  een 
halve  prenve  ende  voor  een  voloomen  be- 
wys behoort  aengenomen  te  wolden ,  soo 
wanneer  hetselve  by  cede  van  een  christen 
parthy  aal  syn  versterekt 

4.    Dat  dit  niet  mach  bestaen. 


Artioolen  by  geconunitteerden  van  Scha* 
penen  aen  den  H'.  Generaal  en  Baden  van 
Indie  overgegeven. 

1.  Off  qoestien  tnsschen  Chinesen  in 
civiele  saecken  by  manqnement  van  evidente 
documenten  by  schepenm  op  eet  mogen 
gedecideert  worden? 

2.  Off  in  erimineele  saecken  alleen  Chi* 
neeaen  tegen  een  Christen  by  eede  depo- 
aerende  by  schepenen  mogen  aengenomen 
werden,  om  daarop  redit  te  doen. 

8.  Off  in  civiele  saeeken  een  Chineea 
nef  ens  een  Christen  tegens  een  Christen 
deposerende  een  voUe  preuve  mach  ver- 
streeken. 


6.    Tot  eene  aboli^  van  veele  qnaestien 
naeh  dit  alsoo  wel  gepraetiseert  morden. 


V. 


4.  Off  't  aelve  oook  in  erimineele  saee- 
ken mach  geschieden. 

5.  Soo  een  parthy  dvüiter  syn  saeek 
aen  syn  contra]^uthy's  eadt  verbluft  ende 
hem  daarmede  te  vreden  hout,  de  contra- 
partbye  mede  bereyt  synde  deselve  te  doen 
ofte  in  sokken  gelegentheyt  scheepenen 
niet  en  vermogen  toe  te  laten ,  dat  pairthye 
haer  aoodanieh  selver  sdieyde. 

(Waa  ondert)  Uendrick  Brouwer,  Fieter  Vlack,  Maitan 
Isbirandtu,  Joan  vin  der  Buieh* 


66 

Van  dbn  Bailliuw. 

1. 

Alsoo  in  de  dagelycxsche  playdoye  yeelt3rts  saecken  voorvallen  in 

dewelcke  den  baillin  sich  met  d'een  oft  d'ander  partije  sonde  mogen 

vervoegen,  sal  derhalven,  ten  eynde  de  wetten,  keuren  ende  ordon- 

nantien,  mitsgaders  deses  rycx  ende  stadts  rechten  ende  domeijnen 

voorgestaen  ende  onderhouden  werden,   gehouden  wesen  alle  recht- 

dagen  beneffens  schepenen  praeciselyck  in  vierschaere  te  comparee- 

ren,  opdat  door  syn  affwesen  deselve  geen  inbreuck  ofte  vercortinge 

comen  te  lijden. 

2. 

Den  bailliu  sal  jurisdictie  hebben  in  ende  bujrten  de  stadt  Batavia, 
alomme'  door  het  ConinckrIJck  van  Jaccatra,  binnen  denselffden  lande 
mogen  vangen,  spannen,  bekeuren,  de  luyden  verdachvaerden ,  onse 
placcaten,  statuten  ende  ordonnantien  observeeren  ende  doen  obser- 
veeren,  tegens  d^infracteurs  van  dier  te  procedeeren  ende  doen  pro- 
cedeeren  ende  in  alles  te  handelen  gelyck  naer  gelegentheijt  van 
saecken  ende  welstandt  dezes  rycx  ende  stadts  sal  bevinden  te  be- 
hoiren ,  te  weten :  sal  mogen  apprehendeeren ,  over  buer  gerachten , 
vechten,  dieften,  hoererij  e,  overspel,  vrouwecracht ,  moort,  doot- 
slach,  overwonnen  schuit,  crimen  laesae  majestatis,  conspiratie, 
seditie,  rebellie,  bosschenderijen  ende  alle  die  den  Heer  in  syne  ge- 
rechticheijt  soucken  te  fraudeeren,  vrembdelinghen,  die  boven  arrest 
doorgaen  ende  die  in  de  voorverhaelde  faulten  souden  mogen  vervallen. 

3. 

Die  opt  commandement  van  den  officier  niet  willen  geapprehendeert 

sljn  ende  haer  met  woorden  ofte  met  der  daet  opposeren,  sal  den 

officier  desulcke  met  gewelt  dwingen,  ende  indien  soodanige  violente 

opposanten  jegens  den  officier  int  exerceeren  van  syn  ampt ,  swaerlyck 

ofte  ter  doot  gequest  wierden,  dat  daeraen  quamen  te  sterven,  saU 

den  officier  daeraff  niet  te  draghen  hebben,  indien  sulcx  niet  uyt 

eygen  wraecke,  haet,  nijt,  moetwille  oftie  particuliere  querelle,  maer 

int  oeffenen  van  syn  ampt  geschiet,  twelck  sal  staen  tot  judicature 

van  de  rechters. 

4. 

Den  officier  en  sal  niet  vermogen  yemandt  op  handttastinge  ofte 

Digitized  by  VjOOQ IC 


67 

andere  borchtochte  te  largeeren,  als  met  kennisse  ende  consent  van 

schepenen. 

5.     ^ 

Den  baillin  en  sal  met  niemandt  over  syne  begane  delicten  mogen 
composeeren  offle  accordeeren ,  maer  ter  contrarie  alle  dootslach , 
vaiscbe  getuijgen,  valsche  munte,  overspel,  vrouwecracht,  menterije, 
Tcrraderge,  moort,  brandtsticht,  rooverye,  dieffstal,  quetsinge,  bos- 
schenderye  ende  andere  misdaden,  hoe  die  oock  mochten  geheeten 
worden  voor  den  Raedt  brengen  om  aldaer  affgehandelt  te  werden, 
ten  ware  in  cleyne  ende  civile  misverstanden,  die  sonder  rechtspreju- 
ditie,  vercortinge  van  partijen,  connen  ter  neder  geleijt  worden. 

6. 

Item  sal  den  baillin,  soo  wel  als  den  president  ende  andere  sche- 
penen gehouden  syn  't  secreet  van  der  camere  ofte  tgeene  hij  aldaer 
sal  sien  oft  hooren,  niet  te  reveleeren. 

7. 

Den  baillin  sal  in  saecken  daer  hy  geen  partye  is,  neffens  schepe- 
nen adviseeren  int  stnck  van  de  justitie  met  een  diffinitive  ende  met 
een  deliberative  stemme  in  de  policie,  dewelcke  altyt  om  d'ordre 
f  achtervolghen  de  laeste  wesen  sal,  maer  in  saecken  daer  hy  partye 
is,  sal  niet  vermogen  t'advQseeren ,  noch  ook  present  te  wesen  als 
men  sal  opinieeren  in  de  processen  daer  hy  gevoechde  is. 

8. 

D^i  baillin  sal  gehouden  sijn,  pertinent  register  te  honden  van  alle 

die  hg  int  voors.  collegie  van  de  schepenen,  tsij  als  partQe  ofte  bQ 

gevoechde  hangende  heeft ,  omme  by  den  president  van  den  achtbaren 

Rade  deses  casteels  daartoe  gelast  sijnde,  tselve  aen  Syne  Edt.  te 

verthoonen. 

9. 

Den  baillia  en  sal  niet  convenibel  syn  voor  schepenen  in  saecken 
die  syn  eygen  persoon  aengaen  hoedanich  die  oock  mochten  wesen , 
■uier  sal  voor  den  achtbaren  Rade  vant  casteel  betrocken  moeten 
worden  y  ten  ware  hi)  sich  gewillich  neffens  syn  partye  't  o<MrdeeI 
van  schepenen  snbmitteerde. 


Digitized  by 


Google 


68 

10. 

Den  officier  wert  gelast  hem  tot  holpe  ende  exercitie  van  syn  ampt 
te  voorsien  met  vier  cloecke  Nederlanders  ende  vier  swarte  dienaers, 
die  alle  haer  onderhout  van  montcosten  uytte  portie  van  sijne  hoeten 
moeten  vinden,  ende  sollen  daerenhoven  jaerlijcx  van  den  Heere  ge- 
nieten yeder  Nederlander  tsestich  ende  yeder  swart  acht  en  veertich 
realen  van  achten,  ut  art  14  in  de  aennemingh  van  den  hailliu  in 
dato  4  Pehruary  1622. 

11. 

Voorts  wort  verstaen  ende  den  hailliu  toegeleyt  een  derde  part  in 
alle  hoeten  ende  confiscatien  heneden  ende  tot  hondert  realen  ende 
tgeene  daerhoven  wesen  sal,  sal  sljn  aenpaert  vallen  tot  discretie 
van  schepenen  I  ihidem  art  1. 

12. 

D'een  d'ander  met  geweer  quetsende,  sullen  hoven  arhitrale  cor- 
rectie van  schepenen,  verheuren  ses  realen  van  achten,  waervanden 
hailliu  de  helft  sal  genieten,  ihidem  art.  2. 

13. 

Van  quetsingh  ofte  hloetlatingh  met  vuijst,  hout,  rottangh  oft;e 
steenslach,  hoven  arhitrale  correctie  van  schepenen  te  verheuren  twee 
realen,  te  verdeelen  als  vooren,  ut  ihidem  art.  3. 

14. 

Simpele  vuijst  oft  andere  slach  met  rottangh ,  hout  oft  steen ,  son- 
der  hloetlatmghe,  een  reael  hoven  arhitrale  correctie,  te  eygenen 
als  int  voorgaende  artyckel,  ihidem  art  4. 

15. 

Opt  schouwen  ende  reijnigen  van  straten,  twerpen  van  vuylicheden 
voor  andere  luyden  hupsen,  erven  ofte  in  hurchwallen,  wert  den 
hailliu  voor  hoete  toegeleljt  te  weten: 

Van  yeder  die  eenige  vuylicheden  in  de  hurchwallen  werpt  drie 
realen  van  8". 

Item  die  eenige  vuylicheyt  in  hoopen  op  strate  voor  ofte  omtrent 
syn  huys  vergadert  ende  niet  op  de  geordonneerde  plaetsen  by  de 
vuylnisschuyten  en  hrengt  een  reael  van  8*^. 

Digitized  by  VjOOQ IC 


69 

Item  aal  den  baillia  aoi^e  dragen;  dat  alle  Bondagen  ende  andere 
hooge  vier  dagen,  de  straten  ende  borchwallen  van  de  stadt  behoor- 
lyck  geveeeht  ende  gereijnicht  werden,  op  pene  van  een  reael  van 
achten,  die  daervan  in  gebreecke  bl^ft 

16. 

Een  officier  soo  van  de  stadt  als  vant  casteel  na  negen  nyren  des 
avondts  in  droncken  gelagen  by  den  baillin  geattrapeert,  sal  ver- 
beuren een  reael  van  achten,  een  simpel  persoon  een  halven  reael 
alsvoren,  twelck  den  baillin  alleen  sal  genieten,  ibidem  art.  6. 

17. 

Dat  boven  't  placcaet  van  den  28ii.  October  1620  tegen  't  spoelen 
geëmaneert,  alle  't  geit  dat  op  de  baen  bevonden  wordt  daer  men 
speelt,  voor  den  officier  verbeurt  sal  syn,  neffens  een  boete  van  ses 
realen,  te  betalen  bij  de  waerden  in  wekker  hnys  gespeelt  wordt, 
wel  verstaende  de  Chinesen  n^ftgesondert,  die  het  spoelen  (in  confor- 
miteit van  de  resolutie  bij  den  Heer  Generael  Coen  op  den  1^  No- 
vember, anno  1620,  genomen)  mits  desen  toegelaten  werdt,  maer 
800  e^ch  Chinees  hem  vermenght  met  eenich  Nederlander,  swart 
ofte  andere,  tsy  die  vry  ofte  in  dienst  sijn,  sal  in  sulcken  gevalle, 
boven  de  voors.  boete  mede  verbeuren  alles ,  wat  bg  den  officier  op 
de  bane  bevonden  sal  worden. 

18. 

lenfant,  die  na  negen  uyren  geweertreckt ,  een  ander  quetst,  daet, 
stoot,  sal  dobbele  boeten  verbeuren  ende  boven  dien  arbitralement 
van  schepenen  gecorrigeert  worden,  uijt  welcke  amende  den  baillu 
de  gerechte  helft  sal  genieten,  ibidem  art  9. 

19. 

Ende  opdat  ons  ende  onsen  bailliu  int  aenpaert  van  de  voorgestelde 
boeten  geen  vercortinge  geschiede,  sal  in  dese  onse  stadt  Batavia 
ende  alomme  door  het  gantsche  Coninckrijcke  van  Jaccatra,  niemandt 
tsy  cappitegn  ofte  overste  der  Chineesen,  Jappanders  ofte  van  andere 
natiën  wie  hij  oock  soude  mogen  wesen,  vermogen  te  apprehenderen, 
eenige  persoenen  in  hechtenisse  verseeckeren  ofte  arresteeren,  als 


Digitized  by 


Google 


70 


alleen  onsen  voorgemelden  bailliu  j  ten  ware  den  advocaet  fiscael  by 
preventie  in  saecken  onae  vryheijt ,  hoochheyt  ende  domeynen  toe- 
cheerende ,  die  in  snlcken  gevsdle  neffex|yB  hem  sgn  offitie  sal  m()geii 
exerceeren. 

ESB  TAN  DEK  BAILLIU. 

In  den  eersten  beloove  ick  ende  sweere  dat  ick  de  doorlnchtige , 
Hooge  ende  Mogende  Heeren  Staten  Generael  van  de  Vrye  Ver 
eenichde  Nederlanden,  myne  Souveraine,  den  Vorst  Manritios  by 
der  gratiën  Crodts,  Prince  van  Orangien  etc.  als  Gouverneur  Capp". 
ende  Admirael  Generael ,  de  Heeren  Bewinthebberen  der  Vereenichde 
Oost-Indische  Compagnie  in  deselve  landen,  mitsgaders  oock  den 
Ed.  Heer  €k>uvemeur  Generael  over  derselver  staet  in  Indien  ge- 
houw  ende  getrou  sal  wesen,  ende  dat  ick  hunne  Hoog  Mogende 
etc.  dienen  sal  in  desen  staet  van  balliu  vant  Coninckrijck  van 
Jacatra,  met  gantschen  harten  ende  affectie,  ende  sal  alle  mogelycke 
vlijt  aenwenden  ,  ter  eeren  Gk)dts,  stichtinge  van  dese  gemeente 
ende  opbonwinge  deser  Hare  Hoog  Mogende  Republycke  ende  ge- 
meene  welvaert  sooverre  alst  deselffde  offitie  vereijschende  is. 

Ten  tweedon,  ick  beloove  ende  sweere,  dat  ick  sal  bevoirderen  goede, 
oprechte  ende  waerachtige  justitie  aen  allen  ende  een  yegelycken , 
die  sulcx  versoecken  sullen ,  sonder  aenschou  te  nemen  op  winninghe , 
haet,  ngdt  ofte  vriendtschap  van  yemanden  ende  sonder  eenich 
persoon  meer  te  favoriseeren  dan  recht  ende  reden  toelatende  sijn , 
beloovende  in  aller  manieren  te  helpen  bewaren  het  recht  der  Hoge 
Overichegt. 

Ten  derden ,  ick  sweere ,  dat  ick  alle  saecken  reehtelijck  sal  aen- 
brenghen  aen  schepenen  deser  steede  ende  van  gelycken  deselvige 
emstelyck  sal  vervolghen ,  mitsgaders  daerin  na  behooren  ende  ordre 
by  oftie  van  wegen  de  Hoge  Overicheyt  successivelijck  te  geven, 
proeedeeren  sal. 

Ten  vierden,  ick  sweere,  dat  ick  mQ  met  soodanigen  part  van 
boeten  als  mij  bQ  schepenen  toegewesen  sal  worden  contenteeren 
sal ,  sonder  yets  meer  van  yemanden  tsij  directelijck  ofte  indirecte- 
igck,  hoe  ende  onder  wat  pretext  tselve  oock  soude  mogen  wesen, 
te  snllra  iH!etendeeren. 


Digitized  by 


Google 


71 

Ten  laetsten,  dat  ick  in  effecte  naer  myn  uytterste  vermogen  doen 
sal  alle  tgeen  een  eerleek  man  goet  ende  rechtvaerdich  administra- 
teor  van  soodanigen  offitie  schnldich  is  ende  behoort  te  doen,  soo 
waerlyck  moet  mij  Godt  Almachtich  belpen. 

SCHEI jnn^GHE    TTTSSCHEN   DEN   ADVOCAET   FISCABL   BITDB 
BAILLIÜW   D^SEB   STEDE. 

Alsoo  voor  desen  tot  meermalen ,  verscbillen  ontstaen  syn  tasseben 
onsen  Advocaet  Fiscael  ter  eenre  ende  den  Baillin  deser  stede  ter 
andere  syden  over  't  stnck  van  yders  jnrisdictie,  gesach  ofte  ap- 
prehendeeren ,  om  betwelcke  voor  te  comen  in  toecomende,  soo 
anllen  de  gemelde  officiers  om  alle  vrientschap  ende  goede  corres- 
pondentie voortaen  te  onderbonden  bnn  eonformeeren  ende  regn- 
leeren  naer  de  articnlen  biemaer  volgende: 


Niemandt  tsy  sappoost  vant  casteel,  borger,  poorter  ofte  inge- 
seten  deser  stede,  nocbte  oock  vrembdelingb  sal  by  de  respective 
officiers,  tsg  in  civile  ofte  criminele  saecken,  betrocken  mogen  wor- 
den als  voor  synen  competenten  i*echter ,  dewelcke  voor  de  suppoosten 
in  alle  saecken  verstaen  wert  te  wesen  den  acbtbaren  dagelycxscben 
Raedt,  ende  voor  alle  bergers,  poorters  ende  vrembdelinghen  't 
collegie  van  scbepenen,  wel  verstaende  nochtans  dat  twee  vremb- 
delingen  in  saecken  alleen  tnsschen  haer  beyden  betreffende,  haer 
aen  den  Achtbaren  dagelycxscben  Raet  ter  eerster  instantie  sullen 
vermogen  te  adresseren. 


Maer  ingevaUe  eenich  suppoost  vant  casteel  actie  ofte  pretentie 
mocht  hebben  op  twee  debiteurs  (coreos  debendi  genoempt)  beyde 
te  samen  ende  elcx  in  soiidum  verobligeert  sgnde,  van  dewelcke 
d'een  een  suppoost  en  d'ander  een  borger  ofte  vrembdelingb  sQ  ofl» 
beyde  vrembdelingen ,  ende  de  saecke  geen  splitsinge  lijden  can,  in 
sulcken  gevalle  sal  soowel  den  burger  ofte  vrembdelingb  als  sup- 
poost voor  den  achtbaren  dagelycxschen  Raedt  convenibel  wesen , 
gelyck  mede  soo  wanneer  één  vrembdelingb  ofte  meer ,  op  een  sup- 
poost en  borger  te  samen  actie  heeft. 


Digitized  by 


Google 


72 


Ter  contraire  indien  een  borger  op  twee  coreos  nt  snpra  geobli- 
geert,  eenige  pretentie  hadde  ende  d'een  van  dier  een  borger  ofte 
vreembdelingh  ende  d'ander  een  soppoost  ware  ofte  twee  vreembde- 
linghen,  in  soicken  gevalle  sollen  schepenen  daer  de  kennisse  «ff- 
nemen;  van  gelycken  indien  een  soppoost  tegen  een  vreemdelingh 
ende  borger  ofte  een  vreemdelingh  tegen  twee  bergers  actie  hadde. 


Indien  binnen  't  ressort  van  de  stadt  gedelinqoeert  wordt  ofte 
eenige  qoestien  ofte  geschillen  (amende  ofte  correctie  medebren- 
gende) ontstaen  tosschen  een  borger  ofte  een  vreembdelingh  ende 
een  soldaet  ofte  ^emandt  anders  in  dienste  van  de  Generaele 
Compagnie  y  waerinne  't  recht  van  de  Hoge  Overicheyt  bewaert 
moet  worden  y  sal  den  baillio  daervan  by  preventie  aenclager  wesen 
ende  dosdanige  gemengde  saecken  (borger  ende  borger  alleen  niet 
raeckende,  maer  borger  ende  soldaet  ofte  andere  Compagnies  die- 
naers  te  samen)  sollen  gesententieert  worden  bij  de  ordinaris  sche- 
penen van  de  stadt ,  mits  dat  den  baillio  gehooden  sal  sQn  aen  den 
president  van  den  Achtbaren  dagelijcxschen  Baedt  des  casteels 
daerby  te  versoecken  twee  ordinary  rechtsloyden  oyt  den  voors. 
Rade,  welcke  twee  voors.  Commissarissen  hare  sessie,  stem  ende 
aothoriteyt  by  ende  neffens  de  voors.  schepenen  sollen  hebben  tot 
volcomcn  oyttinge  van  de  saecke  ende  langer  niet 


Wederom  by  sooverre  over  delicten  ofte  transgressien  van  keoren 
ende  ordonnantien  (vallende  binnen  ofte  boyten  't  casteel  tosschen 
een  soldaet  ofte  andere  dienaer  van  de  Compagnie  ter  eenre,  ende 
een  borger  ofte  vryman  van  de  stadt  ter  andere  syde)  .partyen  ge- 
calangeert,  geaprehendeert  ofte  aengesproocken  worden  by  ofte  door 
bevelo  van  den  Advocaet  Piscael  (gelyck  solcx  betaempt  ende  be- 
hooriyck  is)  dat  alle  tselfde  op  den  eysch  ende  aenclachte  van  den 
Advocaet  Fiscael  voors.  affgedaen ,  getermineert  ende  gesententieert 
sal  worden  by  den  Rade  vant  casteel  ten  overstaen  van  twee 
schepenen  oyt  de  stadt ,  welcke  schepenen  in  gelycken  gevalle 
mede  aldaer  sollen  hebben  hare  sessie  ende  stem  als  voren. 


Digitized  by 


Google 


73 

e. 

Indien  't  gebeurde,  dat  de  Advocaet  Fiscael  mitsgaders  den  Baülin 
▼an  de  stadt  te  gelyck  qnamen  om  eenige  soldaten  ofte  volck  van 
de  schepen,  schn^ten  ende  jachten,  ende  wat  meer  de  Gomp**  te 
water  ende  te  lande  dienst  doet  ofte  vrybnrgers  in  gemengde  saec- 
ken,  t'apprehendeeren  (gelyck  tot  bevoorderinghe  van  de  justitie  een 
yegelyck  derselver  sgn  uiterste  debvoir  te  doene  schnldich  is)  sal 
den  Advocaet  Fiscael  altijt  hebben  de  preferentie,  de  gevangens 
naer  hem  nemen  ende  int  casteel  te  rechte  stellen  alsvoren,  in 
weicken  gevalle  den  bailliu  oock  gehouden  sal  sijn  den  Advocaet 
Fiscael  int  apprehendeeren  van  soodanige  delinqnanten  t'assisteeren. 

7. 

Soo  het  delict  bg  een  borger  ende  vrembdelingh  ofte  vrembdelingh 
alleen  geperpetreert  ware,  daervan  sal  schepenen  de  jndicatnre  toe- 
behooren ,  onvermindert  nochtans  des  Advocaet  Fiscaels  actie ,  tegen 
alle  persoenen  indistinctelijck  van  dewelcke  den  achtbaren  dage- 
lycxschen  iRaedt  de  eerste  kennisse  toebehoort ,  als  daer  siJn  saecken 
staetsvrijheijt,  hoocheijt,  heerlijckheijt,  rechten,  domeijnen,  finantien, 
leenen,  admiraliteit  ende  piraetschap  toucherende,  die  alle  ter 
eerster  instantie ,  tegen  alle  ende  een  yegeigcken  sonder  onderscheljt 
voor  den  Raedt  voors.  sullen  gebracht  werden,  in  weicken  gevalle 
b^  den  Bailliu  yemandt  geapprehendeert  sQnde ,  sal  aen  den  Fiscael 
moeten  overgelevert  worden. 

8. 

Den  Bailliuw  en  sal  niet  vermogen  sonder  speciael  consent  visi- 
tatie ofte  hugssoeckinghe  te  doen  int  casteel  ofte  op  des  Compagnies 
sehepen,  gaende,  comende  ofte  alhier  ter  rede  leggende,  nochte  op 
schepen  in  dienste  van  de  Compagnie  wesende,  gelijck  hy  mede 
niet  en  sal  vermoghen  aldaer  yemant,  om  wat  saecken  het  oock  soude 
mogen  wesen,  't  sQ  dan  suppoost,  borger  ofte  vreembdelingh  te 
calengieren,  arresteeren,  ghyselen,  apprehendeeren,  goederen  te 
inventariseeren  ofte  executeeren,  geleek  mede  den  advocaet  fiscael 
oock  sonder  speciael  consent  niet  en  sal  mogen  in  schepen,  schay- 
ten,  jon<^en  oft  eenich  vaertuQch,  vrQe  lieden  oft  vrembdelinghen 
toebehoorende ,  dan  in  sulcke  saecken  van  dewelcke  de  kennisse  den 


Digitized  by 


Google 


74 

achtbaren   dagelyoxschen  Raedt   ter  eerster  instante   sonde   mogen 
competeeren. 

9. 

Maer  wel  sal  den  baillin  vermogen  in  absentia  ftsci  favore  jnstitiae 
et  in  flagranti  delicto,  daer  het  vertoeven  periculenx  is,  te  appre- 
hendeeren ,  arresteeren  alle  persoonen  ende  goederen  geen  uljtgeson- 
dert,  binnen  sjrne  jurisdictie,  mits  conditie  nochtans  bij  sooverre  sij 
suppoosten  sijn  ende  de  goederen  in  prejuditie  van  den  heer  uyt- 
gevoert  ofte  versteecken  souden  werden,  van  die  aen  den  Advocaet 
Fiscael  over  te  leveren,  om  bij  hem  jegens  deselve.  geregeert  te 
werden  naer  behooren,  gelyck  mede  den  advocaet  fiscael  in  absentie 
van  den  baillin  reciprocquelyck  in  saecken  den  raedt  noch  hem  niet 
toucheerende ,  in  alle  plaetsen  sal  vermogen  ende  gehouden  syn 
te  doen. 

•       10. 

Alle  frauden  ende  verswijginge  van  convoyen,  licenten,  tollen  der 
incomende  ende  uijtgaende  goederen  ende  wat  voirders  daeraff  de- 
pendeert,  daervan  sullen  de  breucken  den  Advocaet  Fiscael  aan- 
comen  ende  den  bailliu  daertegen  sal  genieten  de  boeten  van  alle 
accijnsen,  pachten  ende  voorts  van  alle  andere  impositien  binnen 
t'  ressort  deser  stede  ende  den  platten  lande  by  den  Heer  ingestelt, 
mede  dat  den  bailliu  sal  gehouden  wesen  sijn  recht  daervan  voor 
den  Achtbaren  dagelycxschen  Raedt  te  voirderen,  als  sijnde  saecken 
de  domeynen  ende  finantien  van  den  Heer  betreffende. 

11. 

üyt  de  boeten  van  der  Chinesen  hooftbriefkens  sullen  de  gemelte 
Fiscael  ende  Bailliuw  neffens  alsulcke  officieren  meer  als  bij  den 
Edelen  Heer  Generael  daertoe  speciaelijck  mochten  geadmitteert  wor- 
den, genieten  de  twee  derde  parten,  blijvende  't  resteerende  derde 
part  voor  den  Heer. 

MAKIXBE   VAN    PBOCBDXSREN   IK   ORIIIINELX  SAEGKSK. 

Alsoo  in  alle  staten  onder  den  inwoonderen  ende  andere  veeltijts 
criminele  verschillen  ontstaen,  die  onder  particuliere  niet  anders  als 
met  veel  schandaleuse  injurien  ende  opprobrien  plegen  afhandelt 


Digitized  by 


Google 


75 

te  worden y  soo  ifl't;  dat  w§  omme  snlcx  te  verhoeden,  gemerckt  oock 
den  Heer  in  soodanige  saecken  aityt  geintere«8eert  blijft,  gediepo- 
neert  hebben  als  volcht,  te  weten : 


In  criminele  verschillen  sal  ydereen  vermogen  aenclager  te  wesen , 
maer  opdat  de  saecke  met  meerder  aansien  geinstitueert  ende  ver- 
volcht  worde,  sal  den  Advocaet  Fiscael  ofte  Bailliu  bij  blijckende 
delicten  ofte  stercke  presumptien  hem  in  de  saecke  mede  voegen, 
ende  die  ten  nyteijnde  dednceeren. 

2. 

Iedereen  criminelyok  aengesproocken  wesende,  sal  vermogen  syn 
saecke  door  eenen  procnrenr  te  verantwoorden,  mits  nochthans  dat 
neffens  den  procureur  den  principalen  selfis  ('t  sij  die  in  apprehentie 
sg  ofte  niet)  telckens  ten  dage  dienende  synen  persoon  in  rechte  sal 
moeten  presenteeren. 

3. 

Den  accusatenr  ofte  aenclager  sal  van  alle  prenven  ende  bewijsen 
geinstmeert  moeten  verschgnen,  syn  saecke  bij  eijsch,  antwoord, 
replycque  ende  dnplycqne  moeten  bedingen,  ten  eijnde  door  lange 
duijstere  ende  twijffelachtige  proceduyren  den  verweerder  in  aensien, 
eere  ende  middelen  geen  interest  en  lijde  ofte  in  droevige  hechte- 
nisse  come  te  vergaen. 

4. 

Den  aenclager  bij  gebrek  van  claer  bewQs  oft;e  bekentenisse  van 
de  geaccnseerde ,  sal  tot  supplement  van  preuve ,  niet  vermogen  te 
eijsschen  torture  als  op  aendringende  ende  als  infaillible  presump- 
tien ,  twelck  hem  bij  den  rechter  nae  gelegentbeflt  van  saecke»  toe- 
gestaen  ofte  affgeslagen  worden  sal. 

5. 

De  maniere  van  pijnighen  sal  by  den  rechter  staen  om  die  langh  ^ 
cort,  licht  oft  swaer  te  maecken  na  syn  goetduncken,  ende  sal  de 
torture  altflt  moeten  geschieden  ten  overstaen  van  twee  Gecommit- 
teerde Raden,  metten  Secretaris,  die  alles  distinctelQck  aenteyc- 
keoen  salL  « 


Digitized  by 


Google 


76 

6. 

Ende  en  sal  het  tcnrtnreeren  niet  meer  als  eens  mogen  geschieden  y 
ten  waere  op  nieuwe  inditien,  in  welcken  gevalle  snlcx  alsdan  van 
den  rechter  de  novo  versocht  ende  toegestaen  moet  wesen. 


Ende  omme  te  verhoeden  langdnerige  litispendentie  in  crimineele 
saecken,  mitsgaders  alle  dedactien  van  proces  in  proces,  die  by 
wege  van  appel  souden  mogen  gepractiseert  werden,  is  geordonneert 
dat  niemant  crimineiyck  aengesproocken,  overwonnen  ende  gecon- 
demneert  sgnde ,  sal  vermogen  te  appelleeren ,  tsy  van  interlocutoire 
ofte  diffinitive  sententien,  die  ter  contraire  (na  voorgaande  approbatie) 
ter  executie  sullen  geleyt  worden. 

8. 

Welcke  senientien,  alsoo  meestendeel  den  Igve  oft  leven  aengaen, 
opdat  die  te  aenzienlycker  mogen  geexecuteert  worden,  mitsgaders 
geen  schandale  ofte  opspraecke  onder  den  volcke  en  verwecken,  sal 
tot  een  perpetneel  executeur  van  dier  een  Christen  swart  verordon- 
neert werden,  die  met  behulp  van  een  ander  tot  hem,  alle  soodanige 
vonnissen  uytvoeren  salL 

VAN   ABBBBTEN. 
1. 

In  den  eersten  en  sullen  geen  arresten  mogen  gedaen  werden  op 
ymants  persoon  ofte  goet,  tensij  met  consente  van  den  fiailliu  deser 
stede  ofte  president  van  schepenen,  ten  ware  sulcx  geschiede  bg 
hooger  last  ende  consent,  in  saecken  de  Hooge  Overicheijt  aengaende 
oft  die  geen  uytstel  lyden  conden. 


Een  suppoost  vant  casteel  tsij  soldaet ,  bootsgesel  ofl;e  andere 
Compagnies  dienaer,  en  sal  noch  in  persoone,  noch  in  wapenen, 
ofte  yet  sulcx,  daer  hij  mede  dient,  niet  mogen  gearresteert  wor- 
den ,  alsoo  den  Heer  aen  sijnen  dienst  gelegen  sy ,  ende  en  sal  in 
sulcken  gevalle  een  crediteur  in  tyts  moeten  op  sQn  ende  soodanige 


Digitized  by 


Google 


11 

debitenr  voor  synen  competenten  rechter  moeten  betrecken,  sonder 
dat  f  arrest  op  synen  persoon ,  reeckeninge  oft  verdiende  gagie  ge- 
daan eenige  jnresdictie  fundeeren  sall. 

3. 

Oeen  Nederlandts  oft  geenich  ander  inwoonder  van  wat  natie  hij 
sijy  onder  't  vaendel  van  de  bnrgerlycke  wacht  sorteerende,  gelyck 
mede  geene  mwoonderen  sonder  exeptie  in  dese  stadt  ofte  ten  platten 
lande  gehn^st  ende  gehooft  sgnde^  sullen  in  haere  persoenen  ofte 
goederen  arestabel  syn,  ten  ware  suspect  de  inga  waren  ende  snlcz 
bg  apparentien  coste  bewesen  worden. 


Twee  vrembde  uyt  de  jurisdictie  onder  den  Staet  der  Vereenichde 
Nederlanden  in  Indien  sorteerende,  sullende  d'een  d'ander  alhier 
niet  vermogen  te  arresteeren,  ten  ware  het  verschil  ofte  schuit  om 
welcke  't  arrest  geschieden  soude,  alhier  ontstaen  ende  gemaeckt 
ware,  maer  sullen  maelcanderen  voor  hunne  competente  rechters 
moeten  betrecken,  doch  sullen  den  anderen  in  saecke  van  loopende 
schulden,  wel  vermoghen  t'arresteeren,.  twee  vrembdelinghen  van 
verscheyden  jurisdictien  als  boven,  sonder  behoeven  regard  te  ne- 
men oft  de  schuit  in  questie  hier  oft  elders  gemaeckt  sij. 

5. 

Alle  vrembdelingen  (uytgesondert  die  in  ambassade  oft  eenige 
publycque  commissie  tot  ons  comen)  sullen  in  lijff  ofte  goet  mogen 
gearresteert  worden. 


Alle  gedane  arresten  sullen  op  suffisante  bnrgerlycke  cautie  ont- 
slagen ende  geeslargeert  worden,  ten  ware  ymant  gearresteert  ware 
pro  judicato  solvendo. 


Eenich  arrest  gedaen  wesende  op  ymants  persoon  ofte  goederen 
sal  den  arrestant  tselvrige  binnen  drie  dagen  den  rechter  moeten 
aenclagen  om  de  uijtwinninghe  desselfb  te  bevoirderen,  op  pene 
van  nulliteit  van  den  geseijden  arrest  ende  dat  den  gearresteerden 

Digitized  by  VjOOQ IC 


78 

syn  goederen  sal  mogen  versenden  ofte  oock  selfiis  vertrecken,  mits- 
gaders syn  geleden  schade  op  den  arrestant  verhaelen. 

8. 

Doch  soo  den  gearresteerde  corter  expeditie  begeerde  ende  niet 
geraden  wordt  soo  lange  te  vertoeven,  soo  sal  hij  vermogen  den 
arrestant  in  rechte  te  betrecken  om  te  verstaen  redenen  van  arreste 
bij  forme  van  eijsch. 

9. 

Ingevalle  eenich  borger,  sich  selven  voor  een  vreempt  persoon 
borge  stelt,  mits  beloovende  't  gewijsde  voor  de  gearresteerde  te 
voldoen  ende  den  vreemde  op  soodanigen  borchtochte  ontslaegen 
wert ,  sall  alsalcken  poorter  voor  't  gewijsde  aengesproocken  wesende , 
sich  niet  mogen  behelpen  met  sijn  borgerrecht. 

10. 

Ingevalle  yemant  tsy  burger,  inwoonder  oft  vreemdelingh  gearres- 
teert  ware  ende  men  by  apparentien  bevondt  dat  niettegenstaende 
't  arrest  lichtelijck  sonde  comen  te  vertrecken,  sal  in  snlcken  ge- 
valle den  arrestant  om  sijn  schade  voor  te  comen  van  den  gearres- 
teerde vermogen  borge  te  eijsschen  voor't  naercomen  van  den  arreste 
ofte  by  weygeringh  van  dien,  denselffden  met  consent  van  den  officier 
te  doen  ghijselen ,  ende  bij  sooverre  ymantt  boven  arreste  quame  te 
vertrecken,  sal  voor  syn  arrest  braecke  verbeuren  vljftich  realen 
van  achten. 

VAK  EEN  DESOLATEK  BOEDEL. 

De  dagelijcxsche  ervarentheijt  leert  ons ,  dat  in  alle  staten  ende 
republycquen ,  bij  versterven  ofte  faillieeren  van  personen  derselffder 
boedels  ofte  om  de  veelheijt  der  schulden,  van  hare  erffgenamen 
onaengetast,  van  hun  selffs  verlaten  ende  geabandonneert  worden, 
waerinne  wij  (omme  alle  conftisie  ende  ft'aude  voor  te  comen  ^  ten 
eynde  yedereen  aen  syn  gerechticheijt  come  te  geraecken)  willende 
als  in  alle  andere  saecken  ordre  stellen,  dienaengaende  gedisponeert 
hebben  ,  als  volcht : 

1. 

Eerstelijck  ingevalle   ymant  onser  ondersaten  ende   borgeren  b^ 

Digitized  by  VjOOQ IC 


79 

tegenspoet  in  coophandel^  verlies  ter  zee  ofte  andere  ongeval^  in- 
solvent qoame  te  worden ,  ofte  hy  versterven  eenen  desolaten  boedel 
achterliete,  sal  snlcx  bij  de  gemene  crediteuren ,  den  baillia  ende 
gerechte  aengedient  worden,  opdat  bij  deselffde  alsulcken  goederen 
als  by  den  insolventen,  overledene  ofte  syne  erffgenamen  naerge- 
laten,  desert  gebleven  ofte  metten  voet  gestooten  sijn,  in  bewaerder 
handt  genomen  mogen  worden. 


Ënde  ten  eynde  alle  fraaden  geweert  blyven,  sal  niemant  der 
crediteuren ,  int  bijsonder  in  alsulcken  boedel ,  daervan  den  debiteur 
doot  ofte  gefailleert  is,  vermogen  te  treden,  dien  te  aenvaerden, 
sijn  selven  als  in  fraudem  aliorum  te  beneficeeren,  ende  ingevalle 
sulcx  bij  ymandt  derselfder  quame  te  geschieden,  sal  soodanige  in 
alsulcken  gevalle  van  de  genooten  ofte  versteecken  goederen  restitutie 
moeten  doen,  als  na  rechten,  ende  daerenboven  bij  den  rechter  ge- 
mulcteert  werden,  naer  behooren. 


Maer  sullen  alle  de  crediteurs  int  generael  in  seecker  gedesi- 
gneerde  plaetse  gelyckelick  by  den  anderen  moeten  verschijnen,  om 
op  soodanigen  boedel  ordre  te  beraemen  ende  met  advys  van  allen 
ofte  de  meeste  stemmen  uytte  geselde  crediteuren  twee  curateuren 
off  meer  te  verkiesen ,  die  de  administratie  van  den  verlaten  boedel 
sal  bevolen  worden. 


Ënde  sullen  soodanighe  curateurs  terstont  naer  haerlieden  ver- 
kiesinghe  alsulcken  goederen  als  in  den  boedel  sonde  mogen  be- 
vonden werden  ter  presentie  van  eenen  secretaris  ofte  notaris , 
mitsgaders  twee  getuijghen,  getrouwelijcken  ende  distinctelijck  op- 
nemen ende  behoorlijcken  inventariseren. 

3. 

Sullen  de  voorschreven  curateurs  soodanigen  boedel  in  sulcken 
forme  gehouden  sijn  te  administreeren ,  als  sQ  naer  haer  beste  weten- 
schap ten  meesten  voordeele  van  de  gemeeme  crediteurs  sullen  be* 


Digitized  by 


Google 


80 

vinden   te  behooren,  ende  als  een  'goet  ende  oprecht  vader  des 
huysgesins  voor  syn  eygen  doen  sonde. 

Snllen  wyders  letten  off  niets  tot  naedeel  der  andere  crediteuren 
vermindert  ofte  vervrempt  80 ,  oft  den  overledene  ofte  gefailleerde 
in  frandem  alioram  eenige  syner  debiteurs  qnijtgescholden  ofte  der- 
selffder  panden  ontslagen  heeft,  twelcke  ingevalle  bevonden  wort 
sullen  de  curatenrs  daervan  restitutie  begeeren,  soodanich  als  na 
rechten  betamelgck  is. 

7. 

Sullen  insgelycx  de  goederen,  bQ  soodanigen  boedel  bevonden, 
ten  meesten  pro£^te  van  de  gemene  crediteurs  gehouden  syn  te 
beneficeeren,  d'uytstaende  schulden  te  innen  ende  voirders  alle  saec- 
ken,  actiën,  praetentien,  questien,  verschillen  ende  processen  den 
overledenen  ofte  gefailleerden  toebehoort  hebbende ,  soo  in  't  ageeren 
als  exipieeren,  met  advys  van  luijden  hun  des  verstaende  uytvoeren, 
soo  als  sQ  in  hunne  eygene  saecken  do^n  souden. 

8. 

Den  boedel  geëffend  synde,  de  goederen  vercocht,  de  schulden 
geinnet,  de  processen  volvoert,  sal  onder  de  crediteuren  over  de 
deuchdelijckheyt  van  yders  actie  ende  dienvolgende  over  de  prefe- 
rentie gedisputeert  werden  int  bywesen  van  twee  schepenen,  gelyck 
mede  gedisponeert  sal  worden  over  de  concurrentie,  soo  als  men 
bevinden  sal  te  behooren. 

VAir  GEPBIVILBGIBBBDB  SCHVLDBK. 

Opdat  de  goederen  van  eenige  debiteurs  ofte  desolate  boedels 
vercocht  ende  te  gelde  gemaeckt,  mitsgaders  alle  de  oncosten  naer 
behooren,  daervan  getrocken  sgnde,  op  de  distributie  van  de  over- 
schietende penninghen  tusschen  de  crediteuren  hiemaer  te  minder 
dispute  ofte  swaricheyt  mochte  vallen,  soo  hebben  wij  met  goet- 
vinden  van  onsen  Rade  hoochnodich  geacht  op  de  preferentie  ende 
concurrentie  derselfder  te  disponneeren  in  der  forme  als  volcht: 

1. 
Eerstelyck  dat  na  de  oosten  van  executie  op  de  pemtinghen  van 

Digitized  by  VjOOQ IC 


81 

eenige  vercochte  landen,  tuijnen,  bosschen,  hoijsen,  vrachten  /  meu- 
belen, daerop  staende,  geprocedeert ,  voor  allen  anderen  geprefereert 
snllen  worden  de  collecten,  thiende  ofte  vierde  penninghen,  ofte 
snlcken  gedeelte  als  den  Heere  voor  syne  gerechticheyt  sal  compe- 
teeren,  die  de  leste  ofte  voorgaende  eygenaers  van  deselve  vercochte 
goederen,  noch  schuldich  souden  mogen  wesen,  tsij  dat  deselffde  by 
den  secretaris,  ontfanger  ofte  ander  publycq  persoon,  mochten  ver- 
streckt  ende  uytgeleyt  s^n,  ofte  niet 


Wanneer  volghen  sullen  de  arrebeytsluyden ,  die  aen  de  nodige 
ende  profiijtelijcke  verbeteringhe  van  de  goederen ,  tsy  in  beslooten , 
bepaggeren ,  beploegen ,  betimmeren  ofte  andere  diergelycke  mochten 
gearrebeijt  hebben,  mitsgaders  alle  diegeene,  die  eenige  materialen 
tsij  tot  verbeteringh ,  opbouwinge  ofte  reparatie  van  eenige  hupsen , 
wooningen ,  beplantingen  van  thuijnen  als  andersints  gelevert  sullen 
hebben,  die  ten  aensien  van  de  gerequireerde  peupeleringhe  ende 
cultivatie  deser  landen  voor  de  custinghbrieven ,  over  den  coop  van 
de  geseijde  goederen  ende  v<^or  alle  andere,  tsij  voorgaende  ofte 
naevolgende  soo  gehipothequeert ,  als  personele  crediteuren  op  de 
penningen  van  soodanighe  huijsen,  landen,  thuijne  etc.  daer  den 
arbeijt  ofte  leveringh  aen  gedaen  is,  procederende,  sullen  worden 
geprefereert ,  byaldien  sylieden  daervan  besegeltheijt  ofte  schepen- 
kennisse  hebben  genomen ,  soo  niet ,  dat  sijliedeu  in  allen  gevalle , 
na  de  bezegeltheden  voor  alle  hantschriften  ende  loopende  schulden 
sullen  gaen ,  welverstaende  nochthans ,  dat  het  arrebeytsloon  altijts 
voor  de  materialen  sal  worden  geprefereert,  soo  wanneer  des  arre- 
beyders  ende  leveraers  actie  gelijck  is,  anders  sal  besegeltheyt  altijt 
voorgaen. 

3. 

Ten  derden,  de  custinghbrieven  by  lesten  eijgenaer  over  den  coop 
van  deselffde  landen,  thuijnen,  bosschen,  erven,  huysen  etc.  verleent. 

4. 

Ende  aengaende  de  meubile  goederen  ofte  de  penninghen  daervan 
procedeerende ,  daerop  sullen  vooreerst  geprefereert  werden,  Jae  selfe 
mogen  vindiceeren   ende  als  haer  eijgen  goederen,  indien  sij  be- 
V.  6 

Digitized  by  VjOOQ IC 


82 

geeren,  naer  hun  nemen  ofte  de  vercoopinge  gedoogende,  de  pennin- 
ghen  daervan  procedeerende  bij  preferentie  genieten  ^  degene  die 
deselve  goederen  aen  den  laetsten  eygenaer  om  contant  yercocht 
hebben,  ende  yan  de  belooffde  cooppenninghen  noch  onvoldaen  8ijn 
gebleven,  ofte  die  daenran  snllen  hebben  wettelijck  transport  ende 
opdracht  voor  't  faillissement  van  den  transportant  gepasseert,  mits 
aen  den  eijgenaer  van  de  landen  daerop  eenige  ofte  getransporteerde 
beesten  mochten  geweijdet  hebben,  betalende  de  weijde  voor  al- 
snlcken  tijt  als  die  daerop  geweyt  sijn. 

5. 

Daema  sullen  volgen  degeene,  die  ter  caose  van  landt  ofte  hnys- 
haere  ten  achteren  siJn  ende  deselffde  meubelen  't  sij  bestiael, 
vruchten,  huijsraedt  ofte  anders  in  ofte  op  hare  landen  ende  huijsen 
etc.  hebben ,  die  oock  op  de  meubelen  sullen  worden  geprefereert , 
daervan  den  eygenaer,  naer  date  van  de  gemaeckte  huere  aen 
jrmant  transport  mochte  gedaen  hebben ,  welverstaende  mits  dat  den 
verhuurder  alsulcken  goederen  op  synen  grondt  sal  moeten  doen 
arresteeren. 


Ende  voorts  in  de  overschietende  penningen  soo  van  de  landen , 
huijsen,  erven,  meubelen,  bestiaal,  vruchten  ende  andere  goederen, 
sullen  naer  de  voorgenoemde  schulden  geprefereert  sijn  diegeene , 
die  mogens  de  dispositie  van  beschreven  rechten  ofte  politicque  or- 
donnantie ende  de  keuren  hiernaer  desnoots  te  maecken,  eenige,  tsij 
legale,  conventione,  expresse  ofte  stilswygende  hypotheque.,  is  com- 
peteerende,  nae  de  ordre  daerin  bij  de  voorseyde  rechten  ende 
politicque  ordonnantie  gestatueert. 


Welverstaende ,  dat  altijt  de  jonger  speciale  hypotheque  in  confor^ 
miteijt  van  de  voors.  politicque  ordonnantie  sal  gaen  voor  ouder 
generale. 

8. 

Ende  dat  geen  schriften,  contracten,  schepenkennissen ;  notariale 
acten,  vonnissen,  overleveringhen  van  rentebrie  ven   ofte  acten  van 


Digitized  by 


Google 


83 

verbintenissen  eenige  preferentie  sullen  geven ,  ofte  eenige  renten 
ofte  inmeubile  goederen  mogen  aflfecteeren ,  tensy  deselve  voor  sche- 
penen daer  de  goederen  gelegen  sijn  verleent ,  gepïisseert  ofte  aldaer 
bij  den  constituant  waren  gerenvoieert,  bekendt  gemaeckt  ende  op 
de  stadts  ofte  plaets  boecken  geregistreert. 


Nae  de  geprefereerde  sullen  de  overschietende  penningen  onder 
de  concurrenten  gedeijlt  ende  gedistribueert  worden ,  pennighs ,  ponts , 
gelijcke ,  mits  dat  onder  deselfde  nochtans  oock  sal  werden  gehouden 
d'ordre  van  alle  geprivilegieerde  schulden ,  als  van  dootschulden ,  arre- 
beijtsloouy  geleverde  materialen  ende  andere  diergelijcke ,  denwelcken 
na  rechten  eenige  privilegie  sonder  hypotheque  is  competeerende , 
ende  die  geen  expresse  hypotheque  ofte  verbintenisse  voor  haer 
t'achterheijt ,  als  voren  geseijt  is,  en  hebben  genomen. 

10. 

Ten  welcken  eijude  de  goederen  voors.  in  der  maniere  als  boven 
geseijt  is,  geexecuteert  ende  vercocht  sijnde,  alle  crediteuren  van 
eenigen  desolaten  boedel,  ofte  andere  persoenen,  derwelcker  goe- 
deren by  executie  vercocht  werden,  daervan  d'eygenaers  fugityff 
sijn  ofte  latiteeren,  by  aflfixie  van  billietten,  twee  Sondagen  te  vooren 
aen  te  slaen ,  geciteert  ende  gedachvaert  sullen  worden  omme  tegens 
seeckeren  geprefigeerden  dach  daemaer  te  compareeren  ende  aldaer 
te  disputeeren  op  de  preferentie  ende  concurentie  in  de  penninghen 
van  de  vercochte  goederen  geprocedeeii;. 

11. 

Ende  tegens  de  noncomparanten ,  als  geseyt  is,  deffault  verleent 
sijnde,  sullen  voorts  de  penningen  op  den  eysch  van  de  comparan- 
ten gedisponneert  synde ,  onder  de  geselde  presenten  verdeylt  wor- 
den, volgens  ende  in  conformiteljt  van  de  sententie,  die  daervan 
bij  schepenen  van  der  plaetsen  gegeven  sal  werden. 

12. 

Dat  de  lichters  van  soodanighe  penningen  voor  de  lichtinghe  der- 
selver  gehouden  sullen  wesen  te   stellen  cautie,   subject  den  ge« 

Digitized  by  VjOOQ IC 


84 

rechte  der  plaetse,  indien  namaels  ymant  mochte  comen  beter  recht 
ofte  actie  hebbende. 

12. 

Ende  ingevalle  namaels  ymant  qname  verthoonende  ouder  ende 
beter  bescheijt,  als  degene  die  ofte  by  concnrentie  ofte  by  prefe- 
rentie eenige  penningen  souden  mogen  gelicht  hebben,  ende  dat  hg 
eenige  wettige  ende  aennemelycke  redenen  wiste  te  allegeren,  waer- 
omme  hy  hem  ten  gestelden  dage  om  op  de  preferentie  ende  con- 
currentie te  disputeeren  y  voor  schepenen  niet  en  hadde  laten  vinden , 
sal  in  sulcken  gevalle  gehouden  wesen  alle  concurrenten  ende  jongste 
ofte  minder  geprefereerde  ter  concurrentie  van  sijne  somme  te  doen 
roepen,  omme  de  gelichte  penningen  wederomme  te  brengen,  sonder 
dat  bij  insolventie  van  eenige  lichters,  de  solventen  beswaert  ofte 
meer  als  hun  aendeel  gehouden  sullen  syn  uyt  te  keeren,  maer  sal 
die  schade  comen  ten  lasten  van  dengeenen  die  versuf  mpt  sal  hebben 
den  gestelden  dach  van  compareringhe  waer  te  nemen.  < 


Xn.  Resolutie  van  Gouvemeur-Gleneraal  en  Rade  van 
Indie,  waarbij  de  „landen  en  thuynen  voor  desen 
by  forme  van  leen  uytgegeven,  van  voors.  servi- 
tuten en  beswaemissen  geëximeerd  en  ontlast 
worden,  mitsgaders  deselve  voor  vrge  eygen  allo- 
diale  en  patrimoniale  goederen  gereputeerd  wor- 
den en  men  deselve  voortaen  doneren  sal.'' 


Maendach,  1^'>  Februari)  A*.  1627. 

Naedat  by  ordre  van  d'Ed.  H'.  Generael  door  den  E.  Pieter  Vlack, 
raedt  van  India ,  aU  zijne  Ed*«  gecommitteerde  op  den  23«»  January 
pas^  aen  den  ordinary  raedt  van  Justitie  deses  casteels  collegialiter 
vergadert  synde,  namentlyck: 


1.    Het  plakkaat  betreffende  de   slaven  doelen   wy   niet  mede,  aU  voor  ons  doel 
van  minder  belang. 


Digitized  by 


Google 


85 

Jan  vaB  der  Bnrch, 

Adriaen,  Anthemiisz. , 

B.  Cnnst, 

Diedlof  Specht  j 

Daniel  de  Bncqnoy, 

Isaack  Havart, 

Jacob  Schram;  voorgehouden  ende  in  deliberatie 
gegeven  was,  't  naervolgende  poinct,  raeckende  de  voordemisse  ende 
welfltandt  deser  repnblycke  van  Batavia,  te  weten:  Alsoo  voor  desen 
onder  titel  ende  forme  van  leen  aen  verscheyden  borgers  ende  inge- 
setenen  deser  stede,  seeckere  thuynen  ende  perceelen  landts,  soo 
nu  ende  dan  pytgedeelt  syn  geweest,  welcke  volgens  de  conditien 
in  de  leenbrieven  gestipoleert ,  behalve  eenige  speciale  servituyten, 
oock  in  cas  van  gelicentieerde  alienatie  tolckens  subject  bleven  aen 
den  Heer  te  betalen  de  gerechte  vierde  part  van  de  prijs  ende 
aestimatie  der  vercochte  percelen  endé  thuynen,  om  welcke  oorsaecke 
soo  't  schgnt  ende  de  dagelycksche  ervaringe  selfs  oock  aenwljst,  de 
eygenaers  ende  possesseurs  derselver  niet  alleenlyck  in  gebrecke  blij- 
ven de  culture  ende  aenplantinge  van  dien  naer  behooren  niet  te 
voorderen  ende  deselve  met  eenige  expensen  te  melioreren;  maer 
dat  sommige  selfs  hare  plaetsen  abandonneren  ende  wederom  laten 
verwilderen,  oorsaecke  de  possesseurs  haer  ontsien  eenigen  byson- 
deren  arbeydt  ofte  oncosten  te  doen  tot  melioratie  van  hare  landen 
ende  thuynen,  siende  dat  sy  de  gewenschte  effecten  van  haren 
arbeydt  noch  de  verhoopte  vruchten  van  hare  expensen,  die  sy  in  't 
begraven,  beslooten,  beplanten,  betimmeren  ende  andersints  tot  ver;: 
beteringhe  van  dien  dragen  mosten,  niet  souden  connen  genieten, 
ingevalle  telckens  in  cas  van  alienatie  gehouden  souden  blijven  de 
gerechte  vierde  part  van  de  vercochte  erven  en  thuynen  aen  den 
heer  te  betalen,  alsoo  de  nootlycke  oncosten,  welcke  aen  de  landen 
ende  thuynen  gedaen  moeten  werden,  vooralsnoch  d'aestimatie  van 
de  gronden  selfs  verre  te  boven  gaen,  waerdoor  d'eygenaers  mette 
provenuen  tegens  haren  arbeydt  ende  verschotten  vooreerst  nergens 
nae  gesoulageert  nochte  gerecompenseert  connen  werden;  maer  ter 
contrarie  in  groote  beswaemisse  blijven  steecken  ende  soo  wanneer 
haer  dan  by  eenich  vercoop  van  de  leenen  begeerden  te  ontlasten 
door   de   beswaemis   van  den  vierden  penning  geschapen  staet  in 


Digitized  by 


Google 


86 

groote  schade  te  yervallen,  behalve  dat  den  hatelycken  naam  van 
leenen  selfs,  als  synde  sooveel  servituten  ende  beswaemissen  onder- 
worpen, de  borgerije  afkeerich  maeckt  eenige  plaetsen  onder  alsnlc- 
ken  titel  te  versoeken,  laten  staan  te  besitten,  waerdoor  by  compt 
dat  de  culture  der  landen  niet  naer  behooren  gevordert  werdt,  ende 
de  verwilderde  landen  tot  groote  verachteringe,  schade  ende  prae- 
juditie  van  den  Staet  van  Batavia  woest  ende  ongeeygent  blijven 
leggen,  of  het  om  voor  verhaelde  redenen  niet  raedsamer  ware 
omme  de  possesseurs  van  eenige  leenlanden  ofte  thuynen  van  de 
voors.  scrupulen  te  ontlasten,  gelyck  mede  om  de  culture  ende  aen- 
plantinge  in  't  aenstaende  meer  ende  meer  te  voorderen,  dat  men 
alle  thuynen  ende  landen,  onder  den  titel  ende  by  forme  van  leen 
voor  desen  uytgegeven  van  de  voors.  servituten  en  beswaemissen 
eximeerde  ende  deselve  stelde  in  staet  als  vrije  eygen  patrimoniale 
ende  allodiale  landen,  van  welcke  volcomen  eygendom  ende  des- 
selfs  dispositie  onder  eenige  ordinare  recognitie  van  's  Heeren  ge- 
rechtigheyt  by  de  possesseurs  zy;  waerop  de  gemelte  raedt,  naer 
rype  deliberatie  ende  behoorlyck  debat  van  saecken,  haer  advys 
in  naevolgende  maniere  gegeven  heeft,  te  weten:  dat  men  in  dese 
tedere  ende  opcomende  republycke  den  odieusen  naem  van  leenen 
in  soo  cleyne  parceelen  als  tot  noch  toe  uytgegeven  syn,  niet  en  be- 
hoorde te  gebruycken  ende  dat  de  beswaemisse  wegen  de  betalinge 
van  den  4«"  penning  der  vercochte  landen  aen  den  heer  alsmede 
d'andere  servituten,  de  culture  ende  aenplantinge  grootelyckx  ver- 
achteren,  weshalve  men  de  voors.  landen,  hoven  ende  thuynen  soo 
binnen  als  buyten  't  ressort  deser  stede  gelegen,  tot  noch  toe  uyt- 
gegeven ende  naermaels  noch  uyt  te  geven  van  voors.  beswaemisse 
behoorde  t'ontlasten  ende  deselve  te  reputeren  als  vrij  eygen  ende 
allodiael  goet,  die  in  cas  van  alienatie  met  den  thienden  penning 
van  den  vercoop,  als  synde  's  Heeren  gerechticheyt  gelyck  alle 
andere  uytgegeven  huyserven  deser  stede  behoorden  te  bestaen  ende 
alleen  subject  te  blijven  aen  den  Heer  de  thienden  van  de  jaerlyck- 
sche  vmchten  op  de  landen  ende  thuynen  vallende  te  betalen,  son- 
der  eenige  andere  erkentenisse  ofte  voordere  belastingen  onderwor- 
pen te  zijn. 

Welcke  voors.  advysen  van  de  ordinaren  raedt  van  Justitie  voorn, 
aen  den  Ed.  H%  Generael  geexhibeert  ende  overgebracht  synde,  werdt 


Digitized  by 


Google 


87 

Toors.  poinct  by  syne  Ed.  alsnu  geresmneert  en  de  praesente  raden 
van  Indien  mede  vooi^gestelt,  omme  soodanige  conclusie  ende  arrest 
daerover  genomen  te  werden  als  de  meeste  stichtinge,  welstandt 
ende  progres  deser  republycke  sonde  mogen  vereyschen. 

Waerop  naer  revisie  ende  seriense  overweging  gemelter  advysen 
met  eenparige  stemmen  goedt  gevonden  ende  gearresteert  is,  omme 
de  borgerye  ende  goede  ingesetenen  deser  stede  tot  de  cnlture  ende 
aenplantinge  van  de  onbebouwde  ende  woest  leggende  landen  in  't 
aenstaende  des  te  meer  t'animeren  ende  deselve  in  d'expensen, 
welcke  tot  melioratie  ende  haveninge  van  dien  noodich  te  suppor- 
teeren  hebben,  eenichsins  te  subleveren,  gelyck  mede  den  odieusen 
titel  selfs  van  leenen  nyt  de  gedachtenissen  ende  servituten  d'eenige 
oorsaeck  soo  't  schijnt  van  de  groote  verachteringe  in  't  havenen, 
bebouwen ,  beplanten  als  andersints  van  de  ongehavende  ende  wilde 
bosschen  ende  landen  tot  noch  toe  ontstaen,  dat  men  alle  tuynen 
ende  landen  onder  den  titel  ende  by  forme  van  leen,  voor  desen 
uytgegeven  ende  naer  desen  noch  uyt  te  geven,  van  voors.  beswaer- 
nissen  ende  servituten  eximeren  ende  ontlasten,  gelyck  mede  deselve 
voor  vrye,  eygen,  patrimoniale  ende  allodiale  goederen  reputeren 
ende  doneren  sal ,  mits  dat  deselve  subject  sullen  blyven  d'erkente- 
nisse  van  thienden  der  vruchten  ende  gewassen  ende  voorts  in  cas 
van  veralienatie  den  lO"*"  penniug  van  den  vercoop. 

Voerders  etc 

Actum  in  't  casteel  Batavia,  datum  ut  supra. 

P.  de  Carpentier,  Jacques  Specx,  P'.  Vlack, 
P^  van  Duynen,  Antonio  van  Diemen, 
Jacob  van  Dooreslaer,  secrt*. 


Digitized  by 


Google 


88 

XlUy  De  Gonverneur-Generaal  Pieter  de  Carpentier  en 
Rade  van  Indie  aan  de  Bewindhebbers  der  gener. 
O.  I.  Comp.  (Heeren  XVII). 


Batavia,  27  Jannary,  1625. 


Verleeden  soomer  is  den  Mattaram  met  alle  syne  macht  (dos  in 
1624)  nae  gesecht  wordt  160  doisend  man  sterk,  te  water  en  te 
lande  nae  Madura  ende  Sonrabaya  opgetrocken,  't  heele  eylandt 
Madnra  (daer  omtrent  50000  weerbare  mannen  op  waren ,  na  't  seg- 
gen  van  de  Javanen)  heeft  hy  ingenomen.  Ses  dnysent  ghemeen 
volck,  de  veltoverste  ende  veel  andre  groote  meesters  van  des  Mat- 
tarams  syde  synder  gebleven,  ende  soo  een  van  de  machtichste 
coninxkens  op  Madura  de  syne  niet  aff  ende  den  Mattaram  toege- 
vallen hadde,  sonde  het  vry  wat  camperlyck  (sic)  gestaen  hebben. 

Sonrabaya  heeft  het  uytgehonden,  veeier  opinie  is,  dat  hy  het 
toecomende  soomer  emporteeren  saL  Resteert  dan  aen  de  oostcant  van 
Java  niet  meer  als  die  van  6iry  ende  Balambangam  te  conqnes- 
teren.  Eenige  meenen ,  nadat  het  om  d'oost  van  Java  beslecht  wert , 
dat  het  dan  op  Baly  wel  gelden  mocht. 

In  't  hoff  van  de  Mattaram  was  mompelingh  van  Bantham,  van 
Batavia  wert  geen  vermaen  gedaen  off  omdat  geen  cans  daeraen 
sien  off  om  ons  t'abnseren.  Soo  men  om  des  rys  wille  ende  de 
trafl^cqne  nyt  des  Mattarams  landt  syne  vyantschap  nyetwat  myden 
most,  sonde  het  onses  oordeels  niet  qualyck  gepast  hebben,  dat 
men  Madura  ende  Sorabaya  had  mogen  in  staedt  mainteneren,  om 
hem  daarmede  wat  in  balance  ende  ommesicht  gehouden  te  hebben, 
want  soo  machtigen  ende  toenemende  nabuer  vry  wat  suspect  is. 

Wat  Bantham  belanght,  daer  en  sal  by  onses  bedunckens,  sonder 
alvooren  onse  bewilliginghe  te  hebben,  niet  nae  staen,  want  te 
lande  derwarts  te  trecken,  comt  seer  ongelegen,  ende  te  water  soude 
hy  hem,  sonder  van  ons  wel  verseeckert  te  wesen,  jae  sonder  onse 
assistentie  niet  wel  derven  vertrouwen.  De  tommagon  Bouraxa  heeft 
ons  voorleden  jaer  eens  van  Bantham  getoetst,  gelyck  wy  U  Ed. 


Digitized  by 


Google 


89 

doenmael8  geschreven  hebben,  olft  gebenrde  (dat)  wy  nae  desen  in 
ernst  d&erom  aengesocht  wierden,  wenschten  wy  wel  üEd.  goeden 
raet  ende  ordre,  hoe  ons  daerin  gedraegen  snllen,  in  cas  dat  Ban- 
tham  met  ons  noch  niet  verdraegen  waere  en  tot  geen  redelQck  ver- 
drach  verstaen  wilde 

Mits  alle  't  vaertnygh  van  des  Matarams  strant  't  voorleden  jaer 
meest  tot  den  oorlogh  geemploijeert  is  geweest,  hebben  wy  hier  tot 
in  Angnsty  toe  weynich  toevoer  van  ryst  becomen,  waerover  wy  ons 
800  benauwt  vonden,  dat  wy  genootsaect  syn  geweest  op  verscheyden 
tyden  schepen  nae  Tegal,  Damack,  Kendael  ende  Japara  om  rys 
te  zenden,  waermede  ter  nauwemoodt  bequamen  drie  hondert  vyf- 
tien  last  en  dat  wel  dier,  van  30  tot  50  Realen  't  last,  met  hant- 
vulling  aen  eenige  grooten,  alsoo  daertoe  verbodt  was,  datter  geen 
rys  uytgevoert  mocht  worden.  Om  niet  both  verlegen  te  vallen, 
vonden  wy  goet  een  gesanth  met  een  vereeringhe  van  een  Arabisch 
paert  als  andersints  aen  den  Mattaram  te  zenden,  alsoo  men  ons  te 
verstaen  gaff  dat  hy  verwondert  was ,  waerom  wy  aen  hem  niet  en 
scmden  gelycq  't  jaer  te  vooren,  een  heusche  vermaninge  van  gepre- 
tendeerde obligatie.  T'is  een  cleene  saecke  soo  hy  daermede  te 
paeyen  slj  dat  men  daerin  continueere  tot  dat  beter  op  ons  voor- 
deel staen,  ondertusschen  mogen  ons  daer  niet  op  ,vertrouwen;  maer 
wy  hoopen  de  saecken  soo  te  schicken,  dat  wy  alleen  aen  den  Mat- 
tarams  goeden  wille  niet  en  dependeeren  voor  sooveel  den  rys 
belanght.  In  Augusty  passato  souden  wy  onsen  ghesant  met  het 
geschenck  aan  Syne  Majt.,  deden  hem  begroeten  ende  geluck  wen- 
schen  met  syne  nieuwe  conquesteu,  mitsgaders  onsen  dienst  ende 
continuatie  van  vrientschap  aenbieden. 

De  besendingh  was  hem  ten  hoogsten  aengenaem,  wat  hy  in  syn 
lant  hadde,  was  t'onseu  besten,  hy  excuseerde  hem,  dat  den  oorlogh 
oorsaecke  was,  (dat)  weynich  praauwen  van  zyn  ondersaeten  op  Batavia 
geweest  waren,  soo  haest  die  inquaemen  soude  deselve  met  rys  en 
alderhande  provisien  derwaerts  senden,  drie  inconvenienten  seyde  hy 
dat  den  rys  in  syn  landt  dat  jaer  overcomen  waren ,  namentlyck  de- 
sen swaeren  oorloghe,  die  extraordinaris  veel  na  hem  gesleept  hadde , 
item  verachteringe  in  den  landbouw  ende  eyndelinghe  (gelyck  het 
waerheyt  is)  't  quaelycq 'geslaechde  gewas,  door  gebreck  van  reegen. 


Digitized  by 


Google 


90 

Hy  versocht  voorts,  dat  wy  Sorrobaya  niet  wilden  assisteeren, 
dat  oock  geen  schepen  om  te  handelen  derrewaerts  souden  senden, 
alsoo  die  van  Sorrobaya  syne  vyanden  waeren,  hadden  wy  yets  van 
doen,  dat  conden  wy  in  syn  landt,  dwelck  voor  ons  openstont, 
bet^r  coop  als  in  Sorrobaya  becomen. 

Nae  dese  besendinge  ende  wedercompste  van  't  vaertnygh  van 
den  Madureschen  tocht  syn  hier  ettelycke  prauwen  met  rys  ende 
andere  provisien  gecomen ,  doch  weynich  nae  onsen  eysch  aenge- 
bracht  —  't  heele  voorleden  jaer ,  syn  hier  tot  Batavia  met  pranwen 
uyt  des  Mattarams  landt  niet  meer  in  aUes  gecomen ,  als  655  lasten 
rys,  hiertoe  hebben  wy  selflfs  van  Java  met  onse  schepen  gehaelt 
385  ksten,  't  samen  1040  lasten,  dat  is  alles  wat  wy  van  Java 
becomen  hebben ,  Bantham  heeft  nae  onse  gissinge  vier  a  vyfT  hon- 
dert  last  getrocken.  Nae  Malacca ,  oonnen  niet  vernemen ,  dat  van 
Java  eenigen  rys  versonden  zy 

Dese  slappe  toevoer  nyt  des  Mattarams  lant,  waerin  voor  als  noch 
Batavia's  leven  meest  bestaet,  heeft  slappe  neeringhe  ende  groot 
claegen  onder  de  bnrgers  gecanseert ,  hoewel  het  noch  redelyck 
ende  beter  affgeloopen  is  als  't  hem  wel  heeft  lat^n  aansien.  Niet- 
tegenstaende  desen  slechten  tyt,  soo  hebben  d'ordinarii  incompsten 
van  Batavia  't  sedert  January  1624  tot  January  1625  opgebracht, 
gelyck  ÜEd.  per  d'ontfangen  boecken  sien  mogen:  Realen  80715 }• 

Om  in  toecomende  wat  beter  op  ons  voordeel  te  geraecken  ende 
in  soo  grooten  rysnoot  niet  meer  te  vervallen,  syn  vast  doende,  ons 
eygen  landt  met  de  slaven  te  bebouwen.  De  Chineesen  hebben  wy 
mede  daertoe  geanimeert  en  aen  alle  die  haer  tot  rystplanten  willen 
begeven,  vrij  hooftgelt  toegeseyt,  voor  sooveel  maenden  als  den 
bouw  sal  dueren ,  daer  beneifens  t'eerste  gewas  vry  van  tiende.  Tot 
veertich  persoonen  hebben  de  conditie  geaccepteert  en  't  rysplanten 
by  der  handt  genomen,  wy  hoopen  datter  eerlange  meer  toecomen 
sullen. 

De  slappe  neringe  en  daerby  de  groote  dierte  in  den  rys  heeft 
vry  wat  claegens  gecanseert,  veele  niet  begrypende  waer  het  van 
daen  compt,  datter  soo  cleenen  scheut"  in  den  handel  geweest  zy, 
neemen  oorsaecke  om  de  tollen  ende  impositien  te  taxeeren  even 
off  die  den  burger  onder  hielden  ende  de  vreempde  traflyquanten 
diverteerden.    Deze  dachten  souden  niet  eens  gedacht  syn  geweest 


Digitized  by 


Google 


91 

800  hier  't  voorleeden  jaer  uyt  des  Mattarams  landt  maer  dnysent 
A  vyftien  hondert  lasten  rys  meer,  gelyck  in  voortyden  aengebracht 
waren,  die  ongetwyfelt  souden  gevolcht  hebben,  soo  den  oorloghe 
en  't  mislncte  gewas  geen  obstakel  gegeven  hadde 

Sedert  May  1623 ,  dat  wy  de  stadt  Batavia  begonden  uyt  te  leg- 
ende met  een  aerde  wal  te  besluyten  Tgelyck  in  onse  voorgaende  ge- 
adviseert  is)  syn  by  liberale  inwilliginge  van  de  Nederlantsche , 
Ghineesche  en  Jappansche  burgerye  deser  stede,  tot  op  desen  dach 
toe  gecoUecteert,  twee  en  tseventich  duysent  ses  honderd  guldens. 

Waerinne  de  chineesche  burgerye  gecontribueert  heeft  f  60700 

Item  de  Nederlantsche  Burgerye -  10300 

Item  de  Japansche  natie -    1600 

Item  resteert  noch   aen   de  geconsipieerde  collecte   te 

innen  omtrent -    5000 

S*    .    .    ƒ  77600 

Met  welcke  penningen  d'oostsyde  van  de  stadt,  beginnende  van 
de  rivier  aff  tot  bycans  aen  't  plain  van  't  fort,  synde  ruym  drie 
hondert  roeden,  met  een  aerden  wal  en  gracht  beslooten  is,  cos- 
tende  tsamen  aen  arbeytsloon f  67700 

Item  twee  steene  reduyten  in  de  bolle wercken  van  voorsz. 
wal  in  calcq  en  steen  opgetrocken -  10800 

Item  voor  de  stadts  poorte  ende  een  brugge  over  de 
stadts  gracht -    2300 

Item  voor  't  graeven  van  burghwallen  tot  ophooging  en 
gerieff  van  de  stadt ..•..-  11600 

Item  voor  't  ophoogen  van  verscheyden  straten     ...     -    3200 

ƒ95600 

Alle  welcke  wercken  18000  gids.  meer  bedraegen  als  de  gecon- 
sipieerde collecten  uytbrengen,  die  de  burgerye  versocht  heeft  tot 
op  een  beteren  tydt  verschooten  mochten  werden,  wy  hebben  goet- 
gevonden  sulcx  t'avoyeren  en  't  surplus  uyt  d'ordinarij  incompsten 
soolange  te  verschieten,  hoopende  dat  U£d.  tselve  niet  quaelyck 
nemen  sullen. 

Hiermede  is  de  stad  in  redelycke  deffentie  ende  voor  d'ingesetenen 


Digitized  by 


Google 


92 

ongelyck  geriefelycker  als  te  vooren,  soodat  wy  voortaen  ophouden 
sullen  den  burger  met  eenige  nieuwe  wercken  meer  moeyelyck  te 
vallen 

Om  de  gemeente  noch  in  meerder  leven  f  onderhouden,  mede 
omdat  het  een  noodich  werek  was,  hebben  wy  een  schoole  in  de 
stadt  gerecht,  daer  de  Nederlantsche  en  de  Javaansche  jeucht  in  de 
fondamenten  van  de  Christelycke  religie  geinstrueert,  in  alle  goede 
zeeden  opgetrocken  ende  alsoo  tot  bequame  instrumenten  van  de  Re- 
publicq  gefatsonneert  mochten  worden,  ende  om  sulck  een  werck  buyten 
sonderlinge  beswaringe  van  de  Comp'  te  doen,  mitsgaders  tot  soulaas 
van  den  burger,  hebben  wy  een  lothery  tot  desen  eynde  doen  op- 
rechten, die  ongeveer  sooveel  rendeeren  sal  als  dit  gebouw  sal  co- 
men  te  costen ,  synde  't  meerendeel  van  desen  inlegh  by  Comp'  die- 
naers,  soo  hier  van  landt,  als  van  de  schepen  ende  van  andere 
quartieren  gefoumeert,  eenige  burgers  die  van  vermogen  syn,  hebben 
daermede  van  haeren  overvloet  wat  toe  geteykent.  'T  gemelte  ge- 
bouw is  ses  en  dertigh  vadem  langh  en  vyff  vadem  wyt,  van  twee 
verdiepingen  met  een  solder  in  calck  en  steen  opgetrocken,  sal 
omtrent  20  duisend  gids.  comen  te  costen.  T'en  sal  niet  alleen  tot 
een  schoole  van  knechtgens ,  maer  oock  tot  een  vrouwenhoff  dienen , 
daer  de  meyskens  onder  't  gouvernement  van  bequame  maitressen , 
schickkelyck  opgetrocken  ende  in  allerhande  feminine  handtwercken 
gestileerd  sullen  worden,  synde  naest  de  kerck  een  van  de  aller- 
noodichste  ende  dienstichste  wercken,  die  men  in  Batavia  soude 
mogen  voornemen. 

Noch  hebben  wy  uyt  de  donatien  (tot  een  kerckelyck  gebouwvan 
langerhandt  versamelt)  een  kerckhoff  begrepen  ende  een  propere  provi- 
sionele kerck  daerop  gerecht,  alsoo  t'oude  huys,  daer  men  duslange 
den  dienst  in  gedaen  heeft,  voor  d'aenwassende  gemeente  veel  te 
cleen  viel.  In  somma  wy  hebben  alle  middelen  aengewent,  om  met 
verbeteringhe  van  de  stadt  ende  met  de  minste  beswaringh  van  de 
Comp",  geduerende  desen  slappen  tydt,  d'onvermogende  ghemeente 
in  gestadich  werck  ende  de  burgerye  in  't  generael  in  ommeslagh 
ende  leven  te  houden. 

'tVerleeden  drooge  Mouson,  heeft  den  brandt  tot  twee  reysen, 
de  stadt  dapper  getreft,  veel  rieden  huy^en  weghgenomen,  de  burgers 
wat  ten  achteren  gestelt  ende  nochtans,  door  den  nieuwen  aenbouw, 


Digitized  by 


Google 


93 

almede  wat  leven  gecanseert,  invoegen  dat  Batavia  verscheyden 
t^enspoeden   in  syn  progres  't  voorleeden  jaer  uytgestaen   heeft. 

'Tghetal  van  d'ingesetenen  is  noch  al  goelyck  in  eenen  staedt 
aLs  tjaer  te  vooren,  daervan  wy  UEd.  doenmaels  de  beschryvinge 
gesonden  hebben. 

IVaenteelinge  van  Nederlandsche  kinderen  gaet  wel  toe,  't  schynt 
de  procreatie  wat  vigoureuser  ende  bestendiger  wil  wesen,  als  met 
den  eersten;  doch  daer  is  noch  weynigh  van  te  zeggen. 

Wat  de  Christen  gemeente  in  Batavia  belangt,  die  neempt  dagelycx 
meer  ende  meer  toe,  op  d'aencompste  van  de  predicanten  met  de 
schepen  Gouda  ende  HoUandia  hebben  wy  alhier  eene  solempneele 
vergaderinge  doen  beleggen,  van  alle  de  presente  kerckendienaren 
ende  kerckelycke  persoenen  omme,  ten  overwesen  van  onse  gedepu- 
teerden, den  jeghenwoordigen  standt  onser  Kercken  in  Indien  t'exami- 
neeren,  alle  ingecropen  abuisen  te  redresseren  ende  een  provisionele 
ordre  naer't  gebruick  der  gereformeerde  Kercken  in  Nederlandt, 
mitsgaders  nae  de  gelegentheyt  en  den  eysch  deser  landen  te  be- 
ramen,  waemae  haer  alle  Kercken  onder  des  Comp',  gebieth  in  Indien 
sorterende,  voortaen  sullen  hebben  te  reguleeren.  Wat  in  dese  ver- 
gaderinge verhandelt  is,  daervan  gaet  hier  nevens  extract  uyt  het 
kerckboek,  waeraen  ons  gedraegen. 

Met  Bantam  staen  wy  noch  in  eenen  graed  als  voor  desen,  sy 
laeten  ons  met  vreeden  ende  wy  houden  haer  reede  na  ouder  gewoonte 
beseth 

In  Martio  lestleeden  wiert  ons  door  eenige  geaposteerde  van 
Bantam  groote  hoope  tot  verdragh  gegeven,  ende  hardt  aenghehouden, 
dat  wy  maer  een  gesanth  aen  den  Pangoran  senden  wilden,  men 
verseeckerde  ons  van  admissie,  audiëntie  ende  goet  bescheyt;  omdat 
niet  schynen  soude .  wy  uyt  eygen  capritie  eenige  occasie  mochten 
overslaen,  hoewel  wy  weynich  vertrouwen  daerop  stelden,  wierd 
niettemin  by  den  raedt  van  deffentie  goet  ghevonden,  dat  men  eenige 
van  wedersyden  uit  beyder  namen  (i.  e.  uit  naam  der  Engelschen  en 
der  Nederlanders)  met  een  proper  geschenk  naer  Bantam  committeren 

soude Maer   dese  besending   is   mede 

gelyck  alle  de  voorgaende  vruchteloos  afgeloopen,  sonder  dat  de 
gesanten  eens  tot  entrance  in  Bantam,  wy  laten  staen  tot  audiëntie 


Digitized  by 


Google 


94 

geadmitteert  wierden 

Eenigen  syn  van  gevoelen,  dat  hy  noch  liever  des  Mattarams 
Byde  als  d'onse  verkiesen  sal ,  eensdeels  omdat  hy  twyfelt  off  wy  hem 
tegen  den  Mattaram  sonden  derven  assisteeran  en  beschermen  connen, 
mede  van  wegen  d'onversoenlycke  religions  haet,  die  hy  tegen  de 
Christenheyt  in  't  generael,  gelyck  mede  de  verbitterheyt,  die  hy 
tegens  de  Nederlanders  ende  den  fiatavischen  staet  in  't  bysonder 
is  dragende;  t'is  te  gelooven  dat  de  vreese  van  den  Mattaram  hem 
wel  meest  bewegen  mocht,  waer  dat  hy  evenwel  religions  en  staets 
haet  tot  een  deckmantel  van  syne  ingenomene  vreese  voor  den  Mattaram 
gebmycken  sal.  Eenige  goede  bekenden  van  Cheribon  hebben  ons 
voor  wisse  tydingh  in  't  secreet  aengedient,  dat  Bantam  binnen  twee 
off  drie  maenden  ten  langsten,  sich  onder  des  Mattarams  obedientie 
sal  begeven  oft  dat  de  Mattaram  hem  den  oorlogh  sal  aendoen.  Den 
Coningh  van  Cheribon  ende  den  Tommagon  van  Tegal,  die  maegh- 
schap  met  Bantam  syn,  arbeyden  seer  om  Bantham  tot  goetwillige 
obedientie  te  bewegen. 

Dat  Bantham  den  Mataram  groot  ontsach  toedraecht,  is  nu  onlangs 
gebleeken,  aen  seeckeren  Coningh,  die  met  syn  hofgesin  ende  mobile 
schat  van  Madora  tot  Bantham  gevlucht  ende  van  den  Pangeran 
vrientlyck  ingenomen  was,  welcken  gevluchten  Coningh  naderhant 
van  den  Mattaram  gheëyst  ende  een  expres  gesandt  daerom  gesonden 
synde,  de  pangeran  van  Bantam  sonder  eenig  dilay  datelyck  met 
schat  en  al  in  handen  van  syn  dootvyandt  overgelevert  heeft,  die 
corts  daemae  met  noch  verscheyden  andere  gevangene  Coningen  ende 
grooten  van  Madura  voor  de  stadt  van  den  Mattaram  al't  samen 
gecrist  ende  omgebracht  syn. 

Hier  is  en  passant  aen  geweest  een  gesant  van  den  Coningh  van 
Cheribon,  die  met  een  peert  uyt  des  Mattarams  naem  nae  Bantham 
gesonden  wiert ,  om't  selve  aen  den  Pangeran  in  recognitie  van 
desen  voorverhaelden  dienst  te  vereeren.  Wat  uytcompst  dese  saecke 
nemen  sal  moet  ons  den  tyt  leeren. 

UEd.  gelieven  ondertusschen  te  gedencken,  byaldien  wy  met  den 
Mattaram,  Bantham  en  mogelyck  oock  met  d'Engelsen  te  gelyck 
weder  in  haspelinghe  gheraecten ,  als  nae  nyterlycke  apparentien  wel 
soude  connen  gebeuren ,  item  soo  den  Coningh  van  Macassar  yets  op 
Banda  oft  in  de  quartieren  van  Amboina  attenteerde,  gelyck  sulcx 


Digitized  by 


Googk 


95 

mede  niet  sonder  ommesien  is,  item  soo  den  Tamataen  in  de 
Mohiccos  of  Amboyna  mede  yets  vreemts  voomam,  gelyck  hy  aireede 
teeckenen  daenran  gegeven  heeft,  dat  wy  in  snlcken  gevalle  wat 
beter  van  Nederlants  volck  dienden  gesecondeert  te  worden,  om 
OËd.  staet  in  Indien  sonder  affbreucq  na  behooren  te  mainteneren, 
mitsgaders    om  den  handel  sonder  verachteriDgh  overal  te  mogen 

vervolgen 

Den  elfden  december  passato ,  syn  d'Ëngelsen  met  haer  volck, 
schepen  en  al  haren  ommeslach  van  Batavia  vertrocken,  laetende 
haer  leedige  logie  alhier  met  drie  oft  vier  persoenen  beseth  ende 
syn  na  de  straedt  Znnda  geloopen,  alwaer  sy  haer  op  seecker  Ëylant 
(by  haer  Lagunda  genaemt)  verstercken,  met  meninghe  soo  sy  nyt- 
geven,  om  aldaer  een  Anti-Batavia  te  stabilieren.  T'is  een  eylant, 
dicht  aen  de  vaste  cnst  van  Somatra,  heel  bnyten  't  vaerwater  van 
de  straet  gelegen,  omtrent  vier  mylen  westelycker  als  ons  eylandt 
Cébesce,  soo  dat  wy  tnsschen  haer  en  Bantam  gelyck  middenweechs 
leggen 

Tot  UEd.  naerder  ordre  snllen  wy  geen  voorder  onvertnre  in  den 
handel  van  Choromandel  doen. 

Om  alle  desordre  en  schade  voor  de  Comp.  in  voors.  handel  ten 
reguarde  van  de  vrye  lieden,  na  vermogen  voor  te  comen,  hebben 
wy  met  Schoonhoven  den  25«"  Jnny  laetstleeden  een  provisioneele 
ordre  na  de  cnste  gesonden,  waemae  haer  alle  vrye  lieden  souden 
hebben  te  reguleren  in  't  stuck  van  den  vryen  handel  op  de  cnste 
Choromandel,  hoe  UEd.  deselve  bevalt  ende  wat  UEd.  voorder  op 
den  vryen  handel  in  Indien  goet  vinden  te  disponeren ,  snllen  't  syner 
tydt  verwachten. 

Ondertusschen  Ed.  Heeren,  gelieven  UEd.  onder  correctie  te  ge- 
dencken,  U  eygen  ingesetene  en  't  ingewant  voor.  uwen  staet  hier 
in  Indien  niet  't  onthouden ,  't  gene  onser  erff^anden  de  Portngesen 
en  Spangearden  niet  beletten  connen,  't  gene  de  Engelsen,  Francen, 
Deenen,  Maleyers,  Clingen  en  alle  andere  vrienden  in  de  coop- 
Btadt  van  Batavia  en  in  alle  andere  vriendenplaetsen  vrystaet. 
De  Ckmipagnie  sal  't  alleene  niet  affgaen ,  dat  haere  ingesetenen 
souden  moogen  omvamen,  maer  alle  de  voorverhaelde  natiën  snllen 
daermede  hun  portie  in  afEsteecken.  UEd.  sullen  daertegen  d'incomp- 


Digitized  by 


Google 


96 

sten  by  increment  van  de  traffiqee  tot  Batavia  alleen  ganderen  en 
nwen  staet  sal  by  verrykinghe  van  d'ingesetenen  maer  te  meer  ver- 
seeckert  worden,  ter  contrarie  wat  UEd.  de  vryelieden  hierinne 
besnyden,  dat  gedyt  soowel  tot  voordeel  van  d'Ëngelsen  ende  anderen 
als  voor  de  Cornp^*.  en  d'ondertusschen  weerhoudt  het  't  progress 
van  den  staedt  tot  nadeel  en  verachtering  van  de  Comp'*.  alleen. 


XIV.  De  Gouverneui'-Generael  Pieter  de  Carpentier 
aan  de  Bewindhebbers  der  gen.  O.  I.  Comp. 
(Heeren  XVII)  (via  Soeratte,  Perzie  en  Aleppo 
over  land  gezonden.). 


Batavia,  14  Angustos,  1625. 

Soo  grooten  alteratie  ende  onlust  als  tnsschen  UEd.  en  de  Ën- 
gelsche  Comp.  aldaer  over  verscheyden  questien,  maer  insonderheyt 
over  d'executie  van  Amboina  ontstaen  waren,  immer  soo  grooten 
vrientschap  ende  ruste  is  hier  'tsedert  onsen  jongsten  door  Gk)dta 
sonderlinge  beschickinge  tusschen  ons  ende  d'Ëngelsen  alhier  wel 
onverwacht  ende  ongesien  gevolcht.  Met  onsen  jongsten  hebben  wy 
UËd.  geadviseert  hoe  sy  in  December  laetsleden  met  alle  haeren 
omslach  in  de  strate  Sunda  vertrocken  waren,  met  intentie  omme 
haer  aldaer  te  vesten.  Naerdat  sy  haer  tot  in  May  aldaer  ont- 
houden, vele  moeyten  met  fortificeren  ende  timmeren  genomen , 
groote  miserie  uytgestaen  ende  door  extraordinari  sterfte  ontrent 
360  personen  in  soo  corten  tyt  op  't  voors.  eylandt  begraven  had- 
den, mitsgaders  dat  d'overgeblevene  tot  soo  soberen  getal  ende 
swacken  staet  gereduceert  waren,  dat  onmachtshalve  niet  langer 
op  haer  selven  aldaer  bestaen  conden,  maer  t'eenemael  d'injurien 
des  tyts  ende  d'ongenade  der  heyloose  mooren  geè'xposert  laegen, 
hebben  sy  eyndelingh  onse  bystant  ende  hulpe  emstelyck  aengesocht 
omme  haer  van  daer  te  removeren  ende  met  alle  haeren  omslach 
andermael  op  Battavia  te  brengen,  waerop  wy  sonder  eenich  diffi- 
culteyt  ofte  uytstel  te  soecken,  haer  promptelyck  met  volck  ende 


Digitized  by 


Google 


97 

sehepen  geassisteert  ende  op  den  10  Juny  laestleden,  met  alle  haer 
schepen  wederom  tot  Batavia  gebracht  hebben,  alwaer  wy  haer 
andennael  minnelyck  ontfangen,  mitsgaders  met  een  treffeljcke  hny- 
singe  ende  erve,  welcke  tot  een  pnblycke  schole  ende  vronwenhoff 
ge^proprieert  hadden,  tot  haer  woning  annex,  voor  een  redelijck 
stnck  geit  geaccommodeert  hebben.  Nae  sy  ons  verklaerden,  sullen 
niet  licht  weder  onderstaen  van  Battavia  te  scheyden,  maer  hebben 
voorgenomen  met  hooge  obtestatie  in  alle  eenparicheyt  ende  vrient- 
lyckheyt,  gelyck  als  tot  noch  toe  gebleken  is,  met  ons  overeen  te 
comen,  Wat  de  verleden  verschillen ,  misverstanden  ende  querellen 
belangde;  die  souden  langer  niet  gedacht  werden,  maer  altsamen 
op  naerder  decisie,  accord  ende  reglement  van  Europa  rusten;  onder- 
tusschen  hoopen  wy  hier  met  den  anderen,  als  vrunden  ende  geal- 
lieerde toestaet,  in  alle  voorvallende  gemeene  saecken,  soo  t'accor- 
deren,  dat  wy  ÜEd.  met  soo  swaere  questien  ende  verschillen  nae 
desen  niet  meer  sullen  behoeven  moeyelyck  te  vallen. 

Wat  de  gemeene  de£fentie  mitsgaders  den  gemeenen  handel  van 
de  Molucquen,  Amboyna,  Banda  ende  Paliacatta  belanght,  daerin 
sollen  d'Ëngelsen  tot  naerder  ordre  uyt  Europa  niet  treden  ende  al 
wilden  sy  schoon,  soo  ontbreeckt  het  haer  aen  de  macht    •    •    . 


XV.  De  Gouverneur-Generaal  Pieter  de  Carpentier  en 
Rade  van  Indie  aan  de  Bewindhebbers  der  Gen. 
O.  I.  Comp.  (Heeren  XVÜ). 


Batavia  27  October  1625. 

T'sedert  onse  jongste  voorloopende  advysen  over  lant,  p.  vias  de 
Snratte  en  Persien ,  gedateert  den  14  Augusty  en  12  Sept.  11.  .  • 
syn  hier  van  t'vaderlant  wel  aengecomen  de  schepen  &c.    •    .    . 

Dese  soomer  (i.  e.  curr.  1625)  heeft  sich  Surabaya  in  handen  van 
den  Hataram  opgegeven,  sonder  slach  off  stoodt,  alleen  door  verloop 
van  volcq  en  hongersnoodt,  soo  dat  oocknae  wy  verstaen  van  50  &  60 
V.  r-'      T 

Digitized  by  VjOOQ IC 


98 

doisend  Bielen,  welcke  in  Surabaya  plachten  te  wesen  niet  booven 
de  duysent  overgebleven  waren.  Die  van  Giry  off  de  Bonckit  synde 
wel  800  stercq  van  volck  als  Surabaya  was,  lyden  mede  groeten 
hongersnoodty  vermits  de  landbonw  door  den  oorlogh  vermindert  en 
den  toevoer  te  water  beleth  word,  soo  dat  't  volck  met  duysenden 
van  selfilB  verloopen  ende  den  Paus  van  Giry  sich  eerlangh  sonder 
volcq  sal  vinden ,  waema  den  Mattaram  alleen  tracht  De  roep  heeft 
langh  gegaen,  dat  na  Balambangang  een  leger  sonde  trecken;  doch 
desen  soomer  is  daer  niet  op  gevolght,  men  rught  mede  den  Mattaram 
toecomende  jaer  wel  iets  op  Baly  mocht  voornemen ,  veeier  gevoelen 
is  dat  hij  't  emporteeren  zal. 

De  Coningh  van  Gheribon  en  de  Tommagon  van  Tegal  hebben 
last  van  den  Mattaram  om  Bantham  tot  manschap  te  brengen,  off 
800  weygerich  sy,  den  oorlogh  aen  te  doen,  tegen woordigh  heeft 
Bantham  syn  ambassade  tot  Gheribon,  alwaer  sy  bynae  den  heelen 
soomer  geweest  zyn,  ende  door  de  ordre  van  den  Mattaram  tegen 
des  Pangerangs  dancq  gedetineert  worden. 

T'voorleden  jaer  is  in  des  Mattarams  landt  door  schaers  gewas , 
groot  gebreck  van  rijs  geweest,  dit  jaer  is  't  gewas  beter  geslaecht; 
doch  op  lyfstraffe  mach  geen  rys  by  iemand  uyt  het  landt  vervoert 
>(rorden,  als  alleen  by  den  Tommagon  van  Candael 

Dit  jaer  heeft  den  Mattaram  een  generaele  schattingh  over  syn 
gantsch  lant  gelicht,   te  weten:   van  yder  Ghinees  die  een  vrouw 

hout  10  tayl  off Realen  22| 

Item  van  eenloopende  Chineessen  8  tayl  off   .    .    .         „       18 
Item  van  alle  getrouwde  Javanen,  welcke  syn  natu- 
rellen ondersaten  syn,  twee  tayl  off „         4} 

Item  van  eenloopende  gesellen  een  tayl  off     •    •    .         „         2^ 
Item  van  alle  syne  nieuwen  veroverde  slaeven,  soo 
van  Madura  als  Surabaya  een  quart  Reaels  off  .    .    •         ,,  \ 

welcken  schattingh  gegist  wiert  in  alles  te  sullen  opbrengen  niet 
min  als  80  duysent  Tayl.   * 

Van  Batavia  te  beoorlogen  is  gants  geen  gewach  en  wie  wy 
daervan   doen  ondervragen  ,  elck  verseeckert  ons  dat  de  Mataram 


1,    De  ThaU  =  2  Reaion  geeft:  160,000  Realen  of  400,000  golden. 

/Google 


Digitized  by  ^ 


99 

niet  light  nae  Batavia  taelen  sal,  alsoo  hy  noch  altyt  met  Tictorie 
gevochten  heeft ,  ende  die  gloriensen  tytel  niet  geerne  tegen  Batavia 
in  hazard  zonde  stellen;  maer  ondertnsschen  schynt  hy  de  saecken 
daernaer  aen  te  schicken ,  om  sich  vast  meester  van  alle  omliggende 
landen  te  maecken  ende  om  Batavia  met  synen  rys  en  andere  ge- 
rieffelyckheden  nyt  syn  landt,  sooveel  in  syn  vermogen  is,  alsdan 
met  des  te  minder  ommesicht  te  qnellen.    ' 

Omdat  die  van  Samadangh,  Batavia  te  na  en  te  verre  van  den 
Mattaram  laegen;  maer  insonderheyt  omdat  sy  Batavia,  soo  met 
timmerhout,  koebeesten  ende  buffels,  gelyck  UEd.  voordesen  ver- 
Btaen  hebben,  geassisteerdt  hadden,  heeft  hy  alle  't  volcq  van 
Sammadangh  gelicht  en  dieper  in  't  landt  vervoert,  soodat  wy  oock 
van  daer  geen  ontseth  van  beesten  meer  te  verwachten  hebben  •    • 

Omdat  wy  ons  op  den  toevoer  van  Java  soo  weynigh  verlaeten 
mogen,  hebben  wy  bytyts  naer  verscheyden  quartieren  ordre  ende 
tot  dien  eynde  oock  expres  schepen  gesonden,  tot  opsameling  wel 
van  2000  lasten  ryst  ende  meer,  te  weten  naer  Suratte,  Choro- 
mandel,  Aracan,  Chiam  en  Japan,  etc '. 

De  vrye  lieden  van  Batavia  hebben  wy  mede  soo  geanimeert  ende 
geholpen,  dat  sy  met  drie  goede  jachten  ende  twee  tamelycke 
joncken,  dit  ooster  mousson  naar  Patany  ende  Chiam  gevaeren  syn, 
mede  tot  opsameling  van  rys 

Batavia  is,  Oodt  loff,  noch  in  goeden  doen,  de  toeloop  van  natiën 
neemt  dagelycx  redelyck  toe  ende  is  tsedert  onse  jongst  gesondene 
rolle,  van  volck  meer  vermeerdert  als  gemindert,  hoewel  de  sterflfte 
vry  wat  weghgesleept  heeft,  insonderheyt  onder  de  Chinesen,  daer- 
v»i  wy  als  menschen,  d'ongestadicheyt  van  de  moussons  d'oorsaecke 
toeschryven ,  't  gepasseerde  westermousson  heeft  sulcken  gewelt  van 
water  gestort,  dat  de  riviere  van  Batavia  buyten  menschen  ge- 
dencken,  verre  boven  haeren  hoogen  oever  't  gantsche  landt  omber, 
800  geinundeert  heeft,  dat  men  de  bosschen  en  de  hooghe  velden 
met  schuyten  conde  bevaeren,  door  welcke  inundatie  't  landt  soo 
vol  gebleven  is ,  dat  dit  oostermousson  tselve  niet  heeft  connen  op- 
droogen ,  waerdoor  oock  extraordinaris  doergaens  veel  regen  gevallen 
18,  soodat  men  qualyck  van   drooge   mouson  weet  te  spreecken, 


7^,7„3§'0n/\le 


100 

waarop  een  weecken   tyt  ende  consequentelyck  siecte  en  sterfte  ge- 
Tolgt  is. 

Door  den  schaersen  toevoer  nyt  des  Hattarams  landt  syn  wy  al- 
mede, gelyck  't  voorleden  jaer,  genootsaeckt  geweest  om  leven  onder 
de  bnrgery,  insonderheyt  onder  de  Chinesen,  tot  bevoordering  niet- 
temin van  de  noodwendige  fortificatie,  van  Batavia's  ordinary  in- 
compsten  wat  liberaelder  te  spenderen,  als  wy  wel  gemeent  hadden 
ie  Qoen*    •••••■•••• 

Bantham  continueert  noch  in  syne  onde  obstinaetheyt  ende  wy  in 
de  gewoonlycke  besettinghe,  naer  d'advysen  welcke  van  seecker 
gevangen  Nederlander  van  daer  becomen  hebben,  had  daer  onlangs 
de  spraeck  gegaen,  datter  een  gesandt  naer  Batavia  sonde  coomen 
om  met  ons  in  vredehandeling  te  treden;  doch  door  d'oneenicheyt 
van  de  grooten  heeft;  tot  noch  toe  geen  effect  gesorteert  Oroote 
sterffte  heeft  Bantham  mede  dapper  getroffen  en  in  vyff  maenden 
tyts,  na  geseyt  worde,  wel  de  derde  man  over  't  gansche  ryck 
wechgenomen. 

De  soon  van  den  voorgaenden  Coning  van  Jacatra,  die  dos  lang 
obscur  en  als  een  privaet  persoon  geleeft;  heeft,  is  by  den  Pan- 
garam  weder  tot  staet  geadvanceert  met  een  quitesol  over  't  hoofft 
en  met  de  helft  van  syns  vaders  goederen  gedoneerdt 

Den  Pangaram  van  Augjar  is  een  swaere  geldtboete  opgeleydt 
omdat  hy  aen  de  Nederlanders  en  d'Engelsen  peper  soude  vercocht 
hebben,  ende  sitten  daer  beneffens  veele  mindere  personen  in  ap- 
prehentie,  beticht  van  peper  uytgevoerdt  te  hebben.  Den  Coning 
van  Bantham,  volgende  de  voetstappen  van  den  Hattaram,  hadde 
alle  de  Lamponders  aen  de  oovercoste  van  Somatra  mede  een  schat- 
ting van  vier  realen  p.  hooft  opgeleyt 

In  somma  ^t  volck  wert  met  sterfte,  oorloge,  slappe  neering,  diere 
lyftocht  en  sware  schattingh  meest  over  gantsch  Java  besocht 

In  Cheribon  alleen  syn  by  opgenomen  lyste,  dit  ooster  mousson  ge- 
storven over  de  2000  menschen,  in  Candal,  Tegal,  Japara  en  alle 
de  seevlecken  van  Java  tot  Surobaya  toe,  mitsgaders  op  verscheyden 
plaetsen  binnenslants  syn  mede  ontallycke  veele  menschen  gestorven 
en  al  meest  van  een  subite  borstsiecte,  welcke  de  lieden  soo  be- 
nant,  dat  se  in  een  nyre  gesont  en  doot  syn.  In  Batavia  weet  men 
noch  weynich;  insonderheyt  onder  onse  Christen  Burgerye  van  desen 


Digitized  by 


Google 


101 

overgang  te  spreecken,  hoewel  al  eenige  van  dit  ongemack  mede 
weghgenomen  syn ,    . 

Van  Cheribon  verstaet  men,  (dat)  de  Hattaram  off  soo  hy  nu 
genoemt  wordt,  de  Choechoefian ,  aen  synen  Raet  sonde  verhaelt 
hebben ,  hoe  hem  door  een  goddelyck  visioen  in  witten  gewaede  by 
nachte  geopenbaert  is,  byaldien  hy  syn  ryck  in  vrede  begeerde 
te  bezitten,  datter  vier  van  d'aldergrootsten  in  'syn  ryck  mosten 
wechgenomen  worden  sonder  te  denoteren  welcke;  doch  dat  de 
Mattaram  aireede  selffs  vier  persoenen  sonde  genomineerd  ende 
vraegsgewyse  aen  eenige  van  synen  raedt  voorgestelt  hebben. 

De  Coningh  van  Cheribon,  een  verresiende  man,  omtrent  de  hon- 
dert  jaren  oudt,  vindt  hier  een  ander  prophetie  tegen,  namentlyck 
dat  Godt  den  Mataram  met  een  verkeerden  raet  tot  myne  van  syne 
tyrannische  heerschappye  inspireert  ende  hem  alsoo  synen  val  door 
syn  eyghen  groeten  toebereydet,  byaldien  hy  dese  openbaring  voor- 
neemt ter  executie  te  stellen. 

T'sedert  vertreck  van  ÜEd.  jongste  retonrschepen  van  hier  syn 
geen  differenten  van  sonderlinge  gewichte  tnsschen  ons  en  de  En- 
gelse; maer  wel  seer  groote  onverwachte  veranderingen  voorgevallen. 

Hoe  sy  haer  den  elfden  december  a^.  1624  van  Batavia  naer  La- 
gondy  geremoveert  hadden,  tot  wat  [een  ellendigen  staedt  sy  op 
Lagnndi  vervallen,  hoe  emstich  sy  onse  hnlpe  versocht,  hoe  prompt 
wy  haer  geassisteert  en  met  al  haren  desolaten  ommeslach  van 
schepen  en  volck  den  13  Juny  laetatleden  weder  op  Batavia  ge- 
bracht, vriendelyck  ontfangen  en  naer  ons  vermogen  met  huysingh 
en  plaetse  versien,  wat  conformable  conferentien  wy  't  sedert  haer 
compste  met  den  anderen  tot  een  vriendelyck  en  eenparich  verdrach 
in  't  voorvallende  sonder  implicatie  van  eenige  gepasseerde  verschillen 
gehouden  hebben,  ende  hoe  ondertusschen  de  volle  observantie  van 
't  tractaet  tot  naerder  decisie  van  d'overgesonden  versehilpoincten 
bnyten  effect  is  rustende;  item  wat  besluyt  met  den  anderen,  soo 
d'nnanime  deffentie  (doch  ongelycker  macht)  van  den  Suratschen 
en  Persischen  handel  tegen  den  algemeenen  vyand  genomen,  eyn- 
delinge,  wat  conferentien  ende  discordant  besluyt  wy  over  de  def- 
fentie van  den  Jambischen  peperhandel  tegen  d'oppressie  van  den 
Atchinder  gehad  hebben.  Met  de  particulariteyten  van  allen  desen, 
willen  wy  UEd.  patientie  in  desen  niet  las^b  vallen,  te  meer  alsoo 


Digitized  by 


Google 


102 

het  maer  tot  iteratie  van  de  neffeiiBgaende  missiven  en  acten  van  't 
gepasseerde  tasschen  ons  en  d'Ëngelsen  tenderen  sonde.    .... 

8y  hebben  ons  afgevoordert  wat  wy  voer  de  gedaene  assistentie 
pretendeerden,  om  't  selve  ten  dancke  alhier  te  betaelen,  wy  von- 
den niet  goet  iets  daervoor  te  eysschen,  maer  hebben  't  selve  tot 

üwEd.  discretie  gereserveerd Alsoo   d'onse 

op  Cebesce  dagelycx  begonden  in  te  vallen  ende  eyndelinge  niet 
beter  geschapen  stonden  te  vaeren,  als  d'Ëngelsen  op  Lagnndy 
hebben  wy  ons  volck  mede  van  daer  gelicht  en  't  fort  geslecht ,  te 
meer  de  besettinge  van  dien,  ten  regarde  van  d'Ëngelsen,  na  niet 
langer  van  noode  was,  ende  dat  oock  dese  eylanden ,  vermits  haere 
vergiftige  exhalatien  voor  menschen,  gans  inhabitabel  syn,  gelyck 
by  voorige  maer  insonderheyt  by  dese  jongste  sterfte  van  d'Ëngelsen 

ende  invallen  van  d'onse,  by  experientie  bevonden  is 

enz. 


XVI.  De  Gouverneur-Generaal  Pieter  de  Carpentier 
en  Rade  van  Indie  aan  de  Bewindhebbers  der 
Gen.  O.  I.  Comp.  (Heere  XVIL) 


Batavia,  3  february,  1626. 
T'sedert,  enz 

Het  Bantham  gaen  de  saecken  noch  al  op  den  ouden  voet,  onlangs 
geleden,  syn  hier  op  distincte  tyden   twee  geaposteerde  geschoren 

Chinesen  van  Bantham  geweest secreetelyck  soo  sy 

seyden,  aen  ons  gesonden,  om  onse  gesmtheyt  te  vernemen  en  off 
wy  niet  genegen  souden  wesen  in  vredehandeling  met  den  jongen 
Coningh  van  Bantham  te  treden,  mitsgaders  een  publieke  besending 
aen  hem  te  doen,  willen  ons  verseeckeren  by  aldien  wy  resolveerden 


Digitized  by 


Google 


103 

derwaertg  te  eenden,  niet  meer  gelyck  voor  desen  sonden  affewesen 
worden,  alsoo  den  ouden  Pangoran. door  welckers toedoai alleen salcxs 
geschiet  was,  nu  in  't  Gonvemement  niet  meer  te  disjMmeeren  badde 
en  dat  den  jongen  Coningh  gans  tot  yrede  inelineerde ,  te  meer  alsoo 
Bantham  in  vreese  stont,  dit  aenstaende  drooge  monson  van  den 
Mattaram  besocht  te  werden,  daer  sy  we3rnicli  werck  van  sonden 
maecken,  indien  met  ons  maer  in  goeden  vroede  stonden.  Wy  dienden 
hierop,  dewyle  voormaels  tot  vier  besendingen  toe  naer  Bantham 
gedaen  waren  en  altyt  repnlsa  geleden  hadden,  diit  wy  de  simpele 
bootschi^  van  soo  obscure  personen  niet  conden  aennemen,  om  ons 
wederom  in  hazard  van  een  publiek  affironte  te  stellen;  doch  gaven 
haer  niettemin  te  kennen,  hoe  wy  tot  vrede  gants  genegen  waren 
en  soo't  den  Pangeran  ernst  was  (gelyck  sy  van  haere  meesters  wege 
affirmeerden)  dat  dan  sooveele  souden  sien  te  wege  te  brengen ,  (dat) 
den  Pangoran  eerst  een  aennemelyck  persocm  aen  ons  sonde  en  soo  hy 
beschaemt  was  opentlyck  sulcx  te  doen,  dat  het  bedectelyck  tsy  dan 
tot  Batavia  ofte  aen  onse  schepen  voor  Bantham  geschieden  mocht, 
'tsoude  ons  genoech  wesen,  wanneer  maer  de  minste  credibele  ver- 
seeckeringe  van  des  Pangoran's  goede  genegentheyt  conden  bespeuren  • 
met  syne  schaemte  ii^aren  wy  niet  gedient;  maer  wilden  die  zelfis 
wel  helpen  bedecken,  geeme  de  minste  wesen  en  h^n  aen  d'eere 
laeten.  Dit  expediënt  docht  haer  mede  goet,  hoewel  liever  gesien 
hadden,  ons  op  hare  simpele  aenspraecke  hadden  laten  bewegen, 
syn  echter  dese  polstasters  met  dese  antwoorde  naer  Bantham  ver 
trocken  om  dien  met  hare  meesters  te  communiceren  ende  weder 
beseheyt  daerop  te  brengen. 

Wy  syn  van  gevoelen,  soo  lange  die  van  Bantham  van  ons  ofte 
den  Mattaram,  't  vier  niet  nader  geleyt  wert,  dat  noch  wel  lange  jaren 
even  obstinaet  biyven  mocht,  ten  ware  bij  inlantsehe  verarminge, 
verloop  van  volck  off  scheuringe  tusschen  de  groeten.  Behalven  dat 
wy  wd  verseeckert  syn  met  naejagen  en  aensoecken  by  die  van 
Bantham  geen  voordeel  te  behaelen  sy  ,  soo  compt  het  ons  nu  vry 
wat  ongelegen  (in  dese  schaersheyt  van  eomptant  sitt^ide)  om 
d'op^iinge  van  Bantam  te  voorderen,  te  meer  wy  verstaen  ende 
eenichsints  nareeckenen  connen,  d'Ëngelsen  noch  trefielyck  met  realen 
ende  silver  voorsien  syn ,  ten  anderen  soo  en  isser  (onses  oordeels) 
voor  Batavia's  progres  geens  schadelycker  studt  als  Bantbams  openingOi 


Digitized  by 


Google 


104 

tensy  de  oonditien  Tan  aocordt  vry  f  onsen  voordeele  conden  gesti- 
pnleert  werden,  daertoe  alsnoch  weynich  apparentie  is. 

Wg  twyfelen  seer  off  Bantham  met  den  Hattaram  niet  eens  sy , 
alsoo  syne  gesanten  seer  naer  't  hele  Ooetermonson  in  Gheribon  ge- 
legen hebben,  onder  pretext  dat  sy  tegen  haeren  danok  daer  gede- 
tineert  wierden. 

De  Coning  van  Palembang  heeft  mede  een  Ambassade  aen  den 
Hattaram  gesonden,  met  seven  oliphanten  ende  andere  geschenken , 
tot  wat  intentie  is  niet  seecker,  naer  de  geruchten  loopen,  sonde 
den  Palembander  aen  den  Hattaram  syne  assistentie  geboden  en 
gCToirdert  hebben,  om  Bantham  gesamenderhandt  aen  te  tasten. 

Alle  dese  besendingen  souden  wel  heel  contrarye  en  op  eene 
santa  ligua  tegen  Batavia  mogen  aengeleyt  sQn ,  ende  dat  al  van 
langer  hant  ten  tyde  van  der  Engelsen  residentie  op  Lagundi,  alsoo 
wy  verstaen,  den  broeder  van  den  gouverneur  van  Japara  en  een 
grootmeester  van  Bantham  in  legatie  op  voorsz.  eylandt  aen  haer 
gesonden  syn  geweest,  tot  wjit  eynde  staet  noch  te  raeden,  te  meer 
oock  omdat  met  de  jongste  brieven  van  Siam  tydinge  becomen  heb- 
ben, hoe  't  voorleden  Ooster  Mouson  de  mare  daer  sterck  geloopen 
hadde  en  oock  by  den  Coningh,  de  groeten  ende  gemeene  man  voor- 
seecker  gehouden  wiert,  dat  de  Hattaram  en  die  van  Bantham, 
Batavia  afgeloopen  hadden,  welke  tydinge  in  Chiam  soo  aengenoo- 
men  was,  dat  men  d'onse  aldaer  met  de  neck  begon  aen  te  sien  en 
credit  te  weygeren ,  ...  tot  dat  't  wapen  van  Enchuysen  met 
capitael  en  beter  tydinge  daer  arriveerde,  jae  de  porlugeesen  in 
Chiam  brandeden  over  dese  tydinge  victorie  en  luydeden  publycke- 
lyck  haer  clocken,  dese  selve  lught  is  almede  op  gelycken  tyt  tot 
Atchin  en  verscheyden  andere  omliggende  quartieren  gevloogen ,  jae 
oock  tot  op  de  custe  Choromandel  toe,  't  schynt  de  myne  voor  den 
tyt  moet  geëventeert  wesen  en  dat  haeren  poff  meer  van  verre  ge- 
hoort,  als  naeby  vernomen  is;  maer  ondertusschen,  de  geruchten 
van  Batavia's  onderganck  dus  verbreyt  wierden  was  't  selve  door 
Oodes  genade  soo  te  water  als  te  lande  in  redelycker  en  getrooster 
dispositie ,  besich  met  de  stadt  te  verbeteren ,  't  casteel  te  versterc- 
ken,  de  schepen  te  versorgen  en  scherp  de  wacht  te  houden. 

Seeckeren  Benegado,  in  Cheribon  woonachtich,  van  wiens  vrient- 
fK^hap  wy  aestime  maecken ,  gelyck  men  van  sulcken  gemeenelycken 


Digitized  by 


Google 


105 

doet,  meer  om  nyt  haren  valschen  ommegang  ende  verkeerde  rap- 
porten;  als  haren  goeden  ende  sinceren  raet  eenich  voordeel  te 
haelen,  verseeckerde  ons  omtrent  dien  tyt  by  hooch  en  by  laaeh, 
de  Mattaram  nemmer  meer  op  Batavia  iets  sonde  attenteren,  alsoo 
hy  den  Inyster  en  faem  van  syne  climmende  victorie  niet  licht  daer- 
tegen  hazarderen  soude,  jae  dat  den  Mattaram  veel  wercx  van  Ba- 
tavia maecte  en  't  selve  voor  syn  Malacca  hielde,  van  waer  syn 
gerieff  tot  allen  tyden  van  veele  behoeften  becomen  conde. 

Beyde  de  Tommagons  van  Candael  en  van  Tegal  hebben  hier 
tegenwoordich  een  deel  prauwen  met  omtrent  vyftich  last  rys  ge- 
sonden. •  .    •    .    . 

Den  Tommagon  van  Tegal  heeft  ons  in  't  secreet  doen  aenseg- 
gen,  de  Mattaram  dit  aenstaande  drooge  monson  vast  voorgenomen 
sonde  hebben  Bantham  aen  te  tasten  ende  dat  hy  en  den  Tomma- 
gon van  Candael  beyde  veltoversten  van  des  Mattarams  leger  sonden 
wesen ,  voorhebbende  mettet  leger  te  water  naar  Tanahara  te  ver- 
trecken  ende  aldaer  te  landen,  doch  dat  de  voors.  Tommagons 
en  passant  alvooren  met  weynich  volcx  tot  Batavia  sonde  comen, 
omme  met  ons  alhier  breeder  van  de  saecke  te  spreecken ,  op 
allen  't  welck  de  Tommagon  van  Tegal  ons  in  *t  secreet  doet 
affnragen,  hoe  ons  dese  zaecke  behaecht  en  wat  wy  daerop  ant- 
woorden. Off  dit  eene  Gabangsche  pitsjaringh  sy  gelyck  de  Pan- 
garans  van  Bantham  en  van  Jaccatra,  a^.  1618,  met  ons  alhier  voor 
hadden,  dan  off  't  een  ander  toets  sy,  sal  ons  den  tyt  leeren. 
Ondertnsschen  hoopen  ons,  met  Godes  hnlpe,  voor  hnnne  valsche 
practyqnen  wel  te  hoeden  en  tegen  openbaer  gewelt  in  parate  de- 
fentie  te  stellen. 

Hiervoren  enz 


Digitized  by 


Google 


106 

XVII.  De  Qonvcmenr-Gcneraal  Pieter  de  Carpestier  en 
Rade  van  Indie  aan  de  Bewindhebbers  der  gener. 
O.  I.  Comp.  (Heeren  XVII). 


Batavia  13  dec.  1626. 


Den  ouden  obstinaten  Pangoran,  Gk)nyemenr  van  Bantham,  is  in 
May  pas^<^  overieden.  Corts  voor  syn  doot,  maer  insonderhejt  daema 
syn  wy  door  seeckeren  Chinees,  met  namen  Simsuan  (een  groot 
debiteur  van  de  Comp.),  expres,  soo  hy  seyde,  van  den  Coninck 
en  de  grooten  gesonden,  (gelyck  wy  dat  buyien  twyfel  houden) 
aengesocht  geweest,  om  eene  besending  naer  Bantham  te  doen,  ons 
verseeckerende  van  des  Conings  genegentheyt  tot  vrede ;  syne  in- 
ductien  syn  soo  solide  geweest,  dat  wy  eyndelyek  daertoe  gecon- 
descendeert  hebben,  en  tot  dien  eynde  oock  in  Junio  laesüeden 
den  commandeur  Jan  WiUemsz.  Yerschoore  in  commissie  naer  Ban- 
tham gesonden  hebben,  met  alsulcken  ordre,  als  by  onse  instructie 
den  27^  gemelter  maendt  in  ons  nevensgaende  copieboeck  blyckt. 
Syn  wedervaren  tot  Bantham  staet  op  den  12  July  in  ons  dach- 
register  in  't  breede  verhaelt,  't  principale  gespreek  was  geweest 
over  den  peperprys  ende  waren  soo  nae  gecomen  tot  op  2}  B.  de 
saek,  hoewel  wy  volgens  onse  instructie  tot  soo  hoc^n  prys  geen 
absolute  last  gegeven  hadden. 

Omme  buyten  kennisse  van  d'Engelsen  (als  synde  in  d'oncosten 
van  Banthams  besettinge  implicabel  en  dienvolgende  oock  jouissabel 
van  den  handel)  niet  dieper  in  de  saecke  van  Bantham  te  treden, 
vonden  geraden  haer  van  de  voorgevallene  openinge  te  doen,  mits- 
gaders van  haer  te  vernemen  hoe  sy  verstonden  men  voorts  hierinne 

behoorde  te  handelen maer  sylieden,  naer  't  schynt 

van  deselve  sieckte  als  wy  bevangen  synde,  uamentlyck  met  schaers- 
heyt  van  geit,  gelieten  haer  in  't  eerste  tot  de  saecke  niet  als  te 
graech,  condescendeerden  eyndelingh  tot  2^  R.  de  sack,  tollen  en 

oncosten  daerinne  begrepen Op  dese  goetvindinge 

vertrock  Verschoore  andermael  den  17«  July  naer  Bantham,  weten- 
schap naer  lant  seyndende,  hoe  daer  weder  gecomen  was,  omme 


Digitized  by 


Google 


107 

den  peper  ten  besproocken  pryse  yan  2j-  R.  fontfangen,  doch  tolvry; 
waerover  weder  haspelinge  rees,  alsoo  d'eene  den  tol  bnyten  en 
d'ander  binnen  gemeent  hadde.  Invoege  de  saeeke  weder  wat  ateec- 
ken  bleef  tot  den  28«  Julij,  als  wanneer  voor  de  derdemael  weder 
een  besendinge  naer  Bantham  gedaen  wierdt  om  't  goet  incept  te 
vervolgen  en  te  sien  off  men  t'misverstant  sonde  connen  accomoderen; 
maer  daer  is  niet  vmchtbaers  opgevolcht 

'T  sedert  is  hier  van  Bantham  de  voors.  Simsnan  in  november 
laestleden  voor  de  jongste  reyse  weder  verschenen  en  naer  desselfs 
rapport  was  Bantham  nn  sooverre  gecomen,  dat  tot  gemelte  prys  van 
2^  E.  (tol  binnen)  wel  verstaen  sonde,  soo  men  noch  eens  derwaerts 
wilde  seynden,  jae  verseeckerde  ons  hy  selfs  de  peper  aen  boort  van 
onse  scheepen  tot  dien  prys  bestellen  sonde  y  soo  men  maer  geldt  der- 
waerts sond.  Hierop  hebben  goetgeironden  om  Bantam  niet  al  te 
lang  te  traineren  en  al  te  onverdnldich  te  maecken,  den  2^  deser 
derwaerts  te  senden  't  jacht  Medemblick  met  eenige  comptanten  om 
te  sien  wat  daerop  volgen  wil.  Wy  laten  ons  voorstaen  soo  de 
mymte  van  geit  hadden,  (gelyck  wy  Qodt  beter't  niet  en  hebben), 
dat  een  notabelen  voortreck  nyt  Bantam  tot  gemelten  pryse  van  2^ 

reael  de  sack  ende  mogelyck  minder sonden  gehaelt 

hebben 

Dit  jaer  is  de  Mattaram  te  velde  niet  geweest,  eensdeels  (soo  't 
schynt)  door  de  groote  consnmptien  van  syn  volck  in  de  voorgaende 
expeditien  van  Snrabaya  ende  Madnra ,  maer  insonderheyt  door 
d'eztraordinar^  siecte  ende  sterfte,  daermede  nn  Java  eenigen  tyt 
herwarts  dapper  is  besocht  geweest,  soodat  op  veele  plaetsen  de 
twee  derdeparten  van  't  volck  wel  wechgenomen  syn,  door  welcke 
groote  sterfte,  gelyck  mede  door  dien  den  Mattaram  't  meeste  volck 
van  alle  canten  tot  hem  trect  en  in  syne  bysondere  groote  wercken 
te  landewaert  in,  besich  hont  ende  consumeert,  de  lantbonwery 
seer  affgenomen  is  en  veele  rystrycke  plaetsen  in  vorige  tyden, 
tegenwoordich  gants  desolaet  liggen,  soodat  oock  weinich  rys  nyt 
des  Mattarams  gebiet  vervoert  wert,  schaers  drye  hondert  lasten 
rys  hebben  in  dit  jaer  van  daer  becomen,  in  Jappara  ende  ver- 
scheydene  andere  seeplaetsen  van  Java  is  de  rys  doorgaans  dierder 
als  in  Batavia  geweest  en  noch  blyfl;.  'T  schynt  hy  't  expres  daer- 
op aenlegt  syn  ondersaten  miserabel  ende  arm  te  honden,  om  des 


Digitized  by 


Google 


108 

te  beter  ende  verseeckerder  meester  van  gyne  geusmpeerde  heer- 
schappije  te  blyven,  gelyck  als  dat  meest  een  generaele  staets* 
maxime  yan  alle  dese  orientisehe  monarchen  schynt  te  wesen. 

De  vehemente  motie  van  Bantham  te  beoorlogen  door  de  Tom- 
magons  van  Gandael  ende  Tegal  uyt  des  Mattanuns  name  aen  ons 
voor  desen  gedaen ,  van  welcke  wy  UEd.  by  onse  voorgaende  ge- 
advyseert  hebben,  is  dit  jaer  soo  nrgent  niet  geweest  ende  dat,  soo 
wy  meenen,  om  voorverhaelde  redenen;  die  van  Candal  begint  temet 
weder  een  toets  te  doen,  onlangs  heeft  hy  ons  door  twee  distincte 
besendingen  onder  anderen  laten  weten,  hoe  verstaen  hadde,  die 
van  Bantham  groote  incursien  en  veel  qnaets  in  het  territorium  van 
Jaccatra  deden,  welcke  hem  ten  hoogsten  mede  raceten,  alsoo  aen 
Batavia's  welstant  (soo  hem  geliet)  sjrn  welvaren  mede  dependeer- 
de ,  ons  derhalve  presenterende  met  twee  k  drye  hondert  van  syn 
volck  off  meer  t'assisteeren  om  ons  landt  tegen  die  van  Bantham  te 
helpen  beschermen;  doch  dat  sulcx  uyt  syn  selven  niet  doen  dorste, 
maer  men  moest  het  eerst  van  den  Mattaram  versoecken ,  't  en  soude 
ons  niet  geweygert  werden;  wegen  dese  syne  sorchvuldicheyt  ende 
liberaele  presentatie  hebben  hem  vriendelyck  doen  bedancken  ende 
met  eenen  beleefdelycken  laten  weten ,  wy  door  Godes  genade  noch 
bestant  waren  ons  selven  te  mainteneren  ende  als  de  noodt  ver- 
eyschte  souden  hem  als  een  vrient  ende  goetgunder  van  Batavia's 
welstant  niet  voorbygaen. 

De  Mattaram,  naer  verstaen,  acht  het  voor  een  lichte  saecke 
Bantham  te  subjugeren,  soo  maer  verseeckert  waere,  wy  ons  met 
de  saecke  niet  souden  bemoeijen  ende  soolange  sich  daerop  niet  vast 
verlaten  mach ,  sal  hy  (onses  oordeels)  niet  licht  tegen  Bantam  yets 
onderwinden  ende  om  hem  meester  van  Bantham  te  helpen  maeken 
is  gants  niet  geraden ,  want  Batavia  niet  dan  te  potenter  ende  dien- 
volgende  te  sorgelycker  nabuur  soude  becomen,  derhalven  sal  hier 
inne  voorsichtelyck  dienen  gehandelt  te  werden ,  soo  omme  des  Mat- 
tarams  vrientschap,  mitsgaders  Bantham  in  staet  te  mainteneren. 

In  augusto  pasf  hadden  wy  eene  besendinge  aen  den  Mattaram 
voorgenomen  door  onsen  expresse  gesant  van  hier  met  brieven  van 
complimenten  ende  voordere  dachten  van  't  gepasseerde  in  Japara 
nevens  eene  vereeringe  tot  de  weerdye  van  omtrent  duysent  Realen 
van  achten;  dienvolgende  is  den  voorschreven  gesant  den  22^  ge- 


Digitized  by 


Google 


109 

melter  maent  met  't  jacht  Cotchin  naer  Tegal  vertrocken  ende  al- 
daer  oock  wel  gearri veert;  maer  den  Tommagon  maecte  swaricheyt^ 
omme  hem  met  soo  een  soobere  schenckagie  ende  qnalyek  ingestel- 
den  brief,  soo  hy  seyde,  voor  den  Mattaram  te  convoyeren,  alsoo 
(na  8yn  seggen)  de  tytels  van  haere  Maj'.  niet  hoogh  genouch  ver- 
heven ende  wy  ons  niet  laegh  genonch  vernedert  hadden,  hoewel 
wy  daerinne  de  maniere  van  drie  voorgaende  besendingen  achter- 
volght  hadden.  Soo  is  dan  onsen  gesandt  wel  gebodtmnylt  onver- 
richter saecke  den  21*?  september  weder  terugge  gekeerd,  met  een 
voorgeschreven  modelle  hoe  men  voortaen  de  tytels  van  de  Mattaram 
in  de  brieven,  mitsgaders  onse  nedericheyt  formeren  soude,  ons 
onder  anderen  by  gemelt  geschrift  geinjungeert  werdende,  dat  wy 
ons  selven  des  Mattarams  aldergeringste  onderdanen  ende  slaven 
in  onse  brieven  noemen  ende  voorts  met  een  treffelycker  vereeringe 
als  dese  was,  voor  hem  verschynen  moesten  ende  alsoo  wy  hiertoe 
niet  wel  conden  verstaen ,  is  de  saecke  daerby  blyven  berusten ,  't 
welck  den  Tommagon  siende  vast  bode  op  bode  om  onsen  ge- 
sandt is  seyndende ,  hem  gelatende  alsof  den  Mattaram  over  dese 
eyn  doen,  seer  gestoort  was;  wy  vinden  echter  niet  goet  ons  hierinne 
te  verhaesten ,  noch  oock  niet  t'eenemael  de  besendinge  te  schor- 
ten ,  maer  desnlcke  soo  wat  in  te  sien ,  om  ondertusschen  terdegen 
te  vernemen  off  dit  van  den  Tommagon  alleen  off  door  expresse  last 
van  den  hoove  alsoo  besteecken  sy. 

In  November  1625  seecker  jacht  van  de  vrye  lieden ,  met  name 
Cleen  Amemnyden,  van  hier  met  rys  geladen,  innewaerts  gedesti- 
neert  ende  Japara  aengeloopen  om  en  passant  oock  eenige  minutalies 
(sic)  aldaer  op  te  coopen  ,  door  des  schippers  onvoorzichticheyt 
omtrent  Japara  aen  de  grond  geraect  synde ;  doch  soo  hoogh  niet 
off  soude  met  lichten  daer  wel  affgeraect  hebben,  is  by  die  van 
Japara,  semblant  maeckende  om  't  jacht  te  willen  assisteeren,  over- 
vallen, 't  volck  gevangen,  't  goet  gelost,  't  jacht  schadeloos  ver- 
laten en  onder  tytel  dat  het  gestrant  was  verbeurt  gemaect,  naer 
dat  ons  volck  een  tyd  lang  in  groote  aimoede  en  seer  smaedelyck 
aen  landt  in  hechtenisse  aldus  gedetineert  waren  geweest  ende  hare 
cost  met  bedelen  hadden  moeten  opsoecken,  begaven  hun  eenige 
van  mistroosticheyt  op  de  vlucht  na  seeckere  joncke,  doen  der  tyt 
daer  op  de  rheede  leggende,  toecomende  onse  vryelieden  van  Am- 

Digitized  by  VjOOQ IC 


110 

boina  y  'twelck  de  Javanen  yernomen  hebbende ,  de  voorsz.  Joncke 
mede  met  geweldt  aengehaelt  en  gelyek  als  't  jacht  verbenrt  ge- 
maect  y  'twelck  daeraff  gelicht  ende  neffens  d'anderen  op  eenen  cam 
geschoren  hebben,   coppelende   deselve   twee   ende  twee   aen  den 

anderen. Van  dit  snoode  tractement  meenden  wy 

door  gemelten  gesanth  ons  beclach  voor  den  Mattaram  gedaen  te 
hebben ,  dan  't  schynt  die  van  Tegal  tselve  by  voorverhaeldc  middel 
heeft  gesocht  te  prevenieren,  alsoo  verstaen  een  groot  vriendt  van 
den  Gk)nvemear  van  Japara  te  wesen,  waerQver  ons  aen  den  Tom- 
magon  van  Candael  geaddresseert  en  hem  ons  wedervaren  in  Tegal 
gecommnniceert  hebben.  Wy  meenen  dat  ons  eerlang  synen  dienst 
presenteren  sal,  om  onsen  gesandt  voor  den  Mattaram  te  convoyeren; 
maer  soo  hy  mede  't  doente  van  die  van  Japara  soect  te  verheelen 
en  dat  ons  dienvolgende  t'acces  voor  den  Mattaram  aen  alle  canten 
geconpeert,  of  oock  geen  refactie  by  den  gonvemenr  van  Japara 
gedaen  wert,  sullen  het  alsoo  tot  beter  gelegenheyt  moeten  aensien, 
vertrouwende  ons  nimmermeer  occasie  tot  compensabele  revenge  ont* 
breecken  sal. 
Met  Batavia  gaet  het,  Godt  loff,  noch  weL  enz 

In  't  Gasteel  Batavia  adij  13'"  december  a*  1626. 


XVni.  De  (Jouvemeur-Generael  Pieter  de  Carpentier 
aan  de  Bewindhebbers  der  gen.  O.  I.  Gomp. 
(Heeren  XVII). 


Batavia  26  december  1626. 

Gomende  nu  tot  antwoorde  van  UEd.  generaele  missive,  in  dato 
15  April  1626',  dient  daerop  in  't  corte,  enz 

Dat  by  sommige  uwer  Ed.  dienaren  de  middelen  van  de  Gomp*. 

Digitized  by  VjOOQ IC 


111 

niet  al  te  trouwe  gemanieert  werden ,  gelooven  wy  wel ,  't  i»  onfl 
mede  ten  hoogsten  leet ,  ende  UEd.  hebben  groot  gelyck  daerover 
misnoecht  te  wesen,  geen  debvoiren  werden  by  ons  gespaert  om 
Bulcke  misbmycken  sooveel  mogelyck  te  weren,  waerinne  wij  ona, 
sooveele  ons  aengaet,  nae  vermogen  ende  conscientie  hoopen  ge- 
qaeten  te  hebben.  Seer  wel  hebben  UEd.  gedaen  soo  goeden  ordre 
op  't  gouTemement  van  India  beraemt  ende  sooveele  geqnalificeerde 
persoenen ,  gelyck  UEd.  schrijven  herrewaerts  gesonden  ,  gelyek 
mede  soo  ampelen  ende  precise  instructie  voor  de  commissarissen 
tot  visite  van  UEd.  ommeslach  in  India  gegeven  te  hebben.  Soo 
haest  mogelyck  is,  sullen  niet  naerlaten  UEd.  goede  intentie  desen 
aengaende  in  werck  te  stellen  ^ 


1.  In  de  nitg  Missive  der  HH.  XVII ,  dd.  15  AprU  1626 ,  naar  Indie ,  leest 
men  o.  a.  de  navolgende  « order  op  't  Goaveruement  generl.  van  India  • :  » Alsoo 
ons  aen  de  goede  ende  trouwe  directie  van  eerlycke  ende  beqname  personen  in  d'op- 
perste  direetie  ten  hoochste  aengelegen  is  ende  dat  wy  bjr  afsterven  ofte  Yoranderinge 
van  sommigen ,  indien  onvoorsien  blyvende  (waren)  de  Generale  Comp.  d'nyterste 
ruine  sonde  staen  te  verwachten ;  mitsgaders  omme  veel  abnyseo  en  cxc^sen  te  reme* 
dieren ,  die  metter  tyt  ingedropcn  syn ,  soo  hebben  wy  daeromme  en  om  andere  re- 
denen goetgevonden  in  ernstige  consideratie  te  nemen »  de  maniere  van  't  Goaveme- 
ment  ende  dienaengaende  te  verordonneren  sooals  volcht,  te  weten :  Dat  voortaen  de 
étaet  van  Indien  sal  worden  geregeert  by  ééne»  Gouverneur  Generael  en  de  achi  ordi' 
nariête  Raden,  waarvan  vier  Kaden  altyt  by  den  persoon  van  den  heer  generad 
sullen  ^n  ende  blyven,  haren  behoorlycken  tyt  ende  d'aodere  vier  sullen  gebmyct 
werden  in  de  voornaemste  particuliere  gouvernementen 

Den  Gouv.  Genl.  ende  de  permanente  raden  werden  by  ons  mits  desen  geanthori- 
seert  omme  te  versien  ende  besetten  de  gouvernementen,  direeteurs  ende  présidente 
ampten  over   alle   qoartieren  van  Indien  tot  meeste  nut,  oirboir  ende  dienst  van  de 

generL   Comp* Opdat   oock  de  Indien  met  te  meer  gequaMceerde 

persoenen  blyven  versien ,  ende  den  raedt  middel  hebbe  by  versterf  ofte  verandering , 
om  haar  compleet  te  honden  en  alle  importante  saken  waer  te  leuen,  soo  hehbea 
wy  noch  noodich  gevonden  te  creëren  twee  extraordmaru  raden  vam  Indien ,  die  in 
de  plaetse  der  acht  ordioarisse  vacant  werdende,  sollen  by  order  sueoederen  en  werden 
aengenomen  en  ondertnsschen  werden  gebmyct  ter  dispositie  van  den  Gouverneur 
GeorL  ende .  radm  tot  importante  commandementen ,  minder  gouvernementen ,  direc- 
teurs en  presidents  ampten,  daer  en  sulcx  noodich  sal  wesen ende 

vermits  by  dagelycxe  experientie  ende  goet  onderricht  maer  al  te  veel  kennelyck 
wert  de  onachtsaemheyt,  verqdstingh ,  fauten ,  excessen ,  ja  de  ontrouwe  van  veelen  .  • 
Soo  is  't,  dat  wy  daeronune  goet  ende  feenemaeldienstich  gevonden  hebben,  daerenbovea 
noch  te  creëren  twee  commissaritsen  die  by  den  GG.  ende  den  Raedt  opgesocht  ende 
gest.lt  sullen  worden  Ujrt  de  eerlykste  en  bequaemste  en  suffisantste  personen,  aldaer 
in  Indie  s^nde,  omme  te  wesen  als  vititafeurs  van  allo  gouvernementen,  direetien 
rade  eomptoireQ  vsn  Indien, »  ens. 


Digitized  by 


Google 


112 

Dat  eenige  weinige  Compt.  dienaers  tot  verbeteringhe  van  de 
tedere  Republycke  van  Batavia,  meer  door  enckelen  yver  als  insigt 
van  eenige  benefitie  uyt  haere  verdiende  gagien,  d'aenbouw  in  de 
stadt  gevoordert  hebben,  is  waer,  ende  by  d'Ëd.  Heer  Generael 
Coen  was  ooek  aen  deselve  prickel  en  de  speciale  licentie  daertoe 
verleendt,  gelyck  UEd.  by  copie  van  nevensg.  acte  sien  mogen. 
Doch  sommige  hebben  haer  om  met  soo  eene  schadelycke  moeyte 
niet  meer  geëmbroniUeert  te  syn,  lange  voor  desen  daervan  ontlast 
ende  dewyle  UEd.  snlcx  reprocheren  ende  oock  niet  goetvinden  te 
gedoogen,  sollen  't  voortaen  aen  eenloopende  Comp*.  dienaers  niet 
meer  toestaen,  daer  aen  haer  nochtans  (onses  oordeels)  geen  schaede 
ende  den  staet  van  Batavia  geen  voortsettingh  sal  gedyen. 

Ondertusschen  aen  getroawde  lieden  donct  ons  (onder  correctie) 
onaengesien  in  UEd.  dienst  mochten  wesen,  sulcx  in  reden  niet 
behoorde  geweygert  te  werden,  hoe  UEd.  de  saecke  verstaen,  snllen 
van  daer  verwachten,  ende  middelertyt  tot  voorderinghe  ende  wel 
stant  van  Batavia  den  getronden  (insonderheyt  die  geen  maniance 
van  Comp.".  middelen  in  handen  hebben)  daerdoor  sy  in  sospitie  van 
ontrouw  souden  mogen  comen  d'aenbouw  by  provisie  toestaen,  welck 
noch  soober  genouch  voortgaet  QoAi  gave  datter  maer  wat  meer 
waren.  Wy  twyfelen  niet ,  indien  de  rapporten  van  eenige  ongeruste 
geesten  soo  benigne  waren  geweest,  als  de  saecke  hier  ten  rechte 
gemeent  en  indien  onse  toesight  ten  beste  van  de  Comp«.  sooveel 
vertrouwtheyt  by  UEd.  had  gemeriteert ,  dat  UEd.  dese  zaecke  soo 
hooge  niet  genomen ,  maer  ter  contrarie  selfs  de  hant  souden  ge 
boden  hebben.  Als  't  gelegen  comt ,  hoopen  wy  UEd.  te  verthoonen , 
dat  sulcx  niet  alleen  buyten  simpele  prejuditie  van  de  Comp.  wel 
geschieden  can ;  maer  selfiGs  grootelycx  't  leven ,  welvaeren  ende 
incompsten  deser  steede  helpt  voortsetten. 

Tot  voorderinge  van  de  noodwendige  cocusplantagie  ende  gants 
dienstige  aenbouw  van  thuynen,  siende  de  traecheyt  en  scrupule 
van  den  gemeenen  man  syn  desen  voorleden  soomer  (principa- 
lyc  om  in  desen  slappen  tyt  almede  leven  onder  d'aime  ge- 
meente t'onderhouden  ende  om  veele  behoeften  uyt  des  Mattarams 
lant  te  mogen  derven)  op  den  naem  van  sommige  uwer  Ed.  die- 
naeren,  eenige  woeste  'perceelen  lants  buyten  de  stadt,  langs  de 
rivierkant  onder  den  bouw  gebragt,  waerdoor  verscheyden  uyt  de 


Digitized  by 


Google 


113 

borgerye  geanimeert  syn  geworden,  om  mede  wat  te  doen,  aoo- 
danich  dat  omtrent  een  nyre  gaens  van  de  stadt,  aen  wedersyden 
van  de  revier,  veele  deserte  plaetsen  onder  goede  enltnre  geraect 
ende  onder  anderen  meer  als  12  m.  cocnsboomen  aengeplant  bjtl  Om 
üEd.  misnoegen  hierover  mede  niet  t'incnrreren  off  de  saecke  anders 
by  UEd.  verstaen  wierd,  als  onsen  yver  ten  gemeenenbeste ,  mey- 
nende  wel  te  doen,  goet  is  geweest,  snllen  het  daermede  liever 
aensien  gelyck  als  met  d'aenbonw  van  hnysen  voorgenomen  hebben 
te  doen,  ende  t'een  en  t'ander  daerbnyten  evenwel  naer  vermogen 
sien  te  voorderen,  ondertusschen  gelieven  UEd.  vryelyckte  geloo- 
ven,  dat  den  3rver  tot  weldoen  ende  t'  gemeenebeste  voort  te  setten, 
meer  tot  notoir  nadeel  als  profyt  van  d'aenleggers  soude  gedyen, 
indien  sy  haer  op  beter  ende  billicker  consideratien  van  UEd.  selfis 
niet  verlieten  ende  oock  niet  vertronden  in  plaetse  van  onverdienden 
ondanek  eere  by  UEd.  te  behaelen,  niet  twyfelende  of  UEd.  sollen 
op  beter  informatie,  oock  beter  genoegen  van  de  saecke  hebbén, 
want  alles  doch  maer  ten  besten  geschiet  is  ende  sal  meer  een  heyl- 
saame  voortgangh  als  't  eygen  baetsncht  bevonden  werden. 

&c. 

Hiernevens  gaet  t  cassa  boeck  van  de  Oenerale  Incompsten  deses 
Bycx  Batavia,  bywelcke  UEd.  sien  connen,  hoe  deselve  inden  tyt 
van  twaelf  maenden  t'  sedert  January  1626  tot  nlt"*  december  mon- 
teren aen  de  cant  van  f244  duizend;  synde  niettegenstaende  den 
dooden  tyt  ende  slappen  toevoer  nyt  des  Mattarams  lant  evenwel 
omtrent  20  dnysent  gis.  meer  als  tvoorleden  jaer  aengewasseni  welck 
Godt  geve  van  jaer  op  jaer  soo  toenemen  ende  beteren  mach. 


V.  8 

Digitized  by  LjOOQ IC 


lU 

XIX.  De  (Jonvemeur-Grenerail  Jan  Pietersz.  Coen  ^  en 
Rade  van  Indie  aan  de  Bewindhebbers  der  Oen. 
O.  L  Comp.  (Heeren  XVH). 


Batavia,  9  November  1627. 

Onsen  jongsten  enz 

Dese  somer  heeft  sich  de  Mattaram  gants  stil  gebonden ,  tot  dat 
nn  onlangs  de  Coninck  van  Pati,  een  dach  reijsens  aehter  Japare 
gelegen,  sich  tegen  hem  geopposeert  heeft,  soodaenich  dat  de  Matta- 
ram genootsaect  is  geworden  selfs  in  persoon  met  een  goede  macht, 
die  van  Pati  te  gemoedt  te  gaen,  hebbende  den  anderen  omtrent  een 
maent  geleden  slach  gelevert,  alwaer  de  Mattaram  de  victorie  be- 
houden ende  gants  Pati  in  sQn  geweldt  becomen  heeft,  van  de  ge- 
blevene  aen  wedersijdèn  werdt  seer  divers  gesproocken,  alsoo  dat 
daer  niet  seeckers  van  te  schrijven  is. 

Nae  Balabonang,  gelegen  aen  d'oostsijde  van  Java,  heeft  hi)  dit 
jaer  niet  getaelt.  Van  Bantam  te  beoorlogen  werdt  geene  motie 
meer  gedaen ;  't  schijnt  Batavia  hem  al  te  groeten  scheijtmner  is , 
insonderheijt  te  water ;  't  hert  is  te  hooch  om  passagie  te  versoncken 
ende  met  gewelt  slet  daertoe  geen  remedie ;  te  lande  valt  het  al 
te  verre,  behalve  dat  het  niet  dan  deserte,  berghachtige  ende  ma- 
rescagiense  passagien  verleent,  sulcx  dat  Bantam  sonder  onse  be- 
williging geen  oft  wei)nich  perryckel,  onses  oordeels,  van  den  Mat- 
taram onderworpen  is  ende  Battavia  naest  Godt  noch  veel  min, 
insonderheijt  als  Y  Ed.  haeren  staet  in  India  continneeren  jaerlgcx 
nae  behooren  de  handt  te  bieden. 

Door  d'inlandtschen  oorloge  ende  groote  sterffte  is  Java  onder  des 
Mattarams  gebiedt  vrij  wat  van  volck  gedesoleert,  waerdoor  oock 
verscheQden  goede  handelplaetsen,  aen  de  zeestrandt  gelegen,  ver- 
laten, den  landtbonw  vervallen  ende  de  meeste  part  van  d'overige 
menschen  tot  groote  armoede  gerednceert  zijn,  soodat  de  negotie 
uijt  des  Mattarams  landt  dit  jaer  almede  weijnich  beschoten  heeft , 
hebbende  tsedert  January  in  den  tyt  van  thien  maenden  van  daer 


1.    Zie  hierboven ,  blads.  18  en  Tolg.  n«.  III  en  IV  der  gedr.  etnkkec* 

/Google 


Digitized  by  ^ 


115 

-  tot  Batavia  becomen  niet  meer  als  stijff  600  lasten  ifs ,  ende  voorts 
eenige  toevoer  van  andere  beboeten,  goede  partje  gondt  ende  silver 
is  dit  jaer  van  daer  gebracbt ,  twelck  een  wis  teijcken  is  van  groote 
verarming  ende  dat  de  vrachten  vant  landt  de  gereqnireerde  be- 
hoeften van  buiten  nijet  opwegen  mogen. 

Bg  gebreck  van  cleeden,  daerinne  Oodt  betert  alhier  te  Batavia 
meest  tgeheele  jaer  door  geseten  hebben,  is  den  handel  slap  ende 
sgn  de  profijten  consequentel9<ik  ook  soo  voor  de  Compagnie  als  de 
bm^erge  sober  geweest.  Om  niettemin  in  dese  slechte  coi^uncture 
d'onvermogene  ingesetenen  in  gestadige  motie  ende  bnijten  necessiteit 
te  honden .  syn  wederom  geiyck  de  vorige  jaren  eenige  pnblycqne 
werken  onderhanden  genomen  geweest,  waermede  d'ordinary  lasten 
bngten  beswaring  gestelt  ende  daer  beneffens  ydereen  middel  gegeven 
is  om  rgckelijck  aen  de  cost  te  comen. 

Soo  de  ses  jongstvertrockene  Chineesche  joncken  in  Ohina  behonden 
oveigecomen  sgn,  ist  gesien  dat  binnen  3^4  maenden  na  desen 
weder  een  goet  getal  alhier  verschijnen  sal ,  welcke  eene  treffelgcke 
neeringe,  veel  volcks  ende  groot  leven  medebrengen,  't  voorleden 
jaer  syn  met  vyff  joncken  over  de  twee  dnysent  Chineesen  alhier 
aengebracht ,  soo  het  dit  aenstaende  saysoen  yets  Incken  wil, 
twQffelen  niet  off  tgetal  sal  vrg  wat  meer  aendragen. 

Onaengesien  dese  slappe  tijt  sijn  evenwel  de  incompsten  van 
Battavia  dit  jaer  vrg  wat  hooger  geloopen  als  de  voorige ,  hebbende 
in  den  tyt  van  thien  maenden,  te  weeten  tsedert  Jannary  tot  primo 
November  deses  jaers  opgebracht  aen  de  cant  van  R.  lOOm. 

T  schort  in  Battavia  niet  als  aen  menichte  van  goedt  volck ,  in- 
sonderheit  aen  geschickte  Nederlandtsche  familien,  aen  wensche* 
l^cke  gelegenihegt  van  clemente  saysoenen,  van  vruchtbare  thnijnen , 
saey-  ende  weijlanden,  hont  ende  vee-rgcke  bosschen,  item  visch- 
rgcke  zee  ende  rivieren,  voorts  aen  alles  wat  tot  'slijfi  sustent 
ende  meer  noodich  is,  ontbreeckt  het  hier  niet,  al  waer't  oock  voor 
een  millioeu  menschen  om  haer  te  emeren,  soodat  YEd.  niet  eens 
besorght  hoeven  te  wesen ,  datter  te  vele  volcks  van  Nederlandt  kan 
gesonden  werden.  'T  ware  maer  te  wenschen  dat  nyt  de  Qennieerde 
Provintien  vele  benaude  ende  benoodichde  herten  die  daer  aen  de 
cost  niet  connen  geraecken ,  ende  den  anderen  in  de  weegh  sfln , 
wat  beter  geanimeert  ende  geindnceert  mochten  worden  om  haer 


Digitized  by 


Google 


in  VEd.  colonien  naer  Indien  te  begeven,  tsonde  de  landen  aldaer. 
(onder  correctie)  van  groote  armoede  ontlasten  ende  den  staedt  van 
India  dapper  avanceren. 

'T  casteel  Battavia  ligt  in  sgn  vier  pnncten  met  goede  aerde 
gordijnen  gesloten,  nytgesondert  aen  de  zeecant  met  een  stercke 
honte  pallissade,  alwaer  't  voornemen  is  met  den  eersten  een  goet 
sterck  steenen  huys  van  d'een  ponct  tot  d'ander  te  trecken  van 
twee  verdiepingen  hoogh ,  boven  plat.  De  punct  Robyn  is  massfltf 
met  aerde  opgevnlt  van  een  hoochde  ende  circomferentie  als  den 
Diamant,  ende  in  calck  en  steen  opgetrocken  tot  onder  de  borst- 
wering, welcke  binnen  een  maent  k  2  mede  in  effect  hoopen  te 
brengen.  Beijde  de  zeebolwercken  leggen  alleen  in  aerde  met  op- 
gezette sooden,  leeger  ende  van  minder  ommevangh  als  de  twee 
landtpnncten ,  welke  tsijner  tyt  almede  in  steen  snllen  dienen  op- 
getrokken ,  gelyck  oock  de  gardijnen ,  doch  eer  daertoe  comen,  sullen 
alvoren  tgeproiecteerde  groote  huijs  aen  de  zeecant  ende  dan  nog 
eenige  andere  packhaijsen  ende  commoditeijten  binnen  't  fort  ge- 
maeckt  dienen,  alsoo  tegenwoordich  van  packhnijsen  ende  logiemen- 
ten  vrij  wat  sober,  nae  den  grooten  ommeslach  versien  sijn. 

De  versterckinge  van  de  stadt  aan  d'oostsijde  is,  Godt  loff,  dese 
somer  voltrocken,  geslooten  synde  vant  casteelsgracht  aff  tot  op  de 
groote  rivier  znytwaerts  op ,  met  een  doorgaende  eerde  wal  ende  een 
goede  gracht ,  soodat  van  die  kant  geen  ommesien  meer  is ,  de 
stadt  van  binnen,  te  weeten  tusschen  de  groote  rivier  ende  gemelte 
wall,  is  mede  van  straten,  bnrch wallen  ende  grachten  nae  behooren 
ende  tot  groot  gerieff  van  d'inhabitanten  gefatsoeneert.  Vant  stadt- 
huis is  d'eerste  verdiepinge  volmaeckt,  boven  pladt,  leek-  ende 
brantvrij  ,  waermede  de  burgery  haer  noch  lange  jaren  sullen  connen 
behelpen ,  tot  dat  eens  de  couragie  becomen  om  't  bovenwerk  mede 
te  voltrecken.  Ende  dewijle  aengaende  pnblycque  wercken  aen  dese 
kant  niet  meer  resteert,  is  de  meeninge  toecommende  drooge  tijt 
d'uijtlegh  van  de  stadt  aen  d'oversyde  bij  westen  de  riviere  voor  te 
nemen,  ende  die  vooreerst  tot  bevrydinge  met  eene  goede  gracht 
te  omsingelen,  ende  dan  voorts  nae  tyts  gelegentheyt,  vermogen 
ende  aenwasch  van  de  borgery  met  binnenwercken  t'accommodeeren. 

Niettegenstaende  Bantams  langdnerige  obstinaetheyt  door  hooge 
nootdwang  van  selfs  vry  wat  verbroocken  zy ,  houdt  sich  evenwel 


Digitized  by 


Google 


117 

noch  abstrackt  ende  geslooten  gelgck  voordesen,  aUeene  gedoochtde 
peper  door  Chineesen  aytgevoert  ende  tot  Battavia  gebracht  werde , 
sonder  dat  de  Javanen  van  Bantam  haer  daermede  bemoeien,  haer 
noch  houdende  als  onversoende  vijanden;  onse  schepen  honden  naer 
onder  gewoonte  de  reede  van  Bantam  noch  beset  om  den  toevoer 
ende  commercie  van  bug  ten  van  daer  te  diverteren  j  soolange  tot  geen 
solemneel  verdrach  met  Bantam  gecomen  sQn.  De  lasten  van  Ban- 
tams  besetting  tsedert  de  jongst  overgesonden  reeckening  monteren 
van  December  1626  tot  nltimo  September  1627,  volgens  neffens- 
gaende  bew^s  /*  25618:5: —  welck  wij  alsoo  continueren  snllenVEd. 
van  tgt  tot  tgt  toe  te  seijnden  om  YEd.  soo  tegen  d'Ëngelschen  als 
andere  daer  't  van  noode  werdt  te  mogen  dienen. 

Dit  jaer  sijn  door  de  Chineesen  van  Bantam  te  Battavia  aenge- 
bracht  aen  de  kant  van  vijff  en  dertich  dnysent  sacken  peper ,  waer- 
van  de  Comp*'.  styff  20  m. ,  de  Chineesche  joncquen  8  m.  ende  d'Bn- 
gelsche  6  m.  getrocken  hebben ,  ende  naer  men  ons  bericht ,  resteren 
noch  in  Bantam  niet  veel  meer  als  15  m.  sacken ,  welcke  soo  den 
toevoer  vervolgt  in  corten  tljt  mede  verhoopen  te  becomen ,  dus  is 
't  hoogh  gemoedt  van  den  Coninck  van  Bantam  met  verdneren  ende 
stilsitten  van  selfs  gevallen ,  naerdat  alvorens  sijne  principaelste 
schatten  van  gondt  ende  silver  in  armoede  geconsumeert  hadde  ende 
tot  d'uyterste  behoefticheijt  gereduceert  was. 

Het  vervolch  enz. 

Onlangs  geleden  hebben  ons  d'Engelschen  bij  twee  distincte  aen- 
spraecken  te  kennen  gegeven,  hoe  sij  van  haeren  Coninck  en  d'Ën- 
gelsche  Compagnie  expresse  last  becomen  hadden ,  omme  den  handel 
tot  Bantam  alleen  te  gaen  ondersoucken ,  daerby  noch  voegende  dat 
om  geenige  consideratien  ter  contrarien  soo  stricten  mandement  son- 
den  vermogen  nae  te  laeten,  alwaert  oock  haer  leven  daeraen  de- 
pendeerde. Ende  alsoo  volgens  hun  seggen  voorgenomen  hadden 
drge  schepen,  te  weten  Den  Manrits,  Christoffel  ende  den  Oeagle, 
dit  jaer  noch  naer  Engelandt  te  seijnden,  ende  dat  hun  tot  affla- 
dinge  derselver  noch  partye  peper  quam  te  gebreecken ,  waeren  sij 
geresolveert  haer  eerstdaegs  naer  Bantam  te  vervoegen ,  versoeckende 
van  ons  alvoren  te  mogen  weten  off  onse  schepen  voor  Bantam  op 
de  wacht  legende ,  haer  eenige  verhinderinge  hierinne  souden  aen- 
doen  ofte  niet.    Verscheijden  ende  vele  redenen  wierden  van  onser 


Digitized  by 


Google 


118 

syden  bygebncht  om  haer  van  hun  onrechtmaticli  Toornemen  te 
diverteren  y  üb  nae  sich  sleypende  seer  prejndiciabele  gevolgen,  soowel 
voor  A'eexï  als  d'ander  Compagnie ,  voomemelydk  in  't  stnck  van  de 
peper,  welcke  door  soo  eene  gescheiden  handeling  vooreerst  tot 
hoogen  prgse  te  rgsen  stondt,  behalve  dat  de  pangoran  daerdoor 
oock  sonde  gesüjft  werden  om  niet  alleen  den  onden  exeessiven  toll 
niet  te  modereren ,  gelyck  't  ooghmerck  van  beyde  de  Compagnien 
tsedert  haer  nnie  altoos  daertoe  gestreckt  heeft,  maer  selft  oock  om 
die  noch  bet  te  beswaren ,  geiyck  die  aireede  met  de  Ohineesen  in 
trayn  gebracht  hadde,  heflbnde  tegenwoordich  eenen  toll  van  130 
realen  van  8*  van  de  100  sacken  in  plaetse  van  57  ende  f  R.  j 
welcke  in  voorige  tyden  plachten  betaelt  te  werden,  doch  die  onse 
indn^en,  soo  't  schynt,  conden  haer  van  hun  voornemen  niet  doen 
afbtaen,  maer  persisteerden  vast  daerby,  dat  si)  naer  Bantam  wil- 
den ende  moesten  gaen,  enz. 


XX.  De  Gk)uvemeur-Generael  Jan  Pietersz.  Coen  en 
Rade  van  Indie,  aan  de  Bewindhebbers  der 
Gen.  O.  I.  Comp.  (Heeren  XVH). 


Batavia,  6  Jannary  1628. 

Tsedert  onsen  jongsten ,  enz 

De  drQe  Engelsche  schepen  van  Battavia  nae  Bantam  vertreo- 
kende ,  in  plaets  van  d'ordinary  vlagge ,  die  gewendt  sijn  te  ge- 
bmycken,  hebben  een  vlagge  met  des  Conincks  waepen  van  de 
groote  stenge  laten  waepen,  qnansuijs  comende  als  Coninckigcke 
gesanten ,  ende  niet  als  ordinarie  cooplieden ;  soo  haest  voor  Bantam 
qnaemen  syn  nae  landt  gevaren  ende  is  daertegen  van  onser  sQde 
door  den  fiseael  Wyn^ens  geprotesteert  als  per  nevensgaende  acte. 

De  Ckminck  van  Bantam  selfs  quam  niet  te  voorschijn,  maer  aen 
pangwan  Oabangh  hebben  sy  overgelevert  eene  missive  van  Syne 
Mi^esteit  van  Engelant,  met  een  schenkagie  daer  beneflfèns,  waer- 
onder  d'effigie  van  Syne  Majesteit  was,  die  se  seyden  hun  expres 


Digitized  by 


Google 


119 

bevolen  hadde  derreweerts  te  gaen  om  d^  handel  te  versoecken, 
opdat  daerover  van,  de  Nederlanders  niet  gemolesteert  ofte  ver- 
hindert  souden  werden.  De  missive  ende  schenkagie  is  van  Pan- 
goran  Gabang  aengenomen  ende  d'Engelsche  natie  den  handel  ver- 
gnndt  BQ  provisie  is  haer  van  des  Gonincks  wegen  tot  wooninge 
hnysinge  gegeven  alwaer  jegenwoordich  residerende  sgn,  enz. 

Ten  aensien  door  die  van  Bantam  een  langen  tyt  niet  sonders 
t^en  Battavia  voorgenomen  is,  gelyck  VEd.  met  voorgaende  mis- 
sive geschreven  hebben ,  ende  dagelycx  veel  peper  door  de  Ohineeeen 
ons  wiert  aengebracht,  is  bg  d'Ed.  Heer  Glenerael  Coen  op  sQn 
aencomste  alhier  den  Raedt  voorgedragen,  oft  niet  geraden  ware 
ter  occasie  van  syne  nienwe  aencomste  eene  beseQndinge  aen  den 
Coninck  van  Bantam,  met  een  tamelijcke  vereeringe  te  doen, 
met  simpele  gelnckwenschinge  ende  aenbiedinge  van  renovatie  van 
oude  vrontschap,  sonder  anders,  omme  te  sien  off  men  bij  wege 
van  dien  yets  goedts  tot  bevredinge  sonde  connen  verrichten.  Den 
Baedt  is  daertoe  wel  genegen  geweest,  als  synde  snlcken  saecke 
daerin  geen  swaricheiit  conden  sien,  ende  SijnEd^  is  door  Sim-snan, 
Chinees  coopman  tot  Bantam,  te  meer  daertoe  beweecht,  vermidts 
deselve  continnelyck  tot  dese  beseyndinge  groote  instantie  gedaen 
ende  hardt  aen  gehouden  heeft ,  ons  verseeckerende  dat  tot  Bantam 
goedt  gehoor  ende  liber  acces  souden  obtineren,  dat  den  Coninck 
ende  de  groeten  anders  niet  en  wensehten ,  dan  d'occasie  ende  ge- 
legentheyt  te  becomen,  omme  met  ons  in  goede  vruntschap  ende 
correspondentie  te  mogen  geraecken,  vasteli)ck  affirmerende  voor 
seecker  te  weeten,  dat  sij  sochten  haeren  staet  met  onse  hulpe 
tegen  d'ontsacheigcke  macht  van  den  Mattaram  te  verseeckeren. 
Doch  alsoo  ondertusschen  eenige  spien  in  Battavia  gevangen  wier- 
den ,  daerdoor  verstonden  datter  te  water  ende  te  lande  tegen  Bat- 
tavia yets  groots  sonde  vooi^enomen  werden,  ende  om  andere 
consideratien  meer,  als  sijnde  een  saecke  die  snlcken  haest  niet  en 
vereijschte,  is  dese  onse  genegentheQt  naergebleven  tot  dat  d'En- 
gelschen  tot  Bantam  gegaen  zijn;  ende  alsoo  den  Coninck  van 
Bantam  door  voors.  Simsuan  onse  genegentheijt  van  eersten  aff  had- 
den laten  weten ,  ende  door  denselven  gestadich  om  met  beseijndinge 
voort  te  varen  aengemaent  wierden ,  is  eljntelijck  bij  ons  geresolveert 
met  de  beseyndinge  voort  te  varen,  hebben  tselve  den  Engelschen 


Digitized  by 


Google 


120 

president  doen  aendienen  ende  versocht  off  yemant  geliefide  neffens 
d'onse  te  seinden,  dat  het  ons  aengenaem  son^e  wesen,  alsoo  niet 
van  meyninge  waren  ons  van  d'nnie  te  separeren,  ofte  yets  tot  haer 
nadeel  voor  te  nemen,  daerop  hij  antwoorde,  dat  niemant  neffens 
ons  begeerde  te  seijnden,  maer  dat  door  den  sijnen  wel  vememen 
sonde  ofte  yets  tot  haer  naedeel  ende  prejnditie  onderstonden. 

Op  15"  December  hebben  wQ  met  de  flnyt  de  Macquereel  naer 
Bantam  gesonden.den  Licentmeester  Jan  van  Hazel  roet  twe«  opper- 
cooplieden  ende  een  goede  soitte,  beneffsns  een  schenckagie  voor 
den  Coninck ,  sQn  soone ,  item  pagoran  Gabang  ende  den  Tommogon. 
Soo  haest  tot  Bantam  qoaemen,  wiert  haer  audiëntie  verleent,  de 
Coninck  welcke  d'Engelschen  tot  dien  tijt  toe  noch  niet  gesien  en 
hadden  «ide  nn  nevens  d'onse  mede  compareerden,  qnam  selfs  bnQ- 
ten.  Van  Hazel  heeft  onse  geschencken  overgelevert ,  de  Ooninck 
van  Bantam  aendienende,  d'Ëdel  Heer  Generael  Coen  nienws  ngt 
HoUandt  gecomen  was  met  die  meijninge  omme  d'oude  vruntschap 
met  Syne  Majesteit  te  vernieuwen ,  waerover  niet  hadde  connen  naer- 
laeten  Syne  Majesteit  te  begroeten  ende  dese  cleijne  v^eeringe  te 
doen,  daermede  syne  goede  affectie  ende  genegentheyt  bethoonende, 
de  schenckagie  wierd  aengenomen  ende  van  den  Coninck  geant- 
woordt,  dat  het  hem  seer  aengenaem  was,  waermede  geUcentieert 
wierden ,  sonder  dat  voor  dien  tyt  meer  gesproocken  wierde.  Daer- 
naer  s^n  by  des  Conincks  soone ,  pangoran  Oabang  ende  den  Tom- 
mogon geweest,  welcke  de  vereeringe  mede  aennamen,  sonder  dat 
in  redenen,  verhaelens  waerdt,  conden  geraecken  off  oock  andere 
mochten  spreecken.  D'Engelschen  hielden  haer  oock  soo  vreemt  dat 
niet  alleene  d'onse  niet  en  spraecken,  maer  selfe  niet  eens  wilden 
off  dorsten  aensien. 

Terwyle  dese  onse  gesanten  tot  Bantam  waren,  syn  van  den  Coninck 
van  Bantam  andere  gesanten  nae  Battavia  gesonden  ende  is  ons 
door  die  van  Bantam,  soo  't  schynt,  oock  met  kennisse  van  d'Ën- 
gelschen,  een  geheel  ander  wellecomste  bereydt,  daer  weynich  op 
verdacht  waren,  ende  d'onse  tot  Bantam  op  d'uytcomste  van  haer 
boos  voornemen  getrayneert  wierden. 

't  Is  geweest  dan  den  24**  December  van  Bantam  tot  Battavia 
aengecomen  syn  vyff  tingans,  met  omtrent  40  Javanen,  inhebbende 
omtrent  150  pieol  peper  ende  eenige  andere  snuysteryen ,   dewelcke 


Digitized  by 


Google 


121 

naerdAt  aen  den  boom  gevisiteert  ende  al  haer  geweer,  soo  men 
meende,  overgegeven  hadden,  binnen  gecomen  sQn  ende  dicht  aen 
de  brugge  vant  casteelspleyn ,  daer  Syne  Ëd^  met  syn  gevolch 
dagelycx  passeren  moet ,  plaetse  genomen  hebben.  Ondertosschen  dat 
hier  met  haer  vaertn^gh  lagen  is  Syne  Ed^  eerst  tegen  den  avondt 
van  eenige  Chineesen  gewaerschonwt  hoe  gemelte  Javanen  wel  van 
eenich  qnaet  voornemen  souden  mogen  sQn.  Syne  £d^.  insiende  't 
peryckel  welke  daerin  gelegen  was,  soo  men  in  den  laten  avond 
motie  tot  derselver  apprehentie  ofte  verseeckeringe  maeckte,  vondt 
goet  de  wacht,  welcke  gewoonlijck  aen  voors.  bmgge  gehouden 
werdt,  buyten  ordinaris  te  laten  verstercken,  omme  den  volgenden 
m(»rgen  met  des  te  meerder  securitegt  op  derselver  verseeckeringe 
ordre  te  stellen,  welcke  versterckinge  van  wacht,  soo  't  schynt,  de 
Javanen  omsichtich  heeft  gemaeckt  dat  haer  boos  voornemen  wel 
mocht  ontdeckt  ende  aen  den  dach  gecomen  s^n,  in  vo^en  dat 
daerover  met  vreese  ingenomen  synde,  des  middemachts  omtrent  een 
ure  hun  met  haer  piecken  ende  crissen  uyt  de  prauwen  begeven 
hebben,  stellende  haeren  cours  door  de  Heerenstraete  nao  de  brugge 
over  de  groote  riviere  leggende,  om  alsoo  t'ontcomen,  geleek  oock 
geschiedt  is,  hebbende  alvoren  de  drije  schiltwachten,  welcke  omtrent 
haer  vaertuQgh  gestelt  waeren  overrompelt,  een  derselver gedoot ende 
d'ander  twee  swaerlgck  gequetst ,  vermoordende  en  quetsende  voorts 
al  wat  hun  in  den  wege  tegenquam,  in  voegen  datter  in  de  furie 
seven  Nederlanders  ende  een  swart  dootgebleven^  ende  bovendien 
noch  eenige  bergers  deerlijck  gewondet  syn  geworden,  synde  van  den 
haren  niet  meer  als  een  gebleven. 

Dienselven  nacht  hebben  haer  eenige  van  de  Javanen,  welcke  hier 
onder  onse  bescherminge  eenigen  tijt  geresideert  hadden,  hun  met 
vrouwen  ende  kinderen  mede  op  de  loop  begeven,  welck  men  on- 
getwijffèlt  presumeert  van  den  geintendeerden  aenslach  eenige  ken- 
nisse  gehadt  moeten  hebben,  vreesende  mede  ontdeckt  te  werden. 

S'aiiderendaegs  smorgens  den  25*  op  Eersdach  sijn  twee  andere 
tingans  met  omtrent  20  personen  van  Bantam  aengecomen ,  die  ge- 
houden wierden  gevolch  van  voors.  geselschap  te  sQn,  waerover 
Syn  Ed^  eerst  voor  de  predicatie  ende  ten  tweedenmael  nae  de 
predicatie  ordre  gegeven  heeft  dat  men  dezelve  met  goede  verseec- 
keringe wel  naeuw  soude    doen  visiteren ,   om   geen  onschuldige 


Digitized  by 


Google 


122 

f  offenderen  y  is  dese  visitatie  met  solcken  scrapnle  off  cleen  bedenc- 
ken  onderiegdt  dat  de  Javanen  met  behendieheit  aen  Aea  boom  haere 
wapenen  in  handen  cregen,  aen  landt  sprongen,  een  van  d'onse 
doorsteeekende  ende  twee  qnetsende,  langs  strandt  wechloopende 
met  verlies  van  twee  van  den  baeren  y  die  op  de  plaetse  dootbleven. 

Nae  dit  ongeval,  ofte  om  beter  te  s^igen,  de  misslach  vant  ver- 
radersch  voornemen ,  wierden  condich  datter  twee  k  drye  hondert 
IHranwen  op  seecker  exploict  van  Bantam  nae  Battavia  vertrocken 
waeren  ende  haer  onderweegh  aen  d'eylanden  (mihielden,  geVjck 
mede  dat  40  tingans  in  de  rivier  van  Ontong  Java  twee  doysent 
mannen  gebracht  waeren,  waeraen  dat  scheen  alsnn  voorhanden  te 
wesen  de  generale  tocht,  welcke  die  van  Bantun  overlange  te  water 
ende  te  lande  op  Battavia  voor  hadden,  dat  groote  schrick  ende 
vreese  onder  d'ingesetene  van  Battavia,  maer  insonderheyt  onder  de 
Chineesen  veroorsaeckt  heeft. 

Terwyie  dit  tot  Battavia  geschiede,  waren  onse  gesanten  in  de 
schepen  voor  Bantam  nae  d'occasie  om  in  verder  gespreek  met  die 
van  Bantam  te  comen,  gelijck  mede  nae  ordre  wat  vorder  in  de  saecke 
te  doen  hadde,  van  ons  verwachtende.  Interim  wierden  door  een 
Chinees  gewaerschonwt  dat  sg  den  Gk>nvemenr-Generael  souden 
aenseggen  op  sQn  hoede  te  willen  wesen,  aUoo  een  aenslach  opSyn 
Ed^.  voorgenomen  was ,  welcke  op  Kersdach  ofte  Sondach  als  met  de 
Baden  na  de  kercke  ofte  tsavonts  ten  hnyse  van  den  Capiteijn  van 
de  Chineesen  sonde  gaen,  int  werck  sonde  gestelt  werden,  doch 
dese  waerschonwinge  geschiede  te  laet,  dewyie  de  bestemde  t^t  al 
verloopen  was;  vernamen  oock  corts  daerop  van  d'Engelschen  dat 
tot  Bantam  eenige  Javanen,  die  op  den  tocht  in  Battavia  geweest 
waren,  een  dooden  ende  eenige  geqnetsten  medebrachten,  nytge- 
vende  dat  de  Ck)nvemeur-Generael ,  Kersdach  soo  uQt  de  kercke 
qnam,  geqnetst  ende  de  hnysingen  aen  de  westsijde  van  de  riviere 
vernielt  ende  geraseert  hadden,  waeraen  genonchsaem  voor  seecker 
vernemen  ende  bespeuren,  gelQck  nu  bij  veelen  geseljdt  werdt, 
dat  bij  die  van  Bantun  voorgenomen  is  den  Gouverneur  Generael 
ende  Raden  met  de  voomeemste  hooffden  te  doen  vermoorden  ofte 
om  te  brengen  ende  op  de  verslagenthe^t  welcke  sulcken  moordt 
sonde  veroorsaecken,  yeuwers  een  inval  opt  casteel  ofte  stadt  Bat- 
tavia te  doen.    De  Chineesen   seggen   datter  op   deese   moorderye 


Digitized  by 


Google 


123 

groote  premie  gestelt  sonde  wesen,  namentlyek  soo  Syne  Ed^  Tan 
6^1  Engelsman  gedoot  werdt  dat  2000  realen  van  8^  daervoor  sonde 
genieten,  ende  soo  een  Javaen  snlcx  effectneerde  dat  die  de  digni* 
teijt  van  een  Qniey  dn  pathi  sonde  obtineren.  (Jodt  sy  gelooft  dat 
het  haer  voor  dees  tijt  gemist  is,  hoopen  in  toecomende  op  diei^e- 
-  Igcke  aenslagen ,  sooveel  mogeigck  naenwer  te  letten. 

lyaenslach  is  soo  bele^dt  geweest,  dat  byaidien  deselve  door 
Gk>deB  genade  by  geval  niet  ontdeckt  ware  geworden,  die  van  Ban- 
tam met  intelligentie,  wdcke  gehadt  hebben  met  de  Javaenen  tot 
Battavia  residerende ,  een  seer  groote  moorderye  in  de  stad  sonden 
hebben  aengerecht  ende  deselve,  des  Otoöt  lange  genadeleek  gelieve 
te  verhoeden,  t'eenemael  offte  ten  meerderen  deele  gedestnieert  ende 
verbrandt  hebben. 

Off  het  met  kennisse  ende  Raedt  van  d'Engelschen  voorgenomen 
sg ,  is  Oodt  bekent ,  sooveel  isser  aen ,  dat  wel  seecker  woeten  die 
van  Bantam  geen  kennisse  van  onsen  Eersdaeh  dan  door  d'Engel- 
schen  connen  hebben.  Van  d'eene  nacht  tot  d'ander  hebben  tot 
Battavia  't  vervolch  van  desen  aenslach  verwacht  ende  snlcken 
ordre  ter  deffentie  gestelt,  als  doenlyck  is  geweest;  int  casteel  be- 
vonden 't  gamisoen  275  coppen  sterck  ende  f  selve  aen  de  zeecandt 
f  eenemael  open,  in  alles  seven  bosschieters ,  die  34  stncken  te  bewaren 
hadden,  wijdt  ende  sijdt  van  den  anderen  staende,  de  stadt  bracht 
in  wapenen  200  coppen  ende  was  versien  met  57  soldaten,  op  dr^e 
rednytjen  ende  aen  den  boom  verdeijlt,  welcke  sonden  moeten  besetten 
ende  deffsnderen  't  circnit  van  de  stadt,  groot  sijnde  met  propre 
gangen ,  een  groot  nre  gaens ,  waeraen  VEd.  considereren  connen  in 
wat  staedt  Battavia  is  ende  hoe  het  gaen  sonde,  soo  de  vQant  gijn 
voornemen  conragienselgck  hadde  derven  vervolgen.  Tis  waer  dat 
machtich  genonch  sQn  om  het  bolwerck  de  Diamant  te  honden  ende 
daermede  alle  't  geweldt  van  den  vi)andt  te  wederstaen,  maer  wat 
sonde  het  de  Compagnie  helpen  als  de  stadt  (des  Oodt  verhoede) 
gedestmeert,  't  volck  vermoordt,  verstroyt,  de  goederen  ende  pro- 
visien  vernielt  wierden.  De  Chinesen  sgn  in  de  stadt  wel  3000 
coi^pen  sterck,  maer  in  verscheiden  alarmen  hebben  gesien  dat 
geen  conragie  hebben  om  weer  te  bieden,  maer  hnn  alleen  met  de 
vlncht  soecken  te  salveren.  Van  de  schepen  hier  ter  reede  leggende 
oonnen  geen  assistentie  van  volck  becomen,  alsoo  alle  daervan  seer 


Digitized  by 


Google 


124 

onvoorsien  sQn ,  gelyck  VEd.  bij  nefiénsgaende  register  connen  sien 
dat  op  17  schepen  (daeronder  't  schip  Vianen)  niet  meer  dan  571 
coppen  800  gesonde  als  impotente  sijn  y  daeronder  mede  begrepen 
syn  28  timmerlieden  op  Onrast. 

Voor  desen  tronbel  waeren  aen  de  westsijde  van  de  rivier  vele 
erven  aijtgedeelt  ende  affgeroijt,  op  veele  straten  veel  nieawe  hoi)- 
sen  begonst ,  maer  dewijle  de  stadt  aen  die  sijde  noch  heel  open  is , 
biyft  dese  nieuwe  aenbouw  steecken,  ende  heeft  meest  al  het  volck 
aen  de  westsijde  van  de  riviere  haere  woningen  verlaten  etc.  d' Al- 
mogende wil  Battavia  voor  alle  ongeval  behoeden. 

Dit  hebben  alsoo  wat  breede  geextendeert  ende  verhaelt^  opdat 
VEd.  sien  mochten  wat  men  in  tijt  van  noot  met  soo  een  handtien 
vol  volcks,  tot  nootwendige  deffentie  sonde  connen  verrichten  ende 
VEd.  dienvolgende  geanimeert  ende  gestijtt  mochten  werden  uwen 
benoodichden  ende  machteloosen  staet  alhier  y  sonder  langer  versugm 
ofl;e  nijtstel  met  mymer  ende  onbecrompenen  secoors  van  volck  opt 
spoedichste  te  secnnderen^ 

Hiervoren  is  verhaelt  hoe  die  van  Bantam  een  verraderschen 
aenslach  op  den  persoon  van  den  Gk)nvemenr-Generael  ende  de 
principaelste  hooffden  alhier,  mitsgaders  op  de  stadt  Battavia  voor 
souden  gehadt  hebben,  ende  hoe  deselve  door  Gk>des  genade  ter 
goeder  tgdt  ontdeckt  is  geworden.  Tsedert  vernomen  synde  hoe 
haer  een  menichte  Javanen ,  wel  vgff  k  600  nae  gegist  werdt  sterk 
sQnde,  haer  tegen  tzuydteljnde  van  de  stadt  over  de  groote  rivier 
omtrent  een  canonscheut  int  bosch  gelegert  hadden ,  sonder  dat  bQ 
deselve  yets  ten  principalen  geattenteert  wierd ,  als  dat  haer  soo  nu 
ende  dan  bij  nacht  ende  ontijde  aen  d'oostsijde  van  de  riviere  met 
cleene  partyen ,  soo  op  den  heerenwech  als  omtrent  Compagnies 
coestal  ende  in  de  thuijnen  daeromtrent  verthoonden,  ongetwijffelt 
op  't  vervoeren  van  't  bestiael  toeleggende ,  gedurende  welcke  lege- 
ringe  ende  excursien  de  borgene  soo  bnyten  als  binnen  in  groote 
vreese  sittende,  insonderheijt  de  Chineesen,  die  haer  bijkans  t'eene- 
mael  van  alle  ordinary  handtwerck  ende  bouwery  onthielden  ende 
als  stil  saten ,  verwachtende  alle  uren  overvallen  ende  geslagen  te 
werden,  goedtgevonden  hebben  omme  van  des  vgants  gelegentheijt 
ende  sterckte  naerder  kennisse  te  mogen  becomen  ende  de  vrees- 
achtige borgerge  wat  courage  te  geven ,   den   3*^  deser  100  coppen 


Digitized  by 


Google 


12Ö 

te  voet  ende  20  te  paerde  vant  gamisoen  alhier  int  velt  n^t  te 
setten  met  ordre  dat  het  paerdevolck  voornyt  sonde  gaen  om  den 
vgant  te  ontdecken  ende  't  voetvolck  haer  in  twee  tronppen  daer- 
omtrent  sonde  verdeelen  om  de  mijterde  in  cas  van  disavantagie 
promptelijck  te  mogen  secunderen.  Waerop  gevolcht  is  dat  het 
paerdevolck  den  vljant  onverhoets,  soo  't  schijnt,  op  sijn  legerplaets 
betrappende ,  conragieoselijck  op  deselve  is  aengevallen ,  doende  vijff 
k  ses  charges  daerop,  in  welcke  ses  schermntseringe  van  'svijants 
syde  nae  geseijdt  wordt  20  ii  30  dootgebleven  sijn  ende  ongetwflffelt 
noch  meer  sonde  gesnenvelt  hebben ,  soo  men  't  voetvolck  mede 
geordonneert  hadde  aen  te  vallen ,  twelc  om  onse  presente  sehaers- 
heijt  van  volck  niet  dorsten  avontneren.  Van  onser  sljde  is  de  Capitein 
vant  gamisoen  gedurende  de  voors.  handtsgemeenheyt  geqnetzt  ge- 
worden ende  maer  een  soldaet  dootgebleven;  den  vijant  verliet  sijn 
legerplaets  ende  retireerde  sich  op  sijn  voordeel  dieper  int  bosch. 
Op  den  middach  nae  dit  gevecht  hebben  vernomen  dat  ongeveer  37 
praenwen  van  de  west  comende  bij  claren  dage,  hnn  onder  scheuts 
vant  casteel  geanckert  hebben  voor  de  riviere  van  Ancké,  met  in- 
tensie,  soo  men  presumeert,  om  den  vijant  seconrs  van  volck  ende 
vivres  toe  te  brengen. 

Siet  eens  £d.  Heeren  tot  wat  een  extremiteit  ende  desolatie 
VEd.  Colonie  alhier,  welcke  aireede  in  soo  wenschelijcke  termen 
van  progres  was  staende  door  UEd.  deffectnensheijt  van  requisyt 
seconrs  van  volck  tot  maintenne  van  dien  té  seijnden,  geschapen 
staet  te  vervallen ,  door  loutere  onvermogentheljt  moeten  den  vyant 
soo  dicht  op  den  nense  gedoogen  ende  toelaten,  dat  in  spijt  van 
ons  met  si)n  vaertuijgh  soo  onder  de  oogen  heen  ende  weer  comt 
derven  braveren  sonder  dat  in  jegenwoordige  conjnncture  daertegen 
de  minste  resistentie  connen  bieden.  Waer  salt  heenen,  bij  sooverre 
de  zeesteden  om  d'Oost  van  Java  gelegen  (welcke  altsaemen  van 
desen  aenslach  kennisse  hebben)  den  vijant,  daermede  sij  ongetwijf* 
feit  intelligentie  honden ,  toevallen  ende  ons  gesamender  macht  opt 
igff  comen  sacken,  sond  het  wellicht  met  de  stadt  daervan  wij 
qnalyck  't  vierendeel  machtich  sijn  te  besetten  ende  dese  onse 
bloegende  repnblycqne  niet  t'eenemael  nyt  ende  gedaen  sijn ,  sonder 
eenige  hoope  van  redres  in  't  aenstaende? « 


Digitized  by 


Google 


126 


XXI.  De  Gk)iiveraeiir-Oenerael  Jan  Pletersz.  Coen  en 
Rade  van  Indie  aan  de  Bewindhebbers  der 
gener.  O.  I.  Comp.  (Heeren  XVII). 


Batavia,  3  November  1628. 

Op  12  November  1627  enz 

Met  onze  voorgaende  is  UEid.  geadviseert  hoe  die  van  Bantam 
een  aenslach  op  ons  ende  Batavia  onderleQdt  hadden  ende  haer 
voornemen y  Godt  loff,  miglnckt  was,  voor  een  treffelycke  waer- 
schouwinge  heeft  het  ons  ter  goeder  tijt  gedient  ende  oorsake  ge- 
geven, dat  wel  te  passé  't  gamisoeü  van  Batavia  met  eenige  boots- 
gesellen  versterkten.  Tsedert  hebben  met  partijen  te  water  ende 
te  lande  omtrent  Batavia  op  d'onsen  gerooft  ende  gemoort,  maer 
weijnich  voordeel  gehaelt,  dan  dat  eens  15  blanken  in  een  tingan 
versloegen,  waertegen  oock  veel  van  haer  moescoppers  in  de  riviere 
van  Ontong  Java  geslagen  ende  wel  30  tingans  met  veel  andere 
eleene  praenwen  genomen  zijn.  Met  100  tingans  syn  zy  15»  Aa 
gnsty  des  nachts  bij  Omnist  geweest  omme  d'onse  aldaer  te  over- 
vallen, maer  goede  wacht  vernemende,  weecken  weder  af.  Onder- 
tosschen  zyn  continneiyck  wegen  die  van  Bantam  door  Simsnan, 
Chinees  coopman,  tot  accoort  versocht  ende  aengemaent,  seggende 
dat  die  van  Bantham  sochten  haren  staet  met  onse  hnlpe  tegen  de 
Mattaram  te  verseeckeren ,  maer  alsoo  dese  persoon  gemeenlijck  is 
verschenen  als  eenige  schelmerye  onderleijt  wiert,  heeft  sijn  credit 
verlooren. 

28*"  Jannary  passato  is  de  president  van  d'Engelsen  met  synen 
Raedt,  van  Batavia  vertrocken  ende  hebben  hare  residentie  tot  Ban- 
tam genomen ,  4  Engelschen  geringe  personen  vooreerst  sonder  mid- 
delen ,  geit  off  goederen  tot  Batavia  latende ,  daema  hebben  al  haer 
volck  ende  goederen,  die  voor  den  brant  wt  haer  hnijsen  in  de  stadt 
gebracht  hadden ,  den  31°  Angnsty  gelicht  ende  met  't  jacht  de 
Dnyve  mede  tot  Bantham  gebracht ,  sonder  ons  eens  aen  te  spreec* 
ken,  wy  verlangen  te  vernemen  hoe  VEd.  verstaen  dat  met  haer 
haiTidelen  sullen  aengaende  de  peper,  die  te  Bantham  souden  mogen 
becomen    ende    voor    haer    alleene  pretenderen  te  honden,  ende 


Digitized  by 


Google 


127 

wat  voorder  doen  sullen  aengaende  't  acces  tot  Bantam  onder  pro- 
testatie  toegestaan. 

Tsedert  onse  jongste  is  tot  Batavia  gants  weynich  negotie  ge- 
dreven, lange  sgnder  cleeden  gebreck  geweest,  niet  een  Chineese 
jonck  isser  tot  Batavia  noch  elders  gecomen,  't  is  nu  mede  omtrent 
10  maenden  geleden  dat  door  de  Tommegon  Bonraxa,  admirael, 
wegen  de  Mattaram  van  de  Javaensche  zeestrant  verboden  wiert,  dat 
niemant  sonder  zyne  licentie  na  Batavia  sonde  varen,  heeft  oock 
800  goeden  wacht  doen  houden ,  datter  tsedert  voors.  tyt  geen 
praeuwen  dan  eenige  weynige  (die  hij  sulcx  toeliet  omme  ons  t'abu- 
seren)  gecomen  sijn ,  alle  vremdelingen  in  't  landt  van  de  Mattaram 
gecomen,  hebben  daer  opgehouden  ende  't  gantsche  lant  alsoo  ge- 
sloten, dat  noyt  yet  seeckers  van  haer  voornemen  conden  verstaen, 
doch  't  oude  geruchte  dat  de  Mattaram  met  hondert  dugsent  mannen, 
anderen  seyden  48000  ie  lande  ende  3000  praeuwen  te  water  na 
Batavia  oft  Bantam  gaen  soude ,  «continueerde  geiyck  voor  dese  eenige 
jaeren  is  geschiedt  De  geaposteerde  praeuwen  ontkenden  eerst  de 
Tommegons  verbodt  ende  verhinderingh ,  maer  overtugght  synde 
seyden,  dat  de  Tommegon  de  praeuwen  ophielde  omme  syn  rys 
dies  te  dierder  te  vercoopen,  gelyck  wel  meer  gedaen  heeft;  item 
datter  rijs  ende  praeuwen  genoech  comen  souden  ende  dat  dit  jaer 
door  de  Mattaram  niet  voorgenomen  soude  worden,  doch  soo  van 
andere  quartieren  geen  secours  van  rys  becomen  hadden,  gelyck 
voren  is  geseyt,  souden  in  Batavia  van  hongersnoet  vergaen  hebben. 
Onder  de  geaposteerde  praeuwen  is  hiermede  den  13«  April  als 
gesant  verschenen  de  broeder  van  den  Tommegon  van  Tegal  Chey 
Banga  %  met  14  praeuwen  rijs;  dese  versocht  emsteiyck  dat 
de  Mattaram  souden  willen  helpen  Bantam  aantasten  ende  een  ge- 
sant  na  de  Mattaram  senden;  op  't  versoeck  van  assistentie  tegen 
Bantam  namen  ons  beraedt  ende  de  besendinge  excuseerden  met  de 
quade  genegentheyt  die  voors.  Tommagon  Bouraxa  f onswaerts  be- 
toonde. Den  22»  Augusty  quamen  tot  Batavia  aen  59  goraps  ende 
praeuwen  van  de  voors.  Tommegon  Bouraxa  met  150  hoombeesten, 
120  lasten  rijs,  10600  bos  pady,  26600  cocusnooten,  5900  bossen 
suycker  ende  andere  cleenicheden  (soo  zy  seyden) ,  waren  gemant 


1.    Kiai  RoDggo. 

/Google 


Digitized  by  ^ 


i2è 

met  wtgelesen  volck,  sterck  omtrent  900  coppen,  de  beesten  brach- 
ten op  reeckeninge  van  800  stncx,  die  in  April  1627  gecontracteert 
hadden  te  leveren  k  8  realen  tstuck ,  drie  dagen  na  haer  souden 
noch  27  praenwen  met  beesten  comen ,  haer  compste  veroorsaeckte 
veel  bedenckens;  sanderendaechs  deden  voors.  150  beesten  lossen 
ende  meest  al  de  praenwen  (met  misnoegen  van  de  Javanen)  weder 
bnyten  leggen;  savonts  den  24^  ditto  qnamen  noch  7  praenwen  van 
Bonraxa  aen,  die  niet  begeerden  binnen  te  wesen,  versochten  een 
pas  omme  na  Malaca  te  mogen  varen,  om  qnade  desseijnen  voor 
te  comen  lieten  de  revier  met  een  boom  slnijten ,  leyden  extraordinary 
bnijtenwacht  opt  pleijn  van  't  casteel  daer  de  merckt  is  ende  ordon- 
neerden twee  tingans  bnijten  d'eerst  gecomene  praenwen  wacht  te 
te  honden  ende  voor  te  comen,  dat  d'andere  7  bQ  d'eerste  niet  sou- 
den comen,  opdat  haer  geen  geweer  overgaven,  ende  alsoo  dese 
seven  tegen  wille  van  onse  wacht  bij  d'anderc  wilden  varen,  con- 
testeerden  soolange  tot  dat  aen  malcanderen  geraecten  ende  tvolck 
van  omtrent  20  praenwen,  die  binnen  lagen,  de  bugtenwacht  van 
de  merct  omtrent  te  middernacht  mede  opt  lyff  vielen  ende  't  fort 
van  alle  canten  bestormden ,  eenige  Javanen  vervolchden  dese  wachters 
800  corts  dat  met  haer  over  de  landt  garden  tot  binnen  't  fort  liepen 
en  al  ons  volck  van  de  gardijn  dreven,  eenige  meenden  op  't  bol- 
werck  de  Robijn  te  loopen,  maer  werden  door  een  hamey  op  de 
gardijn  staende  gestut ,  de  meesten  hoop  bleeff  op  de  berm  van  de 
Diamant  ende  t'oude  fort,  de  Javanen  van  de  praenwen  buiten 
sijnde  liepen  door  't  water  tot  aen  de  berm  van  de  punt  de  Peerl , 
alwaer  het  voomemeiyck  gemunt  hadden,  vermits  't  fort  daer  op 
sQn  swackste  was  ende  met  gemack  over  d'aerdewal  (12  voeten 
hooch  sijnde)  conden  loopen,  doch  met  gewelt  van  mosquetterye 
wierden  affgehouwen,  maer  niettegenstaende  dat  continueiyck  op 
haer  schooten  soo  bleven  aen  de  berm  tot  dat  de  dach  aenquam , 
in  voege  dat  5  ujren  lang  tegen  de  bespringers  geschoten  wierd, 
t'is  ongeloofflgck  hoe  groeten  couragie  off  onbedachthegt  eenige  Jsl* 
vanen  toonden,  maer  wierden  niet  wel  van  de  haere  gevolcht,  met 
t'aencomen  van  den  dach  trocken  aff,  veel  dooden  achterlatende,  't 
nieuwe  huQs  van  den  ontfanger,  daer  veele  in  waeren,  verlieten 
inede. 
Den  25n  ditto  met  den  dach  sagen  de  voors.  27  praenwen  aeA- 


Digitized  by 


Google 


129 

comen ,  doch  vant  a^eslagen  volck  tijdinge  becomende,  landen  in 
de  revier  van  Marondo;  sonden  eenige  paerden  int  velt  omme  na 
vorder  gevolch  te  vernemen,  ende  gaven  ordre  om  alles  van  bnijten 
in  te  trecken ,  int  velt  wierd  volck  vernomen ,  twelcke  schenen  van 
d'affgeslagene  te  wesen. 

Den  26»  ditto  qnamen  groote  menichte  volck  met  vliegende  ven- 
dels tot  int  gesichte  van  de  stadt  marscheren,  hierop  resolveerden 
een  groot  deel  vant  zayteijndt  van  de  stadt  daer  niet  veel  steenen 
hnijsen  waren  aff  te  snijden ,  verbranden  ende  raseren,  omme 
t'ander  deel  te  beter  te  deffenderen ,  alsoo  niet  mogelick  was  dat 
alles  tegen  de  macht  van  den  Mattaram  souden  connen  beschermen 
ende  wiert  snlcx  datelijck  begost,  alle  't  volck  op  de  westzijde  van 
de  reviere  woonende,  gelyck  mede  d'Sngelsen,  verlieten  van  selffs 
haer  wooninge  ende  trocken  int  beste  deel  van  de  stadt,  dat  voor- 
namen te  slnijten  en  te  deffenderen. 

27"  ditto  met  den  dach  waren  de  voorloopers  van  de  v^andt, 
sterck  800  k  1000  coppen,  int  affgesneden  deel  van  de  stadt,  be- 
gosten  heur  daer  te  begraven  ende  de  reduyt  Hollandia  aff  te 
sneden,  't  geheele  leger  volchde  haer  met  vliegende  vendels  in 
goede  ordre,  doch  van  120  soldaten  ende  eenige  bm^ers  wiert  de 
vijandt  weder  wt  de  stadt  gedreven  met  verlies  van  veel  van  d'hare^ 
die  op  de  plaetse,  in  revier  ende  gracht  doot  bleven;  tleger  siende 
haer  volck  met  disordre  wt  de  stadt  vluchten ,  retireerde  mede  met 
ordre  na  de  thu^n  van  Specx,  daer  hun  legerplaets  vooreerst 
namen;  daema  sijn  binnen  scheut  van  mosquet  comen  legeren, 
achter  beschansinge  van  cocosboomen,  pinang  ende  geclooven  riedt 
aen  malcanderen  gebonden ,  daer  met  groff  geschut  niet  doorschieten 
connen. 

In  deser  voegen  sijn  wel  onversiens  van  't  volck  van  de  Mattaram 
met  groote  stouticheijt  en  couragie  besprongen,  dewyle  de  name  van 
den  Mattaram  seer  groot  is  ende  niet  vernemen  conde  hoe  sterck 
dat  sy  waren,  brochten  alle  d'onse  groote  vreese  aen,  de  Chineesen 
namen  de  vlucht  in  de  praeuwen  van  de  Javanen  verlaten,  al  die 
begeerden  lieten  daermede  met  vrouwen  ende  kinderen  op  de  reede 
by  de  schepen  varen,  de  Nederlandsche  vrouwen  (dewyle  de  stadt 
geheel  open  was)  sonden  mede  aen  boort,  doch  doen  de  Chineesen 
sagen  met  hoe  grooten  couragie  de  Javanen  van  d'onse  wt  de  stadt 
V.  9 


Digitized  by 


Google 


130 

gedreven  wierden  met  veiiies  van  groote  menichte ,  die  op  de  plaets 
doot  bleven  leggen ,  schepten  veele  weder  moet  ende  keerden  weder 
in  de  steenen  hnysen. 

De  vQandt  aldus  vant  ordlnary  gamisoen,  sterek  wesende  529 
coppen,  vant  fort  ende  stadt  affgeslagen  wesende,  ontboden  wy 
de  schepen  van  Bantam  ende  't  eijlandt  Onrast,  deden  200  boots- 
gesellen  aen  landt  comen,  wapenden  d'ongewapende  bnrgerye  ende 
ambachtslieden ;  de  bolwercken  de  Peerl ,  Saphier  ende  de  gardijnen 
daer  men  over  cost  loopen  lieten  met  rieden  pallisaden  besetten , 
gelyck  mede  de  stadt,  staecken  den  brandt  in  de  verlaten  rieden 
hnljsen  ende  raseerden  dat  ons  hinder  mochte  doen  ende  de  vijanden 
voordeel  geven. 

De  Engelsen  die  tyts  genoech  hadden  omme  te  bergen  al  watter 
in  haer  hnljsen  was ,  verlieten  deselve  met  groote  partije  qnaet  bos- 
cmijt,  200  musquetten,  eenige  sabels,  ton  wen  ende  veel  ronmieling, 
mede  nemende  dat  haer  best  aenstont,  't  qnaet  cmyt  lieten  wij  in 
de  revier  werpen  ende  't  geweer  scheep  brengen,  omdat  het  in  des 
vQants  handen  niet  sonde  comen.    Den  26°  des  nachts  leijden  wg 
60  coppen   soo  burgers  als  soldaten  in  dese  hnysen  om  die  te  be- 
schermen, maer  alsoo  deselffde  niet  conden  deffenderen  ende  genoech 
met  de  stadt  te  doen  hadden,  wierden  genootsaect  tselve  volck  opt 
versoeck  van  de  burgers  in  de  stadt  te  laten.    Des  nachts  tusschen 
den  27  en  28  Augusty  geracete  d'Engelse  huijsen  mede  aen  brant, 
doch  het  packhuys  daer  de  touwen  in  lagen  bleef  noch  onbescha- 
dicht,  haer  werd  geraden  dat  de  touwen  in  de  rivier  souden  laten 
schieten,  maer  wilden  't  niet  doen,  setjden  dat  daertoe  geen  ordre 
hadden ,  dese  huijsen  verbrandt  wesende ,  deden  wij  de  mueren  mede 
raseren  om  voor  te  comen  dat  de  vijant  binnen  deselve  niet  souden 
comen  legeren  ende  de  stadt  benouwen.   31°  Augusty  quam  hier  van 
Bantam  t'Engels  jacht  de  Duijve   omme   haer  volck ;    synde  drie 
Engelsen  met   10  swarten  ende  goederen  te  lichten,  dit  volck  ende 
geborgde  goederen  lichten  si}   ende  vertrocken  weder  na  Bantam 
sonder  ons  aen  te  spreecken,  wtgevende  dat  een  groote  somme  geit 
aen  goederen  in  haer  hupsen  verloren  hadden. 

Nadat  de  hevige  moet  van  den  vijandt  wat  gecoelt  was,  vonden 
wij  goet  de  punten  de  Saphier  ende  Peerl  met  houtwerck  voor  aen- 
loop  te  verseeckeren ,  veiiiogen  ende  vergrooten,  welck  in  eenmaent 


Digitized  by 


Google 


131 

^daen  is,  in  snlcker  voegen  dat  vry  wat  beter  dan  te  voren  ge 
deffendeert  connen  werden. 

'Snachts  tnsschen  10«»  ende  11«»  September  is  de  vijant  binnen 
schent  van  een  pistool  aan  de  stadt  geaprocheert ,  alwaer  hnn  be- 
groeven, hadden  in  een  nacht  sooveel  hout  ende  gecloven  riet  aen 
malcanderen  bijeengebracht  dat  achter  tselve  van  groff  geschat  scheut- 
vrg  waren.  Den  12»  dito  lieten  hierop  een  wtval  doen  met  50  sol- 
daten, eenige  Japonders  ende  Mardickers  (onder  faveur  van  150  mus- 
quetten  op  de  wal  staende)  d'onsen  trocken  tnsschen  't  leger  van  den 
vijandt  van  achteren  in  voorn,  aproche ,  dreven  2  k  300  oft  meer  vijan- 
den daer  wt  ende  sloegen  30^40  op  de  plaetsedoot,  doen  de  vijandt 
aen  't  vluchten  was,  vielen  de  Chinesen  met  sulcke  menichte  wt  dat 
bet  wonder  om  sien  was ,  staecken  d'aproche  in  brant  ende  brachten 
veel  goet  in  de  stadt ,  van  d'onse  wierd ,  Godt  loff ,  niet  een  geqnest. 

Savonts  den  21»  September  begost  de  vijant  met  groote  macht  bij 
de  reduyt  HoUandia  t'aprocheren ,  terwijle  rontsomme  de  stadt  ende 
fort  loose  alarm  jnaeckten,  om  voor  te  comen  dat  haer  naerderinge 
niet  souden  verhinderen  ende  de  reduyt  HoUandia  assisteren,  brach- 
ten ladders  ende  rammen  bij  de  wercken  om  de  reduyt  te  beclimmen 
oft  de  mueren  door  te  rammen ,  onder  faveur  van  eenige  die  con- 
tinuelyck  met  lange  roers  tegen  de  reduyt  schoten,  maer  door  d'onse , 
die  24  sterck  op  de  reduyt  waren,  wierd  soo  goeden  tegenweer 
gedaen  dat  de  gantsche  nacht  de  geheele  macht  affkeerden,  al  haer 
cmyt  verschoten,  ende  de  vijandt  niet  anders  vorderde  dan  dat  hun 
op  5  plaetsen  begroeven  ende  met  houtwerck  tegen  ons  geschut 
versekerden;  smorgens  den  22»*  ditto  resolveerden  de  reduyt  t'ont- 
setten  ende  de  naerdering  van  de  vQandt  te  verhinderen,  vielen  wt 
met  300  soldaten,  100  burgers  ende  groot  gevolch  van  Mardickers 
ende  Chineesen,  ende  dreven  de  v^andt  wt  alle  haere  aprochen  tot 
in  heur  leger  met  groot  verlies  van  de  haere,  jae  een  groote  menichte 
vluchten  met  vliegende  vendels  wt  haer  leger,  alle  de  naerderingh, 
die  meer  dan  op  thien  plaetsen  begost  was,  wierd  geraseert  ende 
verbrandt,  gelijck  mede  de  scheutvrije  huyskens  op  de  reviere  bij 
de  reduyt  gebracht ;  d'Heere  zy  van  dese  victorie  gelooft ,  wij  houden 
seecker  te  wesen  datter  tot  desen  dach  wel  12  k  1300  vijanden  doot- 
gebleven  sijn;  de  gevangenen  seggen  2  k  3000,  van  onse  zijde  12 
Nederlanders  met  weynich  Chineesen  ende  Mardickers. 


Digitized  by 


Google 


132 

Bg  dese  gaet  tranelaet  van  drye  missiven  *  door  de  Tomagon 
Bonraxa;  veltoverste  van  de  Mattaram,  geschreven,  VE.  sollen  daer- 
door  sien  hoe  ons  met  300  M.  mannen  dreijcht  ende  geeme  sonde 
hebben  dat  van  selffisi  van  Batavia  vertrocken. 

Door  seeckere  gevangenen  hebben  verstaen,  dat  dit  leger  van  den 
Mattaram  op  haer  eerste  aencomste  sterek  is  geweest  acht,  negen 
k  thien  dnysent  mannen ,  daeronder  een  k  twee  dnysent  dragers , 
hiervan  syn  te  lande  gecomen  4800  ende  te  water,  d'eene  segt 
3500,  d'ander  4800,  weicke  in  de  reviere  Marondo  landen,  ende 
dat  dese  tocht  op  voorgeven  ende  versoeck  van  de  Tomagon  Bonraxa 
bij  der  handt  genomen  is,  dat  hy  door  syn  volck  op  Batavia  hande- 
lende (die  de  veroveringe  van  Batavia  licht  schicktenj  bedrogen  is 
ende  de  Mattaram  mede  geabnseert  heeft,  welck  zyn  leven  oosten 
sal  h  o  weder  comt,  alsoo  de  Mattaram  vast  toegeseijt  heeft  Batavia 
te  leveren.  'Tblijct  dat  de  schoone  occasie  die  de  handelaers  tot 
Batavia  gesien  hebben,  de  vyanden  aengelockt  heeft  dese  tocht  met 
soo  cleene  macht  te  doen ;  t  ordinarie  gamisoen  is  niet  meer  dan 
300  coppen  sterek  geweest ,  de  bnrgerye  ten  hoochsten  mede  maer 
300,  welck  de  vijanden  van  d'Engelsen  ende  andere  wel  vernomen 
hebben ,  H  fort  was  niet  gesloten  dan  de  Diamant  alleen ,  over  de 
wallen  ende  de  twee  seebolwerken  (die  maar  begost  waren)  conde 
men  int  fort  lopen ,  de  stadt  was  rontsom  open ,  de  graft  ende  walle 
aen  de  oostzijde  van  de  stadt  wesende,  conde  de  vijant  niet  ver- 
hinderen, met  haer  piecken  swemmen  bij  nacht  door  't  water  ende 
loopen  over  de  wal,  de  Chineesen  ende  Mardickers  achten  syniet, 
alsoo  de  conragie  niet  hebben  omme  haer  te  deffenderen. 

Hadden  voorn,  praeuwen  een  dach  binnen  mogen  leggen  tnsschen 
't  fort  ende  stadt,  gelyck  altyt  een  gebruijck  is  geweest  tot  dat  het 
volck  te  lande  mede  bij  de  wercken  waren  gecomen  ende  dat  dan 
d'een  opt  casteel  ende  d'ander  op  de  stadt  (gelyck  haer  dessein 
schijnt  geweest  te  sljn)  aengevallen  hadden,  een  groote  moort  son- 
den  gedaen  hebben  ende  Batavia  hadde  peryckel  geloopen,  maer 
door  de  bnijtenwacht  syn  die  van  de  praenwen  genootsaect  gewor- 
den haer  aenslach  een  dach  te  verhaesten,  soo  dese  bnijtenwacht 
't  volck  van  de  praenwen  niet  in  de  wech   waere  geweest  ende 


1.    Zie  één  dezer  brieren  liier  achter,  onder  n®.  XXII*. 

/Google 


Digitized  by  ^ 


133 

alarm  gemaect  hadden ,  de  v^ant  sonde  met  alle  man  int  fort 
geloopen,  groote  moort  bedreven  ende  henr,  na  geoordeelt  wort, 
meester  vant  fort  (wtgesnndert  de  pnnt  Diamant)  gemaect  hebben ; 
gelooft  sij  6odt  dat  soo  quadendisseyndusverdemislacktis,  d'Heere 
wil  Batavia  vorder  bewaren. 

Veel  meerder  couragie,  anctoriteijt ,  beter  beleljt  ende  ordre  ver- 
nemen wg  by  dit  volck  van  den  Mattaram  te  wesen,  dan  voor  dese  aen 
die  van  Bantam  gesien  hebben ,  welcke  oock  oorsaecke  is  dat  die  van 
den  Mattaram  soo  weynich  als  die  van  Bantam  van  d'onse  geacht 
syn  geweest  ende  dat  voor  de  versekeringe  vant  fort  ende  stadt 
soo  weynich  gesorcht  is  ende  veel  groote  noodeloose  oncosten  ge- 
daen  sgn. 

Aen  d'aproche  door  de  vyanden  gedaen^  hebben  wy  gesien  dat 
het  casteel  Batavia  tegen  de  macht  van  den  Mattaram  qnaUJck  ge- 
bonden sonde  connen  werden,  alwaert  oock  rontsomme  met  steen 
ende  calck  voltrocken,  ten  zy  dat  het  met  stercker  gamisoen  dan 
voordese  beset  worde. 

Omtrent  12000  cocnsboomen  waren  hier  door  de  bnrgerije  als  van 
wegen  de  Compagnie  aengeplant,  daervan  veele  al  vracht  begonnen 
te  dragen;  alle  dese  geUJck  oock  d'onde  boomen  heeft  de  vyant  ge- 
geschent  ende  alle  de  tonnen  rontsomme  ^e  stadt  bedorven,  groote 
schade  isser  door  veel  burgerije  aen  huysen  ende  thnynen  geleden. 

Cort  voor  de  comste  van  voorn,  leger  was  de  pady  door  de  Com- 
pagnies lijffeijgenen  geplant,  vant  velt  int  fort  gebracht,  bedragende 
omtrent  25  lasten,  maer  van  tgene  de  Chineesen  hadden  geplant  is 
noch  vrij  wat  opt  velt  gebleven. 

Vernemen  niet  dat  de  vijant  van  Bantham  andere  assistentie  be- 
comen  heeft  dan  vijff  tingans  met  rijs  ende  vier  potten  cruyt,  die 
van  Bantham  syn  mede  in  groote  vreese  ende  honden  haer  volck  in 
de  stadt  byeen.  De  voorgemelde  Sim-snam  schrijft  van  wegen  die 
van  Bantam  dat  haer  seer  verhengen,  dat  die  van  de  Mattaram  met 
800  groeten  verlies  van  haer  volck  affgeslagen  ende  wt  haer  tren- 
cheen  gedreven  hebben,  ende  raedt  weder  op  nienws  aen  ons  met 
Bantam  te  vereenigen ;  int  leger  van  den  vijandt  is  gants  geen  rijs , 
leven  meest  van  seeckere  wortel,  gadong  genaemt,  ende  van  rys  die 
eenige  in  de  dorpen  van  Bantam  bedelen;  't  seconrs  dat  te  water 
becomen^  is  weijnich. 


Digitized  by 


Google 


134 

Nadat  den  vijandt  den  22^^  September  gelijck  voren  is  geseijt  wt 
alle  de  gedane  aproche  weder  in  sijn  leger  hadden  gedreven  met 
verlies  van  niet  min  dan  drie  hondert  van  de  sijne  op  dien  dach 
alleen,  ontviel  haer  de  moet,  vr^  veele  hielden  haer  seer  stille, 
ende  (wy)  sagen  't  gewach  van  vrolck  in  haer  leger  merckelijck  ver- 
minderen, daerop  van  dr^e  bysondere  gevangene  verstaende,  dat  't 
meerendeel  van  des  vijant3  leger  in  voorgaende  rescontre  gebleven, 
gestorven  ende  verloopen  was ,  ende  resterende  ten  hoochste  met  de 
dragers  niet  meer  dan  3  k  4000  sterck  waeren ,  daervan  veele  her- 
waerts  ende  derwaerts  int  bos  liepen,  omme  haer  cost  te  soecken, 
resolveerden  wy  t'onderstaen  oft  de  vijandt  wt  syn  leger  (welck  in 
twee  qoartteren  aen  d'ooszyde  van  de  stadt  lach)  sonden  connen 
slaen,  tot  desen  e\jnde  brachten  int  veldt  den  21i^  October: 

van  d'H.  Jaecques  Ie  Pebvre,  als  veltoverste, 

24  myters 24 

6  comp.  soldaten  yder  van  70  coppen 420 

3      „      burgers 210 

3      „      Japanders  ende  Mardyckers 210 

260  van  des  Comp.  lijffeygenen  tot  pioniers 260 

700  gewapende  Chineesen  ende  omtrent  800  bijloopers  .    .  1500 

42  bosschieters  ende  bootsgesellen  met  vierwercken   ...  42 

met  201  bijloopers  van  de  bnrgerslaven 200 

2866 
Terwgle  dit  volck  bnijten  de  stadt  int  velt  wiert  gebracht,  syn 
twee  gesloten  chiampans  ende  seven  schnijten  ende  boots  daerop 
150  bootsgesellen  waren,  des  vijants  leger  genadert  ende  terwijlen 
sonder  ophouden  geweldich  tegen  malcanderen  schoten  is  't  ander 
qnartier  door  d'avangarde  (sijnde  twee  compagnien  soldaten  ende 
een  compagnie  burgers,  met  noch  een  andere  troape  van  drie  com- 
pagnien Japanders  ende  Mardyckers)  aengetast,  vermeestert  ende  de 
vyanden  daerwt  gedreven,  't  vendel  van  de  Japanders  was  eerst  op 
des  vyants  wercken,  de  Chineesen  was  mede  belast  aan  te  trecken, 
maer  lieten  'tna  ende  bleven  in  ordre  staen.  Voors:  avangarde 
voorder  na  't  tweede  quartier  (daer  de  veltoverste  de  Tonunogon 
Bouraxa  lach)  marcherende ,  wierd  de  gewi^ende  Chineesen  andermael 
belast  aen  te  trecken,  soo  haest  dese  ordre  bequamen  liepen  met 


Digitized  by 


Google 


135 

snlcken  forie  soo  trefièlyck  aen,  dat  het  wonder  om  sien  was,  ende 
terw^le  d'ayangarde  van  achteren  in  des  vljants  leger  trock  ende 
haer  handt  tegen  hant  deden  wijeken,  braken  de  Chineesen  aen 
d'ander  zyde  door  des  vijants  werek,  clommen  daerop,  staecken'tin 
brant  en  dreven  de  vijanden,  soowel  als  d'onse  op  d'andere  syde 
deden,  in  de  vlucht,  in  voegen  dat  door  Oodes  genade  feenemael 
meester  van  des  vgants  legerplaets  wierden,  ende  haer  oock  't  veldt 
deden  ruijmen,  dHeere  zy  daervan  gelooft!  't  hontwerck  wiert  in  brant 
gesteecken  ende  door  't  vier  meest  geconsumeert ,  maer  d'aerde  mosten 
door  de  hitte  van  't  vier  ongeslecht  laten ,  veele  van  d'onse  meenden 
di^  de  vQant  wt  syn  legerplaets  sonde  vluchten  soo  haest  voors: 
troupen  souden  sien  aencomen,  maer  bevonden  anders,  bleven  soo 
lange  in  haer  geslooten  werck  tot  dat  d'onse  daermede  binnen  liepen 
ende  haer  met  enckel  gewelt  daer  wt  dreven  ende  uijtbranden;  in 
dese  rescontre  syn  omtrent  hondert  mannen  van  den  vyandt  op  de 
plaets  ende  in  de  revier  dootgebleven,  daeronder  den  Tommagon 
Bouraxa  veltoverste  met  sgn  ouste  soon,  van  onser  sijde  hadden  vgff 
dooden,  3  Nederlanders  ende  2  Japanders  ende  50  gequetsten  daer- 
onder 26  Nederlanders. 

De  volgende  nacht  souden  omtrent  50  stucx  cleen  vaertuijgh,  te 
weten  30  van  d'onse  ende  20  Chineese  praeuwen  na  de  rivier  van 
Marondo  omme  des  vyants  vaertuggh  aldaer  leggende  (na  van  eenige 
gevangenen  hadden  verstaen)  te  vernielen;  de  Chinesen  keerden 
sanderendaechs  weder  eer  des  vyants  vaertuijgh  vernamen,  d'onse 
met  eenige  burgers  ende  Mardijckers,  stercksynde  omtrent  400  coppen 
voeren  voort  ende  vonden  omtrent  80tingansende2goraps,  waervan 
36  tingans  in  Batavia  brachten  ende  d'andere  verbranden,  invoegen 
dat  de  vyanden  van  200  stucx  vaertuygh,  daermede  tvolck  te  water 
herwaerts  gecomen  is,  hondert  en  vyftich affhandich hebben gemaeckt 

Den  23°  October  Maendach,  eer  voors:  praeuwen  die  men  sach 
aencomen  noch  binnen  waren,  souden  buyten  de  stadt  int  velt 
seven  compagnien,  te  weten  vier  compagnien  soldaten,  een  burgers, 
een  compagnie  van  36  Japanders  ende  een  compagnie  Mardyckers 
tot  bescherminge  van  omtrent  4  a  500  Chineesen,  150 lyffeygene  van 
de  Compagnie  ende  eenige  onser  timmerlieden ,  welcke  seeckere  boomen 
naest  de  reduyt  Hollandia  staende  sonde  affhacken  ende  d'aerde  van 
de  trencheen  des  vijants  ingenomen  leger  slechten;  int  velt  comende 


Digitized  by 


Google 


136 

venutmen  hoe  de  vijandt  haer  ^eder  aen  ende  in  de  thnQn  van  Specx 
versamelt  ende  de  wech  met  cocusboomen  toegeset  hadden.  Hierop 
resolveerden  d'onse  bij  haer  selven  sonder  ons  daervan  te  verwit- 
tigen, de  vijandt  van  daer  te  verdreven,  trocken  met  voors.  seven 
comp«»  in  twee  troupen  verdeijlt  derwaerts  (de  Chinesen  achter- 
latende alsoo  niet  begeerden  mede  te  gaen,  seggende  dat  geen  ge- 
weer hadden  ende  niet  geeomen  waren  om  te  vechten ,  maer  te 
wercken)  nae  harde  wederstant  dreven  de  vijandt  uyt  sfln  nieuwe 
legerplaets  ende  deden  d'opgesette  cocusboomen  door  des  Comp: 
lijffeijgene  nederwerpen;  ondertusschen  versamelde  de  v^anden  met 
al  haer  macht  bijeen ,  sterk  omtrent  4000  coppen  na  eenige  oordeel- 
den, doch  andere  beelden  haer  in  datter  wel  10  k  20000  waren  met 
2  k  300  paerden  ende  nieuw  secours  bij  den  vijant  geeomen  most 
wesen,  welck  groeten  schrick  onder  d'onse  (die  veele  haer  cruyt 
verschoten  hadden)  veroorsaeckte ;  int  afftrecken  liepen  de  slaven 
met  harden  pas  deur,  d'arrieregarde  keerde  door  onervarentheijt 
met  een  swier,  trommelslach  ende  harde  pas,  hierop  trocken  de 
vQanden  in  een  halve  maen  met  groote  menichte  aen,  in  't  eerste 
wierden  van  d'avangarde  (die  int  aftrecken  d'arrieregarde  was  ge- 
worden) met  ordre  gestut,  doch  alsoo  dese  ordre  mosten  breecken 
int  passeren  van  een  dam  aent  slootien  bij  de  thuijn  van  Specx 
ende  dat  ondertusschen  d^andere  troupe  haer  t'eenemael  (sonder 
eenige  reeden  oft  noot)  in  de  vlucht  begaff,  haer  geweer  wech  wer- 
pende, soeckende  hem  in  de  twee  chiampans  op  de  reviere  leggende 
te  salveren,  trocken  mede  gelflck  d'andere  met  desordre  in  de  vlucht, 
meest  alle  sonder  geweer,  seer  schandelijck  deurloopende,  tot  dat  de 
vijanden  door  't  groflF  geschut  van  de  chiampans  ende  de  stadt  ge- 
treft  wordende  van  sel£&  bleven  staen;  soo  cloeck  waren  geweest 
ende  met  groote  troupen  inval  hadden  gedaen,  qualyck  een  van 
d'onse  souder  a%ecomen  hebben,  ende  tot  in  de  stadt,  ja  verder 
hadden  sonder  wederstant  connen  gaen  y  alsoo  niet  één  gesont  soldaet 
in  de  stadt  ende  t  fort  was,  ende  tvolck  van  de  praeuwen  noch  niet 
binnen  geeomen  waren.  Onse  mijters  droegen  haer  oock  seer  qualyck, 
liepen  't  voetvolck  onder  de  voet;  in  dese  resconlre  ende  disordre 
syn  van  d'onse  doot  gesmeten  ende  in  de  reviere  verdroncken  56 
soldaten  ende  4  burgers,  daerenboven  waren  20  gequetste  voor  de 
disordre  binnen  gebrocht,  140  soldaten  ende  burgers  keerden  weder 


Digitized  by 


Google 


137 

sonder  geweer,  soodat  de  vQandt  200  p*.  mnsqnetten,  piecken,  har- 
nassen ende  andersinis  van  d'onse  becomen  heeft,  doch  niet  min  dan 
een  a  2  hondert  synder  van  dhaere  gebleven;  dit  ongeval  heeft  veele 
van  d'onse  vry  wat  verslagen,  d'Almogende  behoed  ons  voor  meerder 
ongeval  ende  wil  ons  met  syn  heijlige  segen  helpen.  'Taffhacken  van 
boomen  ende  't  werck  dat  voorgenomen  hadden  te  slechten  is  door 
dese  disordre  naei^bleven,  ende  de  vijandt  heeft  datelyck  weder 
aengevangen  de  wech  by  de  thnyn  van  Specx  (synde  omtrent  een 
halff  mijl  van't  fort)  met  d'a%eworpen  cocnsboomen  te  sluiten  ende 
syn  leger  aldaer  weder  op  nieuws  neder  te  slaen.  Batavia  is  niet 
alleen  belegert  van  des  Mattarams  volck ,  sonder  negotie ,  met  dierte 
van  alderleye  lyfftochten  beswaert,  maer  daerenboven  worden  noch 
allerharst  gedmct  met  een  extraordinarie  sieckte  ende  sterfte  van  de 
roode  loop,  die  gedurende  dese  belegeringe  seer  hart  regneert,  ende 
dat  insonderheijt,  ja  bijcans  alleen  onder  de  soldaten  ende  bootsge. 
sellen;  des  Compagnie's  l^fféggenen,  gevangenen  ende  Chineesen 
hebben  daervan  geen  noot,  weijnich  sterfEte  isser  onder  haer;  van't 
goamisoen  syn  ons  in  de  maanden  September  ende  October  afgestorven 
157  personen  soldaten  ende  bootsgesellen  ende  daerenboven  gelQck 
voren  is  geselt  72  in  den  oorloch  gebleven. 

Tsedert  primo  November  1627  tot  Ultimo  October  1628  sfln  in 
Batavia  overleden  395  personen  ende  daerenboven  235  op  de  schepen 
aldaer  te  reede  leggende,  Vë:  dienen  Indien  met  den  eersten  wel 
te  secnnderen  van  cloeck  volck  oft  is  te  vreesen  dat  des  Comp:  forten 
ende  schepen  in  groot  gebreck  vervallen  sullen. 

Tvolck  corteling  gecomen  is  soo  ool^ck,  dat  veele  in  haere  luljheijt 
ende  vuijlheyt  vergaen ,  meest  syn  se  oock  jongh  en  dom  die  hier 
comen,  het  boscruijt  dat  men  spilt  om  de  jonge  soldaten  te  doen 
exerceren  cost  de  Comp.  veel  meer  dan  off  ervarene  dubbelde  soldije 
gaven,  VE:  gelieve  te  doen  letten,  soo  veele  mogelick  is,  dat  her- 
waerts  aen  vant  cloeckste  volck  gesonden  worde,  de  Compagnie  sal 
daeraen  dienst  geschieden,  al  waert  oock  dat  de  gagie  vrij  wat  meer 
dan  ordinarie  souden  moeten  verhoogen. 

Tsedert  de  tocht  door  die  van  Bantam  jongst  op  Batavia  gedaen 
ende  in  dese  tegenwoordige  belegeringe  sijn  genootsaeckt  geworden 
meer  dan  4  a  500  bootsgesellen  van  de  schepen  te  lichten  ende  tot 
versterckinge  vant  gamisoen  in  Batavia  te  gebmycken,  veel  jongers 


Digitized  by 


Google 


138 

loopender  onder,  waenran  thien  qoaiyck  tegen  een  doecke  Javaen 
sonde  connen  bestaen. 

Ons  gebreecken  niet  alleen  enz. 

D'incompeten  van  Batavia  tsedert  primo  November  1627  tot  ülf : 
October  1628  bedragen f  287037  :  11 : 4 

de  winst  van  den  handel -  300000 :  — :  — 

d'oncosten  (daervan  ten  behoeve  van  de  scheepen 
alleen  verstrect  is  /  310^.)  bedraegen  daertegen  .    -  900000 :  — :  — 

Waeronder  begrepen  sijn  omtrent  f  50<^.  verleden  jaer  gespendeert 
ende  niet  geregistreert,  soodat  de  somme  van  d'oncosten  verleden 
jaer  gedaen,  niet  veele  verschilt,  niettegenstaende  dat  het  gnamisoen 
dit  geheele  jaer  meer  dan  eens  soo  sterck  als  verleden  jaer  geweest  is. 

Het  fortificeren  enz. 

Opt  stnck  van  den  vrgen  handel  sal  volgens  V:  E:  ordre  geen 
verdere  ouverture  gedaen  worden,  d^Engelsen  ende  Deenen  syn'tdie 
den  inlantschen  handel  bederven,  in  faveur  van  de  Moeren,  Heydenen 
ende  Portugiesen;  om  Batavia  te  meer  fonderdrucken,  sit  d'eenenn 
tot  Bantam  ende  d'ander  tot  Japara,  gelijck  voren  is  geseijt. 

Het  de  vrge  lieden  in  Batavia  gaet  het  gants  slecht,  daer  sQn 
eenige  weinige,  die  wat  middelen  hebben  ende  seer  weynich  die  yets 
by  der  hant  nemen  omme  haer  eerlyck  te  generen;  t  sQn  meestal 
tappers  ende  dronckaerts,  d'eene  vergaet  in  exces  van  drincken  en 
d'andere  door  enckele  lugheijdt  in  armoede,  daeraen  geen  deucht 
wel  bestoet  can  worden,  onder  haer  is  geen  ander  vaertuijgh  dan  de 
jachten  de  Peerle,  Brotchia,  denliarinck,  Oorcom  ende  tfregat  Nera, 
die  altsamen  welhaest  sleijten. 

Aen  Boycke  Boyckes  enz 


XXn.  De  Gouverneur-Generaal  Jan  Pietersz.  Coen  en 
Rade  van  Indie  aan  de  Bewindhebbers  der 
Gen.  O.  I.  Comp.  (Heeren  XVU.) 


Batavia,  17  November  1628. 

Dese  nevensgaende  is  copie  enz. 

Tsedert  onse  voorgaende  is  tusschen  ons  ende  des  Mattarams  leger 


Digitized  by 


Google 


139 

niet  flonders  gepsuseert,  hebben  sekerigck  vernomen,  dat  doen  wy  den 
21°  October  Üeger  van  den  Tommagon  Booracxa  opsloegen  ende  u\jt 
t  velt  dreven,  aldaer  denselven  Tommagon  veltoverste  met  twee  soonen 
doot  bleeff ,  ende  dat  's  anderen  daechs  den  22»  van  Mattaram  bij  de 
gevlnchte  aenqnam  een  nieuw  leger,  d'eene  zeijt  met  omtrent  5000 
coppen  ende  d'andere  15000  coppen,  met  veel  peerden  onder  drie 
hooffden  te  weten:  Tommagon  Snragulago  *  met  10000,  CheyduPaty 
Madnra  Ra^a  *  ende  Cheijdu  Paty  Santa  *  met  5000  mannen;  dit 
nienwe  leger  heeft  hem  in  tween  verdeijlt,  t'eene  deel  is  gelegen 
aen  d'oostz\jde  van  de  stadt  omtrent  de  thoijn  van  Speex  ende  t  andere 
int  znyt  westen  van  de  stadt,  van  waer  elck  syn  naerderingh  doet 
ende  han  altemet  in  slachordeningh  breet  vertoonen.  Op  de  naerde- 
ringh by  die  vant  znijtwesten  gedaen,  sijn  genootsaeet  geworden, 
volgens  advys  van  de  chrijchsraden ,  de  boomen  van  de  toijnen  Van 
de  predicant  Danckaert  ende  Capitein  Hendrick  Lievensen  aff  te 
houwen  ende  soo  haest  de  boomen  van  Danckaert  den  5^  deser  ge- 
slecht waren,  verliet  de  vijandt  d'aproche,  welck  onder  scheut  van  de 
rednyt  Zeelandt  gedaen  hadden,  soodat  het  schijnt  haer  voornemen 
was  onder  ende  iusschen  dese  boomen  te  comen  legeren.  Tsedert  is 
't  gantsche  leger  van't  znijtwesten  den  16^  deser  in  ordre  de  voors. 
reduyt  Zeelant  genaerdert  (terwijle  't  leger  aen  d'oostzijde  mede 
aprocheerde)  doch  hebben  haer  buyten  scheuts  weder  gelegert,  't 
schQnt  dat  voor  hebben  ons  te  verdueren.  Yan  Bantam  zijn  hier 
twee  personen  met  irnyten  aengecomen ,  waerdoor  verstaen  dat  van 
den  Goninck  aldaer  gezonden  zt)n  omme  te  vernemen  hoe  't  met 
Batavia  gaet,  seggen  dat  dien  Coninck  ende  grooten  haer  verheugen 
dat  de  Mattaram  soo  grooten  wederstant  vint  ende  soo  veel  volck 
a%eslagen  is,  dat  genegen  souden  wesen  haer  met  ons,  soo  't  met 
Batavia  wel  gaet  te  vereenigen,  maer  soo  wij  tegen  de  Mattaram  niet 
bestaan  connen  dat  dan  sullen  zien  hun  met  de  Mattaram  te  verdragen. 
De  twee  enz 


1.  Sodjo-dilogo,  de  zon  des  slagvelds  yolgenf  Winter  P  of  Soen-ngalogo  P 

2.  Kiai-Adipati  Mudoero-re^jo. 
8.    Ki«i-Adipati  Hoepo-sonto. 


Digitized  by 


Google 


140 

XXUa  Translaet  7an  eenen  MaleQschen  brieff  ons  uyt 
des  Mfttt^"^™»?  leger  neffens  een  in  Javaensche 
tale  thoegeschickt,  den  21"  September  A*  1628. 


Cappitain  Moor,  Cappitain  Time  ^  ghij  beljde  weest  op  n  hoede 
ende  sijt  voorsichtich  want  binnen  thien  ofte  twaelf  dagen,  wesende 
den  vijfden  van  de  nieuwe  maen  ofte  den  sevenaten  thoecomende, 
wacht  dien  tijt,  dan  sal  der  van  denMataramcomengewapentvolck, 
hondert  en  vgftich  doijsent  mannen,  waervan  de  hoofden  sollen  wesen 
dese  naervolgende  persoonen,  te  weten: 

Quyay  Ada  Paty  Mandara  Arradia, 

Qnyay  Ada  Paty  Oupasanta, 

Quyay  Ada  Paty  Toupata, 

Paty  Tommagon  Angabaya  ^ 

Dese  voors.  vier  overhoofden  hebben  tegen  Syn  Miyesteyt  misdaen 
ende  haer  leven  heeft  hy  gespaert ,  die  hij  tot  u  zendt  ende  sullen 
hier  wesen  in  de  maent  Saffar  '  (is  de  maent  October)  den  vijfden 
ofte  sevenden  van  denselfden  nieuwe  maen,  ende  ick  waerschon  U 
andermael  dat  ghy  wel  op  n  hoede  siJt;  want  deze  hondert  en  vijftich 
duijsent  mannen  sQn  gedestineert  onder  n  fort  te  sterven  ende  daema 
sullen  noch  hondert  en  vijftich  dugsent  coomen  waer  hooft  over  wesen 
sal  Pangoran  Ada  Pati  Joumina.  ^ 

Dat  ghy  meijnt  dat  ick  gecoomen  ben  u  fortsmuren  te  beklimmen 
daerin  sijt  ghy  geabuseert,  want  ick  hebbe  van  m^n  Koninck  daer 
geen  last  toe,  noch  om  u  te  bevechten,  maer  ick  hebbe  last  my  hier 
vast  te  maken,  dan  soo  ick  daertoe  last  hadde  u  te  bestrijden,  ick 
soud  u  met  myn  by wesende  macht  al  by  geweest  hebben,  maer  de 
thien  duysent  mannen  die  ick  medegebracht  hebbe  syn  van  Syn 
Migesteyt  geordonneert ,  haer  hier  in  een  pagger  te  besluy ten ,  ende 


1.  Vermoedeiyk  verbasterd  uit  het  Portageesch  voor  Capitaö-mor,  kapitein  mijoor 
of  opperste  hoofdman,  en  Capitao  de  timaö,  kapitein  van  het  roer  (van  den  staat 
of  van  de  zeemagt,  overdragtemk) . 

2.  Kiai  Adipati  Aandoero-re^jo,  Kiai-Adipati  Hoepo-Souto,  en  Pati  Toemenggoeog 
Ngabehi.    Tonpata  weet  ik  i.iet  te  verklaren. 

8.    Tsafiur. 

4.    Jonmina  weet  ik  niet  teregt  te  brengen,  kan  het  z\|n  fioeminoto  ? 


Digitized  by 


Google 


141 

800  gbij  van  sins  sijt  my  hier  te  willen  van  daen  slaen,  ghij  most 
haest  aenkomen,  ick  sal  n  wachten,  want  ick  geresolveert  ben  m^n 
werck  niet  te  verlaten  ende  soo  den  Mataram  met  de  verwachte 
hondert  en  vijftich  duysent  hier  compt  salt  n  swaer  vallen  ons  op  te 
slaen ,  daerom  soo  ghij  wat  doen  wilt  most  u  haesten* 


XXni.  De  Oonvemeur-Generaal  Jan  Pietersz.  Coen  en 
Rade  van  Indie  aan  de  Bewindhebbers  der  Gen. 
O.  I.  Comp.  (ter  Kamer  Amsterdam).  * 


Batavia,  10  Febr.  1629. 

£d.  Emtfeste,  enz. 

Den  5"  November  1628  vertrokken  &c 

Met  onse  voorgaende  is  U£d.  geadviseert  hoe  Batavia  van  des 
Mattarams  volck  seer  onversiens  vyantlyck  aengetast  ende  belegert 
was,  van  25  Augusty  tot  3  (?)  December  1628  heeft  dese  belegeringe 
gednert;  eerst  wierden  te  lande  beset,  van  de  Tommegon  Bonraxa 
met  een  leger  van  omtrent  thiendaysent  mannen,  dit  leger  den  21 
October  1628  opgeslagen,  verdreven  ende  verstroyt  synde,  gelyck 
UEd.  geschreven  is ,  quam  hier  's  andrendaechs  aen  een  ander  leger 
van  twintich  duysent  mannen  onder  't  gebiet  van  de  Tommegon 
Soragnlagnl  met  veel  van  des  Mattaram's  adel,  doen  ons  volck  sonder 
onse  ordre  ende  kennisse  den  23  Qctober  de  vyanden  (die  haer  op 
nieuws  vertoonden  en  versterckten)  seer  moedich  aentasten  ende  haer 
andennael  uyt  hunne  versterckinge  dreven,  wierd  al  vermoet  om  de 
groote  menichte  van  menschen  datter  nieuwe  macht  gecomen  moest 
wesen;  maer  te  diertyde  hadden  daervan  gants  geen  kennisse.  Dese 
Tommegon  Suragulagul  is  van  den  Mattaram  gesonden  met  die  mee- 
ninge,  dat  Battavia  ongetwyfelt  op  syn  aencompste  door  de  Tommegon 


1.  Het  Yerha«l  vao  de  belegeringhe  der  stadt  Bttayia,  door  eeo  ooggetuige,  ge- 
plaatst in  Deel  IIJ.  B^dr.  tot  de  taal-,  land-  en  volkenk.  van  Neerl. Indie.  üitgeg. 
door  het  KoninkL  Instituut  te  Delft,  1865,  blads.  289,  komt,  voor  een  deel,  trooideMjk 
overeen  met  dezen  brief.   Die  ooggetuige  schijnt  dus  dezen  brief  gezien  te  hebben. 


Digitized  by 


Google 


142 

Bonraxa  Yermeestert  vinden  sonde.  In  desen  gevalle  had  de  Hattaram 
hem  belast;  de  costelyckzste  waeren,  die  licht  verdnystert  costen 
worden,  als  te  weten:  't  geit,  de  cattoene  deden,  laeckenen  ende 
Amphioen,  van  Bonraxa  over  te  nemen  ende  in  alle  versekerthejt  bj 
Syne  Mayt.  inde  stadt  Mattaram  te  brengen ;  maer  byaldien  Battavia 
niet  verovert  was ,  dat  dan  den  Tommegon  Bonraxa  ende  sekere  andere 
edelen,  die  hy  mede  bracht,  dringen  sonde  Battavia  met  gewelt  in 
te  nemen  ofte  haer  doot  te  vechten  ende  soo  in  gebreck  bleven,  dat 
haer  selfs  doot  smyten  sonde.  De  Mattaram  had  mede  belast  alle 
de  Nederlanders  te  doen  dooden  ende  niemant  te  spaeren.  De  Tom- 
megon Suragnlagnl  voor  Battavia  comende  ende  vernemende  dat  't 
leger  van  de  Tommegon  Bonraxa  van  ons  opgeslagen  ende  t'eenemale 
verstroyt  was,  dat  Bonraxa  selfs  met  al  syn  adel  en  geheel  veel  volcx 
dootgebleven  waren ,  was  seer  perplex,  sloech  op  syn  borst  ende  seyde : 
wat  sal  ick  den  Mattaram,  mijnen  Hcere  medebrengei^p  Eerst  legerde 
hy  met  al  syn  macht  aen  de  oostsyde  van  de  stadt,  omtrent  den 
thnyn  van  Specx,  daemae  sont  een  qnartier  aen  de  westsyde,  ecne 
groote  vertoninge  rontsomme  doende,  van  beyde  syden  wierd  de  stadt 
tot  binnen  schents  geapprocheert ,  insonderheyt  aen  de  oostsyde ,  daer 
't  leger  van  Bonraxa  gelegen  hadde,  maer  siende  geen  apperentie 
omme  met  gewelt  voordeel  te  doen,  resolveerde  voors.  Tommegon 
t'onderstaen  off  de  reviere  van  de  stadt  sonde  connen  verleyden^ 
omme  ons  de  plaetse  door  gebreck  van  water  te  doen  verlaeten.  Tot 
desen  eynde  heeft  omtrent  een  myle  te  lapdewaert,  bo^en  de  stadt 
dertich  dagen  langh  dnysent  mannen  daechs  doen  graven ;  maer  siende 
hoe  weynich  vorderden  ende  dat  ondertnsschen  syn  eygen  volck  van 
honger  ende  gebreck  vergingh  wert  genootsaeckt  dat  werck  nae  te 
laten  en  van  Batavia  te  vertrecken,  vreesende  dat  meede  gelyck  't 
leger  van  Boraxa  verslagen  ende  verdreven  sonde  worden. 

Twee  Edellieden  Chey  dnpati  Mandnra  Ragia  en  Chey  dnpati  To- 
pasanta  >  gebroederen,  welcke  in  't  grootste  aensien  naest  de  Mat- 
taram geweest  syn  ende  belast  was  met  dese  tocht  genaede  te  ver- 
dienen, onderleyden  de  rednyt  Hollandiae  met  ranmien  aan  te  tasten , 
gelyd:  Bonraxa  te  voeren  mede  hadde  gedaen.  Den  21^  November 
des  nachts  qnamen  by  de  rednyt  in  de  affgesneden  stadt  met  ontrent 


1.    Maiidoero*n4jo  m  Kiai  Adiptti  Uoepo-Soato. 

/Google 


Digitized  by  ^ 


143 

100  man  en  de  volgende  nacht  den  28n  met  ontrent  300  coppen; 
maer  alsoo  ontdeckt  ende  eenigen  geschooten  wierden ,  liepen  door, 
ha^  Yoomemen  nalatende. 

Hierop  heeft  de  Tommegon  Soragalagnl,  veltoyerste  dese  twee 
edellieden  met  haer  volck  doen  binden  ende  bj  forme  van  jnstiiie 
Tolgens  ordre  van  de  Mattaram  doen  dooden,  omdat  Battavia  niet 
verwonnen,  noch  haer  dootgevochten  hadden;  eenige  weynigen  syn 
't  hooft  afgeslaegen,  ende  d'andre  al  't  samen  met  piecken  ofte 
poignaerts  doorsteecken.  Nadat  dit  1*"  December  gedaen  wajs,  is 
voorn.  Tommegon  Suragalagul  den  3»^  dito  met  't  resterende  leger 
van  Battavia  vertrocken,  de  doode  lichamen  tot  een  spectakel  van 
syn  wreede  executie  boven  d'aerde  latende,  hadden  wy  selfb  de 
lichamen  niet  gesien,  souden  't  niet  wel  connen  geloven,  744  doode 
lichamen  syn  daer  bij  een  van  d'onse  getelt. 

Men  segt  ende  wort  voor  seecker  gehouden  dat  van  de  dertich 
duysent  mannen,  die  voor  Battavia  geweest  syn,  niet  meer  dan 
ontrent  10000  weder  by  de  haer  gekeert  souden  wesen,  seer  vele 
syn  der  van  honger  ende  ongemack  vergaen,  doen  't  leger  van 
Bouraxa  opgeslagen  wierd  liepen  die  van  Sammedangh  ende  Oud:er 
('t  wel<^  de  twee  naeste  gebuersteden  van  Battavia  syn,  in  't  ge- 
berchte  gelegen)  datelycken  voor  't  geheel  deur,  ontboden  haer  res- 
terende volck  met  vrouwen  ende  kinderen  verlieten  hare  woonplaetse 
ende  hebben  haer  in  seker  geberchte  achter  't  landt  van  Bantam 
b^ven  omme  de  heerschappye  van  den  Mattaram  te  ontgaen,  alsoo 
vreesden  dat  haer  doot  souden  moeten  vechten  off  dat  selffs  van  den 
Mattaram  dootgesmeten  souden  worden.  ^ 

Naderhant  hebben  verstaen ,  dat  de  Mattaram  voors.  Tommegon 
Suragulagnl ,  synen  veltoverste  met  veel  edelen  meede  heeft  doen 
doeden,  d'Edellieden  omdat  geen  victorie  hebben  bevochten  ende 
veltoverste  omdat  de  voorn.  Orangkayo  Chey  du  Pati  Madura  Ragia 
ende  Chey  du  Pati  Topasanta  gedoot  heeft,  seggende  dat  hy  belast 
hadde,  die  te  spaeren  ende  haer  volck  te  dooden,  daermede  het 
schynt,  de  Mattaram  hem  soect  t'ontschuldigen. 

De  spraecke  gaet  dat  de  Mattaram  metten  eersten  selffisi  in  persoon 


1.    Zie  hierachter  onder  n».   XXVI,    nadere  berigten  omtrent  de  beroUdng  van 
Soonadang  en  Oekoer. 


Digitized  by 


Google 


144 

met  meerder  macht  weder  comen  aal,  dat  de  wegen  doet  bereyd^n 
om  groff  geschat  mede  te  brengen ,  wat  er  van  worden  wil  sal  de  tyt 
leeren.  Wy  verhoopen  dat  ondertosschen  de  stadt  ende  casteel  alsoo 
snllen  verstercken,  dat  alle  des  Mattarams  macht  niet  sollen  behoeven 
te  ontsien  ende  hem  met  Godes  hulpe  wel  affkeeren  sollen.    .    .     . 

Wy  verstaen  dat  d'mwoonderen  van  alle  de  plaetsen  langs  de 
seecant  van  gans  Java  gelegen,  seer  besich  syn  omme  haer  te  ver- 
stercken,  door  vreese,  welcke  hebben,  dat  wy  onderstaen  sollen  ons 
van  haer  te  revengeren,  eenige  Chinesen  ende  Javanen  syn  hiervan 
Gheribon  om  te  handelen  aengecomen,  't  8ch3mt  dat  des  Mattaram's 
ondersaten,  weder  geeme  tot  Battavia  sooden  comen  handelen. 

Nae  wy  aen  d'o3rtcompst  van  saecken  bemercken  schynt  het,  dat 
die  van  Bantam  verleden  jaer  d'offensive  attentaten  tegen  Batavia 
deden,  omme  daerdoor  des  Mattarams  gonste  te  verwerven;  doen 
't  volck  van  de  Mattaram  in  Aogosto  1628  Battavia  eerst  onversiens 
aentasten  verseylden  deselffde  nacht  eenige  Chineesen  met  cleen 
vaertoygh  nae  Bantam  om  haren  handel  te  drijven,  soo  haest  daer 
qoamen  met  tydinge  van  des  Mattarams  compste,  wierd  haer  ver- 
weten dat  te  voren  van  Batavia  niet  hadden  willen  vertrecken  ende 
daer  qoamen,  no  niet  beter  mochten,  derhalven  dat  de Coninck haer 
met  lyff  ende  goet  aen  de  Mattaram  zoode  doen  overleveren.  Eenige 
Chinesen  dit  vernemende,  keerden  datelyck  weder  tot  Battavia  ons 
dese  tydinge  brengende;  verstonden  oock  dat  de  Coninck  van  Bantam, 
den  Tommegon  Booraxa  op  syn  aencompste  presenteerde  holp  van 
tweedoysent  mannen ;  maer  dat  voors.  Tommegon  de  holp  weygerde , 
seggende  dat  selfb  machtich  genoech  was  om  Battavia  te  vermees- 
teren ;  doch  toen  harde  wederstant  vont  ende  mettertyt  de  provisie  ende 
amonitie  qoam  te  gebreecken,  heeit  daema  rQs,  croyt,  geschotende 
roers  van  Bantam  versocht,  maer  weynigh  becomen.  De  Tommegon 
Soragolagol  ende  de  Mattaram  selffis  hebben  door  gesanten,  van  den 
Coninck  van  Bantam  versocht  de  twee  grootste  stocken ,  die  daer  syn 
omme  Batavia  (seydensy)  daermede  te  dwingen,  dese  twee  stocken 
wierden  geweygert;  maer  vier  mindere  in  haer  plaatse  gepresenteert, 
welcke  des  Mattaram's  gesanten  refoseerden,  alsoo  die  ondienstich 
oordeelden,  doen  die  van  Bantam  op  't  leste  vernamen,  datter  geen 
apparentie  was,  dat  des  Mattarams  volck  tegen  Battavia  yets  vorderen 


Digitized  by 


Google 


145 

sonde;  maer  dat  selffs  door  gebreck  ende  hongennoot  vertrecken 
mosien,  wierd  d'eene  praenw  op  d'ander  van  Bantam  na  Eattavia 
geaonden,  om  ons  (onder  pretext  dat  frayten  ende  vis  ter  marckt 
brachten)  cont  te  doen,  dat  seer  genegen  waren  met  ons  te  verdragen 
ende  alsoo  vernamen  datter  in  Bantam  groote  vreese  van  den  Mat- 
taram  was  ende  dat  disseigneerden  haer  met  onse  holpe  te  ver- 
stercken,  vonden  wy  goet  d'occasie  waer.  te  nemen,  sonden  nae' 
Bantam.  Ons  volck  wiert  wel  bejegent,  den  handel  soo  liber  ende 
vry  als  d'Ëngelse  natie  gepresenteert,  doch  alsoo  wQ  selffs  alsnoch 
mei  goed  conden  vinden  weder  een  comptoir  tot  Bantam  te  stabi- 
lieren,  onderleyden  de  peper  weder  tot  Batavia,  geiyck  voor  dese,  te 

doen  brengen  enz 

Hiermede  enz 


XXIV.  De  (provision.)  Oonvemeor-Generaal  Jacques  Specx 
en  Rade  van  Indie,  aan  de  Bewindhebbers  der 
Gen.  O.  I.  Comp.  (Heeren  XVII> 


Batavia,  15  December  1629. 

Vn^t  de  generale  missiven  Uw  £d.  van  hier  toegesonden  pr.  de 
scheepen  Prins  Willem,  Nassouw,  Vlissingen,  der  Veer  ende  Delfs- 
haven,  gedatteert  3  November  1628,  item  met  't  schip  de  Leeuwinne 
in  dato  IT^^  ditto,  alsmede  per  't  Engelse  schip  de  Maria,  dato  10 
February  1629 ,  mitsgaders  de  jonckste  per  't  jacht  Orootenbroeck  ge- 
dateert  18°  Marty  volgende,  snllen  Uw.  Edv  den  stant  ende  gelegent- 
hegt  van  des  Compagnies  affairen  in  India,  breeder  als  wel  verge- 
noecht,  hebben  verstaen,  alsoo  sich  naer  't  vertreck  van  de  Ed.  fleer 
GenL  Carpentier  (bnijten  expectatie  vele  saecken  anders  toegedraegen 
hebben  als  Uwe  Ed.  snllen  hebben  verwacht)  de  fleere  Almachtich 
geve  synen  segen,  dat  alles  tot  vorighen  vrede ,  roste  ende  profytable 
negotie  ten  welstant  van  de  generale  Compagnie  mach  gebracht  worden. 

Tsedert  vertreck,  enz 

Mette  voorige  advysen  snllen  Uw,  Ed.  verstaen  hebben  't  sncces 
V.  10 

Digitized  by  VjOOQ IC 


146 

van  des  Mattaramfl  attentaten  tegen  Batavia  onder  't  belegt  van  den 
Tommagon  fionraxa  ende  Snragalagne,  mitsgaeders  dat  de  geruchten 
sterck  liepen  den  Mattaram  voomam  ende  groote  preparaten  dede 
omme  met  meerder  macht  wederom  aynnen  aenskch  op  Battavia  te 
hervatten,  de  Coningen  van  Cheribon,  soowel  den  ouden  als  den 
jcmgen,  gaven  secrete  advijsen  ende  waerschouwingen ,  dat  men  hier 
•op  syn  hoede  soude  wesen,  alsoo  den  gantschen  macht  van  den  Mat- 
taram seeckerlyck  te  verwachten  hadden,  twelck  van  over  ende  we- 
dervaerende  Ghineesen  oock  geconfirmeert  wiert,  alle  welcke  geruchten 
de  noodige  fortificatie  sulcx  dede  behertigen,  dat  de  stadt  rontsom 
met  cocosboomen ,  soowel  aen  de  oostzijde  langs  den  aerden  wal  als 
aen  de  westzijde  langs  de  stadtsriviere  beslooten  wiert,  ende  om 
tegen  sulcken  dreijgenden  macht  te  mogen  bestaen,  wierden  alle 
rednyten  ende  wachtplaetaen  versterckt,  mitsgaders  tegen  geschut 
ende  schietgeweer  versien,  den  punct  üytrecht  leggende  opdenaeste 
gracht  aen  de  reduyt  Gelderlant,  wiert  vergroot  ende  met  twee  halve 
cartouwen  versien,  voorts  tusschen  de  reduyt  Hollandia  wiert  een 
houte  wambas,  de  Sterre  genaemt,  ingelecht,  andere  vier  diergelycke 
boute  wambaysen  (synde  tsamen  van  geheele  clappusboomen  opgeset) 
wierden  aen  de  zuytwestzijde  van  de  stadt  geset ,  naementlick  Vianen 
tusschen  Brabant  ende  Zeelant  ende  ontrent  int  midden  van  Domine 
Danckaerts  thuijn,  op  de  cant  van  de  cleijne  dwars  rivier,  Bommel , 
Weesp  ende  Buijren  tpsschen  de  reduyte  Zeelant  ende  't  huijs  van 
den  ontfanger.  Dese  reduijten  waeren  qualyck  voltrocken  als  'tvolck 
van  de  Mattaram  verscheen,  goeden  dienst  hebben  dese  houten  wam- 
baysen gedaen  ende  bysonder  groote  verseeckeringe  voor  't  bestiael 
van  de  Compagnie  als  borgerie  gegeven,  daerop  den  vQant  oock  zfln 
force  gebroocken  ende  door  deselve  oock  beleth  is  geweest  tegens  de 
stadt  tot  op  de  westcant  van  de  reviere  t'approcheren,  't  optrecken 
van  de  gardynen  vant  casteèl  met  craelsteen,  wierden  oock  daegelickx 
gevoirdert ,  omme  tegen  alle  periculen  sooveel  mogelick  te  mogen 
bestaen. 

Den  I611  April  voorleden,  quamen  hier  van  Tegal  met  6  prauwen 
een  Javaen,  genaemt  Warga,  hebbende  van  uyt  de  revier  van  Crau- 
wangon  ^   vrge  geley  gesonden  met  brieven  van  synen  heer  den 


1.    Krawang. 

Digitized  by  VjOOQ IC 


147 

Tommagon  van  Tegal  aen  d'Heer  Generael,  daerby  nyt  den  naem 
van  den  Mattaram  vrede  aengeboden  ende  versocht  wiert.  dat  des 
Mattarams  onderdaenen  als  voor  dato  vry  ende  ongemollesteert  in 
Battavia  mochten  comen  handelen,  zyn  heer  den  Mattaram  excnsee- 
rende  dat  door  de  Tommagon  Bouraxa  was  geabnseert  ende  dat  hij 
dese  Yijandeigcke  attentaten  bij  der  hant  genomen  hadde  in  revengie 
van  seeckere  sQne  ambassadeurs  aen  dewelcken  d'Heer  GeneraelOar- 
pentier  vry  paspoort  Iiadde  verleent  om  over  Atchyn  een  reyse  naer 
Mekka  te  mogen  doen,  den  welcken,  soo  den  Tommagon  aen  de 
Mattaram  voorgegeven  hadde,  door  d'Heer  Oenerael  Coen  zalr.  op  hun 
wedercomste  alhier  omgebracht  ende  gedoot  waeren ,  maer  alsoo  naer- 
der  kennisse  van  saecken  becomen  hadde ,  versocht  't  gepasseerde  niet 
meer  te  willen  gedencken ,  doende  Warga  dese  aenspraecke  ter  pre- 
sentie van  den  Ambassadeur  van  Ligor  ende  de  schippers  van  des 
Conincx  van  Siams  joncken,  beneffèns  d'overhoo£fden  van  de  Chineesen 
alhier,  voegende  daerby  dese  eijgentlijcke  woorden :  Radja  Mattaram, 
minta  ampon,  twelck  te  seggen  is,  den  Coninck  Mattaram  doet  u 
bidden  om  vergiffenisse ,  ontsiende  sich  desen  Warga  niet  tegen 
d'aengebooren  nature  van  de  Javaenen,  d'eere  ende  reputatie  van  syn 
prins  soo  te  vernederen,  omme  daerdoor  te  beter  synne  desse^nen 
te  effectueeren. 

Op  gemelte  versoeck  was  goetgevonden ,  by  provisie  toe  te  staen 
dat  de  handelaers  als  voor  desen  onbeschroomt  mochten  comen  ne- 
gotieeren, souden  wel  getracteert  ende  ongemolesteert  mogen  gaen 
ende  keeren,  daermede  Warga  gantsch  wel  gecontenteert  naerTegal 
vertreckt,  seggende  syn  Heer  den  Tommagon  was  in  plaetse  van 
Bouraxa  admirael  van  des  Mattarams  zeestrandt  gemaeckt,  hadde 
voorgenomen  beter  correspondentie  met  ons  te  houden  ende  alle  coop- 
lieden  te  verwittigen ,  dat  vrijeiy ck  naer  Battavia  mochten  gaen  haer 
profiyt  soecken. 

D'uytcomste  ende  gevolch  van  saecken  hebben  bethoont,  dat  dese 
bnmble  besendinge  maer  en  is  geschiet  om  onder  pretext  van  vrede 
niet  verhindert  te  werden  groote  partije  rijs  ende  pady  teamasseeren, 
deselve  te  waeter  in  de  rivieren  van  Pamanucan  ende  Crauwang  te 
brengen,  ende  alsoo  'tleger  van  den  Mataram  op  Batavia  van  daer 
over  landt  te  victnalieren,  welcke  chargie  aen  gemelten  Tommagon 
bevolen  was* 


Digitized  by 


Google 


148 

Naer  Warga's  vertreck  verschenen  8oo  na  als  dan  eenige  geaposteerde 
praenwen,  doch  conden  haer  desse^n  soo  secreet  niet  honden  ofte  wierd 
seeckere  tydinge  soo  van  Chineesen  als  die  van  Bantam  vernomen,  dat 
de  Mattaram  met  groote  macht  te  velde  comen  sonde ,  maer  off  het 
Battavia,  Bantam  ofte  wel  d'affgewekene  van  Oecker  gelden  sonde 
bleef  noch  twijffelachtich. 

Omme  naer  tijdinge  te  vernemen ,  wat  langs  de  cnste  in  des  Mat- 
tarams  haevenen  passeerde,  was  goetgevonden  de  jachten  Clegn 
Hensden  ende  Teyonhan  tot  voor  Jappara  te  senden  met  ordre  ende 
instmctie  omme  scherpelgck  te  vernemen  ofte  in  eenige  plaetsen  ver- 
saemelinge  van  r^s  ende  pady  gedaen  wierde,  mitsgaders  bij  rescontre 
van  merckelijck  getal  van  praenwen,  deselve  te  myneeren,  hiervan 
was  den  schipper  Frans  Loncken  ende  den  ondercoopman  Comelis 
Doetmenuijt  den  last  gegeven ,  dewelcke  met  de  voorn,  jachten  sonder 
eenich  rescontre  tot  voor  Tegal  gecomen  zyn,  alwaer  den  coopman 
Doetmennijt  op  de  vmntlijcke  noodinghe  van  den  Tommagon  aen  lant 
ginck,  waer  ondertnsschen  dat  daer  ter  reede  laegen  meer  als  100 
praenwen  met  pady  van  d'oost  aldaer  aenquaemen,  ende  in  Tegal 
was  aireede  veel  in  voorraet,  ende  als  sy  den  Tommagon  vraechden 
wat  met  soo  groote  partije  pady  voorhadde,  gaff  ten  antwoort  dat  hy 
die  wilde  doen  stoeten  ende  naer  Battavia  voeren,  twelck d'onse soo 
voor  goet  aennamen  ende  vervorderde  haerereyse  naer  Japara,  sonder 
hier  yets  anders  te  verrichten,  dan  dat  met  seecker  vaertnijgh  'twelck 
herwaerts  qnam  adviseerden,  tgeene  in  Tegal  gesien  ende  verstaen 
hadde. 

Ondertnsschen  verscheen  hier  den  20n  Jnny  andermael  den  voor- 
noemden Warga  met  13  pranwen  geladen  met  rijs  ende  andere  ma- 
nndentien,  wiens  compsle  al  over  eenighe  daghen  verwacht  was, 
ende  alsoo  door  naerder  becomen  avysen,  gelijck  mede  door  dever- 
saemelinge  van  de  provisien  in  Tegal  ende  voomementlijck  door 
seeckere  Javaen  die  met  Warga's  praenwen  qnam  ende  voor  desen 
bij  den  ontfanger  Maseyck  gewoont  hadde ,  van  des  Mattarams  toe- 
mstinge  seker  geinformeert  waeren ,  wierdt  geresolveert  om  volcomen 
kennisse  van  saecken  te  becomen,  ditto  Warga  met  alle  sQn  gesel- 
schap in  verseeckeringe  te  nemen,  gelijck  met  behendichegt  geschiet 
ènde  op  den  27^»  Jnny  ter  examinatie  gebracht  is,  als  wanneer  hy 
vermerckende  datter  aireede  eenighe  lacht  ende  kennisse  van  des 


Digitized  by 


Google 


149 

Mattarams  voornemen  becomen  was,  resolveert  (op  hope  van  genade 
te  verwerven)  alles  te  openbaren  ende  d'opreohte  waerhegt  te  seg- 
gen,  welcken  volgende ,  hy  verclaerde  expresselyck  van  zyn  Heer 
Tommagon  van  Tegal  gesonden  te  zgn,  omme  de  gelegentbeyt  van 
Battavia  te  bespieden  ende  ons  door  de  voorighe  handelinghe  te 
aboseren,  de  spyscamer  ende  vergaderinge  van  rQs  ende  pady  was 
in  Tegal,  item  dat  den  Mattaram  vastelijck  besloten  badde  met 
alle  zgn  macht  naer  Battavia  te  comen  ende  dat  tot  dien  eynde  alle 
sQn  geschut  ende  amonitie  van  oorloge  aireede  een  maent  voorlee- 
'den,  n^t  de  stadt  Mattaram  naer  Pacalone  >  vertrocken  was,  daerop 
het  gantsche  leger  dry  weecken  daemaer  sonde  volgen ,  't  welck  van 
daer  in  een  maent  gevoechlyck  tot  voor  Battavia  conde  comen,  dat 
over  't  voors.  leger  als  veltheer  sonde  commandeeren  Qniay  dn  pati 
hï  Imina  ^  ende  Qniay  dn  pati  Inpogger,  beijde  ooms  van  den  Cho- 
sonnna  ofte  Mataram,  neffens  Qniay  dn  pati  Inprobaya,  neve  van 
de  Mattaram,  hoe  ende  wat  manieren  sij  Battavia  meenden  aen  te 
tasten  ende  te  vermeesteren  ^  mitsgaders  hoe  sterck  het  leger  wesen 
sonde,  wat  geschnt,  amnnitie  van  oorloge,  hoeveel  karren,  paerden, 
bnffels  ende  koebeesten  op  comende  wege  waeren,  ende  andere 
particnlariteijten  meer ,  believen  UEd.  uyt  de  neffensgaende  schrifte- 
lijcke  verclaeringe  naerder  te  verstaen. 

Alsoo  seeckere  informatie  ende  kennisse  becomen  was,  dat  den 
Mattaram  voorgenomen  hadde  z^n  leger  van  rys  ende  pady  te  waeter 
door  de  revieren  Pamanncan  ende  Crawang  te  versien,  wiert  goet- 
gevonden  't  selve  bij  alle  mogelijcke  middelen  te  beletten ,  alsoo  voor 
seecker  gebonden  wiert,  bij  aldien  den  toevoer  te  water  conde  af- 
gesneden werden  't  geheele  desseijn  van  den  Mattaram  wel  licht  sonde 
werden  gebroocken ,  welcken  volgende  den  Conmiandenr  Block  Marts. 
met  de  jachten  Cleyn  Amemnijden,  den  Eemphaen  ende  de  Cleyne 
Hoop,  langs  de  cnst  van  Java  nijt  cmijsen  gesonden  wiert,  wer- 
dende  hem  onder  anderen  bg  syn  instructie  in  consideratie  ge- 
geven, dat  byaldiende  jachten  Cle^n  Hensden  ende  Teyonhan  qnam 
te  rescontreren  ende  snlcke  naerder  kennisse  van  Tegals  gelegent- 
beyt verstont,   dat  hij   't  selve  met  zyn  byhebbende  macht  buiten 


1.    Pektlongan. 

ï.     Dexen  naam  en  de  twee  Tol^den  weet  ik  niet  ter^  te  brengen. 

Digitized  by  VjOOQ IC 


150 

evident  peryekel  geraeden  vmit  aen  te  tasten  om  de  r^st  ende  an- 
dersints  dat  daerin  voorraet  lach  te  destrueeren ,  dat  hy  met  advys 
ende  goetvinden  van  sQnen  Raet  daermede  Yoort  sonde  vaeren; 
waerop  den  IG'^  Joly,  per  't  jacht  de  Gleijne  Hoope  door  schryven  van 
ditto  Commandeur  Blocq  verstonden  't  geluckig  succes  dat  Zyn  E. 
op  den  4"  ditto  op  Tegal  gehad  hadde,  naementlick,  dat  hg  in 
omtrent  vijf  u^ren  tgts,  die  hg  daer  aen  lant  was  omtrent  200 
prauwen  ende  400  hupsen,  mitsgaders  een  en  padiherch  van  12  roe- 
den langh  ende  4  hreet  geheel  verforant  ende  gedestrueert  hadde 
sonder  een  man  verlooren  te  hebben,  alhoewel  hun  de  Javanen  int 
eerste  wat  in  tegenweer  stelden;  dese  tocht  ende  onse  cmysende 
jachten  maeckten  soo  groeten  alteratie  langs  de  cust,  dat  sich  niet 
een.  prauw  dorste  vertoonen. 

Den  20»  ditto  vertrock  den  president  Wagensvelt  met  het  jacht 
de  Salm  naer  d'Oost,  om  den  Commandeur  Blocq  te  vervangen,  om- 
trent Cheribon  is  hi)  mede  gelandt  ende  heeft  seecker  dorp  Oabang 
genaempt  affgeloopen,  verbrandt  ende  soo  groeten  quantiteyt  pady 
(als  den  Commandeur  Blocq  in  Tegal)  geruineert  Dit  alles  niet- 
tegenstaende  ende  dat  de  principaelste  rivieren  van  Crawang  tot 
Cheribon  toe  beseth  hielden,  is  den  Mattaram  evenwel  met  syn 
dessegn  voortgevaren  ende  syn  gantsche  macht  naer  Battavia  afT- 
gesonden ,  daervan  de  voorloopers  door  onse  wachten  op  den  21°  'An- 
gostus  omtrent  3  it  4  mijlen  de  revier  op  bejegent  ende  ontdect 
wierden,  die  hun  met  de  vlucht  salveerden,  laetende  een  man  achter. 

Van  die  van  Bantam  waren  2  k  S  daegen  te  voren  verwitticht 
dat  des  Mattarams  volck  de  ryvier  van  Crawang  waeren  gepasseert, 
die  hem  den  21  dito  omtrent  de  stadt  bij  Dirckxlant  vertoonden , 
waeronder  ontrent  veertich  muteren,  onderstonden  des  Compagnies 
beesten  van  de  stadt  aff  te  sneden ,  twelck  hun  door  onse  ruyterye 
ende  de  soldaten,  die  op  de  beesten  passen,  wiert  belec  ende  tot  in 
de  voorstadt  affbrachten,  blijvende  onse  ruijterije  op  den  heerenwech 
honden,  daerop  den  vijant  wat  naerder  quam  afGsacken,  sonder  noch- 
tans aen  den  anderen  te  comen.  Tot  ultimo  dito ,  wiert  weynich  ge- 
wach  van  den  vQant  omtrent  de  stadt  vernomen,  alleenlick  hebben 
hun  naer  een  groote  verthooninghe  van  volck  te  voet  en  te  peerde, 
mitsgaders  veel  vaendelen,  vlaggen  ende  oliphanten  int  oosten, 
zugden  ende  westen  van  de  stadt  verre  buijten  canonscheut  geenquar- 


Digitized  by 


Google 


161 

tiert  ende  haer  leeger  nedergeslagen ,  oomende  ondertoBSchen  noch 
eenige  slaeven  ende  Chinesen  binnen,  die  bg  den  Tijandt  waeren 
gevangen  geweest  ende  wederom  ontloopen ,  rapporteerende  van  groot 
getal  menschen,  peerden,  canonnen  etc,  maer  den  rijs  begon  te 
mancqneren,  twee  Chineesen  zijn  van  hun  lieden  seer  cmel  getrac- 
teert  ende  vermoert,  hebbende  den  eenen  handen,  lippen,  nens  ende 
ooren  a%esneden  ende  den  anderen  van  lidt  tot  lid  ontleedt,  met 
rottangh  wederom  aen  den  anderen  gehecht  ende  soo  beijde  den 
eenen  op  een  vlotgen  langs  de  revier  en  den  anderen  te  voet  naer 
de  stadt  gesonden,  daer  wiert  gepresumeert  dat  dit  deden  om  de 
Chinesen  ende  ons  een  schrick  aen  te  jaegen ,  doch  contrarie  maeck- 
ten  onder  de  Chineesen  een  groote  verbitteringe. 

Den  7n  ditto  was  den  vijant  met  een  tranche  van  hontwerck  ende 
eerde  opgeworpen  tot  onder  tgeschnt  opt  geprojecteert  pleyn  van 
den  craijtmeulen  genaerdert,  hebbende  eenighe  dagen  met  schip  te 
prepareren  ende  material  van  houdt  by  de  wercken  te  haelen  't  soec- 
ken  gebracht,  soo  nn  ende  dan  begonden  sy  met  roers  ngt  haere 
wercken  te  schieten,  sulcx  dat  sy  vier  man  in  de  Champan,  die  de 
wacht  op  de  revier  ende  wat  opgecort  was,  hebben  gequetst 

Den  S^  ditto  wiert  men  des  morgens  gewaer  dat  den  vijant  met 
een  tranche  de  rednyt  Hollandia  over  d'ander  zyde  van  de  rivier  tot 
op  een  pistoolschent  was  genaerdert,  latende  syn  groot  leger  soo- 
verre  achter  dat  met  geen  scheutgeweer  conde  gedeffendeert  wer- 
den, daerop  des  naermiddachs  een  nijtval  gedaen  wiert,  marcheerde 
ontrent  100  soldaeten  ende  eenighe  Mardicquers  over  de  riviere 
cmder  't  faveur  van  des  reduijts  geschut  ende  ontrent  200  mnsquettiers , 
twelck  800  geluckte  dat  den  vyant  met  verlies  van  15  k  16  dooden 
daer  uytgeslagen  ende  't  werck  in  't  gesichte  van  zyn  geheel  leger 
aen  dien  zijde  geslecht  wierdt,  sonder  datter  van  onser  zijde  meer 
als  2  il  3  gapers  (sic)  door  vervloge  cogels  wat  gequetst  wierden; 
over  dit  zuijtquartier  van  den  vijant  commandeerde  Quiay  di  pati 
Madion  ^ ,  geassisteert  met  di  pati  Enpo^er  ende  Singenap.  ' 

Den  9",  10  en  11  ditto  heeft  den  vijant  sterck  gewrocht  ende  dat 
almeest  bij  nacht,  by  dage  sach  men  weynich  gewoel,  't  schijnt  dat 


1.  Kiai  dipati  Tan  MadioenP 

2.  Welligt  dat  hiermede  bedoeld  worden  regenten  van  Poeger  in  Bezoeld  en  Soe« 
manap  op  Madoera. 


Digitized  by 


Google 


152 

haer  materialen  dan  bijeenhaelen  ende  prepareerden  daer  sy  des 
nachts  mede  approcheerden  ende  arbeijden,  ende  aengesien  dat  nyt 
onse  bnytenwerken  alle  nachten  dapper  geschooten  wiert;  syn  echter 
tot  bumen  mnsqnetschoots  van  de  rednyt^  Bommel  ende  Weesp 
aen  de  westzijde  ende  in  't  znyden  tegen  Hollandia  geaprocheert , 
tegen  de  Sterre  meenden  een  werck  tot  op  de  bnytencant  van  de 
gracht  te  brengen,  maer  wiert  hun  met  schieten  beleth,  soodat  des 
morgens  eenige  van  des  v^ants  materialen  wierden  binnengebracht, 
naerderhandt  zyn  se  wederomme  met  een  gallerey  naer  ditto  re- 
dnyt  geloopen  ende  den  punt  Wtrecht  mede  zeer  nagecomen,  maec- 
kende  met  menichte  hondt  soo  stercke  wercken,  dat  met  schieten 
meer  cmyt  conde  gespilt  als  schade  gedaen  worden. 

Vyt  de  gevangenen ,  die  dagelicx  bequamen  ende  binnen  gebracht 
wierden j  verstonden,  datter  in  't  leger  groot  gebreck  van  rys  was, 
deyne  apparentie  van  seconrs  ten  aensien  onse  jachten ,  die  op  de 
cnst  hielden  den  toevoer  beletten. 

'Tsedert  dat  van  Crawang  naer  Battavia  gecomen  waeren,  hadden 
't  meeste  volck  van  't  leger  geen  rijs  gegeten,  daerover  veele  begon- 
den  te  verloopen  ende  van  gebreck  te  sterven,  't  geschnt  en  conde 
mede  niet  wel  voort,  de  buffels  waeren  aff  ende  veel  gestorven. 

Den  12>>  ditto  bestonden  ontrent  200  Javanen  des  nachts  de  re- 
duyt  ofte  houdte  wambais  Bommel  te  bestormen ,  8  4  10  man  waeren 
al  aen  't  climmen ;  maer  wierden  met  verlies  van  eenige  affgeslagen. 

Den  14»  ende  15^  sach  men  verscheijden  karren  van  d'Oost  in  de 
westleger  door  des  gewesen  Coninckx  rysvelt  overcomen,  daervan 
eenighe  met  12,  andere  met  18  buffels  voortgetrocken  wierden,  sulcx 
dat  men  presumeerden  tgeschut  daerop  gelaeden  was,  ondertusschen 
wrochte  den  vijant  sterck  aen  eenige  battereijen  om  geschut  op  te 
planten  ende  quam  dicht  onder  de  reduyten  ende  houten  wambaisen 
Bommel  ende  Weesp,  Hollandia,  de  Sterre  ende  de  punt  Utrecht, 
Zeelandia  ende  Buyren  wierden  noyt  gemoyt,  waerop  in  conside- 
ratie genomen  sijnde,  dat  den  vijant  bij  naerder  approchen  de  houte 
reduyten  Bommel  ende  Weesp  wellicht  van  d'andere  affsnijden  ende 
ons  onbruyklijck  maecken  soude,  wiert  op  den  ITn  September  goet- 
gevonden,  naerdat  den  HeerGenerael  Coen  desvyants  wercken  selver 
besichticht  hadde ,  de  naestgeleegen  wercken  van  den  vijant  aen  te  tas- 
ten ende  in  den  brandt  te  steecken ,  daertoe  ontrent  350  man  onder  't 


Digitized  by 


Google 


163 

eommandement  van  de  Heer  Antonio  van  Diemen  bedeotelyck  in.  de 
gemelte  rednyten  gebracht  wierden,  waervan  des  naermiddachs,  als  de 
zeewint  begonde  te  wayen ,  25  It  30  man  zeevarent  volck  uyt  yder 
rednyte  met  branders  op  des  T^ants  wercken  aangevallen  zyn,  die 
door  60  cloecke  soldaten,  30  Japanders,  eenlge  mardgckers,  goeden 
troep  Chineesen  wierden  gesecondeert,  den  v^ant  hielt  eenen  tyt 
sterck  tegen,  maer  wiert  eQndel^ck  van  schieten  ende  werpen  van 
granaten  gedwongen  syn  voorste  wercken  te  verlaten,  den  brant 
ginck  in  dese  werken  dapper  aen,  doch  den  vyant  hielt  in  sQne 
groote  achterwercken  stal  daer  niet  op  geattendeert  wiert,  veel 
piecken,  crissen  ende  een  metalen  bas  wiert  daer  verovert;  nyte 
becomen  rapporten  van  eenige  gevangenen  verstont  men ,  dat  den 
vQant  wel  2  k  300  mannen  in  dit  resconter  verloren  heeft,  van 
onser  sijde  cregen  daer  soo  Nederlanders,  Chineesen,  Jappanders 
als  Mardijckers  in  de  30  gequetst  sonder  eenige  presente  dooden, 
synde  van  de  geqnetste  oock  naederhant  maer  vier  overleden. 

Soo  haest  d'onse  retireerden  ende  den  wint  wat  tijdelycker  als 
ordinaris  affiiam ,  qnamp  den  vijant  wederom  oijt ,  doende  alle  deb- 
voir  om  den  brandt  te  blussen  ende  zyn  dooden  te  bergen  (daer 
seer  ijverigh  ende  cnrieox  in  s^n)  ende  niettegenstaende  daertegen 
dapper  gechargeert  wiert,  cregen  't  vier  evenwel  uijt,  snlcx  dat  den 
brandt  in  de  wercken  tegenover  Bommel  weynich  schade  dede;  van 
de  wercken  tegenover  Weesp  was  veel  hondts  verbrandt,  conti- 
nneerden  den  brandt  tot  in  den  avont,  wanneer  door  eenen  opeomen- 
den  regen  alles  geblust  wiert 

Den  19"  ende  20°  wiert  des  nachts  aen  gemelte  wercken  dapper 
gewrocht  ende  aen  die  syde  twee  batteryen  volmaeckt,  doch  op  den 
dach  wiert  van  de  oostzyde  den  eersten  scheut  met  groff  geschut  op 
de  redutjt  Hollandia  gedaen,  synde  eenen  coegel  van  ontrent  5  §B  ijzer, 
ende  een  maent  naerdat  sy  voor  Battavia  waren  aengecomen.  Den 
Capitain  Mayor  Ariaen  Antheunisz.  wiert  in  't  besichtigen  van  de 
wercken  met  eén  roercoegel  door  sijn  been  getroffen,  doch  is  Godt 
loff  daervan  genesen. 

Tusschen  den  20"  ende  21'  September  passato  des  nachts  ontrent 
ten  een  uyre  is  de  Heer  Gknerael  Jan  Pietterss.  Coen  seer  subyt 
overleeden.  Syn  Ed.  hadde  eenen  geruijmen  tyt  wat  gequijnt  ende 
aen  loop  gegaen,  maer  altijt  sonder  maeltijt  te  versuijmen  op  de  been 


Digitized  by 


Google 


154 

gehouden  geleek  hg  noch  'smiddachs,  als  'snachts  daemaer  qnam 
t'overlijden ,  hertelyck  aen  taeffel  gegeten  ende  des  naenniddachs 
boven  op  de  galerie  vant  hnys  geweest  hadde,  tegen  den  avont 
overviel  hem  de  sieckte,  in  vongen  dat  hg  sich  ten  7  a^ren  aent 
leggen  begaff ,  sonder  in  't  avontgebeth  te  verschenen,  't  gebeth  gedaen 
synde  gingen  dHeeren  van  Diemen ende Raemburch binnen,  vindende 
Syn  Ed.  vr^  swacker  ais  gemeent  hadden,  doctor  Bontios  wiert 
ontboden,  die  soo  haest  hij  Syn  Ed:  hadde  gevisiteert,  oordeelde  de 
sieckte  van  Syn  Ed.  soodanich  dat  den  morgenstont  niet  halen  sonde , 
waerover  goetgevonden  wiert  d'Heer  Vlack,  die  syn  residentie  op't 
hnys  van  den  generael  ontfanck  hadde,  tselve  te  adverteren;  onder- 
tnjsschen  nam  de  sieckte  van  den  Heer  Generael  sulcx  toe,  dat  men 
aen  verscheijden  teeckenen  gewaer  wiert  't  e^nde  naerbij  was ,  gelyck 
tselve  bg  den  predicant  Homius  ende  doctor  Bontios  geconfirmeert 
wierde,  waerover  de  Heeren  van  Diemen  ende  Raemburch  (dHeer  Vlack 
noch  niet  gecomen  zijnde)  goetvonden  Zyn  Ed.  te  vermaenen  ende 
aff  te  vraegen,  offt  hem  niet  noodich  dachte  op  eenighe  besondere 
zaecken  van  des  Compagnies  generale  directie  ende  gonveme  van 
haeren  staet  in  India  yts  te  recommandeeren ,  dewyle  Zyn  E.  noch 
tyt  hadde,  daerop  d'eerste  reijse  niet  antwoorde  ende  tselve  hem 
naderhandt  noch  eens  vermaent  synde,  antwoorde  terstont.  Onder- 
tusschen  verscheen  dHeer  Vlack,  Mevronwe  syn  gemaele  (die  maer 
dry  daegen  van  een  jonge  dochter  verlost  was)  wiert  ontrent  ten 
thien  nyren  van  dHeer  Generaels  gelegentheyt  gewaerschouwt  ^  die 
(nietjegenstaende  swack  was)  ontrent  ten  11  nyren  haeren  man  quamp 
besoecken  ende  terselver  tijt  riep  Syn  E.  dHeer  Vlack  bij  hem, 
recommandeerde  hem  syn  hnysvrou  ende  kindt,  waemaer  hy  den 
predicant  Justus  Hnmins  oock  bij  hem  ontboot ,  die  hij  naer  eenige 
onderlinge  spraecke,  int  bysonder  nomineerde  den  persoon,  welckehy 
nytte  Raden  van  India  verstondt  dat  naer  syn  overlijden  int  generael 
gonvemement  snccederen  sonde,  belastende  gemelten  Hnmins  den 
naem  in  beslooten  missive  naer  syn  overlyden  d'aenwesende  Raden 
van  India  ter  handt  te  stellen ;  daemaer  riep  Zyn  Ed.  dHeeren  Vlacq , 
van  Diemen  ende  Raembnrch  bij  hem ,  verhalende  int  corte  d'ordre 
die  hij  aen  den  predicant  Hnmins  gegeven  hadde.  De  Heeren  Raden 
verstonden  gesaroentlyck  wei,  Zyn  Ed.  alleen  tot  soo  absoluyte  dis- 
positie  niet   en   was  gequalificeert,   maer  insiende  zyn  swackheyt 


Digitized  by 


Google 


1&6 

▼onden  niet  goet  daertegen  te  contesteeren.  Seer  kort  daernaer  heeft 
Syn  Ed.  den  geest  gegeven,  hebbende  gants  weynich  woorden,  selffii 
niet  tegen  sQn  hn^svronw  (die  ontrent  een  nyre  voor  syn  bedde  sadt) 
gebmykt,  tschynt  dat  hem  de  sieekte  soodanich  overviel,  dat  geen 
lust  noch  craehten  hadde  omme  sich  met  eenige  Baecken  te  moyen, 
jae  was  apparent  dat  ten  waere  de  Hèeren  Raden  Syn  Ed.  selver 
met  dVoorige  aengemaent  hadden  dat  noch  van  d'een  noch  vui 
d'ander  yets  sonde  hebben  gemonveert 

Des  anderen  daechs  wiert  dateliok  ordre  geraeint  ende  preparaten 
gemaeckt  omme  d'a3rtvaert  ende  begraefildnisse  vant  lichaem  soo  eerlick 
te  laeten  geschieden  als  de  presente  gelegenthegt  toeliet  ende  resol- 
veerden dHeeren  Raeden  van  India ,  oock  ten  selven  dage  met  de  openin- 
ge  van  de  schriftelijcke gepresenteerde beslooten missive,  doorDomine 
Hnminm  te  sapercederen  ende  in  handen  van  den  gemelten  Hominm 
te  laeten  blijven,  ter  tijt  ende  wyle  dHeer  Specx,  die  met  het  schip 
Hollandia  dicht  bij  de  wercken  ende  aireede  door  eenen  expressen 
afgesonden,  in  haesten  te  willen  opcomen  versocht  was,  aenlant  sonde 
gecomen  zijn;  des  naermiddachs  arriveerde  ditto  schip  Hollandia  al- 
hier ter  rheede  ende  compt  de  gemelde  Heer  Specx  aen  lant 

Den  22»»  September  is  't  lyck  van  den  gemelten  Heer  Generael 
Coen,  met  behoorlycke  solempniteijt  ende  eere  ter  aerden  gebracht 
ende  begraeven  int  stadthuijs  deser  stede,  alsoo  de  kercke  in  den 
voorigen  oorloge  was  verbrant;  des  naermiddachs  wiert  bij  deHeeren 
Raeden  van  India  geresolveert  ende  goedtgevonden  datter  in  dese 
conjnnctnre  metten  eersten  wederomme  een  generael  hooft  vereyschte 
gecoren  ende  de  plaetse  van  den  overleeden  Heer  (Generael  Coen  Sal. 
becleet  te  werden,  ende  alsoo  de  gemelde  E:  Heeren  Raeden  van 
India  buQten  competenten  getaele  waeren,  resolveerden  mede  hnn 
met  dry  van  de  geqnalificeerste  persoonen  te  verstercken,  omme 
neffens  Hnn  E:  coUegialiter  ende  met  gelycke  authoriteijt  int  stemmen 
gesaementlick  alsnlcken  persoon  tot  't  generael  gouvernement  van 
India  te  eligeeren,  als  in  conscientie  ten  meesten  dienste  van  de 
Compagnie  souden  bevinden  te  behooren,  welcken  volgende  den 
23»  ditto  ten  voorigen  fyne  geeligeert  sijn  d'Eersame  Jan  van  der  Burcht, 
oppercoopman  vant  Casteel  ende  des  Compagnies  handel  in  Battavia, 
Comelis  van  Maseijck,  ontfanger  generael  van  de  domeynen  ende 
incompsten  der  stadt  ende  't  r^ck  Battavia,  mitsgaders  Ariaen  An- 

Digitized  by  VjOOQ IC 


156 

fhennis,  Gapitain  Hayoor  vmn  't  garnisoen  des  casteels  ende  gemelde 
stadt 

Dewelcke  den  24"  ditto  gesaemenüick  mette  Heeren  Baeden  van  India 
vergadert  ende  op  d'electie  van  eenen  nienwen  generael  in  besoingnes 
getreden  s^nde,  heeft  den  predicant  Hamins  (volgens  d'ordre  van 
den  Heer  Generael  Ooen  zal:)  zyne  beslooten  missive  in  dese  ver- 
gaederinge  overgclevert,  doch  deselve  in  copie  ende  den  genomineer* 
den  naem  in  blanco  gelesen  ende  geventileert  zijnde,  wiert  bij  een- 
parige stemmen  geoordeelt  ende  geresolveert ,  dat  den  Generael  Coen 
zalr.  in  sijnne  gedaene  verclaeringe  ende  electie  geexedeert  ende 
verder  getreden  hadde  als  Zyn  E:  authoriteijt  vermochte,  ende  Uw 
Ed:  orderen  alsoock  den  eedt  ende  artickelbrief  mede  was  brengende, 
ende  dat  dienvolgende  de  voors.  gedaene  verclaeringhe  van  den  ge- 
meiten  Oenerael  Coen  gerejetteert  ende  in  geen  voirder  consequentie 
zonde  getrocken  worden,  dan  dat  deselve  maer  een  stemme  beneffens 
die  van  de  presente  raeden  valeeren  ende  staet  grijpen  zonde ;  waer- 
op  de  gemelte  besloten  originele  missive  geopent  zynde  ende  de 
gemelte  Ed.  Heeren  Raeden  elck  int  besonder  hun  schriftelijcke  advisen 
in  behoorlijcker  formé  gegeven  hebbende ,  is  by  eenparige  stemmen  van 
de  Ed:  Heeren  Pr.  Vlack,  Ant'.  van  Diemen,  Crijn  van  Raembnrch, 
Jan  van  der  Borch  ende  Ariaen  Anthenniss.  bevonden  dat  den  ge- 
meiten  Heer  Jacqnes  Specx  tot  snccesseur  int  generael  gouvernement 
in  plaetse  van  den  Ed:  Heer  Generael  Coen  zal.  genomineert  ende 
op  Uw  Ed:  approbatie  geeligeert  is,  welcken  volgende datelick mede 
gearresteert  wiert  Zyn  E:  des  anderen  daechs,  behoorlyck  endenaer 
voorige  costuijmen  int  publycq  t'aucthoriseren  ende  bi)  provisie  al- 
sulcken  commissie  bij  de  gemelte  Heeren  Raeden  te  doen  depecheren 
als  daertoe  van  noode  zoude  zijn ,  gelyck  Uw  Ed.  alles  bij  neffens- 
gaende  resolutien  naerder  believen  te  beoogen;  de  Heere  Almachtich 
geve  dat  alles  tot  grootmaekinge  Syns  h.  naems,  dienst  vant  alge- 
meijn  vaderlandt,  voordeel  ende  welstandt  van  de  Compagnie  soowel 
gedijen  ende  uijtvallen  mach,  als  dese  besoingne  met  unanimiteit 
ende  contentement  aengevangen  ende  ten  eijnde  gebracht  is,  ver- 
hoopende  Ow  Ed.  deselve  oock  aengenaem  ende  bij  behooriycke  acte 
naerder  geapprobeert  werden  zal. 

Den  25»  ditto  is  Zyn  Ed.  publycquelyck  soo  in  't  casteel  als  de 
stadt  naer  behooren  geauthoriseert  ende  alle  tvolck  onder  den  be- 


Digitized  by 


Google 


157 

hoorlycken  eedt  gebracht,  twelck  snccessivelick  op  alle  andere  plaetsen 
van  des  Compagnies  jurisdictie  ende  handelinge  tzgnder  tgt  oock  ge- 
voirdert  werden  zal. 

Den  vijant  ondertnsschen  syn  batterijen  vdmaeckt  ende  tgeschat 
gei^imt  hebbende  y  heeft  zoo  aen  de  znytwest  als  oostzyde  met  9  a  10 
stacken  beginnen  te  schieten,  daeronder  4  a  5  van  24  ü  Qser  ende 
meer,  de  reste  yan  6,  5  ende  eenige  minder  van  2  ®  Qser;  de 
steenen  rednyt  Hollandia  wiert  verscheijden  mael  getroffen  ende  de 
pannen  kap  heel  schaedeloos  gemaeckt,  doch  Ood  loff  sonder  verlies 
van  Yolck ,  die  van  de  znijdt  doorboorden  verscheiden  mael  de  Cham- 
pans  (die  tegen  hun  wercken  in  de  rivier  lagen)  met  eoegels  van 
24  fii  800  van  ijser  als  loot,  onder  anderen  trefften  met  eenenschent 
vier  man  ende  een  doot ,  om  de  west  hadden  2  a  3  swaere  stacken , 
met  eenighe  lichte,  daermede  somwijlen  soo  over  's  casteels  brugge  ende 
ple^n  schooten  soo  met  yseren  als  looden  eoegels ,  die  om  te  verlichten 
van  binnen  hol  gegooten  ende  met  aerde  gevult  waeren,  thnijs  van 
den  generael  ontfanck  wiert  tweemael  getroffen  en  door  eenen  cogel 
een  grof  touw  schadeloos  gemaeckt ,  de  redniten  ofte  honte  wambaysen 
aen  de  westzijde  wierden  soo  nu  en  dan  mede  geraeckt,  doch  van 
dese  zijde  geenich  volck  geqnetst,  de  2  metalen  halve  cartonwen 
die  over  eenighe  jaeren  bij  d'onse  aen  den  Mattaram  zijn  vereert  syn 
nu  mede  tegen  ons  voor  Battavia  gebruijckt  t  welck  de  vruchten  ende 
erkentenissen  zijn  die  men  van  sulcken  geschencken  aen  Moorsche 
princen  te  verwachten  heeft. 

Naerdat  des  vljants  wercken  wederommebesichticht,  geexamineert 
ende  door  veele  gevangenen  haere  groote  hongersnooden,  als  andere 
gelegentheden  verstaen  waeren,  wiert  op  den  27^  September  in  so^ 
lempueele  vergaederinghe,  present  den  chrgchsraet  ende  officieren  van 
de  stadt,  in  deliberatie  gelecht  oft  men  onderstaen  zoude  des  vyants 
maestgelegen  wercken  aen  te  tasten  ende  hun  met  gewelt  daeruyt  te 
slaen  ofte  de  saecke  op  de  ordinarische  deffentie  noch  aen  te  sien* 
Den  Raedt  oordeelden  eenstemmich  beter  te  syn  ten  principaelen  noch 
niet  te  attenteren,  maer  de  saecke  noch  tot  beter  opportuniteit  in 
suspens  te  houden,  laetende  den  vijandt  dooi*  taffsterven  ende  ver-» 
loopen  van  syn  volck  soo  veel  meer  verswacken,  dat  onse  attentaten 
met  des  te  beter  advantagie  ende  voordeel  int  werck  mochten  stellen  ^ 
ende  alsoo  daerby  gepersisteert  wiert,  vonden  dHeer  Oenerael  ende 


Digitized  by 


Google 


168 

Raeden  vmi  Indie  goet  hun  voor  die  tijt  daennede  te  conformeren , 
mits  dat  ondertosschen  alle  preparaten  om  den  y^ant  ten  principalen 
aen  te  tasten  sonden  werden  gereet  gemaeckt. 

Den  2d^  ditto  bestonden  de  Javaenen  des  nachts  de  rednyt  Weesp 
aen  te  tasten,  meenende  deselve  aen  brandt  te  crijgen,  hadden  veel 
brandttoyeh  op  de  hoecken  van  de  rednyt  aengebracht,  twelck  met 
groot  geschreenw  in  brandt  staecken,  daertegen  met  mnsquetten  ende 
groff  canon,  soo  gegroet  wierden,  dat  corts  wederom  afftrocken , 
schooten  een  grof  yser  door  de  rednyt  sonder  yemant  te  qnetsen , 
naer  nyt  eenige  gevangene  verstonden  sonden  in  desen  aenval  on- 
trent 190  Javaenen  gebleven  syn ,  ende  Godt  loff  van  d'onse  geenige. 

Den  eersten  October  wierden  des  naermiddags  aen  d'oostzyde  wt 
de  rednyt  de  Sterre  eenige  10  li  12  persoenen  met  brandtnQgh  njrt- 
gelaeten  omme  des  vQants  voorste  wercken  aen  brant  te  steecken 
ende  te  sien  hoe  sich  hiertegen  gedraegen  sonde ,  d'onse  trocken  met 
brandende  geharpnysde  swabbers  van  tonwerck  door  de  stadtgrafft 
ende  staecken  die  naer  haer  begeeren  in  des  vijants  voorste  trencheen, 
welcke  gelyck  al  hnn  ander  wercken  van  hont  ende  eerde  opge- 
maeckt  zijn,  den  brant  vatte  wel;  maer  door  den  slappen  zee- 
wint  hadde  weynich  cracht ,  d'onse  die  van  de  mnsqnettiers  op  de 
rednyt  ende  pnnct  Utrecht,  mitsgaders  noch  tachentich  welcke  over 
de  wederzyde  van  de  Sterre  op  de  stadtswal  gelecht  waeren,  die 
met  groff  geschnt  gesecondeert  wierden,  qnamen  onbeschadicht  weder- 
om over,  sonder  dat  sich  int  eerste  eenige  Jaevaenen  bnyten  ver- 
thoonden,  doch  den  brant  opgegaen  ende  tgemcht  tot  aen  haer  prin- 
cipale legers  gecomen  synde  qnamp  nyt  het  leger  van  de  znytzyde 
volck  tot  assistentie  de  rivier  over,  doch  toonden  soo  weynich  cou- 
ragie  ende  beleyt  dat  naer  opinie  van  veelen  den  vyant  op  den- 
selven tijt  nyt  alle  syne  voorschreven  wercken  aen  die  syde  sonde 
te  slaen  ende  tgeschnt  in  handen  te  becomen  geweest  syn,  soo  de 
zaecke  te  principale  waeren  gemeynt  ende  aengeleyt  geweest,  doch 
alsoo  d'intentie  maer  was  omme  des  vyants  contenantien  ende  con- 
ragie  te  sondeeren,  ende  daemaer  eenen  generaelen  n3rtval  daerop 
te  doen ,  isser  voor  die  ty t  niet  voirder  verricht ,  dan  datter  eenige 
Javanen  int  blnsschen  vui  den  brant  als  overcomende  onder  de  voet 
geschooten  syn. 

Den  2""  October  hoorde  men  aen  alle  canten  sterck  ai*beyden  daer- 


Digitized  by 


Google 


159 

door  gepresiiiBeert  wiert,  dat  den  vijant  syn  geschat  afvoerde  twelek 
des  mollens  door  een  gevangen  geconfirmeert  ia,  seggende  vocurts 
dat  tgeheele  leger  van  den  Mattaram  opontboden  was  ende  binnen 
b  k  6  daegen  opbreecken  sonde,  alsoo  in  seer  groote  miserie  van 
hongersnoet  ende  sieckten  vervallen  waeren  alle  die  gevangen  be- 
qnaemen,  waeren  nijtermaeten  verhongert,  mager  ende  machteloos. 
Des  avonts  stack  den  vgant  alle  zyne  voorste  wercken  in  brant 
ende  weeck  bnijten  canonschoot  rontom  van  de  stadt  aff,  alwaer  h^ 
sich  tot  het  vertreck  voorts  prepareerde  totten  ?■  ditto,  dat  zQ 
(Godt  loff)  met  het  geheele  leger  seer  miserabel  ende  annelick  ge- 
stelt  door  haeren  gecomen  wegh  naer  des  Mattarams  lant  vertroc- 
ken  zijn. 

Om  hon  vertreck  te  verhinderen  ofte  op  den  wech  te  vervolgen 
wüde  niet  goetgevonden  worden;  maer  wiert  voor  best  geo<H*deelt 
den  vgant  silvere  bruggen  te  leggen  ende  sich  op  den  wech,  sonder 
ons  hasart,  selver  te  laeten  consomeeren,  alsoo  de  schadelijcke  suc- 
cessen vant  voorleden  jaer  geleert  hadden ,  hoe  periculeus  ende  des- 
avantagieus  het  sg  een  machtig  vijandt  met  wegnich  volck  ontrent 
bosschasien  ende  geboomten,  buiten  faveur  vant  geschut  aen  te 
tasten,  zynde  ten  tyde  van  de  nederlaege  int  voorleeden  jaer  de 
stadt  ende  't  casteel  in  groot  perijckel  geweest  om  door  den  vQant 
vermeestert  te  werden. 

Een  miserable  thu^sreyse  sal  dit  volck  erlangen,  wg  hebben  't  leger 
twee  a  dry  dagen  te  landewaerts  in  door  diverse  cleane  troupen 
van  10  è  20  sterck  doen  volgen,  die  seer  veele  dooden  menschen, 
buffels,  verlaeten  karren  ende  andere  gereetschappen  by  den  wech 
hebben  gevonden,  eenige  swacke  siecken  die  t leger  niet  conden 
volgen  ende  weygerich  waeren  mede  te  gaen  syn  van  d'onse  doot- 
geslaegen  ende  andere  gevanckelyck  medegebracht,  gelyck  mede 
eenige  karren,  veel  crissen  ende  andere  sunysserijen;  in  de  ryviere 
van  Crawang  daer  d'onse  mede  gesonden  ende  een  stuck  te  landwaerts 
in  waeren  geweest,  lagen  de  wegen  oock  met  doode  lichaemen  be- 
stroyt,  sulcx  dat  het  schynt  de  sterfte  onder  hunluijden  hoe  langs 
800  meer  toegenomen  heeft,  de  Heere  Almachtich  sy  gedanckt,  die 
CBS  van  soo  machtigen  tinmnicquen  vgant  verlost  ende  soo  genadelyck 
bewaert  heeft 

Dit  is  't  gros  ende  wel  't  voomeempste  van  't  geene  in  de  j<»ig«t8 


Digitized  by 


Google 


160 

belegheringhe  is  gepasseert,  gedurende  deweleke  van  onser  zjde  in 
alles  10  a  12  Nederlanders  ende  noch  minder  van  Jappanders ,  Chi- 
neesen  ende  BCardijckers  door  den  v^andt  omgecomen  sQn^  van 
Compagnie  slaeven  (die  by  wyien  ontrent  de  rednyten  arbegden)  syn 
eenige  gequetst  ende  ontrent  6  a  8  dootgeschooten,  van  des  vyants 
syde  daertegen  zynder  seer  veel  soo  door  tschieten  als  in  verscheyden 
aenvallen,  honger,  miserien,  gedoot  ende  omgecomen,  naer  gesegt 
wert  sonden  in  haer  leger  wel  hondert  dnysent  man  sterck  geweest 
sQn,  doch  onses  bedonckens  is  den  omslach  voor  sooveel  volckx  te 
clegn  geweest,  maer  is  apparent,  dat  den  Mattaram  neffens  sijn  ge- 
schat (twelck  hij  hooch  estimeert)  ende  synen  voomaempsten  adel, 
800  veel  macht  uytgemaeckt  heeft  als  hem  mogelyck  geweest  is  bg 
een  te  brengen,  daer  wert  geaffirmeert  dat  van  10  negen  mannen 
syn  voor  Battavia  geweest,  behalven  het  volck  van  de  zeestrant, 
die  gelast  waren  den  rys  ende  pady  te  versorgen,  van  Chetebon 
hebben  onlangs  door  gecomen  Chineesen  van  daer,  verstaen  't  leger 
daer  al  gepasseert  ende  t  geschat  tot  Indermaye  affgecomenwas,  als 
oock ,  dat  aidaer  de  spraecke  ginck  meer  als  de  helft  vant  volck  al 
gesneavelt  waeren ,  doch  gelyck  onses  oordeels  't  getal  der  afgecomen 
levende  is  vergroot ,  achten  dat  ingelijcx  mede  mette  doode  geschiet, 
doch  is  apparent  dat  vrij  eenige  daysenden  menschen  achter  laeten 
zollen,  daervan  de  menichvoldige  grafisteden  in  alle  d'omleggende 
toijnen  omtrent  Battavia  ende  de  veele  gevonden  dooden  op  den  wech 
genouchsaem  getaijgenisse  geven. 

T'is  geloofflick,  naer  gesegt  wert,  dat  den  Mattaram  sich  vastelick 
moet  ingebeelt  hebben  zyn  gewelt  niet  souden  hebben  derven  ver- 
wachten ;  maer  de  plaetse  verlaeten  ende  deselve  ledich  sonde  gevonden 
hebben,  weynich  ofte  niet  is  by  hnnloyden gedayrende  de  belegeringe 
ten  principaele  geattenteert  om  te  vercrijgen  daer  sy  schoenen  om 
gecomen  waeren,  als  hebbende  haer  volck  meest  met  wercken  ge- 
matteert,  soo  wy  van  onser  zyde  maer  eenich  volck  sonder  schmpole 
hadden  mogen  periditeeren,  souden  apparent  al  haer  geschut  in  den 
Mattaram  niet  terugge  gebracht  hebben;  wy  vertrouwen  dat  den 
Mattaram  van  Batavia's  gelegenthey t  nu  soo  sal  werden  geinformeert 
dat  hy  niet  licht  wederom  herwaerts  keeren  zal ,  alhoewel  dat  veele 
van  opinie  syn  hy  de  saecke  andermael  sal  hervatten ,  alsoo  hy  doof 
een  obstinaet,  trots  gemoet  gedreven  wert  ende  door  syne  veele  be- 


Digitized  by 


Google 


161 

eomen  victorien  tegen  JavaenBche  Princen  aoo  hoogmoedich  geworden 
is,  dat  hy  sich  inbeelt,  hem  niet  en  behoorde,  noch  en  can  ontataen , 
f  onderbrengen  die  hem  belieft. 

T'is  gedenckweerdich  dat  desen  jongsten  oorloge,  daervan  8oo op- 
gegeven wiert,  800  weynich  alteratie  in  de  stadt  onder  alle  de  in- 
woonende  natiën  gecanseert  heeft,  alles  heeft  sQn  voege  ende  ganek 
gehadt  ofter  geen  vgandt  waere  geweest,  daerin  de  Bantammers,  die 
flomwQlen  de  plaetse  ende  des  vQants  leger  qnamen  besichtigen,  als 
handelaers  van  ander  qoartieren,  hun  ten  hoochsien  verwonderden. 

Een  saecke  bij  ons  ende  veel  andere  voor  desen  als  onmogelyck 
gebonden  hebben  nn  sien  geschieden,  naementigck  dat  denMattaram 
met  soo  groeten  heyrleger  ende  swaren  geschnt  door  soo  onbeqnaemen 
marecasiensen,  bosachtigen,  wilden  ende  onbebonde  landen  nyt 't  bin- 
n^iste  van  zyn  verre  a%elegen  rijck,  tot  voor  Battavia  gecomen  is. 

Dry  a  vier  maenden  is  't  geschnt  tnsschen  den  Mattaram  ende  Bat- 
tavia onderwege  geweest,  zynde  menichte  van  buffels  ende  karren 
om  hals  geraeckt,   eer  se  't  selve  voor  Battavia  gecregen  hebben, 
alleen  van  de  rivier  Crawang  tot  hier,  hebben  een  maent  daermede 
tesoecken  gebracht,  veel  onder  d'onse  syn  van  opinie  geweest,  die  de 
wegen,  morasschen  ende  rivieren  na  ditto  rivier  Crawang  gesien  ende 
ondersocht  hadde,  dat  het  onmogelyck  was  eenich  geschut  daerover 
te  brengen,  twelck  contrarie  gebleecken  heeft,   niet  sonder  redenen 
hebbén  Uw  Ed.  al  voor  desen  beducht  geweest,  dat  den  Mattaram 
feeniger  tgt  op  Battavia  wel  yets  attenteren  mochte,  hier  heeft  men 
oock  wel  geconsidereert  dat  Battavia  een  groeten  doom  in  des  Mat- 
tarams  voet  was,  mitsgaders  dat  hy  van  Battavia's  progres,  jeloers 
wiert  ende  hem  in  de  weehe  lach,  maer  achtnemende  dat  hy  int 
eerste,  doen  Battavia  noch  bngten  deffentie  was,  daerop  niet  geatten- 
teert  hadde,  ende  aensach   dat  van  dage  tot  dage  met  volck  als 
verscheyden  wercken  versterckt  wiert,   opineerde  men  dat  hij  geen 
middel  en  sach  om  een  bestandt  leger  over  landt  voor  Battavia  te 
brengen  ende  dat  hem  tselve  te  water  onmogelyck  was,   sulcx  dat 
soo  hg  't  op  d'een  of  d'ander  manier  onderstonde,   meer  syn  eygen 
als  Battavia's  staet  pericliteeren  soude  (geiyck  wy  verhoopen  dat  het 
oock  uytvallen  sal)  waeruyt  veele  beslooten  niet  apparent  was ,  Bat- 
tavia van  den  Mattaram  soo  licht  soude  aengetast  worden,   gelyck 
(Godt  ioff)  sonder  tot  syn  voornemen  te  comen  nu  tot  tweemaei  ge- 
T.  11 

Digitized  by  VjOOQ IC 


162 

schiet  iSy  ende  soo  hy  door  obstinaethegt  tot  een  derde  reyse  resol- 
veert ^  verhoopen  dat  door  (Godes  genade)  van  onse  presente  als 
aenstaende  verwachtende  nieuwe  macht,  snlcker  resistentie  vinden 
sal,  dat  Battavia  wel  voorts  ongemolesteert  sal  laten  biyven;  onder- 
tusschen  believen  Uw  Ed:  wel  gerost  te  syn,  dat  Battavia  door 
d'nyterste  macht  van  den  Mattaram  andermael  aengetast  werdende, 
hy  met  QoieB  hnlpe  daerop  niet  meer  en  gewinnen  sal  als  tot  noch 
toe  gedaen  heeft,  twelck  is,  dat  hg  Battavias  extime  ende  reputatie 
bij  alle  omliggende  princen  ende  sich  selven  in  cleyn  achtinge  ge- 
vordert  heeft. 

T'is  waer  dat  desen  tweejaerigen  oorloch  de  nering  verslapt,  de 
Nederlantsche  burgerie,  Chinesen  ende  andere  de  conragie  benom^i, 
verarmpt  ende  Battavias  geriefF  als  progres  verachtert  heeft,  doch 
ten  principalen  is  des  Compagnies  staet  daerbij  weynich  vercort; 
d'Heer  Generael  Coen  zalr.  heeft  in  desen  slechte  tyden  niet  connen 
resolveeren  eenige  pnblycqne  wercken,  omme  de  Chineesen  in  motie 
ende  leven  te  honden,  bg  der  handt  te  nemen,  tot  des  casteels  for- 
tificatien  ofte  elders  syn  se  noyt  gebmijckt  daer  yets  aen  conden  ver- 
dienen, maer  ter  contrarie  met  des  stadts  versterckinge  extraordinaris 
belast  geworden,  evenwel  hebben  hun  maentiycke  hooftgelden  ende 
alle  andere  belastinge  moeten  opbrengen  ende  betalen  de  thoUen  van 
alle  incomende  frnijten,  eetwaren  ende  andere  clegnicheden,  die  bg 
d'onse  van  Bantam  gehaelt,  als  van  daer  toegebracht  wierden,  ende 
den  eenigen  overgebleven  middel  was  om  eenige  verversinge  te  be- 
comen,  waeren  op  twintich  ten  hondert  verhoocht,  alle  hetwelcke 
boven  d'onlusten  soo  veel  Chineesen  heeft  doen  vertrecken  ende  ver- 
loopen,  datter  met  de  affgestorven,  ten  tyde  van  Syn  £d:  overiyden, 
van  ontrent  3500  Chineesen,  welcke  dHeer  Oenerael  Carpentier  hier 
gelaeten  heeft,  niet  boven  de  1200  en  resteerden,  waervan  den  meea- 
tendeel  (naar  gesecht  wert)  de  voorige  noch  souden  hebben  gevolcht ; 
Bantam  is  hierdoor  seer  verbetert  ende  Battavia  verachtert ;  wat  d'in- 
sichten  ende  mazimas  van  den  Heer  Oenerael  Coen  in  desen  geweest 
syn  connen  niet  wel  bevroeden,  ondertusschen  hebben  goetgevonden 
de  thollen  wederomme  op  de  voorige  10  ten  hondert  te  redresseren. 
Aen  den  begonnen  gracht,  welcke  aen  de  westsQde  vant  casteel 
ende  de  stadt  omtrent  50  roeden  lanck  wtgegraven  was,  syn  de 
Chineesen  voorts  te  werck  gestelt  omme  de  stadt  aen  die  syde, 


Digitized  by 


Google 


163 

volgens  voorige  project  voorts  in 't  viercant  te  besneden  ende  onder- 
tosschen  d'onde  reduiten  met  een  onderrednit  toBSchen  bejjden  te 
verstercken,  opdat  voort  die  syde  tegen  des  vijants  macht,  de  stadt 
voor  syn  geschat  ende  de  weddende  beesten  op  dat  pleyn^neffensde 
moestnQnen  ende  andere  gerieffelickheden  voor  invasien  mogen  ge- 
preserveert  ende  verseeckert  blQven,  dit  leven  ende  veranderinge 
heeft  de  Ghineesen  aireede  tot  over  2000  int  getal  doen  toenemen , 
verhoopende  door  Oodes  genade ,  dat  alles  eerlange  in  voorigen  flenr 
van  commercie  ende  leven  onder  de  bnrgers  sal  gebracht  werden, 
d'aenplantinge  snllen  binnen  de  stadt  ende  onder  bescherminge  der- 
aelver  sooveele  vorderen  als  de  gelegentheijt  van  't  territorium  toelaten 
zal,  opdat  wQ  aen  ons  selven  sooveel  verversing  hebben  mogen, 
daermede  in  tgden  van  noot  conden  bestaen* 

De  gardynen  van  't  casteel  syn  met  craelsteen,  doch  met  cleQ  ge- 
metselt,  rontsom  tnsschen  de  vier  pnncten  20  voeten  hooch  opge- 
trocken,  daervan  de  jongste  aen  d'oostzQde  ultimo  Augustus  was 
volmaeckt,  als  den  vQant  22<^  dito  voor  de  stadt  verscheen,  metseer 
groeten  yver  is  hieraen  gewrocht,  doch  waer  te  wenschen,  dat  alles 
vast  in  calck  ware  gelecht  om  voor  't  vallen  verseeckert  te  syn  ende 
eens  gedaen  werck  te  hebben,  principalyc  de  gardyn  aen  de  voor- 
zgde ,  alwaer  een  permanent  huys  tnsschen  de  bolwercken  den 
Saphier  ende  den  Peerl,  volgens  voorich  proiect  ende  begonnen 
werck  opgetrocken  werden  fuil,  soo  om  tot  accommodatien  van  wo- 
ningen als  packhuysen  te  gebruycken,  door  faulte  ende  gebreck  van 
dewelcke  de  Compagnie  al  van  over  veel  jaeren  seer  groote  schade 
ende  verachteringhe  in  veele  zaecken  geleden  heeft;  aen  dit  huys 
wert  dagelicx  neerstich  ende  sterck  gewrocht,  doch  duchten  dat 
't  gebreck  van  goet  jatyhoudt  't  werck  verachteren  sal. 

De  generaele  ongelden  in  Battavia  sedert  primo  November  1628  tot 
ultimo  Augustus  1629,  zynde  10  maenden,  bedraegen:  f  577614 :    6 :   3 

daertegen  in  voors.  tgt  geadvanceert  sQn,  na- 


in  negotien  ende  andersints  .    f  237390 :  14 :  — 
de  gemeene  lants  incompsten 

bedroegen -  220226 :  18 :   8 

467617 :  12  :   8 


Soodat  Battavia  ten  achteren  compt    .    .    .    .  /  119996 :  13 :  11 

/Google 


Digitized  by  ^ 


164 

De  fortificatien  bedraegen  weynich,  te  meer  omdat  tot  des  casteels 
gedaene  wercken  weynich  materialen  gecocht  zijn,  de  craelsteen 
ende  cley  tot  de  gardijnen  ia  meest  door  ons  eygen  volck  gehackt 
ende  verwrocht,  de  stadts  versterckingen  hebben  de  borgerye  (on- 
aengesien  de  benauden  tijt)  selver  moeten  draegen ,  boven  dat  se  bi) 
dage  als  by  nachte  mosten  waecken,  daertegen  zyn  d'arme  onver- 
mogene  wederomme  met  des  Compagnies  rantsoen  maendtlijck  gesnb- 
sidieert. 

De  swaere  gamisoenen,  die  genootsaeckt  werden  te  honden  vallen 
costelijck  ende  loopen  heel  hooch,  enz 

Met  sterften  syn  wederomme  als  t  voorleden  jaer  seer  geqnelt, 
heete  coortsen  ende  bloetganck  regneren  seer,  die  de  menschen  seer 
cort  wechmeken,  doch  begint  Godt  loff  vrij  wat  te  cesseren,  teedert 
primo  April  voorleden  tot  op  dato  syn  alleen  van  Compagnies  die- 
naers,  soo  ter  rheede  als  int  casteel  ende  de  stadt  over  de  640 
witte  persoenen  overleden  ende  van  de  bnrgerije  omtrent  134  ditto , 
dat  ons  seer  verachtert  ende  schaersheijt  int  varent  volck  veroor- 
saeckt,  de  jonckste  twee  vlooten  zyn  met  soo  weynich  verlies  van 
volck  op  de  reijse,  alhier  gearriveert  als  üw  Ed.  hiervoren  hebben 
gesien  ende  naderhant  syn  hier  zooveel  vronwen ,  kinderen  als  manvolck 
aen  landt  gestorven,  dat  het  bedroeffelijck  is;  door  't  afbnijden  van  de 
stadt  heeft  't  volck  gednyrende  de  belegheringhe  soo  dicht  op  malcanderen 
gewoont,  dat  daer  veel  qnade  Inchten  ende  ongemacken  nytsijnont- 
staen,  alle  de  stadtsburchwallen  syn  meest  vervuijlt  ende  toege- 
loopen,  sulck  dat  die  onsutjverbeijt  almede  helpt,  d'aencomende 
hnysgesinnen  als  andere  syn  met  geen  accommodatie  van  wooningen 
connen  geholpen,  noch  d'adjuvementen  gedaen  werden  als  wel  ver- 
eijschte,  waerdoor  veele  in  armoede,  miserie,  ongemack  ende  vnQ- 
licheijt  vergaen,  't  welck  verhoopen  alles  metter  tijt  beteren  ende  op 
den  ouwden  voet  gebracht  werden  zal.  Ondertusschen  Ed.  Heeren, 
versoecken  wij  serienselijck,  dat  UwEd.  doch  eenmael  tot  naerderen 
voet  op  't  senden  van  hnijsgesinien  naer  India  believen  te  resolve* 
ren,  want  met  diergelycke  als  't  gros  sijn,  welcke  Uw  Ed.  alnoch 
continuere  te  senden,  isset  niet  mogelijck  dat  Uw  Ed.  coUonien  in 
India  connen  gestabileert  werden  ofte  bestaen,  veel  min  dat  door 
deselve  Uw  Ed.  staet  in  progres  ende  verseeckeringe  (tot  ontlastinge 
van  de  Compagnie  sonden  gebracht  worden)  de  armoede  van  eenige 


Digitized  by 


Google 


165 

is  zoo  groot  ende  de  manieren  van  leven  in  anderen  soo  vnyl  ende 
exorbitant,  dat  des  Compagnies  middelen  (inexcosabel)  moeten  ge- 
bmijcken  ende  gespendeert  werden,  om  de  goede  armen  te  onder- 
bonden ende  de  qoade  te  straffen,  want  t' is  seecker  dat  wij  genoot- 
saeckt  sollen  werden  een  expres  gebonw  te  timmeren,  in  forme  van 
spinbu^s  ende  raspbnys,  om  veul  vnijle  qnade  menseben  van  de 
straet  te  belpen  ende  als  een  peste  van  goede  af  te  scbeijden;  wij 
en  twijffelen  niet  soo  Uw  Ed.  dese  ende  noeb  veel  andere  oosten 
meer,  welcke  Uw  Ed.  aldaer  ende  wij  albier  (om  die  vnijle  men- 
seben berwaerts  te  brengen  ende  te  onderbonden)  genootsaeckt  syn 
te  doen,  aen  versebeijden  goede  bekende  eerlycke  buysgesinnen  te 
leenen  ende  daer  beneffens  vrijbegt  te  vergunnen  om  deselve  be- 
qnamelyck  te  mogen  employeren  ende  berrewaerts  te  brengen,  ofte 
de  Compagnie  sonde  bun  versebooten  penningen  danckbaerlijck  ende 
goede  bnysgesinnen  in  India  becomen,  bet  sal  een  middel  syn  dat 
de  Inyden  bier  eomende,  wat  in  banden  bebben  om  yts  te  beginnen 
ende  de  Compagnie  ontlast  blyven  van  bun  te  onderbonden ,  alder- 
hande  eerlycke  ambacbtslnyden  syn  te  belpen  met  bnn  toe  te  staen 
alsalcken  materialen  te  mogen  medenemen  als  tot  baer  ambacbten 
verbeijscben,  daertoe  bnn  alvoren  de  bandt  biedende,  omme  deselve 
te  connen  coopen,  maer  bet  nntste  bonden  wij  voor  de  Compagnie, 
datter  bnijsgesinnen  van  aensien  ende  middelen  door  lydelijcke  te 
geven  vrflbeden  naer  India  gelockt  wierden,  die  tot  een  erkentenisse 
verbindende  een  a  twee  dienstmaecbden  ofte  aeneomendo  docbterkens 
tot  baeren  lasten  in  India  te  moeten  brengen  ende  opvoeden,  een 
taemelyck  capitael  eonnen  se  aen  versebeijden  waeren  ende  coop- 
manscbappen  buyten  prejnditie  van  de  Compagnie  aldaer  besteden 
ende  berwaerts  brengen,  ende  bier  en  gebreecken  geen  middelen 
om  met  goede  capitalen  bnyten  scbade  van  de  Compagnie  te  ban- 
delen.  P'Engelscben  (onaangesien  dat  tot  Bantam  resideerenj  laeten 
daerom  niet,  soo  particulier  als  voor  't  generael,  bier  voor  duijsenden 
realen  van  8°  aen  goederen  te  coopen  ende  vercoopen,  de  Deenscbe 
cooplnyden ,  die  bier  baere  residentie  bebben ,  bonden  open  winckel , 
Cbineesen  ende  andere  natiën  bandelen  op  verscbeyden  quartieren 
oock  met  groote  capitaelen;  sullen  Uw  Ed.  den  eygen  ingesetenen 
ende  naturellen  van  Nederlandt  daervan  frustreeren.  'T  scbip  Londen 
'yr^  nl^t  soo  baest  voor  Bantam  gearriveert  ofte  alderbande  Europi- 


Digitized  by 


Google 


166 

8che  manufactareiii  diversche  sniijsteryeny  Engels  bier  ende  ander* 
sints  wierden  herwaerts  gebracht ,  verkocht  ende  goede  reale  van 
8>  ofte  ander  coopmanschappen  daertegen  wederom  nQtgevoerti  sonder 
dat  de  Compagnie  ofte  haeren  ataet  daerbQ  verder  als  mette  ihollen 
verbetert  wert,  daertegen  bj  verrgckinghe  van  üw  Ed.  eygen  in- 
gesetenen  de  innerigcke  commercie  ende  commnnicatgen  toenemen 
ende  des  Companies  staet  in  vaste 'verseeckeringhe  gebracht  wert, 
't  welck  in  desen  jongsten  oorloge  merckelick  gebleecken  is,  heb- 
bende verscheiden  persoonen  van  middelen  soo  liberael  tot  des  stadts 
wercken  gecontribueert  ende  desselfs  behoudenisse  helpen  bevorderen^ 
dat  te  verwonderen  is.  Uw  Ed.  believen  haer  van  de  scmpnle  font- 
lasten,  dat  hierdoor  de  particnlariteijten  meer  toenemen  ende  ge- 
voirdert  sullen  werden ,  als  Uw  Ed.  ordre  ende  licentien  sonde 
medebrengen  I  Uw  Ed.  verseeckeren  haer  op  onse  verbintenissen  in 
desen  sulcken  ordre  sal  gevolcht  ende  gehouden  werden ;  dat  de 
Compagnie  buyten  schade  ende  Uw  Ed.  geen  oorsaecke  van  dachten 
hierover  sullen  gegeven  werden,  ende  ingevalle  Uw  Ed.  door  eenige 
obstaeckelen  hiertoe  noch  niet  conden  resolveren,  versoecken  Uw  Ed. 
reverentelyck  met  't  senden  van  quade,  arme,  onbekende  huysge- 
sinnen  ende  vrouwpersoonen  oock  te  willen  supercederen,  want  't  is 
seecker,  Ed.  Heeren,  dat  de  Compagnie  daerdoor  alleen  geen  onnutte 
costen  ende  lasten ,  maer  oock  materyen  ende  oirsaecken  van  quade 
ende  bedenckelycke  gevolgen  veroorsaickt  werden,  ende  door  't  quaet 
ongoddelyck  leven  den  toom  Gods  over  Uw  Ed.  staet  verweckt  wert; 
een  soldaet  heeft  bynae  syn  maentlijcke  gagie  van  doen  om  de 
huyshuyr  van  een  ryeden  wooningh  te  betaelen,  assistenten,  onder- 
coopluijden  ende  andere  diergelijcke  officieren  hebben  maentlick  haer 
rantsoen  ende  gagien  noodich  sullen  se  behoorlijck  leven,  principa- 
lick  alse  eenichsints  met  kinderen  beswaert  ende  van  hun  selver 
niets  in  handen  hebben,  al  't  welck  en  't  gene  hieraen  voirder 
dependeert  sullen  wy  andermael  versoecken  ende  vastelick  vertrouwen 
dat  Uw  Ed.  hiertegen  alsulcke  tgtelijcke  remedien  sullen  stellen  als 
ten  meesten  dienst  van  de  Compagnie  bevinden  sullen  te  behooren. 
Met  Bantam  syn  in  vreede,  de  begonnen  onderhandeling  daervan 
met  Grootenbroeck  mentie  wort  gemaeckt,  is  naderhant  op  den 
2dn  Maert  1629  met  een  besendinge  van  hier,  neffens  eene  schenc- 
kagie  van  een  Arabisch  peert  door  den  Commandeur  Blocq  ende 


167 

den  Oppercoopman  Behoort,  geconfirmeert  tot  groot  contentement 
van  die  van  Bantam;  soo  't  ymmers  uijterlyck  Bcheen.  T'sedert 
hebben  noch  eenen  ruymen  tijt  den  CommissariB  van  der  Lee  met 
een  jacht  voor  Bantam  gehouden  ^  omme  bij  wylen  op  't  stock  van 
den  peperhandel  te  letten,  maer  het  schijnt  die  van  Bantam ,  na 
met  haer  Terdraegen  sijn ,  de  peper  naer  haren  appetyt  wel  souden 
willen  vercoopen  ende  dat  hoop  hebben  wij ,  ende  d'Engelsche  de  peper 
weder  tegen  den  anderen  sollen  opjaegen;  van  der  Lee  hadde  met 
den  Tommagon  partye  peper  k  6|  't  piool  gecontracteert  vry  aen 
boort  te  leveren,  't  welck  als  't  op  doen  aenquamp  niet  en  succe- 
deerde.  In  ettelycke  maenden  en  is  by  ons,  noch  d'Engelschen  na 
peper  getaelt  ende  geen  ander  coopers  en  synder,  evenwel  houden 
den  peper  dier,  wy  vertrouwen  dat  d'Engelschen,  die  langer  als  een 
jaer  sonder  geit  geseten  hebben ,  daer  treffelyck  in  moeten  wercken , 
daer  wort  in  Bantam  van  geen  peper  gesproocken,  even  als  offer 
geen  peper  waere. 

Wy  laeten  ons  voorstaen  de  quantiteyt  niet  groot  is  ende  datter 
boven  de  15  k  16^  sacken  peper  in  Bantam  niet  en  is,  welcke  by 
de  principaelste  is  opgecocht,  als  van  onse  onderhandeling  lucht 
creegen. 

Des  Mattarams  oorloge  ende  syn  groote  preparaten,  mitsgaders 
dat  naer  de  West  tendeerde  heeft  mede  veroorsaeckt,  dat  jaer  wey- 
nich  ofte  geen  peper  tot  Bantam  versamelt  is,  die  van  Bantam 
beelden  haer  vastelick-  in,  de  Mattaram  het  op  haer  gemunt  hadde , 
syn  derhalven  al  van  April  af  doende  geweest  haer  stadt  te  ver- 
aeeckeren  ende  d'aencomste  te  waeter  met  paelwercken  seer  sterck 
aff  te  paggeren;  naerderhandt  heeft  sich  de  Tonmiagon  van  Bantam 
met*redeigcke  macht,  geassisteert  met  een  Engelsch  fergadt,  in  de 
rivier  van  Crawang  onthouden,  tot  dat  seeckerlyck  van  des  Matta- 
rams comste  wert  verwitticht,  als  wanneer  sich  geretireert  heeft  in 
de  rivier  van  Ontong  Java,  alwaer  hij  sich  geduyrende  den  vijandt 
voor  Battavia  lach  onthouden  heeft  met  ontrent  7  i  8c  man,  eenige 
seggen  van  meer,  daermede  hy  hem  op  ditto  rivier  versterckte, 
omme  d'overcompste  van  den  Mattaram,  soo  nae  Bantam  quaeme  te 
beletten;  ondertusschen  hebben  die  van  Bantam  haer  neulrael  ge- 
houden, soeckende  soo  met  ons  als  den  Mattaram  wel  te  staen. 

'T  volck  van  Mattaram  is  noyt  geadmitteert  in  't  lant  van  Bantam, 


Digitized  by 


Google 


168 

als  assistentie  van  rys  versochten  hebben  't  geexcoseert,  dat  seUs 
benoodicht  waeren,  geljck  die  van  Bantam  oock  niet  veel  overich 
hebben;  (aan)  de  gesant^  van  den  Mattaram,  die  met  brieven  nyt 
't  leger  voor  Battavia  aen  den  Goninck  van  Bantam  in  Ontong  Java 
qnamen  y  wilden  geen  passagie'  te  lande  (geljck  versochten)  verleenen , 
maer  hebben  hen  met  praenwen .  uit  ditto  rivier  naer  Bantam  ge- 
bracht, soodat  wy  vertrouwen  die  van  Bantam  den  Mattaram  al  vry 
wat  geirriteert  hebben;  hoe  geve^nst  dat  haer  oock  gedraegen,  soo 
haest  't  leeger  voor  Battavia  opbrack,  vertrock  den  Tommagon  met 
sQn  volok  naar  Bantam  ende  lieten  haer  voorstaen  groote  victorie 
bevochten  hadden;  wij  deden  den  Tommegon  geduyrende  de  oor- 
loge in  Ontong  Java. eens  besoecken,  omme  van  haer  gelegenthegt 
ende  dessegn  kennisse  te  crijgen;  d'onse  waeren  soo  't  scheen  wille- 
come  ende  conden  niet  anders  bespenren  als  dat  daer  op  haer 
deffentie  laegen ,  echter  vernamen  dat  niet  gaeme  sonde  gesien  heb- 
ben des  Mattarams  volck  kennisse  van  haer  compste  aldaer  hadden. 

Tegenwoordich  houden  tot  Bantam  Pieter  Francen,  assistent , 
met  noch  een  Nederlander ,  alleen  om  kennisse  te  hebben  watter 
passeert;  onthout  sich  in  het  huys  van  Simsuan,  onse  burgerde 
ende  Chineesen  varen  over  ende  weer  met  haer  coopmanschap ;  de 
peper  wert  soo  hooch  gehouden ;  datter  niet  ujtgebracht  wiert,  connen 
niet  wel  bevroeden  wat  die  van  Bantam  voorhebben ,  dat  haer  soo 
hardt  houden,  achte  dat  ons  menen  met  hun  peper  tot  haer  devotie 
te  brengen  ende  sullen  almede  pretendeeren,  dat  een  ètwee  joncquen 
uyt  China  comende  behoorden  tot  Bantam  t'admitteeren. 

De  Engelschen,  enz 


Digitized  by 


Google 


169 


XXV.  De  Directenr-Gleneraal  Antonio  van  Diemen, 
aan  de  Bewindhebbers  der  Gren.  O.  I.  Comp. 
(Heeren  XVIL)  *    * 

Geschreven  op  de  te  hnisreis,  aan  boord  van 
het  schip  Deventer  en  gedagteekend  6  Jnng 
1631. 


Mynheeren  n^t  nevengaende  j  enz.    ..." 

Balamboangh,  gelegen  aen  't  oosteynde  van  Java,  geeft  goede 
partye  rgs  ende  beestiael,  waertegen  custcleeden  ende  andere  coop- 
manschappe  trecken;  den  Coninck  noodicht  ons  ende  sage  gaeme 
comptoir  ende  volck  in  zyn  landt  hielden,  5  k  600  lasten  rys  wortt 
gesegt  jaerlicx  te  becoomen  zQn.  'T  is  een  negotie,  welck  d'inwoon- 
deren  van  Bantam  mett  beter  profijt  als  de  Compagnie  connen 
waememen  ende  gants  ongeraden  aldaer  volck  te  houden;  tsedert  de 
Compagnie  ende  Nederlantse  bnrgerye  derwaerts  gevaeren  hebben  is  de 
negotie  gants  verslimpt,  't  schgnt  te  jachtich  z^n,  met  beeter  oirdeel 
weeten  de  Chineesen  den  rgs  te  procnreeren. 

Anno  1629  syn  bij  onse  bm^erge  ende  de  rheeders  van  den 
Harinck  ende  Oorcnm  in  Balamboang  gehandelt  ende  in  Amboyna 
ende  Banda  gebracht,  alsvoore  geseQtt,  264  lasten  rijs  mett  groot 
nomber  vee ;  't  gemelte  vaertaggh  is  wt  die  qnartieren  weeder  der- 
waerts gevaren  ende  mett  cleene  partye  rys  in  Battavia  gecoomen, 
synde  't  rQsgewas  misluct  'T  jacht  de  Mnijs;  coomende  van  Am- 
boyna, is  daer,  door  lecte,  genootsaect  geworden  te  stranden,  de 
geberchde  goederen  pretendeerde  den  Coninck  aen  hem  vervallen 


1.  Na  15  DeoemW  1629  werd  door  de  Hooge  regering  geen  algem.  rniMiTe  naar 
helTaderland  gezonden,  y66t  7  Maart  1681.  Die  brief,  Tan  7  Maart,  werd  echter,  ten 
gevolge  van  ziekte  Tan  den  Gen.  Specz ,  zeer  ingekrompen  en  Toor  alles  wat  JaTa  be> 
treft  werd  er  in  Terwezen,  naar  hetgerai  de  Direct.  Gen.  Tan  Diemeo,  op  z^ne  tehois- 
reit  OTer  den  itand  Tan  Indie  zon  opstellen.  Dat  opstel  deelen  wQ  nn  Hier  mede.  Na 
in  de  40  eerste  bladz.  Tan  zQn  opstel  Terslag  te  hebboi  gegeren,  Tan  hetgeen  was  Toor- 
geTallen  Toor  Malakka,  in  de  bogt  Tan  Siam  en  Patani,  op  Bomeo,  op  de  kost  Tan 
China  en  op  Formosa  (Tayoean),  in  Japan ,  de  Molnkken ,  op  Amboina,  Banda,  Ceram , 
^or,  TimorenM^kassi^,  lfa«t  vim  Diemen  ot^  tqt  4e  behandeling  der  z«ken  vim  JaTa. 


Digitized  by 


Google 


170 

waren,  had  vier  stueken  op,  de  Compagnie  toebehoorende,  drie 
zijn  bij  den  Briel  gebercht  ende  't  ander  heeft  den  Coninek  aenge- 
slagen  mett  twee  steenstneken.  Een  jonck  geladen  met  70  è  80 
lasten  rijs,  gedestineert  na  fiattavia,  is  daer  meede  van  't  ancker 
gespiltt  ende  vergaen;  de  jonck  was  van  Battavia  gevaren  ende  bQ 
de  Chineesen  wttgereett,  in  voege,  zoo  door  deese  ongevaUe  als 
schaars  gewas,  anno  30,  met  de  floijte  €U)rcnm,  Gontsbloem  ende 
Bloempott,  mitsgaders  per  't  Comp^^  schip  den  Briel  in  Battavia  wtt 
Balamboangh  niett  meer  als  70  A  80  lasten  rijs  zjn  aengebracht , 
seven  slaven  met  goede  partije  verekens  ende  koebeesten;  den  Ha- 
ringh  is  daer  overgebleven  omme  zyn  wttstaende  schulde  te  innen 
ende  mett  de  ryslast  na  Banda  te  loopen. 

Den  rQs  is  daer  reedelicx  coops,  op  25  r.  't  last,  als  wanneer 
een  cent  op  de  cleeden  avanceeren,  een  koebeest  4  r.  ende  een 
vareken  2  r.  van  8^.    . 

Die  van  Balamboang  zyn  heiden  ende  vyanden  van  den  Matta- 
ram,  den  Coninek  van  Baly  pretendeertt  haer  beschermheer  te 
weesen ,  is  mett  eenen  genoechsaem  meester  van  't  landt  ende  doen 
de  vreemdelingen  groeten  overlast,  dito  Coninek  heeft  d'onse  meede 
zyn  landtt  gepresenteertt,  omme  aldaer  te  moogen  comen  nego- 
tieeren; voor  de  Comp.  valtt  daer  niet  te  doen,  particuliere,  die  mett 
cleene  oncosten  varen,  als  Chineesen  ende  andere  dient  datt  vaer- 
water  best;  met  de  floijte  €U)rcnm  qnamen  7^8  inwoonderen  van 
Bali  om  Battavia  te  zien,  brachten  een  monster  van  sandelhout 
meede,  datt  op  Bali  ende  in  groote  quantitite  te  becoomen  is,  maer 
is  wiltt  ende  geen  oprecht  houtt,  de  couUeur  is  schoon  maer  niet 
van  reuck. 

Alsoo  den  rijs,  enz 

Battavia  Ib  anno  1630  van  den  Mattaram  niet  besocht  geweest  ^ 
't  schijnt  door  de  voorjarige  tochten  ende  principalyck  die  van  29 
soo  gematteert  is ,  geen  lust  heeft  gehadt  (gelijck  voorgaff )  datt  jaer 
de  saecke  te  hervatten  ende  datt  üjtt  van  respiratie  van  doen  heeft; 
ondertussen  zijn  onverwacht  ende  als  bij  gevall  in  onderhandelingh 
van  vreede  geraeckt,  daerop  geen  effect  noch  besluyt  is  gevolcht, 
alleen  datt  de  trafficanten  over  ende  weder  ongemoUesteert  varen, 
rys  wertt  niett  gelicentieert  nae  Battavia  te  voeren,  hoewel  steells- 
wyse  cleene  partge  al  te  mets  ingebracht  worden* 


Digitized  by 


Google 


171 

De  saecke  dan  tnsschen  ons  ende  den  Mattaram  heeft  sich  tsedert 
de  jongste  advysen  toegedragen  ende  staen  in  termen  als  nytt  gevolch 
gellefft  te  vemeemen.  Nadat  in  Jannarie  anno  1630,  om  d'Oost  tott 
voor  Japara  op  de  Chinese  joncqnen  ende  ander  vaertn^gh  naer 
Battavia  coomende  ende  by  wyle  beneedens  wint  raeckende,  wtt 
oraysen  gesonden  hadden  de  jachten  Assendelft  ende  Westsanen, 
ende  datt  naerderhandt  in  Febmary  op  seeckere  geruchte,  datt  den 
ICattaram  andermaell  omtrent  Indermeye  ^  versamelingh  van  r^s 
ende  padi  deede,  om  de  waerhe^tt  van  saecke  t'ontdecken,  langs 
voors.  cast  a%e8onden  de  jachten  Teyonhan,  Bonremedie  ende  Ne- 
gapatnam,  met  advys  aen  d'onse  voor  Japara,  hoe  sich  in  znlcken 
gevalle  te  gonvemeeren  hadden,  wierd  mett  die  occasie  goettgevon- 
den  Warga,  een  Javaen  van  't  getal  daervan  in  onse  vooigaende 
mentie  is  gemaect,  op  zyn  gix>ote  instantie  te  relacheeren  ende  na 
hnys  te  senden ,  te  meer  hem  zijn  vrydom  onder  conditie  van  de 
ronde  waerheytt  te  seggen ,  door  de  Heer  Oenerael  Coen  zaliger  was 
toegesegtt;  deese  relaxatie  van  Warga  heeft  den  Mattaram  oft  groote 
van  Java  geduyt  off  aengenomen  (om  aen  d'eere  te  blijven)  als  een 
besendingh  ende  datt  daerby  vreede  versochten  ende  is  de  saecke 
door  den  Tommagon  Ary  Wansa,  opperste  raett  van  den  Choecho- 
nang,  over  Samarang,  soo  beleytt,  dat  gesanten  (daertoe  gebm^c- 
kende  Intche  Mouda)  na  Japara  aen  onse  jachten  wirde  gesonden, 
versoeckende ,  datt  voor  Samarangh  wilde  coomen ,  den  Mattaram 
was  tot  vreede  genegen  ende  wilde  een  gesant  nevens  een  brieff 
wtt  den  naem  van  den  Mattaram  door  Aria  Wansa  geschreven,  mett 
de  jachten  na  Battavia  senden ;  den  Commandeur  of  Oppercoopman 
Tresel  neemt  dit  versoeck  aen  ende  loopt  en  passant  met  de  jachten 
Westsanen,  Negapatnam,  Teyonhan  ende  Bonremedio,  Samarang 
aen,  alwaer  well  getracteert  ende  ververst  worden,  ende  alsoo  den 
gesant  wtt  den  Mattaram  noch  niet  verscheenen  was,  vertrock 
Tresel ,  laetende  daer  te  reede  op  den  gesant  wachten  de  jachten 
Teyonhan  ende  Bonremedio,  welcke  den  11  April  daeraenvolgende 
te  Battavia  arriveerde  mett  eenen  Lonra  Jouda  ende  soon  van  Intche 
Mouda,  nevens  14  Javanen,  brengende  een  brieff  van  Aria  Wansa 
aen  d'Heer  Generael  geschreven,  dicterende,  dat  hy  Wansa  d'Heer 


1.    Indraroayoe. 

/Google 


Digitized  by  ^ 


172 

Generaels  versoeck  van  vreede,  den  Choeehoenang  Englaga' voorge- 
dragen hadde ,  die  daerin  vemoecht  ende  mede  toegeneegen  was  y 
maer  wilde  persoonlyek  mett  des  Heeren  Generaels  gesanten  van  de 
saeck  spreecken,  over  solcx  raett  aen,  datt  mett  den  eersten  een 
beqnaem  persoon  nevens  Lonra  Jouda  aen  Zyn  Migesteyt  over  Sa- 
marangh  diende  affgesonden,  men  behoeffde  in  't  committeeren  van 
een  aensienelyek  man  niet  bedncht  te  wesen,  den  Choechoenangh 
hadde  zelver  beloofft  soffisante  ostagiers  in  onse  jachten  te  senden  y 
soo  nabedencken  hadden;  nevens  den  brieff  qnam  tott  schenkagie 
10  sacken  rQs,  een  koebeest,  40  hoenders  ende  watt  frnijtt 

Den  16"  wird  de  gesant  bij  d'Heer  Generael  audiëntie  gegont 
ende  verclaerde  den  brief  van  Aria  Wansa  met  kennisse  ende  bg 
ordre  van  den  Mattaram  geschreven  te  zyn  en  dat  hy  gesant  den 
Mattaram  zelver  mondelingh  had  hooren  seggen,  tot  vreede  geneegen 
was,  zoo  den  Generael  daertoe  meede  inclineerde,  versocht  dat 
nevens  hem  een  presentabel  persoon  mocht  gesonden  worden  om  den 
Choechoenangh  Syn  Ed.  geneegentheyt  te  moogen  aendienen. 

By  d'Heer  Generael  ende  Raden  van  Iniia  in  consideratie  geno- 
men zijnde  de  weijnighe  verseeckerheijt,  die  gegeeven  wirden  van 
des  Mattarams  oprechte  meeninge,  mitsgaders  om  niet  geaffronteert 
ende  onverhoort  temggesonden  te  worden ,  off  t'ontijde  schenckagie 
wtt  de  handt  te  werpen,  alsoo  deese  besendingh  sonder  aensien- 
lycke  schenckagie  niett  aengenaem  zonde. zyn  geweest,  maer  voor- 
nementlyck  om  tyt  te  winnen,  werd  goetgevonden  Wansa's  brieff 
met  een  expresse  te  beantwoorden,  omme  recht  t'onderstaen  off  dese 
handelingh  mett  kennisse  van  den  Mattaram  aengevangen  was,  ende 
wird  daertoe  gecommitteert  den  assistent  off  tolck  Pieter  Franss. 
ende  is  dienvolgende  mett  noch  een  Nederlander  ende  den  Javaensen 
gesant,  ady  4  Mey  per  't  jacht  Teyonhan  na  Sammarangh  affgede- 
pescheert ,  't  geene  hem  per  instmctie  is  gelast  ende  wat  aen  den 
Tommagon  Arya  Wansa  in  antwoorde  geschreven  ende  tott  ver- 
eeringh  gesonden  is,  gelieve  U  £d.  wtt  coppieboeck  van  brieven, 
onder  dato  3"  Mey  1630,  na  te  sien.  Den  21'^  Jnny  is  gemelte 
Pieter  Fransen  mett  syn  geselschap  over  Sammarangh  wtt  den  Mat- 
taram gekeertt  zynde ,  zoowel  int  op  als  affreijsen  wel  onthaelt  ende 
vrintlQck  bejegent  geweest,  maer  by  den  Mattaram  geen  audiëntie 
gehadtt,  gelyck  oock  niett  bij   Arfa  Witnsa  zelver,  d^^tt  op  zyn 


Digitized  by 


Google 


173 

deckte  geexcnseert  wird  y  dito  schenckagie  ende  brieff  wird  geaccep- 
teert  ende  scheen  aengenaem  te  weesen^  door  gecommitteerde  wtt  des 
Mattarams  name  zyn  d'onse  aengedient,  datt  Zjn  Majesteit  tott 
vreede  well  was  geneegen,  maer  datt  zy  gesanten,  niet  genoechge- 
qnalificeert  waren  om  voor  den  Choechoenangh  te  verschijnen,  datt 
d'Heer  Generael  aensienlicker  ambassadeurs  met  schenckagie  most 
senden  om  van  vreede  te  spreecken,  mett  aenradingh  ende  waer- 
schonwinghe  zulcx  in  corte,  binnen  twee  maenden,  diende  te  geschie- 
den, alsoo  de  padi  in  3  maenden  van  't  velt  zonde  weesen,  als 
wanneer  den  Mattaram  wellicht  van  resolntie  sou  veranderen  ende 
weeder  na  Battavia  coomen.  Wtt  den  naem  van  den  Tommagon 
Arya  Wansa  wirden  d'onse  vereert  met  twee  Javaense  cleetjens  ende 
20  C  cassies,  datt  omtrent  5  r.  van  8°  is  ende  werdtt  haer  seer 
statelijck  overgeleevert  een  missive  van  gemelte  Tommagon  aen 
dUeer  Generael,  daerinne  seijtt,  vermits  zijn  sieckte  de  onse  niet 
heeft  connen  spreecken,  mitsgaders  oock  niett  heeft  connen  goett- 
vinden  dezelve  voor  den  Mattaram  te  brengen ,  alsoo  geen  brieven 
aen  Zyn  Majesteyt  brachten ,  maer  verseeckert  ons ,  datt  tott  vreede 
inclineertt,  over  znlcx  raett  aen,  datt  een  beqnaem  persoon  voor 
datt  den  oegst  van  't  landt  is,  aen  de  Choechoenangh  zoude  com- 
milteeren ,  twijffelde  aen  goet  succes  niet. 

Watt  gemelte  Pletter  Fransen  wijders  op  zyn  reyse  voorgecomen 
is,  watt  plaetsen,  dorpen,  lantdouwen  ende  volckeren  gesien  ende 
bejegent  heeft,  hoe  met  Moorse  eede  heeft  moeten  bevestigen  den 
Generael  Coen  overleeden  was ,  mitgaders  datt  voor  dien  tijt  gants 
geen  apparentie  noch  toerustingh  van  oirloge  vemoomen  heeft,  gelyck 
meede  dat  twee  Nederlanders  in  de  revire  Sewouw  anno  1629  ge- 
nomen, Mooren  waren  geworden  ende  in  de  stadt  Mattaram  den 
kost  gingen  beedelen ,  gelieve  ü  Ed.  alles  naerder  wtt  nevengaende 
joumael  ende  raport  van  voors.  Fransen  te  beoogen. 

Op  verscheyden  consideratien  is  tsedert,  geen  naerder  besendingh 
aen  den  Mattaram  gedaen ,  eerstelyck,  vermits  onse  gesant  contrarie 
beloften  den  Mattaram  noch  oock  Wansa  zelver,  niett  heeft  moogen 
sien  noch  spreecken ,  ten  andre  om  die  van  den  Mattaram  tot  naerder 
aensoeck  van  een  tweede  besendingh  te  compelleeren  ende  alsoo 
haere  genegentheijt  ende  maximes  des  te  beeter  te  sondeeren  ende 
ti)tt  te  winnen,  intrim  hebben  over  ende  weeder  schrifteUJck  cores- 


Digitized  by 


Google 


174 

Ii^ndentie  met  den  Tommagon  van  Tegall  ende  Japara  gdionden, 
die  ons  aenrieden  besendingh  te  doen,  datt  den  Mattaram  tott 
▼reede  was  geneegen ,  versoeckende  by wgle  een  goet  Arabis  paertt 
voor  den  Mattaram  te  coopen^  daerop  door  den  ontfiEmger  Masejck 
als  sabander  hebben  doen  antwoorden,  datt  geneegen  waren  gecom- 
mitteerde om  yreede  te  maecken  aen  den  Mattaram  te  zenden,  als 
maer  verseeckert  waren,  aengenomen  ende  niett  a%ewesen  zonde 
worden ,  item  datt  de  beste  paerde  tot  dienst  van  Zyn  Majesteyt 
ende  niet  te  coop  waren. 

De  Chineeeen  hebben  te  mets  meede  eens  getoetst  off  geen  nader 
besendingh  gedaen  zonde  werden. 

Soo  haest  als  die  van  den  Mattaram  bemercten,  dat  wQ  de  naerder 
aenspraecke  traineerde  is  de  iteqnentatie  ende  toevoer  van  verschelde 
waren  ende  principalyck  rQs  meest  verboden,  hoopende  ons  daer- 
door  tott  aenspraeck  te  constringeren ,  men  verstaett  meede  den  Mat- 
taram 't  hooft  van  Samarangh  Lonra  Juda  heeft  doen  gevangen  setten, 
vermits  geen  naerder  aenspraecke  wtt  Battavia,  volgens  haer  belof- 
ten, verneemt 

T  is  seecker ,  die  van  den  Mattaram  deese  besendingh  alleen 
voirderen  om  aen  d'eere  te  bleven  ende  d'omliggende  Coningen 
ende  volckeren  te  doen  gelooven  de  Nederlanders  vreede  by  den 
Ghoechoenangh  versocht  ende  hem  als  zyn  onderdanen  mett  goede 
schenckagie  vereert  hebben,  deese  glorie  mach  hem  weU  gelaten 
worden,  als  maer  voirdeel  connen  doen  ende  waere  niet  ongeraden 
(gelyck  U  Ed.  schreven)  met  den  Mattaram  voor  eenighe  tyt  wat 
te  simnleeren ,  ende  datt  hem  all  jaerlycx  mett  eenighe  geschencken 
deede  besoecken ,  soo  daermede  den  oirlogh ,  all  waertt  maer  voor 
eenighe  tyt,  conden  affweeren,  maer  gelooft  Mynheeren,  datt  met 
flchoone  woorden  noch  groote  giften,  nimmermeer  gediverteert  sall 
worden  als  macht  ende  middelen  heeft  ende  apparentie  van  voirdeel 
ziet,  den  oirlogh  tegen  Battavia  te  hervatten,  maer  by  gelegentheyt 
gelyck  nn,'datt  gematteert  is,  sall  men  met  een  goede  schenckagie 
naer  veeier  oppinie  connen  te  weege  brengen,  zijn  attentaten  een  jaer 
k  twee  geretardeert  worden.  Item  dat  geen  vliegende  tronp  van  12 
k  16  C.  man  omtrent  Battavia  sendt,  die  altytt  machtich  zyn,  met 
een  loop  de  thn^nen  ende  boomen  bogten  Battavia  te  ro^neeren  ^ 
mitsgaders  dat  de  negotie  niet  werde  verhindert. 


Digitized  by 


Google 


176 

lyHeer  General  ende  Raden  van  India  inclineerden  om  den 
Mattaram  met  een  redelycke  sehenckagie  te  doen  besoecken  ende  in 
onderhandelingh  van  yreede  te  treeden ,  soo  haest  d'occaaie  presen- 
teert ende  daertoe  versocht  znllen  worden  daema  de  saecken  licht  te 
belegden  z^n. 

Daer  wird  all  wederom  gerucht ,  dat  anno  1631  te  velde  om  de 
west,  wilde  trecken,  die  van  Bantam  meenen  wel  te  weeten,  dattet 
op  haer  gemunt  is,  te  meer  enighe  gesanten  van  des  Mattarams 
volck  tott  Bantam  waren  geweest,  wier  besendinge  ende  boot- 
schappen hun  seer  suspect  waren,  mitsgaders  dat  die  van  Cherbon 
Bantamse  prauwen  van  Sammarangh  ende  elders  coomende,  met 
vivres  gelaeden,  aengeslaegen  ende  verbeurt  haddegemaeckt,  latende 
aUeen  't  volck  vrij. 

Daer  wird  wtgegeven  ende  d'Heer  Crape  ^  heeft  zulcx  van  Ja- 
para mede  geadvyseert,  datt  den  Mattaram  ordre  gegeven  hadde  om 
groote  partye  padi  op  de  weegen  van  Battavia,  by  westen  Cheribon 
te  doen  planten  tott  provisie  van  zijn  leeger^  't  wort  geseijtt;  doch 
gaetzeeronseecker,  wij  hebben  daerom  jachten  expres  langs  de  cust 
gesonden  tott  Cheribon,  maer  niett  ontdeckt.  Eenich  volck  heeft 
den  Mattaram  tijtelijck,  in  't  jaer  30,  nae  d'affgeweeckene  van  Oecker 
ende  Sammedangh  gesonden,  die  affgeslagen  zijn,  't  schijnt  den 
roep  van  padi  planten  wtt  deese  optocht  procedeert,  in  zyn  lant 
ende  op  d'ordinari  plaetsen  is  den  rijsbouw  zeer  bevoirdert  ende  een 
abondant  gewas;  d'Heer Crape  advyseert  meede,  datt  den  Laxemana 
off  Gouverneur  van  Japara  een  despeche  naer  Mallacca  hadde  ge- 
daen  omme  hun  assistentie  tegens  Battavia  te  versoecken,  enfin  't 
en  gebreeckt  Java  aen  geen  groot  opgeeven,  soo  daervoor  vervaert 
waren  zoude  haest  meester  zijn.  Wyders  heeft  den  Mattaram  belast 
aen  die  van  de  zeestrandt  ende  yder  haven  op  tacx  gestelt  van 
zeecker  quantite  prauwen  ende  eenich  ander  groott  vaertuijgh  te 
maecken ,  dat  zeer  beneersticht  worde ,  dit  verstaet  men,  dat  seecker 
gaett,  watt  daermede  voor  hebben  leertt  den  tijtt,  die  van  Bantam 
vreesen  te  water  besocht  sullen  worden.  Wy  vemeemen  zeeck^rlijck 
alle  des  Mattarams  adel  een  schrick  van  Battavia  hebben  ende  den 
Choechoenang  ontseytt  hebben   om   weder  derwaerts  te  gaen,  ten 


1.    Crape  of  Crappe  was  direcfceor-genenhil  der  Deensche  Compagnie  in  Oost-Indie. 

/Google 


Digitized  by  ^ 


176 

ware  peraoonljck  mede  qnam,  wat  voomeemen  zullen ,  leert  d^i 
tijtty  't  is  zeeeker  geen  meer  macht  can  te  velde  brengen,  als  anno 
1629  voor  Battavia  is  geweest,  ende  datt  zeer  zwarelijck  zyn  volde 
derwaerts  zall  te  crijgen  weesen  ende  perooidyck  zoo  verre  bnyten 
zyn  landt  te  gaen  oorloogen,  zall  niet  dnrven  bestaen,  wttvreesedat 
hem  meer  volck  zou  affvallen. 

Met  de  jonghste  tijdingh  in  Febmary  passato,  wtt  Tegal  ende  van 
Gheribon,  wird  van  geen  oorlogee  gesproocken,  maer  datt  denMatta- 
ram  tot  vreede  indineerde  ende  gesanten  van  Battavia  was  ver- 
wachtende ;  over  Palimbang  heeft  den  Mattaram  aen  die  van  Jamby 
mett  een  loose  brief  doen  weeten,  datt  met  Battavia  vereenicht  was 
ende  dat  verstaen  hadde  Jamby  van  dePortogiesengedreychtwerde, 
over  znlcx  raett  haer  aen  met  hem  in  vrientschap  te  continneeren 
als  die  van  Palimbangh  doen,  welcke  zyn  subjecten  zgn,  wilde  haer 
dan  oock  protigeeren,  als  naerder  by  missive  van  den  coopman 
Oosterwijck  in  Jamby,  adi  18>>  July  1630  geschreven,  te  sien  is, 
dies  weeten  deese  Indische  Goningen  haer  by  alle  occasie  te  val- 
leeren,  die  van  Jamby  hebben  dit  schryven  niett  aengenomen. 

Belangende  Battavia,  wy  laten  ons  voorstaen,  zyn  grootste  ende 
swaerste  proeflbtnck  heeft  wtgestaen  ende  dat  den  Mattaram  mett 
openbair  gewelt  geen  voirdeel  daerop  becoomen  zall,  eenighe  zyn 
van  oppinie  de  belegeringh  well  andermael  mocht  hervatten ,  andere 
meenen  datt  Bantam  allvooren  zall  trachten  te  vermeesteren  om  ons 
den  oirlooge  van  daer  aen  te  doen ,  't  welck  den  ÜJtt  leeren  zall. 
Ondertusschen  can  Battavia  znlcx  versterct  ende  Bantam  soo  door 
ons  gemainteneert  werden,  dat  verhoope  den  Mattaram  op  d'een 
noch  d'ander  geen  avantagie  becoomen  zall ,  te  lande  is  niet  mach- 
tich  provisie  voor  soo  grooten  leeger  te  beschicken  ende  te  water  can 
hem  't  selve  beleth  worden. 

Dat  üEd.  meent  ende  becommert  zytt  den  Mattaram  Batavia  zal 
comen  verdenren  ende  gestadich  't  landtt  rontom  de  stadt  onveyU 
honden  ende  't  selue  infructuens  maecken ,  waerdoor  men  een  van 
de  nutste  vruchten  des  rendezvous  zall  coomen  te  missen,  nament- 
Igck  de  refreschementen  ende  vruchten  des  lants,  etc.  'T  is  zulcx  datt 
den  Mattaram,  als  ons  immers  wilde  quellen,  jaerlicx  in  de  drooge 
tijt  een  trouppe  van  10  k  15  m.  man  can  toesenden  om  eenighe 
boomen  ende  thuifnen  ter  loops  te  ruyneeren  ende  't  landt  voor  een 


Digitized  by 


Google 


177 

een  maendt  oft  14^  watt  onveyl  te  maecken,  't  welck  oock  niett  als 
mett  groott  ongemack  can  geschieden,  ten  aensien  Battavia  soo  verre 
affgeleegen  is,  datt  provisie  geconsumeert  hebben  ais  by  de  wercken 
coomen  ende  omtrent  Baitavia  is  't  soo  cael,  datt  hun  niett  emeeren 
connen  ende  van  honger  vergaen  voor  datt  weeder  t'hnijs  geraec- 
ken ,  ende  zoo  cleender  tiouppe  afi^ondt  zonden  wellicht  't  weeder- 
keeren  vergeeten,  zoodatt  wij  oppinieren  zolcx  niet  licht  sall  onder- 
liggen, ende  daervoor  weijnich  te  vreesen  is,  datt,  gelyck  eenige 
willen  snstineeren,  mette  heele  colonien  zonw  coomen  afisacken  tott 
omtrent  Battavia  om  ons  zoo  te  qnellen  ende  te  verduren  is  niet 
apparent,  alsoo  niemant  soo  verre  van  de  wercken  vertroutt,  vreest 
voor  a£fvall,  gelyck  aen  die  van  Oecker  ende  andere  is  gebleecken, 
wtt  louter  dwanck  ende  niett  wtt  lieffden  wortt  den  Mattaram  van 
zyn  ondersaten  ende  alle  groote  van  't  landt  ontsien  ende  gehoor- 
saemt. 

Watt  nu  aengaet  het  overwinteren  van  des  vyants  leeger  voor 
ende  omtrent  Battavia,  daerinne  üEd.  schynen  beducht  te  zfln,  wy 
connen  niet  bedencken  met  watt  reeden  d'Heer  Willem  Jansen  zulcx 
heeft  gesustineert,  die  d'experientie  van  Battavia's  geleegentheyt  ende 
d'omliggende  landen  eenichsins  bekent  is  zall  contrarie  oordeeien. 
'T  is  d'Heer  Generael  Carpentier  well  bekent,  datt  het  gantse  landt 
rontsomme  Battavia  in  de  principaelste  reegentijtt  rüym  een  knie 
diep  onder  waeter  staet,  wtgesondert  alleen  den  heerenwech,  eenighe 
weijnighe  thuijnen,  Dircxlandt  ende  Compagnies  koestall,  die  bij 
groote  affwateringhe  meede  noch  onderloopen,  zoodat  de  menschen 
hun  in  't  water  zouden  moeten  legeren,  den  gestadigen  reegen  op 
hun  bloote  lichaem  wttstaen,  buijten  hoope  van  toevoer  van  eenighe 
victualiën  voor  de  maenden  Juny  ende  July ,  als  wanneer  de  landen 
eerst  weeder  gebruyckelyck  worden,  te  water  connen  niett  geholpen 
worden,  waerwtt  UEd.  licht  connen  oirdeelen  den  Mattaram  hier 
in  't  regenmousson  omtrent  Battavia  niet  moogelyck  is  t'onthouden. 

'T  is  waer  den  vijant  A^  1628  de  beleegeringh  langh  hardeerde 
ende  den  2^  December  eerst  vertrocken,  datt  leeger  hadde  geen  sleep 
noch  geschutt  na  te  voeren,  soo  A**  1629  soo  langh  gecontinueert 
hadden ,  zouden  hun  geschut  overwegh  niett  gebracht  hebben ,  daerop 
oock  wel  verdacht  waren  ende  deslogeerden  datt  jaer  den7'»0ctober 
ende  't  is  zeecker  als  een  fonueel  leeger  eüde  geschut  omtrent  Battavia 
V. 

Digitized  by  ^ 


/Google 


178 

leijtt  ende  niett  tijtelijck^  voor  datt  den  regen  comt^  verplaetsen, 
zall  't  niett  moogelljck  zyn  't  schutt  aff  te  brengen,  zynde  de 
weegen  door  de  minste  reegen  datelijck  onbruijckelijck ,  de  jaren 
28,  29  ende  30  zijn  extraordinari  drooch  geweest,  als  in  eei^ighe 
jaren  te  vooren  niett  geweest  is,  primo  Janoary  1631  ende  noch 
acht  dagen  na  datum  conde  men  mett  wagen  ende  paerden  drooch 
tott  aen  't  eynde  van  't  paï^illoensvelt  ryden  eade  ultimo  dito  was 
het  rontsom  mett  water  bedect.  Een  formeel  leeger  wtt  den  Mattaram 
can  te  Battavia  voor  halff  Augosti  niett  aenlangen ,  zoo  ten  respecte 
van  de  weegen  als  dat  nootsaeckelyck  den  padi  eerst  van  't  veltt 
moett  weesen  om  't  volck  tott  de  tocht  te  gebruljcken  ende  in  Oc- 
tober  wortt  genootsaeckt  te  vertrecken,  soo  van  ongemack  niett  ver- 
gaen  ende  hunzelven  consumeeren  willen ,  in  voege  Battavia  boeven 
3  maenden  in  't  jaer  van  den  Mattaram  niett  gequelt  can  worden. 
Den  Mattaram  gageert  geen  soldaten,  't  moet  all  den  Prins  wt 
lieffde  dienen ,  datt  voor  Sorbaye  lang  gecontinueert  ende  die  stadt 
eyntlyck  nae  een  thienjarige  oirlooghe  t'ondergebracht  heeft,  is  een 
ander  geleegentheyt  als  Battavia,  daer  matteerde  d'inwoonders,  be- 
dervende haer  gesay  ende  't  geene  jaerlicxaenqueecte;  voor  Battavia 
matteert  zich  zelven,  vint  daer  't  eeten  noch  te  breecken,  zelflb 
valtt  hem  't  hontt  tott  haer  borstweeringh  gants  difficiU  ende  veer 
te  haelen  ende  in  toecoomende  zall  't  noch  swarelijcker  zijn. 

Wtt  onse  voorige  brieven  zullen  UEd.  verstaen  hebben  den  vgandt 
anno  1629  niet  onderleijtt  heeflft  de  revier  te  stoppen,  wy  meenen 
oock  zulcx  voor  datt  volck  niett  practijcabel  zij  ende  schoon  door  de 
meenichte  van  volck,  datt  te  weege  brachten,  can  Battavia  daerby  ten 
princepalen  niett  verleegen  vallen,  de  Battaviaese  revier  heeft  dicht 
bij  de  statt  veel  affwateringhe  wtt  het  landt  ende  dry  andre  spruyten 
wtt  de  reviere  van  Ancke,  die  den  vyant  niet  affsnyden  can,  oock 
hebben  bevonden  op  verscheljde  plaetsen  met  graven  bequaem  water 
te  becoomen  is,  selffs  optt  mercktveltt  voort  statthuys  hadden  voor- 
leeden  jaer  tott  een  proeve  een  putt  doen  graven  van  6  a  7  voeten 
diep,  die  goett  watter  gaflf;  binnen  de  reduyt  Zeelandtt  was  meede 
goett  water  gegraven  ende  all  ten  ergste  coomende,  de  putten  on- 
bequaem  wirden  gevonden  de  revyre  verlyt  zynde ,  soo  hebben  maer 
een  quai*tier  van  tcasteels  gracht  te  stoppen  ende  can  geheel  Battavia 
zich  van  dat  watter  dienen,   soodat  ÜEd.  dienaengaende  geen  swa- 


Digitized  by 


Google 


179 

richayt  heeft  te  maecke^  oude  't  waetter  biiellen  mett  scheepen  wtt 
Ancke,  Ontong  Java  off  Crawangh,  witsgaders  't  maecken  van  cis- 
temen  geexcnseert  blQft,  't  souw  oock  beawarelyck  van  dien  cant 
yallen  willen,  alsoo  reeckeningh  maecke  dagelycx  voor  heel  Battavia 
30  a  35  liggers  dranckwatter  van  noode  zijn. 

Het  de  jongste  vloote  hebben  UEd.  een  pnttboor  gesonden,  daer 
was  op  ons  vertreck  geen  prenve  van  genoomen,  men  meent  datt 
binnen  't  casteel  daer  meede  beqnaem  water  saU  connen  worden  ge- 
boort,  dat  een  goede  saecke  waere. 

Belangende  dat  die  van  den  Mattaram  assistentie  van  Mallacca 
tegen  Battavia  versocht  hadden  ende  moogelycx  noch  doen,  is  van 
deene  consideratie,  geloove  dat  hnn  met  hoope  zonder  effectt  znllen 
voeden,  alsoo  genoech  hebben  te  doen  om  haer  eygen  te  bewaren, 
meene  oock  den  Mattaram  hun  hnlpe  niet  begeertt,  is  te  trots,  t'sQn 
maer  Javaense  praettiens  ende  meenen  ons  verveertt  te  maecken. 

'T  casteel  Battavia  is,  als  voore  geadvijseert  heb,  met  steene 
gardyns  (in  cley  opgehaelt)  omtrocken,  de  znydgardyn  is  in  Jannary 
laest  meest  ingestortt  ende  wird  weeder  gerepareert,  't  opmetselen 
in  cleg  valtt  wel  oncostelyck  maer  is  onbestendichwerck,  't  is  appa- 
reni  alle  de  gardgnen  vant  casteel  d'een  reegen  tijtt  off  d'ander  zullen 
vallen,  bij  d'Heer  Oenerael  Coen  zaliger  zijn  die  in  haeste  (dewijle 
de  noott  zulcx  vereijschte)  buyten  costen  van  de  Compagnie  opgemaect, 
tseedert  is  de  punct  Peerle  in  calck  ende  steen  rontom  18  voeten 
opgehaelt,  massiff  met  aerde  gevultt  ende  voltrocken,  behalve  de  borst- 
weeringe ,  de  punct  Saffier  is  noch  met  plancken  bedeett ,  staett  om 
te  vallen  ende  gheefft  een  groott  afisien  aent  casteel,  soo  meneenighe 
vooreerst  onnoodighe  wercken  geexcnseert  ende  twerckvolck  aen  de 
Saphier  geemployeert  hadde  ware  almede  nevens  den  Paerle  volto^t 
ende  vergeeten,  't  zall  goett  zyn  UEd.  expres  ordonneere  't  casteel 
vooral  rontsom  in  steen  opgemetselt  ende  voltrocken  wordtt ;  t'  is  seecker 
die  van  den  Mattaram  niett  anders  heefft  beweecht  naer  Battavia  te 
coomen,  als  de  slechte  gestaltenisse  van  ons  fortt  Battavia. 

'T  groot  nieuw  huijs  tussen  den  Saphier  ende  Paerle  was  onder 
dack,  de  helft  was  meest  voltoytt  ende  wird  gebruyckt  tot  packhuijsen, 
d'ander  helft  wird  besoldertt  ende  partye  daervan  tot  een  wapencamer 
geprepareert,  18—38  voeten  wyt  binnen  zyn  meuren,  heefft  niet  meer 
als  een  viercant  mett  6  voeten  borstweeringh  onder  zyn  dack^  de 


Digitized  by 


Google 


180 

graft  bij  westen  't  casteel  tassen  de  pnncte  Diamant  en  Paerle  is 
met  groote  oosten  gediept,  van  buyten  de  barm  met balczkens geheet 
ende  met  swalpen  geschoytt^  zynde  dit  de  voornaemste  wercken ,  die 
aent  casteel  A"  1630  zyn  gemaeckt,  behalve  eenighe  reparatie  aen 
oude  hnysen  ende  andre  accommodatien ;  zeer  zyn  op  Battavia  om 
packhuysen  verleegen  ende  lytt  de  Compagnie  bQ  gebreck  van  dien 
groote  intrest  ende  worden  veele  goederen  genootsaeckt  in  Compagn». 
hnysingh  buijten  't  casteel  in  de  stadtt  te  bergen,  gelijck  daerop  ons 
vertreck  int  vronwenhoff  over  de  285  lasten  peper  lach,  zynde  't 
peryckel  van  brandt  seer  snbiect,  ende  int  statthuys  heeft  oock  over 
de  160  m.  fg  giroffel  nagelen  geleegen,  twee  honte  loges  met  ataap 
gedeckt  waren  in  Jnly  passato  genootsaeckt  int  fort  op  te  slaen  om 
peper,  nagelen  ende  de  Saratse  retooren  te  bergen,  over  znlcx  is 
gants  noodich,  meer  goede  packhuijsen  slecht  ende  hecht  int  casteel 
gemaeckt  worden. 

Anno  1628  hadde  d'Heer  Generael  Coen  zal.  geprojecteert  ende 
voorgenomen  over  de  groote  revier  bij  westen  de  oude  stadt  een  graft 
te  doen  graven;  eenighe  vadems  waren  tott  een  prenve,  omme  te  sien 
wat  costen  zoude,  bij  der  handt  genomen,  maer  bieeff  door  desMat- 
tarams  oorloge  steecken.  Cort  na  d'Heer  Generael  Specx  aencompste 
is  dit  werck  onder  handen  genoomen ,  zoo  wel  tot  meerder  verseecke- 
ringch  van  Battavia,  als  om  de  Chinecsen  werck  te  geeven,  endcis 
voors.  gracht  wttgegraven  langh  405  roeden  ende  10^  voeten,  breet 
6  roeden  4  voet  ende  10  voeten  diep,  maeckt  samen  14434J  cnbicq 
vadem  ende  heeft  in  gelde  gecost  k  2^  R:  per  vadem,  de  somma  van 
360861  R:  van  S'M,  deese  gracht  loopt  rechtzydig  mett  de  Tyger- 
gracht  respondeerende  op  dé  Bnrchwall,  die  de  verlatene  van  de 
behouden  stadt  separeert,  tussen  de  kerck  ende  poinct  Brabant. 

Tot  't  wtgraven  van  deese  gracht  heeft  de  Chinese  bmgerye  ende 
d'incomende  Chinesen  trafficantenextraordinarigecontribueert,  in  vier 
maenden  tseedert  primo  Meert  1630  tott  ultimo  Juny  daeraenvolgende 
R  16368:  zynde  't  surplus  wt  des  Compies  middelen  verschooten, 
monterende  f  50284 : 1 :  12.  Op  den  zuythoeck  van  gemelte  gracht 
is  een  puinct  in  steen  endecalckopgetoogen,  hooch  booven  de  grondtt 
ruym  12  voeten  ende  omtrent  6  voeten  over  zyn  lichaem,  metaerde 
opgevult,  de  Neederlantse  burgerye  hadde  daertoe  bij  vrijwillige 
collecte  belooft  te  contribueeren  tusschen  de  4  a  5  m.  r:  van  8:», 


Digitized  by 


Google 


181 

vrge  swarten  ende  Japanders  400  r:  meer  zal  dit  werck  coaten  niet- 
teegenstaende  Comps.  volck  den  arbeyt  doen  ende  bywyle  over  de 
200  persoonen  toe  gebruijet  worden,  zoo  slaven,  lyffeygen  als  sol- 
daten, off  oppassers,  zoodat  de  Compagnie  overall  de  grootste  par* 
ticipant  in  d'oncosten  blijft. 

Verscheyde  reparatien  zyn  aen  de  statswereken  noodich  ende  eenige 
gedaen,  de  cooques  boomen  daermede  de  stadt  geslooten  is  ende 
eenighe  reduyten  meede  opgesett  zyn^  beginnen  te  vergaen  ende 
znUen  booven  een  jaer  naer  datnm  niett  staen. 

Hiemeven  gaet  affiteeckeningh  ende  beschryvingh  daerbQ  üEd. 
zien  zullen  in  wat  forme  geprojecteert  wordtt  de  stadtt  Battavia  te 
vergrooten  ende  te  fortificeeren,  resolutie  is  daerop  niet  genoomen, 
maer  zall  ÜEd.  ordre  ende  goetvinden  daerop  worden  verwacht,  ben 
van  oppinie  ÜEd.  de  forme  ende  maniere  wel  zall  gevallen,  maer 
datt  de  groote  costen,  welcke  daertoe  vereijscht  worden  de  Compagnie 
de  lust  zall  doen  vergaen,  te  meer  d'oude  wercken  als  namentlick 
de  gracht  by  oosten  de  stadtt,  die  meer  als  f  100  m.  gecost  heeft 
niet  te  stade  compt  ende  gedempt  zal  moeten  wordden,  depuinctop 
de  zuydhoeck  van  de  nieuwe  gracht  bij  westen  de  stadt  begreepen 
ende  all  omtrent  de  3  m.  r:  gecost  heeft,  comt  meede  niet  te  pas 
ende  is  costen  verlooren,  ÜEd.  gelieve  de  modelle  te  examlneeren 
ende  daerop  alsulcke  ordre  te  geeven  als  ÜEd.  ten  dienste  van  de 
compagnie  ende  meeste  verseeckeringe  van  Battavia  zullen  best  oir- 
deelen,  een  well  geordonneerde  stadt,  propys,  curieus  ende  neth 
is  prijselgck  als  de  beurse  zulcx  vermach  ende  Comps.  constitutie 
gedooght. 

Opt  verleijden  ende  recht  liggen  van  de  reviere  wort  vrij  watt 
gesproocken,  't  is  oock  niett  bij  der  handt  te  nemen,  met  80  4  90 
m.  R:  can  'tselve  niet  gedaen  worden,  't  causeert  meede  groote  on- 
lust by  de  burgerye  de  puinct  daer  vrywillich  4  4  5  m.  R:  toe  ge- 
contribueert  hebben,  misleytt  te  zijn. 

Volgens  project  was  begonnen  de  fortificatien  aen  de  zuijtzijde  bg 
der  handt  te  neemen,  ende  is  d'eerste  steen  van  de  statspoorte  aen 
datt  oort  geleijtt,  primo  February  1631  ende  wird  dezelve  neevens 
een  batter^e  van  4  roeden  facit  in  calck  ende  steen  opgetrocken, 
die  op  ons  vertreck  10  voeten  hooch  waren,  met  eenighe  roeden 
gard^nen  ende  avanceerde  ten  aensien  vant  reegenachtich  weeder 


Digitized  by 


Google 


182 

reedeljck  well,  daerteegen  stont  de  fortificatie  rant  casteel  «till. 
Wy  meenen  jaerlicx  tot  bevoirderingh  van  de  stadtsfortificatie  wt 
de  tegenwoordige  Chineese  ende  Nederlantsche  borgerye  extraordinari 
sall  connen  gecoUecteert  worden  ^  't  heeft  de  Chineesen  A*.  1630 
gants  beswarelyek  gevallen  tott  de  nienwe  gracht  16  m.  r:  te  con- 
tribueren y  behalven  ongeveer  2  m.  r:  die  tott  een  brugge  over  de  groote 
reviere  hebben  gegeven,  dienen  bywyle  een  jaer  geexcnseert  g^jck 
oock  de  Neederlantsche  borgerye. 

De  Compagnie  vereijscht  noch  minder  belast  ende  behoort  met 
Battavias  fortificatie  niet  voirder  beswaert  te  worden,  als  dat  d'ar- 
beytBlnyden  daertoe  versorgen ,  in  voege  om  't  noodighe  te  voirderen 
alles  opt  spaersaempst  mett  de  minste  costen  moet  worden  aengeleytl 
ende  datt  men  niet  te  veel  teffens,  noch  onnoodighe  wercken  onder 
handen  neempt,  opdat  de  statt  ende  'i  casteel  ten  besten  verseeckert 
ende  de  Compagnie,  noch  borgerye  niet  fontijde  ende  te  veel  belast 
worden,  de  Compie  heeft  Anno  1630  over  de  80  m.  goldens  voorde 
stadt  verschooten. 

De  Generale  ongelden  in  Battavia  van  een  jaer,  tseedert  primo 
September  1629  tott  Oltimo  Angostos  1630  per  't  comptoir  van  de 
Generale  Compagnie  verstrect,  bedragen  in  alles  de  somma  van 
/  1075788  :  7  : 2  bestaende  wt  navolgende  partye  gelyck  naerder  in 
de  generale  boecken  onder  dato  10°  October  1630  blijct,  te  weeten: 

Aen  oncosten  ende  montcosten  etc f  374238 : 9  :  11 

Aen  soldye  verstreckt -281205:0:    1 

Aen  fortificatie  . -    93397 : 3 :    8 

Aen  schenckagie -      5179  : 9  :   4 

Aen  oncosten  van  de  schepen  ende  't  volck  daerop 

varende -  321768:4:10 

f  1075788 :  7 :   2 

Waerteegen  goetgedaen  wordt,  soo  in  negotie geavanceert te wesen 

dat  slants  incompsten  als  andetsints  in  dito  tijt  gerendeert  hebben 

/  716802:1:2,  te  weten: 

In  negotie  op  verscheyden  coopmanschappen ,  vivres  etc.  soo  in  de 

stat  als  't  casteel  verhandelt /  434562 :   7 :  11 

Per  condamnatie  over  boete -    41091 :  10 :   1 

Ym  'slants  incompste -  241148:   3:  6 

/  716802  :    1 :   2 


Digitized  by 


Google 


183 

In  voege  dat  Battavia  dat  jaer  noch  ten  achteren  is  /  368986 : 6 :  — 
alhoewel  de  negotie  datt  jaer  reedelijck  heeft  gegaen  ende  goede 
partye  eleeden  vertiert  s^n,  mitsgaders  datt  de  winsten  door  't  ver- 
ooopen  van  de  prys  goederen  hQ  znyden  Mallacca  verovert  meer  als 
f  100  m.  extraordinarj  vergroott  sQn. 

'T  groot  gamisoen  ende  den  ommeslach  in  Battavia,  die  d'eene  tijtt 
door  d'ander  niet  min  bestaen  als  wtt  10,  11  ende  twaelf  hondert 
Neederlantse  coppen,  valt  lastieh  ende  loopt,  soo  van mondcosten  als 
onderhont,  hooch  te  gelde,  te  meer  soo  veel  getronde  benoodiehde 
hnysgesinnen  sijn,  die  alle  maent  moeten  worden  affbetaelt,  de  for- 
tificatien  ende  statsleeninge  als  andre  ongeldeii  excedeeren  niede  ende 
de  scheeps  oncosten  vallen  lastieh,  vreese  A\  1631  niet  gemindert 
znllen  weesen  ende  apparent  de  winsten  soo  groott  niett  Tseedert 
heeft  den  oppercoopman  Jan  van  der  Bnrch  zyn  boecken  andermael 
gedooten  ende  transport  van  Comps.  effecten  aen  Arent  Gardenjs, 
geweesen  president  in  Banda,  die  de  novo,  voor  oppercoopman  in 
Batavia  a  180  galden  per  maent  aengenomen  is,  gedaen,  ende  be- 
dragen d'ongelde  van  vyf  maenden  tseedert  primo  September  1630 
tot  ült'.  Janu.  1631  /  425532  :  17 : 8. 

daertegen  in  negotie  geadvanceert /  157879 :  13 : 4 

en  hebben  's  lants  incompste  gerendeert    ...    -  129770 :   9:2 

ƒ287650:    2:6 

Gomt  in  vijff  maenden  te  qoaet f  137882:  15:2 

In  d'ongelden  van  deese  vyff  maenden  zyn  all  weeder  ten  behoeve 
van  de  schepen  verstrect  /  221  m.  ende  verfortificeert  ƒ40  m.;  met 
d'oncosten  van  schepen  werden  d'ongelden  van  Battavia  zeer  beswaert 
zoo  daerteegen  de  winsten,  die  op  de  voyages  van  de  westcostevan 
Snmatra  ende  elders  worden  gedaen  als  geschreven  ende  opt  comptoir 
goett  gedaen  wirden,  zonden  de  winsten  d'ongelden  ten  naesten  bij 
^naleeren,  doch  ben  van  oppinie  dat  by  goede  menagie,  affschaffen 
van  veele  onnntte  dienaers ,  progres  van  negotie  ende  aenwas  van 
goett  getal  Chineesen,  mitsgaders  dat  alle  excnsable  wercken  naer- 
blQven  ende  niett  meer  over  hoop  haellen  als  met  Compagnies  eygen 
volck  can  worden  beampt,  de  winsten  ende  incoomen  van  de  landen 
in  Battavia  d'ongelden  niett  alleen  sollen  balanceeren,  maer  een 
groote  somme  te  booven  sall  connen  gesteecken  worden. 

In  Battavia  zQn  A^  30  alle  eetwaren  ende    verversingh  opalen 


Digitized  by 


Google 


184 

reedelycx  coops  geweest  ende  zyn  daerteegen  veel  deeden  ende 
andere  coopmanschappen  getrocken  ende  verüert  geworden,  bij  de 
Compagnies  winckel  in  de  statt  is  datt  jaer  over  de  100  m.  f.  <^ 
enstende-Snratse  doecken  geavanceert,  de  borgerye,  die  door  de 
voorjaerige  slappe  negotie  mett  cleeden  overcropt  waren,  zyn  meede 
meest  ontlast  geworden,  doch  wortt  zeer  bij  hnn  geclat  ende  den 
cleetthandel  in  decadentie  gebracht,  soodatt  de  Compagnie  weynich 
oft  geen  cleeden  vercoopt,  zoolanghe  de  burgerye  geprovideert  zfln, 
hebben  hnn  tapeserasses  voor  28  r:  ende  minder  de  corgie  vercocht 
ende  goelongs  30  n  welcke  by  de  Compagnie  naerderhandt  niett 
min  als  35  R:  ende  40  R:  syn  gevent.  Die  van  de  oost  hebben  vry 
cleeden  getrocken,  daerteegen  veel  gontt  ingebracht,  den  rys  bl^ 
schaers,  heeft  't  geheele  jaer  van  50  tott  70  r:  't  last  van  3000  • 
off  230  Bataviaesse  gantangs  gegolden.  Van  Cambodja ,  Siam ,  Co- 
tchin-China,  Bomeo,  Balamboang,  wtt  des  Mattarams  landt,  van 
de  westcnste  van  Sumatra  ende  elders  is  reedelycke  toevoer  geweest 
daerteegen  in  Battavia  maentlijck  mijm  60  lasten  geconsnmeert  wortt, 
de  Compagnie  heeft  tseedert  primo  January  1630  tott  op  ons  vertreck, 
zynde  ongeveer  15  maenden  in  Battavia  opgecocht  682  lasten,  cos- 
tende  van  50  a  65  r:  't  last.  Peeper  is  meede  van  diversche  quar- 
tieren  als  Benjarmassingh,  de  westcnste  van  Snmatra,  Palimbangh 
reedelycke  partye  ingecomen  ende  by  de  Compagnie  gecocht,  198 
lasten  off  3960  picol  tott  7^  r:  't  picoU ,  alle  welcke  met  Neederlants 
geit  betaelt  wortt,  ende  voor  cleeden  weeder  in  cassa  comt,  in  voege 
de  peeper  mett  cleeden  wortt  betaeltt,  daer  een  cent  ende  meer  op 
gewonnen  is,  ende  geniet  de  Compagnie  daerenboven  10  p.Cto  van 
toU,  namentlyck  voor  incoomen  van  de  peper  5  ende  de  cleeden  die 
daervoor  worden  wtgevoert  andemiael  5  p.Cto,  in  voege  de  peper 
welcke  de  Compagnie  in  Battavia  toegebracht  wordt,  minder  komt 
te  staen  als  elders,  daer  zelffs  gaen  haellen,  overznlcx  voor  als  noch 
niet  geraden  is  omme  den  toevoer  in  Battavia  niett  te  stntten,  den 
peper  op  minder  prys  te  brengen.  Den  rijs  gheeft  van  incoomen 
10  p.Cto  daer  bg  de  cooplnyden  zeer  over  wordtt  geclaechtt,  seg- 
gende  vermits  den  hoogen  toll  geen  voirdeel  connen  doen,  eenighe 
van  d'oost  hebben  teegen  den  ontfanger  Maseijck  rontwtt  verclaertt 
dat  vermits  de  groote  tollen  in  Battavia  op  den  rys  geen  voirdeel 
connen  doen  ende  daerover  partye  tott  Bantam  gebracht  hadden, 


Digitized  by 


Google 


185 

alwaer  den  r^s  't  verleeden  jaer  ende  noch,  soo  dier  is  als  te  Battam 
ende  betaelt  den  rys  noch  andre  eetwaren  aldaer  van  incoomen  geen 
toU,  gelyck  oock  den  rys  over  gants  India  daer  gebracht  wortt,  toll 
vrg  is,  wij  meenen  gants  noodich  te  weesen  UEd.  de  saecke  in 
consideratie  neempt  ende  den  toll  op  den  rys  modereert  tottöp.Cto 
offte  well  geheel  vrij ,  't  is  zeecker  hett  den  toever  zal  doen  accres- 
seeren  ende  beeter  coop  veroirsaecken ,  oock  wortt  alle  den  rijs  bg 
de  Compagnie  gecocht,  den  burger  coopt  niett  meer  als  dagelycx 
van  doen  heeft,  zoodatt  de  Compagnie  d'incompste  van  haer  eijgen 
consnmtie  geniett,  wttgesondert  van  de  600  lasten  die  de  borgerye 
gasteert,  datt  a  50  n  per  last  jaerlycx  emporteert  3000  r:  ende 
1500  K  als  den  toll  op  5  p.Cto  gerednceert  wirde,  d'insichten  als 
wanneer  den  toll  int  generael  A^.  1622  is  verhooght  geworden  zyn 
geweest ,  dat  men  de  saecke  zonde  belegden  alle  cooplieden  genoot- 
saeckt  sonde  worden  nae  Battavia  te  coomen,  ende  datter  dienvol- 
gende  nietttegenstaende  de  groote  tollen  geen  toevoer  zonde  ge- 
breecken,  alle  welcke  tot  noch  toe  niett  practycabel,  noch  machtich 
zgn  geweest,  staet  oock  te  considereeren  off  zoodanigen  dwanck  op 
reeden  •  gefondeertt  is,  wat  aengaet  den  tol  van  10  p.Cto  op  alle 
andre  eettwaren,  fimijten,  znycker  etc.  dient  gecontinneert  ende  zal 
d'aenteelingh  van  dien,  als  den  toevoer  mancqneert  in  Battavia 
voirderen  ende  can  door  de  bnrgerye  gedaen  worden;  tott  den  rys- 
bonw  zijn  noch  niet  machtich,  't  is  oock  bedenckelyck  zoo  langh 
mett  den  Mattaram  in  oirlooge  zyn  veel  rijs  om  her  Battavia  te  sayen. 

Boonen  zgn  oock  goede  partyen  van  d'oost  toegevoert,  enz.    .    . 

Int  schip  Deventer,  deesen  5"Jnny  1631,  seylende  bij  westen  de 
Vleijschbay  omtrent  Cabo  d'Aguilles  ter  hoochte  van  35  graden  20 
m^  znyder  breete.    UEd.  dienaer , 

(geteekend)  Antonio  van  Diemen. 


Digitized  by 


Google 


IM 


XXVL  Beiïgten  omtrent  de  bevolking  van  Soemadang , 
Oekoer  en  andere  Preangerdistricten. 


1630—1632. 

a.)  Missive  van  den  Tommagon  Viero  Taema  '  aen 
d'Ed.  Heer  G^nerael ,  door  last  van  den  Pangeran 
Baeton  ^  van  Bantam. 

Desen  dient  omme  aen  Syne  Edt  t'adviseren^  boe  verscheyden 
gesanten  tot  Bantam  syn  aengecomen  te  weten  van  Oecker,  Baeton- 
layang,  Saewongh,  Baetangh  ende  Somadangh  ^  ende  ^zyn  voor 
Pangeran  Raettou  verschenen  met  een  missive,  inhoudende  dat  ver- 
soecken  en  bidden,  Zyne  Miyt.  van  Bantam  haer  gelieft  gelyckelyek 
voor  zyne  onderdanen  ende  dienaers  aen  te  nemen,  alsoo  liever 
van  ellende  ende  miserie  te  vergaen  hebben ,  als  weder  in  handen 
van  den  Mattaram  te  vallen,  ten  welcken  eynde  sy  een  voorslach 
doen  ende  bidden,  als  dat  souden  mogen  hare  residentie  nemen  op 
een  seeckere  plaets  genaemt  Loombongh  *  ofte  soodanich  stuck  lants, 
als  Pangeran  Raettou  haerlieden  gelieft  te  ordonneren,  omme  Syn 
M%|t.  van  Bantam  als  getrouwe  onderdanen  en  slaven  te  dienen. 
Pangeran  Raettou  siende  van  gemelde  Sommadangers  dit  voorvallende 
en  heeft  niet  connen  naerlaten  Syne  Edt.  hiervan  kennisse  te  doen, 
mits  verhoopende  dat  Zyne  Edt.  Pangeran  Raettou  voomt.  met  synen 
goeden  en  wysen  raet  sal  assisteren  ende  ten  meesten  oirbor  raden, 
hoe  men  hier  ten  besten  in  zal  handelen,  te  meer  omdat  het  een 
groote  meenichte  van  menschen  is  ende  oock  niet  wederom  in  handen 
van  den  Mattaram  en  vallen,  ofl;e  door  noot  op  hun  selven  een 
rendez-vous  plaetse  verkiesen  ende  soo  metter  tyt  haer  verstercken 
ende  alleen  houden,  hier  op  verwachtende  antwoort  van  Zyn  Edt. 

Ontfangen  en  getranslateert  adij  Hen  October  AM630  inBattavia 
door  Gomelis  van  Masegck. 


1.  Wiro  TanoeP 

2.  Pangeran  Ratoe. 

3.  Oekoer,  Batoelajang,  Sawon  of  Sawang,  Batang  en  Soemadaag. 

4.  Loemboeng,  berg  in  de  afdeeling  fiandong  der  Pranger  regentschappen. 


Digitized  by 


Google 


iet 

(BovetwtAande  brief  van  den  Toemenggoeng  Wiro  Tanoe,  was 
▼enaoedeigk  het  gevolg  van  onderstaand  schrgven  van  den  Gonver- 
nenr-Qeneraal  aan  den  Nederlandschen  assistent  Pieter  Fransen ,  te 
Bantam  verbluf  hondende^  dd.    17  April  1630.) 

b.)  Eersame  &c.  De  gepasseerde  praetgens  met  den  Tommagon, 
SCO  wegen  't  volcken  van  Oecker,  als  't  oorlogen  ofte  peys  te  maecken 
Bdetten  Mattaram,  hebben  wy  neffens  de  gelegentheyden  der  Engel* 
sohen  ende  Chinesen  jn^esentatien  in  den  peper  ^  nyt  de  twee  jongste 
missiven  van  den  4^  en  den  12ea  gtanti  <  wel  verstaen.  Laet  niet 
naer  wel  scherpelyck  te  vernemen  off  de  onderhandelingen  met  die 
van  Oecker  continneren  ende  byaldien  ghy  nyt  den  mont  van  den 
Tommagon  ofte  andere  geqnalificeerde  persoenen  seeckerlyck  compt 
te  verstaen,  dat  met  die  van  Oecker,  Sammadang,  Baton  ^  oft;e 
eenige  andere  afgevallene  Javanen  van  den  Mattaram  sooverre  ge- 
contracteert  waere,  dat  se  de  Coninck  van  Bantam  onder  syne 
bescherming  genomen  ende  't  lant  omtrent  de  reviere  van  Ontong 
Java  te  bewoonen  gegeven  hadde;  snit  den  Tommagon  by  eene  goede 
gelegentheyt  (als  nyt  n  selven)  voorbonden  en  te  verstaen  geven , 
dat  het  goet  waere  syn  E.  met  ons  daerover  eerst  hadde  gepitschaert 
ofl»  ten  minste  daervan  noch  verwittichde,  opdat  ons  snlcke  nage- 
bnnren  niet  onverwacht  overcomen  ende  geen  onlust  tnsschen  ons  en 
Bantam  daerover  ontstae.  Item  dat  (naer  uw  oordeel)  de  Mattaram 
wellicht  groot  miscontentement  tegen  die  van  Bantam  opnemen  sal, 
soo  de  Pangeran  de  gemelde  natiën  (synde  ondersaten  en  gerebelleer- 
den  tegen  den  Mattaram)  ^  en  syn  lant  en  bescherming  aenneempt; 
doch  soo  dan  de  Pangoran  onaengesien  't  selve  geraden  vindet,  de 
Oeckersen  te  protegeren ,  dat  hy  deselve  dan  beter  binnen  en  omtrent 
Bantam  als  by  Ontongh  nedersetten  sonde ,  soowel  om  hen  beter  te 
beschermen  als  in  obedientie  en  dwangh  te  onderhouden,  waerop  u 
geen  ofte  weynig  gehoor  crygende;  maer  vermerket  en  verstaet  dal 
de  Pangoran  van  Bantam  't  gemelte  volck  al  in  bescherming  opge- 


1.  De  Mer  genoemde  brieven ,  werden  door  mQ  niet  aangetroffen  in  het  kd.  artèr. 

2.  Batoe,   hier  wordt  Termoedel^k  bedoeld  de  landstreek  liggende  tegen  de  noor- 
delijke helling  van  de  Ged^  en  de  Preangerlanden. 

8.  Men  ziet  hieruit,  dat  de  Hooge  Regering  de  aangenomen  greoMcheiding  yan 
Batavia  tot  aan  de  zee,  ten  zuiden  van  Java  [cf.  DeellV,  ^I)bladz.  GXXXII]  of  soo 
ernstig  niet  opnani,  of  met  de  geographie  van  Java  al  zeer  onbekend  wat, 
zoQ  zQ  de  Preangerlanden  niet  aU  den  Mattaram  onderhoofig^  hebben  erkaad. 


Digitized  by 


Google 


188 

nomen  onde  bij  de  reviere  van  Ontong  Java  te  woonen  geresolveert 
heeft,  met  apparentie  van  voortganek,  znlt  ghij  in  solcken  gevalleo 
den  Tommagon  uyt  u  selven  met  goede  reden  aenseggen,  dat  gy 
niet  gelooft,  soo  den  Pangoran  'tselve  sonder  onse  voorweten  in  't 
werck  lecht,  dat  wy  't  sullen  gedogen  ofte  toestaen,  alsoo  ghy  voor 
desen  nyt  voorige  Qeneraels  wel  verstaen  hebt,  dat  se  niet  toelaten 
sonden  eenige  vreemde  Javanen  haer  ontrent  Ontong  Java  (ja  bujten 
Tanahara  selver)  neder  sonden  slaen ,  al  sonde  daemyt  oock  oorloge 

comen  te  ontstaen.   Menagieert  en  draecht  dit  voor,  enz 

Batavia,  17  April  1630. 


e.)  Uittreksels  nit  het  dagregister  van  Batavia,  ge- 
houden van  9  Januarij  1631  tot  19  November 
1632  1. 

(Op  dagteekening  van  19  Febr.  1631)  Gompt  tydinge  van  Bantam 
hoe  den  jongen  Coninck  van  Cheribon  van  den  Mattaram  geordonneert 
is,  om  met  syn  volck  van  Cheribon  naer  Oncker  te  trecken  ende 
deselve  te  vernietigen,  dreygende  hem  soo  't  selve  op  Oncker  niet 
eflfeetuere,  dat  hy  sekere  hondert  slaven,  die  den  voors.  Coninck  van 
Cheribon  in  de  stadt  Mattaram  heeft,  alle  sal  om  't  leven  helpen. 

(Op  dagt  15  Jnly  1631)  Verschenen  voor  d'Ed.  Hr.  Gouvemenr- 
Generael  drie  Javanen,  by  het  afgeweken  volck  van  Oncor  ende 
Samadangh  en  haeren  oversten  aen  S.  £dt.  gecommitteert ,  versoec- 
kende  in  substantie  met  alderootmoedicheyt  acces  en  vryen  toeganck 
tot  Batavia,  weicke  voors.  gecommitteerde  van  Syne  Edt.  vrundtlick 
ende  minnelyck  bejegent,  onthaelt  ende  met  een  eerlycke  schenkagie 
vereert,  geadmitteert  (gedimitteert ?)  syn,  met  voordere  toesegginge, 
dat  't  haerder  gerieff  ende  accommodatie  Battavia  niet  alleen  open- 


1.  Slechts  eenige  weinige  jaargang-^n  en  fragmenten  dier  dagregisten  z|jn  in  het 
r^ksai-cliief  Yoorlianden,  tot  groot  nadeel  voor  de  kennis  van  vele  belangrijke  gebeurte- 
nissen op  Java  en  elders  in  Indie.  Een  b\jna  volledig  stel  dier  dagregisters  bemst  te 
Batavia ,  waar  bet  zeker  niet  zoo  goed  in  veiligheid  is ,  als  het  te  's  Hage  in  's  ryka 
archief  z^n  zou.  Eene  jfficieele  aanvrage  tot  opzending  dier  stukken  naar  Nederland 
vond  tot  nu  toe,  geen  gunstig  onthaal  bQ  de  Hooge  Regering  in  Indie.  Gunstiger 
onthaal  vinden  inmiddels  de  scorpioenen,  duizendpooten  en  witte  mieren  aan  dese  voor 
de  geschiedenis  zoo  belangr^ke  stukken. 


Digitized  by 


Google 


189 

stondt,  maer  dat  oock  Syn  Edt.  bereydt  waS;  haer  tegen  den  Mat- 
taram  in  sanvegarde  aen  te  nemen  ^  ingevallen  geresolveert  waren  haer 
omtrent  Battavia  neder  te  setten  ende  hun  onder  onse  vleugelen  te 
begeven  ende  dat  Syn  Edt.  eerstdaeghs  haeren  oversten  door  qrne 
gecommitteerden  sonde  doen  besoecken,  dat  haer  scheen  aengenaem 
te  syn  en  aennamen  aen  haren  oversten  te  sullen  rapporteren. 

De  voors.  gecommitteerden  relateerden  hoe  haer ,  't  sedert  dat  van 
den  Mattaram  afgeweken  waren,  hun  altijt  in  't geberchte  onthouden 
hadden  en  genootsaeckt  geweest  waeren  haer  in  verscheyden  troupen 
te  separeren,  alsoo  de  gantsche  menichte  ontrent  8  a  10  duizend 
sielen  geweest  synde,  haer  op  een  plaetse  niet  conde  sustenteren, 
en  dat  de  troupe,  die  haeren  overste  Quay  Daman  genaempt,  by 
hem  hadde,  noch  ontrent  400  weerbaere  mannen  ende  in  alles  on- 
trent 1000  sielen  sterck  was  en  hun  met  rysplanten  en  den  landtbouw 
socht  te  emeren,  daertoe  de  plaetse  haerder  residentie,  synde  omtrent 
2  daeghs  gaens  van  Batavia  op  't  gebergte  gelegen  en  om  bebout  niet 
seer  bequaem  was,  wel  wenschende  dat  haeren  arbeyt  op  een  be- 
qoaemer  en  vruchtbaerder  plaetse  mochten  employeren.  Relateerden 
voerders  dat  op  verscheyden  tyden,  met  die  van  Bantam  nopende 
faaere  adoptatie  ende  aenneminge  in  bespreek  geweest  waeren,  dan 
dat  sy  den  anderen,  wegen  eenige  scrupulen  ten  wedersyden  gemo- 
veert,  niet  en  hadden  connen  verstaen  en  derhalven  haer  tot  noch 
toe  in  't  geberchte  van  den  anderen  verstroyt  onthouden  hadden. 

(Op  dagt.  19  July  1632)  Wort  Syn  Edt.  van  den  cöopman  Pieter 
Franssen  van  Bantam  geadviseert  van  den  Tommagon  Wangasa  Diepa 
verstaen  te  hebben,  dat  den  Mattaram  met  omtrent  40.000  man  nae 
Oiicor  opgetoogen  was  en  dat  deselve  verslagen  ende  verjaecht  hadde , 
de  principale  Orang  Eeys  meest  alle  dootgeslagen  synde.  Qney  Paty 
Injoumina,  die  mede  met  100  (of  1000)  man  derrewaerts  was,  was 
noch  niet  verschenen,  waerover  tot  Bantam  gepresumeert  wert ,  dat  de 
Mattaram  wel  yets  op  Bantam  off  Batavia  mochte  voornemen. 

(Op  dagt.  13  Nov.  1632)  Op  dato  arriveert  (te  Batavia)  't  jacht 
Negapatuam  van  Bantam,   waermede  den  coopman  Pieter  Franssen 

adviseert,  enz «•«... 

en  dat  tot  Bantam  een  gesant  van  deii  Coninck  vaü  Cheribon  aen- 
gecomen  was,  versoeckende  aen  den  Pangheram,  dat  de  gevluchten 
van  Ouckour,   die  haer  onder  't  gebieth  van  Bantam  souden  mogen 

Digitized  by  VjOOQ IC 


ontfiouden^  hem  mochten  overgelavert  worden ,  item  dst  wel  1000 
sielen  van  de  yeroverd^  van  Oocker  in  de  Mataram  Bchandelyck  om 
den  hals  gebracht  syn.  (Dit  wordt  bevestigd  door  het  volgende  uit- 
treksel uit  een  ,  Jonmael  gehouden  by  den  onderstierman  Abraham 
9  Verhuist,  't  sedert  5  April  1632,  dat  met  de  schenkagie  onder  Aeo. 
„heer  ontfanger  Maseyck  tot  vrede  voordering  van  hier  (Batavia) 
„  naer  Japara  gevaeren  synde ,  aldaer  gevangen  gehouden ,  naederhant 
„by  zuyen  Java  tot  Bantam  gecomen  is/'  ^  waarin  men  o. a.  leest: 
....  „De  Coninck  liet  ons  op  de  poort  Tourayan  heetende, 
een  gevangenhuys  maecken,  daer  werden  wy  allegaer  naer  toege- 
brocht  en  daer  worde  een  wacht  by  ons  gestelt,  soo  wie  dat  in  off 
uyt  gingh;  die  most  tol  voor  ons  geven,  de  poort  leyt  by  gissingh 
vyff  myL  Op  een  seekere  tyt,  een  deel  volcx,  tegen  den  Coninck 
rebellich  wesende,  wouden  een  nieuwe  Coninck  maecken.  Dit  volck 
vluchte  in't  geberchte  suyden  van  Batavia,  de  Coninck  een  deel 
hiervan  gecregen  hebbende,  manspersoonen  gingen  door  de  poort  van 
Tourayam,  't  getal  van  1260,  behalve  de  vrouwen,  de  mans  in  de 
stadt  comende,  wordense  alle  1260  op  een  rye  geleyt  en  H  hooft  a/f- 
gesmeien. 
In  't  jaer  enz," 


XXVII.  De  Oouvemeur-Oenerael  Hendrik  Brouwer  en 
Rade  van  Indie  aan  de  Bewindhebbers  der 
Gen.  O.  I.  Comp.  (Heeren  XVII).  » 


Batavia,  1  December  1632. 

Den  13"  May  laatsleden  enz. 

Batavia  hebben  wy  gevonden  in  redelycken  standt  hebbende  met 
Bantham  een  teere  licht  geraeckte;  doch  vreedsamige  communicatie. 


1.  Zie  gener.  missife  dd.  1  december  1632  onder  n<».  XXVII  en  geaer.  misnye 
dd.  28  december  1686  onder  n».  XXXIII. 

2.  De  beooemde  6.-G.  H.  Bronwer  vertrok  \nt  Nederland  in  Maart  of  April  ea 
kwam  te  Batavia  aan  land  deo  7  Sept.  1682.  Op  1  üec.  daaraanvolgende  schreef  hQ 
deien,  s^n  eersten,  brief  aan  het  Opperbestnur  ia  Nederiand. 


Digitized  by 


Google 


m 

Oplangs  18  gebeiyrt,  dat  vier  Jityaneo  in  e^n  tiiig«Q  door  d'onse  |9yn 
bej^ent  eni^  mpnende  dat  Mattaramse  waeren  hebben  die  met  gewelf 
aengehaelt,  twee  gequetst  ende  deselve  hier  gebracht^  doch  alfloo 
wy  vernamen  dat  se  BaQtamers  waeren,  hebben  se  terstondt gedimit- 
teert y  dusdanige  rescontren  connen  meer  geschieden,  t^  meer  wy 
verseeckert  ejHy  dat  selfs  de  Bantamers  d'onse  rencontrerende  ende 
overmogende  deselve  dootslaen  ende  beroven  ende  dan  hebbent  Mat- 
taramse gedaen,  die  oock  het  vaerwater  hieromtrent  dickwils  onvry 
maecken;  hierpyer  syi)  aen  ons  wat  dachten  gedaen;  w^  hebbent 
ten  besten  geexcnseert,  voorslaende  verscheyde  middelen  om  iq  toe- 
comende  sulcx  te  verhoeden,  als  in  ons  copieboeck  hiernevens  gaende 

onder  fo y  •  •  •  biyckende  is,   daer  noch  geen  antwoorde  op 

ia  gevolcht,  die  oock  dencken  traech  sal  voortcomen  naer  den  aert 
der  Javanen,  echter  hebben  sij  verhoeden  dat  hnn  volck  niet  har- 
waerts  comen  mogen  daermede  ons  ongeryff  van  visch  veroorsaecken , 
doch  daertegens  spllen  sQ  ons  geit  derven  tot  dat  wedercomen.  Wij 
laeten  dit  ongemerckt  passeeren  om  niet  te  thoonep,  dat  van  alle  clene 
saecl^en  groot  werck  maecken,  doch  snllen  wyders  soo  voorsichtQ- 
l^cken  handelen,  4^t  in  geen  verder  verwijderinge  comen  ende  laetei^ 
liever  ongevoelycken  wat  over  ons  gaen,  dan  dat  door  pontueliteyt 
en4e  precysheyden  in  ronptnre  sonde  geraecken. 

Bantbi^m  doet  groote  provisie  van  cmyt  ende  loot,  onlangs  hebben 
hare  r^pteren^e  peper,  te  weten  twee  dnijsent  sacken,  vercocht  ^en  de 
Engelschen  yegens  bossecmijt  ende  loot,  daemyt  men  vennoot  dotter 
yeta  voorhanden  is;  de  gemchten  loqpen  hardt  dat  den  Matt^r^^  d?^ 
aen^taenden  drogen  tijt  in  persoon  Batavia  sal  comen  ^eptft^t^,  bet 
gevolge  sal  den  tgt  leeren. 

Met  den  Mattaram  syn  in  oorloge,  dat  ii^  de  vertierin^e  y^  4^ 
deden  vrg  wat  verachteringe  canseert,  't  schijnt  dat  d^  hafdi^  res- 
contren in  de  twee  belegeringen  geleden,  soo  haest  piet  can  ter  sj^dep 
stellen ,  ende  dat  tot  reparatie  van  syn  eere  met  meerder  vigenr  d^ 
saecke  wel  wilde  hervatten,  daerover  de  assistentie  der  Portpgpysen 
heeft  versocht  ende  na  men  vemeempt  alsnoch  syne  gesanten  ip  Qo|t 
18  hebbende,  dat  hem  dese  met  hoope  voeden  geloven  vastelycken, 
maer  soo  de  effecten  niet  haest  in  volgen,  vertrouwen  w^  dat  van 
derselver  hulpe  despereren  sal.  Ondertusschen  vaeren  de  Mataram- 
8che  sterck  op  Mallaca  met  rys  ende  Aftochten,  treckende  quantiteyt 


Digitized  by 


Google 


192 

cleden  ende  doende  alsoó  goede  re^sen,  met  soodanich  cleen  ende 
snel  Bellende  vaertoijgh,  dattet  bij  ons  niet  ofte  seer  qnalyeken  can 
belet  werden,  bovendien  frequenteren  d'Engelsen  Grece  ende  Japara, 
den  Deen  heeft  in  passant  daer  mede  vrij  acces,  snlcx  dat  met  tijt- 
winninge  verhoopen  weder  in  vrede  te  comen.  D'Heere  Specx  heeft 
in  April  lestleden  tot  inleydinge  met  de  twee  jachten  Diemen  ende 
Wessanen  besendinge  derwaert^  gedaen,  gebmyckende  daertoe  den 
ontfanger  Masagck  ende  Wagensfelt,  met  vereeringe  van  het  schoonste 
Parsiaens  paert  dat  de  Compagnie  hadde  ende  een  juweel,  pellecaen 
van  fatsoen  met  verscheyde  gesteenten  verciert,  de  Compagnie  gecost 
hebbende  750  gulden,  doch  door  lichtvaerdig  vertrouwen  is  de  be- 
sendinge vruchteloos  uytgevallen,  de  Portuguysen  hebben  daer  haer 
volck,  die  groote  toesegginge  van  assistentie  doen  ende  haer  sooveel 
als  connen  tegens  ons  animeren  ende  verbitteren.  Lacxamana  Oou- 
vemenr  van  Japara  heeft  den  goeden  man  gespeult,  trachtende  het 
present  voor  syn  meester  behendelijck  te  becomen,  fingeert  advys 
verwachtende  was  ende  maeckte  d'onse  wijs,  dat  als  de  witte  vlagge 
tot  Japara  soude  laeten  waeyen,  dat  dan  ordre  tot  vreede  sonde 
hebben  becomen,  d'onse  sulcx  gelovende  senden  het  present aen lant 
met  behooriycke  ordre  ende  weynich  Nederlanders,  die  wel  werden 
onthaelt  ende  men  maeckt  de  goede  myne  thien  dagen  lanck,  tot  dat 
d'onse  vast  vertrouwen  van  vrede  hebbende  met  beyde  de  schuyten 
aen  landt  comen,  die  daer  't  samen  tot  25  toe  aenhouwen,  laetende 
evenwel  de  witte  vlaggen  waeijen,  soo  ü  E3d.  by  de  copie  vaut 
joumael  hiernevens  gaende  onder  n"*.  3  sullen  sien,  ende  metalsulc- 
ken  rescontre  comen  d'onse  terugge,  die  door  haer  lichtveerdich  ver- 
trouwen  wel  strafifbaer  waeren,  doch  't  scheijnt  dat  het  cleen  begryp 
derselver  haere  excusen  voor  myne  aencompste  aennemelijck  hebben 
gemaeckt  Des  Compagnies  stant,  staet,  respect  ende  reputatie 
vereijscht  wel,  dat  men  hiervan  trachte  te  becomen  eerlycke  ende 
ernstige  revengie,  dat  vooreerst  noch  niet  connen  begrijpen  anders 
sal  connen  geschieden  als  met  besettinge  van  schepen  ende  jachten, 
Japaras  zeevaert  infesteren  soo  voor  desen  is  geschiet  ende  wij 
voornemens  sijn  soo  't  ons  aen  de  gelegentheyt  niet  ontbreeckt,  om 
daertoe  met  reputatie  gelegentheijt  tot  naerdere  aenspraecke  ende 
commutatie  te  becomen ,  als  men  door  spoedige  procure  van  besoingne 
met  Javanen  niet  avanceren  can,  lancksaem,  reputatieus  ende  groots 

Digitized  by  VjOOQ IC 


193 

syn  sy  in  haer  doen  ende  met  tijt,  soo  als  vooren  seggen^  hoopen  tot 
een  goede  vrede  te  comen. 

Ondertosscben  is  U  E.  Batavia  overtreffeiycken  bemuijrt  geworden^ 
sQnde  tzedert  de  Heer  van  Diemens  vertreck  groote  wercken  gemaeckt, 
die  door  Mataramsche  vreese  ende  meerdere  practyeken  in  steen  ende 
calck  aen  te  brengen,  telckens  tot  minderen  prijse  't  werek  soo  hebben 
geponsseert  ende  ge£&ciliteert,  dat  de  geheele  zuijd  ende  oostzijde  des 
stadts  omvangen  ia  met  een  gewnlfde  znijdpoort  tosschen  twee  groote 
bollewercken,  genaempt  Gelderlandt  ende  Hollandt,  synde  het  ooste- 
lycken,  te  weten  Gelderlandt,  boven  op  met  een  groote  rednyt  voorsien 
ende  dan  noch  een  halff  rondeel  van  hout  in  haest  opgetroeken  ende 
met  eerde  gevnlt  tot  gebruifck  van  geschnt,  tnsschen  dees,  twee 
pnncten  ende  twee  cleijne  nijtsteecken  om  met  cleen  canon  ende 
mnsqnetten  de  strijckingen  te  bevrijden ,  dit  alles  aen  de  znydzyde , 
ende  aen  de  oostzijde  twee  halve  rondelen  ende  vier  cleene  nyt- 
steecken  i^les  gemetselt,  rondtsom  van  bnijten  voorsien  met  een 
diepe  gracht,  thien  roeden  wijt  ende  thien  voeten  diep,  met  een 
treffelijcke  bnijtenbarm ,  vier  roeden  breet,  snlcx  dat  als  aldaer  van 
binnen  een  bastante  aerdewal  yegens  aengebracht  wierdt ,  die  men 
meende  te  becomen  nijt  eene  to  graven  binnen  grafft  tot  meerder 
bevrijdinge  van  de  wallen  jegens  confusie  der  inwoonderen  ende 
voorsien  wesende  van  volck,  schut  ende  amonitie  naer  eysch  van 
't  selve  werck,  soo  souden  met  hulpe  des  Heeren  geen  macht  en 
hebben  te  duchten;  ick  bekenne  gaeme  dat  soo  groeten  werck  soo 
spoedich  ende  naer  de  costen  van  voorgaende  wercken  oncostelycken 
is  gevallen  ende  dat  men  gemaeckte  wercken  niet  en  behoort  te 
laecken  als  sonder  groeten  last  niet  verandert  connen  werden. 

Men  heeft  enz 

Het  placcaet  tot  reglement  des  gepermitteerden  handels  der  vrije 
luijden  is  den  23»  September  in  Batavia  gepubliceert  ende  tot  ordinary 
plaetsen  geaffigeert,  ende  alsoo  eene  depêche  naer  Cormandel  voor- 
namen te  doen  om  de  comptoiren  aldaer  tegens  den  incoops  des 
jaers  1633  te  provideren  ende  daerop  examinerende  de  jongste  der- 
waerts  gegaene  advysen,  soo  bevonden  mede,  dat  in  Mayo  lestleeden 
met  de  schepen  Willem  ende  Rotterdam  door  de  vrye  luyden  v&n 
Batavia,  mits  betalende  10  perC\  tol  ende  3  pC".  van  vracht  der- 
waerts  gesonden  waeren,  om  aldaer  in  cleden  over  te  setten  omtrent 
V.  13 

Digitized  by  VjOOQ IC 


194 

dartioh  duijsent  realen  van  achten  in  goot;  dit  verstaet  men  dat 
deselve  parsoonen  vermochten  te  doen,  alsoo  't  geheel  in  gebrnyck 
was  gecomen  door  de  concessien  van  voorgaende  Generaels  etc.; 
doch  t'sedert  de  compste  van  't  gemelte  placcaet  alhier  met  Grol 
gearriveerty  soo  mochte  snlcx  niet  meer  geschieden,  alsoo  ditto plac- 
caet melt  van.nn  aen,  dat  is  te  verstaen  van  den  tijt  af  dattet  ge- 
communiceert  wierde  dengeenen,  die  het  verbot  aengaen  mochte,  ende 
alsoo  de  gemelte  cappitaelen  waeren  versonden  voor  het  aencomen 
des  placcaets  soo  acht  men  daer  geen  misdaet  in  begaen  te  sijn, 
maer  alsoo  de  meeste  parthye  derselver  cappitaelen  op  de  custesyn 
overgebleven  ende  het  placcaet  alsnn  syn  kracht  hoort  te  hebben , 
800  is  bij  ons  naerdat  dese  saecke  verscheijde  maelen  was  gepropo- 
neert  ende  gedebatteert  geworden,  eyndelijcken  geresolveert,  dat  men 
alle  deselve  middelen  voor  de  Compagnie  op  de  Cormandelse  custe 
sonde  aennemen  ende  die  hier  aen  de  eygenaeren  betaelen,  met 
restitutie  van  den  tol  ende  vracht,  die  se  voor  't  uytvoeren  hadden 
betaelt  ende  dat  de  pretensien  van  den  gelopenen  risico,  dat  is  encke> 
lycken  des  zees  perijckel  van  Batavia  tot  de  cnst  ende  d'intrest  voor 
vyff  maenden,  dat  is  van  Mayo  tot  September,  dat  se  haere  penningen 
hebben  gemist,  aen  UËd.  sonden  renvoyeren. 

Wij  met  ons  enz 

Men  snstineerl  dat  d'Engelschen  den  geheelen  Cormandelschen 
cleedenhandel  sonden  quyt  syn  geworden,  byaldien  UE.  de  voorige 
liberteyt  aen  de  vrge  lubden  hadden  gelieven  te  laeten  behouden , 
waervan  UE.  sonder  verschot  van  gelden  comen  te  profiteren  omtrent 
de  45  ten  hondert,  te  weten: 

Voor  uytgaende  tol  van  Batavia  10  pCto  en  vracht  3  pCto  is    13 

Voor  uytgaende  tol  op  Cormandel  5pCto  en  vracht  2  pCto  ig      7 

Wederom  voor  incomende  tol  tot  Batavia  het  capitael  vergroot 
op  anderhalff,  compt  15  pC^  ende  vracht  naer  advenant  de  3  pC  to 
is  4^  pCto,  t'samen 19^ 

Wederom  voor  tol  van  uitvoeren  van  Batavia  naer  andere 
Indische  quartieren,  alsoo  de  minste  cleden  in  Batavia  gesleten, 
maer  meest  uygevoert  werden 5 

Compt  t'samen  sonder  eenich  verschot  van  gelde  ....  44^ 
ten  hondert,  sonder  subjecten  van  beschadichtheyt  offte  verrottinge, 
onverstandigen  o£fte  ontrouwen  incoop  derselver  cleden,    invendibel- 


Digitized  by 


Google 


195 

heyt  van  soi-teringe,  perijckelen  van  brand  in  packbnysen  ende  ver- 
Bcheyde  andere  inconvenienten. 

Wyders  dat  U£.  jongste  placcaet  den  cledenhandel  sonderlinge 
prejudiciabel  is,  ten  aensien  UE.  daerbij  gelieven  te  verbieden  het 
vaeren  op  de  plaetsen  daer  se  veele  getrocken  werden,  als  is  Java 
ende  de  eylanden daer  by  oosten  gelegen,  Bomeo,  Sambas,  Succadana 
ende  Benjarmassingb,  alsoo  die  van  deselve  plaetsen  door  Bantham, 
Japara,  Grece  ende  Macassar,  ooek  selfb  van Malacca connen  werden 
versien.  Hierop  mach  men  seggen,  dattet  insicht  is  tot.weringe  des 
diamants  handel ,  doch  repliceert  men ,  hetselve  weynige  verhinderinge 
can  geven,  alsoo  se  van  daer  door  d'Indianen  oft  publyck  offte  se- 
creteiycken  connen  werden  gebracht,  als  hier  daer  treek  in  mochte 
wesen,  door  trooloose  dienaers  ende  winsnchtige  vrye  burgers  etc., 
ende  om  door  verboth  't  inbrengen  van  vreemde  te  weeren,  is  licht 
te  verbieden,  maer  het  effect  soude  nimmer  genieten  alsoo 't  waer  is, 
die  men  licht  can  bergen,  ende  sijn  Chineesen  ende  Javanen  daertoe 
800  suptyl  ais  eenige  menschen  die  den  aertbodem  betreden,  veele 
hooffden  alhier  zyn  oock  van  opinie  dat  de  Mattaramsche  Javanen 
geen  cleden  van  ons  sullen  soecken  te  coopen,  als  die  van  andere 
connen  becomen,  in  haet  van  Batavia,  insonderheyt  nu  daer  in  twee 
oorlogen  soo  grooten  schande  behaelt  hebben. 

Onder  deese  redenen  syn  wel  eenige ,  die  consideratie  meriteren , 
daerom  die  hier  oock  met  voordacht  stellen,  versoeckende  dat  UE. 
die  naer  hare  gewoone  wysheyt  met  goede  circumspectie  gelieven  te 
pondereren  ende  ons  by  haere  E.  naerder  ordre  sulcx  te  ordonneren 
als  UE.  sullen  verstaen  ten  besten  dienste  van  de  Comp.  te  behooren. 

De  openinge  voor  Uwe  E.  vrye  luyden  van  voorengenoemde  hierby 
gelegen  plaetsen  oordeelen  wy  noodich  ende  dienstich;  t'is  hart  dat 
men  UE.  volck  wil  maecken  van  slimmer  conditie  als  de  Indiaensche 
inwoonderen  derselver  eyianden  ende  vlecken,  die  men  hier  liber 
laet  incomen  ende  uytvaeren,  mits  betaelende  des  Heeren  gerech- 
ticheyt,  des  Compagnies  traffycke  alhier  reeckenen  wy  te  wesen 
machtige  grossiers,  de  coopluyden  hooren  Uwe  E.  Nederlantsche 
burgers  te  wesen,  ende  de  slyters  de  Chinesen,  die  hier  toe,  jaeselffs 
tot  coopluyden  verre  d'onse  in  habiliteyt  excederen. 

Des  Compagnies  dienaers  moet  men  strictelycken  honden  buyten 
alle  particuliere  handelinge,  te  excessyf  groot  syn  de  licentien  voor 


Digitized  by 


Google 


196 

deBen  geweest^  de  soeticheyt  van  de  winsten  hebben  d'exorbitantien 
grooter  ende  grooter  gemaeckt,  alle  die  begeerden,  mits  hebbende 
lieentie,  die  men  niemant  en  weygerde  ende  mits  betaelende  tol  ende 
vracht  hebben  mogen  cargasoenen  naer  Cormandel  ende  oock  eenige 
naer  Suratte  senden,  ende  die  sijn  naem  schreumden  te  gebruyeken 
lieten  't  op  de  naem  van  syn  wijf  vertoUen ,  als  UE.  gelieven  te  sien 
bij  de  nevensgaende  tolbrieven  van  een  half  dosynjaerenondern'.  4, 
die  hebben  laeten  nyttrecken  om  (JE.  toe  te  senden.  Hierdoor  hebben 
veele  van  ÜE.  geqnalificeerde  dienaers  middelmatige  capitaelen,  die 
nu  haer  het  handelen  verboden  is,  apparent  op  intrest  sullen  uijtsetten ; 
de  fondamenten  van  ÜE.  artijekelbrieff  syn  hier  door  dese  dissolute 
licentien  geheellycken  verbroocken ,  de  beginselen  syn  door  de  Generael 
Coen  zaliger  met  cleentgies  geleijt,  door  de  blinde  liefde  van  Batavia's 
aenwas,  op  insichte  om  de  getroude  te  soulageren  in  haere  swaere 
huijshoudinge  ende  opdat  se  niet  souden  hebben  te  verteeren  alle 
haere  maentgelden  etc;  daemaer  heeft  men  wat  meerder toegestaen^ 
opdat  de  luyden  mochten  resolveren  om  vrij  te  worden  ende  haer 
hier  neder  te  setten ,  huysen  te  timmeren ,  slaven  te  coopen ,  die  tot 
visschen  ende  thuijnen  te  gebruyeken  etc.,  ende  op  alsulcke  insichten 
de  vryheijt  augmenterende ,  soo  gevoelt  men  ende  siet  men  nu,  dat  ons 
Nederlanders  hebben  contrary  insicht,  dat  is  om  spoedich  veel  te 
grasen  ende  te  eerder  in't  patriam  te  keeren  soo  by  voorige  ende 
alsnu  overgaende  aengemerckt  wordt. 

Veele  houden't  daervooren,  dat  de  Nederlantsche  vrouwen  daerin 
hebben  de  meeste  schuit,  want  hier  synde  gecomen  sober  van  conditie 
ende  schielijcken  wat  geprospereerdt  hebbende,  meenen  dattet  niet 
op  en  mach  ende  jancken  om  te  comen  bij  d'oude  kennissen  met  soo 
verbeterden  staet,  als  haer  sijn  imaginerende,  ende  mocht  wel  gebeuren, 
dat  als  bevinden  sullen  de  winsten  te  verminderen  ende  de  costen 
te  vermeerderen,  dat  dan  wenschten  wederom  hier  te  wesen ;  hier  syn 
goede  huysgesinnen  van  getroude  met  Indiaensche  vrouwen,  hare 
kinderkens  comen  beter  op,  hebben  veel  min  als  d'andere  van  doen 
ende  ons  chrijsvolck  synder  beter  mede  gepaert 

Het  soliciteren  van  de  Nederlantsche  vrouwen  om  naer't  patriam 
te  keeren  is  hier  heel  groot  geweest,  met  dese  schepen  gaender 
terugge  30,  ende  ten  ware  de  Heere  Specx  over  de  veelheyt  niet 
misnoeghde,  meerder  souden   gelicentieert  hebben,   wij   willen   van 


Digitized  by 


Google 


197 

harten  hoopen  ende  vertrouwen  dat  UE.  conform  haere  resolutie  ons 
met  geene  meer  sullen  gelieven  te  voorsien,  de  smarte  van  Batavia 
80O  onachtsamelijcken  gesnevelt  (sic)  door  hooffden,  wier  harten  smoor- 
droncken  van  oncuysheijt  sgn  geweest ,  is  al  te  groot,  ü£.  connen 
genoechsaem  afmeten  dat  se  op  schepen  daer  soo  veel  ruijgh  volck 
is,  niet  anders  als  ongeregeltheijt  veroorsaeckt ,  insonderheijt  als  daerby 
syn  eenigen  van  lichtvaerdigen  aert.  Hier  isser  noch  meer  als  te  veel, 
soo  getrouwde  als  ongetrouwde,  in't  school  sijn  noch  11  jonge doch- 
tors,  die  niet  en  werden  getrocken ,  Capitein  Solenme  ende  de  weduwe 
Middelhoven  blyven  met  de  hare  noch  onbesteet,  de  borsten,  die  niet 
achteloos  sgn,  bemercken  datter  te  veel  fatsoen  aen  is  om  van  eene 
Nederlantsche  dochter  syn  huysvrouw  te  maecken,  oock  beginnen  wy 
dat  rerstandt  te  crijgen ,  dat  men  geen  dienaers  van  de  Compagnie 
meer  buyten  de  milicie  sal  toestaen  te  trouwen,  ten  sij  dat  se  vrye 
lubden  begeeren  te  werden  om  alsoo  den  last  dergener,  die  UE.  trou 
hooren  te  dienen  niet  te  brengen  in  gelegentheljt  van  te  veel  te  be- 
hoeven, ende  is  noch  het  alderschadelycxte  deses  particulieren  han- 
dels, dat  de  bequaemste  persoenen,  die  door  soodanigen  gelegentheijt 
haer  beste  fortuijne  hebben  weeten  te  maecken,  ende  als  die  tot  coste 
van  de  Compagnie  hebben  geleert,  hoe  dat  se  deselve  best  soude 
connen  dienen,  soo  is  haer  tijt  geexpireert  ende  soecken  dan  alle 
pretexten  om  te  mogen  terugge  keeren,  ofte  soo  men  genootsaect  is 
deselve  te  bewilligen  om  te  continueren,  soo  moetet  geschieden  door 
eztraordinaris  verhooginge  van  tractement. 

Met  de  predicanten  enz 

Tot  het  invoeren  van  de  menage  hebben  op  de  schepen  de  na- 
tafels  in  de  cajuyten  affgeschaft  ende  geordineert  enz.    .    .    .    .    . 

De  Hellebardiers  syn  vermindert  van  ses  op  drie  enz     .... 

De  Coetswagen  is  gedemanteleert  ende  in  des  Compagnies  pack- 
huys  binnen  't  fort  aen  een  sljde  gestelt,  het  buijtenhuijs  daer  se  in 
gestaen  heeft  is  afgebroocken  ende  gebracht  op  een  bequaeme  plaetse 
tot  woninge  van  des  Comps  lijffeijgenen. 

De  paerden  werden  gehouden  nevens  d'andere ,  om  jegens  den 
viandt  in  't  velt  te  gebruijcken,  daertoe  al  noodiger  sijn  dan  ons 
veel  lieff  is,  overmits  tselve  velt  door  des  Mattarams  troepen  hoe 
langer  hoe  onveijlder  wert  gemaeckt;  andere  paerden  te  coopen 
hebben  verbooden,  dan  verhoopen  in  Amboina  goede  race  aen  te 


Digitized  by 


Google 


198 

qneecken,  waertoe  2  Perdaensche  springhheijnsten  derwaerts  geson- 
den  sgn. 

De  pracht  van  Battavia  ia  seer  affhemende,  weijnich  gonde  coort 
wert  er  bnijten  de  milicie  gesien;  wij  maecken  malcanderen  wQs 
dattet  qnacksalveracliticli  staet  ende  snllen  met  ons  voorgaen,  die 
geheel  ngtroegen,  waertoe  vertrouwen  geen  voorder  reglementen  sal 
behoeven. 

Alle  onnoodige  wercken  snllen  affischafifen  ende  niet  bijderhanctt 
nemen  ab  meermaels  is  gesegt,  dan  tgene  ten  hoochsten  vereijscht 
werde. 

De  reparatie  van  schepen  enz 

Des  Compagnies  dienaers  snllen  tot  haer  debvoir  houden  ende  nie- 
mant  excuseeren,  soo  in  UEd.  dienst  haer  comen  te  misdragen, 
immers  sooveele  als  tot  ons  kennisse  sal  mogen  oomen. 

Op  de  fortificatien  sullen  goet  regardt  doen  nemen ,  tgene  nu  ge- 
daen  werdt  geschiet  bij  publycke  aenbestedinge  ende  d'opneminge 
bij  de  gequalificeerste  in  alsulcken  getal  ende  soo  publycq  als  UË. 
dienst  is  vereijschende. 

Tot  de  swaere  enz 

Het  douwarium  van  de  jonge  dochters  blijft  afigeschaft,  de  elff 
die  noch  in  't  school  werden  gehouden  sullen  trachten  te  verdeelen 
om  ÜE.  daervan  te  ontlasten. 

De  onderhoudinge  van  't  hospitael  is  een  seer  nodige  saecke, 
alsoo  aen  de  veelhegt  van  siecken  van  die  aencomende  schepen  ende 
des  gamisoens  geen  andere  commoditeijt  soude  connen,  nochte  weten 
te  geven,  ofte  het  soude  veel  beswaerlycker  ende  costelijcker  voor 
de  Compagnie  vallen,  sulcx  dat  wij  de  stichtinge  houden  voor  een 
goede  saecke,  maer  om  goede  bedienaers  syn  sonderlinge  verlegen. 

Het  premium  op  't  inbrengen  van  de  doode  ende  levende  Javae- 
nen  syn  genootsaeckt  geweest  wederom  te  publiceren,  alsoo  ons  het 
landt  nyttermaten  onvrij  wert  gemaeckt  ende  alhoewel  het  by  de 
twee  maenden  is  geleden  dattet  wederom  affgecondicht  is,  soo  heb- 
ben tot  heden  niemant  gecregen. 

Om  den  toevoer  van  rys  tot  Batavia  te  meer  toe  te  doen  nemen,  soo 
hebben  de  tol  van  10  pC*»  volgens  ÜE.  ordre  op  5  pO*«  gereduceert, 
ende  het  invoeren  van  't  bestiael  daer  mede  opgestelt,  opdat  ons 
daerdoor  te  meer  soude  mogen  toegebracht  werden. 


Digitized  by 


Google 


199 

Een  vierde  part  van  Batavia's  incomen  hebben  in  't  openbaer 
verpacht  voor  ses  maenden  ende  is  pachter  gebleven  (onder  goede 
süffifiante  boi^en)  een  Chinees  Equa  genaempt,  die  daervoor  betalen 
aal  1450  realen  van  8^  ter  maendt,  op  alsnlcke  conditien  als  gere- 
gistreert  is  in  't  eynde  van  ons  generaele  copieboeck,  dat  aen  UE. 
nevens  desen  wert  gesonden.  De  ses  maenden  deser  verpachtinge 
wesende  van  primo  November  tot  uit*"  April  syn  de  tyden  van  't  min- 
ste incomen ,  eer  de  verpachtinge  aengingen,  hebben  de  saecke  rype- 
lyek  ende  wel  geëzamineert ,  ende  tselve  bevonden  te  wesen  als 
vQlcht : 

Het  tiende  van  de  vercoopingen  der  huysen  en  erven  B    1757 

Incomende  licenten „    8616| 

Uytgaende  licenten „    6070|^ 

Gaende  ende  comende  vreemdelingen*    .    .    .    .    „    1799| 

Pasgelt  ende  vertreckende  pranwen „      129^^ 

Hooftbriefkens „  201654 


co 
CO 


Ir 
lï 

Q    ^ 

C 

> 


Herrebergiers  . 
Honthaelders  • 
Steenhaelders  . 
Besaarsetters  . 
Arrackbranders 


504 
366. 
1344 
420 
1119 


Bedraecht  samen  dit  incomen  voor  6  maenden   .    .    .    .  R.  41081| 
Bfaeckende  in  guldens  cnrrent,  gerekent  tegens  51  st",  gl.  104758 :   2 :  14 


Van  pr'  May  tot  nl*«  October  Anno  1627 


Nov. 
May 
Nov. 
May 
Nov. 
May 
Nov. 
May 
Nov. 
May 


April 

October 

April 

October 

April 

October 

April 

October 

April 

October 


1628 

1628 

1629 

1629 

1630, 

1630 

1631 

1631  , 

1632  . 
1632 


160284:14:  4 
130806:  1:  8 
123969:10:  8 
105499:  4:12 
113771:  8:12 
108205 :  15 :  10 
129842 :  19 :  — 
129256 :  19  :  — 
147432:  1:  8 
108292:  2:  8 
141550:16:    6 


Bedragende  alsoo  dit  incomen  in  12mael  ses  maenden  gl.  1503669 :  }6 :  10 

Compt  door   malcanderen,  gerednceert  voor  6  maenden ,  de  somma 

van gl.  125305 :  — 


Digitized  by 


Google 


200 

Waarvan  het  vierdepart  sonde  bedragen .    .    .    .    gL  31326 :  — . 

De  naerdere  reductie  genomen  op  de  sesmael  ses  maenden  van 
de  gemelde  tijden  tnssciien  November  ende  April  comen  t'samen  te 
bedragen gL  686818 : 6 : 4. 

Waervan  het  vierendeel  eener  seste  part  is.    •    .    gL  28617: — . 

Ende  de  sesmael  1450  R.  &  51  st»  beloopen  .    .    gL  22185 :  ^. 

Jegens  het  minder  gelden  als  het  opbrengen  van  voorige  jaeren 
staet  te  considereren ,  dat  het  incomen  voortaen  missen  sal  alle  den 
tol  van  aytgaen  ende  incomen  der  vrQe  burgers  voor  deser  toege- 
laten handel  ende  versendinge  naer  de  cnste  van  Gormandel  ende 
Snratte,  item  de  helft  van  't  incomen  des  rQs,  dat  een  groote  somme 
beloopt,  mitsgaders  de  helft  incomen  des  bestiaels  dat  van  10,  soo 
verhaelt  is,  op  5  pC®  is  gerednceert,  soodat  aen  dese  verpachtinge 
noch  goet  genoegen  hebben,  aen  de  eerste  inleydinge  is  het  gevolge 
gelegen,  den  pachter  is  een  gavel  (?)  man,  soo  hy  welvaert  sal 
't  ander  aensoeten;  geen  Neerlanders  wilden  daeraen  comen,  het  liet 
hem  in  't  eerst  wat  ranw  aensien,  meer  als  een  vierde  vonden 
vooreerst  niet  geraeden  te  verpachten,  maer  by  gevolch  van  tijden 
sal  't  op  een  derde,  jae  oock  op  de  helft  connen  gebracht  werden, 
om  den  pachter  te  meer  intrest  te  doen  dragen,  die  dan  oock  te 
nauwer  ende  scharpar  daerop  sal  hebben  te  letten,  tgene  U£.  ons 
wyders  ordineren  sullen  wy  behoorlyck  naercomen,  soo  in  't  admi- 
nistreren van  justitie  naer  de  practicque  van  Nederlandt,  totdat  U£. 
ons  daertoe  eene  goede  instructie  senden,  als  de  Indiaensche  natiën 
insonderheyt  de  Chinesen  vrundelicken  te  tractoren;  den  eed  naer 
den  inhoude  des  formeliers  achter  den  artyckelbrieff  gestelt,  jaerlycx 
te  renoveren  ende  sulcx  als  UE.  ordre  is  medebrengende. 

Op  primo  November  waeren  wy  op  Batavia  voorsien  met  8058 

inwoonderen,  daeronder  begrepen  het  gamisoen,  ende  wat  daeraen 

dependerende  is,  als  te  weten: 

Sielen. 

Aen  Nederlanders,  die  in  des  Gomp*  dienst  werden  bevon- 
den, met  hare  vrouwen  ende  familien 1912 

De  Nederlantsche  burgerye  met  vrouwen,  kinderen  ende 
slaven 1373 


Transportere    .    .    .    3285 

/Google 


Digitized  by  ^ 


201 

Transport    .    .    .  3286 

De  Japand^^n  met  haer  geselBchi^;) 108 

De  vrye  layden,  wesende  veelderhande  slach  van  Indianen 

met  het  hare 649 

Chinesen,  met  vroawen,  kinderen  en  slaven* 2422 

Gompangies  Igffeggenen  te  samen 1254 

ende  des  Gomp*  kettinghsUven 340 

Compt  t'samen  redelycke  sielen,  mans,  vronwen,  kinderen, 
vrye  Inijden,  slaven 'en  slavinnen  etc 8058 

De  igste  van  enz 

Batavia's  ongel  ien  werden  bevonden  te  bedragen  by  mygen,  doch 
wel  naergemerckten  overslach,  van  primo  September  1631  tot  nlt' 
Ang.  1632 gl.  860.000 

Daertegens  bedraecht  het  incomen  binnen  denselven  tijt  als 
by  specificatie  in  't  generacl  joumael  blyckt  gl.  291581 :  — 

Item  de  winsten  naer  overslach    .    .    .    „  300000 :  — 

Welcke  twee  parthijen  op  ses  tonnen  gonts  gerekent  .  „   600.000 

8oo  compt  Batavia  in  een  jaer  ten  achteren   ...•/*  260.000 

Transport  enz. 

Snlien  hiermede  beslnilten  enz 


XXVin.  De  Gonvemeur-Generaal  Hendrik  Brouwer 
en  Rade  van  Indie  aan  de  Bewindhebbers 
der  Gen.  O.  I.  Gomp.  (Heeren  XVIL). 

Batavia,  7  February  1633. 

Edele  Emtfeste,  enz 

Naer  dat  wy,  enz 

Vernomen  hebbende  dat  de  Goninck  van  Baly ,  synde  meede  Goninck 
van  Balemboangh,  als  oock  van  de  eylanden  Lumbeck  ende  Gum- 
bawa  geduyrich  met  den  Mattaram  in  oorloge  is  ende  daerenboven, 
dat  hy  machtich  is  van  onderdanen,  wesende  syn  crychsvolck  stout 
ende  belliqueus  ende  wy  vooralsnoch  geen  beeter  middel  wetende, 


Digitized  by 


Google 


202 

om  den  Hattaram  (die  ons  van  jaer  op  jaer  seer  hard  is  dreygende) 
van  onse  grensen  te  weeren  als  by  diversie  ende  hem  aen  den 
anderen  cant  de  handen  vol  werck  te  geven,  soo  is  goetgevonden 
een  ex^n^essen  gesanth  j  geaccompagneert  met  de  schenckage  van  een 
groot  Persiaens  paert  aen  den  gemelten  Goninek  van  Baly  te  zend^y 
dienvolgende  hebben  wy  op  den  2^^  deses  onse  depêche  g^even 
aen  den  oppercoopman  Jan  Oosterwyek,  om  in  't  jacht  Texel  derwaerts 
te  seylen  met  ordre,  dat  hy  alle  mogelycke  middelen  ende  persnasien 
den  gemelten  Coninck  tot  den  oorloge  tegen  -den  Mattaram  aenmaenen 
ende  hem  nyt  onsen  name  belooven  zal,  dat  wy  hem  te  water  tegen 
alle  des  Biattarams  zeemacht  beschermen  ende  hem  ter  plaetse  daer 
hy  het  sal  begeeren  met  onse  scheepen  aenbrengensallen,  soodanige 
provisien,  als  hy  tot  onderhont  van  zyn  leger  sal  geraeden  vinden 
te  besorgen.  Op  de  goede  hoop,  dat  dito  besendinge  goet  snooes 
sal  erlangen,  Bjn  wy  voornemens  met  het  jacht  de  Zon  aen  de  jachten 
in  Amboina  te  ordonneren,  dat  sy  in  't  wederkeeren  ende  herwaerts 
comen  Balij  ende  Balimboangh  sullen  aendoen  ende  den  Coninck  van 
Balij ,  ingevalle  hy  tot  den  oorloch  tegen  den  Mattaram  sal  hebben 
verstaen,  ten  dienste  te  staen  en  hem  alle  moogelycke  hulp  ende 
assistentie  te  bewysen. 
Ende,  enz 


XXIX.  De  Gouverneur-Generaal  Hendrik  Brouwer  en 
Rade  van  Indie,  aan  de  Bewindhebbers  der 
Gen.  O.  I.  Comp.  (Heeren  XVn.) 

Batavia  15  Augustus  1633. 

Per  het  Engelsche  schip,  enz 

Nadat  wy  lange  gespeculeerd  hadden,  op  eenigh  machtich  prins, 
vQandt  des  Mattarams,  omme  die  jegens  desen  te  helpen  ende  in  den 
oorloge  te  voeden ,  soo  hebben  wy  nyt  verscheyden  geruchten  beginnen 
hope  te  scheppen,  dat  wy  den  Coninck  van  Baly,  tegens  den  Mat- 
taram souden  connen  opmaecken ,  alsoo  wy  vernamen,  dat  hy  op  Java 
frontieren  tegens  denselven  beseth  is  houdende ,  te  weten  Balimboangh , 


Digitized  by 


Google 


Bleter,  end©  Ponaracïm.  ^  Den  7»»  February  passato  hebben  wymet 
't  jaeht  Texel  als  onsen  expressen  Commissaris  derwaerts  gesonden 
den  oppercoopman  Jan  Oosterwyek,  sedert  syn  in  die  opinie  noch 
meer  en  meer  geconfirmeerd  geworden,  door  't  rapport  van  eenige 
onser  burgeren  soo  in  Baly  geweest  waren ,  ende  op  vast  vertrouwen 
dat  de  saeeke  een  goede  nytcompste  ende  effect  sorteren  sonde, 
hebben  wy  op  den  9"»  Marti  verleden  noch  derwaerts  gesonden  de 
jachten  Batavia  en  Negapatnam  ende  met  deselve  als  Commandeur 
den  Capiteyn  Jochem  Eoelefsen  van  Deutecom ,  met  vordeie  last  dat 
hy  op  syn  aencompste  aldaer  het  jacht  Negapatnam  met  den  opper- 
coopman Jan  Oosterwyck  (om  van  syn  wedervaren  rapport  te  doen) 
naer  Batavia  af  te  senden  en  naer  't  vertreck  van  voors.  Negapatnam 
met  de  twee  resterende  jachten  Texel  ende  Batavia  in  Bali  soude 
overblyven,  soo  om  des  Conincx  optocht  geduyrichlyck  te  voorderen, 
alsmede  omme  deselve  by  provisie  met  prompte  ende  parate  assistentie 
te  connen  dienen,  ende  ten  eynde  gemelte  Coninck  van  Baly  den 
Mattaram  op't  onversienste  mochte  overvallen  ende  syne  aen  te  vangen 
expeditie  door  gebreck  van  gereede  victualie  niet  en  soude  behouven 
te  dilayeren,  hebben  wy  op  den  13  dito  't  schip  't  wapen  van  Hoorn 
volladen  met  rys,  ontrent  400  lasten,  den  voors.  Deutecom  naege- 
sonden,  ende  geordonneerd  onder  het  eyland  Madura  te  blyven  leggen, 
verwachtende  aldaer  soodanige  ordres  als  hein  van  dito  Deutecom 
nyt  Baly  soude  toegesonden  worden.  Gemelte  Oosterwyck  ende 
Deutecom  naer  den  anderen  in  Baly  gearriveerd  synde,  wierden  al- 
daer na  des  lands  maniere  wel  ontfangen,  gefestoyeerd  ende  getrac- 
teerd,  maer  hebben  soodanige  afscheyd  ende  depêche  niet  becomen, 
als  wy  ons  alhier  wel  hadden  geimagineerd ;  want  haer  de  groten 
ende  principalen  van  Bali,  collegialiter  vergadert  synde,  ronduytende 
opentlyck  verclaerden,  dat  sy  niet  en  souden  connen  resolveren  om 
den  Mattaram  den  oorloch  aen  te  doen,  door  dien  soowel  met  den 
Mattaram  als  met  ons  in  vrede  waren  en  met  den  een  en  den  ander 
goede  vrientschap  en  correspondentie  onderhielden ,  met  welck  voors. 
'antwoord  onse  gemelte  gecommitteerde,  alsoo  in  Bali  niet  meer  en 
hadden  te  verrichten,  vertrocken  en  alhier  sonder  yets  vruchtbaerlycx 
gebesoingeerd  te  hebben  wederom  ter  reede  gecoomen  syn,  te  weten 


1.    Balamboeang,  Blitsr  en  Panaroekan. 

/Google 


Digitized  by  ^ 


204 

op  den  25  May  de  coopman  Oosterwyck  met  het  jacht  Negapatnam 

en op  den  31  dito,  den  Commandeur  Jochem  Roelefsen  van 

Deutecom.  *       

Den  Mattaram  heeft  den  haet  tegen  Batavia  ingenomen,  noch  niet 
connen  afleggen,  ende  alhoewel  ten  principalen  op  ons  niet  en  can 
verrichten,  soo  hont  nochtans  om  ons  afbrenck  te  doen  gestadich 
hieromtrent  partye  volck  in't  velt  ende  praeawentewaeter,  waerdoor 
het  velt  niet  gebmijckelijck  ende  't  vaerwaeter  tnsschen  Bantam  ende 
Batavia  sqo  onveyi  gehouden  wert ,  dat  genootsaect  sijn  tot  bevrgdinge 
van  dito  vaerwater  ende  oonvoy  van  ons  over  ende  wedervaerend 
vaertnijgh  geduyrich  een  jacht  te  gebruijcken.  Niettemin  hebben  de 
voors.  parthijen  ons  by  tijden  een  voordeel  afgesien  ende  soo  nu  als 
dan  soo  goeden  parthije  volck  becomen,  dat  met  het  aengehaelde 
volck  van  Schiedam ,  tegenwoordich  omtrent  de  tachtich  Nederlanders 
in  de  Mattaram  gevangen  sitten. 

Omme  voors.  excursien  te  beletten  hebben  wy  diverse  reQsen  ver- 
scheijde  parthijen  soo  te  water  als  te  lande  uytgemaeckt,  dan  syn 
telckens  onverrichter  saecken  teruggekeert. 

Met  voorweten  of  oochluijckinge  van  den  Coninck  van  Cheribon 
ende  Gouverneur  van  Japara  syn  ons  van  daer  verschcyden  soo  Chinese 
als  Maleijse  praeuwen  met.weijnich  rijs,  goede  partye  swarte  suijcker 
ende  andere  Javaense  coopmanschappen  toegecomen,  ende  alhoewel 
geruchten  loopen,  dat  den  Mattaram  voornemens  is  met  een  machtich 


1.  De  heer  P.  A.  Leupe,  gepensioneerd  Majoor  der  Mariniers,  thans  mgn  ge- 
waardeerde amb^enoot  op  het  I^jks-archief,  heeft  in  Deel  V  van  de  Bijdragen  tot 
de  taal-  land-  en  volkenkunde  van  N.  Indie,  tijdschrift  van  het  K.  Instit.  te  Delft, 
alle  de  stukken,  betrekking  hebbende  tot  bovengemeld  gezantschap  naar  Baliinl633, 
in  het  ond-kol.  archief  voorhanden ,  medegedeeld.  Meer  bijzonder  voor  de  geschiedenis 
van  Oosteiyk  Java ,  komt  daarin  o.  a.  voor  het  navolgende  berigt :  »  Geduyrende  het 
«aenwesen  van  hem  Commissaris  (Oosterwyck)  in  Gigi<r  (Gidgit,  destijds  de  hoofdplaats 
van  het  rijk  Beliling  op  Bali ,  thans  een  dorp  en  als  hoofdplaats  nn,  door  Beliling  ver- 
vangen), «compt  tydingcn  dat  Singe  Sany  (Singo  Sari,  schoone  t^ger),  die  door 
«gnnst  en  groute  schcnkagien,  aen  den  Coninck  ende  grooten  van  Baly  gedaen,  tot 
«Coninck  in  Baliboang  (Blambangan  of  Balamboeang)  gcstelt  is,  den  rechten  Coninck 
«Macs  Cariaen  genaempt,  voor  desen  op  de  vlucht  gedreven,  met  vrouw,  kindcien' 
ven  *t  gansehe  geslacht  om  den  hals  gebracht  en  gemassacreert  hadde,  waarover  de 
«/Coninck  expresse  gecommitteerden  naer  Baly  gesonden  heeft,  om  haer  te  informeren» 
enz.  Hieruit  blykt  dus  o.  a.,  dat  Blambangan  toen  een  vassalstaat  van  Bali  was  en 
niet  door  eigen  vorsten,  zooals  bgv.  Hageman,  Handl.  tot  de  kenms  der  gesch.  etc  van 
Java  Dl.  I  bladx,  105  zegt ;  maar  door  van  Beliling  nitgezonden  vorsten,  werd  geregend. 


Digitized  by 


Google 


205 

leger  op  te  trecken  ende  Batavia  voor  de  derde  reijse  te  belegeren, 
800  en  hebben  wg  echter  de  rechte  seeckerheyt  daervan  met  de 
Yoors.  praenwen  tot  nu  toe  niet  connen  verstaen;  dan  den  Coninck 
ende  andere  orangkays  van  Bantam  hebben  ons  verscheyden  reysen 
800  door  brieven  als  expresse  gecommitteerde  de  compste  van  den 
Mattaram  geaflftrmeert,  ende  vreesende  dat  syn  ooch  wel  op  haer 
mochte  geworpen  hebben,  prepareren  ende  verstercken  haer  noch 
dagelijx,  soowel  by  oosten  Batavia  in  de  reviere  van  Cranwang  als 
bg  westen  in  de  reviere  van  Ontong  Java  alwaer  sij  onlangs  geleden 
met  ons  voorweten  ende  expres  consent  met  ettelijcke  hondert  coppen 
de  wacht  gebonden  ende  de  principaelste  passagien  van  wildemisse 
gesnyvert  ende  beset  gebonden  hebben ,  daer  sij  hem  nae  hun  oordeel, 
ingevalle  de  voors.  revieren  mochte  trachten  te  passeren  gevonchigck 
8onden  hebben  connen  stntten. 

Onder  alle  de  voors.  loopende  geruchten  ende  preparaten  van 
Bantam  is  ons  door  diverse  Maleijers,  met  haer  vaertuijgh  vanChe- 
ribon  gecomen,  gerapporteert  geworden,  hoe  dat  den  Mattaram  siende 
cleyne  apparentie  om  ons  toonder  te  brengen  meer  tot  vreede  als 
tot  oorloch  genegen  was,  ende  dat  hij  om  een  inleijdinge  tot  den 
vreede  te  maecken  van  meeninge  was  eenige  gevangene  Nederlan- 
ders ende  met  deselve  eenige  Gecommitteerde  naer  Batavia  te  sen- 
den.  Hierop  is  gevolcht,  dat  haer  op  omtrent  een  myle  bijoosten 
het  jacht  Batavia,  leggende  tot  bevrijdinge  van  ons  cleyn  vaertnggh 
omtrent  de  reviere  van  Crawang  op  de  wacht,  verthoont  hebben 
vier  groote  praeuwen  van  den  Mattaram,  dewelcke  by  d^onse  nae- 
gejaecht  synde,  hebben  onder  de  witte  vlagge  met  een  praeuwtgien 
aen  ons  cleyn  vaertnijgh  afgesonden  twee  gevangene  Nederlanders 
ende  met  deselve  een  Gusurath  in  Tegal  woonachtich,  verthoonende 
dat  de  voors.  vier  praeuwen  van  den  Tommogon  van  Tegal  waeren 
affgesonden  omme  de  voors.  Nederlanders  aen  ons  over  te  leveren 
ende  met  een  te  bestellen  seeckere  missive,  die  voors.  Tommagon 
ter  ordinantie  van  synen  Coninck  den  Mattaram  aen  ons  geschreven 
hadden. 

Voors.  Nederlanders  ende  Gusurath  rapporteerden  ende  dito  Tom- 
magons  missive  bracht  mede,  dat  synen  Coninck  den  Mattaram  tot 
vrede  genegen  synde  hem  hadde  gecommitteert  omme  over  de  saecke 
met  ons  te  handelen  ende  versocht,  dat  wij  tot  dien  eynde  een  a 


Digitized  by 


Google 


206 

twee  scheepen  met  onse  expresse  gecommitteerde  nae  Tegal  souden 
willen  senden. 

Op  dese  onverwachte  tijdinge  hebben  wij  datelijck  ende  sonder 
uytstel  een  assistent  ende  vyf  Javaenen  hier  woonachtich  met  een 
pas  ende  vrij  geleyde  afgesonden  ende  omme  geen  diffidentie  te 
thoonen  mitsgaeders  de  Javaenen  van  onse  goede  meeninge  te  ver- 
seeckeren,  sonden  de  voors.  Nederlanders  ende  Gusnrath  terugge, 
niet  twyffelende  of  dito  prauwen  souden  op  den  ontfanck  van  onsen 
passé  ende  salvo  conduct  met  deselve  hier  ter  reede  comen,  omme 
met  ons  over  die  saecke  mondelinge  te  confereren ,  alsmede  omme 
den  brief  des  Mattarams  met  de  behoorlijcke  eere  in  te  doen  haelen 
ende  te  ontfangen,  mitsgaders  om  naer  gehouden  communicatie  met 
deselve  Javaenen,  des  te  ordentlijcker  ende  pertinenter  te  mogen 
antwoorden  soowel  aen  den  Coninck  Mattaram  als  aen  gemelten 
Tommogon  van  Tegal  op  de  voors.  afgesondene  missiven ,  dan  de 
voors.  praeuwen  niettegenstaende  met  onsen  passé  genoechsaem  ver- 
seeckert  waeren  en  hebben  echter  niet  connen  resolveren  herrewaerts 
aen  te  comen  ende  syn  niet  alleenlyck  met  de  twee  Nederlanders 
bij  haer  herwaerts  aengebragt,  maer  oock  met  den  assiBtent  ende 
drie  van  de  Javaenen  die  wij  om  onsen  passé  te  behandigen  aen 
haer  afgesonden  hadden,  doorgegaen  ende  wederomme  naer  Tegal 
vertrocken,  sendende  alleenlyck  de  andere  twee  Javaenen  terugge 
ende  met  deselve  ons  adviserende  ende  emstelijck  aenmaenende  soo 
wij  tot  den  vreede  genegen  waeren,  dat  eerstdaechs  een  a  twee  sche- 
pen naer  Tegal  souden  senden  omme  aldaer  met  haeren  Tommogon 
over  de  saecke  te  handelen.  Off  dit  een  stratagema  geweest  sy 
omme  in  plaetse  van  een  assistent  ende  3  Javaenen  een  wel  gemande 
boot  ofte  sloup  in  handen  te  becomen,  of  een  diffidentie  of  een 
andere  saecke,  die  wy  tegenwoordich  niet  en  connen bedencken,  sal 
den  tijt  openbaeren.  Ondertusschen  begint  den  bequaemsten  tijt  van 
't  iaer  te  verloopen,  in  denwelcken  ons  den  gemelten  Mattaram  met 
syn  leger  soude  mogen  toecomen,  ende  hoopen  dat  syn  voorgaende 
nederlaegen  sonder  eenich  het  minste  voordeel  becomen  te  hebben, 
hem  van  dese  plaetse  houden  sullen,  te  meer  de  groote  muyren 
ende  bolwercken  soo  wij  bericht  werden,  hem  imprenabelyken  wer- 
den vertoont. 

Om  denselven  te  crachtiger  ende  machtiger  resistentie  te  bieden, 


Digitized  by 


Google 


207 

hebben  wQ  eenige  noodige  wercken  besocht  ende  aen  de  westsyde 
van  de  reviere  op  den  barm  van  de  nieuw  gegraeven  gracht  in 
plaetse  van  de  drie  honte  wambasen  drie  nieuwe  aensienelijcke 
rednjten  in  coraelsteen  opgetrocken  ende  syn  van  meeninge  eerst- 
daechs  noch  een  vierde  op  de  westpunt  genaemt  Coetverlooren  by 
der  hant  te  nemen,  daertoe  de  materialen  aireede  aengebracht  ende 
geprepareert  worden. 

Oemelte  reduyten  enz 

Omme  den  Mattaram  noch  meer  ende  meer  tegens  ons  te  verbit- 
teren ende  in  termen  van  hostiliteit  met  ons  te  <mderhouden,  hadde 
den  Gouverneur  van  Malacca  voorleden  wester  mouson  wederomme 
een  expressen  gesant  aen  den  Mattaram  afgesonden,  dewelcke  op  't  ge- 
vouchelyckste  geëxcuseert  hebbende  dat  den  vice  roy  hem  de  toegeseijde 
assistentie  van  volck  ende  schepen  desen  iaere  niet  en  heeft  toege- 
sonden,  nu  vaste  toesegginge  gedaen  heeft,  dat  de  vice-roy  hem  toe- 
comende  wester  mouson  soodanigen  macht  van  schepen,  volck  ende 
am(mitie  van  oorloge  sonde  toesenden,  als  hem  om  Batavia  te  ver- 
meesteren ende  de  Nederlanders  van  Java  te  verdrijven  noodich  is, 
hetwelcke  by  eenige  begroot  wert  op  120  schepen  ende  jachten  etc. 

Yoors.  gesant  is  in  't  beginsel  van  het  tegenwoordich  ooster  mouson 
wederomme  nae  Malacca  vertrocken  ende  met  hem  een  principael 
Orancay  van  den  Mattaram,  expresselyck  naer  Goa  afgeveerdicht, 
omme  de  beloofde  ende  toegeseijde  assistentie  van  den  Viceroy  selfs 
te  bevorderen.  Wy  willen  vertrouwen  dat  den  Mattaram  ende  syne 
gesanten  het  onvermogen  der  Portugeesen  gesien  ende  daerby  be- 
speurt hebbende,  dat  hem  alleenlyck  met  wint  ende  woorden  sonder 
effect  Bjn  dienende,  metter  tijt  geseglijcker  sal  laeten  vinden. 

Die  van  Bantam,  soo  lange  met  geen  vreese  voor  den  Mattaram 
bevangen  waeren,  hebben  haer  in  verscheijde  occurrentien  vry  wat 
wonderiyck  gecomporteert  ende  haere  ondersaeten  om  geringe  oor- 
saecken  wel  scherpelijck  verboden  ons  eenigen  toevoer  te  doen  of 
handelinge  op  Batavia  te  drgven,  waerover  oock  een  tijt  lang  van 
vivres  ende  andere  nootlyckheden  vry  wat  sober  syn  voorsien  gewor- 
den. Ondertusschen  hebben  wy  evenwel  gestadich  onsen  commissaris 
tot  Bantam  gehouden  ende  den  vaert  ende  handel  tot  op  dato  gecon- 
tinueert  ende  veele  cleene  saecken  ongemerckt  laeten  passeren,  dan 
tsedert  dat  den  Mattaram  sich  heeft  laeten  verluijeu  dat  Batavia 


Digitized  by 


Google 


wederomme  wilde  beoorlogen,  hebben  die  van  Bantam  vry  wat  bly- 
der  ende  liberaelder  mijne  getoont  ende  toegestaen  dat  haere  onder* 
daenen  hnnne  provisien  gelyck  voor  desen  op  Batavia  hebben  mogen 
brengen  ende  haren  handel  vry  ende  onbecommert  exerceren;  dien- 
volgende  heeft  onsen  gemelten  resident  tot  Bantam  soo  nn  als  dan 
van  de  Chinesen  tot  een  verdraechlycke  pryse  opgecocht  ende  ons 
snecessive  nae  den  anderen  met  ons  convoy  jacht  toegesonden  129 
picol  peper  ende  5214^  picol  witte  poeyer  suycker  gaende  tegenwoor- 
dich  onder  meerder  parthije  naer  Suratta  ende  Persia. 
Omme  te  intercipieren  enz 


XXX.  De  Qouvemeur-Generael  Hendrik  Bronwer  en 
Rade  van  Indie  aan  de  Bewindhebbers  der 
Gen.  O.  I.  Comp.  (Heeren  XVII). 

(In  het  schip  Wesel)  25  Dec.  (Kersdag)  1633. 

Met  de  schepen,  enz 

Naer  dat  ons  op  den  16  Julio  door  seeckere  gecommitteerde  Ja* 
vanen  van  Tegal,  daervan  wy  in  onse  voorige  missive  hebben  ge- 
mentionneerd ,    trouloselyck    wederomme    ontvoert    waren   de   twee 

gevangene  Nederlanders soo  syn  alhier  op  den  18  Aagnsti 

passado  wederomme  met  twee  praeuwen  aengekomen  de  gemelte 
gecommitteerde  Javaenen  van  Tegal  ende  hebben  ons  den  voors. 
assistent  ende  gevangene  Nederlanders  neffens  noch  drie  vervoerde 
Javaenen  wederomme  teruggebracht,  presenterende  bovendien  aen 
ons  seeckere  drie  missiven,  die  sy  allegeerden  den  Coninck  Hat- 
taram ,  den  Tommogon  ofte  Gouvemeur  van  de  stadt  Mattaram  ende 
den  Tommogon  van  Tegal  aen  ons  geschreven  te  hebben,  waerby 
deselve  niet  alleenlyck'  vercleynen  ende  verschoonen  de  fanlten  by 
den  gemelten  Tommogon  van  Tegal  in  *t  ontvoeren  van  de  voors. 
Nederlanders  begaen,  maer  ons  daerenboven  genouchsaem  den  vreede 
aenbieden  ende  wel  instantelyck  versoucken  dat  wy  metten  alder- 
eersten  een  expressen  gesant  naer  Tegal  souden  willen  afveerdigen , 
omme  met  de  voors.  Tommegons  van  de  stad  Mattaram,  by  haeren 
Coninck  daertoe  expresselyck  gecommitteert,  over  den  vreede  te  han- 
delen ende  een  eynde  van  den  oorloch  te  maecken 


Digitized  by 


Google 


20d 

Naedat  de  geseyde  geoommitteerde  den  tyt  v«n  vier  dagen  alhier 
vertoeft  ende  in  den  voors.  tyt  alle  goei  tractement  van  ons  genoten 
hadden,  hebben  wy  deselve  beleefdelyck  wederomme  gedimitteert 
en  op  haere  gedane  relatie  ende  medegebrachte  brieven,  niet  alleen 
mondeling  gedient;  maer  oock  by  onse  bgsondere  missiven  aen  hare 
principalen  geantwoort,  hoe  dat  wy  gesien  hebbende  de  groote  gene- 
gentheyt  van  den  Mattaram  tot  vrede,  oock  geeme  van  alle  hostile 
procednren  wilden  desisteren  ende  alle  affronten  ende  iiynrien  staende 
desen  oorloch  voorgevallen  vei^even  ende  vergeten;  dat  den  Sou- 
Bonhan  oft  Mattaram  met  ons  vreede  conde  hebben  ab  het  hem 
geliefde ,  alsoo  het  Syne  Maj^  onderdanen  van  nn  af  vry  stont  op 
Batavia  te  comen  handelen  ende  negotieren  ende  dat  deselve  alhier 
verschynende  niet  als  alle  beleeftheyt  ende  goet  tractament  ontfan* 
gen  sonde;  dat  wy  mede  wel  genegen  souden  syn  tot  een  besluyt 
ende  confirmatie  van  een  vaste  vreede  een  schip  met  een  expressen 
gesant  nae  Tegal  af  te  veerdigen,  dan  vermits  in  den  jare  1632 
door  Qneay  Deman,  Gouvernenr  van  Japara  24  Nederlanders  onder 
de  witte  vlagge  tronlooslyck  aengehaelt  ende  tegens  het  gebmyck 
van  alle  redelycke  natiën  tot  noch  toe  in  den  Mattaram  waeren  ge- 
bonden, hadden  alsnoch  daertoe  niet  connen  resolveren,  vreesende 
diergelycke  ongeval  wederomme  te  rescontreren ;  dat  Syne  Maj*  daer- 
omme  sonde  gelieven  van  syne  goede  genegentheyt  meerder  ver- 
seeckerheyt  te  geven,  ende  ons  met  den  eersten  toe  te  senden  de 
voors.  24  Nederlanders  by  den  Oonvemenr  van  Japara  als  boven 
aengehaelt,  als  wanneer  wy  met  des  te  meerder  gemstheyt  een 
gesant  aen  den  Tommagon  van  Tegal  afsenden  ende  den  Mattaram 
in  alles  goet  contentement  doen  sonden 

'Tsedert  hebben  wy  met  groot  verlangen  het  vervolch  van  dese 
besendinge  tegemoet  gesien  tot  op  den  25  October,  als  wanneer 
deselve  gecommitteerde  by  den  Tommagon  van  Tegal  met  18  praen- 
wen  afgesonden  alleenlyck  met  8  stncx  van  die  alhier  verschenen, 
ende  onder  witte  vlagge  wel  stontelyck  aengecomen  syn,  laetende 
de  resterende  tien  praenwen  (wy  en  connen  niet  bedencken  om  wat 
redenen)  omtrent  den  hoeck  van  Carwan  ^  achter  de  hant  liggen. 

Wy  hadden  juist  ter  selver  tyde  in  het  vaerwater  een  macht  van 


1.    Kr»  wang. 

T.  W 

Digitized  by  VjOOQ IC 


210 

10  k  12  stacz  clejn  vaertnjch  ontrent  den  honck  van  Carwan  op 
het  verwachte  Bantamse  vaertnygh  van  Amboina  en  Ceram  crajs- 
sende,  dewelcke  van  dese  besendinge  van  Tegal  off  gelegentheyt 
van  de  voors.  Mattaramse  praenwen  noch  geen  advys  of  tydinge 
becomen  hebbende,  op  den  27^  October  acht  derselver  by  abnys  als 

viand  besprongen  ende    •    .    .    .    aengetast  hebben 

....  Ende  alhoewel  wy  wel  verhoopt  hadden,  dat  den  Matta- 
ram  tot  een  wis  teycken  van  syne  goede  meeninge  ende  genegent- 
heyt  tot  vrede  ons  de  24  Nederlanders  by  den  Gonvemenr  van 
Japara  onder  schyn  van  vrede  aengehaelt,  sonde  toegesonden  heb- 
ben, soo  en  hebben  echter  de  voors.  gecommitteerden  ons  niet  anders 
toegebracht  als  een  missive  van  den  Coninck  de  Mattaram,  een  van 
den  Tommogon  van  de  stadt  Mattaram  Dann  Paya  ^  genaempt  ende 
een  van  den  Tommogon  van  Tegal,  waerby  deselvc  iterativelyck 
ende  instantelyck  versoncken,  dat  wy  doch  tot  een  beslnyt  van 
vreede,  onsen  expressen  gesant  nae  Tegal  souden  willen  afvaerdigen 
ende  besendinge  aen  den  Coninck  Sonsonhan  ofte  Mattaram  doen, 
beloovende  voorders  dat  in  snlcken  cas,  alle  de  gevangene  Neder- 
landers, die  tot  dien  fine  in  seecker  dorp  al  by  den  anderen  gebracht 
waren,  aen  gemelten  onsen  gesant  sonden  integreren  ende  ter  hant  stellen. 
Ten  aensien  wy  niet  en  connen  bevroeden,  dat  de  Mattaram  de 
saecke  ten  rechten  meenende  hem  oyt  soodanich  vernederen  ende 
van  syn  groeten  hoochmoet  remitteren  sal,  dat  hy,  dien  wy  weten 
ons  onversoenlyck  te  haeten  ende  (ons)  soo  despect  ende  veracht  te 
honden,  ons  soo  liberalyck  aensoncken  ende  ons  den  vreede  presen- 
terensonde, soo  hebben  wy  ons  vastelyck  ingebeelt,  dat  dese  instantie 
van  vreede  niet  uyt  een  vreedlievend  gemoet  is  hercomende;  maer 
op  d'een  of  d'ander  bedroch  siet,  want  behalve  dat  wy  niet  en 
twyffelen  ofte  voors.  24  gevangenen  Nederlanders  souden  ons  ander- 

sins  wel  toegesonden  syn oock  heeft  ons  de 

ervaerentheyt  geleert,  dat  alle  de  entreprinsen  ende  attentaten,  die 
den  Mattaram  oyt  op  ons  aengeleyt  heeft ,  in  tyde  ende  onder  schyn 
van  vrede  voorgecomen  syn,  waerover  wy  goetgevonden  hebben  dese 
saecke  noch  wat  in  te  sien  ende  voor  een  wyle  tyts  op  syn  beloop 
te  laten 


1.     Daaoe  Pojo,  volgens  Winter,  nitmantende  glans. 

/Google 


Digitized  by  ^ 


211 

(Bantam).    Ons  yaertaych  dat  dagelycx  tot  bevrydinge  van  de 
roTieren  Ansiol  ende  Ancké  nytgesonden  wort  ende  last  heeft;  om 
alle  het  vreemt  vaertaych  in  deselve  te  vinden,  sonder  aensien  van 
vnmt  of  viand  aen  te  tasten,  hadde  op  den  8^  Septemb.  seeckere 
Javaensche  praeawen  in  de  voors.  reviere  van  Ansiol  gerescontreert, 
een   van  dito  praenwen  volck  dootgeschoten   ende   twee   dootlyck 
gequetst,  brengende  voorts  de  voors.  praenw  tot  Batavia  binnen, 
alsoo  tegens  het  expres  verbot  ende  iterative  waerschonwinge  aen 
die  van  Bantam  gedaen,  de  geseyde  revier  was  ingeloopen,  onge- 
twyfelt  omme  aldaer  eenige  onser  burgers  slaven  ende  lyfeygenen 
te  overvallen  ende  te  vervoeren,  soo  dagelycx  meer  dan  te  veel  is 
geschiedende,  tot  groote  schaede  van  onse  burgerye.    Ten  anderen 
heeft  het  schip  Nassonw,  leggende  omtrent  den  honck  van  Cariwan 
op  de  wacht  tot  bevrydinge  van  het  vaerwater  daeromtrent  ende 
tot  eene  retraite  ofte  toevlucht  van  het  vaertuych  dat  op  Batavia 
begeert  te  comen  ende  door  des  Mattarams   cmyssende  praeawen 
sonden  mogen  vervolcht  ende  naergejaecht  werden,  op  den  16^  Octo- 
ber  voorl.  aengehaelt  ende  nae  Batavia  opgesonden ,  seeckere  balouw 
van  Bantam,  gelaeden  met  53  picol  massey,  partye  Ceramse  doo- 
sen,   3^  picol   notenmnscaten   in  den  dop,   20  ponden  fouly  ende 
eenige  saga,  ende  alsoo  wy  alhier  naer  examinatie  ende  ondersoeck 
van  saecken  bevonden,  voors.  balouw  directelyck  gecomen  te  syn 
van  Geram,  Ceram-Laut,  ende  Gk)ram,  alwaer  wy  geen  Macassaren , 
Halegers,  Javanen  ofte  eenige  andere  Indische  natiën  connen   oft 
mogen  admitteren ,  hebbende  alleenlyck  om  voors.  vremdelingen  van 
daer  te  diverteren  van  jaer  op  jaer  soo  grooten  macht  van  volck 
naer  Amboina  versonden  ende  soo  swaere  tochten  by  der  hant  geno- 
men, mitsgaders  sooveele  joncken,  dorpen  ende  nagelbossen  vernielt 
ende  gedestrueert,  soo  hebben  wy  de  voors.  balouw  ende  ingeladen 
coopmanschappen  met  goede  redenen  voor  goeden  buyt  verclaert 
ende  de  17  Javanen,  daer  dito  balouw  mede  gemant  was,  in  de 
ketting  geslagen. 

Ende  alhoewel  die  van  Bantam  voors.  vaertuich  door  haeren 
expressen  gesant,  op  den  26  Oct.  alhier  aengecomen,  gereclameert 
ende  daerenboven  onsen  commissaris  tot  Bantam  hebben  aengedient, 
dat  de  voors.  proceduyren  aireede  groote  commotie  onder  den  gemee- 
nen  man  hadden  gecauseert  ende  wellicht  de  vruntschap  ende  goede 

Digitized  by  VjOOQ IC 


correspondentie,  die  een  gemymen  tyt  herwaerts  tnsschen  Bantam 
ende  Batavia  is  onderhouden  geweest  niet  en  sonde  venneerder^i , 
soo  en  hebben  wy  echter  om  geen  tweede  Macassar  oen  te  queecken^ 
dito  Bantams  vaertuyeh  aengehoaden,  enz 

Hierover  syn  die  van  Bantam  soo  onlostich  geworden  ende  hebben 
haer  soodanig  tegen  ons  ontset,  de  geveynsde  vmnden   ^   daertoe 

aenhitsende,  dat  sy  terstont  alle  haer  visschers 

opontboden  ende  onsen  Coopman  ende  Commissaris  ^  tot  Bantam  reH- 
derende  mei  synen  ommeslach  ende  familie  schandelyck  gesequestreert 
ende  op  den  13^  Nov.  omtrent  den  hoeck  van  Ontong  Java  seven 
steenhaelende  praenwen  van  Batavia  overvallen  ende  aengehaelt  heb- 
ben, enz.  ' 

De  permissie  door  UEd.  toegestaen  om  getronde  personen  naer 
't  vaderland  te  laten  keeren,  al  waer  't  saecke  dat  den  verbonden 
tyt  der  vrouwen  niet  en  ware  geëxpireert,  heeft  met  de  vloote  van 
den  heere  Specx  van  hier  doen  vertrecken  23  huysgesinnen ,  met 
dese  drie  schepen  gaen  nu  oock  mede  24  getronde;  aen  verscheyde 
hebben  geen  permissie  gegeven  om  deselve  schepen  niet  te  seer  te 

belemmeren, wy  meenen  dat  UE.  wel  mogen  ver- 

seeckert  wesenj  (dat)  onse  colonien  door  de  Neerlandse  vrouwen  niet 
en  sal  connen  comen  tot  de  gewenschte  vergrootinge^  alsoo  deselve  te 
seer  genegen  «yn,  om  nae  Nederland  te  keer  en  j  insonderheyt  degeency 
die  hier  middeloos  gecomen  synde  wat  geconquesteerd  hebben,    .    •     • 

(Voor)  onse  burgeren  staet  open  het  vaerwater  naer  Banda  en  de 
Amboina,  item  naer  alle  plaetsen  op  Java  ende  Bomeo,  van  waer 
alle  vreemdelingen  hier  mogen  comen ;  doch  de  Chinesen  syn  de 
Nederlanders  te  gaeuw,  om  dese  hieromtrent  gelegen  plaetsen  te 
bevaeren,  alsoo  habylder  syn  als  d^onse  om  haer  als  cleene  cratners 


1.  De  EngeUchen. 

2.  Pieter  Franssen. 

8.  Bl^kens  mtgaand  briefb.  der  Hooge  Regering,  hadden  60.  en  Raden  reeds  op 
4  NoY.  1633  b(j  plakkaat  de  vaart  en  den  haudel  der  ingezetenen  van  Batavia  op 
Bantam  verboden.  Sedert  die  dagteekening  brak  dns  de  oorlog  weder  uit  en  werden 
verschillende  togten  uit  Batavia  tegen  Bantam  ondernomen,  o.  a.  tegen  Tanahara  en 
tegen  eenige  dorpen  op  de  kust  der  Lampongs;  zelfs  Bantam  werd  door  de  Neder- 
landers zwaar  beschoten ;  doch  ook  de  Bantamsche  zeelieden  behaalden  door  verrassing 
en  overrompeling,  van  tyd  tot  tyd  niet  onbelangr^ke  voordeden  op  de  schepen  der 
Compagnie.  ^ 


Digitized  by 


Google 


213 

te  emeeren Nademael  al  Uw  E. 

swaere  lasten  uyt  de  commercie  moeten  werden  getrocken  soo  sien  wy 
voor  de  hant  niet,  wat  traffycque  wy  ter  zee,  deselve  onse Neerlandse 
imrgeren  souden  connen  toestaen,  die  U  E.  negotie  niet  grootelycx  soude 

incommoderen Dnbbele  reysen  to  doen  connen 

aen  deselve  vooralsnoch  sonder  UE.  naerder  advys  ende  ordre  niet 
toestaen,  als  te  weten:  van  Batavia  op  Coromandel  om  cleeden  te 
coopen  ende  die  van  daer  te  vervoeren  ende  te  vertieren  naer  Bengala , 
Tanassery  ofte  Pegn  om  jegens  rys  ofte  snyekeren  over  te  setten 
ende  daermede  op  Batavia  te  keeren;  van  Batavia  naer  Coromandel 
ten  selven  eynde,  ende  van  daer  naer  Achin  om  met  peper  ende 
andere  effecten  op  Batavia  te  keeren;  van  Batavia  op  Coromandel 
ten  selven  fine,  ende  van  daer  naer  Patane,  Ligor,  Bordeion  ende 
Siam,  om  met  peper,  rys  ofte  sappanhont  op  Batavia  te  keeren ^ 
ende  by  gelegentheyt  van  openinge  des  Chinesen  handels  van  Batavia 

directelyckeu  naer  Tayouan soodanige  ende  dier- 

gelycke  dubbele  reysen  souden  de  ongelden  van  de  eqnipagien  connen 
supporteren ,  ende  de  generale  Comp.  in  de  negotie  niet  schadelyck 
syn,  ende  als  UE.  ons  souden  gelieven  te  ordineren  deselve  alsoo 
te  mogen  laeten  doen,  soo  wenschen  wy,  dat  het  mochte geschieden 
aen  Nederlanderen  getrout  met  Indische  vrouwen ,  die  hun  hier  neder- 
settende,  geresolveert  mochten  wesen  om  gestadich  UE.  Colonie  by 
te  blyven,  alsoo  de  getroude  met  Nederlantsche  vrouwen,  maer 
souden  soucken  de  voordeden  te  trecken  om  capitael  te  amasseren 
ende  daermede  naer  Neerland  te  keeren,  waervan  voorg.  exempelen 

UE.  ende  ons  meer  dan  te  veel  bewys  syn  gevende 

Wy  hebben  hier  menichmael  gedelibereert  ofte  het  niet  geraed- 
saempst  soude  wesen  het  trouwen  met  Nederl.  vrouvolck  aen  geen 
Comps.  dienaers  toe  te  staen,  alsoo  dese  meest  allemaecken,  dat  de 
mans  veel  behoeven  ende  alsdan  gagie  ende  randsoen  niet  genoech 
can  strecken,   moet  het  uyt  de  lengte  ofte  breedte  gehaelt  worden, 

d'ongetroude  connen  oock  met  meerder  gerustheyt  op 

tochten  gebruycken,  soo  't  scheeps  naer  Malacca  ende  elders 

alsoo  sommige  eenigen  tyt  van  haer  vrouwen  afgeweest  synde  met 
geen  blyde  wedercompste  vergaderen  connen,  doordien,  Godt  beter't 

de  occasien  van  debauchen  hier  qualyck  nytroeyelyck  syn 

Onse  Chinese  burgerye  op  Batavia  continueert  noch  op  het  getal  van 


Digitized  by 


Google 


214 

ontrent  de  2300  coppen,  door  dewelcken  goeden  dienst  ende  nnt- 
ticheyt  getrocken  wert,  alsoo  ontrent  de  2000  derselven  maendlycx 
voor  hooftgelt  1^  reael  van  achten  opbrengen.  Deselve  syn  sonder- 
linge  yverich  in  allerhande  werken,  als  steen  ende  hout  te  haelen, 
graeven,  visschen,  tuynen,  saeijen,  winckel  houden,  bestiaelaenteelen, 
aracq  branden  ende  andersintsj  doch  syn  in  alles  soo  vol  bedrochs  dat 
in  't  minste  niet  syn  te  vertrouwen 

Om  het,  enz 


XXXT.  De  Oouvemeur-Qenerael  Hendrik  Brouwer  en 
Rade  van  Indie  aan  de  Bewindhebbers  der 
Gen,  O.  I.  Comp.  (Heeren  XVH.) 

Geschreven  te  Batavia,  27  December  1634. 
Gesloten  op  het  schip  Utrecht,  8  January  1636. 

Onze  jonghste,  enz : 

Den  oorloge  tusschén  ons  en  Bantam  blyft  noch  continueren ;  naer 
den  ontvangh  van  UEd.  jongste  ordre  hebben  wy  getracht  met  alle 
redelycke  middelen  tot  den  vreede  te  geraecken  ende  'tsederi;  het 
vertreck  van  den  heere  Vlack  hebben  wy  van  alle  hostile  proceduyren 
gedesisteert;  maer  de  stoockingen  en  aenhitsingen  van  de  misgunders 
onses  welstants,  hebben  't  vervolch  van  den  oorloge  dapper  gevoegt 
Interim  in  September  ende  October  begon  hier  somtyts  een  cleyn 
vliegertjen  ofte  vaertuych  van  Bantam  met  groente  te  comen,  die 
alle  liberteyt  hebben  laeten  genieten,  sulcx  dat  onse  gemeente  ver- 
moededen den  vreede  volgen  soude,  maer  den  opgehitsten  wraeck- 
gierigen  ende  bloetdorstigen  Javaensen  geest  heeft  ons  getracht 
daerdoor  in  slaep  te  wiegen  ende  op  het  begin  onser  gemstheyt 
hebben  den  10^  November  met  twee  haerer  Tingans  twee  van  de 
onse,  die  tot  verseeckeringe  onser  visscheren  ende  houthaelders  dage- 
lyckx  uytvoeren,  gemant  synde  ider  met  seven  musquetiers,  een 
cleene  yseren  ba^en  ende  ses  matrosen,  schielycken  overvallen, 
naeckende  de  selve  onder  een  vreedevaen  ende  werpende  inde  eene 
in't  abordeeren  een  vierpot,  ende  daerop  de  piecken  vellende,  soo 


Digitized  by 


Google 


215 

ajü  d'onse  alle  op  een  syde  gevallen,  haer  Tingan  in  de  gront  ge- 
bracht ende  soo  voort  over  boort  gesprongen,  daerop  de  Bantammers 
met  haere  spietsen  aen  't  moorden  trocken.  Ons  andere  Tingan  in 
plaets  van  syn  macker  te  helpen,  is  sonder  schoot  te  schieten  door- 
gegaen,  latende  als  schelmen  haere  companjons  voor  haere  oogen 
(nnbrengen,  daerover  deselve  in  apprehentie  lieten  nemen,  om  by 
exemplaire  straffe  soodanige  disconragie  wech  te  neemen  Maertwee 
dagen  daemaer,  te  weeten  den  12^  passato  (November)  is  het 
noch  slordiger  nytgevallen,  want  nytgesonden  hebbende,  ten  eynde 
als  vooren,  vier  welgemande  gelycke  Tingans  onder  commande  van 
den  vendrich  Oabriel  Patry,  die  mede  sonden  soecken  naer  de  ver- 
moorde menschen  ende  verdroncken  Tingan,  soo  syn  se  overvallen 
by  het  eylandeken  gelegen  voor  de  kreecke  van  Ontongh  Java's 

revier,  van  19  Bantamse  praenwen,  enz. 

Soodat  in  dit  droevigh  ende  ellendich  ongeval  twee  en  vyftich 
menschen j  daeronder  seven  gevangen,  verlooren  hebben,  met  soo 
groote  schande  door  cleynmoet  des  vaendrichs  ende  voordere  dis- 
conragie, als  ons  noch  .oyt  over  is  gecomen.  Het  sal  ons  naer  desen 
aen  revengie  niet  manqneren ,  maer  voor  dees  tyt  can  't  niet  geschieden. 


Met  den  Mattaram  blyven  wy  noch  al  in  voorgaende  termen.  Het 
blyckt  dat  hy  van  syn  aengenomen  impressien  van  der  Portngysen 
assistentie,  die  hem  groote  hnlpe  hebben  belooft  om  Batavia  te  ver- 
meesteren noch  niet  can  afstaen,  t'is  seecker  dat  den  viserey  van 
Goa  hem  twee  jaeren  achter  een,  neffens  een  statige  ambassade 
merckelycke  vereeringe  heeft  toegesonden,  denckende  ons  daerdoor 
sooveel  werckx  te  geven,  dat  wy  hem  ende  den  synen  te  minder 
mochten  besoecken,  maer  aen  de  effecten  snllen  sy  het  contrary 
gevoelen,  want  des  Mattarams  oorloge  gedyt  geheelycken  tot  Batavia's 
verseeckeringe ,  alsoo  nn  binnen  onse  mnyren  ende  heyningen  de 
gronden  met  graven  beginnen  te  hoogen,  te  bewoonen  ende  te  be. 
planten,  meer  als  oyt  voor  desen,  want  de  voorleden  vreede  het 
volck  op  de  bnyten  hooge  gronden  te  seer  aenlockte ;  door  den  oorloge 
contribueren  de  Chineesen  des  te  gewilliger  ende  te  ongevoelycker 
tot  de  fortificatien,  de  binnengronden  worden  in  meerder  extime 
gebonden  ende  nyt  de  waerde  ende  vercoop  van  veelederselver,  die 


Digitized  by 


Google 


216 

noch  niet  weohgegeven  syn  ende  nu  nyt  moerasch  allepskens  op* 
maecken  door  het  graven  van  grachten,  waerdoor  beqnaem  werden 
tot  thnynen  en  wooningen,  verhoopende  de  resterende  mede  hooch 
te  maecken,  ende  daer  voor  ons  aencomste  Tygers,  Caijmans  ende 
Legnanen  plegen  te  houden,  dat  daer  thnynen,  hoven  ende  bogaerden 
comen  snllen,  doch  allenskens  ende  niet  te  haestich,  de  beginselen 
syn  treffeiycken  ende  soo  ons  vyff  ofte  ses  Chinese  joncken  toecomen, 
800  ons  van  Tayonan  wort  aengeschreven ,  soo  sal  't  noch  mercke- 
lycken  beteren,  waerop  in  tyts  by  noorden  Banca  sullen  moeten  laeten 
cruyssen ,  opdat  se  door  de  Bantammers  ende  haere  vmnden  niet  aen- 
gehaelt  en  werden,  daervan  wy  geruchten  hooren,  dat  se  daerop 
meenen  te  passen.  T'is  seecker  dat  den  Mattaram  wys  gemaect  is, 
600  hy  syn  landt  eenige  jaren  voor  ons  gesloten  hielt  en  dat  ons 
geen  rys  toevoeren  liet,  dat  wy  dan  Java  souden  moeten  verlaten. 
Hy  heeft  selve  nu  by  de  ses  jaren  gecontinueert  en  alsoo  nu  het 
contrary  begint  wys  te  worden,  soo  schynt  dat  den  toevoer  als  door 

de  vingeren  siende  toegelaten  wert 

Naer  den  ontvangh  van  DEd.  jongste  ordre,  daer  by  ÜE.  gebieden, 
dat  wy  toonen  sullen,  de  minste  te  willen  wesen,  hebben  verschey- 
den  maelen  gedelibereert  om  eenige  beseyndinge  aen  gem.  Mattaram 
te  doen  en  eyndelyck  geresolveert  den  17^  October,  om  de  Heere 
Jan  van  Brouckum  met  het  schip  Prins  Willem  naer  Tegal  te  seynden , 
met  een  statige  schenckagie ,  waerdich  naer  ons  incoop,  tweehondert 
en  't  sestich  realen,  eene  beleefde  missive  en  daer  nevens  noch  eene 
aen  den  Tegalsen  Tommogon  met  een  matige  vereeringe,  doch  met 
ordre  niet  aen  lant  te  gaen,  ten  aensien  van  de  perfidieusheyt  ge- 

pleecht  A*".  1632,  door  den  Laxamana  van  Japara 

Insonderheyt  hadden  wy  belast  dat  gem.  Heere  Brouckem  in  dis- 
coursen sonde  verhaeleh,  dat  wy  den  Mattaram  houden  voor  den 
rechten  keyser  van  gansch  Java  en  dat  wy  wel  genegen  syn,  om 
aen  Syne  Majt.  jaerlicx  eenige  cortesye  de  doen,  voor  dat  wy  op 
syn  lant  onse  residentie  genomen  hebben,  presenteerden  oock  met 
alle  beleeftheit  onse  gevangenen  te  randsoeneren  ende  souden  een 
vrygeleyde  voor  degeene ,  die  den  gem.  Tommagon  herwaerts  soude 
willen  seynden  tot  naerdere  communicatie.  Wy  meenen  seeckerl. 
datter  eerlange  yemant  comen  sal,  wanneer  wy  van  onser  syde  con- 
tribueren sullen,  alles  wat  tot  vreede  sal  connen  gedyen  en  eenichsints 


Digitized  by 


Google 


217 

met  reedenen  Bal  connen  worden  becleet,  soo  UE.  te  gyner  tyt  sal 
worden  geadviseert,  doch  der  Javanen  lancksaemheyt  ia  extreem 
groot  en  met  te  veel  aen  te  porren  sonden  het  werck  verderven, 
het  nytwachten  en  ons  in  posture  te  stellen  dat  syn  toevoer  missen 
mogen  en  dat  te  doen  hlycken  aen  de  synen  als  die  hier  comen, 
honden  wy  voor  't  geraetsaemste  ende  seeckerste  als  den  tyt  sal 
openbaren. 

Wel  ten  rechten  mogen  ÜEd.  seggen  dat  de  Gomp.  met  het  coste- 
lyke  Batavia  swaerlyck  beset  is,  het  begrypen  derselver  plaetse  is 
niet  met  behoorlycke  omsichticheyt  geschiet,  want  ons  vergrootingen 
alhier  den  Mattaram  en  Bantam  te  onverdraechlyker  valt,  dit  was 
het  insicht  daer  op  de  heeren  17"^  tot  Zeelant  in  angusto  1617  op 
't  voorstel  van  UE.  confrater  Hendrick  Brouwer  resolveerden  den 
Suydoosthoeck  van  Banca  tot  de  rendexvous  te  recommandeeren,  dat 
daemaer  by  andere  heeren  gerejecteert  wiert.  Alle  die  in  Indien 
syn,  houden  't  nu  als  men  't  voorstelt  voor  de  allergewenschte  gele- 
gentheyt,  die  men  sonde  connen  daertoe  hebben.  Daer  is  schoone 
reede,  versch  water,  hooch  ende  leech  lant,  overal  is  goede  ancker- 
gront,  op  't  eylant  is  niet  een  machtich  heer,  maer  daerop  woonen 
verscheyden  cleene  Coninxkens ;  geen  vyant  sonde,  ons  daer  hebben 
connen  bycomen  als  te  waeter,  dat  hun  wel  ongelegen  sonde  wesen, 
alsoo  ons  beste  macht  ter  zee  bestaet,  meenichte  van  dorpen  sonde 
men  in  't  lant  hebben  connen  stellen,  want  het  ons  aen  toeloop  niet 
en  sonde  hebben  gemancqneert.  Tot  de  aencomste  van  Chinees 
vaertaijgh  isset  sonderlinge  wel  gelegen,  het  acces  daertoe,  soo  wel 
in  't  oosten  als  westelycke  monsson  is  door  de  Straet  van  Snnda 
voor  de  aencomende  vaderlantsche  schepen  soowel  gelegen  om  spoe- 
dich  beseylt  te  werden,  als  sel&  Batavia  is,  de  vlackte  is  daer 
minder  en  men  can  met  groote  schepen  naerder  als  hier  aen  de 
wal  comen,  het  aertryck  is  fertyl,  ende  daer  syn  verscheyde  be- 
qnaeme  plaetsen  dicht  by  den  anderen  gelegen,  de  gronden  hebben 
8oet  waeter  dicht  aen  zee,  dat  alhier  contrary  is,  doordien  onse 
vlackten  met  het  slip  der  nytwaeterende  rivieren  nytter  zee  aenge- 
groeyt  syn,  waerdoor  de  gront  hoe  dieper  hoe  bracker  is,  sulckx 
dat  in  't  casteel  ons  gegraven  vijff  pntten ,  daervan  eenen  wel  twin- 
tich  voet  diep  is,  alle  brack  syn.  Verscheyde  milioenen  sonde  het 
de  Comp«  geproffiteert  hebben,  dat  men  Banca  voor  Batavia  hadde 


Digitized  by 


Google 


318 

gecoren;  maer  't  is  nn  te  spaede,  want  de  plaetse  is  begreepen, 
hierom  woelen  wy  gestadich,  om  door  alle  mogelycke  ende  be- 
denckelyck^  middelen  ü£.  Batavia  oncostelyck  te  maecken  enz.  ^. 

Het  voorstel  dat  üEd.  doen  om  den  burgeren  de  cleden  te  leve- 
ren in  't  gros  tot  redelycken  prys,  opdat  se  die  weder  by  cleene 
partyen  ofte  by  stneken  sonden  mogen  oversetten  oflie  vervoeren , 
bnyten  (i.  e.  uitgezonderd)  Moluco,  Amboina  en  Banda,  is  haer 
menichmael  aengebod^n,  doch  niemant  can  sich  daer  naer  voegen , 
oock  syn  haer  de  Chinesen  te  sneedichy  te  myukhj  te  gauw  ende 
te  actyffj  soodatt  al  ons  Nederlanders  moeten  bekennen ,  dat  se  nevens 
deselve  niet  handelen  connen^  die  iets  wat  hebben  connen  haer  niet 
voegen  om  te  boeken  voor  een  cleen^'en  en  die  niets  hebben  stellen 
't  aen  't  tappen  ofite  dieigelycken.  Niemant  voecht  sich  tot  aen- 
nemen  van  wercken,  in  graven  ofte  leveriuge  van  materialen  als 
hout,  calck  ofte  steen.   Het  syn  al  Chineesen,  die  solcx  practiseeren 

1.  De  bliefiwhryTer  gaat  na  OTor  tot  wQdloopige  becfjferingeii,  waarin  hg  nagaat 
hoeveel  Batavia  in  de  laatite  jaren  heeft  gekost  en  tot  de  ilotsom  komt,  dat  h^  er 
thans  in  geslaagd  is  om  Batavia  iets  meer  te  doen  opbrengen,  dan  het  aan  onkosten 
vordert.  O.  a.  biykt  uit  die  bec^feringen,  dat  in  de  drie  jaren  van  de  regering 
van  den  6.-6.  Specx,  Batavia's  ongelden  bedroegen  i 

van  September  A*.  1629^September  1630 fjL  1075788 :    7 :   2. 

en      -r  •  •     1630—       •  1631 1258822:    2:    4. 

ea     0  0  0    1631—      »  1632 »     936293:  — :  14. 

Somma  over  de  drie  jaren    .    .    .    gl.  3270903 :  10 :   4. 
Na  het  vertrek  van  den  heer  Speox ,  onder  het  bestunr  van  H.  Brouwer,  bedroegen 
de  ongelden  van  Batavia: 

Van  September  1632— September  1633 ±  gL  793871 :  — :  — . 

daarentegen  bedroegen  de  belastingen »    700443 :  — :  — . 

Zoodat  dit  jaar  Batavia  meer  kostte  dan  opbragt    .    .    .    .  gL    93428 :  — :  — . 
Doch  van  September  1633— September  1634  bedroegen  Bata- 
via's ongelden  etc gl.  637021:17:   4. 

maar  de  inkomsten  en  winsten  op  de  negotie.    .    .    .    .   db  •   676115: 18:    5. 

Zoodat  toen  voor  h^  eerst  de  boeken  voor  Batavia  een  avans 
aantoonden  van C^    39094 :    1 :   1. 

In  dese  laatste  berekening  nam  66.  Brouwer  echter  niet  alleen  de  belastingen; 
maar  ook  de  winsten  in  de  negotie  behaald,  onder  de  inkomsten  op,  dat  geen  zuivere 
rekening  was ;  want  de  winsten  van  de  negotie  te  Batavia  behoorden  niet  op  de  boeken 
van  Batavia  alleen;  maar  beter  op  de  generale  boeken  gesteld  te  worden. 

In  verband  tot  deze  becijfering  gaat  Brouwer  in  z\jn  brief  vervolgens  over  tot 
beschonwingen  over  de  zoogenaamde  vr^burgers  en  de  Chinesen,  als  leden  der  kolonie 
te  Batavia. 


Digitized  by 


Google 


219 

ende  het  is  waerachtig,  dat  wy  sonder  die,  Batavia's  verseeckeringe 
ende  jegenwoordige  gestalte  niet  en  sonden  connen  hebben  uyt- 
wercken  in  meenichte  van  jaeren,  maer  door  deselve  raecken  wy 
ons  werck  allenskens  te  boven  ende  dat  snccessivelyck  en  met  extra- 
ordinary  verminderinghe  van  oosten,  soo  in  ons  voorgaende  is  aen- 
gewesen  ende  bovendien  contribneeren  se  maendelyckx  tot  Batavia's 
lasten  hooft  voor  hooft,  anderhalve  reael  van  achten,  dat  doorgaens 
over  de  twee  dnysent  realen  van  achten  ter  maent  bedraecht.  Voor 
•  hare  gepermitteerde  dobbelplaetse,  daer  se  in  vryheyt  by  ons  ge- 
meynteneert  werden,  betaelen  se  maendelyckx  673  realen  van  achten 
ende  hoe  wy  meer  Chineesen  becomen,  hoe  dit  incomen  meerder 
angmenteeren  saL 

Hiertegen  contribneeren  ons  Neerlantse  bnrgeren  niet  altoos,  alleen 
hebben  met  groote  traecheyt  in  alles  soo  voor  haer  persoenen,  als 
middelen,  hnys  ende  erven  desen  jaere  opgebracht,  twaelff  hondert 
realen  tot  het  slnyten  deaes  stats  aen  de  westsyde  met  een  reste- 
rende graft  te  graven,  een  plancke  schnttinge  te  omsingelen,  mits- 
gaders tot  de  twee  dycken  van  craelsteen,  daermede  de  rivier  tot 
schnyringe  gedwongen  is,  op  de  lanckte  van  over  de  450  vademen 
over  de  vlackte  in  zee,  waertoe  noch  dagelyckx  met  de  oude  sche- 
pen steen  aenbrengen,  om  hetselve  werck  bestendiger  te  maecken, 
verhopende  dat  ons  de  aenstaende  stroomen  door  den  regen  te  comen, 
gewenschte  diepten  toebrengen  snllen. 

Wy  vernemen  oock  snccessivelyck  meer  ende  meer  waerachtich  te 
syn,  tgeene  UE.  ons  voorsaeten  hebben  aengeschreven,  dat  veele 
deser  burgeren  het  soo  lieff  van  de  Comp.  sonden  neemen  als  van 
hare  vyanden,  soo  't  maer  in  haer  vermogen  waere,  dagelyckx 
comen  ons  voor,  prenven  van  heleryen  en  practiseringen  van  onbe- 
hoorlycke  baetsoeckentheyden,  soo  nyt  de  sententien  des  raets  van 
jnstitie  gesien  can  werden,  ende  blyven  wy  met  UE.  van  opinie, 
dat  het  planten  van  Neerlantse  colonien  in  Indien  niets  vruchtbaers 
sal  voortbrengen^  den  aengeboren  Nederlantschen  vryen  aert  can  soo 
strickten  exclt^sie  van  handelingen  ende  gelimiteerde  bepalingen  niet 
verdragen^  als  des  octroys  prerogativen  de  Comp.  geven ^  waerdoor  het 
lorrendrayen  noch  al  vry  wat  in  swangh  gaety  tot  voordeel  der  fis- 
caelen  als  daer  wel  op  letten,  hei  en  sal  ons  nimmermeer  verveelen 
daertegen  te  laeteu  waecken  volgens  artyckelbrieff,  placcaeten  ende 


Digitized  by 


Google 


220 

UK  andere  saccessiye  ordren;  doch  hiertoe  behooren  wy  van  UB.  g^- 
animeert  en  niet  gediscouragieert  te  werden,  soo  't  schynt  dat  UEd. 
gelieven  te  doen  met  te  seggen ,  hoe  UE.  ayttermate  vreemt  vinden , 
dat  de  alhier  gecomen  vryeluyden,  geresideert  hebbende  op  Choro- 
mandel  en  door  UwEd.  last  van  daer  ontboden,  door  ons  beswaert 
sonden  syn  met  dobbelen  thol.  enz. 


XXXn.  De  Gonvemenr-Generaal  Hendrik  Bronwer  en 
Rade  van  Indie  aan  de  Bewindhebbers  der 
Ctener.  Oost-Ind.  Comp.  (Heeren  XVII). 

Batavia,  4  Jannary  1636. 

Onse  jongste  hebben  wy  aan  UEd.  ses  dnbbeld  geschreven  den 

27«»  december  1634 't  zeedert  hebben  wy  naer 

ons  nyterste  vermogen  getraght  om  te  bewysen,  tgeene  wy  UEd. 
by  onse  gemelte  jongste  hebben  aengeschreven ,  hetwelcke  is,  dat 
wy  tot  de  vermeerderinghe  der  bevorderinghe  van  des  Comp»  beslen 
dienst  egeene  assistentie  altoos  hadden  verlooren  aen  de  van  hier 
vertrocken  persoonen,  die  onse  medehelpers  en  raden  syn  geweest,  ' 
maer  syn ,  den  Almaghtigen  hebbe  loff ,  door  den  genaedigen  ende 
overvioedigen  segen,  die  over  onsen  gestaedigen  ende  onverdiietigen 
arbeyt  heeft  gelieven  te  verleenen,  gecomen  tot  een  groot  gedeelte 
van  't  wit  onses  voornemens,  dat  is,  om  UEd.  toe'  te  seynden, 
cleene  brieven  y  goede  tydingeti  ende  groote  retouren 

Den  14^'^  Jnny  passato  arriveerde  hier,  Qodloff,  het  schip  Amster- 
dam, dat  geweest  is  het  eerste  Neederlandse  van  desen  jaere.  Te 
dier  tyde  was  de  Oenerael  bevangen  met  een  swaere  ende  vehe- 

mente  sieckte met  gemelte  Amsterdam  is 

ons  geworden  nevens  andere  papieren,  de  origineele  generaele  mis- 
sive der  Heeren  Seventhienen  aen  generael  en  raden  van  India  van 
dato  3  Sept  1634,  midtsgaders  de  particuliere  Missyve  derselver 


1.  IMt  it  yermoedel^k  eene  niet  b^xonder  wdwillende  zinspeliiig  op  J.  Specx  ca 
Ph.  Lucuz,  die  naar  Nederland  waren  vertrokken  en  met  Bronwer  weinig  o?ereeo- 
ttemming  hadden  gehad,  lo  September  1635  was  Fh.  Lacasz  eehter  weder  in  Indie 
teraggekoerd,  hetgeen  zeer  aan  de  Uooge  regering  miahaagde. 


Digitized  by 


Google 


221 

Heeren  aen  den  Oenentel  in  't  bysonder,  die  Syn  E.  ons  pnblycke* 
lycken  heeft  yoorgelesen  ende  daernae  den  21  Sept  met  den  E. 
Philips  Lncaesen,  die  van  21  April.  In  de  lectnren  ende  meditatien 
van  gemelte  generale  missyven  hebben  wy  claerL  connen  aenmercken 
dat  aen  UE.  veele  vreemde  ende  verkeerde  rapporten  syn  gédaen, 
in  haety  smaet,  wangonste  ende  verachtinge  van  de  Nederlands 
Indische  regieringe  der  voorleden  jaeren  drie  ende  vier  en  dertigh 
ende  dat  ÜE.  facyl  syn  geweest  in  't  aen  ende  opnemen  derselver; 
dogh  gelyck  UE.  doorgaens  van  de  continuatie  der  Indische  regie- 
ringhe  twee  saysoenen  oncondigh  blyven,  soo  snllen  DEd,  de  effec- 
ten ende  advysen  van  de  nyt  Indie  vertrocken  vloote  in  dec.  1634 
ende  jegenwoordighe  daer  aenwyaen,  hoe  qnaelycken  (JE.  hun  heb- 
ben laten  informeren. 

Oock  mede  dat,  hoe  den  Nederlandsen  wangonst,  over  de  jongst- 
gepasBeerde  driejaerige  Indise  regieringe  grooter  is  geweest,  hoe 
den  Almachtigen  UEd.  onder  het  gemelte  bestier  overvloediger  heeft 
gelieven  nyt  lentere  genade  te  segenen. 

Want  daer  men  te  vooren  in  lasten  heeft  versmoort  geseten  .  . 
800  datter  in  december  a^  1632  maer  overschooten  van  winsten  ende 
conqnesten  boven  de  ongelden ,  't  sedert  den  jaere  1613,  dat  de 
generaele  rekeningen  syn  geformeert  geworden,  dat  syn  in  negentien 
jaeren,  maer  drie  tonnen  gonts,  soo  heeft  men  in  dese  drie  jaeren 
van  33,  34  ende  (16)35  snyver  boven  alle  oncosten,  meest  door 
coophandel  geavanceert  3275000  guldens;  item  daer  men  alleen  in 
Batavia  in  de  jaeren  (16)30,  31  ende  32  heeft  gesupporteert  32  ton- 
nen gouts  aen  ongelden,  is  hetselve  in  dees  jongste  drie  jaeren  op 
20  tonnen  gouts  gebraght,  dat  12  tonnen  gouts  verscheelt,  niette- 
genstaende  in  dees  jongste  drie  jaeren  bynae  sooveele  wercken  syn 
gemaeckt  als  in  de  drie  naest  voorgaende,  immers  noodiger,  dienstiger 
ende  permanenter  soo  de  daet  ende  bewysen  doceren. 

Het  blyckt  oock  mede  datter  noyt,  soo  lange  de  Nederlanderen 
in  Oost-Indien  hebben  getraffiqueert,  soo  groote  retouren  drie  jaeren 
achter  malcanderen  naer  't  vaderlant  syn  gesonden  als  in  dese 
drie  jongste  ende  datter  oock  noyt  in  drie  aghtereenvolgende  jaeren 
deender  capitael  ende  cargasoenen  uyt  het  vaterlant  herwaerts  aen 
qm  gestiert,  naer  rato  de  a%escheepte  retouren  van  hier  derwaerts 
als  in  deselve,  blyvende  nogh  eghter  Indie  naer  eysch  van  saecken 


Digitized  by 


Google 


222 

soowel  van  capitael  voorsien,  als  oyt  voor  desen  ende  met  hoope 
om  saccesdve  ÜE.  nogh  grooter  retoaren  van  hier  af  te  connen 
seynden,  met  een  eysch  om  van  UEd.  te  becomen  10  ofte  12  tonnen 
gouts  minder  aen  contant  ende  coopmanschappen  als  aen  TFEd.  jaer- 
lycx  aen  retoaren  van  hier  verhopen  toe  te  senden,  waerdoor  onses 
oordeels  den  generael  Henrick  Brouwer  yegenwoordigh  van  hier 
vertreckt ,  overlaeden  met  eere  door  den  Segen  des  AUerhooghsten 
enz 

Wy  bemercken  nyt  UE.  generale  brieven  claerlyck,  dat  dns  groote 
tydingen  ende  effecten,  midtgaders  de  vaste  hoope  van  nogh  voor- 
derlycke  gevolgen  üEd.  seer  onverwaght  toecomen  sollen,  alsoo 
't  schynt  UE.  door  vreemde;  dogh  by  ÜE.  aengenomen  rapporten, 
van  spoedigh  groot  progres  in  des  Comp*  saecken  geen  goede  opinie 
conden  crygen,  door  ons  veel  overhoop  haelen  soo  ÜE.  dat  noemen  ^ 
losse  aengevangen  oorlogen  met  Bantam,  ende  Macassar  en  dugfa- 
tinge  van  daemyt  te  resnlteeren  moeyten,  maer  dat  snlcx  syn  ge- 
weest vreese  voor  schaduwen,  practycken  van  actionisten,  effecten 
van  wangnnstigen ,  vmghten  van  nydigen  ende  blycken  van  UEd. 
ongenegentheyt,  syn  nn  de  wercken  overvloedigh  getnyghende;  want 
wat  last  heeft  toch  de  Comp.  aengebraght  in  dees  jongste  drie  jaren, 
de  Bantamse,  Maccassaerse  ende  Mattaramse  oorloge,  dewyle  die 
van  onser  syde  maer  gevoedet  werden,  met  maghten,  die  bnyten 

die  exercitie  ledigh  souden  wesen,  enz 

comende  dan  weder  ter  materie,  enz 

Gemelte  E.  Putmans  is  sonderlinge  genegen  om  tot  verseeckeringe 
van  des  Comp.  staet  eene  Nederlantsche  colonie  (op  Tayouan)  te 

hebben ;  dit  heeft  wel  een  middelmatigen 

schyn ;  maer  als  des  Comps.  staet  en  de  gelegentheyt  wel  considereert , 
die  uyt  de  nutheyt  des  coophandels^  door  de  craghte  des  octroys  moeten 
treckeuj  middelen  om  te  prevaleren  tegens  den  maghtigsten  Coninck 
van  gansch  Europa  y  tegens  de  contramine  van  geveynsde  vrunden^ 
tegens  de  jalousye  van  Indiaense  vianden  ende  boven  allen  tselve^ 
eenige  redelicke  winsten  voor  desen  tot  soulaes  fiaerer  participanten; 
item  de  natuyrlyke  aengeboren  woeligen  aert  ende  genegentheyt  van 
onse  vry e  Nederlanderen  y  de  vrye  commercie  onses  staets^  de  loffelycke{?) 
vaderlantsche  genegentheyden  om  juyst  alle  tnisusen  niet  ten  hoogsten 
te  bestraffen  ende  menigvuldige  andere  consideratien  meer^  daeraffons 


Digitized  by 


Google 


Batavische  colonie  veele  dnghtingen  certificeren  enz.,  waervan  wel 
is  het  alder  considerabelste ,  dat  hun  het  meeste  deel  der  Nederlan- 
deren niet  en  connen  resolveren  in  Indien  neder  te  setten  om  daer 
hun  leven  te  eyndigen,  hoe  wel  het  haer  oock  m(^hte  gaen,  hetsy 
dan  door  inductie  haerer  Neerlandse  vrouwen,  de  ymaginatien  van 
hun  vorderingen,  om  in  UEd.  dienst  tot  hooge  qoaliteyten  tecomen, 
alsoo  yder  op  een  ander  ende  syn  meerder  siet,  hebhende  van  sigh- 
selven  een  groot  gevoelen,  ende  denckende  dat  hy  't  beter  sonde 
claeren,  als  eenige  door  UEd.  gunste  gefavoriseert,  soodat  de  vernuft- 
hebbenden  aspireren  om  spoedigh  wat  veel  te  conquesteeren  en  dan 
naer't  vaderlant  te  keeren,  hetsy  om  hun  daer  te  emeren  by  de 
spyse  haerer  opvoedinge,  ofte  om  met  voorderiycke  conditie  herwaerts 
te  retourneren.  De  min  geestige  emeren  haer  met  lorrendrayerye 
ende  aenhitsinge  van  UEd.  dienaren  tot  particulariteiten,  ende  de 
du&innigen  tappen  met  soo  slordige  neringe,  dat  onse  dagelyckse 
vememinge  hertgrondiglyck  bedroeft,  alsoo  se  niet  alleen  in  haer 
selven  den  Nederlantschen  luyster  verliesen,  maer  veroorsaecken  soo 
vele  ongeregeltheyt  in  de  nieuwe  aencomeUnghen,  dattet  ons  door- 
gaens  verdrietigh  maeckt,  te  meer  wy  uyt  het  vaderland  veele 
tughtelingen;  maer  seer  weynigh  tughtvaeders  becomende  syn.  Dese 
bedroefde  exempelen  van  onse  Batavise  colonie  onder  de  oogen  van 
UEd.  hoogste  regieringe  in  Indien  doen  ons  defideren  van  eenigh 
considerabel  goet  progres  door  deselve  in  des  Comps.  Indise  stant  te 

becomen,  enz 

Den  vreede  met  den  Mattaram  daemaer  UEd.  met  verlangen  ver- 
waghten,  can  by  ons  niet  gevoordert  worden,  dan  door  vigoureusen 
oorloge,  als  UEd.  nevens  het  oordeel  van  vreemde  rapporteurs  ge- 
liefde te  considereren  de  redenen,  die  den  Mattaram  in  den  oorloge 
yegens  ons  voeden  ende  by  ons  verscheyden  maelen  aen  UEd.  syn 
geschreven,  dat  is  om  te  comen  tot  de  Javaense  Monarchie  met 
Bantams  conqueste  ende  dan  plus  ultra  te  traghten,  waertoe  Span- 
jaerden,  Portugysen,  Engelsen  en  Deenen  hem  aenhitsen,  d'eeneuyt 
viantschap  en  d'ander  uyt  nyd,  UEd.  souden  beter  genoegen  aen 
ons  regieringe  hebben  ende  niet  beweeght  werden,  om  ons  van  te 
veel  over  hoop  haelens  te  beschuldigen  ende  insonderheyt  om  mis 
geen  lossinnigheyt te  imputeeren,  dat  termen  syn,  die  wy  van  UEd. 
niet  verwaght  en  hadden;  echter  soo  vooren  nogh  eens  is  geseght 


Digitized  by 


Google 


324 

wy  sullen  naer  vreede  traghten,  voor  sooveel  eenigfasins  tot  des 
Comps.  dienst,  minste  cleenaghtinge  ende  meeste  verseeckeringhe 
sal  connen  verstaen  worden  te  behooren  ende  vooral  in  consideratie 
honden  dat,  hoe  Cathago  aen  Rome  meerder  inmymde,  hoe  haeren 
staet  meerder  is  verswackt  geworden 

Batavia,  dat  sigh  tot  een  fiatavise  gedaente  begint  te  voegen  ende 
te  schicken ,  groeyende  ende  bloeyende  als  de  lelie  onder  de  doornen 
en  toenemende  in  spyt  van  haet  ende  nyd  haerer  grimmende  ge- 
bnyren,  begint  bemint  ende  gevreest  te  werden  van  de  bygelegen 
princen,  alleen  connen  door't  contramineren  van  openbare  vianden 
ende  geveynsde  vmnden,  de  Mataram  nogh  Bantam  haer  vermeer- 
deringe  niet  wel  verdragen 

De  goede  successen  willen  nogh  niet  volgen  in  de  negotie  van 
onse  Batavise  Neerlandse  borgerye ,  soodat  hunnen  handel  meer  de- 
clineert,  als  toeneemt 

De  autorisatie,  die  UE.  verleenen,  om  tot  extentie  des  handels 
van  gemelte  vrye  luyden  wat  te  mogen  dispenseren  van  de  placcaeten 
ten  regarde  van  plaetsen,  daer  de  Comp.  geen  negotie  is  doende , 
sullen  wy  menageerende  gebruycken,  als  de  maets  maer  gesint  syn 
om  wat  by  der  hant  te  nemen.  Maer  gelyck  wy  niet  laeten  te  be- 
soecken  alle  plaetsen,  daer  men  expectatie  hebbe  van  merckelyck 
voordeel  te  doen,  soo  connen  oock  gemelte  burgeren,  ten  aensien 
haere  toerustinge  costelyck  vallen,  niet  bestaen,  tensy  datse  ten 
minste  cent  per  cent  avanceren  mogen,  als  d'ervarentheyt  leert,  alsoo 
aen  al  hun  volck  meer  loon  en  cost  moeten  geven,  dan  de  Comp. 
doet,  ende  de  hoofden  sonder  wyn  ende  andere  provisien  nietvaereik 
en  connen ,  waerdoor  de  Chynesen,  die  suynigh  syn,  haer  verre  ver-  ' 
cloecken.  Jegenwoordigh  emeren  haer  veele  met  hun  geit  aen  de 
Chynesen  op  bodemerye  te  geven ,  naer  de  westcust ,  Bima ,  Sumbawa , 
Lumbeck,  Java,  Cambodja  ende  Quinam,  die  tusschen  de  30  ende 
50  per  cents  beloven,  ende  alsoo  apparrent  is,  dat  dese  vaerten  toe^ 
nemen  sullen,  sal  dit  middel  de  capitael  hebbende  persoenen  rede^ 
lycke  winsten  toebrengen « 

Het  misnoegen  dat  ÜE.  Hemen,  over  verscheyden  alhier  gewesen 
vonnissen,  heeft  ons  ende  de  raeden  van  justitie  sonderlinge  seer 
bedroeft,  die  nevens  ons  wenschen,  dat  de  particularisatie  derselver 
ende  de  gecommitteerde  erreuren  wat  aengewesen  waren,  om  in't 


Digitized  by 


Google 


225 

toecomende  daerop  aendaghtiger  te  letten.  Alsoo  de  generale  tennen, 
van  losse  onregfatmatige  ende  nnlle  procedoren,  item  van  onbillycke 
ende  onwettige  sententien  hard  vallen  voor  die  nog  rechteren  snllen 
moeten  blyven.  De  Instmctie  die  UE.  al  sl\  1632  hebben  belooft  te 
seynden  voor  gemelten  raed  van  justitie ,  is  nogh  niet  gecomen,  oock 
mede  niet  de  regtsgeleerde,  die  in  denselven  het  presidentsampt 
sonde  bedeeden 

Volgens  UE.  ordre  is  den  E.  Antonio  van  Diemen  den  eersten 
deses,  in't  generaele  Gonvemement  met  alle  goede  ordre  ende  de  be- 

hoorlycke  solempniteyten  geinvesteert Daegs  daeraen 

hebben  wy,  naer  de  Batavise  wyse,  gehouden  een  vast-  ende  bededagh, 
om  den  Heere  te  daneken  voor  alle  syne  menichvnldige  weldaden , 
aen  ons  bewesen,  als  om  te  bidden,  dat  de  alsnu  vertreekende  retonr- 
vlote  met  alle  die  daermede  vaeren,  behouden  gelieven  tegeleyden, 
ende  heden  vertreckt  de  Generael  Brouwer  van  Batavia  ter  schepe , 
om  in  den  naeme  des  Heeren  op  morgen  de  vaederlandse  reyse  aen 
te  vangen. 

Hiermede,  enz 


XXXin.  De  Gouvemeur-Oeneraal  Antonio  van  Diemen 
en  Rade  van  Indie  aan  de  Bewindhebbers 
der  Gen.  O.  I.  Comp.  (Heeren  XVH.). 

Batavia,  28  Dec.^  1636. 

Edele  Emtfeste,  enz 

Met  de  retourschepen  Amsterdam,  enz 

By  UEd.  Generaele  schryven  connen  genoechsaem  bespeuren  't 
misnoegen ,  dat  in  den  Bantamsen  oorloge  syt  hebbende  ende  dat  in 
hoope  blyft  geseyden  oorloge  by  vertreek  off  veranderinge  van  den 
Generael  ooek  in  vreede  sal  syn  verandert,  wy  bekennen  gaeme, 
dat  soodanige  prejuditie  in  desen  oorloge  niet  considereren  eonnen, 
als  UEd.  door  quade  informatie,  die  schynen  t'extimeren  ende  ver- 
daren  alsnoeh  deselve  voor  Batavia  en  dienvolgende  pr.  eonsequens 
de  Comp.  voorder  als  sehadelycker  te  syn;  met  Batavia's  opgangh 
volght  Bantams  ruyne,  't  contrarie  moet  tot  nadeel  van  Batavia's 
V.  A5 

Digitized  by  VjOOQ IC 


926 

progres  volgeiL  Wien  nn  meest  aen  den  vreede  gelegen  iSy  geven 
desnlcke  te  bedencken,  die  in  üEd.  Indischen  staet  enraren  syn  en 
yan  Bantams  gelegentheyt  kennisse  hebben;  dat  particulieren,  de 
horderen  en  siry  wat  dierder  als  ordinary  voor  desen  oorloch  be- 
taelen  moeten,  beho<Mrt  tegen  den  generalen  welstant  in  geen  eon- 
aideratie  te  comen  I 

UEd.  snllen  wjders  gelieven  te  verstaen ,  hoe  sich  de  saecken  't  sedert 
d'H^  Gleaerael  Brouwers  vertreck  tosschen  ons  en  Bantam  to^edragen 
hebben.  Alsoo  ons  tydelyk  in  febroario  en  meert  door  verscheyde 
geqoalificeerde  Ghineseni  aengedient  en  genoechsaem  verseeckert 
wierde  dat  die  van  Bantam  tot  vreede  inclineerden,  byaldien  maer 
aen  d'eere  mochten  blyven  ende  wy  een  persoon  derwaerts  wilden 
committeren,  omme  te  versoecken  dat  de  geresen  misverstanden , 
mochten  bygeleyt  ende  geassopieert  worden.  Allen  'tselve  enU£^« 
ordre,  die  seyt,  dat  alle  occasien  tot  vreede  dienen  waer  te  nemen, 
in  deliberatie  geleyt  synde  wiert  goetgevonden,  als  per  resolutie  van 
19  Meert  ps^.  met  Bommel  naer  Bantams  rheede  te  committeren  den 
ontfanger  gener.  Comelis  van  Maseyck  (nu)  zal',  metten  coopman 
Pieter  Soury,  en  een  ofte  twee  van  onse  voomaemste  Ghinesen  omme 
onder  suffisante  ostagiers  entrance  tot  Bantam  te  versoecken,  onse 
genegentheyt  tot  vreede  den  Goninck  ende  groeten  aldaer  aen  te 
dienen,  en  ons  van  des  Gonincx  voorstel  rapport  te  doen,  omme  alsoo 
in  naerder  onderhandelingh  te  mogen  comen, 

Uyt  't  rapport  van  den  ontfanger  Maseyck,  den  d^  April  van 
Bantams  rheede  gekeert,  verstonden  dat  de  pangoran  niet  hadde 
connen  resolveren,  hem  onder  de  versochte  ostagiers  entrance  tot 
Bantam  te  verleenen,  wilde  (hy)  aen  lant  coomen,  hymochte,  daer 
toe  geen  ordre  hadde. 

De  Ghinesen  Limlacco  ende  Cousangh,  van  hier  mede  naer  Bantam 
gevaren,  wierden  aen  landt  geroepen,  met  beyde  de  Goningen  en 
den  pangoran  öabangh  gesproocken  hebbende,  dienden  Masseyck 
aen  . '  •  •  •  dat  die  van  Bantam,  soo  met  haer  in  vreede  wilden 
comen,  gepretendeert  hadden: 

De  vrye  en  onbecommerde  vaert  in  de  quartieren  van  Geram, 
Amboina  ende  Banda; 

dat  wy  alle  natiën  en  vreemde  trafiycquanten  tot  Bantam  souden 
moeten  gedoogen  ende  deselve  niet  verhinderen; 


Digitized  by 


Google 


227 

ten  derden  ende  ten  laetsten  versochten  twee  stncken  groff  canon 

in  vergoedingh  van  twee in  't  schieten  op  't  Bchip 

'8  Hartogenbosch  gesprongen. 

By  naerder  commnnicatie  tnsschen  den  Goninck  ende  de  geseyde 
Cluneseny  hadden  die  van  Bantam  van  de  twee  eerste  articnlen  ge- 
desisteerty  persisterende  alleen,  soo  (wj)  vreede  begeerden  tot  de 
vergoedingh  der  twee  geseyde  geborsten  stncken    ••.*•••. 

'T  gepasseerde  in  raede  van  India  overwogen  synde  ende  geeon- 
sidereert  off  ons  sooveel  aen  Bantam's  vnintschap  gelegen  was,  dat 
in  haer  versoeck  van  de  twee  stncken  geschnt  behoorden  te  consen- 
teren ende  den  vreede  met  disrepect  te  coopen,  mitsgaders  de  c<m- 
aeqnentie  in  't  regard  van  den  Mattaram  ende  andere  princen  onse 
vyanden  overwogen  wesende,  resolveerden,  gelyck  op  11  April  in 
ons  resolntieboeck  gesien  can  worden,  de  begonnen  onderhandelinge 
niet  te  verhaesten,  maer  vooreerst  op  Bjn  beloop  te  laten,  ommede 
Bantammers,  die  door  ons  eerste  aenspraecke  vry  moedich  waren 
geworden  wederom  wat  neder  te  setten. 

Ondertnsschen  heeft  de  Chinees  Lacco  de  saecke  levendich  ge- 
hoaden,  soo  op  't  ontbieden  des  Conincx  over  en  weder  gevaren  en 
by  wyle  cleene  vereeringe  aen  de  groot^n  (wier  handen  doorgaens 
fnpen  staen)  gedaen,  men  sprack  niet  meer  van  't  canon,  alsoo  den 
Coninck  aengedient  hadden,  bniten  kennisse  van  onse  principaelen 
geen  groff  geschat  vereeren  noch  vercopen  mochten,  de  Generael 
hadde  vooigenomen  daerover  aen  UEd.  te  schryven. 

Eyndelyck  heeft  hy  Coninck  emstelycken  versocht,  doch  t'cmtyde, 
een  pas  voor  seecker  syn  vaertnygh  omme  in  de  qnartieren  van 
Ceram  verscheyden  Bantammers ,  voor  een  k  twee  jaeren  derwaerts 
gevaren,  op  te  soecken,  welck  pas  hem  toegestaen,  maer  tot  heden 
niet  gevordert  wesende,  de  saecke  door  onderhandelinge  van  Lacco 
soo  verre  gebracht  is,  dat  de  Coninck  omtrent  vyff  maenden geleden 
a^i  alle  syne  ondersaeten  op  ly&traffe  heeft  verboden,  die  van  Ba- 
tavia soo  te  water  als  te  lande  niet  te  beschadigen,  't  welck  ge- 
observeert  en  aen  onse  syde  mede  naegecomen  wert,  snlcx  dat  alle 
hostUe  procednyren  t'sedert  gecessert  hebben,  en  alsoo  in  stilstant 
van  wapenen  gecomen  syn ;  off  de  finale  vreede  volgen  sal  leert  den 
tyt 

Wy  sien  (dat)  üEld.  gantsch  vreempt  voorgecomen  sjm,   dat  (wy) 

Digitized  by  VjOOQ IC 


nae  veele  harde  termen  ende  ronde  verclaringen  in  onse  missiven 
snccessive  den  Sonsounan  vmchieloos  aengeschreven,  op  bope  van 
beter  succes  denselven  naderbant  weder  gesocbt  hebben  te  flatteren, 
hem  toeseggende  jaerlycx  een  schenckagie  te  willen  doen,  voor  dat 
syn  lant  besitten.  'T  schynt  dat  UEd.  geloven  ende  meenen,  dat 
hier  met  Eoropise  prinsen  contracteren  ende  te  doen  hebben,  dat 
geheel  contrary  is,  ende  dese  luyden  van  een  ander  humeur,  soo 
houden  wy  daermede  UEd,  reproches  over  dese  saecke  beantwoort, 
ende  verseeckeren  UE.  des  Compa.  en  haere  Ho.  Mo.  preëminentien 
ende  gerechtichedcn,  nae  uyterste  vermogen  by  ons,  sonder  de  minste 
infiractie  te  gedoogen,  wel  gemainteneert  sullen  worden.  'T  is  desen 
gepretendeerden  Keyser  van  Java,  die  met  ons  niet  accorderen  sal, 
schoon  hem  wilden  toegeven.  Daerover  de  questie  gemaeckt  ende 
gedisputeert  wert,  dat  is  de  plaetse,  stadt  ende  casteel;  maer  meent 
(ook)  dat  hem  Comps.  volck  en  goederen  mede  competeert. 

'T  is  seecker  dat  hy  gestadich  practisèert  op  middelen  om  sich 
van  Batavia  't  sy  by  verraet  off  onder  schyn  van  vruntschap  meester 
te  maecken  nu  (hy)  geheel  desespereert,  omme  dese  plaetse,  met 
gewelt  't  incorporeren,  voor  d'een  en  d'ander  inconvenient  hope  met 
goddelycke  hulpe  goede  sorge  te  dragen. 

Desen  jaere  heeft  lange  vergadering  ende  beraedslaginge  in  de 
stadt  Mattaram  gehouden,  alle  de  grooten  syn  byéén  ontboden  ge- 
worden, sel£9  de  oude  Coninck.  van  Cheribon,  die  hy  seer  feestelyck 
heeft  doen  inhaelen  en  tracteren.  Wat  daer  besloten  is  blyft  secreet; 
men  seyt  dat  hem  den  naem  van  Rato  gegeven  is 

Die  van  Malacca  hebben  uyt  den  naem  van  den  Vice-roy  beseyn- 
dingh  over  Japara  aen  den  Sonsounan  gedaen  ende  is  haeren  ambas- 
sadeur Joris  d'Acunha  met  sobere  suyte  van  drie  mesticos  ende  eenige 
swarten,   den  10  April  ten  hove  verschenen,  slecht  onthaelt  ende 

niet  voor  den  26  Mey  gedimitteert  geworden ; 

deszelfis  aenbrengen  en  versoeck  was  rys  voor  16  galioenen,  die  uyt 
Mftnilh»  en  eene  groote  armade  van  Groa,  die  t'aenstaende  jaer  tot 
assistentie  van  den  Sonsounan  tegen  Batavia  stonden  te  comen;  soo 
versocht  (ook)  Batavia  voor  de  Portugysen  te  mogen  possederen.  .  . 

Vyf  gevangene  Nederlanders,  daer  onder  de  stuerman  Abraham 
Verhuist,  syn  uyt  de  stadt  Mattaram  gevlucht  en  in  groot  peryckel 
met  een  praeuw  by  zuyden  Java  tot  aen  de  Clappus-eylanden  ge- 


Digitized  by 


Google 


229 

oomen,  daer  een  Lamponse  praeuw  vonden,  hun  uytgevende  voor 
Engelsen  en  Deenen ,  die  hon  schip  verlooren  hadden ,  belovende  100  R. 
byaldien  hnn  tot  Bantam  by  d'Engelssen  brachten,  gelyck  geschiet 
is 

In  den  Mattaram  bleven  noch  47  Nederlanders  gevangen  .  •  • 
desen  jaere  sedert  Mey  is  onder  den  duym  vry  wat  toevoer,  soo  van 
Japara,  Jortan,  Pacalongan  en  d'andere  Mataramse  zeehavenen  tot 
Batavia  geweest  en  zijn  ons  behalve  groote  partye  swarte  suyckeren, 
eenigen  rys  en  andere  snnysteringe  over  de  140  lasten  Javaense 
boonen  toegebracht,  daer  tegen  veel  Chinese  waeren,  cleeden  ende 
principal  groote  qnantiteyt  looden  pitgens  nytgevoert  syn. 

Drie  beseyndingen  syn  hier  wegen  den  Sonsonnan  desen  jaere  over 
Tegal  gedaen  door  den  ouden  Warga  A*.  1629  onsen  gevanghen, 
nn  genaempt  Sarapada 

Gednyrende  dese  onderhandelinghe  hebben  echter  de  boschloopers 
geeontinneert  hon  bywylen  omtrent  Batavia  te  vertoonen,  maer  syn 
na  ettelycke  maelen  soo  te  water  als  te  lande  snlcx  onthaelt,  dat 
hnn  de  coop  niet  bedancken  ende  weynich  meer  gesien  worden. 

De  besettingh  van  Malacca  verhoopen  den  Mattaram  tot  reden  sal 
brengen,  met  een  navale  macht  van  ses  cleene  jachten  ende  minder 
vaertuygh,  syn  de  javaense  stranden  dapper  te  trqnbleren;  doch  wy 
vertrouwen  den  oorloghe  soo  van  den  Mattaram  als  Bantam  op  't 
hoochst  syn  geweest  en  hun  selver  (sonder  conditie)  tot  vreede  voegen 
sullen,  daeraen  de  Comp.  en  d'ingezetenen  alhier,  vry  veel  gelegen 
is ,  voomamelyck  d'openingh  ende  commertie  uyt  des  Mattarams  lant. 

Desen  jaere,  enz 


XXXIV.  De  Gouvemeur-Generael  Antonio  van  Diemen 
en  Rade  van  Indie,  aan  de  Bewindhebbers 
der  Gener.  O.  I.  Comp.  (Heeren  XVH). 

Batavia,  9  Dec.»»«  1637. 

Onse  jongste  brieven  aen  UEd.  syn  geweest  a'.  passato,  den 
28*«  december 

Een  treffelyck  ende  ryck  retour,  monterende  incoops  /"  2672410 :  10 :  10 
quam  in  geroerde  vlote  aen  UEd 


Digitized  by 


Google 


230 

Seven  joncken  groot  van  200  tot  300  lasten  syn  verleden  wester 
monsson^  't  sedert  den  1»  febr.  tot  27  April  daeraenvolgende  nyt 
China  op  onse  Batitvise  reede  salvo  verscheenen,  gelaeden  met  coop- 

manschappen  voor  dese  qoartieren  dienstich 

ende  syn  ter  behoorlycker  tyt  wel  vergenoecht,  benevens  vele  en 
diverse  coopmanschappen  hnn  in  retour  dienstich,  met  mym  600  lasten 
off  12000  picols  peper  nae  China  gekeert,  enz 

By   de  Comp.   syn  gesnbsidieert  met  niet  meer  als  844  picols 

het  overige  synde  11156  picols  is  hier  door  vreemde 

n^gotianten  aengebracht 

Dese  communicatie  des  handels  veroorsaeckt  groot  leven  ende  wel- 
varen in  Batavia,  soo  ten  beste  van  de  Comp.  als  d'inwoonders 
alhier.  De  generale  incompsten  deses  ryckx  hebben  dit  jaer  1637, 
40000  guldens  meer  als  anno  36  gerendeert  De  gelden  syn  schaers 
geweest,  de  burger  heeft  syne  penningen  connen  uytsetten  tegens 
2|-,  3  ende  4o/q  ter  maendt,  op  goede  hipotheque.  Civil  syn  de 
Chlnesen  getracteert  enz 

Conforme  onse  resolutie  dato  17  nov.^  1636 

is  de  Gouverneur  Oenerael  tot  redres  van  de  Amboinese  troeblen 
den  30^  december  daaraanvolgende  van  de  Batavise  reede  nae  Ceram 

vertrocken, 

Bantam 

By  behouden  overcompste  van  den  heere  Putmans  ende  syne  vloote, 
sullen  UEd.  genoechsaem  hebben  verstaen,  dat  een  provisionele  vrede 
met  Bantam  geaccordeert  ende  gevapgenen  ter  wedersyden  gerelaxeert 
waeren,  welcke  vredemaeckinge  nae  des  Sabanders  wedercompste 
al  mede  by  provisie,  tot  dat  den  Gouvem'  Generael  uyt  Amboyna 
soude  wesen  gekeert  by  réciproque  brieven  van  den  E.  directeur 
generael  ende  den  Bantamsen  Coninck  geconfirmeerd  is  geworden. 
De  chinesen  ende  onse  Inlantsche  burgeren  voeren  vredich,  haren 
handel  op  Bantam  exerceerende  ende  wierden  geen  teeckenen  van 
vyantlycke  proceduren  vernomen,  eenelyck  dat  de  Bantammers  ende 
derselver  visschers  tot  Batavia  niet  verschenen,  als  wel  in  den 
jaere  31,  32  ende  33  hadden  gedaen. 

Den  13  Mey  wiert  by  den  Dbecteur  Generael,  ende  den  Raedt 
in  Batavia  goeigevonden  beseyndingh  na  Bantam  te  doen,  omme 


Digitized  by 


Google 


231 

den  Pangoran  te  kennen  te  geven;  dewyle  de  vrede  als  voren  ge- 
trofien  was,  dat  genegen  waeren  een  eoopman  ende  volcq  tot  ver- 
volch  van  onsen  handel ,  ende  beter  correspondentie  met  syne  Majt 
in  Bantam  te  honden  ende  versochten  dienvolgende ,  men  wilde  ons 
plaetse  aenwysen  beqnaem  tot  residentie,  gelyck  ÜEd.  naerder  gelie- 
ven te  beoogen  nyt  de  instructie  ten  fyne  voors.  aen  den  opper- 
coopman  Jacob  Compostel  verleendt,  die  geregistrecrt  staet  in  ons 
briefboecq  op  folio  333.  De  voors.  Compostel  den  18»  dito  daeraen- 
volgende  gekeert  synde,  rapporteerde  den  Bantanmier  de  versochte 
residentie  a%eslagen  ende  tot  de  compste  van  den  Gonv^  Generael 
Qjtgestelt  hadde,  de  redenen  waeromme  hebben  doenmael  niet  wel 
c(mnen  begrypen,  maer  den  tyt  heeft  ons  wyser  gemaeckt,  dat  het 
is  geweest  omme  partje  geschut  n3rt  't  wrack  van  Prins  Willem  op 
te  dnycken  ende  bedecktelyck  tot  Bantam  te  brengen.  ^    .    •    .    . 

de  Gbnvemeur  (Generael  uyt  Amboina  gecomen  synde  ende  verstaen 
hebbende  den  provisioneelen  vrede  met  Bantam  tot  contentement  van 
wedersyden  wel  geobserveert  wierde  ende  dat  den  Coninck  nae  de 
confirmatie  met  een  goede  schenckage  van  den  Oenerael  bleef  ver- 
langen, waren  wy  oock  geresolveert  ende  wel  genegen  desen  Coninck 
met  ons  schryven  nevens  een  eerlycke  schenckagie  te  begroeten. 
Evenwel  op  goede  ende  bondige  redenen  wiert  in  raede  van  Indien 
dienstich  geoordeelt  met  geseyde  schryven  te  temporiseren  ende  niet 
te  precipitant  te  wesen  om  onse  saecken  daerdoor  te  verachteren, 
gelyck  dan  d'eerste  aenspraecke  by  dese  natie  gantsch  schadelyck 
ende  te  veel  tot  hun  voordeel  getrocken  wort,  sulcx  ons  de  ervaringe 
maer  al  te  wel  geleert  heeft.  T'  is  ondertusschen  geschiet,  dat  in 
angusto  laest  een  tingan  met  ttraelf  Javanen  van  Bantam  tsy  met 
off  buyten  kennisse  van  de  grooten  aldaer  gantsch  schelmachtich 
onder  schyn  van  vrede  en  vruntschap  afgeloopen  hebben,  het  jacht 
Cleen-Hoom,  toebehoorende  onsen  burger  Marten  Janssen  Visscher, 
alias  Vogel,  liggende  in  een  van  de  Jacatrase  eylanden,  omme  synen 
houtlast  in  te  nemen,  massacrerende  vyff  Nederlanders  ende  een 
slaeff 


1.     Het  8chip  Prifu  Willem ,  een  r\ik  geladen  retonrschip,  wai  bfj  den  aanvang  yan 
de  terogreize  naar  't  moederland  in  JanuarQ »  in  atraat  Sunda  yerongelokt 


Digitized  by 


Google 


Soo  haest  ons  dese  enorme  moort  kennelyck  wiert^  resolveerden 
wy  onse  voorgenomen  beseyndingh  te  schorten  en  syn  een  gemymen 
tyt  suspens  gebleven ,  wat  ten  besten  welstandt  van  de  Gomp«  in 
dese  gelegentheyt  behoorden  by  der  hant  te  nemen,  't  sy  dat  parate 
revenge  namen  (gèlyck  wel  hebben  connen  doen)  off  dat  alvooren 
recht  ende  justitie  over  dese  soo  execrable  ongehoorde  moorderye 
ende  diefstal  by  die  van  Bantam  souden  versoecken 

(Nadat  er  door  QQ.  en  R.  met  den  Koninck  van  Bantam,  die  in 
den  brief,  Kiey  Intol  Wansa  Diepa,  genoemd  wordt,  onderhandeld 
was,  bleef  deze  zaak  hangende  en  dien  ten  gevolge  de  ratificatie 
van  den  gesloten  vrede  vertraagd.)    . 

'T  sedert  hebben  niet  naders  vernomen  ende  comen  hier  dagelycx 
vliegers  ende  Tingans  van  Tanehera,  Pontangh,  Bantam  ende  oock 
Lampon,  met  hoenders,  fimyten,  Siry  ende  Pinangh  meer  als  oyt  voor 
desen,  wat  van  de  saecke  vallen  sal,  leert  den  tyt.  'T  is  apparent 
byaldien  ons  geen  recht  ende  vergoedingh  van  schade  doen,  dat  een 
deel  Javanen  by  den  cop  sullen  vatten,  omme  daervan  twaelf  op  te 
hangen 

Die  van  Bantam  syn  nu  wel  7  of  8  maenden  doende  geweest, 
met  de  stadt  aen  de  landtsyde  te  verstercken  ende  met  nieuwe  muy- 
ragien  te  fortificeren,  daertoe  collecte  doende;  't  schijnt  voor  den 
Mattaram  beducht  syn,  de  grooten  hebben  traversen  voor  haere 
huyzen  geleyt,  dat  geseyt  wort  tot  defentie  van  ons  canon  te  wesen, 
't  schyndt  voor  een  deel  verdiende  straffe  beducht  blyven,  alle  dit 
gewoel  geeft  den  gemeenen  man  in  Bantam  weynich  contentement, 

ten  vooidert  de  peper  plantagie  oock  niet waerentegen 

de  suyckerteelle  in  de  landen  vau  Bantam  seer  augmenteert  ende 
toeneempt,  sulci  wy  desen  jare  3000  picols  witte  suycker  (die  naer 
Persia  versonden  is)  van  daer  becomen  ende  alhier  tot  7^  reael